<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><JUDGMENT xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://formex.publications.europa.eu/schema/formex-05.00-20081231.xd"><BIB.JUDGMENT><REF.CASE FILE="ECRT12002NLA.1000420101.case.xml"><NO.CASE>T-77/02</NO.CASE></REF.CASE><NO.CELEX>62002A0077</NO.CELEX><NO.SEQ>0011.0001</NO.SEQ><PAGE.FIRST.ECR>4202</PAGE.FIRST.ECR><PAGE.SEQ>1</PAGE.SEQ><PAGE.LAST.ECR>4216</PAGE.LAST.ECR><PAGE.TOTAL>15</PAGE.TOTAL><AUTHOR>T</AUTHOR></BIB.JUDGMENT><CURR.TITLE><LEFT>ARREST VAN <DATE ISO="20021022">22.10.2002</DATE> — ZAAK T-77/02</LEFT><RIGHT>SCHNEIDER ELECTRIC / COMMISSIE</RIGHT></CURR.TITLE><TITLE><TI><P><HT TYPE="UC">Arrest van het Gerecht</HT> (Eerste kamer)</P><P><DATE ISO="20021022">22 oktober 2002</DATE><NOTE NOTE.ID="E0001" NUMBERING="STAR"><P>Procestaal: Frans.</P></NOTE></P></TI></TITLE><JUDGMENT.INIT><P>In zaak T-77/02,</P></JUDGMENT.INIT><PARTIES><PLAINTIFS><P><HT TYPE="BOLD">Schneider Electric SA,</HT> gevestigd te Rueil-Malmaison (Frankrijk), vertegenwoordigd door A. Winckler en E. de La Serre, advocaten,</P><PARTY.STATUS>verzoekster,</PARTY.STATUS></PLAINTIFS><AGAINST>tegen</AGAINST><DEFENDANTS><P><HT TYPE="BOLD">Commissie van de Europese Gemeenschappen,</HT> vertegenwoordigd door P. Oliver, P. Hellström en F. Lelièvre als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,</P><PARTY.STATUS>verweerster,</PARTY.STATUS></DEFENDANTS><?PAGE NO="II-4203"?><P>ondersteund door</P><INTERVENERS><P>Legrand SA, gevestigd te Limoges (Frankrijk), vertegenwoordigd door H. Calvet, advocaat,</P><P>Comité central d'entreprise de la SA Legrand,</P><P>Comité europeen du groupe Legrand, gevestigd te Limoges (Frankrijk), vertegenwoordigd door H. Masse-Dessen, advocaat,</P><PARTY.STATUS>intervenienten,</PARTY.STATUS></INTERVENERS></PARTIES><P>betreffende een beroep tot nietigverklaring van beschikking C (2002) 360 def. van de Commissie van <DATE ISO="20020130">30 januari 2002</DATE>, waarbij een scheiding van ondernemingen wordt gelast (zaak COMP/M.2283 — Schneider/Legrand),</P><P>wijst</P><PREAMBLE><PREAMBLE.INIT><P>HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Eerste kamer),</P><P>samengesteld als volgt: B. Vesterdorf, president, N. J. Forwood en H. Legal, rechters,</P><P>griffier: B. Pastor, adjunct-griffier,</P></PREAMBLE.INIT><GR.VISA><VISA>gezien de stukken en na de terechtzitting op <DATE ISO="20020711">11 juli 2002</DATE>,</VISA></GR.VISA><?PAGE NO="II-4204"?><PREAMBLE.FINAL><P>het navolgende</P></PREAMBLE.FINAL></PREAMBLE><CONTENTS.JUDGMENT><GR.SEQ LEVEL="1"><TITLE><TI><P>Arrest</P></TI></TITLE><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><P>De toepasselijke regeling</P></TI></TITLE><NP><NO.P>1</NO.P><TXT>Artikel 2 van verordening (EEG) nr. 4064/89 van de Raad van <DATE ISO="19891221">21 december 1989</DATE> betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="395" DATE.PUB="1989" PAGE.FIRST="1">PB L 395, blz. 1</REF.DOC.OJ>, gerectificeerd in <REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="257" DATE.PUB="1990" PAGE.FIRST="13">PB 1990, L 257, blz. 13</REF.DOC.OJ>), laatstelijk gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1310/97 van de Raad van <DATE ISO="19970630">30 juni 1997</DATE> (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="180" DATE.PUB="1997" PAGE.FIRST="1">PB L 180, blz. 1</REF.DOC.OJ>) (hierna: <QUOT.START ID="QS0001" REF.END="QE0001" CODE="201E"/>verordening nr. 4064/89<QUOT.END ID="QE0001" REF.START="QS0001" CODE="201D"/>), bepaalt:</TXT><P><QUOT.S LEVEL="1"><NP><NO.P><QUOT.START ID="QS0002" REF.END="QE0002" CODE="201E"/>1.</NO.P><TXT>Concentraties in de zin van deze verordening worden aan de hand van onderstaande bepalingen getoetst op hun verenigbaarheid of onverenigbaarheid met de gemeenschappelijke markt.</TXT><P>[...]</P></NP><NP><NO.P>3.</NO.P><TXT>Concentraties die een machtspositie in het leven roepen of versterken die tot gevolg heeft dat een daadwerkelijke mededinging op de gemeenschappelijke<?PAGE NO="II-4205"?> markt of een wezenlijk deel daarvan wordt belemmerd, worden onverenigbaar verklaard met de gemeenschappelijke markt.</TXT><P>[...]<QUOT.END ID="QE0002" REF.START="QS0002" CODE="201D"/></P></NP></QUOT.S></P></NP><NP><NO.P>2</NO.P><TXT>Artikel 4 van verordening nr. 4064/89 verlangt dat de partij of partijen die de zeggenschap, of de gezamenlijke zeggenschap, in een andere onderneming verkrijgen, de concentratie bij de Commissie aanmelden.</TXT></NP><NP><NO.P>3</NO.P><TXT>Artikel 7 van verordening nr. 4064/89 luidt:</TXT><P><QUOT.S LEVEL="1"><NP><NO.P><QUOT.START ID="QS0003" REF.END="QE0003" CODE="201E"/>1.</NO.P><TXT>Een concentratie als gedefinieerd in artikel 1 kan niet tot stand worden gebracht, zolang zij niet is aangemeld en met de gemeenschappelijke markt verenigbaar is verklaard [...]</TXT></NP><NP><NO.P>3.</NO.P><TXT>Lid 1 belet de totstandkoming van een openbaar overnemings- of ruilaanbod niet indien dit overeenkomstig artikel 4, lid 1, bij de Commissie wordt aangemeld, voorzover de verkrijger de aan de deelnemingen in het kapitaal verbonden stemrechten niet uitoefent dan wel slechts uitoefent om de waarde van zijn belegging te handhaven en op basis van een door de Commissie overeenkomstig lid 4 verleende ontheffing.</TXT></NP><NP><NO.P>4.</NO.P><TXT>De Commissie kan op verzoek ontheffing verlenen van de in lid 1 of lid 3 bedoelde verplichtingen. Het verzoek om ontheffing moet met redenen zijn omkleed. Bij haar beslissing houdt de Commissie met name rekening met de gevolgen van de schorsing voor een of meer bij de concentratie betrokken<?PAGE NO="II-4206"?> ondernemingen of voor derden, alsook met de bedreiging die de concentratie voor de mededinging kan inhouden. Aan de ontheffing kunnen voorwaarden en verplichtingen worden verbonden om de voorwaarden voor een daadwerkelijke mededinging te waarborgen. De ontheffing kan te allen tijde, ook vóór de aanmelding of na de transactie, worden aangevraagd en verleend.</TXT><P>[...]<QUOT.END ID="QE0003" REF.START="QS0003" CODE="201D"/></P></NP></QUOT.S></P></NP><NP><NO.P>4</NO.P><TXT>Artikel 8 van verordening nr. 4064/89 bepaalt onder meer:</TXT><P><QUOT.S LEVEL="1"><NP><NO.P><QUOT.START ID="QS0004" REF.END="QE0004" CODE="201E"/>3.</NO.P><TXT>Als de Commissie vaststelt dat een concentratie aan het in artikel 2, lid 3, gedefinieerde criterium voldoet [...], geeft zij een beschikking waarbij verklaard wordt dat de concentratie onverenigbaar is met de gemeenschappelijke markt.</TXT></NP><NP><NO.P>4.</NO.P><TXT>Indien de concentratie reeds tot stand is gebracht, kan de Commissie in de overeenkomstig lid 3 gegeven beschikking of in een afzonderlijke beschikking de scheiding van de samengevoegde ondernemingen of vermogensbestanddelen, de beëindiging van de gemeenschappelijke controle of elke andere geëigende maatregel gelasten om weer een daadwerkelijke mededinging tot stand te brengen. <QUOT.END ID="QE0004" REF.START="QS0004" CODE="201D"/></TXT></NP></QUOT.S></P></NP></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><P>De antecedenten van het geding</P></TI></TITLE><NP><NO.P>5</NO.P><TXT>Schneider Electric SA (hierna: <QUOT.START ID="QS0005" REF.END="QE0005" CODE="201E"/>Schneider<QUOT.END ID="QE0005" REF.START="QS0005" CODE="201D"/>), vennootschap naar Frans recht, is de moedermaatschappij van een groep die zich bezighoudt met de productie en verkoop van producten en systemen in de sectoren elektriciteitsdistributie, industriële meet- en regeltechniek en automatisering.</TXT></NP><?PAGE NO="II-4207"?><NP><NO.P>6</NO.P><TXT>Legrand SA is een vennootschap naar Frans recht, gespecialiseerd in de productie en verkoop van elektrische apparatuur voor laagspanningsinstallaties.</TXT></NP><NP><NO.P>7</NO.P><TXT>Overeenkomstig het bepaalde in verordening nr. 4064/89 stelden Schneider en Legrand op <DATE ISO="20010216">16 februari 2001</DATE> de Commissie in kennis van Schneiders voornemen een openbaar ruilaanbod (hierna: <QUOT.START ID="QS0006" REF.END="QE0006" CODE="201E"/>ORA<QUOT.END ID="QE0006" REF.START="QS0006" CODE="201D"/>) te doen voor alle aandelen Legrand in handen van het publiek.</TXT></NP><NP><NO.P>8</NO.P><TXT>Na onderzoek kwam de Commissie tot de conclusie, dat de aangemelde concentratie binnen het toepassingsgebied van verordening nr. 4064/89 viel en dat er grote twijfel bestond over haar verenigbaarheid met de gemeenschappelijke markt en de Europese Economische Ruimte.</TXT></NP><NP><NO.P>9</NO.P><TXT>Bijgevolg gaf de Commissie op <DATE ISO="20010330">30 maart 2001</DATE> een beschikking op grond van artikel 6, lid 1, sub c, van verordening nr. 4064/89, waarbij zij de tweede fase van het onderzoek van de aangemelde concentratie inleidde.</TXT></NP><NP><NO.P>10</NO.P><TXT>Op <DATE ISO="20010607">7 juni 2001</DATE> diende Schneider de voorwaarden van haar ORA in bij de Franse raad voor de financiële markten, die het tijdens zijn vergadering van 14 juni daaraanvolgend ontvankelijk verklaarde. De toestemming van de beurscommissie werd op <DATE ISO="20010619">19 juni 2001</DATE> verkregen.</TXT></NP><NP><NO.P>11</NO.P><TXT>Gelet op artikel 7, lid 3, van verordening nr. 4064/89, dat de uitvoering van bij de Commissie aangemelde openbare aanbiedingen toestaat op voorwaarde dat de verkrijger de aan de betrokken aandelen verbonden stemrechten niet uitoefent, maakte Schneider haar ORA op <DATE ISO="20010621">21 juni 2001</DATE> publiek, met als uiterste datum 25 juli daaraanvolgend.</TXT></NP><?PAGE NO="II-4208"?><NP><NO.P>12</NO.P><TXT>Krachtens artikel 13, lid 2, van verordening (EG) nr. 447/98 van de Commissie van <DATE ISO="19980301">1 maart 1998</DATE> betreffende de aanmeldingen, de termijnen en het horen van betrokkenen en derden overeenkomstig verordening nr. 4064/89 (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="061" DATE.PUB="1998" PAGE.FIRST="1">PB L 61, blz. 1</REF.DOC.OJ>), zond de Commissie op <DATE ISO="20010803">3 augustus 2001</DATE> Schneider een mededeling van punten van bezwaar, waarin zij concludeerde, dat door de aangemelde concentratie een machtspositie op een aantal nationale sectoriële markten zou ontstaan of zou worden versterkt.</TXT></NP><NP><NO.P>13</NO.P><TXT>Op <DATE ISO="20010806">6 augustus 2001</DATE> gaf de Franse beurscommissie haar bericht uit over het eindresultaat van Schneiders ORA met betrekking tot de aandelen Legrand. Daaruit bleek, dat Schneider 98,7 % van die aandelen had verworven.</TXT></NP><NP><NO.P>14</NO.P><TXT>Bij op <DATE ISO="20010816">16 augustus 2001</DATE> ingediende memorie antwoordden de kennisgevende partijen op de mededeling van punten van bezwaar.</TXT></NP><NP><NO.P>15</NO.P><TXT>Op <DATE ISO="20010821">21 augustus 2001</DATE> vond een hoorzitting plaats.</TXT></NP><NP><NO.P>16</NO.P><TXT>Op <DATE ISO="20011010">10 oktober 2001</DATE> gaf de Commissie een beschikking op de grondslag van artikel 8, lid 3, van verordening nr. 4064/89 [C (2001) 3014 def. (zaak COMP/M.2283 — Schneider-Legrand)] (hierna: <QUOT.START ID="QS0007" REF.END="QE0007" CODE="201E"/>onverenigbaarheidsbeschik-king<QUOT.END ID="QE0007" REF.START="QS0007" CODE="201D"/>).</TXT></NP><NP><NO.P>17</NO.P><TXT>Artikel 1 van deze beschikking luidt als volgt:</TXT><P><QUOT.S LEVEL="1"><P><QUOT.START ID="QS0008" REF.END="QE0008" CODE="201E"/>De door Schneider op <DATE ISO="20010216">16 februari 2001</DATE> bij de Commissie aangemelde concentratie, waardoor zij de uitsluitende zeggenschap over Legrand zou verkrijgen, wordt onverenigbaar verklaard met de gemeenschappelijke markt en met de werking van de EER-overeenkomst.<QUOT.END ID="QE0008" REF.START="QS0008" CODE="201D"/></P></QUOT.S></P></NP><?PAGE NO="II-4209"?><NP><NO.P>18</NO.P><TXT>Daar de onverenigbaarheidsbeschikking na de sluiting van Schneiders ORA was gegeven, zond de Commissie haar op <DATE ISO="20011024">24 oktober 2001</DATE> een tweede mededeling van punten van bezwaar, waarin zij aankondigde een tweede beschikking te zullen geven, houdende bevel tot scheiding van Schneider en Legrand overeenkomstig artikel 8, lid 4, van verordening nr. 4064/89.</TXT></NP><NP><NO.P>19</NO.P><TXT>Na op <DATE ISO="20011031">31 oktober</DATE> en <DATE ISO="20011105">5 november 2001</DATE> inzage van het dossier te hebben gekregen, antwoordde Schneider bij memorie van <DATE ISO="20011107">7 november 2001</DATE> op de mededeling van punten van bezwaar van <DATE ISO="20011024">24 oktober 2001</DATE>. Een eerste bijeenkomst van Schneider met de Commissie vond plaats op <DATE ISO="20011114">14 november 2001</DATE>, waarna Schneider tijdens een hoorzitting op <DATE ISO="20011126">26 november 2001</DATE> haar standpunt nader uiteenzette.</TXT></NP><NP><NO.P>20</NO.P><TXT>Op een door Schneider op <DATE ISO="20011122">22 november 2001</DATE> ingediend verzoek gaf de Commissie op <DATE ISO="20011204">4 december 2001</DATE> een beschikking, waarbij Schneider op basis van artikel 7, lid 4, van verordening nr. 4064/89 werd gemachtigd de in haar deelneming in Legrand verbonden stemrechten uit te oefenen via een door Schneider benoemde lasthebber en op de wijze als voorzien in een door de Commissie goedgekeurde lastgevingsovereenkomst.</TXT></NP><NP><NO.P>21</NO.P><TXT>De lastgevingsovereenkomst werd op <DATE ISO="20011210">10 december 2001</DATE> ondertekend door Schneider en de lasthebber, Salustro Reydel Management.</TXT></NP><NP><NO.P>22</NO.P><TXT>Schneider stelde beroep tot nietigverklaring van de onverenigbaarheidsbeschikking in bij een op <DATE ISO="20011213">13 december 2001</DATE> ter griffie van het Gerecht ingediend verzoekschrift (zaak T-310/01).</TXT></NP><?PAGE NO="II-4210"?><NP><NO.P>23</NO.P><TXT>Op <DATE ISO="20020110">10 januari 2002</DATE> gaf de Commissie, na een desbetreffend verzoek van Schneider van <DATE ISO="20011217">17 december 2001</DATE>, haar inzage in het administratief dossier van de procedure inzake de scheiding van de twee fusiepartners.</TXT></NP><NP><NO.P>24</NO.P><TXT>Tijdens een bijeenkomst op <DATE ISO="20020115">15 januari 2002</DATE> stelde de Commissie Schneiders vertegenwoordigers in kennis van de grote lijnen van een ontwerpbeschikking waarbij Schneider werd gelast, zich van haar belang in de groep Legrand te ontdoen.</TXT></NP><NP><NO.P>25</NO.P><TXT>Op <DATE ISO="20020118">18 januari 2002</DATE> kreeg Schneider een laatste keer toegang tot het dossier.</TXT></NP><NP><NO.P>26</NO.P><TXT>Op <DATE ISO="20020122">22 januari 2002</DATE> gaf het Raadgevend comité concentraties zijn oordeel over de ontwerpbeschikking.</TXT></NP><NP><NO.P>27</NO.P><TXT>Bij brief van <DATE ISO="20020125">25 januari 2002</DATE> diende Schneider haar laatste opmerkingen in over de omvang van het af te stoten belang in Legrand.</TXT></NP><NP><NO.P>28</NO.P><TXT>Bij beschikking van <DATE ISO="20020130">30 januari 2002</DATE> (hierna: <QUOT.START ID="QS0009" REF.END="QE0009" CODE="201E"/>scheidingsbeschikking<QUOT.END ID="QE0009" REF.START="QS0009" CODE="201D"/>), gegeven op de grondslag van artikel 8, lid 4, van verordening nr. 4064/89 en door Schneider ontvangen op 4 februari daaraanvolgend, heeft de Commissie de scheiding van Schneider en de groep Legrand gelast.</TXT></NP><NP><NO.P>29</NO.P><TXT>In de scheidingsbeschikking worden de modaliteiten van de scheiding van de twee ondernemingen omschreven. In het bijzonder is het Schneider verboden een afzonderlijke scheiding van bepaalde activiteiten van Legrand door te voeren,<?PAGE NO="II-4211"?> moeten de verkrijger of verkrijgers van Legrand vooraf door de Commissie worden goedgekeurd, is een latere retrocessie van bepaalde activiteiten van Legrand aan Schneider verboden en wordt Schneider een uiterste termijn gesteld om de scheiding tot stand te brengen.</TXT></NP></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><P>De procedure voor het Gerecht</P></TI></TITLE><NP><NO.P>30</NO.P><TXT>Bij op <DATE ISO="20020318">18 maart 2002</DATE> neergelegde aktes heeft Schneider een beroep tot nietigverklaring van de scheidingsbeschikking ingediend (zaak T-77/02), een verzoek om op dat beroep te beslissen volgens de in artikel 76 bis van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht bedoelde versnelde procedure, en een verzoek om opschorting van de tenuitvoerlegging van de scheidingsbeschikking (zaak T-77/02 R).</TXT></NP><NP><NO.P>31</NO.P><TXT>Het verzoek om versnelde behandeling is door het Gerecht bij op <DATE ISO="20020325">25 maart 2002</DATE> aan partijen betekende beschikking ingewilligd.</TXT></NP><NP><NO.P>32</NO.P><TXT>De hoorzitting in kort geding in zaak T-77/02 R heeft op <DATE ISO="20020423">23 april 2002</DATE> plaatsgehad.</TXT></NP><NP><NO.P>33</NO.P><TXT>Na die hoorzitting heeft de Commissie Schneider desverzocht een verlenging toegestaan van de termijn waarbinnen de scheiding tot stand moest worden gebracht, waarna Schneider haar verzoek om opschorting van de tenuitvoerlegging van de scheidingsbeschikking heeft ingetrokken. Bij beschikking van <DATE ISO="20020528">28 mei 2002</DATE> heeft de president van het Gerecht de doorhaling van zaak T-77/02 R gelast en de beslissing over de kosten van het kort geding aangehouden tot de uitspraak in de hoofdzaak.</TXT></NP><?PAGE NO="II-4212"?><NP><NO.P>34</NO.P><TXT>Bij beschikking van <DATE ISO="20020606">6 juni 2002</DATE> zijn Legrand, het Comité central d'entreprise de la SA Legrand en het Comité europeen du groupe Legrand toegelaten tot interventie ter ondersteuning van de conclusies van de Commissie.</TXT></NP><NP><NO.P>35</NO.P><TXT>Op rapport van de rechterrapporteur heeft het Gerecht besloten de mondelinge behandeling te openen. Bij wege van maatregel tot organisatie van de procesgang in de zin van artikel 64 van het Reglement voor de procesvoering heeft het de partijen vragen gesteld, die door dezen zijn beantwoord.</TXT></NP><NP><NO.P>36</NO.P><TXT>Ter terechtzitting met gesloten deuren op <DATE ISO="20020711">11 juli 2002</DATE> hebben de partijen pleidooi gehouden en vragen van het Gerecht beantwoord.</TXT></NP></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><P>Conclusies van partijen</P></TI></TITLE><NP><NO.P>37</NO.P><TXT>Schneider concludeert dat het het Gerecht behage:</TXT><P><LIST TYPE="DASH"><ITEM><P>de scheidingsbeschikking in al haar bepalingen, en subsidiair gedeeltelijk, nietig te verklaren;</P></ITEM><ITEM><P>alle verdere maatregelen te treffen die het passend zal achten;</P></ITEM><?PAGE NO="II-4213"?><ITEM><P>de Commissie te gelasten, Schneider de in verband met dit beroep gemaakte kosten, met name de betaalde honoraria en andere uitgaven, te vergoeden.</P></ITEM></LIST></P></NP><NP><NO.P>38</NO.P><TXT>De Commissie, ondersteund door interveniënten, concludeert dat het het Gerecht behage:</TXT><P><LIST TYPE="DASH"><ITEM><P>haar verzoek om de vertegenwoordigers van Legrand en van de lasthebber als getuigen te horen, in te willigen;</P></ITEM><ITEM><P>het beroep te verwerpen;</P></ITEM><ITEM><P>Schneider in de kosten te verwijzen.</P></ITEM></LIST></P></NP></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><P>In rechte</P></TI></TITLE><NP><NO.P>39</NO.P><TXT>Schneider is van mening, dat de onwettigheid van de onverenigbaarheidsbeschikking die van de scheidingsbeschikking impliceert. Zij stelt het onderhavige beroep met dit voorbehoud in.</TXT></NP><NP><NO.P>40</NO.P><TXT>Schneider meent voorts, dat de scheidingsbeschikking eigen gebreken vertoont, die het gevolg zijn van onregelmatigheden in de procedure, schending van de<?PAGE NO="II-4214"?> motiveringsverplichting, territoriale onbevoegdheid van de Commissie, schending van artikel 8, lid 4, van verordening nr. 4064/89, schending van het beginsel van goed bestuur en, ten slotte, kennelijke beoordelingsfouten.</TXT></NP><NP><NO.P>41</NO.P><TXT>Het Gerecht is van oordeel, dat de scheidingsbeschikking, in zoverre Schneider daarbij wordt gelast haar banden met de groep Legrand te verbreken met het oog op het herstel van een daadwerkelijke mededinging in de zin van artikel 8, lid 4, van verordening nr. 4064/89, de wettigheid onderstelt van de onverenigbaarheidsbeschikking, waarvan zij een uitvoeringsmaatregel is.</TXT></NP><NP><NO.P>42</NO.P><TXT>Bij de scheidingsbeschikking kan Schneider immers slechts wettig worden gelast haar banden met de groep Legrand ingevolge artikel 8, lid 4, van verordening nr. 4064/89 te verbreken, indien in de onverenigbaarheidsbeschikking zelf, overeenkomstig de artikelen 2, lid 3, en 8, lid 3, van verordening nr. 4064/89 en na een regelmatige administratieve procedure, wettig is vastgesteld dat de aangemelde concentratie een machtspositie in het leven zal roepen of versterken die tot gevolg heeft, dat een daadwerkelijke mededinging op de gemeenschappelijke markt of een wezenlijk deel daarvan wordt belemmerd.</TXT></NP><NP><NO.P>43</NO.P><TXT>Bij arrest van heden in zaak T-310/01 heeft het Gerecht de onverenigbaarheidsbeschikking nietig verklaard.</TXT></NP><NP><NO.P>44</NO.P><TXT>Het noodzakelijk gevolg van deze nietigverklaring is, dat de scheidingsbeschikking haar wettelijke grondslag verliest.</TXT></NP><?PAGE NO="II-4215"?><NP><NO.P>45</NO.P><TXT>Daar de onwettigheid van de onverenigbaarheidsbeschikking dus de onwettigheid van de scheidingsbeschikking met zich brengt, dient de onderhavige vordering tot nietigverklaring van laatstgenoemde beschikking te worden toegewezen. De andere door verzoekster aangevoerde middelen behoeven derhalve niet te worden onderzocht; evenmin behoeft te worden beslist op het verzoek van de Commissie om getuigen te horen.</TXT></NP><NP><NO.P>46</NO.P><TXT>Mitsdien moet de scheidingsbeschikking nietig worden verklaard.</TXT></NP></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><P>Kosten</P></TI></TITLE><NP><NO.P>47</NO.P><TXT>Volgens artikel 87, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, indien dit is gevorderd. Aangezien de Commissie in het ongelijk is gesteld, dient zij, overeenkomstig de vordering van verzoekster, naast haar eigen kosten, ook die van Schneider te dragen, daaronder begrepen die welke op het kort geding zijn gevallen.</TXT></NP><NP><NO.P>48</NO.P><TXT>Overeenkomstig artikel 87, lid 4, derde alinea, van het Reglement voor de procesvoering zullen Legrand, het Comité central d'entreprise de la SA Legrand en het Comité europeen du groupe Legrand, interveniënten, hun eigen kosten dragen.</TXT></NP></GR.SEQ></GR.SEQ><?PAGE NO="II-4216"?><JURISDICTION><INTRO><P>HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Eerste kamer),</P><P>rechtdoende:</P></INTRO><LIST TYPE="ARAB"><ITEM><NP><NO.P>1)</NO.P><TXT>Verklaart nietig beschikking C (2002) 360 def. van de Commissie van <DATE ISO="20020130">30 januari 2002</DATE>, waarbij een scheiding van ondernemingen wordt gelast (zaak COMP/M.2283 — Schneider/Legrand).</TXT></NP></ITEM><ITEM><NP><NO.P>2)</NO.P><TXT>Verwijst de Commissie in haar eigen kosten, alsmede in die van verzoekster, daaronder begrepen die welke op de procedure in kort geding T-77/02 R zijn gevallen.</TXT></NP></ITEM><ITEM><NP><NO.P>3)</NO.P><TXT>Verstaat dat Legrand SA, het Comité central d'entreprise de la SA Legrand en het Comité européen du groupe Legrand hun eigen kosten zullen dragen.</TXT></NP></ITEM></LIST></JURISDICTION></CONTENTS.JUDGMENT><SIGNATURE.CASE><P>Vesterdorf</P><P>Forwood</P><P>Legal</P><P>Uitgesproken ter openbare terechtzitting te Luxemburg op <DATE ISO="20021022">22 oktober 2002</DATE>.</P><SIGNATORY><P>De griffier</P><P>H.Jung</P></SIGNATORY><SIGNATORY><P>De president</P><P>B.Vesterdorf</P></SIGNATORY></SIGNATURE.CASE></JUDGMENT>