11.1.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 8/13


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 8 januari 2008

betreffende een ontwerp-verordening van de Helleense Republiek inzake de etikettering van bakkerijproducten van diepvriesdeeg

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 6750)

(Slechts de tekst in de Griekse taal is authentiek)

(2008/35/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 maart 2000 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgeving der lidstaten inzake de etikettering en presentatie van levensmiddelen alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame (1), en met name op de artikelen 19 en 20,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig de procedure van artikel 19, tweede alinea, van Richtlijn 2000/13/EG hebben de Griekse autoriteiten de Commissie op 15 mei 2007 in kennis gesteld van een ontwerp-verordening inzake specifieke bepalingen betreffende de verplichte etikettering van bakkerijproducten van diepvriesdeeg.

(2)

Krachtens het meegedeelde ontwerp moeten in de etikettering van bakkerijproducten van diepvriesdeeg de productiedatum en de oorsprong van het diepvriesdeeg worden vermeld.

(3)

Overeenkomstig artikel 19, tweede alinea, van Richtlijn 2000/13/EG heeft de Commissie overleg gepleegd met de lidstaten in het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid.

(4)

Richtlijn 2000/13/EG bevat bepalingen betreffende de vermelding in de etikettering van de oorsprong van levensmiddelen (artikel 3, lid 1, punten 7 en 8) en van de datumaanduidingen voor levensmiddelen (artikel 9, lid 5). Overeenkomstig die voorschriften dienen de gegevens betreffende de plaats van oorsprong of herkomst van een levensmiddel slechts in de etikettering van een levensmiddel te worden vermeld indien het weglaten daarvan de consument zou kunnen misleiden aangaande de werkelijke oorsprong of herkomst van het levensmiddel (artikel 3, lid 1, punt 8).

(5)

De verplichte vermelding in de etikettering van het land van oorsprong van het diepvriesdeeg zou een extra last zijn voor levensmiddelenbedrijven die brood met deeg uit een andere EU-lidstaat produceren. Daardoor zou een belemmering voor het vrije verkeer van goederen ontstaan en zou de goede werking van de interne markt in het gedrang komen. De gevallen waarin niet-geharmoniseerde nationale bepalingen inzake etikettering en presentatie van bepaalde levensmiddelen of van levensmiddelen in het algemeen kunnen worden aanvaard, zijn exhaustief opgesomd in artikel 18, lid 2, van Richtlijn 2000/13/EG. Dergelijke maatregelen zijn alleen toelaatbaar ter bescherming van de volksgezondheid of als zij gerechtvaardigd zijn met het oog op het tegengaan van misleiding, de bescherming van de industriële en commerciële eigendom, de aanduidingen van herkomst en oorsprong, alsmede het tegengaan van oneerlijke concurrentie.

(6)

De Griekse kennisgeving houdt verband met hygiënische redenen en bijgevolg met de bescherming van de volksgezondheid. In de Griekse kennisgeving wordt er geen rekening mee gehouden dat er gemeenschappelijke voorschriften inzake levensmiddelenhygiëne bestaan, met name Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne (2). In de Griekse kennisgeving worden geen bewijzen verstrekt waaruit blijkt dat de meegedeelde maatregelen noodzakelijk zijn om een hoger niveau van bescherming van de volksgezondheid te bereiken.

(7)

Overeenkomstig artikel 9, lid 5, vijfde streepje, van Richtlijn 2000/13/EG is de vermelding van de houdbaarheidsdatum niet vereist voor broodbakkerij- of banketbakkerijproducten, onder voorbehoud van de communautaire bepalingen waarbij andere datumaanduidingen worden voorgeschreven. De communautaire wetgeving bevat, afgezien van de vrijstelling van bakkerijproducten wat de vermelding van de houdbaarheidsdatum betreft, geen voorschriften inzake andere datumaanduidingen.

(8)

De verplichte vermelding van de productiedatum van het diepvriesdeeg in de etikettering zou met name gelden voor producten uit andere lidstaten die pas in de handel kunnen worden gebracht nadat zij een verduurzamingsproces zoals diepvriezen hebben ondergaan. Deze verplichting vormt dan ook een mogelijke belemmering voor het vrije verkeer van goederen en brengt de goede werking van de interne markt in het gedrang.

(9)

Volgens de jurisprudentie moeten de bevoegde nationale autoriteiten aantonen dat de ontwerp-maatregelen enerzijds noodzakelijk zijn om het beoogde doel te verwezenlijken en anderzijds voldoen aan het evenredigheidsbeginsel (cf. arrest van 30 november 1983, Van Bennekom, zaak 227/82, Jurispr. 1983, blz. 3883, punt 40, arrest van 13 maart 1997, Morellato, zaak C-358/95, Jurispr. 1997, blz. I-1431, punt 14, en arrest van 8 mei 2003, ATRAL, zaak C-14/02, Jurispr. 2003, blz. I-4431, punt 67).

(10)

De meegedeelde maatregelen zouden, indien zij eenzijdig en zonder onderscheid door de Helleense Republiek werden toegepast, hoogstwaarschijnlijk het intracommunautaire handelsverkeer in onevenredige mate belemmeren. Producenten of bedrijven die deeg uit andere lidstaten verwerken, zouden daardoor worden verplicht een specifieke etikettering aan te brengen.

(11)

De Commissie zal verder besprekingen met de lidstaten voeren met betrekking tot de vermelding van de oorsprong van levensmiddelen in de etikettering.

(12)

Op grond van deze constateringen heeft de Commissie overeenkomstig artikel 19, derde alinea, van Richtlijn 2000/13/EG een negatief advies uitgebracht.

(13)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

De Helleense Republiek wordt verzocht af te zien van de vaststelling van zijn ontwerp-decreet inzake de etikettering van bakkerijproducten van diepvriesdeeg.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot de Helleense Republiek.

Gedaan te Brussel, 8 januari 2008.

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)   PB L 109 van 6.5.2000, blz. 29. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2007/68/EG van de Commissie (PB L 310 van 28.11.2007, blz. 11).

(2)   PB L 139 van 30.4.2004, blz. 1; gerectificeerd in PB L 226 van 25.6.2004, blz. 3.