|
8.6.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 155/42 |
BESLUIT (EU) 2022/895 VAN DE RAAD
van 24 mei 2022
houdende machtiging tot het openen van onderhandelingen namens de Europese Unie over een breed internationaal verdrag inzake de bestrijding van het gebruik van informatie- en communicatietechnologieën voor criminele doeleinden
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 82, leden 1 en 2, en artikel 83, lid 1, in samenhang met artikel 218, leden 3 en 4,
Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 27 december 2019 heeft de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties Resolutie 74/247 aangenomen over de bestrijding van het gebruik van informatie- en communicatietechnologieën voor criminele doeleinden, waarbij werd besloten een open intergouvernementele ad-hoccommissie van deskundigen op te richten die alle regio’s vertegenwoordigt, met als opdracht een breed internationaal verdrag op te stellen inzake bestrijding van het gebruik van informatie- en communicatietechnologieën voor criminele doeleinden. |
|
(2) |
De Unie heeft reeds regels vastgesteld die sommige, maar niet alle elementen die waarschijnlijk in overweging worden genomen om in het breed internationaal verdrag inzake de bestrijding van het gebruik van informatie- en communicatietechnologieën voor criminele doeleinden te worden opgenomen. Bij deze regels gaat het met name om instrumenten op het gebied van materieel strafrecht (1), politiële en justitiële samenwerking in strafzaken (2) en minimumnormen voor procedurele rechten (3), alsook waarborgen inzake gegevensbescherming en privacy (4). Er moet ook rekening worden gehouden met reeds voorgestelde en besproken wetgeving op bijkomende verwante gebieden, voor zover deze voorstellen tot doel hebben de doeltreffendheid van het rechtskader van de Unie te versterken. |
|
(3) |
Daarom kan een breed internationaal verdrag inzake de bestrijding van het gebruik van informatie- en communicatietechnologieën voor criminele doeleinden gevolgen hebben voor bepaalde regels van de Unie of het toepassingsgebied daarvan wijzigen. |
|
(4) |
Om de integriteit van Unierecht te beschermen en te waarborgen dat de regels van het internationaal recht en het recht van de Unie consistent blijven, is het noodzakelijk dat de Commissie, voor aangelegenheden die onder de bevoegdheid van de Unie vallen zoals bepaald door de Verdragen en ten aanzien waarvan de Unie regels heeft vastgesteld,, samen met de lidstaten deelneemt aan de onderhandelingen over een breed internationaal verdrag inzake de bestrijding van het gebruik van informatie- en communicatietechnologieën voor criminele doeleinden. |
|
(5) |
De Raad heeft op 22 maart 2021 conclusies aangenomen over de EU-strategie inzake cyberbeveiliging voor het digitale tijdperk. Daarin herinnerde de Raad eraan dat verschillende punten van de onderhandelingen over een breed internationaal verdrag inzake de bestrijding van het gebruik van informatie- en communicatietechnologieën voor criminele doeleinden betrekking kunnen hebben op het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, door te benadrukken dat de Raad “het Verdrag van Boedapest inzake cybercriminaliteit en de lopende werkzaamheden aan het tweede Aanvullend Protocol bij dat Verdrag [steunt en propageert en] […] voorts [blijft] deelnemen aan multilaterale uitwisselingen over cybercriminaliteit, onder meer inzake processen met betrekking tot de Raad van Europa, het Bureau van de Verenigde Naties voor drugs- en misdaadbestrijding (UNODC) en de Commissie Misdaadpreventie en Strafrecht (CCPCJ), teneinde te streven naar nauwere internationale samenwerking ter bestrijding van cybercriminaliteit, onder meer door uitwisseling van beste praktijken en technische kennis, en om capaciteitsopbouw te ondersteunen, met inachtneming, en ter bevordering en bescherming van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden”. |
|
(6) |
Dit besluit mag geen afbreuk doen aan de in de Verdragen bepaalde verdeling van bevoegdheden tussen de Unie en haar lidstaten, aan de deelname van de lidstaten aan de onderhandelingen over een breed internationaal verdrag inzake de bestrijding van het gebruik van informatie- en communicatietechnologieën voor criminele doeleinden en aan elk later besluit om een dergelijk verdrag te sluiten, te ondertekenen of te bekrachtigen. |
|
(7) |
De onderhandelingsrichtsnoeren in het addendum bij dit besluit zijn gericht tot de Commissie en kunnen indien nodig worden herzien en verder ontwikkeld, afhankelijk van het verloop van de onderhandelingen. |
|
(8) |
Overeenkomstig het beginsel van loyale samenwerking moeten de Commissie en de lidstaten tijdens het onderhandelingsproces nauw samenwerken, onder meer door regelmatige contacten met de deskundigen van de lidstaten en de vertegenwoordigers van de lidstaten in New York en Wenen. |
|
(9) |
De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad en heeft op 18 mei 2022 (5) advies uitgebracht. |
|
(10) |
Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en onverminderd artikel 4 van dat protocol, neemt Ierland niet deel aan de vaststelling van dit besluit en is dit niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat. |
|
(11) |
Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het VEU en het VWEU, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van dit besluit; dit is bijgevolg niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
1. De Commissie wordt gemachtigd om voor aangelegenheden die onder de bevoegdheid van de Unie vallen zoals bepaald door de Verdragen en ten aanzien waarvan de Unie regels heeft vastgesteld, namens de Unie onderhandelingen te openen over een breed internationaal verdrag inzake de bestrijding van het gebruik van informatie- en communicatietechnologieën voor criminele doeleinden.
2. De onderhandelingen worden gevoerd overeenkomstig de in het addendum bij dit besluit opgenomen onderhandelingsrichtsnoeren, die indien nodig herzien en verder ontwikkeld kunnen worden, afhankelijk van het verloop van de onderhandelingen.
Artikel 2
De onderhandelingen worden gevoerd in overleg met de Groep justitiële samenwerking in strafzaken, die wordt aangewezen als het bijzonder comité in de zin van artikel 218, lid 4, VWEU.
De Commissie brengt regelmatig verslag uit aan het in de eerste alinea genoemde bijzonder comité over de uit hoofde van dit besluit ondernomen stappen en raadpleegt het bijzonder comité regelmatig.
Telkens als de Raad daarom verzoekt, brengt de Commissie aan de Raad, onder meer schriftelijk, verslag uit over het verloop en het resultaat van de onderhandelingen.
Voor zover de inhoud van de onderhandelingen onder de bevoegdheid van de Unie en die van haar lidstaten valt, werken de Commissie en de lidstaten gedurende de onderhandelingen intensief samen teneinde te zorgen voor eenheid bij de internationale vertegenwoordiging van de Unie en haar lidstaten.
Artikel 3
Het besluit en het addendum daarbij worden onmiddellijk na de vaststelling ervan openbaar gemaakt.
Artikel 4
Dit besluit is gericht tot de Commissie.
Gedaan te Brussel, 24 mei 2022.
Voor de Raad
De voorzitter
B. LE MAIRE
(1) Richtlijn 2011/93/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 ter bestrijding van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie, en ter vervanging van Kaderbesluit 2004/68/JBZ van de Raad (PB L 335 van 17.12.2011, blz. 1); Richtlijn 2013/40/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 augustus 2013 over aanvallen op informatiesystemen en ter vervanging van Kaderbesluit 2005/222/JBZ van de Raad (PB L 218 van 14.8.2013, blz. 8); Richtlijn (EU) 2019/713 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de bestrijding van fraude met en vervalsing van niet-contante betaalmiddelen en ter vervanging van Kaderbesluit 2001/413/JBZ van de Raad (PB L 123 van 10.5.2019, blz. 18).
(2) Akte van de Raad van 29 mei 2000 tot vaststelling, overeenkomstig artikel 34 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, van de Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie (PB C 197 van 12.7.2000, blz. 1); Verordening (EU) 2018/1727 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust), en tot vervanging en intrekking van Besluit 2002/187/JBZ van de Raad (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 138); Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ, 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad (PB L 135 van 24.5.2016, blz. 53); Kaderbesluit 2002/465/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 inzake gemeenschappelijke onderzoeksteams (PB L 162 van 20.6.2002, blz. 1), Kaderbesluit 2009/948/JBZ van de Raad van 30 november 2009 over het voorkomen en beslechten van geschillen over de uitoefening van rechtsmacht bij strafprocedures (PB L 328 van 15.12.2009, blz. 42); Richtlijn 2014/41/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende het Europees onderzoeksbevel in strafzaken (PB L 130 van 1.5.2014, blz. 1).
(3) Richtlijn 2010/64/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures (PB L 280 van 26.10.2010, blz. 1); Richtlijn 2012/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het recht op informatie in strafprocedures (PB L 142 van 1.6.2012, blz. 1); Richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming (PB L 294 van 6.11.2013, blz. 1); Richtlijn (EU) 2016/1919 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende rechtsbijstand voor verdachten en beklaagden in strafprocedures en voor gezochte personen in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel (PB L 297 van 4.11.2016, blz. 1); Richtlijn (EU) 2016/800 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende procedurele waarborgen voor kinderen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure (PB L 132 van 21.5.2016, blz. 1); Richtlijn (EU) 2016/343 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende de versterking van bepaalde aspecten van het vermoeden van onschuld en van het recht om in strafprocedures bij de terechtzitting aanwezig te zijn (PB L 65 van 11.3.2016, blz. 1).
(4) Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1); Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89); Richtlijn 2009/136/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot wijziging van Richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronischecommunicatienetwerken en -diensten, Richtlijn 2002/58/EG betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie en Verordening (EG) nr. 2006/2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming (PB L 337 van 18.12.2009, blz. 11).
(5) Advies van 18 mei 2022 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).
ADDENDUM
RICHTSNOEREN VOOR DE ONDERHANDELINGEN OVER EEN BREED INTERNATIONAAL VERDRAG INZAKE DE BESTRIJDING VAN HET GEBRUIK VAN INFORMATIE- EN COMMUNICATIETECHNOLOGIEËN VOOR CRIMINELE DOELEINDEN
Wat het onderhandelingsproces betreft, moet de Unie het hiernavolgende nastreven.
|
(1) |
Het onderhandelingsproces is open, inclusief en transparant en gebaseerd op samenwerking te goeder trouw. |
|
(2) |
Het onderhandelingsproces maakt een zinvolle deelname mogelijk van alle relevante belanghebbenden, waaronder vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld, de particuliere sector, de academische wereld en niet-gouvernementele organisaties. |
|
(3) |
De bijdragen die van alle VN-leden worden ontvangen, worden op voet van gelijkheid in aanmerking genomen zodat een inclusief proces gewaarborgd is. |
|
(4) |
Het onderhandelingsproces is gebaseerd op een doeltreffend en realistisch werkprogramma. |
Wat de algemene doelstellingen van de onderhandelingen betreft, moet de Unie het hiernavolgende nastreven.
|
(5) |
Het verdrag waarborgt een hoog niveau van bescherming van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, en is tevens een doeltreffend instrument voor rechtshandhavingsinstanties en justitiële autoriteiten in de wereldwijde strijd tegen cybercriminaliteit, met als doel maatregelen voor een efficiëntere en doeltreffendere preventie en bestrijding van cybercriminaliteit te bevorderen en te versterken, internationale samenwerking aan te moedigen en te vergemakkelijken, een hoog niveau van bescherming van de rechten van slachtoffers te waarborgen, en capaciteitsopbouw en technische bijstand in de strijd tegen cybercriminaliteit te ondersteunen. |
|
(6) |
Het bestaande kader van beproefde internationale en regionale instrumenten en inspanningen, zoals dat tot uitdrukking komt in de Resoluties 74/247 en 75/282 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, wordt ten volle in aanmerking genomen. Het verdrag is derhalve verenigbaar met bestaande internationale instrumenten, met name het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad van 2000 en de bijbehorende protocollen, het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie van 2003, het Verdrag van Boedapest van de Raad van Europa inzake cybercriminaliteit van 2001 en de bijbehorende protocollen, maar ook met andere relevante internationale en regionale instrumenten, met name voor de bescherming van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden. Het verdrag vermijdt gevolgen voor de toepassing van die instrumenten of voor de latere toetreding van een land tot die bestaande instrumenten en, voor zover mogelijk, onnodige doublures. |
|
(7) |
Met de werkzaamheden en resultaten van de open intergouvernementele deskundigengroep voor het uitvoeren van een uitgebreide studie naar cybercriminaliteit, zoals overeengekomen in Resolutie 75/282 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, wordt ten volle rekening gehouden. |
|
(8) |
De bepalingen van het verdrag leiden tot een zo hoog mogelijke bescherming van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden. Het moet voor de EU-lidstaten mogelijk zijn het internationale recht en het EU-recht te eerbiedigen, met inbegrip van de grondrechten, vrijheden en algemene beginselen van het EU-recht, zoals verankerd in de Verdragen van de Europese Unie en het Handvest van de grondrechten. De bepalingen van het verdrag moeten ook verenigbaar zijn met de internationale handelsverplichtingen van de EU en haar lidstaten. |
Wat de inhoud van de onderhandelingen betreft, moet de Unie het hiernavolgende nastreven.
|
(9) |
Het verdrag bevat definities van strafbare feiten die alleen met behulp van computersystemen kunnen worden gepleegd. |
|
(10) |
Mits voldoende voorwaarden en waarborgen worden geboden en een adequate bescherming van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden wordt gewaarborgd, zou het verdrag, als uitzondering op het in punt 9 genoemde beginsel, kunnen voorzien in definities van strafbare feiten die kunnen worden gepleegd zonder gebruik te maken van computersystemen, maar in bepaalde omstandigheden wel mogelijk worden gemaakt door het gebruik van die systemen, zij het alleen in gevallen waarin dat de kenmerken of het effect van de strafbare feiten wezenlijk verandert. |
|
(11) |
De strafbare feiten zijn duidelijk en strikt gedefinieerd op een technologisch neutrale wijze. De definities zijn verenigbaar met die in andere relevante internationale of regionale verdragen, met name op het gebied van cybercriminaliteit, en met internationale mensenrechtennormen en fundamentele vrijheden. |
|
(12) |
Het verdrag voorziet in regels inzake medeplichtigheid aan, aanzetten tot en, in voorkomend geval, poging tot dergelijke strafbare feiten, inzake de aansprakelijkheid van zowel natuurlijke personen als rechtspersonen voor dergelijke strafbare feiten, inzake de vaststelling van rechtsmacht ten aanzien van dergelijke strafbare feiten, en inzake doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties en maatregelen met betrekking tot dergelijke strafbare feiten die verenigbaar zijn met andere relevante internationale of regionale verdragen, met name op het gebied van georganiseerde criminaliteit of cybercriminaliteit, en met internationale mensenrechtennormen. |
|
(13) |
Het verdrag voorziet in strafprocesrechtelijke maatregelen die de autoriteiten in staat stellen cybermisdrijven doeltreffend te onderzoeken, waaronder eventueel, indien er voldoende waarborgen zijn, maatregelen om elektronisch bewijsmateriaal van strafbare feiten te bewaren of te verkrijgen in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of een strafrechtelijke procedure en, indien bovendien de noodzaak en de toegevoegde waarde ervan zijn aangetoond, maatregelen om de opbrengsten van dergelijke misdrijven te bevriezen en te confisqueren, met inachtneming van het evenredigheids-, het legaliteits- en het noodzakelijkheidsbeginsel, de bescherming van de rechten inzake de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en de bescherming van persoonsgegevens. |
|
(14) |
Deze strafprocesrechtelijke maatregelen zijn niet in strijd met andere relevante internationale of regionale verdragen, met name op het gebied van georganiseerde criminaliteit of cybercriminaliteit, en zijn verenigbaar met dergelijke verdragen en met internationale mensenrechtennormen en fundamentele vrijheden. |
|
(15) |
Procedurele maatregelen om elektronisch bewijsmateriaal te bewaren of te verkrijgen, bevatten een duidelijke en enge definitie van het soort gegevens dat daaronder valt. Procedurele maatregelen voor samenwerking met entiteiten uit de particuliere sector zorgen ervoor dat de lasten voor dergelijke entiteiten evenredig zijn en dat deze entiteiten de wetten ter bescherming van de mensenrechten van hun gebruikers volledig eerbiedigen. Het verdrag verschaft aanbieders van onlinediensten (bv. aanbieders van internetdiensten) juridische duidelijkheid in hun contacten met rechtshandhavingsinstanties van de staten die partij zijn bij het verdrag. Procedurele maatregelen voor de verwijdering van illegale inhoud hebben alleen betrekking op illegale inhoud die in het verdrag voldoende specifiek en nauwkeurig wordt gedefinieerd. |
|
(16) |
Het verdrag voorziet in samenwerkingsmaatregelen die autoriteiten in de verschillende staten die partij zijn bij het instrument in staat stellen doeltreffend samen te werken door middel van wederzijdse rechtshulp, onder meer door de oprichting van contactpunten, met het oog op strafrechtelijke onderzoeken of procedures met betrekking tot in het instrument omschreven strafbare feiten. Het zou ook kunnen voorzien in dergelijke samenwerkingsmaatregelen met het oog op de bewaring of het verkrijgen van elektronisch bewijsmateriaal over strafbare feiten in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of een strafrechtelijke procedure, mits deze maatregelen onderworpen zijn aan voldoende voorwaarden en waarborgen uit hoofde van het nationale recht van de staten, zodat de mensenrechten en de fundamentele vrijheden adequaat worden beschermd. |
|
(17) |
Deze samenwerkingsmaatregelen zijn verenigbaar met andere relevante internationale of regionale verdragen, met name op het gebied van georganiseerde criminaliteit of cybercriminaliteit, en zijn niet in strijd met dergelijke verdragen, internationale mensenrechtennormen en fundamentele vrijheden. |
|
(18) |
Samenwerkingsmaatregelen zijn onderworpen aan de voorwaarden waarin het recht van de aangezochte partij voorziet en voorzien in ruime weigeringsgronden, zoals het waarborgen van de bescherming van de grondrechten, waaronder het recht op bescherming van persoonsgegevens, ook in het kader van de doorgifte van persoonsgegevens, en dubbele strafbaarheid. |
|
(19) |
Het verdrag voorziet in strikte voorwaarden en sterke waarborgen om ervoor te zorgen dat de EU-lidstaten de grondrechten, vrijheden en algemene beginselen van het EU-recht, zoals verankerd in de Verdragen van de Europese Unie en het Handvest van de grondrechten, kunnen eerbiedigen en beschermen, waaronder met name het evenredigheids-, het legaliteits- en het noodzakelijkheidsbeginsel van delicten en straffen, procedurele waarborgen en rechten, het recht op een doeltreffende voorziening in rechte, het vermoeden van onschuld, het recht op een eerlijk proces en de rechten van verdediging van personen tegen wie een strafprocedure loopt, het recht om niet tweemaal in een strafrechtelijke procedure voor hetzelfde delict te worden berecht of gestraft, alsmede het recht op privacy, het recht op bescherming van persoonsgegevens en van elektronische-communicatiegegevens wanneer dergelijke gegevens, onder meer voor doorgifte aan autoriteiten in landen buiten de Europese Unie, worden verwerkt, en het recht op vrijheid van meningsuiting en informatie. Het verdrag zorgt er met name voor dat de EU-lidstaten kunnen voldoen aan de vereisten voor de internationale doorgifte van persoonsgegevens in de zin van Richtlijn (EU) 2016/680, Verordening (EU) 2016/679 en Richtlijn 2002/58/EG. De voorwaarden en waarborgen zorgen ook voor de bescherming van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden in overeenstemming met de internationale mensenrechtennormen. Dit geldt voor het gehele verdrag, met inbegrip van procedurele en samenwerkingsmaatregelen, waaronder maatregelen die de rechten van personen aanzienlijk kunnen aantasten. |
|
(20) |
Het verdrag biedt een basis voor vrijwillige maatregelen voor capaciteitsopbouw ter ondersteuning van landen bij het uitvoeren van doeltreffende onderzoeken en procedures inzake cybercriminaliteit en bij het verkrijgen van elektronisch bewijsmateriaal voor onderzoeken en procedures inzake andere strafbare feiten, onder meer door middel van technische bijstand en opleiding. Het UNODC heeft een duidelijk omschreven rol bij de uitvoering van dergelijke maatregelen. |
|
(21) |
Het verdrag zorgt ervoor dat slachtoffers van cybercriminaliteit passende bijstand, ondersteuning, bescherming en toegang tot schadeloosstelling krijgen. |
|
(22) |
Het Verdrag biedt een basis voor praktische maatregelen ter voorkoming van cybercriminaliteit die duidelijk gedefinieerd en strikt beperkt zijn en losstaan van strafprocesrechtelijke maatregelen die de rechten en vrijheden van individuen of rechtspersonen kunnen aantasten. |
Wat de werking van het verdrag betreft, moet de Unie het hiernavolgende nastreven.
|
(23) |
Het verdrag handhaaft de bestaande mondiale en regionale instrumenten en de lopende internationale samenwerking in de wereldwijde strijd tegen cybercriminaliteit. In het bijzonder kunnen de lidstaten van de Europese Unie in hun onderlinge betrekkingen de regels van de Europese Unie blijven toepassen. |
|
(24) |
Het verdrag voorziet in een passend mechanisme om de uitvoering ervan te waarborgen en in slotbepalingen, onder meer inzake geschillenbeslechting, ondertekening, ratificering aanvaarding, goedkeuring, toetreding, inwerkingtreding, wijziging, opschorting, opzegging, de depositaris en taalregeling. Deze bepalingen zijn, waar mogelijk en passend, gemodelleerd naar de bepalingen van andere relevante internationale of regionale verdragen, met name op het gebied van georganiseerde criminaliteit of cybercriminaliteit. |
|
(25) |
Het verdrag maakt het mogelijk dat de Europese Unie partij wordt bij het verdrag. |
Globaal verloopt de onderhandelingsprocedure als volgt:
|
(26) |
De Commissie moet erop toezien dat het verdrag in overeenstemming is met de wetgeving en het beleid van de Unie ter zake, alsook met de toezeggingen van de Unie in het kader van andere relevante multilaterale overeenkomsten. |
|
(27) |
De Commissie moet namens de Unie onderhandelingen voeren over aangelegenheden die onder haar bevoegdheid vallen, overeenkomstig de Verdragen, en ten aanzien waarvan de Unie regels heeft vastgesteld. |
|
(28) |
In elke onderhandelingsronde moeten de onderhandelingen ruim van tevoren worden voorbereid. Daartoe stelt de Commissie de Raad in kennis van de verwachte planning en van de punten waarover moet worden onderhandeld, en deelt zij de relevante informatie zo vroeg mogelijk met de Raad. |
|
(29) |
Overeenkomstig het beginsel van loyale samenwerking moeten de Commissie en de lidstaten tijdens het onderhandelingsproces nauw samenwerken, onder meer door regelmatige contacten met de deskundigen van de lidstaten en de vertegenwoordigers van de lidstaten in Wenen en New York. |
|
(30) |
De onderhandelingssessies worden voorafgegaan door een vergadering van de Groep justitiële samenwerking in strafzaken om de belangrijkste kwesties in kaart te brengen, adviezen uit te brengen en richtsnoeren te verstrekken, met inbegrip van verklaringen en voorbehouden, naargelang het geval. |
|
(31) |
De Commissie brengt na elke onderhandelingssessie – ook schriftelijk – verslag uit aan de Groep justitiële samenwerking in strafzaken over het resultaat van de onderhandelingen. |
|
(32) |
De Commissie informeert de Raad en raadpleegt de Groep justitiële samenwerking in strafzaken over belangrijke vraagstukken die tijdens de onderhandelingen aan de orde kunnen komen. |