|
Publicatieblad |
NL Serie C |
|
C/2024/2206 |
19.3.2024 |
Protocol voor samenwerking tussen de Europese Commissie en het Europees Economisch en Sociaal Comité
(C/2024/2206)
Preambule
De Europese Commissie (hierna “de Commissie”) en het Europees Economisch en Sociaal Comité (hierna “het Comité”) zijn van oordeel dat het in hun gemeenschappelijk belang is de banden nauwer aan te halen via de tenuitvoerlegging van dit protocol; de hierin vastgestelde regelingen voor nauwere samenwerking vervangen de regelingen uit het protocol van 22 februari 2012.
Deze regelingen zijn onderdeel van het streven om een klimaat tot stand te brengen dat bevorderlijk is voor een grotere betrokkenheid van maatschappelijke organisaties bij de beleids- en besluitvorming van de Europese Unie, zowel op nationaal als op Europees niveau, alsook voor de ontwikkeling van een permanente gestructureerde dialoog tussen deze organisaties en de Europese instellingen, zoals bepaald in artikel 11, leden 1 en 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU).
Overeenkomstig zijn in de Verdragen vastgelegde rol is het de specifieke taak van het Comité bij te dragen tot de versterking van de democratische legitimiteit en de doeltreffendheid van de instellingen en het beleid van de Europese Unie. Als bevoorrechte schakel tussen de maatschappelijke organisaties en de EU-instellingen zoals bedoeld in artikel 13 VEU, vervult het Comité in dit verband een sleutelrol bij de uitvoering van artikel 11 VEU door die instellingen.
De Commissie en het Comité werken samen bij de uitvoering van de drie fundamentele taken van het Comité, zoals vastgesteld in zijn missionstatement:
|
— |
het draagt ertoe bij dat de EU-beleidsmaatregelen en -wetgeving beter worden afgestemd op de economische, sociale en burgerlijke realiteit door advies te geven aan het Europees Parlement, de Raad en de Europese Commissie en daarbij gebruik te maken van de ervaring en representativiteit van zijn leden, in dialoog te gaan en te streven naar consensus, waarbij het algemeen belang voorop staat; |
|
— |
het bevordert de ontwikkeling van een Europese Unie die meer op participatie berust en dichter bij de burgers staat door te fungeren als het institutionele orgaan dat het maatschappelijk middenveld vertegenwoordigt en informeert, het een stem geeft en hiermee een dialoog aangaat; |
|
— |
het draagt de waarden uit waarop de Europese integratie is gebaseerd en promoot de participatiedemocratie en de rol van de organisaties van het maatschappelijk middenveld, in Europa en in de wereld. |
De Commissie steunt de versterking van de adviserende rol van het Comité (vervuld door zijn afdelingen, de adviescommissie Industriële Reconversie (CCMI) en andere organen, zoals de waarnemingsposten en ad-hocgroepen), zowel stroomopwaarts als stroomafwaarts van de beleidsvorming en het wetgevingsproces van de Unie.
Ook wil de Commissie nauw samenwerken met het Comité met als doel een economisch welvarende, sociaal inclusieve en ecologisch duurzame Unie tot stand te brengen en tegelijk ten volle te profiteren van de digitale samenleving en economie. De Commissie en het Comité zijn het erover eens hoe belangrijk het is de kernwaarden van de EU en de rechtsstaat te beschermen, de Europese Unie tot een aantrekkelijke plaats voor het bedrijfsleven te maken, en te streven naar volledige werkgelegenheid en sociale vooruitgang en een hoog niveau van bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu.
Het Comité kan overeenkomstig de artikelen 8 tot en met 12 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) een bijdrage leveren aan de evaluatie van de tenuitvoerlegging van de EU-wetgeving, met name wat betreft de algemeen toepasselijke bepalingen.
De Commissie en het Comité werken samen aan de ontwikkeling van de participatiedemocratie op het niveau van de Unie teneinde de democratische legitimiteit ervan te versterken.
De Commissie en het Comité beschouwen die samenwerking als een zeer belangrijk instrument om een open, transparante en regelmatige dialoog te organiseren met de representatieve organisaties en het maatschappelijk middenveld, zoals bepaald in artikel 11 van het VEU.
De Commissie verleent steun aan de initiatieven van het Comité om de dialoog en het overleg met het Europees maatschappelijk middenveld te vergemakkelijken, te bevorderen en te structureren, alsook aan initiatieven waarbij het maatschappelijk middenveld in brede zin betrokken is. Daarnaast verleent de Commissie steun aan de initiatieven van het Comité om de betrekkingen met het netwerk van sociaaleconomische raden en soortgelijke instellingen in de lidstaten te versterken, zodat het Comité de verwachtingen en ambities van het maatschappelijk middenveld naar behoren kan vertolken.
De Commissie en het Comité kunnen in de toekomst nieuwe manieren bedenken om de samenwerking te versterken, bijvoorbeeld via de follow-up van de voorstellen van de Conferentie over de toekomst van Europa.
I. Institutionele en administratieve betrekkingen
Het werkprogramma van de Commissie
|
1. |
Aan het begin van de ambtstermijn van de Commissie zet de voorzitter van de Commissie zijn of haar strategische doelstellingen ten overstaan van de voltallige vergadering van het Comité uiteen. |
|
2. |
In de eerste helft van elk jaar komt het Comité met zijn belangrijkste politieke prioriteiten met betrekking tot het werkprogramma van de Commissie voor het volgende jaar en de bijdrage die het wil leveren aan de uitvoering ervan.
Ten minste eenmaal per jaar, nadat de Commissie met de voorbereiding van haar werkprogramma is gestart, zullen de voorzitter van de Commissie en/of de vicevoorzitter van de Commissie die met de betrekkingen met het Comité is belast, en de voorzitter van het Comité bijeenkomen om kwesties van gemeenschappelijk belang te bespreken. |
|
3. |
Tijdens de tweede helft van elk jaar organiseert het Comité een debat over de toekomst van de Europese Unie. De voorzitter van de Commissie of de voor de betrekkingen met het Comité verantwoordelijke vicevoorzitter zet bij die gelegenheid de strategische prioriteiten van de EU voor het volgende jaar uiteen. |
Vergaderingen en informatie-uitwisseling
|
4. |
De leden van de Commissie worden uitgenodigd om deel te nemen aan de werkzaamheden van het Comité, met name in het kader van de plenaire zittingen, om de strategische richtsnoeren die verband houden met hun bevoegdheidsgebieden te bespreken, alsook alle andere kwesties die vooraf in onderling overleg zijn vastgesteld. De leden van de Commissie kunnen ook vragen om door de voltallige vergadering te worden gehoord. De leden van de Commissie of, in uitzonderlijke omstandigheden, hoge ambtenaren, kunnen vragen te worden gehoord tijdens debatten van het bureau van het Comité over initiatieven van de Commissie.
Ten minste eenmaal per jaar worden vergaderingen tussen de voorzitters of vertegenwoordigers van de afdelingen en de CCMI en hun tegenhangers of hoge ambtenaren van de Commissie georganiseerd om kwesties van gemeenschappelijk belang en gezamenlijke activiteiten te bespreken. Het kan gaan om ad-hocvergaderingen of om ontmoetingen die plaatsvinden in het kader van een vergadering of conferentie van een afdeling of de CCMI. |
|
5. |
De vertegenwoordigers van de Commissie zijn betrokken bij de werkzaamheden van het Comité die verband houden met de dossiers waarvoor zij verantwoordelijk zijn en wonen voor zover mogelijk de vergaderingen bij waarvoor zij worden uitgenodigd. Zij presenteren Commissievoorstellen of andere te behandelen documenten en verstrekken informatie over de voortgang van de dossiers.
Zij werken nauw samen met hun tegenhangers van het Comité bij de behandeling van de dossiers waarvoor zij verantwoordelijk zijn. |
|
6. |
De door elke dienst van de Commissie aangewezen coördinatoren of verantwoordelijken en de secretariaten van de afdelingen en de CCMI wisselen regelmatig informatie uit, met name in het kader van de planning van de diensten van de Commissie en de uitvoering van de prioriteiten van de afdelingen; ook stellen zij gezamenlijke activiteiten vast.
De Commissie stelt de agenda van haar komende vergaderingen ter beschikking van het voorzitterschap van het Comité. De door elke dienst van de Commissie aangewezen coördinatoren komen ten minste eenmaal per jaar bijeen met het secretariaat van het Comité om informatie uit te wisselen over de belangrijkste activiteiten of initiatieven van gemeenschappelijk belang die door de Commissie of het Comité zijn ondernomen of gepland. |
Gezamenlijke samenwerkingsinitiatieven
|
7. |
Op basis van de respectieve prioriteiten van de Commissie en het Comité kan het Comité worden uitgenodigd om overeenkomstig de toepasselijke regels deel te nemen aan alle relevante deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met onderwerpen die onder de bevoegdheid van het Comité vallen. Waar nodig kunnen de Commissie en het Comité besluiten om zich gezamenlijk bezig te houden met samenwerkingsplatforms of toekomstige initiatieven die betrekking hebben op kwesties die onder de bevoegdheid van het Comité vallen.
Ook kan het Comité eventueel op verschillende niveaus nauw samenwerken met de diensten van de Commissie over specifieke onderwerpen. Dergelijke samenwerkingsactiviteiten kunnen bilateraal zijn en de vorm aannemen van kennisuitwisseling en gezamenlijke deelname aan evenementen en eenmalige initiatieven. |
II. Adviestaak van het Europees Economisch en Sociaal Comité
|
8. |
Het Comité beklemtoont het belang van goede wetgevingsprogrammering en vroegtijdige informatie, met name in het geval van dringende en gevoelige dossiers. Het streeft ernaar bij de organisatie van zijn werkzaamheden rekening te houden met de prioriteiten en termijnen van de Commissie. Daartoe verstrekt de Commissie het Comité informatie over het tijdschema van haar voorstellen tijdens de regelmatige contacten tussen de afdelingen en de CCMI en de diensten van de Commissie.
Als een voorstel door de Commissie ingrijpend wordt gewijzigd, terwijl het Comité daarover al verplicht is geraadpleegd krachtens de verdragen, dan moet de Commissie ervoor instaan dat het Comité opnieuw wordt geraadpleegd. |
Facultatieve raadpleging en initiatiefadviezen
|
9. |
Op basis van het jaarlijkse werkprogramma van de Commissie en de respectieve prioriteiten van de Commissie en het Comité, stuurt de secretaris-generaal van de Commissie het Comité een lijst van voorstellen waarvoor facultatieve raadpleging wordt overwogen. Deze lijst bevat ook documenten van niet-wetgevende aard ten aanzien waarvan de Commissie voornemens is het advies van het Comité in te winnen.
De Commissie neemt er kennis van dat het Comité te allen tijde advies kan uitbrengen over bepaalde thema’s, indien het van mening is dat het over de nodige bekwaamheid en deskundigheid beschikt en een meerwaarde kan bieden. |
|
10. |
Het is belangrijk dat zowel de Commissie als het Comité doelgerichte keuzes maken om hun samenwerking optimaal te benutten, met inachtneming van de verdragen.
De Commissie baseert haar besluiten inzake facultatieve raadpleging dan ook met name op de volgende criteria:
Het Comité blijft zich inspannen om zijn werkzaamheden te stroomlijnen, zodat het zich kan concentreren op de adviezen die naar alle waarschijnlijkheid een reële meerwaarde zullen opleveren bij de formulering van het beleid en de besluiten van de Unie. |
Verkennende adviezen
|
11. |
In het kader van de beleidsvorming en de planning van de werkzaamheden van de Unie kan de Commissie het Comité verzoeken verkennende adviezen op te stellen op alle gebieden die van bijzonder belang zijn voor het maatschappelijk middenveld, indien zij van mening is dat het Comité over de nodige bevoegdheden en deskundigheid beschikt.
Zodra de Commissie haar werkprogramma heeft goedgekeurd bespreekt zij haar initiatieven met het Comité, zodat beide instellingen in overleg vijf onderwerpen kunnen selecteren waarover verkennende adviezen kunnen worden uitgebracht. Dergelijke verzoeken om verkennende adviezen worden aan het Comité doorgegeven door de vicevoorzitter van de Commissie die verantwoordelijk is voor de betrekkingen met het Comité; in het verzoek worden verdere details verstrekt in verband met het te behandelen onderwerp en wordt eventueel aangegeven binnen welke termijn het advies moet worden uitgebracht. Het Comité keurt zijn verkennend advies goed binnen de gestelde termijn en in ieder geval op tijd voor de Commissie om haar voorstel zoals gepland te kunnen aannemen. De Commissie en het Comité streven ernaar deze verzoeken om verkennende adviezen op te nemen in een geïntegreerde aanpak, zodat zo veel mogelijk rekening kan worden gehouden met de standpunten van alle belanghebbenden uit het maatschappelijk middenveld. |
Toezending van Commissiedocumenten en structuur van de adviezen van het Comité
|
12. |
De Commissie doet het Comité alle benodigde documenten en informatie toekomen ten einde de vervulling van zijn adviestaak te vergemakkelijken en zulks op hetzelfde moment als zij die aan de Raad en het Europees Parlement zendt. |
|
13. |
Om de follow-up van zijn adviezen te vergemakkelijken, streeft het Comité er met name naar:
|
Follow-up van adviezen
|
14. |
De Commissie zorgt voor een passende follow-up van de adviezen én initiatiefadviezen die het Comité heeft opgesteld in het kader van de uitwerking van het beleid en de besluiten van de Unie. Daartoe zet zij systematisch uiteen waarom zij al dan niet gevolg geeft aan de wijzigingsvoorstellen en de inhoudelijke suggesties in de adviezen van het Comité.
Bij verkennende adviezen zorgt de Commissie voor een politieke follow-up. Dit houdt ook in dat de bevoegde commissaris indien mogelijk tijdens de zitting die volgt op de zitting tijdens dewelke het advies in kwestie werd goedgekeurd, informatie verstrekt. In principe verwijst de Commissie in de effectbeoordeling van haar wetgevingsvoorstel naar het verkennend advies van het Comité. Voorstellen voor wijzigingen in wetgevingsdocumenten worden, wanneer zij door de Commissie worden aanvaard, zoveel mogelijk opgenomen in haar gewijzigde voorstellen. |
Agenda voor betere regelgeving
|
15. |
De Commissie en het Comité werken samen om een doeltreffende bijdrage te kunnen leveren aan betere wetgeving en de agenda voor betere regelgeving. Het Comité verrijkt het empirisch onderbouwd proces met de standpunten van het maatschappelijk middenveld.
Op verzoek van de Commissie levert het Comité een bijdrage aan de ex-postevaluaties van de Commissie. Op basis van de geplande evaluaties voor de komende twee jaar verzoekt de Commissie het Comité de dossiers te selecteren waaraan het een bijdrage wil leveren in de vorm van adviezen of evaluatieverslagen, zoals bepaald in het reglement van orde van het Comité. Het Comité kan ook worden betrokken bij de voorbereidende werkzaamheden tijdens raadplegingsactiviteiten voor effectbeoordelingen en evaluaties. In het kader hiervan kan het Comité de Commissie ondersteunen bij haar raadplegingsproces over gebieden die van bijzonder belang zijn voor het maatschappelijk middenveld. Bovendien kan het Comité via zijn leden de meest relevante openbare raadplegingen meer bekendheid geven in hun respectieve kiesdistricten, teneinde het bereik ervan te vergroten. Het Comité en de Commissie zullen hun samenwerking voortzetten in het kader van het Refit-programma, dat onderdeel is van de agenda voor betere regelgeving en het Fit for Future-platform. De Commissie en het Comité werken samen aan strategische prognoses op administratief niveau in het kader van het Europees systeem voor strategische en beleidsanalyse (Espas). Ook kan het Comité met de standpunten van het maatschappelijk middenveld en de expertise van zijn leden en netwerken bijdragen aan bepaalde prognoseactiviteiten van de Commissie. De Commissie zal het Comité ondersteunen bij het versterken van zijn prognosecapaciteit door informatie en ervaringen uit te wisselen, bijvoorbeeld met betrekking tot bestaande processen of instrumenten. |
III. Het Europees Economisch en Sociaal Comité en het maatschappelijk middenveld
Maatschappelijke organisaties en netwerken
|
16. |
Het is met name de taak van het Comité om de participademocratie tot leven te brengen, en dankzij het VEU krijgt het Comité meer armslag om zijn rol van bevoorrechte bemiddelaar in de dialoog tussen het maatschappelijk middenveld en de instellingen van de Unie te vervullen.
Op grond van artikel 11 VEU werken de Commissie en het Comité samen om de participatie van en de dialoog met de maatschappelijke organisaties te versterken, zowel op nationaal als op Europees niveau, en deze organisaties nauwer te betrekken bij de beleidsvorming en de voorbereiding van Uniewetgeving. De Commissie en het Comité zetten zich samen in voor een structurele dialoog tussen de Europese maatschappelijke organisaties en netwerken onderling, en tussen deze organisaties en de Europese instellingen, met name via de door het Comité opgerichte verbindingsgroep. Wat haar raadplegingsbeleid betreft, kan de Commissie waar nodig een beroep doen op het Comité, met name waar het gaat om de verdieping van de betrekkingen met het maatschappelijk middenveld, zowel binnen als buiten de Unie. In dit verband steunt het Comité de Commissie door met de betrokken actoren gezamenlijke hoorzittingen, seminars en conferenties te organiseren over specifieke beleidskwesties van gemeenschappelijk belang, tenminste indien het over de nodige bevoegdheden en deskundigheid beschikt. Een mooi voorbeeld zijn de jaarlijkse Dagen van het maatschappelijk middenveld, waarop de Commissie normaliter wordt vertegenwoordigd door een van haar leden. |
|
17. |
In het kader van zijn raadgevende taak pleegt het Comité structureel overleg met het maatschappelijk middenveld in de vorm van hoorzittingen, seminars of conferenties, om zoveel mogelijk standpunten van de betrokken maatschappelijke organisaties te verzamelen.
De Commissie is bereid om op passende wijze en binnen de grenzen van de beschikbare middelen samen te werken bij de organisatie en uitvoering van dit overleg, onder meer door middel van logistieke en/of financiële steun. |
|
18. |
De Commissie is ingenomen met de steun van het Comité bij de uitvoering van Europese burgerinitiatieven waar het gaat om maatschappelijke organisaties. Het Comité zal geldige Europese burgerinitiatieven per geval bekijken en overwegen een initiatiefadvies op te stellen nog voor de Commissie een besluit ter zake neemt, dit wanneer het onderwerp van het initiatief relevant is voor de werkzaamheden van het Comité.
Het Comité wil meer doen om het burgerinitiatief meer bekendheid te geven, met name door jaarlijks een EBI-dag te organiseren die fungeert als forum voor dialoog, uitwisseling van beste praktijken en netwerkvorming; bedoeling is dat de Commissie hierop wordt vertegenwoordigd door een van haar leden. |
Europees Semester
|
19. |
De Commissie en het Comité zullen blijven streven naar meer synergie tussen hun acties en initiatieven op de beleidsterreinen die het meest relevant zijn voor het maatschappelijk middenveld, met name het Europees Semester, met inbegrip van duurzame ontwikkeling en klimaatverandering, de verdieping van de interne markt, de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting, en het beleid inzake immigratie, energievoorziening, werkgelegenheid en vaardigheden. Het Comité ondersteunt de Commissie bij het analyseren en formuleren van beleidsaanbevelingen in het kader van het Europees Semester. Het Comité ziet toe op de uitvoering van de prioriteiten van het Europees Semester en de Commissie informeert het Comité indien nodig tijdens belangrijke fases van het Europees Semester over de uitvoering van deze prioriteiten.
Het Comité presenteert een jaarlijks verslag waarin het in nauwe samenwerking met het netwerk van nationale sociaaleconomische raden en soortgelijke instellingen de balans opmaakt van de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij het opstellen van de nationale hervormingsprogramma's. Dat verslag wordt besproken tijdens de zitting die aan de voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad voorafgaat. Het Comité zal de bevoegde commissaris uitnodigen om deel te nemen aan het debat en de jaarlijkse duurzamegroeianalyse te presenteren. |
Netwerk van nationale sociaaleconomische raden
|
20. |
De Commissie en het Comité streven ernaar de burgers nauwer bij het EU-beleid te betrekken. De Commissie is dan ook ingenomen met het voornemen van het Comité zijn inspanningen voort te zetten om ook het netwerk van nationale sociaaleconomische raden en soortgelijke instellingen een stem in het kapittel te geven. |
Externe dimensie en samenwerking met het maatschappelijk middenveld buiten de Unie
|
21. |
Het Comité wil de externe dimensie van het optreden van de Unie ondersteunen via de dialoog met maatschappelijke organisaties in de landen en regio’s waarmee de Unie structurele betrekkingen onderhoudt. In dit verband steunt de Commissie de initiatieven van het Comité om de rol van het maatschappelijk middenveld buiten de Unie te versterken en een cultuur van dialoog en overleg met de daarbij behorende structuren te bevorderen.
Het Comité en de Commissie zetten zich samen in voor de instelling, het beheer en de werking van mechanismen van het maatschappelijk middenveld voor de monitoring van de uitvoering van bepaalde relevante onderdelen van de EU-handelsovereenkomsten met derde landen. Het Comité coördineert, met de steun van de Commissie, gezamenlijke vergaderingen van vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld van de EU en van derde landen over de uitvoering van handelsovereenkomsten. |
IV. Samen communiceren over Europa
|
22. |
Zowel de Commissie als het Comité hechten groot belang aan meer synergie tussen beide instellingen op het gebied van communicatie om zo de Europese Unie dichter bij de burgers en de maatschappelijke organisaties te brengen. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid van alle Europese instellingen en organen om de burgers en de maatschappelijke organisaties voor te lichten over Europa. Doeltreffende voorlichting en communicatie door de Europese Unie moet in de eerste plaats worden beschouwd als een taak van algemeen belang: burgers en maatschappelijke organisaties moeten de kans krijgen om ten volle deel te nemen aan het Europese debat en het democratische proces van besluit- en beleidsvorming van de Unie. |
|
23. |
De Commissie en het Comité delen de mening dat het in het algemeen belang van de Europese Unie en haar burgers is om nauw samen te werken op het gebied van voorlichting en communicatie.
Aangezien communicatie over de EU een gedeelde verantwoordelijkheid is van de EU-instellingen en -organen, zullen de Commissie en het Comité regelmatig onderling en met de andere EU-instellingen, ook op het niveau van het hoger management, van gedachten blijven wisselen over kwesties op het gebied van informatie en communicatie. |
|
24. |
De Commissie en het Comité zijn het erover eens dat communicatie in de besluitvorming moet worden geïntegreerd. De Commissie erkent dat het Comité op grond van zijn samenstelling en de rol die het krachtens de Verdragen krijgt toebedeeld, een belangrijke taak te vervullen heeft bij de totstandbrenging van een echte Europese openbare ruimte voor dialoog en discussie over kwesties die de burgers na aan het hart liggen en die bepalend zijn voor de toekomst van het Europese project. De leden van het Comité treden op als ambassadeurs die verslag uitbrengen over de rol en resultaten van het Comité op nationaal en EU-niveau. Nauwere interinstitutionele samenwerking zal de Europese instellingen en organen in staat stellen gebruik te maken van deze expertise van het Comité. |
|
25. |
De Commissie en het Comité zullen zich samen inzetten voor meer media-aandacht voor hun gezamenlijke evenementen, daarbij gebruikmakend van de beschikbare communicatieplatforms en -instrumenten. In hun publieke communicatie- en voorlichtingsactiviteiten vestigen de Commissie en het Comité de aandacht op hun respectieve rol. De Commissie en het Comité zullen nagaan of kan worden samengewerkt op het gebied van mediamonitoring en ook bekijken of het mogelijk is het Comité toegang te verlenen tot bepaalde diensten van de perszaal van de Commissie. |
|
26. |
De Commissie en het Comité zullen hun lijsten van officiële contactpersonen in de hoofdzetels en in de lidstaten up-to-date houden en uitwisselen, met inachtneming van de regels inzake gegevensbescherming.
De vertegenwoordigingen van de Commissie in de lidstaten en de contactpunten van het Comité voor de verschillende lidstaten houden elkaar op de hoogte van hun communicatieplannen en werken zo nodig samen bij de organisatie van evenementen. De voorzieningen van de vertegenwoordigingen van de Commissie in de lidstaten zijn, in onderling overleg, beschikbaar voor initiatieven van het Comité, waar dit passend en logistiek mogelijk is. Het kan ook nodig zijn de voorlichtingsbureaus van het Europees Parlement te raadplegen. Nauwere samenwerking met de Commissievertegenwoordigingen kan steun omvatten voor de organisatie van lokale evenementen van het Comité, bijvoorbeeld door journalisten uit te nodigen voor persevenementen van het Comité, eventueel in de gebouwen van de vertegenwoordigingen, en door de uitwisseling van informatie en mogelijk mediacontacten, indien het budget het toelaat en met inachtneming van de regels inzake gegevensbescherming. Fysieke, hybride of online vergaderingen van de hoofden van de vertegenwoordigingen kunnen plaatsvinden in de gebouwen van het Comité, op voorwaarde dat er overeenstemming is over de concrete behoeften en doelstellingen van een dergelijk evenement. |
|
27. |
Het Comité vormt samen met zijn leden, partnerorganisaties, de nationale sociaaleconomische raden en soortgelijke instellingen een essentieel informatie- en communicatienetwerk. De Commissie zal, waar mogelijk, deelnemen aan vergaderingen die het Comité organiseert met zijn leden en hun organisaties en met de nationale sociaaleconomische raden en soortgelijke instellingen. |
V. Tenuitvoerlegging van het protocol
|
28. |
De voorzitter van het Comité en de vicevoorzitter voor Interinstitutionele Betrekkingen van de Commissie zijn verantwoordelijk voor het jaarlijkse toezicht op de uitvoering van dit protocol. Zij baseren zich daarbij op de evaluatie die door de desbetreffende diensten van de Commissie en het Comité wordt uitgevoerd onder toezicht van hun respectieve secretarissen-generaal. |
Brussel, 27 oktober 2022.
Voor de Europese Commissie
Maroš ŠEFČOVIČ
Vicevoorzitter
Voor het Europees Economisch en Sociaal Comité
Christa SCHWENG
Voorzitter
BIJLAGE
Politieke verklaring bij het protocol voor samenwerking tussen de Europese Commissie en het Europees Economisch en Sociaal Comité
Wij ondergetekenden, de vicevoorzitter voor Interinstitutionele Betrekkingen en Prognoses van de Europese Commissie (hierna “de Commissie”), namens de Commissie, en de voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité (hierna “het Comité”), hebben vandaag het vernieuwde protocol voor samenwerking tussen de Europese Commissie en het Europees Economisch en Sociaal Comité ondertekend.
In de tien jaar sinds de ondertekening ervan in 2012 heeft het protocol de betrekkingen tussen de Commissie en het Comité versterkt en onze samenwerking verbeterd. Ook blijkt uit het protocol onze bereidheid om ons partnerschap en onze samenwerking te vernieuwen, te consolideren en verder te verdiepen.
De Commissie, die zelf een open, transparante en regelmatige dialoog voert met representatieve verenigingen en het maatschappelijk middenveld, erkent de sleutelrol van het Comité als adviesorgaan en huis van het Europees maatschappelijk middenveld. Als zodanig draagt het Comité in belangrijke mate bij aan het waarborgen en verder ontwikkelen van de participatiedemocratie. De Commissie zal steun verlenen aan de initiatieven van het Comité om de dialoog en het overleg met het Europees maatschappelijk middenveld te vergemakkelijken en te bevorderen, alsook aan initiatieven waarbij het maatschappelijk middenveld in brede zin betrokken is.
Daartoe worden de belangrijkste thema’s op de huidige Europese politieke agenda expliciet in dit vernieuwde samenwerkingsprotocol opgenomen en worden de nodige instrumenten en processen om een en ander aan te pakken ter beschikking gesteld. De Commissie en het Comité hopen de vruchten te plukken van de digitale en de groene transitie door geopolitieke ontwikkelingen toekomstgericht aan te pakken, prognoses in de EU-beleidsvorming te blijven integreren en de economische governance van Europa te versterken.
Met het protocol erkennen de Commissie en het Comité dat een nauw en bijzonder partnerschap van belang is om een Europese Unie tot stand te brengen die economisch welvarend, sociaal inclusief en ecologisch duurzaam is, en om tegelijk ten volle te profiteren van de digitale samenleving en economie.
De Commissie en het Comité bevestigen dat zij zich ten volle willen blijven inzetten voor de kernwaarden van de Europese Unie, waaronder de rechtsstaat. Ook achten zij het van essentieel belang dat de Europese Unie haar concurrentievermogen behoudt en aantrekkelijk blijft voor het bedrijfsleven, en tegelijkertijd streeft naar volledige werkgelegenheid en sociale vooruitgang.
Dit vernieuwde samenwerkingsprotocol zal de Commissie en het Comité in staat stellen hun politieke en wetgevende samenwerking verder te versterken.
Brussel, 27 oktober 2022.
Vicevoorzitter
van de Europese Commissie
Maroš ŠEFČOVIČ
Voorzitter
van het Europees Economisch en Sociaal Comité
Christa SCHWENG
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/2206/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)