|
17.6.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 193/11 |
BESLUIT (EU) 2020/793 VAN DE RAAD
van 12 juni 2020
betreffende het namens de Europese Unie in het regionale stuurcomité van de Vervoersgemeenschap in te nemen standpunt over bepaalde administratieve en personeelsaangelegenheden en de vaststelling van financiële regels voor de Vervoersgemeenschap
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 91 en artikel 100, lid 2, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Het Verdrag tot oprichting van de Vervoersgemeenschap (“het verdrag”) is door de Unie ondertekend overeenkomstig Besluit (EU) 2017/1937 van de Raad (1). Het is namens de Unie op 4 maart 2019 bij Besluit (EU) 2019/392 van de Raad (2) goedgekeurd en op 1 mei 2019 in werking getreden. |
|
(2) |
Het regionale stuurcomité is door het verdrag opgericht voor het beheer en de correcte uitvoering van het verdrag. Volgends het verdrag moet het regionale stuurcomité regels vaststellen over de werkomstandigheden van het personeel van het permanent secretariaat van de Vervoersgemeenschap, alsmede een besluit tot vaststelling van de procedure voor de uitvoering van de begroting en voor het voorleggen en nazien (auditen) van de rekeningen. |
|
(3) |
Het regionale stuurcomité zal binnenkort besluiten vaststellen over de regels voor dienstreizen van personeelsleden van de Vervoersgemeenschap, over de regels voor de vergoeding van de kosten van personen van buiten het permanent secretariaat van de Vervoersgemeenschap die worden uitgenodigd om vergaderingen als deskundige bij te wonen, en over de financiële regels en auditprocedures die van toepassing zijn op de Vervoersgemeenschap. |
|
(4) |
Het is passend het standpunt vast te stellen dat namens de Unie moet worden ingenomen in het regionale stuurcomité, aangezien die besluiten noodzakelijk zijn voor de goede werking van het permanent secretariaat van de Vervoersgemeenschap en bindend zullen zijn voor de Unie, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het standpunt dat namens de Europese Unie in het bij het Verdrag tot oprichting van de Vervoersgemeenschap opgerichte regionale stuurcomité moet worden ingenomen over de regels voor dienstreizen van personeelsleden van de Vervoersgemeenschap, over de regels voor de vergoeding van de kosten van personen van buiten het permanent secretariaat van de Vervoersgemeenschap die worden uitgenodigd om vergaderingen als deskundige bij te wonen, en over de financiële regels en auditprocedures die van toepassing zijn op de Vervoersgemeenschap, wordt gebaseerd op de overeenkomstige ontwerpbesluiten van het regionale stuurcomité (3).
Kleine wijzigingen van die ontwerpbesluiten kunnen door de vertegenwoordigers van de Europese Unie in het regionale stuurcomité zonder nader besluit van de Raad worden goedgekeurd.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 12 juni 2020.
Voor de Raad
De voorzitter
A. METELKO-ZGOMBIĆ
(1) Besluit (EU) 2017/1937 van de Raad van 11 juli 2017 betreffende de ondertekening namens de Europese Unie en de voorlopige toepassing van het Verdrag tot oprichting van de Vervoersgemeenschap (PB L 278 van 27.10.2017, blz. 1).
(2) Besluit (EU) 2019/392 van de Raad van 4 maart 2019 betreffende de sluiting, namens de Europese Unie, van het Verdrag tot oprichting van de Vervoersgemeenschap (PB L 71 van 13.3.2019, blz. 1).
(3) Zie document ST 8100/20 op http://register.consilium.europa.eu.