10.11.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 456/242


P9_TA(2021)0027

Het optreden tegen de democratische oppositie in Hongkong

Resolutie van het Europees Parlement van 21 januari 2021 over het harde optreden tegen de democratische oppositie in Hongkong (2021/2505(RSP))

(2021/C 456/21)

Het Europees Parlement,

—

gezien zijn resoluties van 19 juni 2020 over de wet inzake de nationale veiligheid die de Volksrepubliek China heeft uitgevaardigd voor Hongkong en het feit dat de EU de hoge mate van autonomie van Hongkong moet verdedigen (1), van 18 juli 2019 over de situatie in Hongkong (2), van 24 november 2016 over de in China gevangengezette uitgever Gui Minhai (3), van 4 februari 2016 over de zaak van de vermiste boekhandelaars in Hongkong (4) en van 17 december 2020 (5), met name wat betreft het belang van doeltreffende wetgeving inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven,

—

gezien zijn eerdere resoluties over China, in het bijzonder die van 12 september 2018 over de stand van zaken van de betrekkingen tussen de EU en China (6) en van 16 december 2015 over de betrekkingen EU-China (7),

—

gezien zijn eerdere aanbevelingen in verband met Hongkong, in het bijzonder zijn aanbeveling van 13 december 2017 aan de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger (VV/HV) van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid over Hongkong, 20 jaar na de machtsoverdracht (8),

—

gezien de verklaring van de hoge vertegenwoordiger namens de EU van 7 januari 2021 over de massa-arrestatie van betrokkenen bij de prodemocratische voorverkiezingen van juli 2020 in Hongkong, de verklaring van de woordvoerder van 29 december 2020 over de terechtzitting van tien Hongkongers, de verklaring van de hoge vertegenwoordiger namens de EU van 12 november 2020 over de diskwalificatie van leden van de Wetgevende Vergadering van Hongkong, de verklaring van de woordvoerder van 2 november 2020 over de arrestatie van verscheidene prodemocratische wetgevers en voormalige wetgevers in Hongkong, de verklaring van de woordvoerder van 24 september 2020 over de arrestatie van Joshua Wong en andere prodemocratische activisten, de verklaring van de woordvoerder van 10 augustus 2020 over de recente arrestaties en razzia’s uit hoofde van de NSL in Hongkong, de verklaring van de hoge vertegenwoordiger namens de EU van 3 augustus 2020 over het uitstel van de parlementsverkiezingen in Hongkong en de verklaring van de hoge vertegenwoordiger namens de EU van 1 juli 2020 over de aanneming van wetgeving inzake nationale veiligheid voor Hongkong door het Chinese Nationale Volkscongres,

—

gezien de persverklaring van de Conferentie van voorzitters van het Europees Parlement van 6 juli 2020,

—

gezien de goedkeuring van een nieuwe wet inzake de nationale veiligheid in Hongkong door het permanente comité van het Chinese Nationale Volkscongres op 30 juni 2020,

—

gezien de verklaring van de ministers van Buitenlandse Zaken van de G7 van 17 juni 2020 over Hongkong,

—

gezien de basiswet van de Speciale Administratieve Regio (SAR) Hongkong, die op 4 april 1990 werd aangenomen en op 1 juli 1997 in werking is getreden,

—

gezien de gezamenlijke verklaring van de regering van het Verenigd Koninkrijk en de regering van de Volksrepubliek China van 19 december 1984 over de kwestie Hongkong, de zogeheten Chinees-Britse Gezamenlijke Verklaring,

—

gezien de 13e jaarlijkse gestructureerde dialoog die op 28 november 2019 plaatsvond in Hongkong,

—

gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de VV/HV van 12 maart 2019 getiteld “EU-China — Een strategische visie” (JOIN(2019)0005),

—

gezien het één-China-beleid van de EU,

—

gezien artikel 144, lid 5, en artikel 132, lid 4, van zijn Reglement,

A.

overwegende dat de politie van Hongkong op 5 januari 2021 53 vertegenwoordigers van de democratische oppositie en activisten heeft gearresteerd op beschuldiging van subversie uit hoofde van de wet inzake de nationale veiligheid in Hongkong (hierna: “NSL”); overwegende dat de organisatoren en kandidaten van de democratische voorverkiezingen van juli jongstleden in de aanloop naar de komende verkiezingen voor de Wetgevende Vergadering van de SAR Hongkong tot de gearresteerden behoorden, evenals voormalige leden van de Wetgevende Vergadering, districtsraadsleden en een Amerikaanse advocaat die actief is in de prodemocratische beweging; overwegende dat banken in opdracht van de politie van Hongkong bovendien 1,6 miljoen HKD in verband met die 53 personen hebben bevroren; overwegende dat zij ondertussen allemaal, op drie personen na, in afwachting van verder onderzoek op borgtocht zijn vrijgelaten;

B.

overwegende dat dit de recentste was van een lange reeks arrestaties van vertegenwoordigers en activisten van de democratische oppositie en andere acties die erop gericht zijn de democratische instellingen in Hongkong te ondermijnen sinds de inwerkingtreding van de NSL op 1 juli 2020; overwegende dat sinds de invoering van de wet al 93 oppositieleden zijn gearresteerd; overwegende dat mensenrechtendeskundigen van de Verenigde Naties op 1 september 2020 hebben bevestigd dat de wet aanleiding geeft tot ernstige bezorgdheid over de rechtmatigheid ervan en dat ze de vrijheid van mening en meningsuiting en de vrijheid van vreedzame vergadering onnodig beperkt;

C.

overwegende dat de minister van Veiligheid van Hongkong heeft verklaard dat de gearresteerden ervan werden verdacht dat ze met hun plannen om hun democratische rechten te gebruiken en een meerderheid van de zetels in de Wetgevende Vergadering te bemachtigen hebben geprobeerd de regering lam te leggen;

D.

overwegende dat verscheidene prodemocratische personen om politieke redenen geen verkozen ambt meer mogen bekleden op basis van de resolutie van het Chinese Nationale Volkscongres van 10 november 2020 waarbij patriotisme wettelijk verplicht wordt gesteld voor wetgevers, wat ertoe heeft geleid dat bijna alle oppositieleden in de Wetgevende Vergadering ontslag hebben genomen; overwegende dat de voorheen onafhankelijke rechterlijke macht steeds vaker wordt aangevallen door de Chinese communistische partij en de door de staat gecontroleerde pers;

E.

overwegende dat het Hong Kong Broadband Network (HKBN) op 15 januari 2021 op verzoek van de Hongkongse autoriteiten uit hoofde van de NSL een prodemocratische website heeft geblokkeerd; overwegende dat dit eerste geval van internetcensuur uit hoofde van de NSL aanleiding geeft tot bezorgdheid over het feit dat de Hongkongse autoriteiten van plan zijn deze wet te gebruiken om de vrijheid van meningsuiting en online-informatie verder te beperken; overwegende dat dit schadelijke gevolgen zou hebben voor de burgerlijke vrijheden en de democratie;

F.

overwegende dat de Hongkongse regering heeft besloten de aanvankelijk op 6 september 2020 geplande verkiezingen voor de Wetgevende Vergadering met een jaar uit te stellen, wat duidelijk een poging is om de oppositie, die voor het eerst een reële kans had om een meerderheid te behalen, tegen te werken; overwegende dat de regeringsleider van Hongkong, Carrie Lam, meteen na de inwerkingtreding van de NSL heeft verklaard dat de voorverkiezingen illegaal waren en mogelijk in strijd waren met de NSL;

G.

overwegende dat de Chinese autoriteiten op 23 augustus 2020 twaalf Hongkongse activisten hebben opgepakt die zogenaamd per boot uit Hongkong probeerden te vluchten; overwegende dat tien van de twaalf activisten in een proces waarbij het recht op een eerlijke procesgang niet werd geëerbiedigd een gevangenisstraf hebben gekregen van zeven maanden tot drie jaar op beschuldiging van het op illegale wijze oversteken van de grens; overwegende dat een van deze activisten, Kok Tsz-Lun, een 19-jarige student is die zowel de Chinese als de Portugese nationaliteit heeft en dus EU-burger is; overwegende dat de beklaagden werden gearresteerd, in eenzame opsluiting werden vastgehouden en in Shenzhen voor de rechter werden gebracht; overwegende dat zij niet de mogelijkheid hebben gekregen hun vertegenwoordiging te kiezen;

H.

overwegende dat zij zijn opgepakt en in Shenzhen voor de rechter zijn gebracht, hetgeen in strijd is met de beginselen van een eerlijk proces en een eerlijke rechtsbedeling; overwegende dat de vergunning van de Chinese mensenrechtenadvocaat Lu Siwei om het recht te beoefenen op 15 januari 2021 door het departement justitie van de provincie Sichuan is ingetrokken omdat hij een van deze twaalf activisten vertegenwoordigde; overwegende dat de mensenrechtenadvocaat Ren Quanniu op 19 januari 2021 ter terechtzitting is verschenen in het departement justitie van de provincie Henan om de beslissing van het departement om zijn vergunning om dezelfde reden in te trekken, aan te vechten; overwegende dat beide advocaten het risico lopen hun vergunning kwijt te raken nadat ze hebben geprobeerd de Hongkongse activisten te vertegenwoordigen die door de Chinese autoriteiten zijn opgepakt terwijl ze per boot naar Taiwan probeerden te vluchten; overwegende dat tien diplomaten, waaronder enkele vertegenwoordigers van EU-lidstaten, de terechtzitting van Lu Siwei op 13 januari 2021 in Chengdu niet mochten waarnemen;

I.

overwegende Jimmy Lay, de mediamagnaat en oprichter van de prodemocratische krant Apple Daily, op 10 augustus 2020 is gearresteerd wegens schending van de NSL;

J.

overwegende dat de NSL duidelijk in strijd is met de Chinees-Britse Gezamenlijke Verklaring uit 1984 en de basiswet van de SAR Hongkong uit 1990, waarbij de autonomie en de onafhankelijkheid van de uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht alsook fundamentele rechten en vrijheden, zoals de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van vergadering en de persvrijheid, tot vijftig jaar na de overdracht van de soevereiniteit worden gewaarborgd; overwegende dat de NSL er ook voor zorgt dat Hongkong zijn internationale mensenrechtenverplichtingen niet kan nakomen, met inbegrip van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR), waarvan de tenuitvoerlegging door Hongkong binnenkort wordt beoordeeld;

K.

overwegende dat Human Rights Watch in zijn jaarverslag stelt dat China zich wat de mensenrechten betreft in de donkerste periode bevindt sinds het bloedbad op het Plein van de Hemelse Vrede;

L.

overwegende dat de Europese Unie zich ernstige zorgen blijft maken over de door China vastgestelde NSL voor Hongkong; overwegende dat dit een gevoelige kwestie is met verreikende gevolgen voor Hongkong en zijn bevolking, voor de EU en voor buitenlandse burgers, voor maatschappelijke organisaties uit de EU en uit andere landen, alsook voor het vertrouwen in de economie van Hongkong; overwegende dat de NSL de risico’s voor EU-burgers in Hongkong vergroot;

M.

overwegende dat de EU het beginsel “één land, twee systemen” altijd krachtig heeft ondersteund, evenals het behoud van de hoge mate van autonomie van Hongkong, in overeenstemming met de basiswet en met internationale verplichtingen; overwegende dat deze beginselen in de huidige situatie op het punt staan om onomkeerbaar te worden ondermijnd;

N.

overwegende dat de EU en China in december 2020 een principe-akkoord hebben bereikt over de brede investeringsovereenkomst tussen de EU en China (CAI);

1.

roept op tot de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van degenen die in Hongkong in de eerste twee weken van 2021 zijn gearresteerd en degenen die eerder zijn gearresteerd op grond van aanklachten in het kader van de NSL en dringt erop aan dat alle aanklachten tegen hen worden ingetrokken; dringt er bij de autoriteiten op aan de rechtsstaat, mensenrechten, democratische beginselen en de sterke autonomie van Hongkong volgens het beginsel “één land, twee systemen” te respecteren, aangezien deze rechten zijn verankerd in de basiswet van Hongkong en overeenstemmen met de nationale en internationale verplichtingen;

2.

roept op tot de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van de activisten uit Hongkong die op 23 augustus 2020 zijn opgepakt terwijl ze zogenaamd per boot probeerden te vluchten, en dringt erop aan dat alle aanklachten tegen hen worden ingetrokken; roept de Europese Dienst voor extern optreden op om, met name via de EU-delegatie in China, de nodige bijstand te blijven verlenen aan de heer Kok Tsz-Lun, die zowel de Chinese als de Portugese nationaliteit heeft en dus ook burger is van de Europese Unie, en die ook een van de tien in Shenzhen berechte personen was; roept de Chinese autoriteiten op om het intrekken van de bevoegdheid van hun verdedigers, de mensenrechtenadvocaten Lu Siwei en Ren Quanniu, onmiddellijk ongedaan te maken;

3.

roept op tot de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van alle vreedzame Hongkongse betogers die de afgelopen jaren zijn gearresteerd, waaronder Joshua Wong, Ivan Lam en Agnes Chow, en dringt erop aan dat alle aanklachten tegen hen worden ingetrokken; roept op tot onafhankelijke, onpartijdige, doeltreffende en snelle onderzoeken naar het gewelddadige optreden van de politie van Hongkong tegen betogers;

4.

roept de autoriteiten van Hongkong op om onmiddellijk af te zien van het verdere gebruik van de NSL om het recht op vrije meningsuiting, vreedzame vergadering en vereniging te onderdrukken; benadrukt dat het belangrijk is om, als volgende stap, te voorkomen dat districtsraadsleden worden buitengesloten en de kieswet wordt gewijzigd, waardoor de ruimte van het pro-democratische kamp verder zou worden beperkt, hetgeen in strijd zou zijn met de wettelijke garanties van de basiswet van Hongkong en met de internationale verplichtingen en normen;

5.

roept op tot volledige intrekking van de wet “Besluit van het Nationale Volkscongres betreffende de instelling en vervollediging van het rechtsstelsel en de uitvoeringsmechanismen ter handhaving van de nationale veiligheid van de Speciale Administratieve Regio Hongkong”, die de internationale status van Hongkong schaadt doordat de autonomie en democratie van het land, de onafhankelijkheid van het rechtsstelsel en de eerbiediging van de mensenrechten uitgehold worden; benadrukt dat de bevolking van Hongkong de vrijheden en hoge mate van autonomie moet genieten op grond van zowel de basiswet als het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, waarbij Hongkong partij is;

6.

benadrukt dat de invoering van de NSL een inbreuk vormt op de verbintenissen en verplichtingen van de Volksrepubliek China uit hoofde van het internationaal recht, met name de gezamenlijke Chinees-Britse verklaring, een vertrouwensrelatie tussen China en de EU in de weg staat en hun toekomstige samenwerking ondermijnt;

7.

spreekt zijn bezorgdheid uit over het toenemende aantal aanvallen op de rechterlijke macht in Hongkong door de Chinese communistische partij en de door de staat gecontroleerde Chinese pers, die erop gericht zijn de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht in twijfel te trekken; is bezorgd dat de NSL als volgende stap verder zal worden ingezet om de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht van Hongkong te ondermijnen, aangezien Chief Executive de bevoegdheid krijgt om rechters te benoemen teneinde zaken van nationale veiligheid te vervolgen en aangezien de aangeklaagde personen aan het Chinese vasteland zouden kunnen worden uitgeleverd om in Chinese rechtbanken te worden berecht;

8.

is zeer verheugd over het besluit van de Britse regering om voor de meer dan een miljoen inwoners van Hongkong die in het bezit zijn van een Brits nationaal overzees paspoort, een pad naar het burgerschap te creëren; veroordeelt de dreigementen van China om de erkenning van dergelijke paspoorten als geldig reisdocument in te trekken en is bezorgd over de meest recente informatie dat China zou overwegen om personen met een dergelijk paspoort uit te sluiten van het bekleden van een openbaar ambt in Hongkong of hen zelfs het recht te ontzeggen om te stemmen bij verkiezingen in Hongkong; verzoekt de Raad, de EDEO en de Commissie de coördinatie te verbeteren met het oog op een succesvolle en doeltreffende uitvoering van het in juli 2020 aangenomen maatregelenpakket voor Hongkong; verzoekt de EDEO om een transparantere beoordeling van deze maatregelen, met inbegrip van de dringende noodzaak om een “reddingsbootregeling” voor de burgers van Hongkong op te zetten indien de mensenrechten en de fundamentele vrijheden nog verder in het gedrang komen;

9.

dringt er bij al het Europese diplomatieke personeel en alle diplomatieke functionarissen van de EU op aan alles in het werk te stellen om vreedzame activisten in Hongkong bescherming en steun te bieden, onder meer door het bijwonen van processen, het verzoeken om gevangenisbezoeken en het consequent en resoluut benaderen van de lokale autoriteiten, waarbij de EU-richtsnoeren inzake mensenrechtenactivisten en andere relevante EU-beleidsmaatregelen, waaronder het nieuwe EU-actieplan voor mensenrechten en democratie, volledig worden toegepast;

10.

is diep verontrust over de berichten dat de autoriteiten van Hongkong overwegen de Deense parlementsleden Uffe Elbæk en Katarina Ammitzbøll te vervolgen voor hun hulp aan de Hongkongse activist Ted Hui om in het Verenigd Koninkrijk in ballingschap te gaan; is van mening dat de geplande aanklachten tegen de Deense wetgevers onwettig en onwaar zijn en spreekt zijn grote bezorgdheid uit over de vastberadenheid van de Chinese communistische partij om het uiten van andere meningen van mensen uit Hongkong in de democratische wereld te onderdrukken door middel van een extraterritoriale toepassing van de NSL; dringt er bij China op aan om onterecht vastgehouden EU-burgers, zoals de Ierse burger Richard O’Halloran, vrij te laten; verzoekt de Commissie voorts een risicobeoordeling uit te voeren van de gevolgen die de NSL in Hongkong kan hebben voor Europese burgers;

11.

is bijzonder verontwaardigd over het feit dat de Zweedse uitgever Gui Minhai nog altijd in detentie zit en dringt erop aan dat de EU en de lidstaten op het hoogste niveau krachtig en consequent ingrijpen om zijn vrijlating te bewerkstelligen; roept op tot de vrijlating van de Hongkongs-Portugese staatsburger Kok Tsz-Lun, en dringt erop aan dat hij toegang krijgt tot Portugees consulair personeel en een raadsman van zijn keuze;

12.

is verheugd over de besluiten van de EU-lidstaten en andere internationale partners om de uitleveringsverdragen met Hongkong op te schorten; wijst erop dat het belangrijk is de processen te blijven volgen en de eventuele reacties op de gevolgen van de NSL buiten Hongkong te blijven beoordelen en voor te bereiden; herhaalt zijn oproep aan de lidstaten om hun uitleveringsverdragen met de Volksrepubliek China op te schorten, om te voorkomen dat bijvoorbeeld Oeigoeren, Hongkongse burgers, Tibetanen of Chinese dissidenten vanuit Europa worden uitgeleverd om onderworpen te worden aan een politiek proces in de Volksrepubliek China;

13.

veroordeelt de rol van in Europa gevestigde banken die de Chinese autoriteiten helpen bij het toepassen van de NSL door de tegoeden en bankrekeningen van voormalige pro-democratische wetgevers en religieuze leiders te bevriezen;

14.

herinnert eraan dat Hongkong vrije internettoegang kent, maar is bezorgd dat de NSL de politie de bevoegdheid geeft om internetproviders te gelasten websites te blokkeren; geeft uiting aan zijn grote bezorgdheid over de recente verklaringen van de internetprovider Hong Kong Broadband Network dat hij voornemens is alle sites te weren die zouden kunnen aanzetten tot “illegale handelingen” op basis van de NSL, en bijgevolg met het wezenlijke risico dat Hongkong achter de Chinese firewall komt te liggen; dringt er bij de autoriteiten van Hongkong op aan om alle reeds uitgevaardigde opdrachten tot het blokkeren van internetsites onmiddellijk in te trekken en de volledige toegankelijkheid van het internet te herstellen;

15.

dringt er bij de Raad op aan zijn besprekingen over en evaluatie van het pakket maatregelen inzake Hongkong te intensiveren en onverwijld de invoering te overwegen van gerichte sancties tegen personen in Hongkong en China, waaronder Carrie Lam, Teresa Yeuk-wah Cheng, Xia Baolong, Xiaoming Zhang, Luo Huining, Zheng Yanxiong, Ping-kien Tang, Wai-Chung Lo en Ka-chiu Lee, in het kader van het wereldwijde sanctieregime van de EU op het gebied van de mensenrechten, rekening houdend met de noodzaak om in de loop van 2021 de burger- en politieke rechten te herstellen, en met de voorwaarde dat de vertegenwoordigers van de democratische oppositie worden vrijgelaten en mogen deelnemen aan de komende verkiezingen, volledig in overeenstemming met de basiswet van de speciale administratieve regio Hongkong;

16.

betreurt het feit dat het besluit over een politieke afronding van de CAI niet in overeenstemming is met de verzoeken van het Parlement in eerdere resoluties over Hongkong om de investeringsonderhandelingen te gebruiken als hefboom voor het behoud van de hoge mate van autonomie van Hongkong en de fundamentele rechten en vrijheden van het land; betreurt het feit dat de EU, door zich te haasten om deze overeenkomst te bereiken en tegelijkertijd geen concrete actie te ondernemen tegen de voortdurende ernstige schendingen van de mensenrechten, bijvoorbeeld in Hongkong, de provincie Xinjiang en Tibet, het risico loopt haar geloofwaardigheid als wereldwijde voorvechter van de mensenrechten te ondermijnen; wijst erop dat het Parlement de overeenkomst, met inbegrip van de bepalingen inzake arbeidsrechten, zorgvuldig zal bestuderen en herinnert de Commissie eraan dat het Parlement rekening zal houden met de mensenrechtensituatie in China, ook in Hongkong, wanneer het gevraagd wordt de investeringsovereenkomst of toekomstige handelsovereenkomsten met de Volksrepubliek China goed te keuren;

17.

dringt er bij de EU en al haar lidstaten op aan om eensgezind en vastberaden op te treden met het oog op de oprichting van een onafhankelijk VN-waarnemingsorgaan voor China, door coalities van gelijkgestemde landen op proactieve wijze te verbreden door het houden een bijeenkomst op basis van de “Arria”-formule inzake China in de VN-Veiligheidsraad, door er bij de Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de VN op aan te dringen een onderzoek in te stellen naar de schendingen en door er bij de secretaris-generaal van de VN op aan te dringen een speciale gezant voor China te benoemen; dringt er bij de EDEO en de lidstaten die lid zijn van de VN-Mensenrechtenraad op aan hun inspanningen op te voeren om de bezorgdheid over de schendingen van de mensenrechten in China publiekelijk aan de orde te stellen, bijvoorbeeld door het initiatief te nemen om op te roepen tot een speciale zitting over de mensenrechtensituatie in China, met inbegrip van Hongkong, tijdens de cyclus van de Raad van 2021, en onderstreept dat het lidmaatschap van China van de Raad vereist dat het land zich aan hogere normen op het gebied van de mensenrechten houdt;

18.

dringt erop aan dat de EU zich actief ervoor inzet dat de secretaris-generaal van de VN of de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten een speciale gezant of speciale rapporteur van de VN voor de situatie in Hongkong benoemt, en zich zo aansluit bij het initiatief van de voorzitters van de commissies buitenlandse zaken van het VK, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland; verzoekt de Raad en de VV/HV samen met de internationale gemeenschap te werken aan de oprichting van een internationale contactgroep voor Hongkong;

19.

roept de internationale gemeenschap op haar beloften aan de bevolking van Hongkong na te komen en met spoed en op niet eerder vertoonde wijze actie te ondernemen om China ter verantwoording te roepen voor deze schendingen van het internationaal recht; herhaalt dat de EU en de lidstaten moeten overwegen een zaak aanhangig te maken bij het Internationaal Gerechtshof omdat het besluit van China om de NSL aan Hongkong op te leggen en de daaropvolgende tenuitvoerlegging ervan in strijd zijn met de gezamenlijke Chinees-Britse verklaring en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten;

20.

is verheugd over de onlangs ingestelde bilaterale dialoog tussen de EU en de VS over China, die op 23 oktober 2020 van start is gegaan; roept op tot een betere coördinatie met internationale partners, waaronder de nieuwe Amerikaanse regering, met betrekking tot alle aspecten van de betrekkingen met de Volksrepubliek China en Hongkong; dringt erop aan dat de mensenrechten, met bijzondere aandacht voor de situatie in Hongkong, een prominente plaats innemen op de agenda van de komende dialoog tussen de EU en de VS;

21.

merkt op dat het beleid van de Volksrepubliek China om de aanpak van “één land, twee systemen” op te geven de bevolking van Taiwan sterk heeft vervreemd, en benadrukt bereid te zijn met internationale partners samen te werken om de democratie in Taiwan te helpen waarborgen;

22.

verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regering en het parlement van de Volksrepubliek China en de Chief Executive en de Wetgevende Vergadering van de Speciale Administratieve Regio Hongkong.

(1)  Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0174.

(2)  Aangenomen teksten, P9_TA(2019)0004.

(3)  PB C 224 van 27.6.2018, blz. 78.

(4)  PB C 35 van 31.1.2018, blz. 46.

(5)  Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0375.

(6)  PB C 433 van 23.12.2019, blz. 103.

(7)  PB C 399 van 24.11.2017, blz. 92.

(8)  PB C 369 van 11.10.2018, blz. 156.