|
Publicatieblad |
NL Serie C |
|
C/2024/1981 |
18.3.2024 |
Advies van het Europees Comité van de Regio’s over de EU-gehandicaptenkaart en -parkeerkaart voor personen met een handicap
(C/2024/1981)
|
I. AANBEVELINGEN VOOR WIJZIGINGEN
Wijzigingsvoorstel 1
Artikel 2, lid 2 (nieuwe alinea toevoegen)
|
Door de Europese Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
|
|
Deze richtlijn is onder de volgende voorwaarden van toepassing op de in artikel 2, lid 2, onder b) en c) bedoelde prestaties en sociale bijstand:
|
Motivering
Volgens dit voorstel zouden de bepalingen in kwestie in een beperkt aantal gevallen wel van toepassing zijn op bepaalde groepen. Zo zou een uitzondering worden gemaakt voor studenten, werknemers en deelnemers aan het EU-mobiliteitsprogramma met een handicap wat betreft 2.2 b) en c), maar niet wat betreft a), waaronder waarschijnlijk het merendeel van de sociale uitkeringen voor mensen met een handicap valt. Dit is een evenwichtige benadering, waarmee zowel de hoofddoelstelling van de richtlijn behouden blijft als een oplossing wordt geboden voor de problemen in verband met de toegang tot socialezekerheidsuitkeringen en de druk die daaruit kan voortvloeien voor de socialezekerheidsstelsels en dus de lokale en regionale overheden. Tegelijkertijd wordt getracht tegemoet te komen aan het pleidooi van maatschappelijke organisaties voor het verlenen van tijdelijke toegang tot de voordelen die verbonden zijn aan de EU-gehandicaptenkaart en -parkeerkaart.
Wijzigingsvoorstel 2
Artikel 5, lid 1
|
Door de Europese Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
|
De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat houders van een Europese gehandicaptenkaart bij een reis naar of een bezoek aan een andere lidstaat dan hun lidstaat van verblijf toegang tot alle bijzondere voorwaarden of voorkeursbehandelingen bij de in artikel 2, lid 1, bedoelde diensten, activiteiten en faciliteiten krijgen onder dezelfde voorwaarden als personen met een handicap die houder zijn van een gehandicaptencertificaat, een gehandicaptenkaart of een ander officieel document waarin hun gehandicaptenstatus in die lidstaat wordt erkend. |
De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat houders van een Europese gehandicaptenkaart bij een reis naar of een bezoek aan een andere lidstaat dan hun lidstaat van verblijf toegang tot alle bijzondere voorwaarden of voorkeursbehandelingen bij de in artikel 2, lid 1, bedoelde diensten, activiteiten en faciliteiten of de in artikel 2, lid 3, bedoelde situaties krijgen onder dezelfde voorwaarden als personen met een handicap die houder zijn van een gehandicaptencertificaat, een gehandicaptenkaart of een ander officieel document waarin hun gehandicaptenstatus in die lidstaat wordt erkend. |
Motivering
Houdt verband met wijzigingsvoorstel 1, dat betrekking heeft op artikel 2.
Wijzigingsvoorstel 3
Artikel 6, lid 4
|
Door de Europese Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
|
De Europese gehandicaptenkaart wordt direct of op aanvraag van de persoon met een handicap afgegeven of verlengd door de lidstaat van verblijf. De kaart wordt afgegeven en verlengd binnen dezelfde termijn die in de toepasselijke nationale wetgeving is vastgesteld voor de afgifte van gehandicaptencertificaten, gehandicaptenkaarten of andere officiële documenten waarin de gehandicaptenstatus van een persoon met een handicap wordt erkend. |
De Europese gehandicaptenkaart wordt direct of op aanvraag van de persoon met een handicap afgegeven of verlengd door de lidstaat van verblijf. De kaart wordt gratis afgegeven en verlengd binnen een redelijke termijn, d.w.z. uiterlijk 60 dagen na de datum van de aanvraag, mits de handicap al officieel volgens het nationale recht is erkend. |
Motivering
Om de verbeteringen die met de Europese gehandicaptenkaart en de parkeerkaart mogelijk worden ook daadwerkelijk tot stand te brengen, moeten beide kaarten binnen een redelijke termijn afgegeven en verlengd worden. Bovendien mogen kaarthouders niet met bijkomende kosten worden opgezadeld. Er zij echter op gewezen dat de handicapbeoordeling overeenkomstig de nationale voorschriften cruciaal is voor de beoogde periode van 60 dagen voor de afgifte en vernieuwing van beide kaarten, en dat uitzonderingen voor de beoordelingsperiode in aanmerking moeten worden genomen.
Wijzigingsvoorstel 4
Artikel 6, lid 4 (nieuwe alinea toevoegen)
|
Door de Europese Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
|
|
De lidstaten zorgen ervoor dat personen met een handicap of aangewezen vertegenwoordigers die namens hen en met hun instemming optreden, beroep kunnen aantekenen tegen een besluit van de bevoegde autoriteiten met betrekking tot de afgifte, verlenging of intrekking van een Europese gehandicaptenkaart. |
Motivering
Hiermee wordt beoogd om de zelfbeschikking van personen met een handicap duidelijker tot uiting te laten komen en te benadrukken dat zij toegang hebben tot dezelfde rechtsinstrumenten als mensen zonder handicap.
Wijzigingsvoorstel 5
Artikel 9
|
Door de Europese Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
|
Motivering
Bedoeling is om via dit wijzigingsvoorstel duidelijk te maken dat lokale en regionale overheden een sleutelrol spelen bij de implementatie van de Europese gehandicaptenkaart en de parkeerkaart en daarom uitgebreider zouden moeten worden geraadpleegd. Daarnaast hebben zij tot taak hun doelgroepen op toegankelijke wijze te informeren over de gehandicaptenkaart en de parkeerkaart, in het licht van het feit dat zij dagelijks met mensen met een handicap te maken hebben. Belangrijk is ook om ervoor te zorgen dat lokale en regionale overheden in dit verband niet met bijkomende financiële uitdagingen worden geconfronteerd, maar door het Europese niveau worden ondersteund.
Wijzigingsvoorstel 6
Artikel 11, lid 4
|
Door de Europese Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
|
Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven. |
Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven. Ook raadpleegt ze personen met een handicap en hun vertegenwoordigende organisaties, alsmede relevante administratieve uitvoeringsautoriteiten op lokaal en regionaal niveau . |
Motivering
Met dit wijzigingsvoorstel wordt beoogd ervoor te zorgen dat degenen voor wie de richtlijn is bedoeld, inspraak krijgen en toezicht kunnen uitoefenen. Via directe participatie kunnen personen met een handicap rechtstreeks hun deskundigheid en ervaringen inbrengen teneinde tot inclusievere wetgeving te komen. Daarnaast beschikken ook lokale en regionale overheden over heel wat ervaring, want de meeste kwesties betreffende personen met een handicap worden op hun politieke niveau behandeld.
Wijzigingsvoorstel 7
Artikel 12, lid 1
|
Door de Europese Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
|
De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011. |
De Commissie wordt bijgestaan door een comité en zorgt voor een betekenisvolle participatie van representatieve organisaties van personen met een handicap . Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011. |
Motivering
Met dit wijzigingsvoorstel wordt tegemoetgekomen aan een verzoek van diverse stakeholders die personen met een handicap vertegenwoordigen.
Wijzigingsvoorstel 8
Artikel 15
|
Door de Europese Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
[…] |
[…] |
Wijzigingsvoorstel 9
Artikel 16, lid 4
|
Door de Europese Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
|
De Commissie houdt in haar verslag rekening met de standpunten van personen met een handicap, economisch belanghebbenden en betrokken niet-gouvernementele organisaties, waaronder organisaties die personen met een handicap vertegenwoordigen. |
De Commissie houdt in haar verslag rekening met de standpunten van personen met een handicap, uitvoerende lokale en regionale overheden, economisch belanghebbenden en betrokken niet-gouvernementele organisaties, waaronder organisaties die personen met een handicap vertegenwoordigen. |
II. BELEIDSAANBEVELINGEN
HET EUROPEES COMITÉ VAN DE REGIO’S
|
1. |
is ingenomen met het initiatief van de Europese Commissie om een gemeenschappelijk gestandaardiseerd model voor de Europese gehandicaptenkaart en de Europese parkeerkaart voor personen met een handicap vast te stellen. Volgens het CvdR is dit een doeltreffende maatregel met het oog op de waarborging van vrij verkeer met de grootst mogelijke zelfstandigheid voor personen met een handicap en het recht op gelijke behandeling en gelijke kansen waar het gaat om de toegang tot goederen en diensten die voor het publiek beschikbaar zijn. |
|
2. |
De doelstellingen van dit initiatief kunnen volgens het CvdR niet voldoende op nationaal niveau worden verwezenlijkt, want er wordt specifiek mee beoogd Europese kaarten in te voeren waarmee personen met een handicap hun recht op parkeergelegenheid en gereserveerde plaatsen kunnen doen gelden of een andere voorkeursbehandeling kunnen krijgen wanneer zij in een andere lidstaat dan hun land van verblijf gebruikmaken van diensten, activiteiten of inhoud. Gezien de omvang en de gevolgen van de maatregel kan deze beter op EU-niveau ten uitvoer worden gelegd. Het initiatief strookt dan ook met het subsidiariteitsbeginsel. |
|
3. |
De nieuwe richtlijn moet in overeenstemming worden gebracht met de uitgebreide beginselen die het CvdR heeft vastgelegd in zijn advies over de “Strategie inzake de rechten van personen met een handicap” (1). Belangrijk is ook een totaalaanpak te hanteren om ervoor te zorgen dat het nieuwe initiatief niet alleen haalbaar is, maar ook gebaseerd is op bredere overwegingen rond toegankelijkheid, autonomie en gelijke kansen voor personen met een handicap. |
|
4. |
Het CvdR is ook ingenomen met het afzonderlijke Commissievoorstel COM(2023) 698 final, bedoeld om de richtlijn uit te breiden tot onderdanen van derde landen die legaal in een lidstaat verblijven. Deze uitbreiding is niet alleen nodig om discriminatie tussen EU-burgers en onderdanen van derde landen die in de Europese Unie verblijven te voorkomen, maar ook om ervoor te zorgen dat degenen die de Europese gehandicaptenkaart en de Europese parkeerkaart nodig hebben, er gelijke toegang toe hebben. |
|
5. |
De richtlijn in kwestie is niet bedoeld om de verschillende criteria, voorwaarden of beoordelingsprocedures voor het verkrijgen van de status van personen met een handicap te harmoniseren, maar laat deze bevoegdheid over aan de lidstaten, conform het subsidiariteitsbeginsel. |
|
6. |
Het CvdR juicht het toe dat het model gelijke toegang tot specifieke voorwaarden of voorkeursbehandelingen waarborgt voor alle personen met een handicap die houder zijn van een Europese gehandicaptenkaart of een Europese parkeerkaart, en dat informatie wordt verstrekt in toegankelijke formaten overeenkomstig de desbetreffende vereisten van bijlage I bij Richtlijn (EU) 2019/882 van het Europees Parlement en de Raad (2). |
|
7. |
Het CvdR is van mening dat de gemeenschappelijke gestandaardiseerde modellen voor de Europese gehandicaptenkaart en de Europese parkeerkaart in dit voorstel niet verder gaan dan wat noodzakelijk en evenredig is om de rechten van personen met een handicap te doen gelden wat betreft het vrije verkeer en het recht op gelijke behandeling en gelijke kansen met betrekking tot de toegang tot diensten en activiteiten in de EU. |
|
8. |
Aangezien er in de lidstaten verschillende procedures en regelingen gelden om voor een voorkeursbehandeling in aanmerking te komen, moet het toepassingsgebied van deze richtlijn nauwkeurig worden afgebakend. Voorts is het zaak om de diensten en activiteiten die onder deze richtlijn vallen en die moeten worden onderscheiden van diensten en activiteiten op het gebied van sociale zekerheid, sociale bescherming of sociale bijstand die niet onder deze richtlijn vallen, duidelijk te omschrijven. |
|
9. |
Het CvdR zou graag zien dat de Europese gehandicaptenkaart ook geldt voor socialezekerheidsdiensten tijdens overgangsperioden wanneer personen met een handicap naar een andere lidstaat zijn verhuisd om er te studeren of omdat ze er een baan hebben gekregen. Deze uitbreiding wordt niet alleen voorgesteld voor de periode tot het moment waarop de nieuwe lidstaat vaststelt dat de betrokkene volwaardig recht heeft op de kaart, maar ook voor korte periodes van verblijf, waarbij te denken valt aan uitwisselingen van jongeren/studenten, stages, beroepsopleiding enz. Dit is van cruciaal belang, want personen met een handicap die naar een ander land verhuizen, stuiten vaak op tekortkomingen in de socialezekerheidsrechten. Uitbreiding van de werkingssfeer van de kaart zorgt ervoor dat personen met een handicap op dit vlak niet langer worden benadeeld, dat ze rechtvaardig worden behandeld en dat ze volledig gebruik kunnen maken van hun recht op vrij verkeer, een van de vier fundamentele vrijheden waarop de EU is gebaseerd en die het beginsel van gelijke behandeling impliceert. |
|
10. |
Lokale en regionale overheden, met name die van toeristische bestemmingen, zijn belangrijk om de richtlijn doeltreffend ten uitvoer te leggen. Dit hangt ook af van hun bevoegdheden, die bijvoorbeeld betrekking kunnen hebben op het beschikbaar stellen van adequate parkeerruimte, het controleren van de toegang tot diensten, activiteiten en faciliteiten voor kaarthouders, het uitvoeren van regelmatige controles ter voorkoming van misbruik enz. |
|
11. |
Lokale en regionale overheden spelen een belangrijke rol bij het aanbieden van opleidingsprogramma’s voor burgers, met name mensen met een handicap, om hen te informeren over hun rechten en mogelijkheden als kaarthouder, maar ook voor ambtenaren, personeel en particuliere entiteiten. Dit is vooral belangrijk voor toeristische bestemmingen en de producten en diensten die er in verband met het toerisme worden aangeboden (bv. door aanbesteders, gezondheidswerkers, medewerkers in de civiele bescherming, toeristengidsen, touroperators, vervoerders enz.). |
|
12. |
Het CvdR acht het vooral belangrijk dat er personeel wordt opgeleid om de juistheid van parkeerbewijzen op voertuigen te controleren en dat alle nodige maatregelen worden genomen om misbruik van de Europese parkeerkaart door niet-gehandicapte chauffeurs tegen te gaan. Vanuit het oogpunt van misdaadpreventie is dit een lovenswaardig voorstel, aangezien de EU grote problemen heeft met onder meer misbruik, diefstal en vervalsing van deze kaarten. Met een systeem voor het uitwisselen van informatie tussen de lidstaten kan dit worden tegengegaan. |
|
13. |
Lokale en regionale overheden moeten nauw en voortdurend samenwerken met dienstverleners. Ook dient in aanmerking te worden genomen dat zij belangrijk zijn om feedback te verzamelen, om maatregelen te nemen waardoor de kaarten doeltreffender en nuttiger worden, en om beste praktijken betreffende het gebruik van de kaarten onder de aandacht te brengen. |
|
14. |
Het CvdR benadrukt dat de Europese gehandicaptenkaart een aanvulling moet vormen op het bewijs van de gehandicaptenstatus dat apart en op nationaal niveau wordt afgegeven, en dat de afgifte van de kaart, die in zowel fysieke als elektronische vorm kan worden aangevraagd, kosteloos moet zijn voor alle gebruikers. Dit kader betreft het bewijs van de gehandicaptenstatus in alle lidstaten. |
|
15. |
Het CvdR onderschrijft dat het een verplichting is om het recht op privacy en op de bescherming van persoonsgegevens volledig te eerbiedigen en om te waarborgen dat persoonsgegevens verwerkt worden overeenkomstig de algemene verordening gegevensbescherming (AVG) (3), met bijzondere aandacht voor de vertrouwelijkheid van informatie over het soort handicap. |
|
16. |
Belangrijk is dat de richtlijn snel wordt geïmplementeerd, dat er nauw wordt samengewerkt met alle betrokken stakeholders en dat alle systemen en registers die er in de lidstaten bestaan geïntegreerd worden. Doel hiervan is de bruikbaarheid van beide kaarten te bevorderen in situaties waarin een handicap gekoppeld is aan specifieke rechten, en zo de administratieve lasten voor overheden, met inbegrip van lokale en regionale instanties, te verminderen. Zo kan de niet-erkenning van de gehandicaptenstatus bijvoorbeeld leiden tot rechtsonzekerheid met betrekking tot gelijke behandeling en de toegang tot goederen en diensten tijdens reizen. |
|
17. |
Het nieuwe gemeenschappelijke model van de Europese parkeerkaart moet snel worden ingevoerd. Veel personen met een handicap maken namelijk gebruik van een particulier voertuig, omdat dit het voordeligste middel of zelfs de enige manier is om zich zelfstandig te kunnen verplaatsen. |
|
18. |
De EU zou lokale en regionale overheden financieel moeten helpen bij de aanschaf van digitale instrumenten voor de invoering van de Europese gehandicaptenkaart op lokaal en regionaal niveau, want niet alle lokale en regionale overheden in de EU hebben een digitaal register van personen met een handicap opgezet of hebben digitale instrumenten tot hun beschikking. |
|
19. |
Het CvdR dringt er bij lokale en regionale overheden op aan actief te zoeken naar Europese en nationale fondsen ter ondersteuning van aanzienlijke investeringen om infrastructuurvoorzieningen — zoals toegankelijke hellingen en liften — te verbeteren en aan te passen, zodat de uitvoering en verdere ontwikkeling van projecten die de toegankelijkheid voor personen met een handicap ten goede komen, wordt gewaarborgd. Het gaat er hierbij ook om dat de bruikbaarheid en relevantie van de kaart rechtstreeks worden verbeterd door de zichtbaarheid te vergroten en openbare gebouwen en diensten toegankelijker te maken voor mensen met een handicap. |
|
20. |
Het CvdR vindt dat er minimumnormen inzake de toegankelijkheid voor personen met een handicap op Europees, nationaal en regionaal niveau moeten worden vastgesteld. Eveneens belangrijk is dat de kaarten in het dagelijks leven zichtbaar zijn. Dit wordt positief beïnvloed door verschillende activiteiten op lokaal en regionaal niveau. Uiteindelijk doel is de levenskwaliteit van personen met een handicap te verbeteren door ervoor te zorgen dat de kaarten gebruikt kunnen worden voor openbare diensten zoals vervoer en culturele evenementen, door lokale ambtenaren voor te lichten over het belang en het gebruik van de kaarten enz. |
|
21. |
Voor lokale overheden is een belangrijke rol weggelegd om de kaarten te promoten en bekender te maken. Dit kan worden bereikt door middel van allerlei campagnes om het algemene publiek, potentiële gebruikers en dienstverleners bewust te maken van het bestaan van de kaarten. Dergelijke campagnes moeten in alle EU-talen worden gevoerd en in eenvoudige formaten worden gegoten voor zowel lezers als gebruikers van gebarentaal, waarbij de hoogste normen (AAA) uit de richtsnoeren inzake toegankelijkheid van webinhoud in acht dienen te worden genomen. De campagnes moeten gaan over het bestaan van de kaarten en over de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om de kaarten te verkrijgen, te gebruiken en te verlengen. |
Brussel, 31 januari 2024.
De voorzitter van het Europees Comité van de Regio's
Vasco ALVES CORDEIRO
(1) PB C 300 van 27.7.2021, blz. 24.
(2) Richtlijn (EU) 2019/882 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de toegankelijkheidsvoorschriften voor producten en diensten (PB L 151 van 7.6.2019, blz. 70).
(3) Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/1981/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)