EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 21.5.2026
COM(2026) 241 final
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
over de uitoefening van de bevoegdheid tot het vaststellen van gedelegeerde handelingen die aan de Commissie is toegekend krachtens Verordening (EU) 2018/974 betreffende de statistiek van het goederenvervoer over de binnenwateren
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
over de uitoefening van de bevoegdheid tot het vaststellen van gedelegeerde handelingen die aan de Commissie is toegekend krachtens Verordening (EU) 2018/974 betreffende de statistiek van het goederenvervoer over de binnenwateren
1.INLEIDING
Verordening (EU) 2018/974 van het Europees Parlement en de Raad verleent de Commissie de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 10 gedelegeerde handelingen vast te stellen voor de volgende doeleinden:
Øverhoging van de daarin bedoelde drempel voor de statistische registratie van de binnenvaart om rekening te houden met economische en technische ontwikkelingen (zie artikel 2, lid 5);
Øaanpassing van de definities of voorzien in nieuwe definities, teneinde rekening te houden met relevante definities die op internationaal niveau zijn gewijzigd of vastgesteld (zie artikel 3);
Øopnemen van veranderingen in de codering en classificatie op internationaal niveau of in de toepasselijke wetgevingshandelingen van de EU (zie artikel 4, lid 4).
Op grond van artikel 2, lid 5, artikel 3 en artikel 4, lid 4, moet de Commissie er bij de uitoefening van die bevoegdheid voor zorgen dat de gedelegeerde handelingen geen aanzienlijke lastenverzwaring voor de lidstaten of de respondenten met zich meebrengen. Voorts moet de Commissie een deugdelijke motivering voor de in die gedelegeerde handelingen vastgestelde statistische maatregelen verstrekken, in voorkomend geval op basis van een kostenefficiëntieanalyse met een evaluatie van de druk op de respondenten en de productiekosten.
Zoals bepaald in artikel 10, lid 4, moet de Commissie vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling de door elke lidstaat aangewezen deskundigen raadplegen, overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.
2.RECHTSGRONDSLAG
Dit verslag moet worden opgesteld op grond van Verordening (EU) 2018/974, waarin in artikel 10, lid 2, wordt bepaald dat de bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen aan de Commissie wordt toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van 7 december 2016. De Commissie moet uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag opstellen over de bevoegdheidsdelegatie. De Commissie heeft in 2021 een eerste verslag ingediend. Dit is het tweede verslag.
3.UITOEFENING VAN DE BEVOEGDHEIDSDELEGATIE
De Commissie heeft de bevoegdheid tot vaststelling van gedelegeerde handelingen uit hoofde van Verordening (EU) 2018/974 nog niet uitgeoefend.
De Commissie bespreekt regelmatig mogelijke verbeteringen in de statistieken over het goederenvervoer over de binnenwateren met de Deskundigengroep voor statistiek van vervoer over de binnenwateren en de Coördinatiegroep voor vervoersstatistieken. Bij deze besprekingen wordt ook rekening gehouden met mogelijke kosten en lasten voor landen en respondenten.
Statistieken zijn nodig om toezicht te houden op de uitvoering van de strategie voor duurzame en slimme mobiliteit (doelstellingen 2020-2050)
en aanvullende acties zoals het EU-beleid inzake het trans-Europees vervoersnetwerk (TEN-T), de verordening inzake elektronische informatie over goederenvervoer (eFTI), het Naiades III-actieprogramma
en de richtlijn River Information Services. Voor dergelijke acties kan het noodzakelijk zijn dat de Commissie gedelegeerde handelingen vaststelt om de statistieken van het goederenvervoer over de binnenwateren aan te passen aan economische en technische ontwikkelingen overeenkomstig artikel 2, lid 5, van Verordening (EU) 2018/974 en om rekening te houden met wijzigingen in definities, codes en nomenclatuur op EU- of internationaal niveau.