82/341/EEG: Beschikking van de Commissie van 7 mei 1982 houdende machtiging van de Bondsrepubliek Duitsland om zaaizaad van zomertarwe dat niet aan de eisen van Richtlijn 66/402/EEG van de Raad voldoet tijdelijk tot de handel toe te laten
Publicatieblad Nr. L 153 van 03/06/1982 blz. 0032 - 0032
***** BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 7 mei 1982 houdende machtiging van de Bondsrepubliek Duitsland om zaaizaad van zomertarwe dat niet aan de eisen van Richtlijn 66/402/EEG van de Raad voldoet tijdelijk tot de handel toe te laten (82/341/EEG) DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Richtlijn 66/402/EEG van de Raad van 14 juni 1966 betreffende het in de handel brengen van zaaigranen (1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 81/561/EEG (2), en met name op artikel 17, Gezien het verzoek van de Bondsrepubliek Duitsland, Overwegende dat in Duitsland de produktie van zaad van zomertarwe dat aan de eisen van Richtlijn 66/402/EEG voldoet, in 1981 niet toereikend was om in de behoeften van dit land te voorzien; Overwegende dat in deze behoeften niet in voldoende mate kan worden voorzien met zaad uit de overige Lid-Staten of zelfs uit derde landen dat aan alle in genoemde richtlijn gestelde eisen voldoet; Overwegende dat derhalve de Bondsrepubliek Duitsland moet worden gemachtigd om voor een periode eindigend op 30 april 1982 gecertificeerd zaad van rassen die niet in de gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen of in de rassenlijsten van de Lid-Staten zijn opgenomen, of »handelszaad" van voornoemd gewas tot de handel toe te laten; Overwegende dat het bovendien dienstig is de overige Lid-Staten die in de behoeften van de Bondsrepubliek Duitsland kunnen voorzien met zaad dat niet aan de eisen van voornoemde richtlijn voldoet, te machtigen dit zaad tot de handel toe te laten, mits het voor Duitsland bestemd is; Overwegende dat de in deze beschikking vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Permanent Comité voor teeltmateriaal voor land-, tuin- en bosbouw, HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN: Artikel 1 De Bondsrepubliek Duitsland wordt gemachtigd om voor een periode eindigend op 30 april 1982 ten hoogste 6 500 ton zaad van zomertarwe (Triticum aestivum L. emend. Fiori et Paol.) van de categorie »gecertificeerd zaad" van rassen die niet in de gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen of in de rassenlijsten van de Lid-Staten zijn opgenomen, of van de categorie »handelszaad", op zijn grondgebied tot de handel toe te laten. Op het officiële etiket moet de vermelding voorkomen: »Uitsluitend bestemd voor Duitsland". Artikel 2 De overige Lid-Staten worden gemachtigd om, met inachtneming van de in artikel 1 gestelde voorwaarden, ten hoogste 6 500 ton zaad van zomertarwe op hun grondgebied toe te laten, mits het uitsluitend bestemd is voor Duitsland. Op het officiële etiket moet de vermelding voorkomen: »Uitsluitend bestemd voor Duitsland". Artikel 3 De Lid-Staten delen vóór 31 augustus 1982 aan de Commissie mede hoeveel zaad op grond van deze beschikking op hun grondgebied in de handel is gebracht. De Commissie stelt de andere Lid-Staten daarvan in kennis. Artikel 4 Deze beschikking is gericht tot de Lid-Staten. Gedaan te Brussel, 7 mei 1982. Voor de Commissie Poul DALSAGER Lid van de Commissie (1) PB nr. 125 van 11. 7. 1966, blz. 2309/66. (2) PB nr. L 203 van 23. 7. 1981, blz. 52.