Brussel, 3.7.2026

COM(2026) 358 final

2026/0192(NLE)

Voorstel voor een

UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD

betreffende de aanwijzing van Europese defensieprojecten van gemeenschappelijk belang op grond van Verordening (EU) 2025/2643 van het Europees Parlement en de Raad


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

•Motivering en doel van het voorstel

Artikel 35 van Verordening (EU) 2025/2643 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma voor de Europese defensie-industrie en van een kader van maatregelen ter waarborging van de tijdige beschikbaarheid en levering van defensieproducten (de “EDIP-verordening”) voorziet in de mogelijkheid om Europese defensieprojecten van gemeenschappelijk belang (EDPGB’s) aan te wijzen.

EDPGB’s bestaan uit industriële samenwerkingsprojecten die beogen het concurrentievermogen van de EDTIB in de gehele Unie te versterken, en bij te dragen aan de ontwikkeling van de militaire vermogens van de lidstaten die van essentieel belang zijn voor de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie, waaronder de vermogens die de toegang beveiligen tot alle operationele domeinen.

Overeenkomstig artikel 35, lid 3, van Verordening (EU) 2025/2643 kan de Raad, op voorstel van de Commissie, uitvoeringshandelingen vaststellen tot aanwijzing van EDPGB’s. Met dit voorstel wordt daar gehoor aan gegeven door een eerste reeks projecten vast te stellen die voldoen aan de voorwaarden van de EDIP-verordening om ze als EDPGB’s aan te wijzen.

De lijst van projecten in het kader van dit voorstel is gebaseerd op een beoordeling door de Commissie, met hulp van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (“de hoge vertegenwoordiger” en het Europees Defensieagentschap (EDA), van de door de lidstaten overeenkomstig artikel 35, lid 4, ingediende projecten aan de hand van de criteria van de EDIP-verordening. De projecten waarvan wordt voorgesteld deze als EDPGB’s aan te wijzen, worden geacht een aanzienlijke bijdrage te leveren aan de defensiegereedheid van de Unie door gezamenlijke ontwikkeling en gezamenlijke aanbestedingen te bevorderen, de opschaling van industriële capaciteit waar nodig te ondersteunen, en de interoperabiliteit en normalisatie tussen de deelnemende lidstaten te verbeteren.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

•Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag voor het voorstel voor een uitvoeringsbesluit van de Raad is artikel 35, lid 3, van Verordening (EU) 2025/2643. Die bepaling verleent de Raad de bevoegdheid om, op voorstel van de Commissie, een uitvoeringshandeling vast te stellen tot aanwijzing van Europese defensieprojecten van gemeenschappelijk belang.

•    Subsidiariteit

Het voorstel heeft betrekking op een gebied van gedeelde bevoegdheid, te weten de industriële dimensie van de defensiegereedheid van de Unie. De doelstellingen die met het voorstel worden nagestreefd, kunnen niet in voldoende mate door de afzonderlijke lidstaten worden verwezenlijkt.

Op grond van artikel 35 van Verordening (EU) 2025/2643 moeten projecten op Unieniveau worden beoordeeld aan de hand van de in de EDIP-verordening vastgestelde gemeenschappelijke criteria en moet gezamenlijk worden beslist dat de projecten een gemeenschappelijk Europees belang dienen, om deze als EDPGB’s aan te wijzen. Optreden op het niveau van de Unie is noodzakelijk om te zorgen voor consistentie, transparantie en gelijke behandeling bij de aanwijzing van dergelijke projecten, en om een gemeenschappelijk kader te bieden voor projecten waarvan de grondgedachte en de effecten inherent grensoverschrijdend zijn.

•Evenredigheid

Het voorstel is in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel van artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Het is beperkt tot wat nodig is om artikel 35, lid 3, van de EDIP-verordening uit te voeren.

Het voorgestelde uitvoeringsbesluit van de Raad schept geen verplichtingen die verder gaan dan de verplichtingen die nodig zijn voor de aanwijzing van EDPGB’s op grond van het bij de basishandeling ingestelde rechtskader.

3.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

De EDPGB’s kunnen worden gefinancierd met de daartoe aangewezen begrotingsmiddelen in het overeenkomstig artikel 21 van de EDIP-verordening vastgestelde werkprogramma. Dit besluit laat andere besluiten tot toekenning van Uniefinanciering onverlet.

Na het opzetten van een groep lidstaten die deelnemen aan een EDPGB zou deze groep (evenals mogelijke toekomstige structuren voor een Europees bewapeningsprogramma) in aanmerking komen voor financiering en deze ontvangen uit hoofde van artikel 35 van de EDIP-verordening volgens een specifieke procedure.

4.OVERIGE ELEMENTEN

• Procedurele stappen voor de aanwijzing van Europese defensieprojecten van gemeenschappelijk belang (EDPGB’s)

1)De Commissie heeft op 16 februari 2026 een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling gepubliceerd om de lidstaten van de EU op inclusieve wijze te raadplegen over de aanwijzing van mogelijke Europese defensieprojecten van gemeenschappelijk belang (EDPGB’s) overeenkomstig artikel 35 van Verordening (EU) 2025/2643. Tot de uiterste datum van 29 mei 2026 hadden de lidstaten negen projectvoorstellen voor mogelijke EDPGB’s ingediend.

2)De Commissie heeft de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (de “hoge vertegenwoordiger”) via de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO), met inbegrip van de Militaire Staf van de Europese Unie (EUMS), en het Europees Defensieagentschap (EDA) verzocht diens deskundigheid ter beschikking te stellen teneinde samenhang met de in artikel 35, lid 2, punten b), c) en d), bedoelde prioriteiten en doelstellingen te waarborgen en de door de lidstaten verstrekte informatie over projectvoorstellen aan te vullen.

3)De Commissie is heeft bevestigd dat alle lidstaten en geassocieerde landen, en Oekraïne voor zover van toepassing, op de hoogte zijn gebracht van de totstandbrenging van het project en in de gelegenheid zijn gesteld om deel te nemen.

4)De Commissie heeft, mede aan de hand van de door de EDEO (met inbegrip van de EUMS) en het EDA verstrekte informatie, gecontroleerd of de projectvoorstellen voor mogelijke EDPGB’s die naar aanleiding van de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling zijn ingediend, voldeden aan de criteria van artikel 35, lid 2, van Verordening (EU) 2025/2643.

•Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 van het voorstel van de Commissie voor het uitvoeringsbesluit van de Raad bevat de operationele bepaling dat de in de bijlage vermelde projecten moeten worden aangewezen als de eerste Europese defensieprojecten van gemeenschappelijk belang (EDPGB’s) overeenkomstig artikel 35 van Verordening (EU) 2025/2643.

De bijlage bij het besluit bevat een lijst van de vijf projecten die als EDPGB’s moeten worden aangewezen, met voor elk van deze projecten de belangrijkste doelstellingen en kenmerken, de landen die eraan deelnemen en de geraamde totale financiële omvang, zoals vereist op grond van artikel 35, lid 6, van Verordening (EU) 2025/2643.

Bovendien kan de Commissie overeenkomstig artikel 35, lid 14, in voorkomend geval aan de projecten deelnemen en kunnen de deelnemende lidstaten besluiten de hoge vertegenwoordiger en het EDA als waarnemers bij een EDPGB te betrekken. Daarom zijn de voorgestelde deelname van de Commissie en de betrokkenheid van de hoge vertegenwoordiger en het EDA als waarnemers ook opgenomen in de bijlage, om de transparantie te vergroten en duidelijkheid te verschaffen over het kader van elk aanwezen EDPGB.

•Gedetailleerde toelichting over de controle van de overeenstemming van de EDPGB-voorstellen met de criteria van artikel 35, lid 2, van Verordening (EU) 2025/2643

Naar aanleiding van het controleproces stelt de Commissie overeenkomstig artikel 35, lid 3, van Verordening (EU) 2025/2643 voor om in dit stadium vijf van de negen ingediende voorstellen als EDPGB’s aan te wijzen, namelijk DronE and Counter Drone European Resolve (DECODER), Integrated Maritime and Seabed Defence (IMSD), SPACE, EU Federated Integrated Air and Missile Defence (EU-FIAMD), met inbegrip van vroegtijdige waarschuwing, en Eastern Flank Watch (EFW).

De Commissie heeft geconcludeerd dat de vijf voorstellen qua duidelijkheid van de doelstellingen en maturiteitsniveau volledig voldoen aan de criteria van artikel 35, lid 2, van Verordening (EU) 2025/2643. Zij hebben met name het potentieel om het concurrentievermogen, de efficiëntie en de innovatiecapaciteit van de EDTIB aanzienlijk te versterken, bij te dragen aan de ontwikkeling van de militaire vermogens van de lidstaten, rekening te houden met de samenwerking in het kader van initiatieven en projecten van de PESCO en het EDA en met de relevante activiteiten van de NAVO, en tegelijkertijd inclusief te zijn, ten goede te komen aan een groter deel van de Unie, aanzienlijk in omvang en reikwijdte te zijn. De potentiële voordelen ervan worden geacht op te wegen tegen de kosten.

De Commissie is van mening dat de uitvoering van de aangewezen EDPGB’s, in voorkomend geval en in overeenstemming met Verordening (EU) 2025/2643, de samenwerking met Oekraïne moet vergemakkelijken en gebruik moet maken van relevante geleerde lessen.

DronE and Counter Drone European Resolve (DECODER)

Het voorstel is gericht op de versterking van het concurrentievermogen en de innovatiecapaciteit van de EDTIB op lange termijn, ondersteunt de marktintegratie, vermindert strategische afhankelijkheden en verbetert de interoperabiliteit. Het demonstreert de belangrijke bijdrage van het project aan kritieke militaire vermogens voor de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie, en heeft betrekking op civiel-militaire samenwerking en technologieën voor tweeërlei gebruik. Het houdt rekening met PESCO- en EDA-initiatieven en relevante NAVO-activiteiten.

Er wordt sterk en grondig onderbouwd dat de voordelen van het project zich zullen uitstrekken tot een groter deel van de Unie, en er zijn 26 lidstaten, plus aanvullende landen, bij het voorstel betrokken. Het voorstel maakt aannemelijk dat het een significante reikwijdte heeft en zowel betrekking heeft op technische complexiteit en een verscheidenheid aan operationele en industriële activiteiten als op strategische ambitie op lange termijn, en dat het een aanzienlijke geraamde totale financiële omvang heeft.

Integrated Maritime and Seabed Defence (IMSD)

Het voorstel heeft betrekking op de versterking van het concurrentievermogen en de innovatiecapaciteit van de EDTIB en zal naar verwachting bijdragen tot het uitbreiden van de grensoverschrijdende samenwerking, het verminderen van de versnippering binnen de sterk gefragmenteerde Europese markt voor maritieme defensie en het sorteren van positieve overloopeffecten voor de civiele sector. Het project zal ook betrekking hebben op samenwerking met civiele autoriteiten om de vlaggenschipactie voor maritiem omgevingsbewustzijn in het kader van het Europees oceaanpact uit te voeren. Het draagt bij tot het aanpakken van vermogens die van cruciaal belang zijn voor de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie door het ondersteunen van maritiem omgevingsbewustzijn, bescherming van kritieke onderwaterinfrastructuur, interoperabele marinearchitecturen en vermogens voor oorlogvoering onder water en op de zeebodem.

Het project bouwt voort op verschillende lopende PESCO- en EDA-initiatieven en houdt rekening met relevante NAVO-activiteiten. Er zijn een groot aantal (17) landen bij het project betrokken en de voordelen ervan strekken zich uit tot een groter deel van de EU. Het project heeft een significante reikwijdte en een aanzienlijke geraamde totale financiële omvang.

SPACE

Het voorstel heeft betrekking op de versterking van het concurrentievermogen en de innovatiecapaciteit van de EDTIB, ondersteunt de omzetting van mature O&O in soevereine operationele capaciteiten die geen enkele lidstaat alleen zou kunnen ontwikkelen, verbreedt grensoverschrijdende partnerschappen, creëert nieuwe marktkansen en verkleint de structurele afhankelijkheid op het gebied van ruimtevaart. Het project is zeer relevant vanuit militair en operationeel oogpunt en vormt een directe en structurele bijdrage aan het ruimteschild van de EU.

Het project houdt rekening met relevante PESCO-projecten en heeft tot doel de vermogens en interoperabiliteit van de lidstaten te versterken in overeenstemming met NAVO-activiteiten. Een groot aantal (16) landen is bij het project betrokken. Het heeft een significante reikwijdte, een aanzienlijke geraamde totale financiële omvang en de voordelen ervan strekken zich uit tot een groot deel van Europa door de inherent Uniebrede dekking van ruimtevaartvermogens.

EU Federated Integrated Air and Missile Defence (EU-FIAMD), met inbegrip van vroegtijdige waarschuwing

 

Het voorstel heeft betrekking op de versterking van het concurrentievermogen en de innovatiecapaciteit van de EDTIB en ondersteunt de totstandbrenging en uitbreiding van samenwerking binnen de Europese industrie. Het zal bijdragen tot de totstandbrenging van een gemeenschappelijk systeem van systemen, waarmee de lidstaten worden voorzien van kritieke militaire vermogens, namelijk collectieve en geïntegreerde lucht- en raketafweer. Het houdt rekening met PESCO- en EDA-initiatieven en relevante NAVO-activiteiten.

Een groot aantal (16) landen is bij het project betrokken. Het project draagt rechtstreeks bij tot de versterking van de collectieve veerkracht van de EU door de geïntegreerde lucht- en raketafweer te versterken, de bescherming van kritieke infrastructuur te verbeteren, de operationele coördinatie van de strijdkrachten te vergroten en de industriële capaciteit te versterken in kritieke sectoren die verband houden met lucht- en raketafweer. Het project heeft een significante reikwijdte en een aanzienlijke geraamde totale financiële omvang.

Eastern Flank Watch

Het voorstel heeft betrekking op de versterking van het concurrentievermogen en de innovatiecapaciteit van de EDTIB, op marktintegratie en op integratie van kmo’s en midcaps door middel van diversificatie van de toeleveringsketen en vermindering van strategische afhankelijkheden. Het heeft betrekking op kritieke vermogensgebieden, zoals grondgevechten, C4ISTAR, lucht- en raketafweer, drones en droneafweer, en militaire mobiliteit. Het houdt rekening met PESCO- en EDA-initiatieven en bouwt voort op en draagt bij aan relevante NAVO-activiteiten.

Een groot aantal (15) landen is bij het project betrokken. Het voorstel is gestructureerd als een initiatief voor de ontwikkeling van vermogens op meerdere gebieden, en hoewel de geografische focus op de oostgrens van de EU ligt, beschermt het alle lidstaten tegen concrete veiligheidsdreigingen en kan het worden geografische gebied waar de nadruk op ligt, worden uitgebreid. Het project heeft een significante reikwijdte, heeft een aanzienlijke geraamde totale financiële omvang en geeft blijk van langetermijnambitie.

Vier andere voorstellen, namelijk European Robotic Combat Units for Land operations (ERCUL), Artillery Systems (ARTISYS), Multi Domain Operation Platform systems (ARCADIA) en European Defence Data Space for AI (EDDS), bleken weliswaar relevant te zijn voor het versterken van de defensiegereedheid van de EU, maar werden geacht nog niet volledig te voldoen aan alle criteria van artikel 35, lid 2, van Verordening (EU) 2025/2643, aangezien de doelstellingen ervan onvoldoende duidelijk waren omschreven en zij nog niet het vereiste algemene maturiteitsniveau hadden, onder meer wat betreft hun ambitie om uiteenlopende relevante industriële spelers en oplossingen samen te brengen in het kader van de gedeelde doelstelling om defensiegereedheid te bereiken. Indien deze voorstellen worden doorontwikkeld, hebben zij niettemin solide potentieel om naar aanleiding van een volgende oproep tot het indienen van blijken van belangstelling als EDPGB’s te worden aangewezen. In dat verband zouden zij dus EDIP-financiering kunnen ontvangen om hun verdere ontwikkeling te ondersteunen.

2026/0192 (NLE)

Voorstel voor een

UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD

betreffende de aanwijzing van Europese defensieprojecten van gemeenschappelijk belang op grond van Verordening (EU) 2025/2643 van het Europees Parlement en de Raad

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2025/2643 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2025 tot vaststelling van het programma voor de Europese defensie-industrie en van een kader van maatregelen ter waarborging van de tijdige beschikbaarheid en levering van defensieproducten (“EDIP-verordening”) 1 , en met name artikel 35, lid 3,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De Commissie heeft op 16 februari 2026 een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling gepubliceerd om de lidstaten te raadplegen over de aanwijzing van mogelijke Europese defensieprojecten van gemeenschappelijk belang (EDPGB’s) overeenkomstig artikel 35 van Verordening (EU) 2025/2643. Tot de uiterste datum van 29 mei 2026 hadden de lidstaten negen projectvoorstellen voor mogelijke EDPGB’s ingediend.

(2)Overeenkomstig artikel 35, lid 5, punt b), van de EDIP-verordening heeft de Commissie de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (de “hoge vertegenwoordiger”) via de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) en het Europees Defensieagentschap (EDA) verzocht diens deskundigheid ter beschikking te stellen teneinde samenhang met de in artikel 35, lid 2, punten b), c) en d), van die verordening bedoelde prioriteiten en doelstellingen te waarborgen en de door de lidstaten verstrekte informatie over projectvoorstellen aan te vullen.

(3)De Commissie heeft bevestigd dat alle lidstaten en geassocieerde landen, en Oekraïne voor zover van toepassing, op de hoogte zijn gebracht van de totstandbrenging van het project en in de gelegenheid zijn gesteld om deel te nemen.

(4)De Commissie heeft aan de hand van de door de EDEO en het EDA verstrekte informatie gecontroleerd of de projectvoorstellen voor mogelijke EDPGB’s die naar aanleiding van de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling zijn ingediend, voldeden aan de criteria van artikel 35, lid 2, van Verordening (EU) 2025/2643 en heeft voorgesteld vijf voorstellen als EDPGB’s aan te wijzen.

(5)De aangewezen EDPGB’s voldoen aan de criteria van artikel 35, lid 2, van Verordening (EU) 2025/2643. Zij hebben met name het potentieel om het concurrentievermogen, de efficiëntie en de innovatiecapaciteit van de Europese technologische en industriële defensiebasis (EDTIB) aanzienlijk te versterken, bij te dragen aan de ontwikkeling van de militaire vermogens van de lidstaten, rekening te houden met de samenwerking in het kader van initiatieven en projecten van de permanente gestructureerde samenwerking (PESCO) en het EDA en met de relevante activiteiten van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), en tegelijkertijd inclusief te zijn, ten goede te komen aan een groter deel van de Unie, aanzienlijk in omvang en reikwijdte te zijn en voordelen op te leveren die opwegen tegen de kosten ervan.

(6)Elk van de voor aanwijzing voorgestelde EDPGB’s voldoet aan de criteria voor relevantie en de Commissie moet derhalve overeenkomstig artikel 35, lid 14, van Verordening (EU) 2025/2643 deelnemen aan alle EDPGB’s deelnemen die voor aanwijzing zijn voorgesteld.  De hoge vertegenwoordiger en het EDA moeten als waarnemers worden betrokken bij alle vijf EDPGB’s die voor aanwijzing worden voorgesteld,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De in de bijlage vermelde projecten worden aangewezen als Europese defensieprojecten van gemeenschappelijk belang (EDPGB’s).

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)    PB L, 2025/2643, 29.12.2025.