<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><CONCLUSION NNC="YES" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://formex.publications.europa.eu/schema/formex-04.cj-20080212.xd"><BIB.CONCLUSION><REF.CASE FILE="ECRCJ1998NLA.0300096301.case.xml"><NO.CASE>C-175/97</NO.CASE></REF.CASE><NO.CELEX>61997C0175</NO.CELEX><NO.SEQ>0005.0001</NO.SEQ><PAGE.FIRST>964</PAGE.FIRST><PAGE.SEQ>1</PAGE.SEQ><PAGE.LAST>965</PAGE.LAST><PAGE.TOTAL>2</PAGE.TOTAL></BIB.CONCLUSION><CURR.TITLE><LEFT>CONCLUSIE VAN ADV.-GEN. LA PERGOLA — ZAAK C-175/97</LEFT><RIGHT>COMMISSIE / FRANKRIJK</RIGHT></CURR.TITLE><CONTENTS.CONCLUSION><TITLE><TI><P><HT TYPE="UC">Conclusie van advocaat-generaal</HT></P><P><HT TYPE="UC">A. La Pergola</HT></P><P>van <DATE ISO="19971216">16 december 1997</DATE><NOTE NOTE.ID="E0001" NUMBERING="STAR"><P>Oorspronkelijke taal: Italiaans.</P></NOTE></P></TI></TITLE><NP><NO.P>1.</NO.P><TXT>In de onderhavige zaak verzoekt de Commissie het Hof vast te stellen dat de Franse Republiek, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 93/89/EEG van de Raad van <DATE ISO="19931025">25 oktober 1993</DATE> betreffende de toepassing door de lidstaten van de belastingen op sommige voor het goederenvervoer over de weg gebruikte voertuigen en van de voor het gebruik van sommige infrastructuurvoorzieningen geheven tolgelden en gebruiksrechten<NOTE NOTE.ID="E0002" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P><REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="279" DATE.PUB="1993" PAGE.FIRST="32">PB L 279, blz. 32</REF.DOC.OJ>.</P></NOTE>, de krachtens het Verdrag en die richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.</TXT></NP><NP><NO.P>2.</NO.P><TXT>De richtlijn waarvan de omzetting in geding is, beoogt de geleidelijke harmonisatie van de nationale wettelijke regelingen inzake de fiscale behandeling van het wegvervoer, teneinde de distorsies van de mededinging tussen communautaire transporteurs uit de weg te ruimen. Volgens artikel 13, lid 1, moest de richtlijn uiterlijk op <DATE ISO="19950101">1 januari 1995</DATE> zijn omgezet.</TXT></NP><NP><NO.P>3.</NO.P><TXT>Bij arrest van <DATE ISO="19950705">5 juli 1995</DATE><NOTE NOTE.ID="E0003" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Parlement/Raad (<REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-21/94" YEAR="1995" PAGE.ECR="I-1827">C-21/94, Jurispr. blz. I-1827</REF.DOC.ECR>).</P></NOTE> verklaarde het Hof de richdijn nietig, doch handhaafde het de gevolgen daarvan totdat de Raad een nieuwe richtlijn zou hebben vastgesteld.</TXT></NP><NP><NO.P>4.</NO.P><TXT>De Franse regering betwist de niet-nakoming niet. Zij merkt enkel op, dat de vertraging bij de omzetting te wijten is aan ernstige moeilijkheden van economische en sociale aard in de sector van het wegvervoer. Met name zou de invoering van de richtlijn een verhoging van de kosten van de transporteurs hebben meegebracht. Dat zou de grote sociale spanningen hebben doen toenemen en de goede werking van een dienst die essentieel is voor de nationale economie, in gevaar hebben gebracht. Bovendien zou, gezien de bijzondere kenmerken van de Franse markt, de niet-omzetting geen distorsie van de mededinging hebben teweeggebracht. De Franse regering heeft niettemin te kennen gegeven, dat zij de richtlijn zo spoedig mogelijk wil uitvoeren.</TXT></NP><?PAGE NO="I-965"?><NP><NO.P>5.</NO.P><TXT>Het komt mij echter voor, dat de argumenten van de Franse regering niet zozeer strekken tot verwerping van de conclusies van de Commissie, dan wel tot rechtvaardiging van de redenen die de niet-nakoming hebben veroorzaakt. In ieder geval kunnen, volgens vaste rechtspraak, de door de verwerende lidstaat aangevoerde moeilijkheden de niet-nakoming niet rechtvaardigen.<NOTE NOTE.ID="E0004" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Zie, onder meer, arrest van <DATE ISO="19951207">7 december 1995</DATE>, Commissie/Frankrijk (<REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-52/95" YEAR="1995" PAGE.ECR="I-4443">C-52/95, Jurispr. blz. I-4443</REF.DOC.ECR>).</P></NOTE></TXT></NP><NP><NO.P>6.</NO.P><TXT>Mitsdien geef ik het Hof in overweging, het beroep gegrond te verklaren en de Franse Republiek in de kosten te verwijzen.</TXT></NP></CONTENTS.CONCLUSION></CONCLUSION>