Brussel, 28.4.2023

COM(2023) 219 final

2023/0117(NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende de sluiting, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van een partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Madagaskar en het bijbehorende uitvoeringsprotocol (2023‐2027)


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

•Motivering en doel van het voorstel

Op 19 december 2007 werd een partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Madagaskar ondertekend, die vanaf 1 januari 2007 voorlopig werd toegepast. De overeenkomst kan sinds de inwerkingtreding om de zes jaar stilzwijgend worden verlengd.

Het laatste uitvoeringsprotocol bij deze partnerschapsovereenkomst werd ondertekend op 23 december 2014 en was van toepassing van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2018, de datum waarop het afliep.

Op basis van de desbetreffende onderhandelingsrichtsnoeren 1 heeft de Europese Commissie met Madagaskar onderhandelingen gevoerd over het sluiten van een nieuwe partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij (PODV) tussen de Europese Unie en Madagaskar, met inbegrip van een nieuw uitvoeringsprotocol. Doel is de vaartuigen van de Unie toegang te verlenen tot de visserijzone van Madagaskar om er te vissen op tonijnachtigen en daarmee geassocieerde soorten die onder het beheersmandaat van de Commissie voor de tonijnvisserij in de Indische Oceaan (IOTC) vallen. Ter afronding van deze onderhandelingen zijn op 28 oktober 2022 een nieuwe overeenkomst en een nieuw uitvoeringsprotocol geparafeerd.

De bestaande overeenkomst wordt ingetrokken en vervangen door de nieuwe overeenkomst. De nieuwe overeenkomst heeft een looptijd van vier jaar die ingaat op de in artikel 19 vastgestelde datum van voorlopige toepassing ervan, d.w.z. 1 juli 2023, onder voorbehoud van de ondertekening ervan door de partijen, of op de datum van die ondertekening indien die na 1 juli 2023 plaatsvindt.

Het nieuwe protocol heeft een looptijd van vier jaar die ingaat op de in artikel 19 ervan vastgelegde datum van voorlopige toepassing, volgens dezelfde bepalingen als die welke voor het akkoord gelden.

Met dit voorstel wordt machtiging verleend voor de sluiting van de overeenkomst en het bijbehorende uitvoeringsprotocol.

•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

De nieuwe PODV heeft vooral tot doel een geactualiseerd kader te bieden waarin rekening wordt gehouden met de prioriteiten van het hervormd gemeenschappelijk visserijbeleid en met de externe dimensie van dat beleid. Dit zal bijdragen aan de voortzetting en versterking van het strategisch partnerschap tussen de Europese Unie en Madagaskar. De nieuwe PODV zal hun de mogelijkheid bieden om nauwer samen te werken bij de bevordering van een duurzaam visserijbeleid conform de in EU-recht verankerde doelstelling om de mariene biologische rijkdommen in stand te houden, en bij de bevordering van een verantwoorde exploitatie van de visbestanden in de Malagassische wateren. Ze zal tevens de ontwikkeling van een duurzame oceaaneconomie ondersteunen in het belang van beide partijen. In het kader van die samenwerking zullen ook fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden in de visserijsector worden bevorderd.

Het nieuwe protocol voorziet in vangstmogelijkheden voor vaartuigen van de Unie in Malagassische wateren, in voorkomend geval binnen de grenzen van het beschikbare overschot. Het berust op het beste beschikbare wetenschappelijke advies en op de aanbevelingen van de IOTC, de regionale visserijorganisatie die over grote afstanden trekkende visbestanden beheert en waarvan de besluiten volledig van toepassing zijn, zoals vermeld in de overeenkomst (artikel 4, lid 3). De beheersmaatregelen van de IOTC zijn ook opgenomen in de relevante bepalingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid die van toepassing zijn op het IOTC-gebied, met name de jaarlijkse verordening inzake vangstmogelijkheden 2 .

De Commissie heeft zich onder meer gebaseerd op de resultaten van een evaluatie van het vorige protocol (2015-2018) en op een verkennende beoordeling van de wenselijkheid om een nieuw protocol te sluiten. Beide evaluaties werden uitgevoerd door externe deskundigen.

Het protocol voorziet in de volgende vangstmogelijkheden voor over grote afstanden trekkende visbestanden:

–32 vaartuigen voor de tonijnvisserij met de zegen,

–13 vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug met een tonnage van meer dan 100 BT,

–20 vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug met een tonnage van 100 BT of minder,

–en ondersteuningsvaartuigen in overeenstemming met de desbetreffende resoluties van de IOTC.

•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

De onderhandelingen over een nieuwe PODV passen in het kader van het externe optreden van de Unie ten aanzien van de landen in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan en houden met name rekening met de doelstellingen van de Unie op het gebied van de eerbiediging van de democratische beginselen en de mensenrechten.

De Unie en Madagaskar zijn ook partij bij de op 29 augustus 2009 ondertekende interimovereenkomst tot vaststelling van een kader voor een economische partnerschapsovereenkomst (EPO) tussen staten in oostelijk en zuidelijk Afrika enerzijds en de Europese Unie en haar lidstaten anderzijds. De onderhandelingen over een nieuwe PODV zijn in overeenstemming met de EPO, die voorziet in samenwerking tussen de partijen op het gebied van de handel in visserijproducten en de ontwikkeling van de visserij in de sectoren zeevisserij, binnenvisserij en aquacultuur.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

•Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag is het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, meer bepaald artikel 43, lid 2 (vaststelling van het gemeenschappelijk visserijbeleid) en artikel 218, lid 6, punt a), v), en lid 7 (sluiting van overeenkomsten tussen de Unie en derde landen en de mogelijkheid om de onderhandelaar te machtigen om de wijzigingen die krachtens de overeenkomst volgens een vereenvoudigde procedure of door een bij de overeenkomst opgericht orgaan worden aangenomen, namens de Unie goed te keuren).

Overeenkomstig artikel 17, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie zorgt de Commissie voor de externe vertegenwoordiging van de Unie, behalve in aangelegenheden die onder het toepassingsgebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid vallen. Bijgevolg is alleen de Commissie bevoegd om Madagaskar in kennis te stellen van de voltooiing van het ratificatieproces.

•Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Het voorstel betreft een gebied dat onder de exclusieve bevoegdheid van de Europese Unie valt overeenkomstig artikel 3, lid 1, punt d), VWEU.

•Evenredigheid

Het voorstel staat in verhouding tot de in artikel 31 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid vastgelegde doelstelling om een juridisch, ecologisch, economisch en sociaal bestuurskader voor visserijactiviteiten van vaartuigen van de Unie in wateren van derde landen tot stand te brengen. Het is in overeenstemming met die bepalingen, alsook met de bepalingen van artikel 32 van die verordening, die betrekking hebben op financiële steun aan derde landen.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

•Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

De Commissie heeft in 2017 een ex-postevaluatie van het protocol 2015-2018 bij de partnerschapsovereenkomst inzake visserij met Madagaskar verricht, alsmede een ex-ante-evaluatie van een mogelijk nieuw protocol 3 .

Uit de ex-postevaluatie van het protocol 2015-2018 bleek dat het protocol een aanvulling op de andere toegangsregelingen in de regio vormde en vaartuigen van de Unie de mogelijkheid bood om de exploitatie van migrerende bestanden te optimaliseren binnen de regionale regels van de Commissie voor de tonijnvisserij in de Indische Oceaan. Het was van belang voor de belanghebbenden van de Unie omdat het exploitanten van vaartuigen van de Unie voorspelbare toegang bood tot een belangrijke visserijzone waar de doelsoorten in overvloed aanwezig zijn. Toegang tot de Malagassische wateren biedt de beugvisserijvloot van de Unie, die La Réunion als uitvalsbasis heeft, kansen om de visserijzones uit te breiden tot de naburige wateren van dit ultraperifere gebied. De activiteiten van de tonijnvloot van de Unie in de Malagassische wateren en in de Indische Oceaan in bredere zin hebben aanzienlijke gunstige sociaal-economische gevolgen gehad voor Madagaskar, dat door zijn lokale verwerkingscapaciteit goed is voor een deel van de toegevoegde waarde, en de financiële bijdrage van de Unie is grotendeels in overeenstemming gebracht met de benutte vangstmogelijkheden.

Wat de sectorale steun betreft, werd de uitvoering van het programma bij de evaluatie bevredigend bevonden, met een afdoend tussentijds uitbetalingspercentage en werd vastgesteld dat een toekomstig sectoraal steunprogramma in de eerste plaats gericht moet zijn op een versterking van de monitoring-, controle- en bewakingscapaciteit, de capaciteit voor sanitaire inspectie om de uitvoercapaciteit te handhaven, en de steun voor de beroepsopleiding van zeelieden. Een toekomstig sectoraal steunprogramma zou ook tot de ontwikkeling van de nationale visserijsector kunnen bijdragen door steun te verlenen aan ambachtelijke vissers en aan een blijvende goede coördinatie met door andere geldschieters gefinancierde activiteiten. In de evaluatie werd ook aanbevolen een deel van de beschikbare financiering te bestemmen voor de aanwerving van een externe technisch assistent die belast wordt met de coördinatie en vergemakkelijking van de uitvoering van het sectorale steunprogramma.

Voor de Unie is het van belang een instrument te behouden dat nauwe sectorale samenwerking mogelijk maakt met een land dat een belangrijke partner, een leverancier van visproducten aan de Unie en een belanghebbende op het internationale toneel is en visgronden heeft die van belang zijn voor de vloot van de Unie.

•Raadpleging van belanghebbenden

In het kader van de bovengenoemde evaluatie heeft de Commissie overlegd met de lidstaten, vertegenwoordigers van de sector en internationale middenveldorganisaties, alsook met de visserijautoriteiten en het maatschappelijk middenveld van Madagaskar. Er heeft ook overleg plaatsgevonden in het kader van de adviesraad voor de vollezeevloot. Uit dat overleg is gebleken dat het in het belang van de Europese Unie en Madagaskar is om een instrument voor een diepgaande sectorale samenwerking te handhaven dat mogelijkheden biedt inzake meerjarenfinanciering voor Madagaskar. Voor de rederijen van de EU is het van belang toegang tot een belangrijke visserijzone te behouden door middel van een overeenkomst in de visserijsector. Sinds de evaluatie van 2018 heeft de beroepssector tijdens de vergaderingen van de adviesraad voor de vollezeevloot bevestigd dat zijn belang behouden blijft.

•Bijeenbrengen en gebruik van expertise

Overeenkomstig artikel 31, lid 10, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid heeft de Commissie voor de ex-post-evaluatie en de ex-ante-evaluatie een beroep gedaan op een onafhankelijke consultant.

•Effectbeoordeling

Niet van toepassing.

•Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

Niet van toepassing.

Grondrechten

De onderhandelde overeenkomst bevat een clausule over de gevolgen van schendingen van de essentiële elementen inzake mensenrechten als bedoeld in artikel 9 van de Overeenkomst van Cotonou of in het overeenkomstige artikel van de vervolgovereenkomst.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

De jaarlijkse financiële tegenprestatie bedraagt 1 800 000 EUR, berekend op basis van:

a) een referentietonnage van 14 000 ton, waarvoor een jaarlijks bedrag voor de toegang tot de wateren wordt betaald van 700 000 EUR;

b) steun voor de ontwikkeling van het sectorale visserijbeleid van Madagaskar ten belope van 1 100 000 EUR per jaar.

Deze steun beantwoordt aan de doelstellingen van samenwerking op het gebied van duurzame exploitatie van de visbestanden, de aquacultuur, de duurzame ontwikkeling van de oceanen, de bescherming van het mariene milieu en de blauwe economie.

Het jaarlijkse bedrag aan vastleggings- en betalingskredieten wordt in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure vastgesteld, onder meer voor de reservelijn voor protocollen die bij het begin van het jaar nog niet in werking zijn getreden 4 .

5.OVERIGE ELEMENTEN

•Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

De monitoringsregelingen zijn vastgelegd in de partnerschapsovereenkomst inzake visserij en het bijbehorende uitvoeringsprotocol.

2023/0117 (NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende de sluiting, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van een partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Madagaskar en het bijbehorende uitvoeringsprotocol (2023‐2027)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 2, in samenhang met artikel 218, lid 6, punt a), v), en lid 7,

Gezien de goedkeuring van het Europees Parlement (…) 5 ,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Overeenkomstig Besluit (EU) [XXX] van de Raad 6 van [...] zijn de partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Madagaskar (hierna “de partnerschapsovereenkomst” genoemd) en het bijbehorende uitvoeringsprotocol (hierna “het protocol” genoemd) ondertekend op [...], onder voorbehoud van de sluiting ervan op een latere datum.

(2)De partnerschapsovereenkomst voorziet in de intrekking van de vorige partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Madagaskar, die sinds 1 januari 2007 van toepassing is en sinds de inwerkingtreding ervan om de zes jaar stilzwijgend kan worden verlengd.

(3)De partnerschapsovereenkomst en het bijbehorende protocol moeten ervoor zorgen dat de vaartuigen van de Unie in de visserijzone van Madagaskar kunnen vissen en dat de Unie en Madagaskar nauw samenwerken aan de verdere bevordering van een duurzaam visserijbeleid en een verantwoorde exploitatie van de visbestanden in de visserijzone van Madagaskar en de Indische Oceaan. Deze samenwerking draagt tevens bij aan fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden in de visserijsector.

(4)De partnerschapsovereenkomst en het protocol moeten namens de Europese Unie worden goedgekeurd.

(5)Met het oog op de inwerkingtreding van de partnerschapsovereenkomst en het protocol moet de Commissie, als vertegenwoordiger van de Unie, gevolg geven aan het besluit van de Raad en Madagaskar in kennis stellen van de instemming van de Unie om door de partnerschapsovereenkomst en het protocol gebonden te zijn.

(6)Bij artikel 14 van de overeenkomst wordt een gemengde commissie opgericht die wordt belast met de controle op de toepassing van de overeenkomst en het protocol. Deze commissie heeft de bevoegdheid om bepaalde wijzigingen van het protocol goed te keuren. Om de goedkeuring van die wijzigingen te vergemakkelijken, moet onder bepaalde materiële en procedurele voorwaarden aan de Commissie de bevoegdheid worden verleend om deze wijzigingen namens de Unie goed te keuren volgens een vereenvoudigde procedure.

(7)Het standpunt van de Unie inzake de voorgestelde wijzigingen van het protocol moet door de Raad worden bepaald. De voorgestelde wijzigingen moeten worden goedgekeurd tenzij een blokkerende minderheid van lidstaten in de zin van artikel 16, lid 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie er bezwaar tegen maakt.

(8)De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is overeenkomstig artikel 42 van Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad 7 geraadpleegd en heeft op [datum invoegen] advies uitgebracht,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Madagaskar (hierna “de partnerschapsovereenkomst” genoemd) en het protocol tot uitvoering van de partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Madagaskar (2023-2027) (hierna “het protocol” genoemd) worden namens de Unie goedgekeurd.

De tekst van de partnerschapsovereenkomst en die van het protocol zijn als bijlage I en bijlage II aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

De Commissie verricht namens de Unie de in artikel 17 van de partnerschapsovereenkomst en artikel 18 van het protocol bedoelde kennisgeving, teneinde kenbaar te maken dat de Unie ermee instemt door de partnerschapsovereenkomst en het protocol gebonden te zijn.

Artikel 3

De Commissie wordt overeenkomstig de bepalingen en voorwaarden van bijlage 3 bij dit besluit gemachtigd om namens de Unie haar goedkeuring te hechten aan wijzigingen van het protocol die worden aangenomen door de bij artikel 14 van de partnerschapsovereenkomst opgerichte gemengde commissie.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

FINANCIEEL MEMORANDUM

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief

1.2.Betrokken beleidsterrein(en)

1.3.Aard van het voorstel/initiatief

1.4.Doelstelling(en)

1.4.1.Algemene doelstelling(en)

1.4.2.Specifieke doelstelling(en)

1.4.3.Verwachte resulta(a)t(en) en gevolg(en)

1.4.4.Prestatie-indicatoren

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief

1.5.1.Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief

1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de Unie (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de Unie” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert bovenop de waarde die daarzonder enkel door het optreden van de lidstaten zou zijn gecreëerd.

1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten

1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking

1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief

1.7.Beheersvorm(en)

2.BEHEERSMAATREGELEN

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen

2.2.Beheers- en controlesyste(e)m(en)

2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde beheersvorm(en), uitvoeringsmechanisme(n) voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie

2.2.2.Informatie over de geïdentificeerde risico’s en het (de) syste(e)(men) voor interne controle dat is (die zijn) opgezet om die risico’s te beperken

2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding van de controlekosten tot de waarde van de betrokken beheerde financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting)

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1.Rubriek(en) van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel voor de kredieten

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

3.2.2.Geraamde output, gefinancierd met beleidskredieten

3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

3.2.4.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader

3.2.5.Bijdragen van derden

3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

FINANCIEEL MEMORANDUM

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief

Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van een partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Madagaskar en het bijbehorende uitvoeringsprotocol (2023‐2027)

1.2.Betrokken beleidsterrein(en) 

08 – Landbouw en maritiem beleid

08.05 – Partnerschapsovereenkomsten inzake duurzame visserij (PODV’s) en regionale organisaties voor visserijbeheer (ROVB’s)

08.05.01 – Vaststelling van een governancekader voor visserijactiviteiten die vissersvaartuigen van de Unie in de wateren van derde landen verrichten

1.3.Het voorstel/initiatief betreft: 

X een nieuwe actie 

◻ een nieuwe actie na een proefproject/voorbereidende actie 8  

◻ de verlenging van een bestaande actie 

◻ de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie 

1.4.Doelstelling(en)

1.4.1.Algemene doelstelling(en)

Het onderhandelen over en sluiten van partnerschapsovereenkomsten inzake duurzame visserij (PODV’s) met derde landen sluit aan bij de algemene doelstelling om vissersvaartuigen van de EU toegang te verlenen tot de visserijzones van derde landen en met die landen een partnerschap te ontwikkelen om de duurzame exploitatie van de visbestanden buiten de wateren van de Unie te stimuleren.

De PODV’s zorgen eveneens voor coherentie tussen de beginselen van het gemeenschappelijk visserijbeleid en de verbintenissen in het kader van andere Europese beleidslijnen (duurzame exploitatie van de visbestanden van derde landen, bestrijding van illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij (IOO-visserij), integratie van de partnerlanden in de wereldeconomie, bijdragen tot een in alle opzichten duurzame ontwikkeling en een beter politiek en financieel visserijbeheer).

1.4.2.Specifieke doelstelling(en)

Specifieke doelstelling nr. 1 

Bijdragen tot de duurzame visserij buiten de wateren van de Unie, de Europese aanwezigheid in de verre visserij handhaven en de belangen van de Europese visserijsector en de consument beschermen door het onderhandelen over en sluiten van PODV’s met kuststaten, in overeenstemming met andere Europese beleidslijnen.

1.4.3.Verwachte resulta(a)t(en) en gevolg(en)

Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben voor de begunstigden/doelgroepen.

Door de sluiting van de overeenkomst en het bijbehorende uitvoeringsprotocol kan het strategisch partnerschap inzake visserij tussen de Europese Unie en Madagaskar voortgezet en versterkt worden. De sluiting van het protocol creëert vangstmogelijkheden voor vaartuigen van de Unie in de visserijzone van Madagaskar.

Via financiële steun (sectorale steun) voor de uitvoering van nationale programma’s van het partnerland, en met name het alomvattende visserijplan, de bewaking en bestrijding van illegale visserij, en de steun voor de ambachtelijke visserij dragen de overeenkomst en het protocol ook bij tot een beter beheer en een betere instandhouding van de visbestanden.

Tot slot dragen de overeenkomst en het protocol bij aan een duurzame exploitatie van de Malagassische mariene rijkdommen door Madagaskar en aan de visserijeconomie van Madagaskar door de bevordering van groei en fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden in verband met economische activiteiten die samenhangen met de visserij.

1.4.4.Prestatie-indicatoren

Vermeld de indicatoren voor de monitoring van de voortgang en de beoordeling van de resultaten.

Benutting van de vangstmogelijkheden (jaarlijkse benutting van de vismachtigingen, uitgedrukt als percentage van de door het protocol geboden vangstmogelijkheden).

Vangstgegevens (verzameling en analyse) en handelswaarde van de overeenkomst.

Bijdrage zowel aan het creëren van werkgelegenheid en de invoering van behoorlijke arbeidsvoorwaarden in de visserijsector, als aan het scheppen van toegevoegde waarde in de Unie en de stabilisering van de markt van de Unie (op geaggregeerd niveau met andere PODV’s).

Bijdrage aan de verbetering van het onderzoek, de monitoring en de controle van de visserijactiviteiten door het partnerland en aan de ontwikkeling van zijn visserijsector, met name de ambachtelijke visserij.

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief 

1.5.1.Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief

De nieuwe overeenkomst en het nieuwe uitvoeringsprotocol zullen met ingang van de datum van ondertekening voorlopig van toepassing zijn, zodat de visserijactiviteiten in het kader van de huidige overeenkomst zo min mogelijk worden onderbroken door het aflopen van het protocol.

De nieuwe overeenkomst en het nieuwe protocol creëren een kader voor de visserijactiviteiten van de vloot van de Unie in de visserijzone van Madagaskar en maakt het voor de reders van vaartuigen van de Unie mogelijk vismachtigingen aan te vragen om in die zone te vissen. Voorts wordt met de nieuwe overeenkomst en het nieuwe protocol de samenwerking tussen de Unie en Madagaskar versterkt om de ontwikkeling van een op alle fronten duurzaam visserijbeleid te bevorderen. Met name voorzien de overeenkomst en het protocol in de VMS-monitoring van vaartuigen en in elektronische transmissie van vangstgegevens. De sectorale steun die op grond van het protocol wordt verleend, zal Madagaskar helpen bij zijn nationale visserijstrategie, onder meer wat betreft de bestrijding van IOO-visserij, en tegelijk een stimulans zijn voor fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden in de visserijsector.

1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de Unie (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de Unie” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert bovenop de waarde die daarzonder enkel door het optreden van de lidstaten zou zijn gecreëerd.

Als de Unie geen nieuwe overeenkomst en bijbehorend protocol sluit, zouden de vaartuigen van de Unie hun visserijactiviteiten niet kunnen verrichten, aangezien de huidige overeenkomst een clausule bevat tot uitsluiting van visserijactiviteiten die niet plaatsvinden in het kader van een protocol bij de overeenkomst. De toegevoegde waarde voor de vollezeevloot van de Unie is dus zeer duidelijk. Het protocol biedt ook een kader voor nauwere samenwerking tussen de Unie en Madagaskar.

1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

Op basis van de analyse van de historische vangsten in de Malagassische visserijzone en op basis van de evaluaties en het beschikbare wetenschappelijke advies hebben de partijen een referentietonnage voor tonijn en tonijnachtigen van 14 000 ton per jaar vastgesteld, met vangstmogelijkheden voor 32 vaartuigen voor de tonijnvisserij met de ringzegen en voor 33 vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug. De sectorale steun is op een hoog niveau vastgesteld om rekening te houden met de prioriteiten van de nationale visserijstrategie en met name van het alomvattend visserijplan.

1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten

De middelen die in het kader van de PODV als financiële tegenprestatie voor de toegang tot de visbestanden worden overgemaakt, vormen vrij besteedbare inkomsten in de nationale begroting van Madagaskar. De voor de sectorale steun uitgetrokken middelen daarentegen worden aan het voor visserij verantwoordelijke ministerie toegewezen (doorgaans via opname in de jaarlijkse begrotingswet), aangezien dat een voorwaarde is voor de sluiting en de monitoring van PODV’s. Deze financiële middelen zijn verenigbaar met andere financieringsbronnen van andere internationale geldschieters voor de uitvoering van projecten en/of programma’s in de visserijsector op nationaal niveau.

1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking

n.v.t.

1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief

X beperkte geldigheidsduur

–X    van kracht vanaf 1.7.2023 tot en met 30.6.2027 (onder voorbehoud van de ondertekening ervan vóór 1 juli 2023)

–X    financiële gevolgen vanaf 2023 tot en met 2027 voor vastleggingskredieten en vanaf 2023 tot en met 2027 voor betalingskredieten.

◻ onbeperkte geldigheidsduur

–Uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ,

–gevolgd door een volledige uitvoering.

1.7.Beheersvorm(en) 9

X Direct beheer door de Commissie

–◻ door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie;

–◻    door de uitvoerende agentschappen

◻ Gedeeld beheer met de lidstaten

◻ Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken toe te vertrouwen aan:

–◻ derde landen of de door hen aangewezen organen;

–◻ internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke);

–◻ de EIB en het Europees Investeringsfonds;

–◻ de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen;

–◻ publiekrechtelijke organen;

–◻ privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij zijn voorzien van voldoende financiële garanties;

–◻ privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die zijn voorzien van voldoende financiële garanties;

–◻ personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het GBVB in het kader van titel V van het VEU is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling.

–Verstrek, indien meer dan een beheersvorm is aangekruist, extra informatie onder “Opmerkingen”.

Opmerkingen

2.BEHEERSMAATREGELEN 

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen 

Vermeld frequentie en voorwaarden.

De Commissie (DG MARE, in samenwerking met haar voor de regio bevoegde visserijattaché in Port Louis, Mauritius en in coördinatie met de delegatie van de Unie in Madagaskar en met de betrokken diensten van de Commissie) zal de uitvoering van het protocol regelmatig monitoren wat betreft het gebruik dat de exploitanten maken van de vangstmogelijkheden, de vangstgegevens en de naleving van de voorwaarden inzake de sectorale steun.

Voorts voorziet de PODV in ten minste één jaarlijkse vergadering van de gemengde commissie. Tijdens die vergadering bespreken de Commissie en Madagaskar de uitvoering van de overeenkomst en het bijbehorende protocol en passen zij de programmering en de financiële tegenprestatie zo nodig aan.

2.2.Beheers- en controlesyste(e)m(en) 

2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde beheersvorm(en), uitvoeringsmechanisme(n) voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie

De betalingen voor het verkrijgen van toegang staan los van de betalingen van de sectorale steun.

De betalingen voor de toegang vinden jaarlijks plaats op de verjaardag van het protocol. Uitzondering is het eerste jaar; in dat jaar vindt de betaling plaats binnen drie maanden na het begin van de voorlopige toepassing van het protocol. De toegang van de vaartuigen wordt gecontroleerd via de afgegeven vismachtigingen.

De betaling van de sectorale steun vindt de eerste keer plaats binnen drie maanden na het begin van de voorlopige toepassing, mits overeenstemming wordt bereikt over een jaarlijks en meerjarig uitvoeringsprogramma. Voor de daaropvolgende jaren is de steun afhankelijk van de behaalde resultaten. Die behaalde resultaten en de uitvoeringsgraad zullen worden gemonitord overeenkomstig de door de partijen overeen te komen richtsnoeren voor de uitvoering van de sectorale steun voor het visserijbeleid van Madagaskar, en wel op basis van verslagen of bewijsstukken van het partnerland en op basis van technische inspecties door de visserijattaché.

2.2.2.Informatie over de geïdentificeerde risico’s en het (de) syste(e)(men) voor interne controle dat is (die zijn) opgezet om die risico’s te beperken

Het risico is een onderbenutting van de vangstmogelijkheden door de reders van de Unie of een onderbenutting of vertraging bij de benutting door Madagaskar van de voor de financiering van het sectorale visserijbeleid bestemde middelen. Er zal uitvoerig worden gedialogeerd over de programmering en de uitvoering van het sectorale beleid als bedoeld in de overeenkomst en het protocol. Ook de in artikel 8 van het protocol genoemde gezamenlijke analyse van de resultaten maakt deel uit van deze controlemiddelen. Voorts bevatten de overeenkomst en het protocol specifieke bepalingen op grond waarvan zij onder bepaalde voorwaarden en in bepaalde omstandigheden kunnen worden geschorst.

2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding van de controlekosten tot de waarde van de betrokken beheerde financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting) 

De betalingen van de toegangskosten in het kader van de PODV’s worden gecontroleerd op de conformiteit ervan met de internationale overeenkomsten. De controles van de sectorale steun zijn gericht op de besteding van deze steun. De monitoring wordt verricht door het personeel van de Commissie dat bij de delegaties van de Unie is gestationeerd, en tijdens de vergaderingen van de gemengde commissie. De vorderingen worden geëvalueerd aan de hand van een matrix voor de meerjarige programmering. Bij onvoldoende vooruitgang wordt de betaling van de volgende tranche opgeschort of eventueel verlaagd. De totale controlekosten voor alle PODV’s samen worden geraamd op circa 1,8 % (bijdragen 2018). De controleprocedures voor de PODV’s berusten grotendeels op essentiële regelgeving. De controles worden doeltreffend geacht indien geen zwakke punten worden ontdekt die aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor de wettigheid en regelmatigheid van de financiële verrichtingen. Het gemiddelde foutenpercentage wordt geraamd op 0,0 %.

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden 

Vermeld de bestaande en geplande preventie- en beschermingsmaatregelen, bijvoorbeeld in het kader van de fraudebestrijdingsstrategie.

De Commissie zal een politieke dialoog aangaan en geregeld overleg plegen met Madagaskar om het beheer van de overeenkomst en het protocol te verbeteren en de bijdrage van de Unie aan het duurzame beheer van de visbestanden te vergroten. Voor alle betalingen die de Commissie in het kader van een PODV verricht, gelden de normale voorschriften en begrotings- en financieringsprocedures van de Commissie. Met name moeten de bankrekeningen van het derde land waarop de bedragen van de financiële tegenprestatie worden overgemaakt, volledig worden geïdentificeerd. In artikel 3, lid 7, van het protocol is bepaald dat de financiële tegenprestatie voor de toegang moet worden overgemaakt op een rekening van het ministerie van Financiën en het voor de ontwikkeling van de sector bestemde deel op een officiële rekening onder toezicht van het voor visserij bevoegde ministerie.

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 

3.1.Rubriek(en) van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven 

·Bestaande begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort uitgave

Bijdrage

Nummer

GK/NGK 10

van EVA-landen 11

van kandidaat-lidstaten 12

van derde landen

in de zin van artikel 21, lid 2, punt b), van het Financieel Reglement

Vaststelling van een governancekader voor visserijactiviteiten die vissersvaartuigen van de Unie in de wateren van derde landen verrichten

08.05.01

GK

NEE

NEE

NEE

NEE

·Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort uitgave

Bijdrage

Nummer

GK/NGK

van EVA-landen

van kandidaat-lidstaten

van derde landen

in de zin van artikel 21, lid 2, punt b), van het Financieel Reglement

[XX.YY.YY.YY]

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel voor de kredieten 

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten 

–◻    Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig

–X    Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

miljoen EUR (tot op drie decimalen)

Rubriek van het meerjarig
financieel kader

Nummer 2

Duurzame groei: natuurlijke hulpbronnen

DG MARE

Jaar 
2023 13

Jaar 
2024

Jaar 
2025

Jaar 
2026

TOTAAL

• Beleidskredieten

Begrotingsonderdeel 14 08.05.01

Vastleggingen

(1a)

1,8

1,8

1,8

1,8

7,2

Betalingen

(2a)

1,8

1,8

1,8

1,8

7,2

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1b)

Betalingen

(2b)

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten 15  

Begrotingsonderdeel

(3)

TOTAAL kredieten 
voor DG MARE

Vastleggingen

=1a+1b +3

1,8

1,8

1,8

1,8

7,2

Betalingen

=2a+2b

+3

1,8

1,8

1,8

1,8

7,2




• TOTAAL beleidskredieten

Vastleggingen

(4)

1,8

1,8

1,8

1,8

7,2

Betalingen

(5)

1,8

1,8

1,8

1,8

7,2

• TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten

(6)

TOTAAL kredieten 
onder RUBRIEK 2 
van het meerjarig financieel kader

Vastleggingen

=4+6

1,8

1,8

1,8

1,8

7,2

Betalingen

=5+6

1,8

1,8

1,8

1,8

7,2

Wanneer het voorstel/initiatief gevolgen heeft voor meerdere beleidsrubrieken, herhaal bovenstaand deel:

•TOTAAL beleidskredieten (alle beleidsrubrieken)

Vastleggingen

(4)

1,8

1,8

1,8

1,8

7,2

Betalingen

(5)

1,8

1,8

1,8

1,8

7,2

TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten (alle beleidsrubrieken)

(6)

TOTAAL kredieten
onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 6

van het meerjarig financieel kader
(referentiebedrag)

Vastleggingen

=4+6

1,8

1,8

1,8

1,8

7,2

Betalingen

=5+6

1,8

1,8

1,8

1,8

7,2





Rubriek van het meerjarig
financieel kader

7

“Administratieve uitgaven”

Dit deel moet worden ingevuld aan de hand van de “administratieve begrotingsgegevens”, die eerst moeten worden opgenomen in de bijlage bij het financieel memorandum (bijlage V bij de interne voorschriften), te uploaden in DECIDE met het oog op overleg tussen de diensten.

miljoen EUR (tot op drie decimalen)

Jaar 
N

Jaar
N+1

Jaar
N+2

Jaar
N+3

zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

DG: <…….>

• Personele middelen

• Andere administratieve uitgaven

TOTAAL DG <….>

Kredieten

TOTAAL kredieten 
onder RUBRIEK 7 
van het meerjarig financieel kader 

(totaal vastleggingen = totaal betalingen)

miljoen EUR (tot op drie decimalen)

Jaar 
N 16

Jaar 
N+1

Jaar 
N+2

Jaar 
N+3

zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

Totaal kredieten 
onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 7 
van het meerjarig financieel kader 

Vastleggingen

Betalingen

3.2.2.Geraamde output, gefinancierd met beleidskredieten 

Vastleggingskredieten in miljoen EUR (tot op 3 decimalen)

Vermeld doelstellingen en outputs

⇩

Jaar 
2023

Jaar 
2024

Jaar 
2025

Jaar 
2026

TOTAAL

OUTPUTS

Soort 17

Gem. kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Totaal aantal outputs

Totale kosten

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1 18 …

- Toegang

0,7

0,7

0,7

0,7

2,8

- Sectorale steun

1,1

1,1

1,1

1,1

4,4

- Output

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1

1,8

1,8

1,8

1,8

7,2

TOTAAL

1,8

1,8

1,8

1,8

7,2

3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten 

–X    Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig

–◻    Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

miljoen EUR (tot op drie decimalen)

Jaar 
N 19

Jaar 
N+1

Jaar 
N+2

Jaar 
N+3

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

RUBRIEK 7 
van het meerjarig financieel kader

Personele middelen

Andere administratieve uitgaven

Subtotaal RUBRIEK 7 
van het meerjarig financieel kader

Buiten RUBRIEK 7 20  
van het meerjarig financieel kader

Personele middelen

Andere administratieve 
uitgaven

Subtotaal 
buiten RUBRIEK 7 
van het meerjarig financieel kader

TOTAAL

De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

3.2.3.1.Geraamde personeelsbehoeften

–X    Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig.

–◻    Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Raming in voltijdequivalenten

Jaar 
N

Jaar 
N+1

Jaar N+2

Jaar N+3

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

• Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

20 01 02 01 (zetel en vertegenwoordigingen van de Commissie)

20 01 02 03 (delegaties)

01 01 01 01 (onderzoek onder contract)

01 01 01 11 (eigen onderzoek)

Ander begrotingsonderdeel (te vermelden)

• Extern personeel (in voltijdequivalenten: VTE) 21

20 02 01 (AC, END, INT van de “totale financiële middelen”)

20 02 03 (AC, AL, END, INT en JPD in de delegaties)

XX 01 xx yy zz   22

- centrale diensten

- delegaties

01 01 01 02 (AC, END, INT – onderzoek onder contract)

01 01 01 12 (AC, END, INT – eigen onderzoek)

Ander begrotingsonderdeel (te vermelden)

TOTAAL

XX is het beleidsterrein of de begrotingstitel.

Voor de benodigde personele middelen zal een beroep worden gedaan op het personeel van het DG dat reeds voor het beheer van deze actie is toegewezen en/of binnen het DG is herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

Beschrijving van de uit te voeren taken:

Ambtenaren en tijdelijke functionarissen

Extern personeel

3.2.4.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader 

Het voorstel/initiatief:

–X    kan volledig worden gefinancierd door middel van herschikking binnen de relevante rubriek van het meerjarig financieel kader (MFK).

Zet uiteen welke herprogrammering nodig is, onder vermelding van de betrokken begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen. Verstrek een Excel-tabel in het geval van een omvangrijke herprogrammeringsexercitie.

–◻    hiervoor moet een beroep worden gedaan op de niet-toegewezen marge in de desbetreffende rubriek van het MFK en/of op de speciale instrumenten zoals gedefinieerd in de MFK-verordening.

Zet uiteen wat nodig is, onder vermelding van de betrokken rubrieken en begrotingsonderdelen, de desbetreffende bedragen en de voorgestelde instrumenten.

–◻    hiervoor is een herziening van het MFK nodig.

Zet uiteen wat nodig is, onder vermelding van de betrokken rubrieken en begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen.

3.2.5.Bijdragen van derden 

Het voorstel/initiatief:

–X    voorziet niet in medefinanciering door derden

–◻    voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:

Kredieten in miljoen EUR (tot op drie decimalen)

Jaar 
N 23

Jaar 
N+1

Jaar 
N+2

Jaar 
N+3

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

Totaal

Medefinancieringsbron 

TOTAAL medegefinancierde kredieten


3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten 

–X    Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten

–◻    Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

voor de eigen middelen

voor overige ontvangsten

Geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven

miljoen EUR (tot op drie decimalen)

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:

Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten

Gevolgen van het voorstel/initiatief 24

Jaar 
N

Jaar 
N+1

Jaar 
N+2

Jaar 
N+3

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

Artikel ….

Vermeld voor de toegewezen ontvangsten het (de) betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven.

Andere opmerkingen (bijv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).

(1)     3622e vergadering van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken van 4 juni 2018 https://www.consilium.europa.eu/media/36284/st09680-en18.pdf  
(2)    Verordening (EU) 2023/194 van de Raad van 30 januari 2023 tot vaststelling, voor 2023, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn, en tot vaststelling, voor 2023 en 2024, van dergelijke vangstmogelijkheden voor bepaalde diepzeevisbestanden (PB L 28 van 31.1.2023, blz. 1). Zie afdeling 5 en bijlage IJ.
(3)     Évaluation rétrospective et prospective du protocole à l’accord de partenariat dans le domaine de la pêche durable entre l’Union européenne et la République de Madagascar - Bureau voor publicaties van de Europese Unie (europa.eu)  
(4)    Overeenkomstig het Interinstitutioneel Akkoord betreffende samenwerking in begrotingszaken, punt 20 (PB L 433 I van 22.12.2020).
(5)    [referentie toe te voegen]
(6)    PB L […] van […], blz. […].
(7)    Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).
(8)    In de zin van artikel 58, lid 2, punt a) of b), van het Financieel Reglement.
(9)    Nadere gegevens over de beheersvormen en verwijzingen naar het Financieel Reglement zijn beschikbaar op BudgWeb: https://myintracomm.ec.europa.eu/budgweb/EN/man/budgmanag/Pages/budgmanag.aspx  
(10)    GK = gesplitste kredieten/NGK = niet-gesplitste kredieten.
(11)    EVA: Europese Vrijhandelsassociatie.
(12)    Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, potentiële kandidaat-lidstaten van de Westelijke Balkan.
(13)    Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het voorstel/initiatief wordt begonnen. Vervang “N” door het verwachte eerste jaar van uitvoering (bijvoorbeeld: 2021). Hetzelfde voor de volgende jaren.
(14)    Volgens de officiële begrotingsnomenclatuur.
(15)    Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma’s en/of acties van de EU (vroegere “BA”-onderdelen), onderzoek onder contract, eigen onderzoek.
(16)    Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het voorstel/initiatief wordt begonnen. Vervang “N” door het verwachte eerste jaar van uitvoering (bijvoorbeeld: 2021). Hetzelfde voor de volgende jaren.
(17)    Outputs zijn de te verstrekken producten en diensten (bijvoorbeeld: aantal gefinancierde studentenuitwisselingen, aantal km aangelegde wegen enz.).
(18)    Zoals beschreven in punt 1.4.2. “Specifieke doelstelling(en)…”.
(19)    Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het voorstel/initiatief wordt begonnen. Vervang “N” door het verwachte eerste jaar van uitvoering (bijvoorbeeld: 2021). Hetzelfde voor de volgende jaren.
(20)    Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma’s en/of acties van de EU (vroegere “BA”-onderdelen), onderzoek onder contract, eigen onderzoek.
(21)    AC = Agent Contractuel (arbeidscontractant); AL = Agent Local (plaatselijk functionaris); END = Expert National Détaché (gedetacheerd nationaal deskundige); INT = Intérimaire (uitzendkracht); JPD = Junior Professionals in Delegations (jonge deskundige in delegaties).
(22)    Subplafond voor extern personeel uit beleidskredieten (vroegere “BA”-onderdelen).
(23)    Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het voorstel/initiatief wordt begonnen. Vervang “N” door het verwachte eerste jaar van uitvoering (bijvoorbeeld: 2021). Hetzelfde voor de volgende jaren.
(24)    Voor traditionele eigen middelen (douanerechten en suikerheffingen) moeten nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van 20 % aan inningskosten.