|
4.11.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 330/140 |
BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT
van 21 april 2004
inzake kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2002 - Afdeling IV — Hof van Justitie
(2004/724/EG)
HET EUROPEES PARLEMENT,
Gelet op de jaarrekening en de financiële balans van ontvangsten en uitgaven betreffende de begroting voor het begrotingsjaar 2002 (I5-0034/2003 — C5-0088/2004),
Gezien het jaarverslag van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2002 en de antwoorden daarop van de instellingen (1) (C5-0583/2003),
Gelet op de betrouwbaarheidsverklaring met betrekking tot de juistheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen, die door de Europese Rekenkamer is verstrekt overeenkomstig artikel 248 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (C5-0583/2003),
Gezien de aanbeveling van de Raad van 9 maart 2004 (C5-0145/2004),
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 272, lid 10, en artikel 275,
Gelet op het Financieel Reglement van 21 december 1977 (2), inzonderheid op artikel 22, leden 2 en 3, en het Financieel Reglement van 25 juni 2002 (3), inzonderheid op artikel 50,
Gelet op artikel 93 bis en bijlage V van zijn Reglement,
Gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A5-0228/2004),
|
1. |
Verleent de griffier van het Hof van Justitie kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2002; |
|
2. |
Legt zijn commentaar vast in de begeleidende resolutie; |
|
3. |
Verzoekt zijn voorzitter dit besluit en de begeleidende resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, het Hof van Justitie, de Rekenkamer, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio's en de Europese Ombudsman en het besluit en de resolutie te laten publiceren in het Publicatieblad van de Europese Unie (reeks L). |
De secretaris-generaal
Julian PRIESTLEY
De voorzitter
Pat COX
(1) PB C 286 van 28.11.2003, blz. 1.
RESOLUTIE
van het Europees Parlement ter begeleiding van het besluit inzake kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2002 - Afdeling IV — Hof van Justitie
HET EUROPEES PARLEMENT,
Gelet op de jaarrekening en de financiële balans van ontvangsten en uitgaven betreffende de begroting voor het begrotingsjaar 2002 (I5-0034/2003 — C5-0088/2004),
Gezien het jaarverslag van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2002 en de antwoorden daarop van de instellingen (1) (C5-0583/2003),
Gelet op de betrouwbaarheidsverklaring met betrekking tot de juistheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen, die door de Europese Rekenkamer is verstrekt overeenkomstig artikel 248 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (C5-0583/2003),
Gezien de aanbeveling van de Raad van 9 maart 2004 (C5-0145/2004),
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 272, lid 10, en artikel 275,
Gelet op het Financieel Reglement van 21 december 1977 (2), inzonderheid op artikel 22, leden 2 en 3, en het Financieel Reglement van 25 juni 2002 (3), inzonderheid op artikel 50,
Gelet op artikel 93 bis en bijlage V van zijn Reglement,
Gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A5-0228/2004),
|
1. |
Neemt kennis van de antwoorden die het Hof van Justitie op 17 december 2003 heeft gegeven op de vragenlijst die de Commissie begrotingscontrole op 26 november 2003 had toegestuurd; |
|
2. |
Neemt er kennis van dat het Hof van Justitie met ingang van volgend jaar overeenkomstig artikel 86, lid 4, van het Financieel Reglement een verslag doet toekomen aan het Europees Parlement, waarin een samenvatting wordt gegeven van het aantal en de soorten uitgevoerde interne controles, de gedane aanbevelingen en het gevolg dat aan die aanbevelingen is gegeven; |
|
3. |
Acht de maatregelen die het Hof op basis van het speciaal verslag nr. 5/2000 van de Europese Rekenkamer (4) heeft getroffen juist; neemt kennis van het auditverslag van boekhoudkundig controleur KPMG (5); neemt tevens kennis van het verslag van 21 oktober 2003 over de wijze waarop het Hof zijn bestaande gebouwen, nieuwe bouwprojecten, het onderhoud en de infrastructuur in het algemeen beheert, dat het Hof heeft doen toekomen aan het Europees Parlement; |
|
4. |
Neemt kennis van de brief van 18 februari 2004 van de griffier van het Hof van Justitie aan de voorzitter van de Commissie begrotingscontrole, waarin hij een reeks maatregelen aankondigt om zowel de in de afgelopen jaren geregistreerde verlenging van de procesduur tegen te gaan als rekening te houden met de uitbreiding; dringt er bij de griffier op aan om met betrekking tot de kwijtingsprocedure voor het begrotingsjaar 2003 tijdig een gedetailleerd voortgangsverslag voor te leggen aan het Europees Parlement; |
Privé-gebruik van dienstvoertuigen
|
5. |
Stelt vast dat het Hof, naast de door hem of zijn president toegestane dienstreizen, de kosten voor het gebruik van dienstvoertuigen door zijn leden vergoedt tot een maximum van 30 000 km per jaar (leden van het Gerecht van eerste aanleg: 25 000 km, de president van het Gerecht van eerste aanleg: 30 000 km); |
|
6. |
Stelt vast dat leden van het Hof daarmee in het genot worden gesteld van financiële voordelen zonder dat de voor hun bezoldiging verantwoordelijke EU-ministerraad een dienovereenkomstig besluit heeft genomen; |
|
7. |
Eist dat het Hof zijn regels vóór 1 juli 2004 dusdanig heeft aangepast dat zijn leden zelf de volledige kosten moeten dragen van privé-gebruik van dienstvoertuigen; |
Salarisverhogingen door aanpassingscoëfficiënten
|
8. |
Neemt er kennis van dat de leden van het Hof op basis van een interne administratieve regeling de mogelijkheid hebben gecreëerd om te profiteren van een salarisverhoging doordat zij delen van hun bezoldiging niet naar een rekening in hun standplaats Luxemburg laten overmaken, maar naar rekeningen in andere EU-lidstaten en zo in aanmerking komen voor aanpassingscoëfficiënten; |
|
9. |
Herinnert eraan dat dit een intern administratief besluit van het Hof is en niet kan worden beschouwd als onderdeel van zijn rechtspraak; |
|
10. |
Herinnert er voorts aan dat dit besluit van het administratief comité van het Hof op 25 september 2002 werd genomen, maar dat het Europees Parlement en de Commissie op voorstel van de Raad uit het voorontwerp van begroting van het Hof voor 2003 (begrotingspost A-1 0 9 0) vervolgens een toelichting hebben geschrapt die de toepassing van deze aanpassingscoëfficiënten „analoog aan de bepalingen van het ambtenarenstatuut” ook voor de leden van het Hof voorzag; |
|
11. |
Stelt vast dat de begrotingsautoriteit daarmee duidelijk en ondubbelzinnig tot uitdrukking heeft gebracht dat zij verwachtte dat deze praktijk, die sinds 1 januari 2003 noch op grond van bepalingen van geldende verordeningen inzake de bezoldiging van de leden van de organen, noch op grond van toelichtingen in de begroting is toegestaan, zou worden gestaakt; |
|
12. |
Herinnert eraan dat de leden van de Commissie geen gebruik meer maken van de aanpassingscoëfficiënten en dringt er bij de leden van het Hof op aan dit voorbeeld te volgen; |
|
13. |
Vraagt in dit verband welke vooruitgang het Hof geboekt heeft bij het creëren van een specifieke rechtsgrond voor de toepassing van de aanpassingscoëfficiënten, zoals het Europees Parlement had geëist (6); |
|
14. |
Is verheugd dat het Hof van Justitie dezelfde „klokkenluidersdoctrine” hanteert als de Commissie; merkt op dat een dergelijke doctrine alleen effectief is als de personeelsleden ervan op de hoogte zijn; moedigt het Hof van Justitie aan ervoor te zorgen dat deze informatie gemakkelijk toegankelijk is voor zijn personeel; |
|
15. |
Verzoekt de Begrotingscommissie een deel van de huishoudelijke kredieten voor 2005 voor het Hof van Justitie in de reserve op te nemen als er geen bevredigend antwoord wordt gegeven op de bezorgdheid die in deze resolutie aan de orde wordt gesteld over het niet-officiële gebruik van dienstauto's en het systeem van salariscoëfficiënten. |
(1) PB C 286 van 28.11.2003, blz. 1.
(2) PB L 356 van 31.12.1977, blz. 1.
(3) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.
(4) PB C 109 van 14.4.2000, blz. 1.
(5) Schrijven aan de voorzitter van de Commissie begrotingscontrole van 6 juni 2003.
(6) Resolutie van 8 april 2003, paragraaf 6 (PB L 148 van 16.6.2003, blz. 46).