Verordening (EG) nr. 860/97 van de Commissie van 14 mei 1997 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3046/92, met betrekking tot de vermelding van de waarde van de goederen
Publicatieblad Nr. L 123 van 15/05/1997 blz. 0012 - 0013
VERORDENING (EG) Nr. 860/97 VAN DE COMMISSIE van 14 mei 1997 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3046/92, met betrekking tot de vermelding van de waarde van de goederen DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 3330/91 van de Raad van 7 november 1991 betreffende de statistieken van het goederenverkeer tussen lidstaten (1), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3046/92 van de Commissie (2), inzonderheid op artikel 30, Overwegende dat in artikel 12 van laatstgenoemde verordening de uitvoeringsbepalingen betreffende de waarde van de goederen worden vastgesteld; Overwegende dat de vereenvoudiging van de wetgeving betreffende de interne markt, zoals die tot uitdrukking wordt gebracht in het SLIM-initiatief (vereenvoudiging van de wetgeving van de interne markt), het concurrentievermogen van de ondernemingen verbetert en hen meer mogelijkheden geeft banen te creëren; dat in het kader van de SLIM de statistieken van het goederenverkeer tussen de lidstaten van de Europese Unie (Intrastat) zijn aangewezen als proefproject ter verlichting van de belasting van de informatieplichtigen voor de statistiek; Overwegende dat het schrappen van de statistische waarde op de drager van de informatie voor het midden- en kleinbedrijf een belangrijke vereenvoudigingsmaatregel is; Overwegende dat het van belang is het begrip statistische waarde te handhaven voor de statistieken van het goederenverkeer, de nationale rekeningen en de betalingsbalans; dat om een basis voor evaluatie te krijgen volstaan kan worden met het verzamelen van deze informatie bij de grote ondernemingen; dat het van belang is de gevolgen van deze maatregel gedurende een periode van niet meer dan twee jaar te onderzoeken; Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité voor de statistiek van het goederenverkeer tussen lidstaten, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Artikel 12 van Verordening (EEG) nr. 3046/92 wordt vervangen door: "Artikel 12 1. De in artikel 23, lid 1, onder d), van de basisverordening bedoelde waarde van de goederen wordt op de drager van de statistische informatie vermeld op de in lid 2 en lid 3 vastgestelde wijze. 2. De in het vak "factuurbedrag" van de drager van de statistische informatie te vermelden waarde van de goederen is de waarde die krachtens Richtlijn 77/388/EEG voor belastingdoeleinden als maatstaf van heffing moet worden bepaald. Voor producten waarvoor accijnzen moeten worden betaald, moet het bedrag hiervan evenwel van de waarde van de goederen worden afgetrokken. Wanneer voor belastingdoeleinden geen maatstaf van heffing behoeft te worden aangegeven, komt de waarde van de goederen overeen met het factuurbedrag, exclusief BTW, of, indien een factuur ontbreekt, met een bedrag dat in geval van aan- of verkoop in rekening zou zijn gebracht. De waarde van goederen die een veredelingsbewerking zullen ondergaan of hebben ondergaan, komt overeen met het totale bedrag dat in geval van aan- of verkoop in rekening zou zijn gebracht. 3. De statistische waarde van de goederen, zoals deze is omschreven in lid 5, wordt door informatieplichtigen van wie de jaarlijkse waarde van de aankomsten en verzendingen de door iedere lidstaat vastgestelde grenzen te boven gaat, ook vermeld in het hiervoor voorziene vak van de drager van de statistische informatie. De lidstaten stellen deze grenzen, afzonderlijk voor aankomsten en verzendingen, zodanig vast dat 95 % van de informatieplichtigen van de levering van de statistische waarde is vrijgesteld. De lidstaten kunnen een groter aantal informatieplichtigen vrijstelling verlenen mits de statistische waarde wordt verzameld voor ten minste 70 % van de totale waarde van hun verzendingen of hun aankomsten. De grens van 95 % voor de vrijstelling van informatieplichtingen van de levering van de statistische waarde kan tot 90 % worden verlaagd wanneer de dekkingsgraad van 70 % van de totale waarde van hun verzendingen of hun aankomsten niet wordt bereikt. De lidstaten berekenen deze grenzen aan de hand van de laatste resultaten betreffende hun handel met de andere lidstaten, die voor een periode van twaalf maanden beschikbaar zijn. De informatie betreffende de invoering van deze grenzen wordt uiterlijk op 31 oktober 1997 door de lidstaten openbaar gemaakt. De lidstaten kunnen hun grenzen ieder kalenderjaar aanpassen, mits zij blijven voldoen aan de in de tweede alinea gestelde eisen. De informatie over de aanpassing van de grenzen wordt door de betrokken lidstaten uiterlijk op 31 oktober van het jaar dat voorafgaat aan de aanpassing, bekendgemaakt. 4. In afwijking van lid 3 kunnen de lidstaten de informatieplichtigen vrijstelling verlenen van de levering van de statistische waarde van de goederen. De betrokken lidstaten berekenen dan de statistische waarde van de goederen, zoals gedefinieerd in lid 5, per goederensoort. 5. De statistische waarde wordt gebaseerd op de door de informatieplichtigen overeenkomstig lid 2 vermelde waarde van de goederen. Zij omvat uitsluitend de bijkomende kosten, zoals vervoer- en verzekeringskosten, die betrekking hebben op het gedeelte van het traject dat: - bij verzending, zich op het statistische registratiegebied van de lidstaat van verzending bevindt; - bij aankomst, zich op het statistische registratiegebied van de lidstaat van aankomst bevindt. 6. De in de voorgaande leden gedefinieerde waarde van de goederen wordt uitgedrukt in de nationale valuta. Hierop wordt de volgende wisselkoers toegepast: - deze die wordt toegepast voor de bepaling van de maatstaf van heffing voor belastingdoeleinden, wanneer deze wordt vastgesteld; - in alle andere gevallen, de officiële wisselkoers op het moment van de opstelling van de aangifte of de wisselkoers die wordt toegepast voor de berekening van de douanewaarde, tenzij de lidstaten hiervoor bijzondere bepalingen hebben vastgesteld. 7. Overeenkomstig artikel 26 van de basisverordening is de waarde van de goederen die in de bij de Commissie in te dienen resultaten wordt opgenomen, de in lid 5 genoemde statistische waarde. 8. De lidstaten verstrekken de Commissie op verzoek de informatie aan de hand waarvan zij de toepassing van lid 3 kan beoordelen. 9. De Commissie onderzoekt voor 1 januari 2000 de toepassing van dit artikel, en vooral van lid 3, en stelt in voorkomend geval voor de regels betreffende de vermelding van de waarde te wijzigen." Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Zij is van toepassing vanaf 1 januari 1998. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, 14 mei 1997. Voor de Commissie Yves-Thibault DE SILGUY Lid van de Commissie (1) PB nr. L 316 van 16. 11. 1991, blz. 1. (2) PB nr. L 307 van 23. 10. 1992, blz. 27.