2004/96/EG: Beschikking van de Commissie van 28 januari 2004 tot machtiging van de lidstaten om voor planten van Vitis L., met uitzondering van vruchten, van oorsprong uit Zwitserland, tijdelijk toe te staan dat van sommige bepalingen van Richtlijn 2000/29/EG van de Raad wordt afgeweken (kennisgeving geschied onder nummer C(2004) 122)
Publicatieblad Nr. L 028 van 31/01/2004 blz. 0026 - 0029
Beschikking van de Commissie van 28 januari 2004 tot machtiging van de lidstaten om voor planten van Vitis L., met uitzondering van vruchten, van oorsprong uit Zwitserland, tijdelijk toe te staan dat van sommige bepalingen van Richtlijn 2000/29/EG van de Raad wordt afgeweken (kennisgeving geschied onder nummer C(2004) 122) (2004/96/EG) DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Richtlijn 2000/29/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen(1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2003/116/EG van de Commissie(2), en met name op artikel 15, lid 1, Gezien het door Frankrijk ingediende verzoek, Overwegende hetgeen volgt: (1) Krachtens Richtlijn 2000/29/EG mogen planten van Vitis L., met uitzondering van vruchten, van oorsprong uit derde landen, in principe niet in de Gemeenschap worden binnengebracht. (2) Op grond van de Beschikkingen 97/159/EG(3), 1999/166/EG(4), 2000/189/EG(5), 2001/5/EG(6), 2001/836/EG(7) en 2003/69/EG(8) van de Commissie zijn de lidstaten gemachtigd om voor planten van Vitis L., met uitzondering van vruchten, van oorsprong uit Zwitserland, voor een beperkte periode af te wijken van sommige bepalingen van Richtlijn 2000/29/EG, mits aan een aantal specifieke voorwaarden wordt voldaan. (3) De omstandigheden op grond waarvan de machtiging is verleend, zijn nog niet veranderd en er is geen nieuwe informatie op grond waarvan de specifieke voorwaarden zouden moeten worden herzien. (4) Derhalve moeten de lidstaten worden gemachtigd om, onverminderd Richtlijn 68/193/EEG van de Raad(9), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad(10), en de maatregelen ter uitvoering daarvan, voor een beperkte periode onder specifieke voorwaarden een afwijking toe te staan. (5) Deze machtiging om af te wijken moet vervallen wanneer wordt geconstateerd dat de bij deze beschikking vastgestelde specifieke voorwaarden ontoereikend zijn om het binnenbrengen van schadelijke organismen in de Gemeenschap te voorkomen of dat zij niet in acht zijn genomen. (6) De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Plantenziektekundig Comité, HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN: Artikel 1 De lidstaten worden hierbij gemachtigd om voor planten van Vitis L., met uitzondering van vruchten, van oorsprong uit Zwitserland (hierna "planten"), af te wijken van artikel 4, lid 1, van Richtlijn 2000/29/EG wat betreft het in deel A, punt 15, van bijlage III bij die richtlijn vastgestelde verbod. De in lid 1 bedoelde machtiging om af te wijken (hierna "de machtiging" ) wordt slechts verleend als wordt voldaan, niet alleen aan de bijlagen I en II bij Richtlijn 2000/29/EG, maar ook aan de bijlage bij deze beschikking, en geldt slechts voor planten die tussen 1 februari en 30 maart 2004 in de Gemeenschap worden binnengebracht. Artikel 2 De lidstaten verstrekken de Commissie en de overige lidstaten vóór 30 november van het jaar van invoer: a) gegevens over de hoeveelheden planten die op grond van deze beschikking zijn ingevoerd, en b) een gedetailleerd technisch verslag over de in punt 6 van de bijlage bedoelde officiële inspecties. Bovendien doen ook de lidstaten waar knoppen van de planten na invoer zijn geënt op onderstammen en de geënte planten zijn uitgezet, de Commissie en de overige lidstaten, vóór 30 november van het jaar van invoer, een gedetailleerd technisch verslag toekomen over de in punt 9, onder b), van de bijlage bedoelde officiële inspecties. Artikel 3 De lidstaten stellen de Commissie en de overige lidstaten onmiddellijk in kennis van alle zendingen die op grond van deze beschikking op hun grondgebied zijn binnengebracht en waarvan achteraf is gebleken dat zij niet aan deze beschikking voldoen. Artikel 4 Deze beschikking is gericht tot de lidstaten. Gedaan te Brussel, 28 januari 2004. Voor de Commissie David Byrne Lid van de Commissie (1) PB L 169 van 10.7.2000, blz. 1. (2) PB L 321 van 6.12.2003, blz. 36. (3) PB L 62 van 4.3.1997, blz. 36. (4) PB L 55 van 3.3.1999, blz. 16. (5) PB L 59 van 4.3.2000, blz. 18. (6) PB L 2 van 5.1.2001, blz. 22. (7) PB L 312 van 29.11.2001, blz. 27. (8) PB L 26 van 31.1.2003, blz. 72. (9) PB L 93 van 17.4.1968, blz. 15. (10) PB L 268 van 18.10.2003, blz. 1. BIJLAGE Specifieke voorwaarden waaraan planten van Vitis L., met uitzondering van vruchten, van oorsprong uit Zwitserland, moeten voldoen om in aanmerking te komen voor de in artikel 1 van deze beschikking vastgestelde afwijking 1. Het gaat om teeltmateriaal in de vorm van slapende knoppen: a) van de volgende rassen: - Amigne, - Carminoir, - Chasselas blanc, - Cornalin, - Diolinoir, - Gamaret, - Garanoir, - Humagne blanc, - Humagne rouge, - Paien jaune, - Petite Arvine, - Pinot noir Valais, - Sylvaner; b) die geoogst zijn in officieel geregistreerde onderstamkwekerijen. De lijsten van de geregistreerde kwekerijen worden uiterlijk op 1 februari 2004 meegedeeld aan de lidstaten die van de afwijking gebruikmaken en aan de Commissie. In deze lijsten worden voor elk van deze kwekerijen de naam van de rassen, het aantal rijen dat van die rassen is aangeplant en het aantal planten per rij vermeld, voorzover de planten geschikt worden geacht om in 2004 onder de in deze beschikking vastgestelde voorwaarden naar de Gemeenschap te worden verzonden; c) die naar behoren verpakt zijn en waarvan op de verpakking een zodanige aanduiding is aangebracht dat kan worden bepaald van welke geregistreerde kwekerij het materiaal afkomstig is en tot welk ras het behoort; d) die bestemd zijn om in de Gemeenschap op de in punt 7 bedoelde bedrijven te worden geënt op in de Gemeenschap geproduceerde onderstammen. 2. De planten gaan vergezeld van een in Zwitserland overeenkomstig artikel 13 van Richtlijn 2000/29/EG en op basis van het daarin bedoelde onderzoek afgegeven fytosanitair certificaat, waarin met name wordt verklaard dat de planten vrij zijn van de volgende schadelijke organismen: - Daktulosphaira vitifoliae (Fitch), - Xylophilus ampelinus (Panagopoulos) Willems et al., - Grapevine Flavescence dorée MLO. In het certificaat moet onder "Aanvullende verklaring" worden vermeld: "Deze zending voldoet aan de in Beschikking 2004/96/EG van de Commissie vastgestelde voorwaarden". 3. De officiële plantenziektekundige dienst van Zwitserland ziet erop toe dat de knoppen vanaf het moment waarop zij worden geoogst als bedoeld in punt 1, onder b), tot het moment waarop zij voor uitvoer naar de Gemeenschap worden ingeladen, kunnen worden geïdentificeerd. 4. De planten moeten worden binnengebracht via plaatsen van binnenkomst die op het grondgebied van een lidstaat liggen en door die lidstaat met het oog op de onderhavige afwijking zijn aangewezen; deze plaatsen van binnenkomst en de naam en het adres van de in Richtlijn 2000/29/EG bedoelde officiële instantie die verantwoordelijk is voor elke plaats van binnenkomst, moeten lang genoeg van tevoren door de lidstaten aan de Commissie worden gemeld en moeten desgevraagd aan andere lidstaten worden meegedeeld. Als de knoppen in de Gemeenschap worden binnengebracht in een andere lidstaat dan die welke gebruikmaakt van deze afwijking, melden de bovenbedoelde verantwoordelijke officiële instanties van de lidstaat waar de knoppen worden binnengebracht, dit aan de verantwoordelijke officiële instanties van de lidstaten die wel van deze afwijking gebruikmaken, en werken zij met deze instanties samen om ervoor te zorgen dat deze beschikking wordt nageleefd. 5. Voorafgaand aan de invoer in de Gemeenschap moet de importeur officieel in kennis worden gesteld van de in de punten 1 tot en met 10 vastgestelde voorwaarden; deze importeur meldt bijzonderheden van elke in te voeren zending lang genoeg van tevoren aan de verantwoordelijke officiële instanties in de lidstaat van binnenkomst en deze lidstaat geeft de gegevens onverwijld door aan de Commissie, met name: a) het soort materiaal, b) het ras en de hoeveelheid, c) de datum waarop de invoer zal plaatsvinden en de bevestiging van de plaats van binnenkomst, d) de naam, het adres en de ligging van de in punt 7 bedoelde bedrijven waar de knoppen zullen worden geënt en/of waar de geënte planten vervolgens zullen worden uitgezet. De importeur deelt de betrokken officiële instanties alle wijzigingen in de bovengenoemde gegevens mee zodra die bekend zijn. De betrokken lidstaat stelt de Commissie onverwijld in kennis van de hierboven bedoelde gegevens en van elke wijziging daarvan. 6. De inspecties, met indien nodig tests, die op grond van artikel 13 van Richtlijn 2000/29/EG en deze beschikking zijn vereist, worden uitgevoerd door de in die richtlijn bedoelde verantwoordelijke officiële instanties; de van deze inspecties deel uitmakende fytosanitaire controles worden uitgevoerd door de lidstaat die deze afwijkende regeling toepast, eventueel in samenwerking met de bovenbedoelde instanties van de lidstaat waar de knoppen zullen worden geënt. Bovendien verricht (verrichten) die lidstaat (of lidstaten) gedurende die fytosanitaire controles ook onderzoek naar alle andere schadelijke organismen. Er worden deelmonsters beschikbaar gehouden voor later onderzoek door andere lidstaten. Onverminderd het toezicht als bedoeld in artikel 21, lid 3, derde streepje, eerste mogelijkheid, van bovengenoemde richtlijn, bepaalt de Commissie in hoeverre het in artikel 21, lid 3, derde streepje, tweede mogelijkheid, van die richtlijn bedoelde onderzoek wordt geïntegreerd in het inspectieprogramma overeenkomstig artikel 21, lid 5, derde alinea van die richtlijn. 7. Het enten van de knoppen op onderstammen en het vervolgens uitzetten van de geënte planten mag uitsluitend plaatsvinden op bedrijven: a) waarvan naam, adres en ligging door de persoon die de op grond van deze beschikking ingevoerde knoppen wil gebruiken, zijn meegedeeld aan de bovengenoemde verantwoordelijke officiële instanties van de lidstaat waar die bedrijven zich bevinden, en b) die officieel zijn geregistreerd en erkend in het kader van de toepassing van deze afwijking. Wanneer de planten worden geënt of uitgezet in een andere lidstaat dan die welke van deze afwijking gebruikmaakt, moeten de bovenbedoelde verantwoordelijke officiële instanties van de lidstaat die de afwijking toepast, op het moment van ontvangst van de bovenbedoelde voorafgaande melding van de importeur, aan de bovenbedoelde verantwoordelijke officiële instanties van de lidstaat waar de knoppen zullen worden geënt of uitgezet, de naam, het adres en de ligging melden van de bedrijven waar de planten zullen worden geënt of uitgezet. 8. De bovenbedoelde verantwoordelijke officiële instanties zorgen ervoor dat alle knoppen die niet overeenkomstig het bepaalde in punt 7 worden gebruikt, onder toezicht van de bovenbedoelde verantwoordelijke officiële instanties worden vernietigd. De gegevens betreffende het aantal planten dat is vernietigd, worden ter beschikking van de Commissie gehouden. 9. In de in punt 7 bedoelde bedrijven: a) mogen de knoppen die vrij zijn bevonden van de in punt 6 bedoelde schadelijke organismen, vervolgens voor enting worden gebruikt; de geënte planten worden uitgezet en opgekweekt op percelen van de in punt 7 bedoelde bedrijven en zij blijven op deze bedrijven totdat zij naar een in punt 10 bedoelde bestemming buiten de Gemeenschap worden gebracht; b) moeten de geënte planten in de groeiperiode na de invoer op passende tijdstippen visueel op schadelijke organismen, met inbegrip van Daktulosphaira vitifoliae (Fitch), of door schadelijke organismen veroorzaakte tekenen of symptomen geïnspecteerd worden door bovenbedoelde verantwoordelijke officiële instanties van de lidstaat waar de geënte planten worden uitgezet; de bij deze visuele inspectie ontdekte schadelijke organismen die dergelijke tekenen of symptomen hebben veroorzaakt, worden aan de hand van passende tests geïdentificeerd; c) worden de geënte planten die bij de in de voorgaande streepjes bedoelde inspecties of tests niet vrij zijn bevonden van de in punt 2 vermelde schadelijke organismen of die anderszins aanleiding geven tot quarantainemaatregelen, onmiddellijk vernietigd onder toezicht van de bovenbedoelde verantwoordelijke instanties. 10. Planten die zijn verkregen door succesvolle enting van de in punt 1, onder a), bedoelde knoppen, mogen pas in 2004 of in 2005 als geënte plant naar een bestemming buiten de Gemeenschap worden gebracht. De bovenbedoelde verantwoordelijke officiële instanties zien erop toe dat alle planten die niet naar een dergelijke bestemming worden gebracht, officieel worden vernietigd. De gegevens betreffende de hoeveelheden met succes geënte planten, officieel vernietigde planten en verkochte planten, en betreffende de landen van bestemming van de verkochte planten worden ter beschikking van de Commissie gehouden.