|
13.6.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 161/8 |
UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE
van 11 juni 2013
betreffende de gelijkwaardigheid van het stelsel van publiek toezicht, het kwaliteitsborgingsstelsel en de onderzoeks- en sanctieregeling voor auditors en auditorganisaties van de Verenigde Staten van Amerika overeenkomstig Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2013) 3404)
(Voor de EER relevante tekst)
(2013/281/EU)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad (1), en met name artikel 46, lid 2, eerste alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Krachtens artikel 45, lid 1, van Richtlijn 2006/43/EG dienen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten over te gaan tot de registerinschrijving van alle auditors en auditorganisaties van derde landen die controleverklaringen afleveren betreffende de jaarrekening of de geconsolideerde jaarrekening van bepaalde vennootschappen die hun statutaire zetel buiten de Unie hebben en waarvan effecten in de Unie tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten. Overeenkomstig artikel 45, lid 3, van Richtlijn 2006/43/EG dienen de lidstaten dergelijke in het register ingeschreven auditors en auditorganisaties aan hun stelsels van publiek toezicht, hun kwaliteitsborgingsstelsels en hun onderzoeks- en sanctieregelingen te onderwerpen. |
|
(2) |
Bij Besluit 2011/30/EU van de Commissie van 19 januari 2011 betreffende de gelijkwaardigheid van de stelsels van publiek toezicht, de kwaliteitsborgingsstelsels en de onderzoeks- en sanctieregelingen van bepaalde derde landen voor auditors en auditorganisaties en betreffende een overgangsperiode voor controleactiviteiten van auditors en auditorganisaties van bepaalde derde landen in de Europese Unie (2) werden het stelsel van publiek toezicht, het kwaliteitsborgingsstelsel en de onderzoeks- en sanctieregeling voor auditors en auditorganisaties van de Verenigde Staten van Amerika aangemerkt als zijnde gelijkwaardig aan de stelsels van publiek toezicht, de kwaliteitsborgingsstelsels en de onderzoeks- en sanctieregelingen voor auditors en auditkantoren van de lidstaten. |
|
(3) |
Besluit 2011/30/EU treedt buiten werking op 31 juli 2013. De gelijkwaardigheid van de stelsels en regelingen dient derhalve opnieuw te worden beoordeeld. |
|
(4) |
Voordat de Commissie Besluit 2011/30/EU heeft vastgesteld, heeft zij de gelijkwaardigheid van het stelsel van publiek toezicht, het kwaliteitsborgingsstelsel en de onderzoeks- en sanctieregeling van de Verenigde Staten van Amerika beoordeeld. De beoordeling is uitgevoerd met de hulp van de Europese groep van accountantstoezichthouders (European Group of Auditors’ Oversight Bodies). Het stelsel van publiek toezicht, het kwaliteitsborgingsstelsel en de onderzoeks- en sanctieregeling voor auditors en auditorganisaties van de Verenigde Staten van Amerika zijn getoetst aan de criteria die zijn uiteengezet in de artikelen 29, 30 en 32 van Richtlijn 2006/43/EG en die gelden voor de stelsels van publiek toezicht, de kwaliteitsborgingsstelsels en de onderzoeks- en sanctieregelingen voor auditors en auditkantoren van de lidstaten. Het uiteindelijke doel van de samenwerking tussen de lidstaten en het stelsel van publiek toezicht, het kwaliteitsborgingsstelsel en de onderzoeks- en sanctieregeling voor auditors en auditorganisaties van de Verenigde Staten van Amerika moet zijn het bereiken van wederzijds vertrouwen in elkaars toezichtstelsels op grond van de gelijkwaardigheid van deze stelsels. |
|
(5) |
De Verenigde Staten van Amerika hebben een stelsel van publiek toezicht, een kwaliteitsborgingsstelsel en een onderzoeks- en sanctieregeling voor auditors en auditorganisaties welke functioneren volgens regels die vergelijkbaar zijn met die welke in de artikelen 29, 30 en 32 van Richtlijn 2006/43/EG zijn uiteengezet. De bevoegde autoriteiten van de Verenigde Staten van Amerika zijn echter voornemens de toezichtstelsels van de lidstaten voor auditors verder te evalueren alvorens te beslissen of zij zullen vertrouwen op het toezicht dat door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten wordt uitgeoefend. |
|
(6) |
Daarom dienen het stelsel van publiek toezicht, het kwaliteitsborgingsstelsel en de onderzoeks- en sanctieregeling voor auditors en auditorganisaties van de Verenigde Staten van Amerika te worden onderzocht om na te gaan welke vorderingen zijn gemaakt om tot wederzijds vertrouwen te komen. Om die reden mag dit besluit maar een beperkte geldigheidsduur hebben. |
|
(7) |
Zodra de Commissie een besluit heeft vastgesteld waarin wordt erkend dat het stelsel van publiek toezicht, het kwaliteitsborgingsstelsel en de onderzoeks- en sanctieregeling voor auditors en auditorganisaties van een derde land of gebied gelijkwaardig zijn in de zin van artikel 46, lid 1, van Richtlijn 2006/43/EG, kunnen de lidstaten op voorwaarde van wederkerigheid afzien van de toepassing op auditors en auditorganisaties van het betrokken derde land of gebied van de in artikel 45, leden 1 en 3, gestelde eisen of deze wijzigen. De voorwaarden waaronder van de toepassing van de in artikel 45, leden 1 en 3, gestelde eisen wordt afgezien of deze worden gewijzigd, dienen te worden vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in artikel 46, lid 3, van Richtlijn 2006/43/EG tussen de lidstaat en het betrokken derde land of gebied, en aan de Commissie te worden medegedeeld. |
|
(8) |
Ingeval het een onderneming betreft die in de Verenigde Staten van Amerika is gevestigd en waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt van een lidstaat maar niet tot de handel in de Verenigde Staten van Amerika zijn toegelaten, moeten de lidstaten erop toezien dat alle controleopdrachten met betrekking tot de jaarrekeningen van een dergelijke onderneming worden bestreken door de samenwerkingsregelingen die met de Verenigde Staten van Amerika zijn overeengekomen om te bepalen welk stelsel van publiek toezicht, welk kwaliteitsborgingsstelsel en welke onderzoeks- en sanctieregeling op de auditors van dergelijke ondernemingen van toepassing zijn. Ingeval zulke controleopdrachten door een auditor of auditorganisatie van een andere lidstaat worden uitgevoerd, dienen de lidstaten samen te werken om ervoor te zorgen dat de controleopdracht valt onder een van hun stelsels van publiek toezicht, kwaliteitsborgingsstelsels en onderzoeks- en sanctieregelingen. |
|
(9) |
Deze overgangsregeling mag een lidstaat er niet van weerhouden tussen zijn bevoegde autoriteiten en de bevoegde autoriteiten van de Verenigde Staten van Amerika samenwerkingsregelingen inzake individuele kwaliteitsbeoordelingen te treffen. |
|
(10) |
Dit besluit loopt niet vooruit op enigerlei definitief gelijkwaardigheidsbesluit dat de Commissie op grond van artikel 47, lid 3, van Richtlijn 2006/43/EG zou kunnen nemen. |
|
(11) |
De werking van de overgangsregelingen dient te worden gecontroleerd en de door de bevoegde autoriteiten van de Verenigde Staten van Amerika gemaakte vorderingen dienen te worden onderzocht. Aan het einde van de overgangsperiode dient een besluit te worden genomen betreffende de gelijkwaardigheid van het stelsel van publiek toezicht, het kwaliteitsborgingsstelsel en de onderzoeks- en sanctieregeling voor auditors en auditorganisaties van de Verenigde Staten van Amerika. Er dient te worden onderzocht of de lidstaten moeilijkheden hebben ondervonden om hun stelsels van publiek toezicht, kwaliteitsborgingsstelsels en onderzoeks- en sanctieregelingen voor auditors en auditorkantoren als gelijkwaardig te laten erkennen door de bevoegde autoriteiten van de Verenigde Staten van Amerika. |
|
(12) |
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 48, lid 1, van Richtlijn 2006/43/EG ingestelde comité, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Voor de toepassing van artikel 46, lid 1, van Richtlijn 2006/43/EG worden het stelsel van publiek toezicht, het kwaliteitsborgingsstelsel en de onderzoeks- en sanctieregeling voor auditors en auditorganisaties van de Verenigde Staten van Amerika aangemerkt als zijnde gelijkwaardig aan de stelsels van publiek toezicht, de kwaliteitsborgingsstelsels en de onderzoeks- en sanctieregelingen voor auditors en auditkantoren van de lidstaten.
Artikel 2
Artikel 1 laat de samenwerkingsregelingen inzake individuele kwaliteitsbeoordelingen tussen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat en de bevoegde autoriteiten van de Verenigde Staten van Amerika onverlet, op voorwaarde dat een dergelijke regeling aan de criteria van artikel 2 van Uitvoeringsbesluit 2013/280/EU van de Commisie (3) voldoet en niet vooruitloopt op enigerlei besluit dat op grond van artikel 47, lid 3, van Richtlijn 2006/43/EG wordt genomen.
Artikel 3
Dit besluit is van toepassing van 1 augustus 2013 tot en met 31 juli 2016.
Artikel 4
Dit besluit is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 11 juni 2013.
Voor de Commissie
Michel BARNIER
Lid van de Commissie
(1) PB L 157 van 9.6.2006, blz. 87.
(2) PB L 15 van 20.1.2011, blz. 12.
(3) Zie bladzijde 4 van dit Publicatieblad.