|
Publicatieblad |
NL Serie C |
|
C/2024/1782 |
22.3.2024 |
P9_TA(2023)0310
Geen bezwaar tegen een gedelegeerde handeling: tijdelijke noodmaatregelen in de sector groenten en fruit als gevolg van ongunstige meteorologische gebeurtenissen
Besluit van het Europees Parlement om geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening van de Commissie van 10 augustus 2023 tot vaststelling van tijdelijke noodmaatregelen waarbij voor 2023 wordt afgeweken van sommige bepalingen van Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/126 van de Commissie tot aanvulling van Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad, ter oplossing van specifieke problemen in de sector groenten en fruit als gevolg van ongunstige meteorologische gebeurtenissen en daarmee samenhangende maatregelen (C(2023)05365 — 2023/2819(DEA))
(C/2024/1782)
Het Europees Parlement,
|
— |
gezien de gedelegeerde verordening van de Commissie (C(2023)05365), |
|
— |
gezien het schrijven van de Commissie van 8 augustus 2023, waarin zij het Parlement verzoekt te verklaren dat het geen bezwaar zal maken tegen de gedelegeerde verordening, |
|
— |
gezien de brief van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling van 30 augustus 2023 aan de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters, |
|
— |
gezien artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, |
|
— |
gezien Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013 (1), en met name artikel 45, punt c), en artikel 152, lid 6, |
|
— |
gezien artikel 111, lid 6, van zijn Reglement, |
|
— |
gezien de aanbeveling voor een besluit van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, |
|
— |
gezien er geen bezwaar werd gemaakt binnen de in artikel 111, lid 6, derde en vierde streepjes, van zijn Reglement gestelde termijn, die op 12 september 2023 verstreek, |
|
A. |
overwegende dat als gevolg van ernstige ongunstige weersomstandigheden die in de lente van 2023 hebben plaatsgevonden in verschillende regio’s van de lidstaten, de productie van groenten en fruit drastisch is verminderd en dat zowel het geproduceerde volume als de kwaliteit is teruggelopen; |
|
B. |
overwegende dat verliezen in de waarde van de in de handel gebrachte productie (WHP) in de sector groenten en fruit doorgaans grote gevolgen hebben voor het bedrag aan steun van de Unie dat producentenorganisaties het daaropvolgende jaar ontvangen; |
|
C. |
overwegende dat zeer ongunstige weersomstandigheden ook schade toebrengen aan erkende producentenorganisaties door hun financiële stabiliteit en operationele programma’s na 2023 te beïnvloeden, aangezien de WHP voor het jaar 2023 van invloed is op de berekening van de financiële steun van de Unie, aangezien het steunbedrag van de Unie wordt berekend als percentage van de WHP van elke producentenorganisatie; |
|
D. |
overwegende dat, mochten zich in 2023 aanzienlijke verliezen in de WHP voordoen, producentenorganisaties hun officiële erkenning zouden kunnen verliezen, aangezien een van de criteria voor die erkenning is dat een bepaalde, op nationaal niveau vastgestelde, minimale WHP wordt bereikt; |
|
E. |
overwegende dat hierdoor de stabiliteit op lange termijn van producentenorganisaties als essentiële elementen van de gemeenschappelijke marktordening in de sector groenten en fruit van de Unie in gevaar zou komen; |
|
F. |
overwegende dat om deze problemen te verlichten moet worden afgeweken van de bepalingen voor de berekening van de WHP die zijn vastgesteld in Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/126 (2) van de Commissie en die van toepassing zijn op de sector groenten en fruit; |
|
G. |
overwegende dat uit hoofde van deze gedelegeerde verordening, wanneer als gevolg van de ongunstige weersomstandigheden in het voorjaar van 2023 een buiten de verantwoordelijkheid en controle van de producentenorganisatie of unie van producentenorganisaties vallende daling van de waarde van een product met ten minste 35 % heeft plaatsgevonden, de WHP van dat product in 2023 geacht wordt 100 % van de WHP te bedragen voor het gemiddelde van de vijf voorgaande referentieperioden van twaalf maanden, met uitsluiting van de laagste en de hoogste waarde; |
|
1. |
verklaart geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening; |
|
2. |
verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de Raad en de Commissie. |
(1) PB L 435 van 6.12.2021, blz. 1.
(2) Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/126 van de Commissie van 7 december 2021 tot aanvulling van Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad met aanvullende eisen voor bepaalde interventietypes die de lidstaten in het kader van die verordening in hun strategisch GLB-plan voor de periode 2023-2027 uitwerken, alsmede regels voor het aandeel in het kader van norm 1 inzake een goede landbouw- en milieuconditie (GLMC) (PB L 20 van 31.1.2022, blz. 52).
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/1782/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)