27.5.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 134/46


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 19 januari 2005

inzake een procedure op grond van artikel 81 van het EG-Verdrag en artikel 53, lid 1, van de EER-overeenkomst

(Zaak COMP/C-2/37.214 — Gezamenlijke verkoop van de mediarechten op de Duitse Bundesliga)

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 78)

(Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

(2005/396/EG)

De beschikking betreft het Duitse Liga-Fußballverband e.V. (hierna „het Ligaverband” genoemd). Deze procedure ziet op de centrale verkoop van de media-exploitatierechten op voetbalwedstrijden van herenclubs in de Bundesliga en de tweede Bundesliga. Bij haar voorlopige beoordeling had de Commissie vastgesteld dat de exclusieve toewijzing van de commerciële rechten door het Ligaverband de mededinging tussen clubs en ondernemingen in de Bundesliga en de tweede Bundesliga kon beperken in de zin van artikel 81 van het EG-Verdrag.

Na de voorlopige beoordeling van de Commissie en zonder de feiten volledig te hebben onderzocht lijken de toezeggingen van het Ligaverband concurrentie tussen de Liga en de clubs te introduceren bij de verkoop van de rechten voor de Bundesliga en de tweede Bundesliga. Zij lijken het de clubs ook mogelijk te maken een nieuw, en in het bijzonder van merkprofilering (branding) voorzien, aanbod te ontwikkelen. De toezeggingen beperken de omvang en de looptijd van toekomstige verkoopovereenkomsten en zorgen voor een transparant en niet-discriminerend verkoopmechanisme. Zij maken „content” gemakkelijker toegankelijk voor aanbieders in de sectoren televisie, radio en nieuwe media, zorgen ervoor dat meer rechten aan de markt beschikbaar worden gesteld en dragen zodoende tot innovatie bij en zwakken de concentratiebeweging op de mediamarkten af.

De Commissie is thans tot de overtuiging gekomen dat, gelet op de toezeggingen van het Ligaverband en op de voorlopige beoordeling en de opmerkingen van belanghebbenden, er geen reden is om overeenkomstig artikel 9, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad (1) op te treden. De toezeggingen zijn tot en met 30 juni 2009 voor het Ligaverband verbindend.

Het Adviescomité voor mededingingsregelingen en economische machtsposities heeft op 6 december 2004 een gunstig advies uitgebracht.


(1)   PB L 1 van 4.1.2003, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 411/2004 (PB L 68 van 6.3.2004, blz. 1).