European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

C-serie


C/2024/7537

20.12.2024

BESLUIT VAN HET BUREAU VAN HET EUROPEES PARLEMENT

van 16 december 2024

tot wijziging van de Bepalingen ter uitvoering van het Statuut van de leden van het Europees Parlement

(C/2024/7537)

HET BUREAU VAN HET EUROPEES PARLEMENT,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 223, lid 2,

Gezien het Statuut van de leden van het Europees Parlement (1),

Gezien artikel 25 van het Reglement van het Europees Parlement,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 73, lid 2, van de bepalingen ter uitvoering van het Statuut van de leden van het Europees Parlement (2) (“de uitvoeringsbepalingen”) moet het in artikel 29, lid 4, daarvan bedoelde maximumbedrag dat kan worden vergoed voor de kosten van door persoonlijke medewerkers verleende parlementaire assistentie in voorkomend geval jaarlijks door het Bureau worden geïndexeerd op basis van het gemeenschappelijk indexcijfer dat door Eurostat wordt vastgesteld om de ontwikkeling van de kosten van levensonderhoud voor EU-ambtenaren te meten, uit hoofde van artikel 65 van en in overeenstemming met bijlage XI bij het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie, zoals neergelegd in Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 van de Raad (3) (“het Statuut”).

(2)

Het indexeringsbesluit wordt gewoonlijk in december door het Bureau vastgesteld en wordt met terugwerkende kracht toegepast vanaf de maand juli van het jaar in kwestie. Aangezien Eurostat het gemeenschappelijke indexcijfer voor de periode van 1 juli 2023 tot 1 januari 2024 echter heeft vastgesteld op 103,0 (+ 3,0 %) en daarmee de in het Statuut van de ambtenaren vastgestelde drempel van 3 % voor een tussentijdse salarisaanpassing was bereikt, was een tussentijdse aanpassing van de kosten voor parlementaire assistentie noodzakelijk.

(3)

Dienovereenkomstig heeft het Bureau op zijn vergadering van 24 juni 2024 besloten om de maximumvergoeding voor de kosten van parlementaire assistentie, rekening houdend met het door de Commissie vastgestelde aanpassingspercentage van 3,0 % voor de eerste helft van 2024, met ingang van 1 januari 2024 te verhogen tot 29 557 EUR per maand.

(4)

Voor de tweede helft van 2024 heeft de Commissie het toepasselijke aanpassingspercentage vastgesteld op 4,1 %. Het maximumbedrag dat kan worden vergoed voor de kosten van parlementaire assistentie moet dan ook met ingang van 1 juli 2024 worden verhoogd tot 30 769 EUR per maand en de uitvoeringsmaatregelen moeten dienovereenkomstig worden gewijzigd.

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In artikel 29 van de uitvoeringsbepalingen wordt lid 4 als volgt gewijzigd:

“4.   Met ingang van 1 juli 2024 bedraagt het maximumbedrag dat voor de kosten van alle in artikel 30 vermelde persoonlijke medewerkers kan worden vergoed 30 769 EUR per maand.”.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Dit besluit is van toepassing met ingang van 1 juli 2024.

 


(1)  Besluit 2005/684/EG, Euratom van het Europees Parlement van 28 september 2005 houdende aanneming van het Statuut van de leden van het Europees Parlement (PB L 262 van 7.10.2005, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2005/684/oj).

(2)  Besluit van het Bureau van 11 september 2023 houdende de bepalingen ter uitvoering van het Statuut van de leden van het Europees Parlement en tot intrekking van het besluit van het Bureau van 19 mei en 9 juli 2008 (PB C, C/2024/2814, 26.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/2814/oj).

(3)   PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1.


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/7537/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)