31996R2133

Verordening (EG) nr. 2133/96 van de Commissie van 6 november 1996 houdende uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EEG) nr. 3438/92 van de Raad tot vaststelling van bijzondere maatregelen voor het vervoer van bepaalde soorten verse groenten en fruit van oorsprong uit Griekenland, wat in 1996 verzonden produkten betreft

Publicatieblad Nr. L 285 van 07/11/1996 blz. 0013 - 0014


VERORDENING (EG) Nr. 2133/96 VAN DE COMMISSIE van 6 november 1996 houdende uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EEG) nr. 3438/92 van de Raad tot vaststelling van bijzondere maatregelen voor het vervoer van bepaalde soorten verse groenten en fruit van oorsprong uit Griekenland, wat in 1996 verzonden produkten betreft

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 3438/92 van de Raad van 23 november 1992 tot vaststelling van bijzondere maatregelen voor het vervoer van bepaalde soorten verse groenten en fruit van oorsprong uit Griekenland (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1600/96 (2), en met name op artikel 3,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 3813/92 van de Raad van 28 december 1992 betreffende de rekeneenheid en de omrekeningskoersen die in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid moeten worden toegepast (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 150/95 (4), en met name op artikel 3 en op artikel 13, lid 2,

Overwegende dat bij Verordening (EEG) nr. 3438/92 voor 1992, 1993, 1994, 1995 en 1996 een bijzondere tijdelijke compensatie is ingesteld voor het vervoer met koelauto's, koelschepen of koelwagons uit Griekenland naar de overige Lid-Staten, met uitzondering van Italië, Spanje en Portugal, van bepaalde soorten verse groenten en fruit van oorsprong uit Griekenland;

Overwegende dat reeds bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EEG) nr. 3438/92 zijn vastgesteld voor de in 1992, 1993, 1994 en 1995 vervoerde zendingen;

Overwegende dat moet worden bepaald welke verzenders en zendingen in 1996 voor deze bijzondere tijdelijke compensatie in aanmerking komen en welke gegevens de compensatieaanvraag ten minste moet bevatten;

Overwegende dat ervan mag worden uitgegaan dat het verschil in vervoerkosten, dat een gevolg is van de ondanks de beëindiging van de vijandelijkheden nog steeds slechte vervoersomstandigheden in de gebieden van het voormalige Joegoslavië, voor alle betrokken vervoermiddelen en bestemmingen als even groot kan worden aangemerkt;

Overwegende dat het bedrag van de bijzondere tijdelijke compensatie overeenkomstig artikel 2, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 3438/92 geleidelijk moet worden verlaagd;

Overwegende dat, om de uitgaven te beperken, het bedrag van de bijzondere tijdelijke compensatie moet worden berekend op basis van de door Griekenland opgegeven hoeveelheden;

Overwegende dat de aanvragen voor de bijzondere tijdelijke compensatie moeten worden gecontroleerd en ernstige onregelmatigheden moeten worden bestraft;

Overwegende dat moet worden vastgesteld welke gegevens de bevoegde Griekse autoriteit aan de Commissie moet doen toekomen en binnen welke termijn dit moet gebeuren;

Overwegende dat deze verordening moet worden toegepast vanaf 1 januari 1996;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor groenten en fruit,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 3438/92 bedoelde bijzondere tijdelijke compensatie wordt verleend:

a) aan verzenders, natuurlijke personen of rechtspersonen, die het betrokken vervoer daadwerkelijk hebben bekostigd;

b) voor zendingen die het grondgebied van Griekenland in de loop van 1996 hebben verlaten;

c) voor daadwerkelijk in een andere Lid-Staat dan Italië, Spanje en Portugal binnengebrachte hoeveelheden.

Artikel 2

1. De aanvraag voor de bijzondere tijdelijke compensatie wordt uiterlijk zes maanden na verzending van de betrokken zendingen bij de bevoegde Griekse autoriteit ingediend.

Deze aanvraag wordt evenwel uiterlijk zes maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening ingediend voor zendingen die vóór die datum zijn verzonden.

2. De aanvraag bevat ten minste:

a) de naam of firmanaam en het adres van de aanvrager;

b) de totale hoeveelheden produkten die aan de voorwaarden in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 3438/92 en in artikel 1 van deze verordening voldoen, uitgedrukt in nettogewicht en uitgesplitst naar produkt en naar zending;

c) voor elke zending:

- de totale hoeveelheid, uitgedrukt in nettogewicht en uitgesplitst naar produkt;

- de Lid-Staat van bestemming;

- het (de) gebruikte vervoermiddel(en);

- de betaalde, op naam van de aanvrager gestelde factuur van de vervoerkosten of een kopie van het vervoerdocument, indien aan de hand daarvan kan worden bepaald wie de kosten van het betrokken vervoer heeft gedragen;

- een kopie van het door de Griekse autoriteiten opgestelde en door de Lid-Staat van bestemming geviseerde document T 5;

- een verklaring van de aanvrager waarin wordt gecertificeerd dat de produkten van de betrokken zending van oorsprong zijn uit Griekenland.

3. De bevoegde Griekse autoriteit beslist over de ontvankelijkheid van de aanvragen.

Artikel 3

1. De in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 3438/92 bedoelde bijzondere tijdelijke compensatie wordt vastgesteld op 3,21 ecu per 100 kg nettogewicht voor de van 1 januari 1996 tot en met 17 oktober 1996 verzonden produkten, en op 2,76 ecu per 100 kg nettogewicht voor de van 18 oktober 1996 tot en met 31 december 1996 verzonden produkten.

Indien de hoeveelheden van 1 januari 1996 tot en met 17 oktober 1996 verzonden produkten waarvoor aanvragen zijn ingediend, 175 500 ton overschrijden of de hoeveelheden van 18 oktober 1996 tot en met 31 december 1996 verzonden produkten waarvoor aanvragen zijn ingediend, 41 000 ton overschrijden, wordt het bedrag van de bijzondere tijdelijke compensatie verminderd naar evenredigheid van de overschrijding van de corresponderende hoeveelheid. Bovendien mag het op deze manier voor de tweede periode berekende compensatiebedrag niet hoger liggen dan het voor de eerste periode geldende bedrag.

2. De bijzondere tijdelijke compensatie wordt in drachme omgerekend tegen de landbouwomrekeningskoers die geldt op de datum van afgifte van het in artikel 2, lid 2, onder c), vijfde streepje, bedoelde document T 5.

3. De bijzondere tijdelijke compensatie wordt in twee tranches betaald. De eerste tranche wordt uiterlijk drie maanden na de indiening van de aanvraag betaald mits de aanvraag ontvankelijk is verklaard, en bedraagt 60 % van het totale bedrag van de bijzondere tijdelijke compensatie. De tweede tranche wordt uiterlijk op 15 oktober 1997 betaald.

Artikel 4

De bevoegde Griekse autoriteiten verrichten de controles in verband met de toekenning van de bijzondere tijdelijke compensatie.

Artikel 5

1. Als een bijzondere tijdelijke compensatie ten onrechte is betaald, vorderen de bevoegde Griekse autoriteiten de betaalde bedragen terug, verhoogd met rente vanaf de datum van de betaling tot de datum, waarop die bedragen worden terugbetaald en, in geval van een ernstige onregelmatigheid, met een boete die gelijk is aan de ten onrechte betaalde bedragen. De toe te passen rentevoet is die welke voor vergelijkbare terugvorderingen op grond van het Griekse recht wordt toegepast.

2. De teruggegeven bijzondere tijdelijke compensatie en, eventueel, de rente en de boete worden overgemaakt aan de betaalorganen en -diensten en door deze in mindering gebracht op de uitgaven die worden gefinancierd door het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Garantie.

Artikel 6

Uiterlijk op 31 augustus 1997 meldt de bevoegde Griekse autoriteit aan de Commissie de totale hoeveelheden produkten waarvoor ontvankelijke aanvragen uit hoofde van deze verordening zijn ingediend, uitgesplitst naar produkt, vervoermiddel, Lid-Staat van bestemming en periode van verzending.

Artikel 7

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 1996.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 6 november 1996.

Voor de Commissie

Franz FISCHLER

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 350 van 1. 12. 1992, blz. 1.

(2) PB nr. L 206 van 16. 8. 1996, blz. 45.

(3) PB nr. L 387 van 31. 12. 1992, blz. 1.

(4) PB nr. L 22 van 31. 1. 1995, blz. 1.