Verordening (EEG) nr. 1160/82 van de Commissie van 14 mei 1982 tot invoering van de vaststelling vooraf van monetaire compenserende bedragen
Publicatieblad Nr. L 134 van 15/05/1982 blz. 0022 - 0027
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 03 Deel 25 blz. 0106
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 03 Deel 25 blz. 0106
***** VERORDENING (EEG) Nr. 1160/82 VAN DE COMMISSIE van 14 mei 1982 tot invoering van de vaststelling vooraf van monetaire compenserende bedragen DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 974/71 van de Raad van 12 mei 1971 houdende bepaalde conjunctuurpolitieke maatregelen welke naar aanleiding van de tijdelijke verruiming van de fluctuatiemarges van de valuta's van sommige Lid-Staten dienen te worden genomen in de landbouwsector (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3605/81 (2), en met name op artikel 6, Gelet op Verordening (EEG) nr. 2727/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3808/81 (4), en met name op artikel 12, lid 2, artikel 15, lid 5, en artikel 16, lid 6, alsmede op de overeenkomstige bepalingen van de andere verordeningen tot invoering van een gemeenschappelijke marktordening voor landbouwprodukten, Overwegende dat bij Verordening (EEG) nr. 243/78 van de Commissie (5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2898/81 (6), is voorzien in de vaststelling vooraf van de monetaire compenserende bedragen; dat op grond van de ervaring in die verordening nog een aantal verdere wijzigingen moeten worden aangebracht; dat het duidelijkheidshalve en uit een oogpunt van doeltreffendheid, dienstig is om de betrokken bepalingen tegelijk te codificeren; Overwegende dat voor certificaten die voorzien in de vaststelling vooraf van de heffing of de restitutie en die worden aangevraagd in een periode dat de vaststelling vooraf van de monetaire compenserende bedragen is geschorst, het monetaire compenserende bedrag niet vooraf kan worden vastgesteld; Overwegende dat het economisch verantwoord is om op bepaalde voorwaarden toe te staan dat de betrokken partijen het monetaire compenserende bedrag vooraf vaststellen wanneer zulks opnieuw mogelijk wordt; Overwegende dat in bepaalde gevallen de afgifte van invoer- en uitvoercertificaten onderworpen is aan een wachtperiode; dat als een certificaataanvraag tevens betrekking heeft op de vaststelling vooraf van het monetaire compenserende bedrag, en als na de dag van indiening van de aanvraag, maar tijdens deze wachtperiode, de vaststelling vooraf van monetaire compenserende bedragen wordt geschorst, onder de bestaande regelingen de aanvraag om vaststelling vooraf van het monetaire compenserende bedrag dient te worden afgewezen; dat de wachtperiode niet tot doel heeft rekening te houden met monetaire wijzigingen; dat het daarom redelijk is dat een schorsing van de vaststelling vooraf van monetaire compenserende bedragen geen gevolgen mag hebben voor deze certificaten, aangevraagd vóór het van kracht worden van de schorsing; Overwegende dat de moeilijkheden op grond waarvan wordt besloten tot schorsing van de vaststelling vooraf van het monetaire compenserende bedrag, normaal niet van dien aard zijn dat het noodzakelijk is de schorsing ook te laten gelden voor heffingen of restituties die worden vastgesteld door middel van een openbare inschrijving; dat moet worden voorzien in de mogelijkheid dat, tenzij bijzondere maatregelen worden genomen, de mogelijkheid tot vaststelling vooraf van het monetaire compenserende bedrag dat geldt op de laatste dag vóór de indiening van de offertes moet blijven bestaan gedurende de schorsingsperiode; dat door de betrokkene van deze mogelijkheid steeds gebruik moet worden gemaakt op het tijdstip waarop de inschrijving wordt ingediend en niet, zoals thans gebeurt, op de dag dat de aanvraag voor het certificaat wordt ingediend; Overwegende dat duidelijk moet worden gesteld dat de verwijzingen in Verordening (EEG) nr. 243/78 naar de procedure van openbare inschrijving alleen betrekking hebben op de vaststelling, overeenkomstig communautaire voorschriften, van heffingen en restituties bij openbare inschrijving; Overwegende dat Verordening (EEG) nr. 2730/79 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwprodukten (7), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 202/82 (8), Verordening (EEG) nr. 192/75 (9) heeft vervangen; dat Verordening (EEG) nr. 3183/80 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwprodukten (10), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 49/82 (11), Verordening (EEG) nr. 193/75 (12) heeft vervangen en dat Verordening (EEG) nr. 3033/80 van de Raad tot vaststelling van de handelsregeling die van toepassing is op bepaalde goederen, verkregen door verwerking van landbouwprodukten (1) in de plaats is gekomen van Verordening (EEG) nr. 1059/69 (2); dat de verwijzingen naar vorengenoemde vervangende verordeningen moeten worden aangepast en bijgewerkt; Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met de adviezen van alle betrokken Comités van beheer, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 1. In het handelsverkeer met derde landen worden de monetaire compenserende bedragen onder de in deze verordening vermelde voorwaarden vooraf vastgesteld. 2. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder monetair compenserend bedrag verstaan het totaal van de hierna volgende bestanddelen: a) het bedrag dat voor de betrokken produkten wordt verkregen door toepassing van bijlage I bij de verordeningen tot vaststelling van de monetaire compenserende bedragen; b) - de coëfficiënt opgenomen in bijlage II bij de verordeningen tot vaststelling van de monetaire compenserende bedragen, - de representatieve koers die moet worden toegepast voor de omrekening in nationale valuta van de in Ecu vastgestelde bedragen, waarbij deze beide bestanddelen voor bepaalde verwerkte produkten eventueel gedifferentieerd worden volgens de basisprodukten waarvoor de uitvoerrestitutie vooraf wordt vastgesteld. 3. Voor de toepassing van deze verordening worden leveranties als bedoeld in de artikelen 5 en 19 ter van Verordening (EEG) nr. 2730/79 aangemerkt als handelsverkeer met derde landen. 4. In het kader van deze verordening worden België en Luxemburg (de BLEU) beschouwd als één enkele Lid-Staat. Artikel 2 1. Het monetaire compenserende bedrag wordt vooraf vastgesteld op aanvraag van de belanghebbenden. Het monetaire compenserende bedrag kan alleen vooraf worden vastgesteld als de invoer- of uitvoerheffing of de uitvoerrestitutie voor het betrokken certificaat vooraf wordt vastgesteld. Voor de produkten van post 04.02 B van het gemeenschappelijk douanetarief kan het monetaire compenserende bedrag alleen dan vooraf worden vastgesteld als de uitvoerrestitutie voor alle bestanddelen van het produkt vooraf wordt vastgesteld. 2. De door middel van openbare inschrijving vastgestelde heffingen of restituties worden aangemerkt als vooraf vastgesteld. 3. Wanneer het monetaire compenserende bedrag vooraf wordt vastgesteld, zijn het certificaat alsmede, in geval van toepassing van artikel 4, lid 6, het uittreksel van het certificaat slechts geldig in één enkele Lid-Staat, die door de aanvrager van het certificaat moet worden aangeduid bij het indienen van de aanvraag om vaststelling vooraf van het monetaire compenserende bedrag. Artikel 3 1. Wanneer de geldigheidsduur van het certificaat met vaststelling vooraf van de heffing of de restitutie niet meer dan zes maanden bedraagt, moet de aanvraag om vaststelling vooraf van het monetaire compenserende bedrag tegelijk met de certificaataanvraag worden ingediend. Indien het bepaalde in artikel 6, lid 2, van toepassing is, wordt een aanvraag tot vaststelling vooraf van het monetaire compenserende bedrag slechts aanvaard indien de betrokken partij bij de indiening van de betrokken offerte schriftelijk heeft verklaard dat zij eveneens vaststelling vooraf van het monetaire compenserende bedrag zal aanvragen indien haar offerte geheel of ten dele wordt aanvaard. In dit geval behelst de verplichting om een aanvraag tot vaststelling vooraf van de heffing of de restitutie in te dienen, bij aanvaarding van de offerte, ook de verplichting om op hetzelfde tijdstip vaststelling vooraf van het monetaire compenserende bedrag aan te vragen. In dat geval: a) moet in vak 12 van de certificaataanvraag en van het certificaat één van de volgende vermeldingen worden aangebracht: - »Vaststelling vooraf van het monetaire compenserende bedrag", - »Forudfastsaettelse af det monetaere udligningsbeloeb", - »Vorausfestsetzung des Waehrungsausgleichsbetrags", - »Prokathorismós toy nomismatikoý exisotikoý posoý", - »Advance fixing of the monetary compensatory amount", - »Fixation à l'avance du montant compensatoire monétaire", - »Fissazione anticipata dell'importo compensativo monetario"; b) moeten in vak 20a van het invoer- of voorfixatiecertificaat of in vak 18a van het uitvoer- of voorfixatiecertificaat de volgende vermeldingen in één van de talen van de Gemeenschap worden aangebracht: - »Monetair compenserend bedrag vooraf vastgesteld op . . . (datum van de vaststelling vooraf), eventueel aan te passen. Certificaat geldig in . . . (door de aanvrager aangeduide Lid-Staat)", - »Monetaert udligningsbeloeb forudfastsat den . . . (dato for forudfastsaettelsen), justeres i paakommende tilfaelde. Licens gyldig i . . . (den medlemsstat, der er angivet af ansoegeren)", - »Am . . . (Vorausfestsetzungsdatum) im voraus festgesetzter Waehrungsausgleichsbetrag; muss gegebenenfalls angepasst werden. Lizenz gilt in . . . (vom Antragsteller angegebener Mitgliedstaat)", - »Nomismatikó exisotikó posó prokathoristhén tin . . . (imerominía toy prokathorismoý endechoménos prosarmostéa). Pistopoiitikó ischýon eis . . . (Krátos mélos ypodeiknyómeno apó ton aitoýnta)", - »Monetary compensatory amount fixed in advance on . . . (date of advance fixing), to be adjusted as appropriate. Certificate valid in . . . (Member State designated by the applicant)", - »Montant compensatoire monétaire fixé à l'avance le . . . (date de préfixation), à ajuster éventuellement. Certificat valable en . . . (État membre désigné par le demandeur)", - »Importo compensativo monetario fissato in anticipo il . . . (data della fissazione anticipata), da modificarsi se del caso. Titolo valido in . . . (Stato membro designato dal richiedente)". 2. Voor de op hun grondgebied te gebruiken certificaten kunnen de bevoegde instanties van de Lid-Staten daarnaast en bij wijze van indicatie in vak 20a van het invoer- of voorfixatiecertificaat of in vak 18a van het uitvoer- of voorfixatiecertificaat gegevens vermelden voor de berekening van het monetaire compenserende bedrag. Artikel 4 1. Dit artikel is van toepassing wanneer de geldigheidsduur van het certificaat met vaststelling vooraf van de heffing of de restitutie meer dan zes maanden bedraagt. 2. De geldigheidsduur van de vaststelling vooraf van het monetaire compenserende bedrag is zes maanden met ingang van de dag van indiening van de aanvraag om vaststelling vooraf; deze dag is begrepen in de geldigheidsduur van de vaststelling vooraf. 3. De aanvrager van het certificaat kan een aanvraag om vaststelling vooraf van het monetaire compenserende bedrag indienen binnen een termijn die ingaat op de dag van indiening van de aanvraag van het certificaat met vaststelling vooraf van de heffing of de restitutie en die verstrijkt op de eerste dag van het tijdvak van de laatste zes maanden van de geldigheidsduur van dit certificaat. 4. Wanneer een certificaat met vaststelling vooraf van de heffing of de restitutie eveneens betrekking heeft op de vaststelling vooraf van het monetaire compenserende bedrag verstrijkt de geldigheidsduur van het certificaat op de laatste dag van de geldigheidsduur van de vaststelling vooraf van het monetaire compenserende bedrag. 5. Wanneer de aanvraag om vaststelling vooraf van het monetaire compenserende bedrag tegelijk met de certificaataanvraag wordt ingediend, moeten op de certificaataanvraag en op het certificaat de in artikel 3, lid 1, bedoelde vermeldingen worden aangebracht. In vak 21 van het invoer- of voorfixatiecertificaat of vak 19 van het uitvoer- of voorfixatiecertificaat moet de datum worden vermeld waarop de geldigheidsduur van de vaststelling vooraf van het monetaire compenserende bedrag verstrijkt. 6. Wanneer de aanvrager van het certificaat om vaststelling vooraf van de heffing of de restitutie geen gebruik heeft gemaakt van het bepaalde in lid 5 en een aanvraag om vaststelling vooraf van het monetaire compenserende bedrag indient tijdens de in lid 3 bedoelde periode, moet deze aanvraag worden ingediend bij de instantie waarbij de certificaataanvraag is ingediend. Artikel 12, artikel 13, lid 1, artikel 14 en artikel 15 van Verordening (EEG) nr. 3183/80 zijn van toepassing op de aanvraag om vaststelling vooraf van het monetaire compenserende bedrag. De aanvraag om vaststelling vooraf van het monetaire compenserende bedrag kan betrekking hebben op een certificaat of, als een uittreksel is afgegeven, op een uittreksel van een certificaat. Bij de indiening van de aanvraag om vaststelling vooraf van het monetaire compenserende bedrag moet de belanghebbende het certificaat of het uittreksel van het certificaat waarop zijn aanvraag betrekking heeft aan de bevoegde instantie overleggen. Het certificaat of het uittreksel van het certificaat wordt bewaard door de bevoegde instantie, die een vervangend certificaat of een vervangend uittreksel afgeeft. Bij de indiening van een aanvraag om een uittreksel van een certificaat met vaststelling vooraf van de heffing of de restitutie, kan de vaststelling vooraf van het monetaire compenserende bedrag worden aangevraagd voor dat uittreksel, dat als een vervangend uittreksel wordt aangemerkt. 7. Het vervangend certificaat of het vervangend uittreksel met vaststelling vooraf van het monetaire compenserende bedrag wordt afgegeven voor een hoeveelheid produkten welke, vermeerderd met de tolerantie, overeenstemt met de beschikbare hoeveelheid, vermeld op het vervangen document. De geldigheidsduur van het vervangend certificaat of vervangend uittreksel is zes maanden met ingang van de dag van indiening van de aanvraag om vaststelling vooraf van het monetaire compenserende bedrag; deze dag is begrepen in de geldigheidsduur van de vaststelling vooraf. Onverminderd de bijzondere bepalingen van dit lid, moeten op het vervangend certificaat of het vervangend uittreksel de gegevens en vermeldingen worden aangebracht die eventueel voorkomen op het document dat wordt vervangen. Tevens moeten daarop de in artikel 3, lid 1, opgenomen vermeldingen alsmede een verwijzing naar het nummer van het oorspronkelijke document worden aangebracht. 8. Artikel 3, lid 2, is van toepassing op de in dit artikel bedoelde certificaten. Artikel 5 1. Wanneer het certificaat met vaststelling vooraf van de restitutie betrekking heeft op een basisprodukt dat wordt uitgevoerd in de vorm van goederen die onder Verordening (EEG) nr. 3033/80 vallen en een vaststelling vooraf van het monetaire compenserende bedrag omvat, heeft deze vaststelling vooraf betrekking op het monetaire compenserende bedrag dat van toepassing is op die goederen. 2. De vaststelling vooraf van het monetaire compenserende bedrag kan alleen worden toegepast op de goederen indien voor ten minste één van de basisprodukten de totale voor de uitvoerrestitutie in aanmerking komende hoeveelheid is gedekt door één of meer certificaten als bedoeld in lid 1. Voor de toepassing van bovenstaande alinea worden alleen in aanmerking genomen de basisprodukten waarvan het gewicht ten minste 10 % van het gewicht van de goederen bedraagt. 3. Wanneer bij het vervullen van de douaneformaliteiten meer dan één certificaat als bedoeld in lid 1 wordt overgelegd, wordt ten aanzien van de datum die voor de berekening van het monetaire compenserende bedrag moet worden aangehouden alleen rekening gehouden met het oudste certificaat. Voor de toepassing van het bepaalde in de vorige alinea worden alleen in aanmerking genomen de certificaten die de totale hoeveelheid van het betrokken basisprodukt of de betrokken basisprodukten dekken. 4. Wanneer bij het vervullen van de douaneformaliteiten een of meer van de in lid 1 bedoelde certificaten worden overgelegd en de goederen niet in aanmerking kunnen komen voor de vaststelling vooraf van het monetaire compenserende bedrag omdat de in lid 2 bedoelde voorwaarden niet zijn vervuld, wordt dit certificaat of worden deze certificaten niet aanvaard bij het vervullen van de douaneformaliteiten voor de betrokken goederen. Artikel 6 1. Het monetaire compenserende bedrag dat geldt op de dag van indiening van de aanvraag om vaststelling vooraf van het monetaire compenserende bedrag is van toepassing op transacties verricht tijdens de geldigheidsduur van het certificaat. 2. Indien de heffing of de restitutie vooraf wordt vastgesteld door middel van openbare inschrijving is echter het monetaire compenserende bedrag van toepassing dat geldt op de laatste dag van de termijn voor het indienen van de offertes. Voor de toepassing van de in artikel 7 bedoelde aanpassingen wordt de aanvraag om vaststelling vooraf van het monetaire compenserende bedrag geacht te zijn ingediend op de laatste dag van de termijn voor de indiening van de offertes. Lid 1 blijft evenwel van toepassing wanneer de aanvrager van een certificaat met een door middel van openbare inschrijving vooraf vastgestelde heffing of restitutie zich in de situatie als bedoeld in artikel 4, lid 6, plaatst. Artikel 7 1. Vooraf vastgestelde monetaire compenserende bedragen worden aangepast, indien een nieuwe representatieve koers van kracht wordt, waartoe reeds was besloten vóór het indienen van de aanvraag om vaststelling vooraf. 2. Besloten kan worden de vooraf vastgestelde monetaire compenserende bedragen aan te passen wanneer de heffing of de restitutie wordt aangepast als gevolg van een wijziging van de prijzen. 3. De nadere bepalingen met betrekking tot de aanpassingen alsmede de aanpassingen zelf worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 6 van Verordening (EEG) nr. 974/71. 4. Wanneer, overeenkomstig artikel 3, lid 2, een in nationale valuta uitgedrukt bedrag op het certificaat wordt vermeld en dat bedrag moet worden aangepast, treffen de bevoegde diensten van de Lid-Staten de administratieve maatregelen die zij met het oog op deze aanpassing nodig achten. Zij kunnen daartoe met name voorzien in aanvullende vermeldingen op de certificaten. Artikel 8 1. Wanneer in een Lid-Staat geen monetaire compenserende bedragen worden vastgesteld voor één of meer produkten waarop in andere Lid-Staten wel monetaire compenserende bedragen worden toegepast, wordt aangenomen dat voor deze Lid-Staat het monetaire compenserende bedrag gelijk is aan 0 en de coëfficiënt aan 1. 2. In de Lid-Staat bedoeld in lid 1 kan de vaststelling vooraf van het monetaire compenserende bedrag worden aangevraagd onder dezelfde voorwaarden als in de andere Lid-Staten. Artikel 9 1. Wanneer bij het onderzoek van de monetaire situatie of de marktsituatie moeilijkheden worden geconstateerd die het gevolg zijn van de toepassing van de bepalingen inzake de vaststelling vooraf van de monetaire compenserende bedragen, of wanneer dergelijke moeilijkheden te duchten zijn, kan worden besloten de toepassing van deze bepalingen voor het betrokken produkt of de betrokken produkten te schorsen. 2. In geval van uiterste urgentie kan de Commissie na een onderzoek van de situatie aan de hand van alle gegevens waarover zij beschikt, besluiten de vaststelling vooraf van de monetaire compenserende bedragen voor ten hoogste drie werkdagen te schorsen. 3. De schorsing van de vaststelling vooraf van monetaire compenserende bedragen is niet van toepassing indien de heffing of de restitutie is vastgesteld door middel van een openbare inschrijving, tenzij in de schorsingsverordening wordt bepaald dat dit lid niet van toepassing is. 4. In de periode waarin de vaststelling vooraf van de monetaire compenserende bedragen is geschorst, zijn aanvragen om vaststelling vooraf van de monetaire compenserende bedragen niet ontvankelijk. 5. Indien op het ogenblik waarop de vaststelling vooraf van de monetaire compenserende bedragen wordt geschorst aanvragen om afgifte van een certificaat vergezeld van een aanvraag om vaststelling vooraf van het monetaire compenserende bedrag in behandeling zijn, wordt de aanvraag om vaststelling vooraf van het monetaire compenserende bedrag niet getroffen door de schorsingsmaatregel. 6. Het bepaalde in lid 4 laat aanvragen van certificaten met vaststelling vooraf van de heffing of van de restitutie onverlet. Artikel 10 1. Wanneer voor de in artikel 3, lid 1, bedoelde certificaten met vaststelling vooraf, de vaststelling vooraf van het monetaire compenserende bedrag onmogelijk is op grond van het bepaalde in artikel 9, lid 4, kan een aanvraag tot vaststelling vooraf van het monetaire compenserende bedrag voor een Lid-Staat waarvoor deze mogelijkheid is geschorst, worden ingediend gedurende een periode van zeven dagen volgende op het einde van de schorsingsperiode. De aanvraag tot vaststelling vooraf van het monetaire compenserende bedrag geldt voor de gehele beschikbare hoeveelheid die op het certificaat of op de uittreksels daarvan is vermeld. Zij moet worden ingediend bij de instantie waarbij het oorspronkelijke certificaat was aangevraagd. Tegelijk met zijn aanvraag om vaststelling vooraf van het monetaire compenserende bedrag dient de aanvrager de genoemde instantie het oorspronkelijke certificaat en de eventuele uittreksels daarvan over te leggen. De genoemde instantie behoudt dit certificaat en de eventuele uittreksels daarvan en geeft een vervangend certificaat of, in voorkomend geval, vervangende uittreksels af. De volgende bepalingen van artikel 4 zijn van toepassing: - de tweede zin van de eerste alinea van lid 6, - de eerste en de derde alinea van lid 7 en - lid 8. Het monetaire compenserende bedrag dat geldt op de dag van indiening van de aanvraag om vaststelling vooraf van het monetaire compenserende bedrag is van toepassing op transacties tijdens de resterende geldigheidsduur van het certificaat. 2. Indien voor certificaten met vaststelling vooraf als bedoeld in artikel 4, de vaststelling vooraf van het monetaire compenserende bedrag voor één of meer Lid-Staten is geschorst gedurende een periode die de laatste dag van de in artikel 4, lid 3, bedoelde periode omvat, wordt die periode voor de aanvragen om vaststelling vooraf van het monetaire compenserende bedrag voor een Lid-Staat waarvoor de schorsing van toepassing is, verlengd tot de zevende dag volgende op het einde van de schorsingsperiode. Wanneer deze bepaling wordt toegepast, kan het monetaire compenserende bedrag niet vooraf worden vastgesteld voor een langere periode dan de resterende geldigheidsduur van het certificaat of van het uittreksel daarvan waarop de aanvraag betrekking heeft. Artikel 11 1. Verordening (EEG) nr. 243/78 wordt ingetrokken. 2. In alle communautaire regelingen worden eventuele verwijzingen naar Verordening (EEG) nr. 243/78 of artikelen van die verordening geacht verwijzingen te zijn naar deze verordening of de overeenkomstige artikelen van deze verordening. Artikel 12 Deze verordening treedt in werking op 14 juni 1982. Zij is van toepassing op de certificaten die op of na 14 juni 1982 zijn aangevraagd. Het bepaalde in artikel 3, lid 1, tweede alinea, is slechts van toepassing op de offertes die zijn ingediend op of na die datum. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 14 mei 1982. Voor de Commissie Poul DALSAGER Lid van de Commissie (1) PB nr. L 106 van 12. 5. 1971, blz. 1. (2) PB nr. L 362 van 17. 12. 1981, blz. 2. (3) PB nr. L 281 van 1. 11. 1975, blz. 1. (4) PB nr. L 382 van 31. 12. 1981, blz. 37. (5) PB nr. L 37 van 7. 2. 1978, blz. 5. (6) PB nr. L 287 van 8. 10. 1981, blz. 1. (7) PB nr. L 317 van 12. 12. 1979, blz. 1. (8) PB nr. L 21 van 29. 1. 1982, blz. 23. (9) PB nr. L 25 van 31. 1. 1975, blz. 1. (10) PB nr. L 338 van 13. 12. 1980, blz. 1. (11) PB nr. L 7 van 12. 1. 1982, blz. 7. (12) PB nr. L 25 van 31. 1. 1975, blz. 10. (1) PB nr. L 323 van 29. 11. 1980, blz. 1. (2) PB nr. L 141 van 12. 6. 1969, blz. 1.