31994R2178

Verordening (EG) nr. 2178/94 van de Commissie van 6 september 1994 tot vaststelling van specifieke maatregelen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 3208/93 betreffende de verkoop, overeenkomstig de in Verordening (EEG) nr. 2539/84 vastgestelde procedure, van door bepaalde interventiebureaus opgeslagen rundvlees dat na verwerking wordt uitgevoerd

Publicatieblad Nr. L 233 van 07/09/1994 blz. 0009 - 0010
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 61 blz. 0028
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 61 blz. 0028


VERORDENING (EG) Nr. 2178/94 VAN DE COMMISSIE van 6 september 1994 tot vaststelling van specifieke maatregelen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 3208/93 betreffende de verkoop, overeenkomstig de in Verordening (EEG) nr. 2539/84 vastgestelde procedure, van door bepaalde interventiebureaus opgeslagen rundvlees dat na verwerking wordt uitgevoerd

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 805/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1884/94 (2), en met name op artikel 7, lid 3,

Overwegende dat de hoeveelheden die beschikbaar waren in het kader van Verordening (EG) nr. 3208/93 van de Commissie van 23 november 1993 betreffende de verkoop, overeenkomstig de in Verordening (EEG) nr. 2539/84 vastgestelde procedure, van door bepaalde interventiebureaus opgeslagen rundvlees dat na verwerking wordt uitgevoerd (3), volledig zijn toegewezen; dat het in het Verenigd Koninkrijk en in Ierland opgeslagen produkten betreft; dat, voor wat betreft het door het interventiebureau van het Verenigd Koninkrijk opgeslagen vlees, de kopers bepaalde hoeveelheden nog niet hebben overgenomen of daadwerkelijk afgehaald bij het betrokken koelhuis; dat, als gevolg van de wijziging van de veterinaire voorschriften bij Beschikking 94/474/EG van de Commissie van 27 juli 1994 betreffende bepaalde beschermende maatregelen ten aanzien van boviene spongiforme encefalophatie en tot intrekking van de Beschikkingen 89/469/EEG en 90/200/EEG (4) die na de sluiting van de verkoopcontracten in werking is getreden, de verzending van de resterende hoeveelheden uit het Verenigd Koninkrijk naar in andere Lid-Staten gevestigde verwerkingsinrichtingen op juridische bezwaren zou kunnen stuiten; dat, om te voorkomen dat deze nieuwe situatie economisch nadeel oplevert voor de betrokken kopers, specifieke maatregelen moeten worden vastgesteld; dat die maatregelen zo spoedig mogelijk van toepassing moeten worden;

Overwegende dat in Verordening (EG) nr. 3208/93 de verdeling van de aan elke koper toegewezen partijen nauwkeurig is vastgesteld, en met name is aangegeven welke deelstukken elke partij omvat; dat om de voortgang van de lopende verwerkingsactiviteiten niet te belemmeren mag worden toegestaan dat vlees uit de interventievoorraden van het Verenigd Koninkrijk dat nog niet is overgenomen of daadwerkelijk uit het betrokken koelhuis afgehaald, tegen de prijs waarvoor het is toegewezen kan worden vervangen door overeenkomstige produkten die in het bezit zijn van het Ierse interventiebureau; dat te dien einde bepaalde administratieve bepalingen moeten worden vastgesteld, met name met betrekking tot de verlenging van de overnametermijnen, de betaling, de verwerking en de uitvoer van de betrokken hoeveelheden; dat de kopers ook de mogelijkheid zou moeten worden geboden om, in plaats van het vlees te vervangen, naar eigen economisch inzicht de verkoopcontracten voor de betrokken hoeveelheden te annuleren en de daarvoor door hen gestelde zekerheden en de betaalde aankoopprijs te recupereren;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor rundvlees,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Indien in het kader van de bij Verordening (EG) nr. 3208/93 geopende verkoop aan een marktdeelnemer rundvlees zonder been is toegewezen:

- dat hij nog niet heeft overgenomen of daadwerkelijk bij het betrokken koelhuis heeft afgehaald, en

- dat krachtens de bepalingen van Beschikking 94/474/EG niet mag worden vervoerd naar de overeenkomstig artikel 2, lid 1, onder c), van de vorengenoemde verordening in zijn bod aangegeven verwerkingsinstallaties,

kunnen aan de betrokkene, als hij daarom verzoekt, in plaats van de in het bezit van het interventiebureau van het Verenigd Koninkrijk zijnde hoeveelheden, overeenkomstige hoeveelheden uit de Ierse interventievoorraden, samengesteld als aangegeven in bijlage II, onder b), van de genoemde verordening (hierna "vervangende hoeveelheden" genoemd), worden toegewezen, tegen de oorspronkelijk aanvaarde prijs.

2. Het in lid 1 bedoelde verzoek moet naar het Ierse interventiebureau worden gezonden.

Het moet vergezeld gaan van:

a) het met het interventiebureau van het Verenigd Koninkrijk gesloten contract;

b) een verklaring van dat interventiebureau:

- dat de in artikel 8, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2173/79 van de Commissie (5) en de in artikel 5, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2539/84 van de Commissie (6) bedoelde zekerheden zijn gesteld,

- waarin de nog niet overgenomen of nog niet daadwerkelijk bij het koelhuis afgehaalde hoeveelheden zijn vermeld,

- waaruit blijkt dat de koper definitief heeft afgezien van de ermee samenhangende rechten, en

- waaruit blijkt dat het betrokken vlees betaald is;

c) een verklaring van de veterinaire autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk dat krachtens het bepaalde in Beschikking 94/474/EG de betreffende hoeveelheden niet naar de in het bod vermelde verwerkingsinrichting mogen worden vervoerd.

3. Nadat het contract met het Ierse interventiebureau is gesloten, worden de vervangende hoeveelheden onder de in Verordening (EG) nr. 3208/93 vastgestelde voorwaarden door de koper overgenomen. De betaling aan het interventiebureau van het Verenigd Koninkrijk wordt in aanmerking genomen voor de overname van het vlees in Ierland.

4. Het interventiebureau van het Verenigd Koninkrijk geeft de door de koper gestelde, in artikel 8, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2173/79 bedoelde zekerheid vrij op basis van de totale overgenomen hoeveelheid, inclusief de vervangende hoeveelheden uit de Ierse interventievoorraden, en de betaling ervan. De koper bewijst de overname van de vervangende hoeveelheden door middel van een door het Ierse interventiebureau afgegeven verklaring.

5. Het bepaalde in dit artikel laat de in Verordening (EG) nr. 3208/93 vastgestelde bepalingen met betrekking tot de overname en de verwerking van het vlees en de uitvoer van de verwerkte produkten onverlet. Voor de vervangende hoeveelheden worden evenwel de in artikel 3 vastgestelde termijnen met drie maanden verlengd.

Artikel 2

In plaats van om vervanging van de in artikel 1 bedoelde hoeveelheden te verzoeken, kan de koper vragen het gesloten verkoopcontract te annuleren, de voor die hoeveelheden gestelde zekerheden vrij te geven en de betaalde aankoopprijs terug te betalen.

De aanvraag moet bij het interventiebureau van het Verenigd Koninkrijk worden ingediend. Zij moet vergezeld gaan van:

a) een verklaring dat de koper definitief heeft afgezien van overname van de betrokken hoeveelheden en van de ermee samenhangende rechten,

b) de in artikel 1, lid 2, onder c), bedoelde verklaring.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 6 september 1994.

Voor de Commissie

René STEICHEN

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 148 van 28. 6. 1968, blz. 24.

(2) PB nr. L 197 van 30. 7. 1994, blz. 27.

(3) PB nr. L 289 van 24. 11. 1993, blz. 13.

(4) PB nr. L 194 van 29. 7. 1994, blz. 96.

(5) PB nr. L 251 van 5. 10. 1979, blz. 12.

(6) PB nr. L 238 van 6. 9. 1984, blz. 13.