|
7.6.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 174/25 |
Advies van het Comité van de Regio's — Voorlichtings- en afzetbevorderingsacties voor landbouwproducten op de binnenmarkt en in derde landen
2014/C 174/06
|
Rapporteur |
Pedro SANZ ALONSO, minister-president van La Rioja (ES/EVP) |
|
Referentiedocument |
Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake voorlichtings- en afzetbevorderingsacties voor landbouwproducten op de binnenmarkt en in derde landen COM(2013) 812 final |
I. BELEIDSAANBEVELINGEN
HET COMITÉ VAN DE REGIO'S
Algemene opmerkingen
|
1. |
is bijzonder ingenomen met dit voorstel voor een verordening, omdat hieruit blijkt dat de Commissie aandacht heeft voor voorlichtings- en afzetbevorderingsacties voor landbouwproducten op de interne markt en in derde landen. Met name het feit dat een nieuw kader wordt voorgesteld om de voorlichtings- en afzetbevorderingsacties voor Europese landbouwproducten zowel binnen als buiten Europa te ondersteunen en kracht bij te zetten, kan de goedkeuring van het Comité wegdragen. |
|
2. |
Het belang van voorlichtings-en afzetbevorderingsacties voor landbouwproducten op de interne markt en in derde landen is groot: zij moeten de landbouwsector in staat stellen het hoofd te bieden aan de talloze uitdagingen die samenhangen met de toenemende mededinging, en er tegelijk voor zorgen dat nieuwe markten worden opengesteld waar deze producten een groter aandeel kunnen krijgen. De Europese landbouwproducenten hebben immers te maken met open grenzen en globalisering van de markten. |
|
3. |
Dankzij dit voorstel zullen de consumenten zowel in Europa als wereldwijd een beter beeld krijgen van de kwaliteit van de Europese landbouwproducten en de strenge productienormen; zij zullen beseffen dat is voldaan aan de vereisten inzake voedselveiligheid en -zekerheid en milieu en meer vertrouwen krijgen in de producten die zij willen kopen en consumeren. Door de Europese landbouwproducten beter in de verf te zetten kan er voor gezorgd worden dat het inkomen van de producenten omhooggaat. |
|
4. |
De Europese landbouwsector is van fundamenteel belang voor de ontwikkeling van de lokale en regionale economieën, levert een aanzienlijke bijdrage aan de werkgelegenheid en de ontwikkeling van de plattelandsbevolking, en helpt plattelandsvlucht tegen te gaan. Productie en verwerking zijn immers typisch landelijke activiteiten. De regionale dimensie moet een essentieel beleidsaspect blijven met het oog op een evenwichtige regionale ontwikkeling in Europa. |
|
5. |
De regio's hebben behoefte aan een ambitieus en doeltreffend afzetbevorderingsbeleid dat de kwaliteit en het typische karakter van de landbouwproducten benadrukt. Deze producten maken deel uit van het cultureel en gastronomisch erfgoed van de Europese Unie en zijn daarnaast een cruciale schakel in het economische en sociale leven van tal van Europese regio's. Zij maken het mogelijk activiteiten in stand te houden die rechtstreeks verbonden zijn met de regio's, met name op het platteland. |
|
6. |
Speciale aandacht moet uitgaan naar landbouwproducten die met traditionele ingrediënten en volgens typisch streekrecept bereid zijn. |
De geleidelijke maar aanzienlijke verhoging van het budget
|
7. |
De verhoging van het budget voor deze maatregelen is onontkoombaar aangezien wordt voorgesteld het aantal begunstigden en de lijst van in aanmerking komende producten uit te breiden; bovendien is de bijdrage van de Commissie aan de multiprogramma's verhoogd. |
|
8. |
De bilaterale overeenkomsten die momenteel op de onderhandelingstafel liggen met derde partijen als Canada, de VS en Mercosur, en andere associatieovereenkomsten maken duidelijk dat voorlichtings- en afzetbevorderingsacties zowel op de interne markt als in derde landen steeds noodzakelijker worden met het oog op het concurrentievermogen van de Europese producten. |
|
9. |
Om concurrerend te blijven lijkt het logisch dat de financiering van voorlichtings- en afzetbevorderingsacties op de interne markt ten minste voor producten die onder een erkende kwaliteitsregeling vallen en producten van de biologische landbouw, wordt voortgezet. |
|
10. |
Het Comité wijst erop dat de GLB-hervorming verband houdt met het Europese handelsbeleid en dat de EU in het kader van het internationale handelsbeleid moet bijdragen tot de voedselzekerheid wereldwijd, en binnen de context van de WTO moet zorgen voor billijke voorwaarden voor de EU-landbouw. |
Afzetbevorderingsacties die vooral op derde landen zijn gericht
|
11. |
Als 75% van het budget naar voorlichtings- en afzetbevorderingsacties in derde landen gaat, dreigt de interne markt buiten de boot te vallen, terwijl dit toch de belangrijkste markt is voor de Europese producenten, die hard hun best moeten doen om de concurrenten uit derde landen voor te blijven. |
|
12. |
Het Comité verzoekt de Commissie daarom niet al bij voorbaat een streefpercentage van het budget voor voorlichtings- en afzetbevorderingsacties voor EU-landbouwproducten in derde landen vast te leggen; de interne markt verdient immers evenveel aandacht als de markt van derde landen. |
Meer verwijzen naar merken en de oorsprong van producten
|
13. |
Het Comité onderschrijft het voorstel om vaker melding te maken van het merk of de oorsprong van een product. Verwijzingen naar handelsmerken in een context van algemene afzetbevorderingsacties zullen de aandacht trekken en de kans op financiering vergroten; daarbij dient er vanzelfsprekend op te worden toegezien dat met name op de interne markt de verhoudingen niet worden scheefgetrokken. |
|
14. |
Het Comité steunt het Commissievoorstel om kwaliteitsregelingen met officiële EU-logo's in te voeren, maar wijst er wel op dat de naam van een regio onlosmakelijk verbonden is met de algemene boodschap waarin de intrinsieke kwaliteiten van een product worden verkondigd, en dat de voorschriften inzake de vermelding van de geografische oorsprong van een product dus moeten worden versoepeld. |
|
15. |
De Europese kwaliteitsregelingen blijven zich uitbreiden en krijgen ook een steeds breder draagvlak in Europa; dat moet ook om tegemoet te komen aan de toenemende vraag van de Europese consument naar lokale kwaliteitsproducten die voldoen aan de strenge EU-normen inzake voedselveiligheid en milieu. Dergelijke erkende kwaliteitsproducten zijn voor de interne markt van groot belang en moeten dus de nodige stimulansen krijgen. |
|
16. |
Het Comité zou graag zien dat de uitvoeringsbepalingen worden vastgelegd bij uitvoeringshandelingen. De bureaus voor afzetbevordering zouden groepsacties van producentenverenigingen uit hun regio moeten kunnen coördineren en ook uitvoeren. |
|
17. |
De synergie-effecten tussen verschillende regionale producten zouden de rijkdom van elke afzonderlijke Europese regio nog kunnen benadrukken. Het gaat dan ook om belangrijke regionale inkomstenbronnen en om diensten van hoge kwaliteit die niet los kunnen worden gezien van de regionale identiteit en het erfgoed. Dit alles kan een positieve impact hebben op de kwaliteit van het bestaan in de landbouwregio's: er komen meer banen, met name in kwetsbare regio's, waarbij zowel op de naburige als de internationale markten nieuwe kansen ontstaan. |
Uitbreiding van de begunstigden en de lijst van in aanmerking komende producten
|
18. |
Het Comité kan zich erin vinden dat de producentenorganisaties uit alle sectoren een rol zouden gaan spelen, maar wijst erop dat dan expliciet moet worden aangegeven aan welke vereisten deze organisaties moeten voldoen op het vlak van representativiteit; zij vertegenwoordigen immers alle sectoren. |
|
19. |
Binnen de producentenorganisaties zou extra aandacht moeten uitgaan naar de kleine en middelgrote ondernemingen, op voorwaarde dat zij zich richten op afzetbevordering van producten die onder erkende kwaliteitsregelingen vallen. Het gaat hier immers om de meest voorkomende categorie bedrijven in Europa, die kenmerkend is voor de Europese agrovoedingssector. |
|
20. |
Het is een goede zaak dat alle producten uit de EU met uitzondering van tabak in aanmerking kunnen komen voor de voorlichtings- en afzetbevorderingsacties op de interne markt en in derde landen; daarbij dient voorrang te worden gegeven aan producten die bijdragen tot een evenwichtige voeding en producten met een kwaliteitsvermelding die verwijst naar het Europese grondgebied. |
Afbakening van de prioriteiten in een werkprogramma
|
21. |
Het voornemen van de Commissie om een werkprogramma op te stellen waarin een duidelijke strategie voor het afzetbevorderingsbeleid wordt uiteengezet, wordt door het Comité toegejuicht. |
|
22. |
De Commissie zou duidelijk moeten aangeven hoe zij rekening denkt te houden met de prioriteiten van de lidstaten en hoe zij die zal opnemen in haar werkprogramma. |
|
23. |
Het Comité zou graag zien dat een werkprogramma met een looptijd van drie jaar wordt goedgekeurd, naar het voorbeeld van de huidige campagnes voor afzetbevordering, zodat rekening kan worden gehouden met de ontwikkelingen op de markten; jaarlijkse aanpassingen moeten wel mogelijk blijven. |
Evaluatie, selectie en beheer van mono- en multiprogramma's
|
24. |
De Commissie zou zich bij de evaluatie en de selectie van de programma's moeten laten bijstaan door de lidstaten, zodat ook de regio's bij een en ander worden betrokken. De regio's zijn immers medeverantwoordelijk voor de financiering van de afzetbevorderingsmaatregelen die in het kader van het Elfpo overeind zijn gebleven voor de periode 2014-2020 (artikel 17); de desbetreffende bepalingen zijn vergelijkbaar met die voor maatregel 133 uit de periode 2007-2013. |
|
25. |
De Commissie zou moeten bekijken hoe de lidstaten en de regio's bij het EU-programma voor afzetbevordering kunnen worden betrokken zonder een en ander nodeloos ingewikkeld te maken, zodat de acties uit hoofde van dit programma aansluiten bij de regionale afzetbevorderingsstrategieën. |
|
26. |
Op grond van de huidige verordening kunnen twee oproepen tot het indienen van projectvoorstellen worden gelanceerd. Het Comité zou graag zien dat deze mogelijkheid behouden blijft, zodat kandidaten sneller een nieuwe aanvraag kunnen indienen wanneer hun programma in eerste instantie niet is geselecteerd. |
De voorgestelde medefinancieringspercentages
|
27. |
Het Comité kan zich vinden in de door de Commissie voorgestelde medefinancieringspercentages, die stroken met de doelstelling om de indiening van programma's in derde landen en multiprogramma's te stimuleren, maar stelt voor de medefinanciering voor multiprogramma's in derde landen op te trekken tot 75 %. Dit percentage zou ook kunnen gelden voor kleine en middelgrote ondernemingen waar het gaat om programma's van bijzonder belang. |
|
28. |
Het tot dusverre gevoerde afzetbevorderingsbeleid mag er dan toe hebben bijgedragen dat het consumentenvertrouwen bij crisissituaties is hersteld, er is nog steeds behoefte aan veel flexibelere en efficiëntere instrumenten voor voorlichting en afzetbevordering. |
|
29. |
Daarom zou kunnen worden overwogen de Europese medefinanciering op te trekken, met name voor voorlichtings- en afzetbevorderingsacties bij een landbouwcrisis, om zo discriminatie tussen producenten te vermijden. |
|
30. |
Ten slotte zou de Commissie duidelijk moeten maken hoe zij het vermogen van de EU om snel en adequaat te reageren bij crisissituaties wil verbeteren. |
De mogelijkheid om een financiële bijdrage van de lidstaten aan de programma's uit te sluiten
|
31. |
De lidstaten zouden vrijwillig een financiële bijdrage moeten kunnen leveren aan de programma's; dit kan noodzakelijk zijn in het geval van productiesectoren die onderontwikkeld zijn of weinig economische draagkracht hebben. |
Slotaanbevelingen
|
32. |
De Commissie zou meer oog moeten hebben voor de Europese regio's en de fundamentele rol die zij spelen bij de productie van kwaliteitslandbouwproducten en -levensmiddelen; zo zouden de regio's moeten worden betrokken bij de selectie van de programma's. |
|
33. |
De Commissie zou afzetbevorderingsacties op de interne markt moeten financieren om zo de verkoop van traditionele en streekgebonden EU-landbouwproducten en -levensmiddelen die onder een erkende kwaliteitsregeling vallen of afkomstig zijn uit de biologische landbouw, te bevorderen. Met de verspreiding en promotie van traditionele producten veranderen de consumptiepatronen die samenhangen met de globalisering van de Europese markt. |
II. AANBEVELINGEN VOOR WIJZIGINGEN
Wijzigingsvoorstel 1
Overweging 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
|
|
Motivering
De doorsnee Europese consument is niet op de hoogte van de regels en de strenge kwaliteitsnormen waaraan de Europese producenten moeten voldoen. Om hierin verbetering te brengen moet de consument duidelijk worden gemaakt dat de Europese producten beantwoorden aan strikte voorschriften op het gebied van voedselveiligheid, gezondheid en welzijn van dieren, plantgezondheid en milieu. Daarin ligt dus het belang van de voorlichtings- en afzetbevorderingsacties voor landbouwproducten: dankzij deze acties wordt de Europese consument zich ervan bewust dat de Europese producten stroken met al deze eisen.
Voorts moet aandacht worden besteed aan producten die onder erkende Europese kwaliteitsregelingen vallen.
Wijzigingsvoorstel 2
Overweging 7
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
|
|
Motivering
Wijn hoort niet anders te worden behandeld dan de overige landbouwproducten en moet onvoorwaardelijk worden opgenomen in de lijst van voor het programma in aanmerking komende producten, en dat niet alleen in het kader van een algemene campagne voor andere producten. Wijn zou het enige Europese product zijn dat niet in aanmerking komt voor een exclusieve sectorgerichte campagne. Het Comité is van oordeel dat een van de sleutelsectoren van de Europese productie niet van deze programma's mag worden uitgesloten.
Wijzigingsvoorstel 3
Overweging 8
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
|
|
Motivering
De Europese producten moeten vandaag zowel op de interne markt als op de internationale markten de concurrentie aangaan met producten uit derde landen, terwijl zij ook aan talloze strikte EU-voorschriften moeten voldoen. Daarbij komt nog dat de productiemethoden en -omstandigheden zowel binnen als buiten de EU sterk uiteenlopen.
Het Comité vindt dat niet mag worden vastgelegd welk percentage van de uitgaven naar voorlichtings- en afzetbevorderingsacties voor EU-landbouwproducten in derde landen moet gaan.
Wijzigingsvoorstel 4
Overweging 9
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
|
|
Motivering
Kleine en middelgrote ondernemingen vertegenwoordigen nagenoeg 90 % van de agrovoedingssector van de EU en mogen dus niet worden vergeten; sterker nog, gezien hun nauwe band met het platteland en de streek moeten zij het meest van deze maatregelen kunnen profiteren.
Wijzigingsvoorstel 5
Overweging 11
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
|
|
Motivering
De instanties die met de uitvoering worden belast moeten beschikken over gespecialiseerd personeel dat de nodige technische steun kan bieden bij de ontwikkeling van de programma's voor afzetbevordering, zoals de lidstaten dat tot nog toe hebben gedaan.
Wijzigingsvoorstel 6
Overweging 14
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
|
|
Motivering
De Commissie zou de regels en procedures voor de indiening en selectie van programmavoorstellen moeten vaststellen samen met de lidstaten en de Europese regio's; zij zullen immers rekening houden met hun eigen specifieke situatie en omstandigheden en de criteria daarop afstemmen. Om de selectieprocedure te vereenvoudigen is het niet nodig de lidstaten buitenspel te zetten.
Wijzigingsvoorstel 7
Overweging 16
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
|
|
Motivering
De lidstaten en de EU-regio's zouden de kans moeten krijgen de financiering van de monoprogramma's gedeeltelijk op zich te nemen. Het kan immers gebeuren dat cruciale actoren in een bepaalde sector niet over de nodige financiële middelen beschikken om dit soort afzetbevorderingscampagnes op te zetten. De huidige formulering zou vooral gunstig zijn voor de Europese producenten die toch al beschikken over een ruim budget voor afzetbevorderingsprogramma's.
Wijzigingsvoorstel 8
Artikel 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel |
||||||||
|
Acties op de binnenmarkt |
Acties op de binnenmarkt en in derde landen |
||||||||
|
Op de binnenmarkt komen de volgende acties in aanmerking:
|
Op de binnenmarkt komen de De volgende acties komen in aanmerking:
|
Motivering
Er mag geen onderscheid worden gemaakt tussen acties voor de interne markt en acties in derde landen. De artikelen 2 en 3 zouden moeten worden samengevoegd.
Wijzigingsvoorstel 9
Artikel 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel |
||||||||
|
Acties in derde landen |
Acties in derde landen |
||||||||
|
In derde landen komen de volgende acties in aanmerking:
|
In derde landen komen de volgende acties in aanmerking:
|
Motivering
Er mag geen onderscheid worden gemaakt tussen acties voor de interne markt en acties in derde landen. De artikelen 2 en 3 zouden moeten worden samengevoegd.
Wijzigingsvoorstel 10
Artikel 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
|
1. De volgende producten komen in aanmerking voor de in artikel 3 bedoelde voorlichtings- en afzetbevorderingsacties en kunnen dienen als voorbeeld voor de in artikel 2 en in artikel 3, onder a), bedoelde productiewijzen en onderwerpen: |
1. De volgende producten komen in aanmerking voor de in artikel 3 bedoelde voorlichtings- en afzetbevorderingsacties en kunnen dienen als voorbeeld voor de in artikel 2 en in artikel 3, onder a), bedoelde productiewijzen en onderwerpen: |
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
|
||||
|
2. Wijn komt in aanmerking voor voorlichtings- en afzetbevorderingsacties op voorwaarde dat het desbetreffende programma eveneens betrekking heeft op andere in lid 1, onder a) of b), bedoelde producten. |
2 Wijn komt in aanmerking voor voorlichtings- en afzetbevorderingsacties op voorwaarde dat het desbetreffende programma eveneens betrekking heeft op andere in lid 1, onder a) of b), bedoelde producten. |
Motivering
Wijn dient niet anders te worden behandeld dat de overige landbouwproducten. De Europese wijnbouw is een erkende sector die belangrijk is voor de interne markt en ook buiten de EU wordt geapprecieerd, en daarom bescherming verdient.
Wijzigingsvoorstel 11
Artikel 8
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel |
||||||||
|
1. Voorlichtings- en afzetbevorderingsacties versterken het concurrentievermogen van de Europese landbouw zowel op de binnenmarkt als in derde landen. De beoogde doelstellingen zullen worden vastgesteld in het in lid 2 bedoelde werkprogramma. |
1. Voorlichtings- en afzetbevorderingsacties versterken het concurrentievermogen van de Europese landbouw zowel op de binnenmarkt als in derde landen. De beoogde doelstellingen zullen worden vastgesteld in het in lid 2 bedoelde werkprogramma. |
||||||||
|
2. De Commissie stelt door middel van een uitvoeringshandeling een werkprogramma vast waarin de doelstellingen, de prioriteiten, de verhoopte resultaten, de uitvoeringsbepalingen en het totaalbedrag van het financieringsplan worden vastgesteld. Het programma bevat ook de voornaamste evaluatiecriteria, een beschrijving van de te financieren acties, een indicatie van het voor elk soort actie toegewezen bedrag, een indicatief tijdschema voor de uitvoering en voor de subsidies het maximumpercentage voor medefinanciering. |
2. De Commissie stelt door middel van een uitvoeringshandeling een werkprogramma vast waarin de doelstellingen, de prioriteiten, de verhoopte resultaten, de uitvoeringsbepalingen en het totaalbedrag van het financieringsplan worden vastgesteld. Het programma bevat ook de voornaamste evaluatiecriteria, een beschrijving van de te financieren acties, een indicatie van het voor elk soort actie toegewezen bedrag, een indicatief tijdschema voor de uitvoering en voor de subsidies het maximumpercentage voor medefinanciering. |
||||||||
|
|
Bij de opstelling van dat programma houdt de Commissie rekening met de specifieke natuurlijke handicaps van de berg-, eiland- en ultraperifere regio's. |
||||||||
|
De in de eerste alinea bedoelde uitvoeringshandeling wordt vastgesteld overeenkomstig de in artikel 24, lid 3, bedoelde raadplegingsprocedure. |
De in de eerste alinea bedoelde uitvoeringshandeling wordt vastgesteld overeenkomstig de in artikel 24, lid 3 2, bedoelde raadplegingsprocedure onderzoeksprocedure. |
||||||||
|
3. Het in lid 1 bedoelde werkprogramma wordt ten uitvoer gelegd aan de hand van de bekendmaking door de Commissie van:
|
3. Het in lid 1 bedoelde werkprogramma wordt ten uitvoer gelegd aan de hand van de bekendmaking door de Commissie van:
|
||||||||
|
|
De onder a) en b) bedoelde uitnodigingen tot het indienen van voorstellen houden rekening met de specifieke natuurlijke handicaps van de berg-, eiland- en ultraperifere regio's. |
Motivering
De Commissie kent zichzelf te veel macht toe bij de besluitvorming inzake het werkprogramma. Volgens de huidige verordening kunnen twee oproepen worden gelanceerd, zodat kandidaten sneller een nieuwe aanvraag kunnen indienen.
Wijzigingsvoorstel 12
Artikel 12
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
|
1. De Commissie staat in voor de evaluatie en de selectie van voorstellen voor monoprogramma's die zijn ingediend naar aanleiding van een in artikel 8, lid 3, onder a), bedoelde uitnodiging tot het indienen van voorstellen. |
1. De Commissie staat in voor de evaluatie en de selectie van voorstellen voor monoprogramma's die zijn ingediend naar aanleiding van een in artikel 8, lid 3, onder a), bedoelde uitnodiging tot het indienen van voorstellen. |
|
2. De Commissie besluit middels uitvoeringshandelingen over de geselecteerde monoprogramma's, de eventuele wijzigingen daarvan en de bijbehorende begrotingen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 24, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. |
2. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast die het mogelijk maken de lidstaten en de Europese regio's te betrekken bij de evaluatie en de selectie van de voorstellen voor monoprogramma's. |
|
|
3. De Commissie besluit middels uitvoeringshandelingen over de geselecteerde monoprogramma's, de eventuele wijzigingen daarvan en de bijbehorende begrotingen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 24, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. |
Motivering
De lidstaten mogen niet worden uitgesloten van de evaluatie en de selectie van monoprogramma's. De nationale overheden, die krachtens artikel 14 immers belast zullen worden met de uitvoering, monitoring en controle, moeten actief worden betrokken bij deze selectie.
Wijzigingsvoorstel 13
Artikel 13
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
|
Na een oproep tot mededinging met de gepaste middelen kiezen de indienende organisaties de instanties die de geselecteerde monoprogramma's uitvoeren, met name om een doeltreffende uitvoering van de acties te waarborgen. |
Na een oproep tot mededinging met de gepaste middelen kiezen de indienende organisaties de gespecialiseerde instanties die de geselecteerde monoprogramma's uitvoeren, met name om een doeltreffende uitvoering van de acties te waarborgen. |
|
|
Regionale bureaus of diensten voor afzetbevordering kunnen nationale groepsacties die verband houden met de regio's en/of de vermelding van de oorsprong, erkennen. |
Motivering
De lidstaten en regio's moeten worden betrokken bij de voorlichtings- en afzetbevorderingsacties; om het belang hiervan te beklemtonen wordt een verwijzing opgenomen naar de rol van regionale bureaus of diensten voor afzetbevordering. Dergelijke bureaus kunnen functioneren als flexibele en efficiënte instrumenten voor de financiering en ondersteuning van de uitvoering van de programma's; het is niet de bedoeling dat de middelen naar de financiering van deze bureaus gaan.
Wijzigingsvoorstel 14
Artikel 15, lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
|
1. De EU-bijdrage voor monoprogramma's bedraagt ten hoogste 50 % van de subsidiabele uitgaven. De rest van de uitgaven komt uitsluitend ten laste van de indienende organisaties. |
1. De EU-bijdrage voor monoprogramma's bedraagt ten hoogste 50 % van de subsidiabele uitgaven. Het percentage dat de Unie bijdraagt wordt verhoogd tot 75 % voor programma's in de ultraperifere regio's van de Unie. |
|
|
De lidstaten en de regio's zouden tot 20 % van de overige uitgaven op zich kunnen nemen. De rest van de uitgaven komt uitsluitend ten laste van de indienende organisaties. |
Motivering
De mogelijkheid van cofinanciering van monoprogramma's door lidstaten mag niet worden uitgesloten: bepaalde cruciale actoren uit de sector beschikken immers niet altijd over de nodige budgettaire middelen om dit soort afzetbevorderingscampagnes op te zetten. Een en ander kan voor de bedrijven een zware last betekenen, zodat uiteindelijk enkel de grote ondernemingen kunnen deelnemen en de kleine en middelgrote ondernemingen uit de boot vallen. Dit kan er bovendien toe leiden dat de deelname aan de programma's afneemt, wat strijdig is met de doelstelling. 20 % lijkt een aanvaardbaar streefcijfer; op die manier zullen de uitgaven voor afzetbevordering in de verschillende lidstaten niet al te zeer uiteenlopen.
Wijzigingsvoorstel 15
Artikel 23, lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
|
2. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen als bedoeld in deze verordening wordt voor onbepaalde duur aan de Commissie verleend vanaf de datum van de inwerkingtreding van deze verordening. |
2. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen als bedoeld in deze verordening wordt voor onbepaalde duur aan de Commissie verleend vanaf de datum van de inwerkingtreding van deze verordening. |
Motivering
Het Comité vindt niet dat de Commissie voor onbepaalde duur de bevoegdheid moet krijgen om gedelegeerde handelingen vast te stellen en stelt dus voor deze bepaling te schrappen.
Wijzigingsvoorstel 16
Artikel 27
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
|
Uiterlijk op 31 december [2020] dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de toepassing van de onderhavige verordening, eventueel vergezeld van passende voorstellen. |
Uiterlijk op 31 december [2020] dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de toepassing van de onderhavige verordening, eventueel vergezeld van passende voorstellen. Daarnaast dient uiterlijk op 31 december 2017 een tussentijds verslag te worden ingediend. |
Motivering
De Commissie zou het Europees Parlement en de Raad een tussentijds verslag moeten voorleggen over het verloop van de uitvoering van de onderhavige verordening, zodat eventueel de nodige verbeteringen en aanpassingen kunnen worden uitgevoerd zonder de streefdatum voor het behalen van de doelstellingen (2020) in gevaar te brengen.
Brussel, 2 april 2014.
De voorzitter van het Comité van de Regio’s
Ramon Luis VALCÁRCEL SISO