EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 11.8.2021
COM(2021) 468 final
BIJLAGE
bij
voorstel voor een Besluit van de Raad
betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, opgericht krachtens de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds
Besluit nr. .../2021 van het Associatiecomité EU-Oekraïne in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken
van xx.xx.xxxx
tot wijziging van aanhangsel XVII-3 (Regels ten aanzien van telecommunicatiediensten), aanhangsel XVII-4 (Regels ten aanzien van post- en koeriersdiensten) en aanhangsel XVII-5 (Regels ten aanzien van internationaal zeevervoer) van bijlage XVII bij de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds
HET ASSOCIATIECOMITÉ IN ZIJN SAMENSTELLING VOOR HANDELSVRAAGSTUKKEN,
Gezien de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds, en met name artikel 465, lid 3, en artikel 11 van bijlage XVII,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)De Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds (“de overeenkomst”), is op 1 september 2017 in werking getreden.
(2)In de preambule en artikel 1, lid 2, punt d), van de overeenkomst wordt de wens van de partijen bevestigd om de hervormingen in Oekraïne te ondersteunen, onder meer door aanpassing van de wetgeving, en aldus bij te dragen tot verdere economische integratie en verdieping van de politieke associatie.
(3)In de artikelen 114, 124 en 138 van de overeenkomst erkennen de partijen het belang van de aanpassing van de bestaande wetgeving van Oekraïne aan die van de Europese Unie voor de sectoren telecommunicatiediensten, post- en koeriersdiensten en internationale zeevervoerdiensten. Oekraïne draagt er zorg voor dat zijn bestaande wetten en toekomstige wetgeving geleidelijk in overeenstemming met het EU-acquis worden gebracht. Deze aanpassing zal geleidelijk worden uitgebreid tot alle elementen van het EU-acquis als bedoeld in bijlage XVII bij de overeenkomst.
(4)Het EU-acquis dat is opgenomen in aanhangsel XVII‑3 (Regels ten aanzien van telecommunicatiediensten), aanhangsel XVII‑4 (Regels ten aanzien van post- en koeriersdiensten) en aanhangsel XVII‑5 (Regels ten aanzien van internationaal zeevervoer) van bijlage XVII, is sinds het afronden van de onderhandelingen over de overeenkomst aanzienlijk geëvolueerd. Deze ontwikkeling moet tot uiting komen in de genoemde aanhangsels bij de overeenkomst.
(5)Overeenkomstig artikel 4, lid 2, van bijlage XVII legt Oekraïne, zodra het land van oordeel is dat het een specifieke EU-wetgevingshandeling correct ten uitvoer heeft gelegd, de desbetreffende omzettingstabel(len), samen met een officiële Engelse vertaling van het Oekraïense uitvoeringsbesluit, voor aan de EU-co-secretaris van het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, zodat de in aanhangsel XVII‑6 voorgeschreven beoordeling kan worden verricht,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
1.Aanhangsel XVII-3 (Regels ten aanzien van telecommunicatiediensten) van bijlage XVII bij de overeenkomst wordt vervangen door bijlage 1 bij dit besluit.
2.Aanhangsel XVII-4 (Regels ten aanzien van post- en koeriersdiensten) van bijlage XVII bij de overeenkomst wordt vervangen door bijlage 2 bij dit besluit.
3.Aanhangsel XVII-5 (Regels ten aanzien van internationaal zeevervoer) van bijlage XVII bij de Overeenkomst wordt vervangen door bijlage 3 bij dit besluit.
Artikel 2
Dit besluit is opgesteld in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse en de Oekraïense taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op de dag van de vaststelling ervan.
Gedaan te …, ….
|
Voor het Associatiecomité
in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken
|
|
De voorzitter
|
De secretarissen
|
BIJLAGE 1
Aanhangsel XVII-3
REGELS TEN AANZIEN VAN TELECOMMUNICATIEDIENSTEN
De van toepassing zijnde bepalingen van de volgende EU-wetgevingshandelingen zijn toepasselijk in overeenstemming met de in aanhangsel XVII‑1 opgenomen horizontale aanpassingen, tenzij anders is bepaald. Zo nodig worden specifieke aanpassingen voor elke afzonderlijke wetgevingshandeling hieronder vermeld.
Goed te keuren van toepassing zijnde bepalingen:
|
A.Algemeen Europees beleid inzake elektronische communicatie
|
Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie
–vaststellen van passende en evenredige wetgevende, technische en organisatorische maatregelen, rekening houdend met het kader van maatregelen die worden vermeld in de “EU-toolbox inzake 5G-cyberbeveiliging”, die is gepubliceerd naar aanleiding van Aanbeveling (EU) 2019/534 van de Commissie van 26 maart 2019 (C(2019) 2335), wanneer het gaat om een passend beheer van de risico’s voor de veiligheid van netwerken en diensten.
|
Tijdschema: de bepalingen van de richtlijn worden uiterlijk op 31 december 2024 ten uitvoer gelegd.
|
Verordening (EU) 2015/2120 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 tot vaststelling van maatregelen betreffende open-internettoegang en tot wijziging van Richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en ‑diensten
–uitvoeren van de artikelen 2 tot en met 6 van Verordening (EU) 2015/2120.
|
Tijdschema: de bepalingen van de verordening worden uiterlijk op 31 december 2025 ten uitvoer gelegd.
|
Richtlijn 2002/77/EG van de Commissie van 16 september 2002 betreffende de mededinging op de markten voor elektronische-communicatienetwerken en ‑diensten
–toezicht op eerlijke mededinging op de markten voor elektronische communicatie, in het bijzonder wat kostengeoriënteerde prijzen voor diensten betreft.
Richtlijn 98/84/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 1998 betreffende de rechtsbescherming van diensten gebaseerd op of bestaande uit voorwaardelijke toegang.
|
Tijdschema: de bepalingen van de richtlijn worden binnen 2 jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst ten uitvoer gelegd.
|
Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt (“Richtlijn inzake elektronische handel”).
De richtlijn bestrijkt alle diensten van de informatiemaatschappij, zowel tussen bedrijven onderling als tussen bedrijven en consumenten, d.w.z. alle diensten die gewoonlijk voor een beloning, op afstand, langs elektronische weg en op individueel verzoek van de ontvanger van een dienst worden verleend.
|
Tijdschema: de bepalingen van de richtlijn worden binnen 3 jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst ten uitvoer gelegd.
|
Richtlijn 2014/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake maatregelen ter verlaging van de kosten van de aanleg van elektronischecommunicatienetwerken met hoge snelheid.
|
Tijdschema: de bepalingen van de richtlijn worden uiterlijk op 31 december 2021 ten uitvoer gelegd.
|
|
B.Regelgevingskader voor het radiospectrumbeleid
|
Beschikking nr. 676/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een regelgevingskader voor het radiospectrumbeleid in de Europese Gemeenschap
–analyse in overeenstemming met het bij Beschikking nr. 676/2002/EG vastgestelde beleids- en rechtskader en goedkeuring van beleid en regelgeving om de geharmoniseerde beschikbaarheid en een doeltreffend gebruik van het spectrum te waarborgen.
Besluit 2010/267/EU van de Commissie van 6 mei 2010 betreffende de geharmoniseerde technische gebruiksvoorwaarden in de 790 – 862 MHz-frequentieband voor terrestrische systemen die elektronische-communicatiediensten kunnen verschaffen in de Europese Unie.
Uitvoeringsbesluit 2011/251/EU van de Commissie van 18 april 2011 tot wijziging van Beschikking 2009/766/EG betreffende de harmonisatie van de 900 MHz- en de 1800 MHz-frequentieband voor terrestrische systemen die pan-Europese elektronische communicatiediensten kunnen verschaffen in de Gemeenschap.
Beschikking 2009/766/EG van de Commissie van 16 oktober 2009 betreffende de harmonisatie van de 900 MHz- en de 1800 MHz-frequentieband voor terrestrische systemen die pan-Europese elektronischecommunicatiediensten kunnen verschaffen in de Gemeenschap.
Uitvoeringsbesluit 2012/688/EU van de Commissie van 5 november 2012 betreffende de harmonisering van de frequentiebanden 1920 – 1980 MHz en 2110 – 2170 MHz voor terrestrische systemen die elektronischecommunicatiediensten kunnen verschaffen in de Unie.
Beschikking 2008/477/EG van de Commissie van 13 juni 2008 betreffende de harmonisering van de 2500 – 2690 MHz-frequentieband voor terrestrische systemen die elektronischecommunicatiediensten kunnen verschaffen in de Gemeenschap.
Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/235 van de Commissie van 24 januari 2019 tot wijziging van Beschikking 2008/411/EG wat betreft een actualisering van relevante technische voorwaarden voor de 3400 – 3800 MHz-frequentieband.
Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1538 van de Commissie van 11 oktober 2018 inzake de harmonisatie van het radiospectrum voor gebruik door korteafstandsapparatuur binnen de frequentiebanden 874 – 876 MHz en 915 – 921 MHz.
Uitvoeringsbesluit 2014/276/EU van de Commissie van 2 mei 2014 tot wijziging van Beschikking 2008/411/EG betreffende de harmonisering van de 3400 – 3800 MHz-frequentieband voor terrestrische systemen die elektronischecommunicatiediensten kunnen verschaffen in de Gemeenschap.
Beschikking 2008/411/EG van de Commissie van 21 mei 2008 betreffende de harmonisering van de 3400 – 3800 MHz-frequentieband voor terrestrische systemen die elektronischecommunicatiediensten kunnen verschaffen in de Gemeenschap.
Beschikking 2008/671/EG van de Commissie van 5 augustus 2008 betreffende het geharmoniseerde gebruik van het radiospectrum in de 5875 – 5905 MHz-frequentieband voor veiligheidsgerelateerde toepassingen van intelligente vervoerssystemen (ITS).
Beschikking 2007/344/EG van de Commissie van 16 mei 2007 inzake de geharmoniseerde beschikbaarheid van informatie over spectrumgebruik in de Gemeenschap.
Beschikking 2007/90/EG van de Commissie van 12 februari 2007 tot wijziging van Beschikking 2005/513/EG betreffende het geharmoniseerde gebruik van het radiospectrum in de 5 GHz-frequentieband voor de implementatie van draadloze toegangssystemen met inbegrip van Radio Local Area Networks (WAS/R‐LAN’s).
Beschikking 2005/513/EG van de Commissie van 11 juli 2005 betreffende het geharmoniseerde gebruik van het radiospectrum in de 5 GHz-frequentieband voor de implementatie van draadloze toegangssystemen met inbegrip van Radio Local Area Networks (WAS/R-LAN’s).
Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1483 van de Commissie van 8 augustus 2017 tot wijziging van Beschikking 2006/771/EG inzake de harmonisatie van het radiospectrum voor gebruik door korteafstandsapparatuur en tot intrekking van Beschikking 2006/804/EG.
Uitvoeringsbesluit 2013/752/EU van de Commissie van 11 december 2013 tot wijziging van Beschikking 2006/771/EG inzake de harmonisatie van het radiospectrum voor gebruik door korteafstandsapparatuur en tot intrekking van Beschikking 2005/928/EG.
Uitvoeringsbesluit 2011/829/EU van de Commissie van 8 december 2011 tot wijziging van Beschikking 2006/771/EG inzake de harmonisatie van het radiospectrum voor gebruik door korteafstandsapparatuur.
Uitvoeringsbesluit 2010/368/EU van de Commissie van 30 juni 2010 tot wijziging van Beschikking 2006/771/EG inzake de harmonisatie van het radiospectrum voor gebruik door korteafstandsapparatuur.
Beschikking 2009/381/EG van de Commissie van 13 mei 2009 tot wijziging van Beschikking 2006/771/EG inzake de harmonisatie van het radiospectrum voor gebruik door korteafstandsapparatuur.
Beschikking 2008/432/EG van de Commissie van 23 mei 2008 tot wijziging van Beschikking 2006/771/EG inzake de harmonisatie van het radiospectrum voor gebruik door korteafstandsapparatuur.
Beschikking 2006/771/EG van de Commissie van 9 november 2006 inzake de harmonisatie van het radiospectrum voor gebruik door korteafstandsapparatuur.
Besluit 2010/166/EU van de Commissie van 19 maart 2010 betreffende de harmonisatie van de voorwaarden inzake het gebruik van radiospectrum voor mobiele communicatiediensten aan boord van vaartuigen (MCV-diensten) in de Europese Unie.
Uitvoeringsbesluit 2014/641/EU van de Commissie van 1 september 2014 betreffende geharmoniseerde technische voorwaarden voor gebruik in de Unie van radiospectrum door draadloze apparatuur voor programmaproductie en speciale evenementen.
Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/2077 van de Commissie van 10 november 2017 tot wijziging van Beschikking 2005/50/EG inzake de harmonisatie van de 24 GHz-radiospectrumband voor in de tijd beperkt gebruik door kortbereikradarapparatuur voor motorvoertuigen in de Gemeenschap.
Uitvoeringsbesluit 2011/485/EU van de Commissie van 29 juli 2011 tot wijziging van Beschikking 2005/50/EG inzake de harmonisatie van de 24 GHz-radiospectrumband voor in de tijd beperkt gebruik door kortbereikradarapparatuur voor motorvoertuigen in de Gemeenschap.
Beschikking 2005/50/EG van de Commissie van 17 januari 2005 inzake de harmonisatie van de 24 GHz-radiospectrumband voor in de tijd beperkt gebruik door kortbereikradarapparatuur voor motorvoertuigen in de Gemeenschap.
Beschikking 2004/545/EG van de Commissie van 8 juli 2004 inzake de harmonisatie van het radiospectrum in de 79 GHz-band voor gebruik door kortbereikradarapparatuur voor motorvoertuigen in de Gemeenschap.
Beschikking 2007/98/EG van de Commissie van 14 februari 2007 betreffende het geharmoniseerde gebruik van het radiospectrum in de 2 GHz-frequentieband voor de implementatie van systemen voor mobiele satellietdiensten.
Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/339 van de Commissie van 8 maart 2016 betreffende de harmonisering van de 2010 – 2025 MHz-frequentieband voor draagbare of mobiele draadloze videoverbindingen en draadloze camera’s die worden gebruikt voor programmaproductie en speciale evenementen.
Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/750 van de Commissie van 8 mei 2015 betreffende de harmonisering van de frequentieband 1452 – 1492 MHz voor terrestrische systemen die elektronischecommunicatiediensten kunnen verschaffen in de Unie.
Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/687 van de Commissie van 28 april 2016 betreffende de harmonisering van de frequentieband 694 – 790 MHz voor terrestrische systemen die draadlozebreedbanddiensten voor elektronische communicatie kunnen verschaffen en voor flexibel nationaal gebruik in de Unie.
Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/2317 van de Commissie van 16 december 2016 tot wijziging van Beschikking 2008/294/EG en Uitvoeringsbesluit 2013/654/EU met het oog op de vereenvoudiging van het gebruik van mobielecommunicatiediensten aan boord van vliegtuigen (MCA-diensten) in de Unie.
Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/191 van de Commissie van 1 februari 2017 tot wijziging van Besluit 2010/166/EU met het oog op de invoering van nieuwe technologieën en frequentiebanden voor mobiele communicatiediensten aan boord van vaartuigen (MCV-diensten) in de Europese Unie.
Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/637 van de Commissie van 20 april 2018 tot wijziging van Beschikking 2009/766/EG betreffende de harmonisatie van de 900 MHz- en de 1800 Hz-frequentieband voor terrestrische systemen die pan-Europese elektronische communicatiediensten kunnen verschaffen in de Gemeenschap wat betreft relevante technische voorwaarden voor het internet der dingen.
Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/661 van de Commissie van 26 april 2018 tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/750 betreffende de harmonisering van de frequentieband 1452 – 1492 MHz voor terrestrische systemen die elektronischecommunicatiediensten kunnen verschaffen in de Unie wat betreft de uitbreiding ervan met de geharmoniseerde frequentiebanden 1427 – 1452 MHz en 1492 – 1517 MHz.
Besluit nr. 243/2012/EU van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot vaststelling van een meerjarenprogramma voor het radiospectrumbeleid, in werking getreden op 10 april 2012.
Besluit (EU) 2017/899 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 betreffende het gebruik van de 470-790 MHz-frequentieband in de Unie, in werking getreden op 14 juni 2017.
Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/785 van de Commissie van 14 mei 2019 inzake de harmonisatie van het radiospectrum voor apparatuur die gebruikmaakt van ultrabreedbandtechnologie in de Unie en tot intrekking van Beschikking 2007/131/EG.
|
Tijdschema: de bepalingen in bovengenoemde handelingen met betrekking tot een “regelgevingskader voor het radiospectrumbeleid” worden uiterlijk op 30 december 2022 ten uitvoer gelegd voor het beschikbare spectrum.
|
|
C.Elektronische identificatie, authenticatie en vertrouwensdiensten
|
Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG.
Uitvoeringsverordening (EU) 2015/806 van de Commissie van 22 mei 2015 tot vaststelling van specificaties in verband met de vorm van het vertrouwensmerk van de EU voor gekwalificeerde vertrouwensdiensten.
Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/1505 van de Commissie van 8 september 2015 tot vaststelling van de technische specificaties en formaten van vertrouwenslijsten overeenkomstig artikel 22, lid 5, van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt.
Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/1506 van de Commissie van 8 september 2015 tot vaststelling van specificaties betreffende formaten van geavanceerde elektronische handtekeningen en geavanceerde zegels die door openbare instanties moeten worden erkend overeenkomstig respectievelijk artikel 27, lid 5, en artikel 37, lid 5, van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt.
Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/650 van de Commissie van 25 april 2016 tot vaststelling van normen inzake de veiligheidsbeoordeling van gekwalificeerde middelen voor het aanmaken van handtekeningen en zegels overeenkomstig artikel 30, lid 3, en artikel 39, lid 2, van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt.
Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/296 van de Commissie van 24 februari 2015 tot vaststelling van procedurele voorschriften betreffende de samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van elektronische identificatie overeenkomstig artikel 12, lid 7, van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt.
Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1501 van de Commissie van 8 september 2015 betreffende het interoperabiliteitskader bedoeld in artikel 12, lid 8, van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt.
Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1502 van de Commissie van 8 september 2015 tot vaststelling van minimale technische specificaties en procedures betreffende het betrouwbaarheidsniveau voor elektronische identificatiemiddelen overeenkomstig artikel 8, lid 3, van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt.
Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/1984 van de Commissie van 3 november 2015 tot vaststelling van de omstandigheden, formaten en procedures voor aanmeldingen in het kader van artikel 9, lid 5, van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt.
|
Tijdschema: de bepalingen in bovengenoemde handelingen met betrekking tot “Elektronische identificatie, authenticatie en vertrouwensdiensten” worden uiterlijk op 31 december 2021 ten uitvoer gelegd.
|
BIJLAGE 2
Aanhangsel XVII-4
REGELS TEN AANZIEN VAN POST- EN KOERIERSDIENSTEN
De van toepassing zijnde bepalingen van de volgende EU-wetgevingshandelingen zijn toepasselijk in overeenstemming met de in aanhangsel XVII‑1 opgenomen horizontale aanpassingen, tenzij anders is bepaald. Zo nodig worden specifieke aanpassingen voor elke afzonderlijke wetgevingshandeling hieronder vermeld.
Goed te keuren van toepassing zijnde bepalingen:
Richtlijn 97/67/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 1997 betreffende gemeenschappelijke regels voor de ontwikkeling van de interne markt voor postdiensten in de Gemeenschap en de verbetering van de kwaliteit van de dienst.
Richtlijn 2002/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 10 juni 2002 tot wijziging van Richtlijn 97/67/EG met betrekking tot de verdere openstelling van de postmarkt in de Gemeenschap voor mededinging.
Richtlijn 2008/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot wijziging van Richtlijn 97/67/EG wat betreft de volledige voltooiing van de interne markt voor postdiensten in de Gemeenschap.
Verordening (EU) 2018/644 van het Europees Parlement en de Raad van 18 april 2018 betreffende grensoverschrijdende pakketbezorgdiensten*.
Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1263 van de Commissie van 20 september 2018 tot vaststelling van de formulieren voor de indiening van informatie door aanbieders van pakketbezorgdiensten overeenkomstig Verordening (EU) 2018/644 van het Europees Parlement en de Raad*.
|
Tijdschema: de bepalingen van bovengenoemde handelingen met betrekking tot post- en koeriersdiensten worden uiterlijk op 31 december 2021 ten uitvoer gelegd, met uitzondering van de met (*) aangeduide handelingen, die uiterlijk op 31 december 2024 ten uitvoer worden gelegd.
|
BIJLAGE 3
Aanhangsel XVII-5
REGELS TEN AANZIEN VAN INTERNATIONAAL ZEEVERVOER
De van toepassing zijnde bepalingen van de volgende EU-wetgevingshandelingen zijn toepasselijk in overeenstemming met de in aanhangsel XVII‑1 opgenomen horizontale aanpassingen, tenzij anders is bepaald. Zo nodig worden specifieke aanpassingen voor elke afzonderlijke wetgevingshandeling hieronder vermeld.
Goed te keuren van toepassing zijnde bepalingen:
|
A.Maritieme veiligheid — vlaggenstaat / classificatiebureaus
|
Richtlijn 2009/15/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties en voor de desbetreffende werkzaamheden van maritieme instanties.
Uitvoeringsrichtlijn 2014/111/EU van de Commissie van 17 december 2014 tot wijziging van Richtlijn 2009/15/EG, wat betreft de vaststelling door de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) van bepaalde codes en de bijbehorende wijzigingen van bepaalde verdragen en protocollen.
Verordening (EG) nr. 391/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties.
Rectificatie van Verordening (EG) nr. 391/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties.
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1355/2014 van de Commissie van 17 december 2014 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 391/2009, wat betreft de vaststelling door de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) van bepaalde codes en de bijbehorende wijzigingen van bepaalde verdragen en protocollen.
Verordening (EG) nr. 336/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 februari 2006 inzake de implementatie van de Internationale Veiligheidsmanagementcode in de Gemeenschap en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 3051/95 van de Raad.
Verordening (EG) nr. 540/2008 van de Commissie van 16 juni 2008 tot wijziging van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 336/2006 van het Europees Parlement en de Raad inzake de implementatie van de Internationale Veiligheidsmanagementcode in de Gemeenschap wat de modelformulieren betreft.
|
Tijdschema: de bepalingen van bovengenoemde handelingen met betrekking tot “Maritieme veiligheid — vlaggenstaat / classificatiebureaus” worden uiterlijk op 31 december 2021 ten uitvoer gelegd.
|
Richtlijn 2009/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende havenstaatcontrole.
Rectificatie van Richtlijn 2009/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende havenstaatcontrole.
Richtlijn 2013/38/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 augustus 2013 tot wijziging van Richtlijn 2009/16/EG betreffende havenstaatcontrole.
Verordening (EU) 2015/757 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende de monitoring, de rapportage en de verificatie van kooldioxide-emissies door maritiem vervoer en tot wijziging van Richtlijn 2009/16/EG.
Verordening (EU) nr. 1257/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 inzake scheepsrecycling, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1013/2006 en van Richtlijn 2009/16/EG.
Verordening (EU) nr. 428/2010 van de Commissie van 20 mei 2010 ter uitvoering van artikel 14 van Richtlijn 2009/16/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de uitgebreide inspectie van schepen betreft.
Verordening (EU) nr. 801/2010 van de Commissie van 13 september 2010 ter uitvoering van artikel 10, lid 3, van Richtlijn 2009/16/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de vlaggenstaatcriteria betreft.
Verordening (EU) nr. 802/2010 van de Commissie van 13 september 2010 ter uitvoering van artikel 10, lid 3, en artikel 27 van Richtlijn 2009/16/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de prestaties van de rederij betreft*.
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1205/2012 van de Commissie van 14 december 2012 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 802/2010 wat de prestaties van de rederij betreft*.
|
Tijdschema: de bepalingen van bovengenoemde handelingen met betrekking tot “Havenstaat” worden uiterlijk op 31 december 2021 ten uitvoer gelegd, met uitzondering van de met (*) aangeduide handelingen, die uiterlijk op 31 december 2022 ten uitvoer worden gelegd.
|
Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart en tot intrekking van Richtlijn 93/75/EEG van de Raad.
Richtlijn 2009/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 tot wijziging van Richtlijn 2002/59/EG betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart.
Richtlijn 2009/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 tot vaststelling van de grondbeginselen voor het onderzoek van ongevallen in de zeescheepvaartsector en tot wijziging van de Richtlijn 1999/35/EG van de Raad en Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad.
Richtlijn 2011/15/EU van de Commissie van 23 februari 2011 tot wijziging van Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart.
Richtlijn 2014/100/EU van de Commissie van 28 oktober 2014 tot wijziging van Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart.
a)Technische en operationele voorschriften
— Passagiersschepen
Richtlijn 2009/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 inzake veiligheidsvoorschriften en -normen voor passagiersschepen.
Richtlijn 2010/36/EU van de Commissie van 1 juni 2010 tot wijziging van Richtlijn 2009/45/EG van het Europees Parlement en de Raad inzake veiligheidsvoorschriften en ‑normen voor passagiersschepen.
Richtlijn (EU) 2016/844 van de Commissie van 27 mei 2016 tot wijziging van Richtlijn 2009/45/EG van het Europees Parlement en de Raad inzake veiligheidsvoorschriften en ‑normen voor passagiersschepen.
Richtlijn (EU) 2017/2110 van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2017 betreffende een inspectiesysteem voor de veilige exploitatie van ro-ro-passagiersschepen en hogesnelheidspassagiersvaartuigen op geregelde diensten en tot wijziging van Richtlijn 2009/16/EG en tot intrekking van Richtlijn 1999/35/EG van de Raad.
Verordening (EU) nr. 1286/2011 van de Commissie van 9 december 2011 tot vaststelling van een gemeenschappelijke methodologie voor het onderzoek naar ongevallen en incidenten op zee, krachtens artikel 5, lid 4, van Richtlijn 2009/18/EG van het Europees Parlement en de Raad.
Richtlijn 2003/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 april 2003 betreffende specifieke stabiliteitsvereisten voor ro-ro-passagiersschepen.
Richtlijn 2005/12/EG van de Commissie van 18 februari 2005 tot wijziging van de bijlagen I en II bij Richtlijn 2003/25/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende specifieke stabiliteitsvereisten voor ro-ro-passagiersschepen.
— Olietankschepen
Verordening (EU) nr. 530/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2012 betreffende het versneld invoeren van de vereisten inzake een dubbelwandige uitvoering of een gelijkwaardig ontwerp voor enkelwandige olietankschepen**.
— Bulkschepen
Richtlijn 2001/96/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 december 2001 tot vaststelling van geharmoniseerde voorschriften en procedures voor veilig laden en lossen van bulkschepen.
— Bemanning
Richtlijn 2008/106/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 inzake het minimumopleidingsniveau van zeevarenden.
Richtlijn 2012/35/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 houdende wijziging van Richtlijn 2008/106/EG inzake het minimumopleidingsniveau van zeevarenden.
b)Milieu
Richtlijn (EU) 2019/883 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake havenontvangstvoorzieningen voor de afvalafgifte van schepen, tot wijziging van Richtlijn 2010/65/EU en tot intrekking van Richtlijn 2000/59/EG*.
Verordening (EG) nr. 782/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 14 april 2003 houdende een verbod op organische tinverbindingen op schepen.
Verordening (EG) nr. 536/2008 van de Commissie van 13 juni 2008 ter uitvoering van artikel 6, lid 3, en artikel 7 van Verordening (EG) nr. 782/2003 van het Europees Parlement en de Raad houdende een verbod op organische tinverbindingen op schepen en tot wijziging van die verordening.
Richtlijn 2002/84/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 houdende wijziging van de richtlijnen op het gebied van maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen.
|
Tijdschema: de bepalingen van bovengenoemde handelingen met betrekking tot “Scheepvaartmonitoring” worden uiterlijk op 31 december 2021 ten uitvoer gelegd, met uitzondering van de met (*) aangeduide handelingen, die uiterlijk op 31 december 2023 ten uitvoer worden gelegd, en de met (**) aangeduide handelingen, waarop het tijdschema voor de geleidelijke afschaffing van enkelwandige tankers van toepassing is, volgens het in het Marpol-Verdrag vastgestelde rooster.
|
Richtlijn 2010/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende meldingsformaliteiten voor schepen die aankomen in en/of vertrekken uit havens van de lidstaten en tot intrekking van Richtlijn 2002/6/EG.
Verordening (EU) 2019/1239 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot instelling van een Europees maritiem éénloketsysteem en tot intrekking van Richtlijn 2010/65/EU.
|
Tijdschema: de bepalingen van Richtlijn 2010/65/EU worden uiterlijk op 31 december 2021 ten uitvoer gelegd, en de bepalingen van Verordening (EU) 2019/1239 uiterlijk op 15 augustus 2025.
|
Richtlijn 92/29/EEG van de Raad van 31 maart 1992 betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid ter bevordering van een betere medische hulpverlening aan boord van schepen*.
Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 29 september 2003 tot aanpassing aan Besluit 1999/468/EG van de Raad van de bepalingen betreffende de comités die de Commissie bijstaan in de uitoefening van haar uitvoeringsbevoegdheden die zijn vastgelegd in besluiten waarop de procedure van artikel 251 van het Verdrag van toepassing is.
Richtlijn 2007/30/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 tot wijziging van Richtlijn 89/391/EEG van de Raad, de daaruit voortvloeiende bijzondere richtlijnen, alsmede de Richtlijnen 83/477/EEG, 91/383/EEG, 92/29/EEG en 94/33/EG van de Raad, met het oog op de vereenvoudiging en rationalisatie van de verslagen over de praktische tenuitvoerlegging.
Richtlijn 1999/63/EG van de Raad van 21 juni 1999 inzake de overeenkomst betreffende de organisatie van de arbeidstijd van zeevarenden, gesloten door de Associatie van Reders van de Europese Gemeenschap (ECSA) en de Federatie van de bonden voor het vervoerpersoneel in de Europese Unie (FST) — bijlage: Europese overeenkomst betreffende de organisatie van de arbeidstijd van zeevarenden, met uitzondering van clausule 16.
Richtlijn 2009/13/EG van de Raad van 16 februari 2009 tot tenuitvoerlegging van de overeenkomst tussen de Associatie van reders van de Europese Gemeenschap (ECSA) en de Europese Federatie van vervoerswerknemers (ETF) inzake het verdrag betreffende maritieme arbeid van 2006 en tot wijziging van Richtlijn 1999/63/EG.
Richtlijn 1999/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 1999 betreffende de handhaving van de bepalingen inzake de arbeidstijd van zeevarenden aan boord van schepen die havens in de Gemeenschap aandoen.
|
Tijdschema: de bepalingen van bovengenoemde handelingen met betrekking tot “Sociale voorwaarden” worden uiterlijk op 31 december 2021 ten uitvoer gelegd, met uitzondering van de met (*) aangeduide handelingen, die uiterlijk op 31 december 2023 ten uitvoer worden gelegd.
|
Richtlijn 2005/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 betreffende het verhogen van de veiligheid van havens.
Verordening (EG) nr. 725/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de verbetering van de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten.
2009/83/EG: Beschikking van de Commissie van 23 januari 2009 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 725/2004 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de regeling inzake het unieke IMO-identificatienummer voor maatschappijen en geregistreerde eigenaars.
Richtlijn 2014/90/EU van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 inzake uitrusting van zeeschepen en tot intrekking van Richtlijn 96/98/EG van de Raad.
|
Tijdschema: de bepalingen van bovengenoemde handelingen met betrekking tot “Maritieme beveiliging”, met uitzondering van de handelingen die inspecties door de Commissie betreffen, worden uiterlijk op 31 december 2021 ten uitvoer gelegd.
|
Verordening (EU) 2017/352 van het Europees Parlement en de Raad van 15 februari 2017 tot vaststelling van een kader voor het verrichten van havendiensten en gemeenschappelijke regels inzake de financiële transparantie van havens.
|
Tijdschema: de bepalingen van bovengenoemde handeling met betrekking tot “Havendiensten” worden uiterlijk op 31 december 2024 ten uitvoer gelegd.
|