Brussel, 14.7.2021

SWD(2021) 610 final

WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE

SAMENVATTING VAN HET EFFECTBEOORDELINGSVERSLAG

bij

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad

tot wijziging van Verordening (EU) 2018/841 wat betreft het toepassingsgebied, vereenvoudiging van de nalevingsvoorschriften, vaststelling van de streefcijfers voor de lidstaten voor 2030 en de verbintenis tot de collectieve verwezenlijking van klimaatneutraliteit in de sector landgebruik, bosbouw en landbouw tegen 2035, en van Verordening (EU) 2018/1999 wat betreft verbetering van monitoring, rapportage, het volgen van de vooruitgang en beoordeling

{COM(2021) 554 final} - {SEC(2021) 554 final} - {SWD(2021) 551 final} - {SWD(2021) 609 final}


Samenvatting (maximaal 2 pagina’s)

Effectbeoordeling van de herziening van de verordening inzake landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw (LULUCF-verordening)

A. Behoefte aan actie

Wat is het probleem en waarom is het een probleem op EU-niveau?

Het belangrijkste probleem is dat het vermogen van de LULUCF-sector om CO2 uit de atmosfeer te verwijderen afneemt: tussen 2013 en 2018 zijn de nettoverwijderingen van de sector met een vijfde afgenomen. De belangrijkste oorzaken hiervan zijn een toename van de houtoogst, aanhoudende emissies van organische bodems en een gebrek aan stimulansen. Volgens de prognoses van de Commissie is het mogelijk deze trend in het komende decennium te keren, maar het huidige regelgevingskader biedt onvoldoende stimulansen. Andere problemen zijn het ontbreken van een geïntegreerd beleidskader om synergieën in de landsector (landbouw en LULUCF) te bevorderen, de complexiteit van de LULUCF-boekhoudregels en de gebrekkige monitoring- en rapportagesystemen.

Wat is het doel?

De belangrijkste beleidsdoelstelling is om tegen 2035 een evenwicht tussen emissies en verwijderingen in de LULUCF-sector en de landbouw (klimaatneutraliteit in de landsector) te verwezenlijken. Andere doelstellingen zijn het ontwerpen van een eerlijk, flexibel en geïntegreerd beleidskader, het vereenvoudigen van de uitvoering, en het verbeteren van monitoring en verslaglegging.

Wat is de meerwaarde van EU-maatregelen (subsidiariteit)? 

De klimaatverandering is een grensoverschrijdend probleem; gecoördineerd optreden van de EU vormt een doeltreffende aanvulling op en versterking van nationale en lokale maatregelen. Door gecoördineerd op te treden wordt een hoge ambitie voor de hele EU mogelijk, en wordt tegelijkertijd rekening gehouden met de verschillende vermogens van de lidstaten om op te treden en wordt meer kostenefficiëntie mogelijk gemaakt door middel van passende flexibiliteit tussen de lidstaten en met andere sectorale wetgeving (de verordening inzake de verdeling van de inspanningen of ESR).

B. Oplossingen

Welke opties dienen zich aan? Is er al dan niet een voorkeursoptie? Zo niet, waarom niet?

Optie 1 voorziet in een ambitieuzere maar vereenvoudigde verwijderingsdoelstelling voor de LULUCF-sector in elke lidstaat. In optie 2 worden de vereenvoudigde LULUCF-streefcijfers gecombineerd met betere stimulansen voor meer LULUCF-verwijderingen door middel van flexibiliteit met de verordening inzake de verdeling van de inspanningen. In optie 3 worden een planningsproces en bindende streefcijfers voor een klimaatneutrale landsector (LULUCF en landbouw) in 2035 voorgesteld.

De voorkeursoptie is het combineren van vereenvoudigde en ambitieuzere nationale LULUCF-streefcijfers in 2030 (zoals in optie 1.2 of optie 2, afhankelijk van de ESR‑streefcijfers) met een EU‑brede doelstelling van op land gebaseerde klimaatneutraliteit in 2035. Deze optie omvat ook een planningsproces voor op land gebaseerde mitigatie, in een later stadium vast te stellen nationale landdoelstellingen voor 2035, en bijgewerkte toezicht- en rapportagevereisten.

Hoe reageren de verschillende belanghebbenden? Wie steunt welke optie?

De respondenten op de openbare raadpleging hadden een voorkeur voor ambitieuzere LULUCF-streefcijfers. Deze optie werd door 45 % van hen geselecteerd (met name respondenten uit de academische wereld, EU-burgers en ngo’s). 40 % van de respondenten, vooral uit de particuliere sector, gaf aan de voorkeur te geven aan geïntegreerde streefdoelen voor de landsector, waarmee deze optie op de tweede plaats komt. De optie waarbij de flexibiliteit met de ESR wordt versterkt had onder overheidsinstanties de voorkeur.

C. Effecten van de voorkeursoptie

Wat zijn de voordelen van de voorkeursoptie (indien er een voorkeur is, anders van de belangrijkste opties)? 

Ambitieuzere LULUCF-doelstellingen zullen naast klimaatneutraliteit in de landsector tegen 2035 duidelijke milieuvoordelen opleveren, zoals bijkomende voordelen voor aanpassing aan de klimaatverandering, de biodiversiteit en de bio-economie, en stimulansen voor nieuwe bedrijfsmodellen (zoals koolstoflandbouw) die extra inkomsten voor grondbeheerders genereren. Het geïntegreerde planningsproces voor de landsector en verbeterde monitoring- en rapportagesystemen zullen voor doeltreffendere beleidsvorming en -uitvoering zorgen.

Wat zijn de kosten van de voorkeursoptie (indien er een voorkeur is, anders van de belangrijkste opties)? 

Volgens de modellen van de Commissie (beleidsscenario, ook “MIX-scenario” genoemd) zou het meest ambitieuze LULUCF-streefcijfer dat in de effectbeoordeling wordt genoemd (een reductie van 310 Mt CO2‑equivalent in 2030) kunnen worden behaald tegen een bescheiden koolstofprijs van ten hoogste 10 EUR per ton CO2.

Wat zijn de gevolgen voor kleine en middelgrote ondernemingen en voor het concurrentievermogen?

Dit initiatief heeft geen directe gevolgen voor kmo’s in de landsector (geen directe verslagleggingsvereisten op het niveau van de afzonderlijke grondbeheerders). De voorgestelde streefcijfers zullen leiden tot nationale beleidsmaatregelen voor klimaatmitigatie in de landsector, die het concurrentievermogen van de bio-economiesectoren op lange termijn kunnen verbeteren (bv. duurzamere voorziening van voedsel, diervoeder en biomassa, en meer veerkracht tegen klimaatverandering).

Zijn er significante gevolgen voor de nationale begrotingen en overheden? 

Door de vereenvoudiging van de nalevingsregels zullen de regelgevingskosten dalen. Het verbeteren van de monitoring- en rapportagesystemen brengt enkele kosten met zich mee, maar zal ook leiden tot een efficiënter gebruik van reeds gefinancierde en beschikbare gegevenssets en -technologieën (bv. teledetectie) en kosteneffectievere besluitvorming. Bij een geïntegreerde planning voor de hele landsector kan worden voorgebouwd op de bestaande nationale energie- en klimaatplannen. Dit zal leiden tot beleidssynergieën, bijvoorbeeld met het GLB, de “van boer tot bord” -strategie, de bosstrategie en de biodiversiteitsstrategie. Ook de handel in LULUCF-kredieten, die opbrengsten kan opleveren voor lidstaten die beter presteren dan hun streefcijfers, zal gevolgen hebben voor de nationale begrotingen.

Zijn er andere significante gevolgen? 

De voorgestelde streefcijfers zijn in overeenstemming met de vermogens van de lidstaten om de klimaatverandering te beperken en koolstof te verwijderen, en moeten ervoor zorgen dat de baten en inspanningen eerlijk worden verdeeld.

Evenredigheid 

De voorkeursoptie wordt geacht in verhouding te staan tot de hogere klimaatambitie van het initiatief “Klaar voor 55” en de doelstelling van klimaatneutraliteit in 2050.

D. Evaluatie

Wanneer wordt het beleid geëvalueerd?

In de wetgeving wordt voorzien in een regelmatige evaluatie. Deze wordt afgestemd op de evaluatie van andere wetgeving, bijvoorbeeld in het voorstel voor de verordening inzake de verdeling van de inspanningen.