31997D0336

97/336/EG: Beschikking van de Commissie van 15 mei 1997 houdende wijziging van het enig programmeringsdocument voor de structurele bijstandsverlening van de Gemeenschap voor de verbetering van de verwerking en de afzet van landbouwproducten in Baden-Württemberg (Duitsland) in het kader van doelstelling 5 a), voor de periode van 1994 tot en met 1999 (Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)

Publicatieblad Nr. L 143 van 03/06/1997 blz. 0009 - 0010


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 15 mei 1997 houdende wijziging van het enig programmeringsdocument voor de structurele bijstandsverlening van de Gemeenschap voor de verbetering van de verwerking en de afzet van landbouwproducten in Baden-Württemberg (Duitsland) in het kader van doelstelling 5 a), voor de periode van 1994 tot en met 1999 (Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek) (97/336/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 866/90 van de Raad van 29 maart 1990 inzake de verbetering van de verwerking en de afzet van landbouwproducten (1), laatstelijk gewijzigd bij de Akte van Toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden, en met name op artikel 10 bis,

Overwegende dat de Commissie Beschikking 94/891/EG van 23 december 1994 houdende goedkeuring van het enig programmeringsdocument voor de structurele bijstandsverlening van de Gemeenschap voor de verbetering van de verwerking en de afzet van landbouwproducten in Baden-Württemberg (Duitsland) in het kader van doelstelling 5 a), voor de periode van 1994 tot en met 1999 (2) heeft goedgekeurd;

Overwegende dat de regering van Duitsland op 12 augustus 1996 bij de Commissie een verzoek om wijziging van het enig programmeringsdocument heeft ingediend, en dat zij op 21 februari 1997 aanvullende inlichtingen heeft verstrekt; dat dit gewijzigde document de in artikel 2, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 866/90 bedoelde plannen voor de structurele verbetering van verschillende productsectoren alsmede de in artikel 10, onder a), van laatstgenoemde verordening bedoelde bijstandsaansvragen bevat;

Overwegende dat het gewijzigde enig programmeringsdocument voldoet aan de voorwaarden die zijn vastgesteld in artikel 1, lid 3, van Verordening (EG) nr. 860/94 van de Commissie van 18 april 1994 inzake de plannen en de aanvragen, in de vorm van operationele programma's, om bijstand van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de landbouw, afdeling Oriëntatie, voor investeringen ter verbetering van de verwerking en de afzet van land- en bosbouwproducten (3);

Overwegende dat het enig programmeringsdocument in overleg met de betrokken lidstaat is opgesteld in het kader van het partnerschap zoals gedefinieerd in artikel 4 van Verordening (EEG) nr. 2052/88 van de Raad van 24 juni 1988 betreffende de taken van de fondsen met structurele strekking, hun doeltreffendheid alsmede de coördinatie van hun bijstandsverlening onderling en met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten (4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 3193/94 (5);

Overwegende dat in artikel 2, tweede alinea, van Verordening (EEG) nr. 1866/90 van de Commissie van 2 juli 1990 tot regeling van het gebruik van de ecu bij de besteding van de middelen van de Structuurfondsen (6), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2745/94 (7) is bepaald dat in de beschikkingen van de Commissie tot goedkeuring van een enig programmeringsdocument de voor de hele periode beschikbare communautaire bijstand en de verdeling daarvan over de betrokken jaren luiden in ecu tegen prijzen van het jaar waarin de beschikking is gegeven, en worden geïndexeerd; dat deze verdeling over de betrokken jaren verenigbaar moet zijn met de stijgende vastleggingskredieten als vermeld in bijlage II bij de gewijzigde Verordening (EEG) nr. 2052/88; dat de indexering plaatsvindt aan de hand van een enkele coëfficiënt per jaar die overeenkomt met die welke in het kader van de technische aanpassing van de financiële vooruitzichten jaarlijks voor de Gemeenschapsbegroting wordt toegepast;

Overwegende dat in artikel 1 van het Financieel Reglement van 21 december 1977 van toepassing op de algemene begroting der Europese Gemeenschappen (8), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG, EURATOM, EGKS) nr. 2335/95 van de Raad (9) is bepaald dat juridische verbintenissen die zijn aangegaan voor maatregelen waarvan de tenuitvoerlegging zich over meer dan één begrotingsjaar uitstrekt, een uiterste uitvoeringsdatum dienen te bevatten die bij het toekennen van de steun tegenover de begunstigde in de juiste vorm moet worden aangegeven;

Overwegende dat, overeenkomstig artikel 8, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 866/90, der lidstaat er bij de tenuitvoerlegging van het enig programmeringsdocument op moet toezien dat de desbetreffende individuele projecten in overeenstemming zijn met de geldende selectiecriteria voor investeringen ter verbetering van de verwerking en de afzet van land- en bosbouwproducten;

Overwegende dat in artikel 9, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 4253/88 van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot de coördinatie van de bijstandsverlening uit de onderscheiden Structuurfondsen enerzijds en van die bijstandsverlening met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten anderzijds (10), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 3193/94, is bepaald dat de lidstaten de Commissie passende financiële gegevens verstrekken om de controle op de inachtneming van het additionaliteitsbeginsel mogelijk te maken; dat uit de analyse van de door de Duitse autoriteiten verstrekte gegevens blijkt dat dit beginsel in acht is genomen; dat bovendien tijdens de uitvoering van het enig programmeringsdocument voortdurend in het kader van het partnerschap dient te worden nagegaan of dit beginsel nog in acht wordt genomen; dat deze controles onontbeerlijk zijn om bijstand uit het EOGFL, afdeling Oriëntatie, te kunnen blijven verlenen voor de maatregelen waarop deze beschikking betrekking heeft;

Overwegende dat deze beschikking in overeenstemming is met het advies van het Comité van beheer voor de landbouwstructuur en de plattelandsontwikkeling,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Het gewijzigde programmeringsdocument voor de structurele bijstandsverlening van de Gemeenschap voor de verbetering van de verwerking en de afzet van landbouwproducten in Baden-Württemberg (Duitsland) voor de periode van 1 januari 1994 tot en met 31 december 1999 wordt goedgekeurd.

Artikel 2

De voor een gemeenschappelijke actie in aanmerking genomen sectoren zijn:

- vlees;

- pluimvee;

- groenten en fruit;

- zaaizaad.

Artikel 3

De bijstand uit het EOGFL, afdeling Oriëntatie, in het kader van dit enig programmeringsdocument bedraagt ten hoogste 22 303 120 ecu.

Nadere bepalingen over de toekenning van de financiële bijstand, waaronder gegevens over de financiële bijdrage van het EOGFL, afdeling Oriëntatie, aan de verschillende voor een gemeenschappelijke actie in aanmerking genomen sectoren, zijn opgenomen in de aan deze beschikking gehechte uitvoeringsbepalingen en financieringsplannen (11).

Artikel 4

Voor indexeringsdoeleinden wordt de maximale totale toewijzing uit het EOGFL, afdeling Oriëntatie, als volgt over de verschillende jaren verdeeld:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Artikel 5

De jaartranches worden vastgelegd op basis van het financieringsplan in het enig programmeringsdocument en de stand van uitvoering van dit document.

Artikel 6

De communautaire bijstand geldt uitsluitend voor de uitgaven in verband met de onder dit enig programmeringsdocument vallende werkzaamheden waarvoor uiterlijk op 31 december 1999 in de lidstaat juridisch verbindende maatregelen zijn genomen en de benodigde financiële middelen specifiek zijn vastgelegd. De uiterste datum waarop de uitgaven voor deze acties moeten zijn gedaan om in aanmerking te kunnen worden genomen, is 31 december 2001.

Artikel 7

Deze beschikking is gericht tot de Duitse Bondsrepubliek.

Gedaan te Brussel, 15 mei 1997.

Voor de Commissie

Franz FISCHLER

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 91 van 6. 4. 1990, blz. 1.

(2) PB nr. L 352 van 31. 12. 1994, blz. 124.

(3) PB nr. L 99 van 19. 4. 1994, blz. 7.

(4) PB nr. L 185 van 15. 7. 1988, blz. 9.

(5) PB nr. L 337 van 24. 12. 1994, blz. 11.

(6) PB nr. L 170 van 3. 7. 1990, blz. 36.

(7) PB nr. L 290 van 11. 11. 1994, blz. 4.

(8) PB nr. L 356 van 31. 12. 1977, blz. 1.

(9) PB nr. L 240 van 7. 10. 1995, blz. 12.

(10) PB nr. L 374 van 31. 12. 1988, blz. 1.

(11) Bijlage niet bekendgemaakt in het Publikatieblad.