31986R0765

Verordening (EEG) nr. 765/86 van de Commissie van 14 maart 1986 houdende nadere regels voor de verkoop van boter uit interventievoorraden voor uitvoer naar bepaalde bestemmingen

Publicatieblad Nr. L 072 van 15/03/1986 blz. 0011 - 0016


*****

VERORDENING (EEG) Nr. 765/86 VAN DE COMMISSIE

van 14 maart 1986

houdende nadere regels voor de verkoop van boter uit interventievoorraden voor uitvoer naar bepaalde bestemmingen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 804/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3768/85 (2), en met name op artikel 6, lid 7,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 1678/85 van de Raad van 11 juni 1985 inzake de in de landbouwsector toe te passen wisselkoersen (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 505/86 (4),

Overwegende dat in artikel 6 van Verordening (EEG) nr. 985/68 van de Raad van 15 juli 1968 houdende vaststelling van de algemene voorschriften betreffende de interventiemaatregelen op de markt voor boter en room (5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3790/85 (6), is bepaald dat bij verkoop voor uitvoer bijzondere voorwaarden kunnen worden vastgesteld om rekening te houden met de speciale vereisten voor deze verkopen en om te waarborgen dat het produkt niet voor een andere bestemming zal worden gebruikt;

Overwegende dat de hoeveelheden boter in openbare opslag van een dergelijke omvang zijn dat zoveel mogelijk de afzetmogelijkheden op de markt van bepaalde derde landen moeten worden benut, zonder daarmee de wereldmarkt te verstoren; dat het dienstig is boter te gebruiken die ten minste 18 maanden in voorraad is;

Overwegende dat ter verruiming van de mogelijkheden voor verkoop op bepaalde internationale markten dient te worden bepaald dat deze boter hetzij in ongewijzigde staat hetzij na verwerking kan worden uitgevoerd;

Overwegende dat het dienstig blijkt de exporteurs deze boter uit openbare opslag tegen verlaagde prijs beschikbaar te stellen; dat bepaalde maatregelen moeten worden vastgesteld om te voorkomen dat de in het kader van deze verordening verkochte boter in de Gemeenschap in het vrije verkeer wordt gebracht;

Overwegende dat de exporteurs de betrokken boter in de gehele Gemeenschap kunnen aankopen; dat derhalve de monetaire compenserende bedragen moeten worden aangepast naar gelang van de verkoopprijzen van de interventieboter;

Overwegende dat, om te waarborgen dat aan de boter geen andere bestemming wordt gegeven, vanaf de uitslag van de boter tot de aankomst daarvan in het betrokken derde land een controleregeling moet worden toegepast; dat omwille van de duidelijkheid erop gewezen zij dat de bij Verordening (EEG) nr. 1687/76 van de Commissie (7), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 683/86 (8), vastgestelde controlevoorschriften van toepassing zijn; dat, gezien de bijzondere aard van de maatregel, bovendien bijkomende voorwaarden moeten worden vastgesteld;

Overwegende dat rekening moet worden gehouden met de uit de Internationale Regeling voor de Zuivelsector voortvloeiende verplichtingen en met name met die in het op 31 mei 1985 door het Comité van het protocol goedgekeurde besluit inzake melkvet en met betrekking tot de minimumhoeveelheden, de prijzen, de landen van bestemming en de leveringstermijnen voor tegen een lagere prijs dan de minimumprijs uitgevoerde boter en butteroil;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor melk en zuivelprodukten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden wordt overgegaan tot verkoop van overeenkomstig artikel 6, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 804/68 aangekochte boter, die op de dag van de afhaling ten minste 18 maanden oud is.

2. De op grond van deze verordening verkochte boter wordt uitsluitend naar een van de in de bijlage aangegeven bestemmingen uitgevoerd, hetzij in ongewijzigde staat, hetzij na verwerking.

Artikel 2

1. De boter wordt door middel van een permanente verkoop bij openbare inschrijving die door elk interventiebureau voor de hoeveelheden boter die het in zijn bezit heeft, wordt gehouden, af koelhuis verkocht.

2. Het interventiebureau stelt een bericht van verkoop bij openbare inschrijving op waarin met name wordt vermeld:

a) de te koop aangeboden hoeveelheden boter, in voorkomend geval onder opgave van de daaronder begrepen hoeveelheden boter waarvan het vetgehalte lager is dan 82 gewichtspercenten;

b) de termijnen waarbinnen en de plaats waar de offertes moeten worden ingediend.

3. Het bericht van openbare inschrijving wordt ten minste acht dagen vóór het verstrijken van de eerste termijn voor het indienen van de offertes in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakt. Het interventiebureau kan daarnaast tot andere bekendmakingen overgaan.

Artikel 3

1. Het interventiebureau houdt, tijdens de geldigheidsperiode van de permanente verkoop bij inschrijving, bijzondere inschrijvingen. Elke bijzondere inschrijving heeft betrekking op het nog beschikbare gedeelte van de in artikel 1 bedoelde boter.

2. De termijn voor de indiening van de offertes voor elk van deze bijzondere inschrijvingen loopt af op iedere tweede dinsdag van de maand, om 12 uur. Wanneer dinsdag een feestdag is, wordt de termijn verlengd tot en met de eerstvolgende werkdag om 12 uur.

De eerste termijn voor de indiening van de offertes verstrijkt evenwel op 24 maart 1986 om 12 uur.

Artikel 4

1. Het interventiebureau draagt zorg voor het bijhouden van de lijst van koelhuizen waar de te koop aangeboden boter is opgeslagen en van de aldaar beschikbare hoeveelheden en stelt op aanvraag deze lijst belanghebbenden ter beschikking. Bovendien gaat het interventiebureau op gezette tijden in een daartoe geëigende vorm die het in het in artikel 2 bedoelde bericht van verkoop bij inschrijving bekendmaakt, over tot bekendmaking van deze bijgewerkte lijst.

2. Het interventiebureau treft de nodige maatregelen opdat de belanghebbenden vóór het maken van een offerte op hun kosten monsters van de te koop aangeboden boter kunnen onderzoeken.

Artikel 5

1. Belanghebbenden nemen aan de bijzondere inschrijving deel hetzij door indiening, bij het interventiebureau, van een schriftelijke offerte tegen bewijs van ontvangst, hetzij door de offerte per aangetekende brief aan het interventiebureau toe te zenden. De interventiebureaus mogen toestaan dat offertes door middel van een telexbericht worden ingediend.

2. In de offerte worden vermeld:

a) de naam en het adres van de inschrijver;

b) de totale gevraagde hoeveelheid;

c) de beoogde bestemming van de boter, onder opgave van de hoeveelheden die in ongewijzigde staat en die welke na verwerking zullen worden uitgevoerd;

d) de per ton boter, binnenlandse belastingen niet inbegrepen, af koelhuis, geboden prijs, uitgedrukt in de valuta van de Lid-Staat waar de inschrijving wordt gehouden;

e) de koelhuizen waar de boter zich bevindt;

f) de in de andere Lid-Staten gevraagde hoeveelheden.

3. Een offerte is slechts geldig indien:

a) deze betrekking heeft op een minimumhoeveelheid van 10 000 ton, waarbij rekening wordt gehouden met de in de andere Lid-Staten gevraagde hoeveelheden;

b) deze vergezeld gaat van een schriftelijke verbintenis van de inschrijver om de hem toegewezen boter in ongewijzigde staat of na verwerking, binnen de in artikel 15 bedoelde termijn naar de in zijn offerte aangegeven bestemming uit te voeren;

c) het bewijs wordt geleverd dat de inschrijver vóór het verstrijken van de termijn voor het indienen van de offertes de in artikel 6 bedoelde inschrijvingszekerheid voor de betrokken bijzondere inschrijving heeft gesteld.

4. Na het verstrijken van de in artikel 3, lid 2, bedoelde termijn voor de indiening van de offertes voor de betrokken bijzondere inschrijving mag de offerte niet meer worden ingetrokken.

Artikel 6

1. In het kader van deze verordening vormen de handhaving van de offerte na het verstrijken van de hiervoor vastgestelde termijn van indiening, het vooraf vaststellen van de restitutie en, in voorkomend geval, van het monetaire compenserende bedrag als bedoeld in artikel 9, lid 2, de afhaling van de boter en de betaling van de prijs binnen de in artikel 10, lid 2, eerste alinea, bedoelde termijn de hoofdeisen, waarvan de naleving door het stellen van een inschrijvingszekerheid van 25 Ecu per ton wordt gewaarborgd.

Wanneer niet aan de bovenbedoelde verplichtingen wordt voldaan, wordt de totale inschrijvingszekerheid verbeurd.

2. De inschrijvingszekerheid wordt gesteld in de Lid-Staat waar de offerte wordt ingediend.

Artikel 7

1. Vastgesteld wordt, met inachtneming van de voor elke bijzondere verkoop bij inschrijving ontvangen offertes en van de procedure van artikel 30 van Verordening (EEG) nr. 804/68:

- de minimumhoeveelheid voor iedere verkoop met als bestemming één enkel derde land,

- een minimumverkoopprijs.

Besloten kan worden niet tot toewijzing over te gaan, met name

- wanneer de totale hoeveelheid van de ontvangen offertes

- het niet toelaat de in de vorige alinea bedoelde minimumhoeveelheid te bereiken,

- niet ten minste betrekking heeft op in drie Lid-Staten gelegen koelhuizen;

- wanneer een minimumpercentage van de totaal gevraagde hoeveelheid niet betrekking heeft op boter met een vetgehalte van minder dan 82 gewichtspercenten. 2. Gelijktijdig met de minimumverkoopprijzen en volgens dezelfde procedures wordt het bedrag van de zekerheden vastgesteld om te bereiken dat wordt voldaan aan de naleving van de hoofdeisen betreffende de uitvoer van de boter, in ongewijzigde staat of na verwerking, binnen de in artikel 15 bedoelde termijn en de aankomst ervan in het land van bestemming dat in de offerte is vermeld.

In geval van niet-naleving van de verplichtingen inzake de in artikel 15 bedoelde termijn, de uitvoer van de boter en de aankomst hiervan in het land van bestemming, wordt de in de eerste alinea bedoelde bestemmingszekerheid geheel verbeurd.

Dit bedrag is gelijk aan de op de dag van het verstrijken van de termijn voor de indiening van de offertes voor de boter geldende interventieprijs, verhoogd met 10 Ecu per ton.

3. De in lid 1 bedoelde minimumverkoopprijs en de prijs die de inschrijvers aan wie wordt toegewezen, moeten betalen, worden in nationale valuta omgerekend met gebruikmaking van de representatieve koers die geldt op de dag waarop de termijn voor het indienen van offertes voor de betrokken bijzondere inschrijving verstrijkt.

Artikel 8

1. Op de offerte wordt niet ingegaan wanneer de geboden prijs beneden de voor de bijzondere inschrijving geldende minimumprijs ligt, eventueel rekening houdend met de bestemming.

2. Onverminderd het bepaalde in lid 1, wordt toegewezen aan degene die voor de bestemming van de in de offerte vermelde boter de hoogste prijs biedt.

3. Wanneer bij het in aanmerking nemen van verscheidene offertes met dezelfde prijzen voor hetzelfde koelhuis en voor hetzelfde land van bestemming van de boter of met hetzelfde verschil ten opzichte van de betrokken minimumprijs de nog beschikbare hoeveelheid zou worden overschreden, vindt de toewijzing van de inschrijving plaats door verdeling van de beschikbare hoeveelheid in verhouding tot de hoeveelheden waarop de betreffende offertes betrekking hebben.

4. De met de inschrijvingsprocedure verband houdende verplichtingen zijn niet overdraagbaar.

Artikel 9

1. Elke inschrijver wordt door het interventiebureau onmiddellijk in kennis gesteld van de uitkomst van zijn deelneming aan de bijzondere inschrijving.

2. Binnen een termijn van tien werkdagen vanaf de dag waarop de indieningstermijn voor de offertes is verstreken, dient de inschrijver aan wie is toegewezen, een aanvraag in om vaststelling vooraf van de restitutie alsmede, in voorkomend geval, van het monetaire compenserende bedrag. De aanvraag en het uitvoercertificaat bevatten in vak nr. 12 de vermelding »uitvoer in het kader van Verordening (EEG) nr. 765/86".

3. In afwijking van artikel 9, eerste zin, van Verordening (EEG) nr. 2729/81 van de Commissie (1) blijft het uitvoercertificaat met vaststelling vooraf van de restitutie gedurende de gehele duur van de in het kader van deze verordening uit te voeren leveringen geldig.

4. De monetaire compenserende bedragen van toepassing op de in deze verordening bedoelde produkten worden vastgesteld op grond van Verordening (EEG) nr. 1677/85 van de Raad (2). Hierop wordt een coëfficiënt toegepast die in bijlage I, deel 5, van Verordening (EEG) nr. 3598/85 van de Commissie (3) tot vaststelling van de monetaire compenserende bedragen is vermeld.

5. Voor de afhaling van de boter stelt de koper bij het interventiebureau voor iedere hoeveelheid die hij afhaalt, de in artikel 7, lid 2, bedoelde zekerheid, overeenkomstig artikel 13, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1687/76.

6. Het interventiebureau geeft een afhaalbon af waarin zijn vermeld:

a) de hoeveelheid waarvoor de in lid 5 bedoelde zekerheid is gesteld;

b) het koelhuis waar deze hoeveelheid is opgeslagen.

Artikel 10

1. De koper haalt de hem verkochte boter af vóór 1 december 1986.

De afhaling van de boter kan geschieden in gedeelten, die ten minste 15 ton bedragen.

Behalve in geval van overmacht komen, wanneer de afhaling van de boter niet binnen de in de eerste alinea bedoelde termijn heeft plaatsgevonden, de kosten voor opslag van de boter voor rekening van de koper vanaf de eerste dag na die waarop de termijn verstreek.

2. De koper betaalt het interventiebureau binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de dag van de afhaling, en voor iedere hoeveelheid die hij heeft afgehaald, de in zijn offerte aangegeven prijs.

De in artikel 6, lid 1, bedoelde zekerheid wordt onmiddellijk vrijgegeven voor de hoeveelheden waarvoor de prijs binnen de vastgestelde termijn is betaald.

Behalve in geval van overmacht, wordt, wanneer de koper de in de eerste alinea bedoelde betaling niet binnen de vastgestelde termijn heeft gedaan, het verkoopcontract voor de resterende hoeveelheden geannuleerd en wordt tevens de in artikel 6, lid 1, bedoelde zekerheid verbeurd.

Artikel 11

1. De voor uitvoer in ongewijzigde staat bestemde boter wordt door het interventiebureau geleverd in verpakkingen waarop in duidelijk zichtbare en leesbare letters ten minste een van de volgende vermeldingen is aangebracht:

- Smoer bestemt til udfoersel i henhold til forordning (EOEF) nr. 765/86,

- Butter zur Ausfuhr - Verordnung (EWG) Nr. 765/86,

- Voýtyro poy proorízetai na exachtheí vásei toy kanonismoý (EOK) arith. 765/86,

- Butter for export under Regulation (EEC) No 765/86,

- Mantequilla destinada a la exportación con arreglo al Reglamento (CEE) no 765/86,

- Beurre destiné à être exporté au titre du règlement (CEE) no 765/86,

- Burro destinato ad essere esportato nel quadro del regolamento (CEE) n. 765/86,

- Boter voor uitvoer in het kader van Verordening (EEG) nr. 765/86,

- Manteiga destinada à exportação em conformidade com o Regulamento (CEE) nº 765/86.

2. De in lid 1 bedoelde boter kan in de oorspronkelijke verpakking of na te zijn overgepakt worden uitgevoerd.

3. De aanvaarding door de douane van de uitvoeraangifte van de in dit artikel bedoelde boter moet in de Lid-Staat waar de boter is uitgeslagen, vóór 1 december 1986 geschieden.

Artikel 12

1. De overeenkomstig deze verordening verkochte boter kan na verwerking worden uitgevoerd.

2. In dit geval moet de offerte:

- de hoeveelheid aangeven van de verkochte boter die zal worden verwerkt,

- de toezegging bevatten, dat voordat de boter wordt afgehaald, de bevoegde autoriteiten opgave zal worden gedaan van de bedrijven waarin de verwerking zal geschieden en die te dien einde door de Lid-Staat op het grondgebied waarvan de verwerking zal plaatsvinden, zijn geregistreerd.

3. De boter wordt door het interventiebureau geleverd in verpakkingen waarop in duidelijk zichtbare en leesbare letters ten mindste één van de volgende vermeldingen is aangebracht:

- Smoer til forarbejdning - forordning (EOEF) nr. 765/86,

- zur Verarbeitung bestimmte Butter - Verordnung (EWG) Nr. 765/86,

- Voýtyro poy proorízetai gia metapoíisi - kanonismós (EOK) arith. 765/86,

- Butter for processing - Regulation (EEC) No 765/86,

- Mantequilla destinada a la transformación - Reglamento (CEE) no 765/86,

- Beurre destiné à la transformation - règlement (CEE) no 765/86,

- Burro destinato alla trasformazione - regolamento (CEE) n. 765/86,

- Boter voor verwerking - Verordening (EEG) nr. 765/86,

- Manteiga destinada à transformação - Regulamento (CEE) nº 765/86.

4. De totale in lid 2, eerste streepje, bedoelde hoeveelheid boter wordt in de in lid 2 bedoelde bedrijven verwerkt tot een produkt met een melkvetgehalte van meer dan 99,5 gewichtspercenten.

5. Aan het aldus verkregen produkt kan een verklikstof worden toegevoegd, behalve wanneer deze toevoeging door het land van invoer uitdrukkelijk verboden is. De Lid-Staten kunnen de verklikstof kiezen uit die welke gewoonlijk in de handel worden gebruikt en delen de Commissie mede welke verklikstof gebruikt is alsmede de hoeveelheid die aan het betrokken produkt is toegevoegd.

6. De in lid 5 bedoelde behandeling wordt uitgevoerd in hetzelfde bedrijf als de in lid 4 bedoelde.

7. De aanvaarding door de douane van de uitvoeraangifte van de overeenkomstig dit artikel verwerkte boter moet in de Lid-Staat waar de boter is verwerkt, vóór 1 december 1986 geschieden.

8. Vanaf de overneming van de boter en tot de uitvoer van het eindprodukt worden de in artikel 11 bedoelde boter en overeenkomstig de leden 4 en 5 verwerkte produkten onder douanecontrole geplaatst of onderworpen aan een administratieve controle die gelijkwaardige waarborgen biedt.

Artikel 13

De bevoegde autoriteit van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan de in artikel 12 bedoelde verwerking plaatsvindt, draagt zorg voor de controle op de verwerkingsverrichtingen.

De controlekosten zijn voor rekening van de betrokken handelaar.

Artikel 14

Bij de aanvaarding door de douane van de in het kader van deze verordening verrichte aangifte ten uitvoer worden uitvoercertificaten met vaststelling vooraf van de restitutie als bedoeld in artikel 9, lid 2, vereist.

Artikel 15

De termijn voor uitvoer naar het betrokken land van bestemming verstrijkt uiterlijk op 30 november 1986.

Artikel 16

1. Behalve in geval van overmacht wordt de in artikel 7, lid 2, bedoelde zekerheid verbeurd naar rata van de hoeveelheden waarvoor het in artikel 13, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 1687/76 bedoelde bewijs niet is geleverd binnen de termijn van twaalf maanden, te rekenen vanaf de datum van aanvaarding van de aangifte ten uitvoer.

Wanneer evenwel de bewijzen binnen achttien maanden na de bovengenoemde termijn worden geleverd, wordt 85 % van de zekerheid terugbetaald.

2. De bepalingen van Verordening (EEG) nr. 1687/76 zijn van toepassing vanaf de datum van de afhaling tenzij in deze verordening uitdrukkelijk anders is bepaald.

De in de vakken 104 en 106 van het controle-exemplaar aan te brengen bijzondere vermeldingen zijn de in de bijlage, deel I, punt 21, en deel II, punt 37, van Verordening (EEG) nr. 1687/76 opgenomen vermeldingen. Artikel 17

1. Aan deel I van de bijlage van Verordening (EEG) nr. 1687/76 »Produkten voor uitvoer in de staat waarin zij uit de interventievoorraad zijn uitgeslagen", wordt het hiernavolgende punt alsmede de erop betrekking hebbende voetnoot, toegevoegd:

»21. Verordening (EEG) nr. 765/86 van de Commissie van 14 maart 1986 houdende nadere regels voor de verkoop van boter uit interventievoorraden voor uitvoer naar bepaalde bestemmingen (21);

(21) PB nr. L 72 van 15. 3. 1986, blz. 11.".

2. Aan deel II van de bijlage van Verordening (EEG) nr. 1687/76 »Produkten waarvoor een ander gebruik en/of bestemming is voorgeschreven dan vermeld onder I", wordt het hiernavolgende punt alsmede de erop betrekking hebbende voetnoot toegevoegd:

»37. Verordening (EEG) nr. 765/86 van de Commissie van 14 maart 1986 houdende nadere regels voor de verkoop van boter uit interventievoorraden voor uitvoer naar bepaalde bestemmingen (37);

a) bij verzending van voor verwerking bestemde boter:

- vak 104:

- til forarbejdning og senere eksport - forordning (EOEF) nr. 765/86,

- zur Verarbeitung und spaeteren Ausfuhr bestimmt - Verordnung (EWG) Nr. 765/86,

- proorizómeno gia metapoíisi kai gia metépeita exagogí - kanonismós (EOK) arith. 765/86,

- intended for processing and, subsequently, export - Regulation (EEC) No 765/86,

- destinada a la transformación y exportación posterior - Reglamento (CEE) no 765/86,

- destiné à la transformation et à l'exportation - règlement (CEE) no 765/86,

- destinato alla trasformazione e alla successiva esportazione - regolamento (CEE) n. 765/86,

- bestemd om te worden verwerkt en vervolgens te worden uitgevoerd - Verordening (EEG) nr. 765/86,

- destinada à transformação e à exportação posterior - Regulamento (CEE) nº 765/86.

- vak 106:

uiterste datum voor de afhaling van de boter;

b) bij uitvoer van het eindprodukt:

- vak 104:

- til eksport - forordning (EOEF) nr. 765/86,

- zur Ausfuhr bestimmt - Verordnung (EWG) Nr. 765/86,

- proorizómeno gia exagogí - kanonismós (EOK) arith. 765/86,

- intended for export - Regulation (EEC) No 765/86,

- destinada a la exportación - Reglamento (CEE) no 765/86,

- destiné à l'exportation - règlement (CEE) no 765/86,

- destinato all'esportazione - regolamento (CEE) n. 765/86,

- bestemd voor uitvoer - Verordening (EEG) nr. 765/86,

- destinado à exportação - Regulamento (CEE) nº 765/86.

- vak 106:

- uiterste datum voor de afhaling van de boter,

- het gewicht van de boter die is gebruikt voor de vervaardiging van de hoeveelheid eindprodukt als aangegeven in vak 103.

(37) PB nr. L 72 van 15. 3. 1986, blz. 11.".

Artikel 18

De Lid-Staten doen de Commissie onverwijld opgave van de hoeveelheden boter waarvoor op grond van deze verordening:

- een verkoopcontract is gesloten,

- afhaling heeft plaatsgevonden,

- verwerking is geschied.

Artikel 19

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 14 maart 1986.

Voor de Commissie

Frans ANDRIESSEN

Vice-Voorzitter

(1) PB nr. L 148 van 28. 6. 1968, blz. 13.

(2) PB nr. L 362 van 31. 12. 1985, blz. 8.

(3) PB nr. L 164 van 24. 6. 1985, blz. 11.

(4) PB nr. L 51 van 28. 2. 1986, blz. 1.

(5) PB nr. L 169 van 18. 7. 1968, blz. 1.

(6) PB nr. L 367 van 31. 12. 1985, blz. 5.

(7) PB nr. L 190 van 14. 7. 1976, blz. 1.

(8) PB nr. L 62 van 5. 3. 1986, blz. 10.

(1) PB nr. L 272 van 26. 9. 1981, blz. 19.

(2) PB nr. L 164 van 24. 6. 1985, blz. 6.

(3) PB nr. L 349 van 27. 12. 1985, blz. 1.

BIJLAGE

Bestemmingen

Zone C 2 (1)

India

Pakistan

(1) Zoals vermeld in de bijlage van Verordening (EEG) nr. 1098/68, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2283/81.