31973D0109

73/109/EEG: Beschikking van de Commissie van 2 januari 1973 inzake een procedure op grond van de artikelen 85 en 86 van het E.E.G.-Verdrag (IV/26.918 - Europese Suikerindustrie)

Publicatieblad Nr. L 140 van 26/05/1973 blz. 0017 - 0048


++++

BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 2 januari 1973

inzake een procedure op grond van de artikelen 85 en 86 van het E.E.G.-Verdrag ( IV/26.918 - Europese Suikerindustrie )

( 73/109/EEG )

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , en met name op de artikelen 85 en 86 ,

Gelet op Verordening nr . 17 van de Raad van 6 februari 1962 ( 1 ) , en met name op de artikelen 3 en 15 ,

Gelet op Verordening nr . 26 van de Raad van 4 april 1962 ( 2 ) , en met name op de artikelen 1 en 2 ,

Gezien Verordening nr . 1009/67/EEG van de Raad van 18 december 1967 ( 3 ) , alsmede haar uitvoeringsverordeningen ,

Gezien het besluit van de Commissie van 31 mei 1972 ambtshalve een procedure in te leiden op grond van Verordening nr . 17 , artikel 3 ,

Gehoord de betrokken ondernemingen , overeenkomstig artikel 19 , lid 1 , van Verordening nr . 17 en de bepalingen van Verordening nr . 99/63/EEG ( 4 ) ,

Geraadpleegd het Adviescomité voor mededelingsregelingen en economische machtsposities overeenkomstig artikel 10 van Verordening nr . 17 op 5 december 1972 ,

I

A

1 . Overwegende dat deze beschikking de volgende ondernemingen betreft die de voornaamste producenten en verkopers van suiker in de Gemeenschap zijn :

- Tiense Suikerraffinaderij N.V . te Brussel ,

- Centrale Suiker Maatschappij N.V . te Amsterdam ,

- Cooperatieve Vereniging Suiker Unie U.A . te Rotterdam ,

- Westdeutsche Zuckervertriebsgesellschaft mbH te Keulen , alsmede haar lid , de onderneming Pfeifer und Langen , te Keulen ,

- Suedzucker Verkaufs-GmbH te Oberursel , alsmede haar leden-ondernemingen Sueddeutsche Zucker A.G . te Mannheim en Zuckerfabrik Franken te Ochsenfurt ,

- Sucre-Union S.A . te Parijs ,

- Societe des Raffineries et Sucreries Say , te Parijs ,

- Societé F . Béghin S.A . te Thumeries ,

- Générale Sucrière S.A . te Parijs ,

- Société Nouvelle de Raffinerie Lebaudy-Sommier S.A . te Neuilly s/Seine , alsmede de Groupement d'Interêt Economique Lebaudy-SUC te Parijs ,

- Sucres et Denrées S.A . te Parijs ,

- Eridania Zuccherifici Nazionali SpA te Genua ,

- Società Generale di Zuccherifici ( Société Générale de Sucreries ) te Brussel ,

- Cavarzere-Produzioni Industriali te Padua ,

- Società Italiana per l'Industria degli Zuccheri SpA te Rome ,

- Romana Zucchero SpA te Genua ,

- Zuccherificio del Volano SpA te Genua ,

- Agricola Industriale Emiliana ( AIE ) SpA te Bologna ,

- Zuccherificio di Sermide SpA te Genua ,

- SADAM SpA te Bologna ;

2 . Overwegende dat de in deze beschikking bedoelde suiker ruwe en witte suiker is , vallende onder post 17.01 van het gemeenschappelijk douanetarief ; dat ruwe suiker een halffabrikaat is , en als zodanig niet geschikt voor menselijke consumptie , terwijl witte suiker daarentegen een eindprodukt is ; dat het laatstgenoemde produkt wordt onderverdeeld in vier categorieën ( genummerd van I tot en met IV ) , volgens zijn graad van zuiverheid ( raffinage ) ; dat categorie IV in feite nooit in de E.E.G . is geproduceerd ; dat categorie III alleen in Frankrijk is vervaardigd ; dat thans bijna uitsluitend de categorieën I en II in de E.E.G.-landen worden geproduceerd met een steeds geprononceerder tendens , voornamelijk categorie I te produceren ;

3 . Overwegende dat de totale suikerproduktie van de Gemeenschap van 6,8 miljoen ton in de campagne 1968/1969 is opgelopen tot ongeveer 8,1 miljoen ton in 1971/1972 , terwijl de consumptie gedurende dezelfde periode vermeerderde van 5,9 tot 6,5 miljoen ton ; dat de produktie in deze vier campagnes dientengevolge voortdurend overschotten heeft opgeleverd en dat deze schommelden tussen 11 % en 24 % van de communautaire suikerconsumptie ( 5 ) ;

4 . Overwegende dat Frankrijk de voornaamste suikerproducerende staat binnen de Gemeenschap is ; dat de Franse suikerproduktie met inbegrip van de D.O.M . ( Departements d'Outre Mer ) van 2 620 000 ton in 1968/1969 is gestegen tot 3 230 000 ton in 1971/1972 ; dat ongeveer 75 % van de produktie afkomstig is van de volgende ondernemingen : Sucre-Union ( 26 % ) , Béghin ( 14 % ) , Say ( 14 % ) , Générale Sucriere ( 10 % ) , Lebaudy-S.U.C . ( 9 % ) , terwijl de rest wordt geproduceerd door een tiental kleine ondernemingen ; dat het Franse produktieoverschot in 1968/1969 de consumptie overtrof met 885 000 ton en in 1971/1972 met 1 440 000 ton ;

Overwegende dat de Société Anonyme Sucre-Union ( hierna " Sucre Union " te noemen ) in 1966 is opgericht door 23 Franse suikerfabrieken voor wie zij de afzet van hun produktie verzorgt ; dat 9 van deze 23 ondernemingen cooperatieve vennootschappen zijn , die 50 % van het maatschappelijk kapitaal van Sucre-Union bezitten ;

Overwegende dat de Société des Raffineries et Sucreries Say ( hierna " Say " te noemen ) deel uitmaakt van een Groupement d'Intérêt Economique , de GISEC , die hoewel het nog steeds bestaat , niet meer als eenheid lijkt op te treden ;

Overwegende dat de Société F . Béghin S.A . ( hierna " Béghin " te noemen ) qua omzet de belangrijkste fabrikant is , doch dat suiker slechts ongeveer 46 % daarvan vertegenwoordigt ( haar hoofdactiviteit is de produktie van papier ) ; dat een onderneming van de GISEC , de Sucrerie Centrale de Cambrai , is overgenomen door Béghin ; dat de vennootschappen Say en Béghin hebben besloten op 1 januari 1973 te fusioneren ;

Overwegende dat de Société Nouvelle de Raffinerie Lebaudy-Sommier S.A . gecontroleerd wordt door de holding-vennootschap Lebaudy-Frères , waarin de Générale Sucrière sinds januari 1972 de meerderheid der aandelen bezit ; dat de vennootschap Lebaudy-Sommier zijn produktie sinds 1 januari 1969 in de handel brengt door tussenkomst van de Groupement d'Intérêt Economique Lebaudy-S.U.C . ( hierna " Lebaudy-S.U.C . " te noemen ) ; dat deze groepering eveneens de afzet verzorgt van andere producenten , waaronder de Union Sucrière de l'Aisne , die 11 % van het kapitaal van Lebaudy-Sommier bezit ;

Overwegende dat in de groothandel twee ondernemingen onder vele anderen , Bauche en de S.A . Sucres et Denrées ( hierna " Sucres et Denrées " te noemen ) , de voornaamste plaats innemen ; dat Sucres et Denrées het merendeel van haar transacties als onafhankelijk handelaar afsluit ;

5 . Overwegende dat België eveneens een grote overproduktie heeft in verhouding tot de consumptie ; dat in feite , terwijl de Belgische suikerconsumptie van 1968/1969 tot 1971/1972 gemiddeld ongeveer 350 000 ton bedroeg , de produktie van 530 000 ton in 1968/1969 is gestegen tot 770 000 ton in 1971/1972 ; dat dientengevolge het Belgische produktie-overschot , dat in 1968/1969 ongeveer 200 000 ton bedroeg , in de campagne 1971/1972 400 000 ton heeft bereikt ;

Overwegende dat de belangrijkste suikeronderneming in België de Tiense Suikerrafinaderij ( hierna " R.T . " te noemen ) is , welke alleen al meer dan 50 % van de Belgische suikerproduktie fabriceert in eigen fabrieken en in van andere suikerfabrieken gehuurde installaties ( Grand-Pont , Quévy et Péronne ) ; dat zij door meerderheidsdeelnemingen ( Warneton , Oreye , Moerbeke-Waas ) , dan wel door leveringscontracten , ( Liers , Embresin , Naveau ) de produktie van meerdere andere Belgische suikerfabrieken controleert of de mogelijkheid daartoe heeft ; dat de R.T . door al deze verschillende middelen een doorslaggevende invloed uitoefent of kan uitoefenen op ongeveer 85 % van de Belgische suikerproduktie ; dat aangezien de Belgische invoer van witte suiker slechts minimale hoeveelheden beloopt , kan worden gesteld dat de R.T . de Belgische markt voor ongeveer 85 % in handen heeft ;

Overwegende dat twee Belgische ondernemingen , de Société pour l'Exportation de Sucre S.A . te Antwerpen ( hierna " Export " te noemen ) en de S.A . Hottlet en Cie te Edegem ( hierna " Hottlet " te noemen ) de in België geproduceerde suiker naar het buitenland verkopen ; dat de R.T . haar suiker soms rechtstreeks uitvoert naar de buitenlandse markten , vooral wanneer het leveringen van fabrikant aan fabrikant betreffen ;

6 . Overwegende dat in het Groothertogdom Luxemburg geen suikerproducenten bestaan , en dat in de behoeften van dit land voorzien wordt door de Belgische fabrikanten en met name door de R.T . ;

7 . Overwegende dat Italië de Lid-Staat is met het grootste suikertekort ; dat de Italiaanse suikerproduktie al naar campagne 1,1 tot 1,3 miljoen ton beliep , terwijl de consumptie uiteenliep van 1,4 miljoen ton in 1968/1969 tot 1,5 miljoen in 1971/1972 ; dat het Italiaanse suikertekort derhalve tussen 12 % en 25 % van de consumptie gelegen is ;

Overwegende dat de structuur van de Italiaanse suikerindustrie , die in de loop der jaren talrijke wijzigingen heeft ondergaan in de richting van een toenemende concentratie , thans als volgt kan worden gekenschetst :

- de eerste suikergroep , die meer dan een derde van de Italiaanse markt controleert , heeft zich gevormd rond de vennootschap Eridania , die ook zeer actief is op commercieel en financieel terrein ; nadat in deze groep reeds de " Saccarifera sarda " en de " Saccarifera lombarda " waren opgegaan , heeft zij laatstelijk de " Società Fondiaria Agricola Industriale " ( SFAI ) overgenomen en de meerderheid van de aandelen van de vennootschap " SPICA - Lauis " verworven ; voorts bezit zij een deelneming van 15 % in de " Zuccherificio d'Avezzano " ;

- de tweede suikergroep is thans de " Gruppo Padano " , die geleid wordt door de " Société Générale de Sucreries " met zetel te Brussel en die onlangs de vennootschap " Zuccherificio e Raffineria di Pontelongo " heeft overgenomen ; door de recente verwerving van de controle van de " Società Italiana per l'Industria degli Zuccheri " ( de tweede Italiaanse producent na Eridania ) , controleert deze groep ongeveer een derde van de Italiaanse markt en is daarmee vrijwel op hetzelfde niveau gekomen als de Eridania-groep ; de andere vennootschap van de groep is de " Cavarzere-Produzioni Industriali " die in 1967 de " Società Veneta per l'Industria degli Zuccheri " had overgenomen ;

- kort geleden is een concentratie tot stand gekomen rond de AIE ( Agricola Industriale Emiliana ) ; deze vennootschap , die reeds de " SFIR " ( Società-Fondiaria Industriale Romagnola ) controleert , heeft namelijk een deelneming genomen in de " Romana Zucchero " , die op haar beurt verbonden is met de " Zuccherificio del Volano " . Daarom kan thans worden gesteld , dat een nieuwe vrij machtige groep naatst de twee voorafgaande is komen te staan ;

- de rest van de Italiaanse produktie is verdeeld over een twaalftal kleine ondernemingen , die de afzet van hun suiker meestal laten verrichten door de vennootschappen van de drie bovengenoemde grote groepen ;

Overwegende dat er in Italië geen onafhankelijk handelsnet voor suiker bestond ; dat dit produkt in de handel werd gebracht door de grote fabrikanten ; dat slechts onlangs enkele handelsondernemingen aan de verdeling van suiker in Italië hebben deelgenomen ;

8 . Overwegende dat in Nederland de suikerproduktie in zekere mate tekort schiet bij de consumptie ; dat dit tekort gedurende de laatste suikercampagnes tussen 50 000 en 100 000 ton lag ;

Overwegende dat de belangrijkste Nederlandse suikerproducent de " Cooperatieve Vereniging Suiker Unie U.A . " te Rotterdam is ( hierna " S.U . " te noemen ) ; dat deze in 1966 tot stand is gekomen door de fusie van vier cooperatieve vennootschappen ;

Overwegende dat de tweede suikerproducent in Nederland de " Centrale Suiker Maatschappij N.V . " te Amsterdam is ( hierna " C.S.M . " te noemen ) ;

Overwegende dat de Nederlandse suikerproducenten in 1953 een overeenkomst hebben gesloten betreffende de contingentering van de suikerbieten , waarbij de C.S.M . 37,48 % en de thans in de S.U . opgegane cooperatieve vennootschappen 62,52 % van de Nederlandse produktie kregen toegewezen ; dat de twee Nederlandse producenten bovendien zeer nauw samenwerken voor een zeer groot deel van hun activiteiten ( gemeenschappelijke ontvangst van bieten , samenwerking bij het gebruik van de bijprodukten , bundeling van het wetenschappelijk onderzoek , samenwerking op het gebied van marktonderzoek , reclame en verkoopbevordering , eenvormige prijzen af fabriek en verkoopvoorwaarden ) ( 1 ) ;

Overwegende dat , rekening houdend met de suikerinvoer in Nederland , de C.S.M . en de S.U . samen minstens 85 % van de Nederlandse markt in handen hebben ;

Overwegende dat drie importeurs , N.V . Internatio Produkten , Leonard Jacobson en Zonen en Handelsmaatschappij Dudok de Wit en Co ( hierna respectievelijk " Internatio " , " Jacobson " en " Dudok de Wit " te noemen ) suiker op de Nederlandse markt importeren , met name bestemd voor de verwerkende industrie ;

9 . Overwegende dat in Duitsland de suikerbalans over het algemeen in evenwicht is , hoewel regionale uitzonderingen bestaan ; dat de suikerfabrieken sinds 1 juli 1968 zijn georganiseerd in verkoopkantoren ( 2 ) , waarvan de afzetgebieden duidelijk zijn gescheiden ;

Overwegende dat de suikerfabrieken van Sleeswijk-Holstein en een deel van Neder-Saksen gegroepeerd zijn in de Norddeutsche Zucker GmbH und Co . KG , te Uelzen ( hierna " NVZ " te noemen ) ; dat deze fabrieken samen ongeveer 600 000 ton ( ongeveer 27 % van de Duitse produktie ) produceren , hetgeen de behoeften van hun afzetgebied te boven gaat ; dat het overschot aan witte suiker grotendeels naar derde landen wordt uitgevoerd ;

Overwegende dat de suikerfabrieken van Noordrijn-Westfalen en een aantal fabrieken uit Neder-Saksen ( 11 ondernemingen ) georganiseerd zijn in de Westdeutsche Zuckervertriebsgesellschaft mbH und Co . KG , te Keulen ( hierna " WZV " te noemen ) ; dat de produktie van deze fabrieken , ongeveer 750 000 ton ( ongeveer 35 % van de Duitse produktie ) , geringer is dan de behoeften van het afzetgebied van de WZV , waartoe Noordrijn-Westfalen , Rijnland-Pfaltz en een deel van Neder-Saksen en Hessen behoren ( in de overeenkomsten met tussenhandelaren - zonecommissionairs - als " besonderes Interessengebiet " van de WZV aangeduid ) ; dat het tekort van deze zone voornamelijk door leveringen uit het noorden - met name in de vorm van ruwe suiker voor verwerking door de fabrieken van het westelijke deel van Duitsland en ten dele door invoer uit het nabijgelegen Belgische overschotgebied , doch ook uit Frankrijk wordt gedekt ;

Overwegende dat het belangrijkste lid van de WZV de onderneming Pfeifer und Langen is die ongeveer de helft van de produktie van de WZV voor zich neemt ; dat Pfeifer und Langen voor 21 % aan het kapitaal van de WZV deelneemt ;

Overwegende dat de verkoop van suiker onder handelsmerk in huishoudverpakkingen geschiedt via de Nordwestdeutsche Markenzuckervertriebs-GmbH und Co . KG , te Bielefeld Koeln ( hierna " NWZV " te noemen ) , waaraan zowel de leden van de WZV alsook de leden van de NZV deelnemen ;

Overwegende dat het grootste gedeelte van de produktie via de WZV en de NWZV in de handel wordt gebracht ; dat de leden hun produkt * voor het overige individueel verkopen , ten dele via dezelfde tussenpersonen als het verkoopkantoor , ten dele rechtstreeks aan de verwerkende industrie ; dat uitvoer slechts in geringe mate plaatsvindt ;

Overwegende dat de suikerproducenten in Zuid-Duitsland gegroepeerd zijn in de Suedzucker Verkaufsgesellschaft mbH und Co . KG , Oberursel ( hierna " SZV " te noemen ) , waarvan de produktie ongeveer 800 000 ton ( ongeveer 38 % van de Duitse produktie ) beloopt ; dat van de vijf leden de Sueddeutsche Zucker AG , te Mannheim ( hierna " SZ AG " te noemen ) verreweg de belangrijkste onderneming is die ook in vergelijking met de suikerfabrikanten van de andere Lid-Staten een leidende plaats inneemt ; dat deze onderneming 70 % van de suikerproduktie van de leden van de SZV fabriceert , overeenkomende met 29 % van de Duitse suikerproduktie en 8 % van de produktie van de Gemeenschap ; dat zij 25 % van de op één na grootste Zuidduitse suikerproducent , de Zuckerfabrik Franken bezit ; dat de overige 75 % in het bezit zijn van de Sueddeutsche Zuckerrueben-Verwertungsgesellschaft ; dat de SZ AG voor 51,5 % deelneemt in de SZV , waarin voor de besluitvorming volgens het statuut minstens 80 % van de stemmen vereist zijn ;

Overwegende dat de produktie van de SZV-leden grotendeels in de handel wordt gebracht via de SZV , die het afzetbeleid zelfstandig bepaalt ; dat de leden van de SZV daarnaast de door hen gefabriceerde suiker ook individueel in de handel brengen , hetzij voor denaturering , dan wel voor de uitvoer of voor menselijke consumptie in het binnenland ; dat zij zich in het laatstgenoemde geval van dezelfde tussenpersonen bedienen als de SZV ;

Overwegende dat de SZV in haar afzetgebied , dat ten zuiden van de afzetgebieden van de NZV en de WZV ligt , een net van zonevertegenwoordigers heeft die de suiker op hun naam en voor hun rekening verkopen ; dat de SZV zelf niet in - of uitvoert ;

Overwegende dat de suikerconsumptie in dit gebied niet juist kan worden becijferd , omdat de statistieken worden opgesteld voor de afzonderlijke Laender terwijl noch het afzetgebied van de SZV , noch dat van de WZV en de NZV corresponderen met de Laendergrenzen ; dat de consumptie op ongeveer 800 000 ton kan worden geschat ; dat een deel van de produktie ( variërend van 10 000 tot 20 000 ton ) door de SZ AG naar andere Lid-Staten van de Gemeenschap wordt uitgevoerd ; met name naar Italië , en een deel naar derde landen ;

Overwegende dat in Berlijn en in het Saarland een bijzondere toestand bestaat ; dat Berlijn wordt bevoorraad met uit de D.D.R . ingevoerde suiker ; dat Saarland dat noch in het afzetgebied van de WZV noch in dat van de SVZ is begrepen , grotendeels met suiker van Franse herkomst wordt bevoorraad ;

10 . Overwegende dat financiële banden tussen een aantal Europese Suikerfabrikanten bestaan ; dat de R.T . via twee holdingsvennootschappen European Sugar en European Sugar France , verbonden is met Tate and Lyle te Londen , die een aanzienlijk aandeel van de Britse markt bezit ; dat European Sugar France , waarin de R.T . een deelneming van 56,7 % heeft , voor 50,9 % een andere holdingvennootschap , de Compagnie Européenne de l'Industrie Sucrière controleert , waarin ook de vennootschappen Béghin ( 33,4 % ) , Eridania ( 15,1 % ) en SZ AG ( 0,5 % ) zijn vertegenwoordigd ; dat de Compagnie Européenne de l'Industrie Sucrière is opgericht met het doel de meerderheid van de aandelen van de Franse onderneming Say te verwerven , waarvan zij momenteel 50,13 % bezit ; dat ingevolge de fusie van Say met Béghin , die in januari 1973 moet plaatsvinden , deze situatie waarschijnlijk zal worden gewijzigd en dat de vennootschappen R.T . , Eridania , SZ AG en Tate and Lyle te zamen slechts 10 % van de aandelen van Say zullen bezitten ; dat wat haar betreft de R.T . een deelname in de Raffinerie d'Erstein heeft welke een belangrijk suikerraffineur in Oost-Frankrijk is ;

B

11 . Overwegende dat de produktie en de afzet van suiker tot 30 juni 1968 in de verschillende Lid-Staten van de Gemeenschap waren geregeld door nationale marktordeningen ; dat vanaf 1 juli 1968 de produktie en de verhandeling van suiker in de Gemeenschap zijn geregeld door Verordening nr . 1009/67/EEG van de Raad en al haar uitvoeringsverordeningen ;

Overwegende dat het doel van deze ordening met name is de telers van suikerbieten en suikerriet in de Gemeenschap de noodzakelijke waarborgen van werkgelegenheid en levensstandaard te verzekeren en overproduktie of schaarste aan suiker tegen te gaan ; dat het systeem dat werd ingevoerd om deze doelstellingen te verwezenlijken voornamelijk berust op de vaststelling van interventieprijzen en produktiequota ; dat voor elke suikercampagne een interventieprijs met name wordt vastgesteld voor de in de Gemeenschap verkochte witte suiker en dat de interventieorganismen van de Gemeenschap verplicht zijn om tegen die prijs al de hun aangeboden suiker op te kopen ; dat echter , ten einde het risico van overproduktie te vermijden , bepaald is dat deze aankoopverplichting alleen geldt binnen de grenzen van bepaalde quota ; dat hiertoe aan elke suikeronderneming een basisquotum en een maximum quotum is toegewezen ;

Overwegende dat het maximum quotum werd vastgesteld op 135 % van het basisquotum in Duitsland , in Frankrijk en in Italië , en op 116 % in België en Nederland , gezien het speciale systeem dat in deze landen werd gekozen ; dat deze producenten derhalve binnen hun maximumquotum verzekerd zijn van de afzet van hun suikerproduktie tegen de interventieprijs ; dat de producenten indien hun produktie tussen het basisquotum en het maximumquotum ligt over het gedeelte van hun produktie , dat het basisquotum overschrijdt , een produktieheffing dienen te betalen ; dat hun echter , indien hun produktie hoger is dan het maximumquotum , geen afzetgarantie wordt verleend voor de hoeveelheden die het maximumquotum te boven gaan en die op de wereldmarkt moeten worden verkocht zonder dat daarbij aanspraak kan worden gemaakt op uitvoerrestituties ;

Overwegende dat de bescherming van de gemeenschappelijke markt tegen de wereldmarkt , waarop de suiker gewoonlijk tegen een lagere prijs dan in de Gemeenschap wordt aangeboden , wordt verzekerd door vaststelling van een drempelprijs , die ongeveer 16 % boven de interventieprijs ligt ;

Overwegende dat door de communautaire ordening meerdere steunregelingen zijn vastgesteld ten behoeve van de suikerproducenten , ten einde deze in staat te stellen hun overschotten af te zetten ; dat de belangrijkste maatregel de verlening is van een restitutie voor uitvoer naar de wereldmarkt alsmede voor leveringen van suiker aan de chemische industrie ; dat eveneens in het betalen van een premie voor de denaturering van suiker bestemd voor veevoeder kan voorzien worden ;

Overwegende dat , met betrekking tot de opslag , de producenten verplicht zijn een bijdrage te betalen voor elke binnen hun maximumquotum geproduceerde hoeveelheid suiker ; dat de opslagkosten hun vervolgens forfaitair worden vergoed in verhouding tot de duur van deze opslag ;

Overwegende dat op de Italiaanse markt een bijzondere situatie bestaat zowel ten gevolge van de communautaire ordening als van door de nationale autoriteiten getroffen bijzondere bepalingen ; dat voor dit land een geregionaliseerde interventieprijs werd vastgesteld ; dat deze prijs ongeveer 5 % hoger ligt dan de in de andere Lid-Staten van de Gemeenschap geldende interventieprijs ; dat sedert de inwerkingtreding van de communautaire ordening de prijs van de in Italië verkochte suiker wordt belast met een speciale heffing van 23 lire per kg , de zogenaamde " sovraprezzo " ; dat deze heffing zowel geldt voor suiker van Italiaanse produktie als voor ingevoerde suiker ; dat indien de in Italië ingevoerde suiker ten volle deze heffing moet betalen , de prijs van de ingevoerde suiker hoger zou liggen dan de door de Italiaanse autoriteiten toegepaste maximumprijs ; dat dezen te dien einde in het kader van de " Cassa Conguaglio Zucchero " een stelsel van inschrijvingen hebben ingesteld , waarbij een deel van het bedrag van deze heffing onderwerp vormt van de inschrijving ; dat deze inschrijvingen openstaan voor alle - al dan niet Italiaanse - ondernemingen die suiker produceren , verkopen of gebruiken ; dat de aangeboden hoeveelheid ten minste 1 000 ton moet bedragen ; dat bij de laatste inschrijvingen is bepaald dat een hoeveelheid van ten hoogste 25 % van het totaal van de aanbestede hoeveelheden kan worden ingevoerd door ondernemingen , die niet voor vergunning in aanmerking kwamen , doch die daartoe een verzoek hadden ingediend ; dat deze ondernemingen in dat geval een vermindering genieten van de " sovraprezzo " , overeenkomende met het gemiddelde van de bij de inschrijving bereikte verminderingen ; dat dit stelsel van inschrijvingen alleen van toepassing is op invoer van witte suiker , terwijl voor de invoer van ruwe suiker een vaste vermindering van de " sovraprezzo " met ongeveer de helft wordt verleend , zonder dat daarvoor inschrijvingen behoeven te worden gehouden ;

Overwegende dat hoewel de verbruiksprijs van de in Italië geproduceerde ingevoerde suiker niet officieel door de nationale autoriteiten is vastgesteld , deze op basis van de geldende interventieprijs voor Italië het bedrag vaststellen van alle andere bijkomende prijscomponenten , en met name van de toe te passen handelsmarges ;

Overwegende dat de gemeenschappelijke ordening de eigenlijke prijsvorming op de markten van de verschillende Lid-Staten niet bepaalt ; dat de mogelijkheid , binnen de maximumquota elke hoeveelheid suiker aan de interventieorganismen tegen de interventieprijs te verkopen , alleen verhindert dat de verkoopprijzen binnen de Gemeenschap gedurende een lange periode en merkbaar onder de interventieprijs komen te liggen ; dat de onverwachte stijging van de produktie en de toename van de overschotten ten gevolge hadden dat deze verkoopprijzen in het algemeen onder de richtprijs lagen ; dat in de meeste Lid-Staten , en gedurende het merendeel der campagnes , de verkoopprijs veeleer met de interventieprijs overeenkwam ; dat echter in Nederland en in Duitsland deze prijs hoger lag en de richtprijs soms benaderde ;

Overwegende dat elke prijsvergelijking tussen de verschillende Lid-Staten echter noodzakelijkerwijze approximatief is , aangezien het moeilijk te beoordelen is hoe de afzonderlijke ondernemingen de kosten voor de vracht ( effectief of forfaitair ) , de verpakking en het op de markt brengen berekenen , welke betalings - en leveringstermijn zij zijn overeengekomen en of eventuele kwaliteitsverschillen in de prijs tot uiting komen ;

Overwegende dat ook voor de handel tussen de Lid-Staten door de communautaire ordening geen beperkingen worden gesteld ; dat spoedig na de inwerkingtreding van deze communautaire ordening door de handel en de verwerkende industrie werd geklaagd over de ontwikkeling van de intracommunautaire handel ; dat aan de Commissie verschillende gevallen werden gemeld , waarin Belgische en Franse leveranciers , ondenks de aanzienlijke overschotten in hun gebieden , afnemers uit andere Lid-Staten mededeelden niet te kunnen leveren , omdat de beschikbare hoeveelheden voor het binnenland zouden zijn voorbehouden ;

Overwegende dat deze kennelijk kunstmatige vermindering van het aanbod en bepaalde op verschillende nationale markten waargenomen beperkende maatregelen de Commissie aanleiding gaven , onderzoekingen in te stellen op de markten van de Lid-Staten en inlichtingen in te winnen ; dat op grond van de bij dit onderzoek verzamelde gegevens de onderhavige procedure werd ingeleid ; dat in de loop van deze procedure de volgende vaststellingen konden worden gedaan ;

C

12 . Overwegende dat de suikerfabrikanten van de Gemeenschap sinds de inwerkingtreding van de gemeenschappelijke ordening in de sector suiker er naar gestreefd hebben , een algemene regeling over de suikerafzet op de afzonderlijke nationale markten voor menselijke consumptie en over de afzet van de omvangrijke overschotten , met name op markten van derde landen , te treffen ;

Overwegende dat dit met name het doel was van de bijeenkomst op 30 mei 1968 in het kader van de CEFS ( Comité Européen des Fabricants de Sucre ) gehouden te Muenchen , waaraan door vertege woordigers van de belangrijkste suikerfabrikanten en suikerverkooporganisaties van de gemeenschappelijke markt werd deelgenomen en die de verdeling van de beschikbare hoeveelheden op de overschottenmarkt en de markt voor menselijke consumptie tot onderwerp had ;

Overwegende dat na deze bijeenkomst - in juli 1968 - de Franse suikerfabrikanten , die zich gesteld zagen voor het probleem van de afzet der overschotten , dit probleem in het kader van de " Association Syndicale de Défense des Intérêts Economiques , Agricoles et Sucriers " hebben pogen op te lossen ; dat deze vereniging de taak werd opgelegd een gelijkmatige verdeling van de geproduceerde hoeveelheden over beide voornoemde markten te verzekeren en de verdeling van de daaruit voortvloeiende opbrengsten ; dat deze overeenkomst , die conform de voorschriften van Verordening nr . 17 bij de Commissie is aangemeld , alleen in de campagne 1968/1969 werd toegepast ( 6 ) ; dat de Franse fabrikanten in deze campagne suiker voor uitvoer naar derde landen , voor denaturering of voor gebruik in de chemische industrie bestemd , alleen verkochten voor de aangegeven bestemmingen indien de suiker daartoe werkelijk zou worden gebruikt ; dat in enige gevallen in de verkoopcontracten werd bepaald , dat de in eerste instantie voor een van de genoemde bestemmingen geleverde suiker ook op andere markten kon worden afgezet , doch alleen met betaling van een bepaald prijssupplement ;

Overwegende dat de verkooppolitiek van de suikerfabrikanten van de Gemeenschap in de campagne 1969/1970 meer in het algemeen vastgesteld werd ; dat niet alleen van de verhouding tussen bepaalde Lid-Staten , doch algemeen van de samenwerking der suikerfabrikanten , met name in het kader van de leveranties van fabrikant aan fabrikant , werd gesproken ; dat volgens nota's over besprekingen betreffende de verkooppolitiek van de R.T . de vertegenwoordiger van de R.T . dit verkoopbeleid algemenerwijze als volgt heeft gepreciseerd : " pas de mouvement de marchandise de pays à pays , si ce n'est en concertation de producteur à producteur " ( 7 ) ; dat de R.T . zelf zich meermaals beroept op het streven naar rationalisering dat tot steeds nauwere samenwerking met de grote groeperingen van suikerfabrikanten en raffinadeurs zou leiden , en op de verschillende afspraken met bepaalde andere suikerproducenten ;

Overwegende overigens , dat Export in een telex aan de R.T . het verkoopsbeleid omschreef met de termen " Chacun chez soi " en in een andere telex aan Sucre Union mededeelde " ... respecter ainsi la même règle du " chacun chez soi " que celle que les fabricants de sucre europeens ont adoptée dans leur ensemble , du moins les plus grands groupes de fabricants raffineurs ... " ( 8 ) ;

Overwegende dat dit beginsel " chacun chez soi " al naar de kenmerken van elke betrokken markt ( marktstructuur , ligging der fabrieken en rol van de handel ) en naar gelang van de situaties die zich in de verschillende suikercampagnes hebben voorgedaan ( stand van de opslag , belangrijkheid van de oogsten ) op verschillende wijze is toegepast ;

Overwegende dat de suikerfabrikanten voor de tenuitvoerlegging van het hierboven beschreven beginsel gelijkaardige methoden gebruiken , met name :

- de rechtstreekse of indirecte verkoop van suiker aan in een andere verkoopzone gevestigde concurrenten ;

- de verkoop van suiker met toestemming van concurrenten uit die andere zone ,

- de verkoop van suiker in een andere zone tegen een verhoogde prijs ; berekend aan de hand van de door de concurrenten toegepaste prijs ;

- de handelaren de verplichting op te leggen dit beleid te volgen ;

dat deze verschillende methoden afzonderlijk of tegelijkertijd naar gelang de economische situatie van de verschillende markten zijn gebruikt ;

Overwegende dat er derhalve aanleiding is om de gedragingen van de betrokken ondernemingen op de verschillende markten en in de diverse campagnes in detail te onderzoeken ;

13 . Overwegende dat meer bepaald wat Italië betreft , dit land voor de voorziening in zijn behoeften aan suiker steeds afhankelijk is geweest van invoer uit andere landen ; dat de Italiaanse invoer gedurende de campagne 1968/1969 echter betrekkelijk gering is geweest , met name ten gevolge van het feit dat de nationale produktie in de voorafgaande campagne buitengewoon gunstig was geweest , en belangrijke voorraden beschikbaar waren , zodat de invoerbehoeften werden verminderd ; dat bepaalde Italiaanse verwerkende industrieën hun bevoorradingspositie niettemin niet als volledig bevredigend beschouwden , en klaagden over het ontbreken van interessante offertes van leveranciers uit andere Lid-Staten ; dat deze , en met name de Franse en Belgische producenten , over aanzienlijke hoeveelheden suiker beschikten , die zij overigens ten dele voor denaturering of voor uitvoer naar derde landen verkochten ;

Overwegende dat reeds uit bepaalde dokumenten betreffende de campagne 1968/1969 blijkt , dat de Franse en Belgische producenten hun verkoop naar Italië hadden onderverdeeld , met uniformisering van hun verkoopvoorwaarden en met de garantie aan hun Italiaanse kopers dat zij niet elders op de Italiaanse markt zouden verkopen , tenzij tegen een hogere prijs ;

Overwegende dat in het begin van de campagne 1969/1970 , bij het sluiten van nieuwe verkoopcontracten voor zeer aanzienlijke hoeveelheden tussen de Franse en Belgische leveranciers enerzijds en de vennootschap Eridania namens de Italiaanse kopers anderzijds , in een op 29 juli 1969 te Parijs gehouden vergadering is gesproken over de middelen om het aanbod van " outsiders " op de Italiaanse markt tegen lagere prijzen te beletten , dat de vertegenwoordigers van de betrokken ondernemingen , ten einde de vraagstukken in verband met suikerleveranties op de Italiaanse markt algemeen te regelen , op 11 september 1969 te Genua zijn bijeengekomen ; dat op deze vergadering de grondslagen voor de leveranties van ingevoerde suiker bestemd voor Italië , zijn vastgesteld , zoals blijkt uit de daarop gevoerde handelscorrespondentie tussen de ondernemingen , die suiker in - of uitvoerden op de Italiaanse markt ;

Overwegende dat uit deze correspondentie het bestaan met name blijkt van twee groepen die de suikerleveranties op de Italiaanse markt moesten centraliseren , namelijk de groep van Franse , Belgische en in de campagnes 1969/1970 , eveneens Duitse raffinadeurs en suikerfabrikanten ( hierna " leveranciersgroep " te noemen ) en de groep van Italiaanse kopers ( hierna " importeursgroep " te noemen ) ; dat de leveranciersgroep met name de Franse ondernemingen Béghin , Say , Générale Sucrière , Lebaudy-SUC en soms ook Sucre-Union omvat , alsmede de Belgische onderneming R.T . , de Duitse onderneming SZ AG ( uitsluitend in de campagne 1969/1970 ) en de Franse vennootschap Sucres et Denrées , die zich voornamelijk bezighoudt met de groothandel in suiker en die belast was met het centraliseren van het aanbod van de gehele groep en het organiseren van de leveringen met uitzondering van die van SZ AG ; dat de importeursgroep oorspronkelijk de op de vergadering van 11 september 1969 te Genua aanwezige Italiaanse suikerproducenten omvatte , en meer in het bijzonder de vennootschappen Eridania , belast met de coordinatie van de groep , Italiana per l'Industria degli Zuccheri , Romana Zucchero en Zuccherificio del Volano , Zuccherificio e Raffineria di Pontelongo en Cavarzere-Produzioni industriali , Agricola Industriale Emiliana ( AIE ) , Zuccherificio di Sermide , SADAM , Società Fondiaria Agricola Industriale ( SFAI ) , en SPICA-Lauis ; dat de vennootschap Eridania sindsdien de SFAI en de SPICA-Lauis heeft overgenomen ; dat de Zuccherificio e Raffineria di Pontelongo is overgegaan in de Société Générale de Sucreries en dat deze en de Cavarzere-Produzioni Industriali de controle van de Italiana per l'Industria degli Zuccheri hebben verworven ; dat AIE harerzijds de controle heeft verworven van de Romana Zucchero en de Zuccherificio del Volano ;

Overwegende dat de door de importeursgroep ingevoerde suiker vervolgens is geleverd aan de Italiaanse gebruikers en verwerkende industrieën tegen dezelfde prijzen en onder dezelfde verkoopvoorwaarden als de suiker van nationale produktie , zoals blijkt uit de door de Italiaanse producenten aan hun klanten toegezonden verkoopbevestigingen ; dat volgens de beschikbare statistieken de importeursgroep in de praktijk ongeveer 75 % van het totale bedrag van de bij inschrijving toegewezen invoer voor zijn rekening genomen heeft en dat de hoeveelheden suiker die Eridania of andere leden van de groep , bij inschrijving waren toegewezen , volledig door de leveranciersgroep zijn geleverd ; dat gedurende de campagne 1969/1970 , 15 % van de door de leveranciers te leveren hoeveelheden , aan de SZ AG waren voorbehouden , die deze suiker , echter zonder tussenkomst van Sucres et Denrées , ook geleverd heeft ; dat buiten deze samenwerking met de Franse en Belgische fabrikanten , de SZ AG nadien met de Italiaanse fabrikanten overleg heeft gepleegd om het grootste deel van zijn uitvoer naar Italië rechtstreeks aan de Italiaanse fabrikanten te leveren , opdat deze de ingevoerde suiker aan dezelfde prijs en verkoopvoorwaarden als de suiker van hun eigen produktie zouden verkopen ;

Overwegende bovendien dat de leveranciersgroep zich verplicht heeft niet aan eventuele andere kopers van suiker te verkopen , met name aan de verwerkende industrie , tenzij tegen verhoogde prijzen ( opslag van 1,25 FF per 100 kg in de campagne 1968/1969 , van 1,65 FF in 1969/1970 en van 1,75 FF in 1970/1971 ) ; dat dientengevolge de leveringen in Italië anders dan door de leveranciersgroep beperkt blijven tot door " outsiders " aangeboden kleine hoeveelheden ; dat op een te Genua op 22 september 1970 met de leden van beide groepen gehouden vergadering de respectievelijke , reeds genomen en toegepaste verplichtingen nogmaals zijn bevestigd ten einde bepaalde moeilijkheden te overkomen die zich van tijd tot tijd tussen leveranciers en importeurs hadden voorgedaan ; dat eveneens gedurende de campagnes 1970/1971 en 1971/1972 in het grootste gedeelte van de Italiaanse invoerbehoeften werd voorzien door rechtstreekse leveringen van de buitenlandse fabrikanten aan de Italiaanse fabrikanten ;

14 . Overwegende dat meer bepaald wat Nederland betreft de Nederlandse producenten sinds de campagne 1968/1969 in toenemende hoeveelheden witte suiker hebben gekocht bij hun met name in België en Duitsland gevestigde concurrenten ; dat het aankoopvolume in elk van de drie eerste suikercampagnes beliep :

* S.U . * C.S.M . *

1968/1969 * 251 t * 5 150 t *

1969/1970 * 72 t * 5 660 t *

1970/1971 * 24 600 t * 10 353 t *

dat de concurrenten die hun deze suiker hebben geleverd de R.T . en Pfeifer en Langen zijn ; dat deze aankopen gedurende de campagne 1971/1972 nog zijn gestegen en dat S.U . bij voorbeeld gedurende deze campagne 10 400 ton witte suiker alleen al bij Pfeifer en Langen heeft gekocht ; dat geen van deze leveranties betrekking had op ruwe suiker ; dat deze witte suiker , met uitzondering van de leveranties aan de S.U . gedurende de campagne 1968/1969 betreffende suiker bestemd voor denaturering , in Nederland in de handel is gebracht via het handelsnet van de Nederlandse producenten , aan dezelfde voorwaarden en tegen dezelfde prijzen als de suiker van de nationale produktie ; dat deze suiker voor een groot deel eveneens is verkocht in verpakkingen en onder het handelsmerk van de Nederlandse producenten ; dat de R.T . en Pfeifer en Langen geen andere leveranties op de Nederlandse markt hebben gedaan ;

Overwegende dat de R.T . en de Nederlandse producenten , S.U . en C.S.M . , na de inwerkingtreding van de communautaire ordening geweigerd hebben suiker te leveren aan in het land van hun concurrenten gevestigde klanten ; dat deze producenten voor deze weigering dezelfde reden hebben aangevoerd , nl . dat de beschikbare hoeveelheden moesten worden gereserveerd voor de nationale markt en geen enkele mogelijkheid tot uitvoer openlieten , en zulks ondanks het bestaan van aanzienlijke overschotten , met name in België ;

Overwegende dat de R.T . gedurende de campagnes 1968/1969 en 1969/1970 slechts enige honderden tonnen suiker naar Nederland heeft uitgevoerd onder de voorwaarde , dat deze suiker alleen bestemd zou zijn voor denaturering ; dat de R.T . gedurende deze campagnes de Belgische exporteurs meermaals eraan heeft herinnerd dat zij niet wenste dat suiker vrij naar Nederland zou worden uitgevoerd ; dat deze uitvoer alleen zou mogen geschieden door tussenkomst en op verzoek van de Nederlandse producenten C.S.M . en S.U . , ten einde hun de controle van de Nederlandse markt voor te behouden ;

Overwegende dat , nadat tijdens deze eerste twee campagnes een vrij hevige concurrentiedruk was uitgeoefend op de Nederlandse markt door voornamelijk uit Frankrijk en ten dele eveneens uit België ingevoerde suiker - hetzij afkomstig van kleine onafhankelijke suikerfabrieken , hetzij via onafhankelijke Duitse handelaren - , de R . T . en de Nederlandse producenten besloten de Belgische en Nederlandse handelaren bij hun overeenkomst te betrekken ; dat de R.T . te dien einde vanaf de campagne 1970/1971 , en met uitzondering van haar rechtstreekse leveranties aan de Nederlandse producenten , het alleenverkoopsrecht voor Nederland heeft gegeven aan de vennootschappen Export en Hottlet , op voorwaarde dat deze ondernemingen alleen zouden leveren aan kopers of gebruikers , waarvoor de Nederlandse suikerproducenten C.S.M . en S.U . hun instemming hebben verleend ; dat deze gedraging door de producenten werd gemotiveerd met het streven , de structuur van de Nederlandse markt niet te verstoren ; dat de R.T . de verlening van deze alleenverkooprechten aan de Belgische handelaren eveneens afhankelijk heeft gesteld van de voorwaarde dat zij naar Nederland geen suiker zouden uitvoeren , afkomstig van niet tot de R.T.-groep behorende Belgische producenten ;

Overwegende dat de Nederlandse producenten in feite alleen hun instemming hebben verleend voor leveranties van Belgische suiker aan Nederland op voorwaarde dat deze bestemd zou zijn voor de melkindustrie ; dat hiertoe de Nederlandse handelaren die de melkindustrie gewoonlijk bevoorraadden , in hun offertes tot aankoop van Belgische suiker hebben vermeld dat de suiker bestemd was voor klanten , waarvoor de Nederlandse producenten toestemming hadden verleend en dat in de verkoopcontracten de clausule dat de suiker bestemd was voor de melkindustrie is opgenomen ;

Overwegende dat de Nederlandse melkindustrie vrij aanzienlijke hoeveelheden suiker verwerkt , die ongeveer 50 000 tot 70 000 ton per campagne belopen ; dat deze suiker gebruikt wordt bij de fabricage van melk in blik , die voornamelijk bestemd is voor uitvoer buiten Nederland ;

Overwegende dat zeer geringe hoeveelheden Belgische suiker gedurende de campagne 1970/1971 eveneens aan de Nederlandse chemische industrie zijn geleverd ; dat de voor de melkindustrie gebruikte verkoopwijze eveneens voor de verkoop aan de chemische industrie is gebruikt ;

Overwegende dat deze handelwijze gedurende de campagne 1971/1972 is voortgezet ; dat de verkoop aan de melkindustrie zelfs aanzienlijk is toegenomen ; dat de R.T . verklaard heeft van de 70 000 t suiker die zij gedurende deze campagne in Nederland heeft verkocht het grootste deel aan de melkindustrie te hebben geleverd ;

Overwegende dat de twee Nederlandse suikerfabrikanten S.U . en C.S.M . de gehele Nederlandse suikerproduktie voor hun rekening nemen ; dat de invoer van suiker in Nederland ongeveer 10 tot 15 % van de nationale produktie bedraagt ; dat deze producenten bovendien de suikerinvoer vrijwel volledig hebben gecontroleerd , met uitzondering van een deel van de suikerleveranties , voornamelijk van Franse oorsprong , gedurende de campagne 1968/1969 ;

Overwegende dat de Nederlandse handelaren gedurende de campagne 1968/1969 in Frankrijk aanzienlijke hoeveelheden suiker hebben gekocht ; dat de leveringen van deze suiker , ongeveer 90 000 t , over meerdere campagnes zijn gespreid ; dat het grootste deel van deze suiker geleverd is door Sucre-Union ( ongeveer 70 000 ton ) en in mindere mate door de vennootschap Lafosse-Baudesson , die suiker voor rekening van Lebaudy-S.U.C . verkocht ;

Overwegende dat naar aanleiding van deze invoer de Nederlandse producenten en handelaren overeengekomen zijn dat de laatstgenoemden de ingevoerde suiker zouden verkopen tegen een prijs die niet te concurrerend zou zijn met die van de Nederlandse producenten , dat de het laatst ingevoerde hoeveelheden zouden worden verpakt in zakken van 50 kg en in pakken van 1 kg allen met het merk van de S.U . en dat de aldus verpakte suiker vervolgens zou worden doorverkocht aan de producenten opdat zij deze zelf in de handel zouden kunnen brengen ; dat aldus in de loop van de campagnes 1969/1970 en 1970/1971 meer dan 14 000 ton suiker van Franse herkomst door de Nederlandse producenten is opgekocht ; dat de aankoopprijs van de Nederlandse producenten iets lager was dan de prijzen , waartegen zij deze suiker vervolgens weer hebben verkocht ; dat deze suiker doorverkocht werd tegen dezelfde prijs als de voor de suiker van Nederlandse produktie toegepaste verkoopprijzen ;

Overwegende dat de Nederlandse handelaren de bepalingen van deze overeenkomst hebben moeten accepteren wegens de dreiging door de Nederlandse producenten , en met name door de S.U . , dat zij hun traditionele invoeren van suiker bestemd voor veredeling door de melkindustrie zouden onmogelijk maken door de behoeften van deze industrie zelf op wereldmarktcondities te leveren ;

Overwegende dat de Nederlandse producenten met ingang van de volgende suikercampagne ( 1970/1971 ) de Nederlandse handelaren hebben betrokken bij de overeenkomst die zij met de R.T . hadden gesloten ; dat de Belgische suikerleveranties sindsdien plaatsvinden door tussenkomst van Belgische en Nederlandse handelaren in overeenstemming met de Nederlandse producenten C.S.M . en S.U . ; dat deze handelwijze gedurende de campagne 1971/1972 is voortgezet ;

15 . Overwegende dat ten aanzien van de uitvoer van suiker naar het westelijke deel van Duitsland en de verkoop van de in dit gebied ingevoerde suiker kan worden vastgesteld dat Pfeifer und Langen sinds 1968/1969 in toenemende omvang suiker van zijn Belgische en Franse concurrenten heeft betrokken :

* witte suiker * ruwe suiker *

1968/1969 * 1 000 t * - *

1969/1970 * 881 t * 8 361 t *

1970/1971 * 22 900 t * 24 853 t *

dat de overeenkomsten over de leveranties van deze ruwe suiker alleen met de R.T . afgesloten zijn ;

Overwegende dat deze tendens , suiker van buitenlandse concurrenten te betrekken , zich in de campagne 1971/1972 heeft voortgezet , in aanmerking genomen dat de eigen produktie van Duitsland groter en de extra behoefte derhalve geringer was dan in de voorgaande campagnes ; dat Pfeifer und Langen minder witte suiker heeft ingevoerd ( 3 574 t ) , doch verder aanzienlijke hoeveelheden ruwe suiker ( 23 419 t ) van de R.T . heeft betrokken ; dat Pfeifer und Langen nog aanzienlijker hoeveelheden ruwe suiker betrekt van niet bij de WZV aangesloten fabrieken in het noorden van Duitsland , namelijk ongeveer 125 000 t per campagne ; dat Pfeifer und Langen anderzijds in de campagne 1971/1972 niet onaanzienlijke hoeveelheden aan concurrenten in andere Lid-Staten heeft verkocht , namelijk 10 400 t aan S.U . ( in de campagne 1970/1971 : 4 600 t ) ;

Overwegende dat de van buitenlandse concurrenten betrokken suiker , eventueel na verwerking , door Pfeifer und Langen respectievelijk de WZV tegen dezelfde prijzen en onder dezelfde voorwaarden en merken werd verkocht als de binnenlandse suiker ; dat , wanneer Pfeifer und Langen aan concurrenten verkocht , de suiker op de Nederlandse markt op dezelfde wijze als de binnenlandse suiker werd doorverkocht ;

Overwegende dat behalve deze leveranties van fabrikant aan fabrikant , uit de aanwezige statistische gegevens ook andere invoeren naar het westelijk deel van Duitsland blijken te bestaan ; dat deze invoeren in 1968/1969 en 1969/1970 gering waren ; dat zij in 1970/1971 en 1971/1972 iets groter waren , doch bijlange na niet de omvang bereikten van de invoer van Pfeifer und Langen ; dat de invoer in verhouding tot de totale afzet van suiker voor menselijke consumptie in dit gebied minder dan 3 % vertegenwoordigt ( bij de invoer zijn zowel witte als ruwe suiker in aanmerking genomen , omdat het - na verwerking van de ruwe suiker door de binnenlandse industrie - hier dezelfde markt betreft ) ; dat de verder in de statistieken vermelde leveranties uit het noorden in eerste instantie verkopen zijn van door leden van de WZV in Neder-Saksen geproduceerde suiker en verkopen via het gemeenschappelijke verkoopkantoor NWZV alsmede verkopen van ruwe suiker aan Pfeifer und Langen ;

Overwegende dat met betrekking tot de andere leveranties van buitenlandse aanbieders in het afzetgebied van WZV uit het onderzoek is gebleken dat voor zover suiker ter denaturering of ter uitvoer naar derde landen werd geïmporteerd , voor de ingeschakelde handelaren de verplichting placht te bestaan , de voor die bestemming geleverde suiker niet voor menselijke consumptie in de Gemeenschap door te verkopen , zoals blijkt uit talrijke voorbeelden van leveranties van Franse en Belgische fabrikanten uit 1968/1969 doch ook , wat de Belgische fabrikanten betreft , uit 1970/1971 en 1971/1972 ; dat dit met name te verklaren viel door het feit , dat suiker voor denaturering of voor uitvoer naar derde landen in beginsel tegen de interventieprijs en daardoor goedkoper werd verkocht dan suiker voor menselijke consumptie in de Gemeenschap ; dat op de inachtname van deze verplichting derhalve ook striet werd gelet ;

Overwegende dat vrije wederverkoop alleen werd toegestaan op aanvraag en met een prijsverhoging ; dat toen na het vervallen van de denatureringspremie in 1969 suiker , die oorspronkelijk voor denaturering bestemd was , in Duitsland tegen lagere prijzen dan binnenlands gebruikelijk werd doorverkocht , de leverancier R.T . naar aanleiding van de protesten van de Duitse suikerfabrikanten haar uitvoerhandelaar Export op 24 juli 1969 opdracht gaf , deze operaties te staken en nieuwe transacties van deze aard in de toekomst noch met Duitsland , noch met Nederland af te sluiten ; dat van enige handelaren , die denatureringssuiker zonder toestemming tegen lagere prijzen hadden doorverkocht , schadevergoeding werd verlangd ; dat wederverkoop van ter denaturering geleverde suiker op de markt van de voor menselijke consumptie in de Gemeenschap bestemde suiker sindsdien niet meer is vastgesteld ;

Overwegende dat in de campagne 1968/1969 gevallen zijn vastgesteld waarbij levering werd geweigerd , indien buitenlandse suiker voor menselijke consumptie naar Duitsland zou worden doorgeleverd ; dat een Saarlandse handelaar , die Franse suiker had betrokken , de niet-levering van een Duitse koper motiveerde met het argument , dat de Duitse suikerindustrie er bij haar Franse leveranciers op had aangedrongen , terughouding aan de dag te leggen ten aanzien van de Duitse markt ;

Overwegende dat in 1969/1970 verkopen van Belgische suiker door suikerhandelaren plaatsvonden waarbij voor het geval van wederverkoop voor menselijke consumptie in Duitsland werd bepaald dat de toestemming van de firma Pfeifer und Langen moest worden verkregen of dat een prijsverhoging van 10 Bfr . moest worden berekend ;

Overwegende dat de invoervraag begin 1970/1971 toenam , daar zich in Duitsland een verkrapping van de suikermarkt aftekende , terwijl in België daarentegen nog steeds een overschotsituatie bestond , aangezien na het vervallen van de vaste denatureringspremie en bij lagere uitvoerrestituties de afzet in de Gemeenschap lonender bleek ; dat inderdaad aanzienlijk grotere hoeveelheden dan in vorige jaren werden ingevoerd , doch voor drie vierde via leveranties van fabrikant aan fabrikant ; dat aanvragen van Duitse importeurs bij de Belgische uitvoerhandelaar Export na raadpleging van de R.T . in een aantal gevallen werden afgewezen , waarbij , zoals blijkt uit de briefwisseling tussen de betrokken fabrikanten en handelaren , ofwel werd medegedeeld dat R.T . voor het ogenblik voor een dergelijke bestemming niet in de markt was of na nauw contact tussen R.T . en Pfeifer und Langen een prijs werd verlangd , die niet interessant genoeg leek ; dat de berekening van deze prijs werd aangepast aan de door Pfeifer und Langen medegedeelde binnenlandse prijs ; dat als uitgangspunt de voor de afnemers in Aken toegepaste binnenlandse prijs af-fabriek werd gekozen ( die 1 tot 2 % boven de prijs in andere delen van het afzetgebied van de WZV lag ) ; dat vracht - en vrijmakingskosten voor de Belgische suiker en de handelsmarges hiervan werden afgetrokken , alsmede een bedrag , dat de Duitse afnemers als " gering prijsvoordeel " ( 0,5 % ) tegenover de binnenlandse aanbiedingen werd toegestaan ; dat het doel hiervan was , de Duitse binnenlandse markt in het kader van de klantenkring van Pfeifer und Langen niet te verstoren ; dat R.T . van haar uitvoerhandelaar Export verlangde , dat deze prijs ook bij eventuele uitvoer van suiker van andere Belgische herkomst zou worden toegepast ;

Overwegende dat het de WZV en Pfeifer und Langen in oktober 1970 gelukte , een verhoging van de binnenlandse prijzen met 1,50 DM 100 kg ( krap 2 % ) door te voeren , waarop in december 1970 een verdere prijsverhoging met 2 DM volgde ; dat de oorspronkelijk geïnteresseerde Duitse handelaren in november 1970 Export mededeelden , dat zij intussen voor hun gehele behoeften jaarcontracten met de binnenlandse industrie hadden gesloten ;

Overwegende dat Duitse handelaren , die suiker van de WZV of Pfeifer en Langen betrekken , de verplichting wordt opgelegd suiker van andere herkomst alleen met toestemming van deze ondernemingen te verkopen ;

Overwegende dat het afzetgebied van de WZV is ingedeeld in verschillende verkoopzones ; dat de WZV naar bepaalde zones alleen verkoopt via haar vier zonecommissionairs ; dat in de met deze firma's gesloten commissionairs-contracten , o.a . wordt bepaald , dat deze commissionairs in hun verkoopzones in eigen naam en voor rekening van de WZV op de door deze bepaalde leverings - en betalingscondities alleen aan groothandelaren , de verwerkende industrie en daarmee gelijkgestelde ondernemingen verkopen ;

Overwegende dat de commissionair een basiscommissie ontvangt , alsmede een delcredere-commissie en een " Gebietskommissionsverguetung " t.w . een speciale commissie voor alle leveranties die in gemeenschappelijk overleg in zijn zone , maar zonder zijn tussenkomst , plaatsvinden ; dat de commissionair , indien de verkoopprijs af-fabriek met een bepaald bedrag hoger ligt dan de interventieprijs voor categorie II , recht heeft op een van dit bedrag afhankelijke extra-commissie , die bepaald wordt naar gelang de hoogte van dit bedrag in elk afzonderlijk geval ; dat het de commissionair verboden is de klant , in welke vorm dan ook , in zijn commissie te doen delen ;

Overwegende dat de WZV zich in het aan het afzetgebied van de NZV grenzende gebied het recht van voorrangsverkoop ( " first hand " ) heeft voorbehouden ; dat de commissionair de WZV op de hoogte moet stellen van alle transacties waarover wordt onderhandeld en afwachten of zij al dan niet van het voorrangsverkooprecht gebruikt maakt ; dat de commissionair zich verbindt - tevens voor alle ondernemingen die van hem afhangen - om in de zone van bijzonder belang geen suiker te verkopen voor rekening of door tussenkomst van andere binnen - of buitenlandse fabrikanten of handelaren - zelfs niet in eigen naam en voor eigen rekening - behoudens uitdrukkelijke toestemming van de WZV ; dat voor het geval van verkoop van suiker van andere herkomst zonder toestemming of van verkoop langs andere dan de overeengekomen afzetwegen contractuele strafbepalingen bestaan ;

Overwegende dat Pfeifer und Langen met de tussenpersonen van de WZV handelsvertegenwoordigingsovereenkomsten heeft gesloten , die o.a . het verbod inhouden om als handelsvertegenwoordiger of zelfstandig handelaar suiker van andere herkomst zonder toestemming van Pfeifer und Langen te verkopen ;

Overwegende dat andere handelaren door WZV en Pfeifer en Langen alleen rechtstreeks worden bevoorraad , indien zij een van de bovenbeschreven overeenkomsten hebben ondertekend of zich akkoord hebben verklaard met de beginselen daarvan ; dat dit geldt voor enige handelaren die reeds voor 1968/1969 belangrijke klanten in Noordrijn-Westfalen hebben bevoorraad ; dat handelaren die zich niet met de contractbeginselen van de WZV akkoord verklaren , worden verwezen naar de desbetreffende zonecommissionairs ;

Overwegende dat , naar door de Commissie werd vastgesteld , de WZV de inachtname van het mededingingsverbod heeft gecontroleerd , door zich door de door haar bevoorrade handelaren over de eventuele verkoop van suiker van andere herkomst op de hoogte te doen houden ; dat de tussenpersonen die voor rekening van de WZV en Pfeifer und Langen verkopen , de mogelijkheid hebben suiker voor denaturering bestemd en voor de verkoop op de markt van derde landen te verhandelen ; dat deze aktiviteit een essentieel deel van hun omzet uitmaakt ;

16 . Overwegende dat meer bepaald ten aanzien van de uitvoer van suiker in het zuidelijk deel van Duitsland en de verkoop van in dit gebied ingevoerde suiker kan worden vastgesteld dat de SZ AG en Franken sinds de campagne 1970/1971 in toenemende mate suiker van hun concurrenten in Frankrijk hebben betrokken , met name de volgende hoeveelheden :

SZ AG

* witte suiker * ruwe suiker *

1970/1971 * 286 t * 11 200 t *

1971/1972 * 4 500 t * 13 900 t *

Franken

* witte suiker * ruwe suiker *

1970/1971 * - * - *

1971/1972 * 4 000 t * 9 200 t *

dat de ruwe suiker van Béghin wordt betrokken en de witte suiker van Béghin en Sucre Union ; dat suiker - eventueel na verwerking - tegen dezelfde prijzen en voorwaarden en onder dezelfde handelsmerken wordt verkocht als de Duitse suiker ; dat de SZ AG wat haar betreft het grootste deel van de hoeveelheden suiker die zij heeft uitgevoerd ( gemiddeld 75 % ) rechtstreeks aan haar concurrenten heeft verkocht , nl . de Italiaanse fabrikanten ( in de laatste vier campagnes respectievelijk 1 500 , 17 100 , 8 400 en 17 000 t ) ;

Overwegende dat naast deze leveranties van fabrikant aan fabrikant uit de beschikbare statistische gegevens andere leveranties , voornamelijk uit Frankrijk , naar het afzetgebied van de SZV blijken te bestaan , dat deze invoer in 1968/1969 en 1969/1970 zeer gering was en ongeveer 1 % van de totale afzet in dit gebied vertegenwoordigde ( hierbij is geen rekening gehouden met de voor het Saarland bestemde leveranties van Franse fabrikanten ) ; dat dit percentage in 1970/1971 en 1971/1972 niet aanmerkelijk groter was ; dat qua hoeveelheid deze invoer steeds meer ten achter raakt bij de door de Zuidduitse fabrikanten zelf verrichte invoer ;

Overwegende dat uit de statistieken verder leveranties uit andere delen van Duitsland naar het afzetgebied van SZV blijken te bestaan ; dat in aanmerking dient te worden genomen , dat aan de hand van de naar de Laender ingedeelde statistieken geen geheel nauwkeurig beeld kan worden verkregen ; dat het echter vaststaat , dat een groot deel van de leveranties uit Noordrijn-Westfalen naar Rijnland-Paltz plaatsvond in de gebieden , die nog tot het afzetgebied van WZV behoren , zoals anderzijds de leveringen naar Hessen voor een aanzienlijk deel aan de verkopen van suiker van het SZV-lid Friedberg in het tot het SZV-afzetgebied behorende deel van Hessen kunnen worden toegeschreven ; dat onder al deze omstandigheden het aandeel van de afzet van de SZV en haar leden in het van de WZV en de NZV duidelijk afgebakende Zuidduitse afzetgebied minstens op 90-95 % kan worden geschat ; dat de verkoop van de produktie van de SZV-leden met uitzondering van de voor denaturering en uitvoer bestemde hoeveelheden voornamelijk geschiedt via de SZV , die de prijzen en het verkoopbeleid zelfstandig bepaalt ;

Overwegende dat ten aanzien van de verhandeling van suiker in het afzetgebied van de SZV , het onderzoek van de Commissie heeft laten blijken dat :

- de SZV voor de verkoop van suiker in haar afzetgebied 17 zonevertegenwoordigers gebruikt , met wie zij " handelsagentovereenkomsten " genaamde kontrakten heeft afgesloten , die deze vertegenwoordigers de verplichting opleggen transacties alleen in naam en voor rekening van de SZV af te sluiten , de opdrachten van de SZV op te volgen , de klanten regelmatig te bezoeken ( waarbij zij door de SZV zullen worden gesteund ) , erop te letten dat de verkopen naar behoren worden afgewikkeld , de liquiditeit van de klanten zorgvuldig te controleren , op de door hen in hun zones opgerichte en onderhouden opslagplaatsen zonder extra vergoeding toe te zien en een verdere vertegenwoordiging van een fabrikant of van een handelaar in suiker of van diens concurrerende produkten of de zelfstandige handel in suiker alleen met voorafgaande goedkeuring van de SZV aan te nemen ( in het tegengestelde geval wordt de overeenkomst onmiddellijk opgezegd ) ;

- de leden van de SZV suiker van hun eigen produktie kunnen verhandelen via dezelfde zonevertegenwoordigers aangezien in deze gevallen de voorafgaande toestemming van de SZV als verkregen dient te worden beschouwd ;

- dat de fabrikanten die geen lid van de SZV zijn hun suiker via deze zonevertegenwoordigers slechts kunnen verhandelen , nadat zij de voorafgaande toestemming van de SZV hebben verkregen ;

Overwegende dat de verdelingsondernemingen van het zuidelijk deel van Duitsland tussenpersonen zijn , die naast suiker ook als zelfstandig handelaar andere produkten verkopen ; dat zij in de suikersector in zekere mate - daar de suiker van de SZV-leden niet uitsluitend via de SZV wordt verkocht - ook rechtstreeks voor een of meer SZV-leden optreden ;

Overwegende dat zij , voor zover zij suiker van andere herkomst voor veredeling of speciale suikersoorten voor andere ondernemingen wilden verkopen , daarvoor toestemming hebben verkregen , en wel in het geval zij voor meerdere SZV-leden werkzaam zijn na voorafgaande overeenstemming tussen de verschillende lastgevers ; dat dit zowel voor suiker van buitenlandse herkomst geldt alsook voor suiker , die in andere delen van Duitsland is geproduceerd ;

Overwegende dat de SZV af en toe ook via zelfstandige handelaren verkoopt ; dat zij in andere delen van Duitsland niet vertegenwoordigd is ; dat zij zelf niet in - en uitvoert ; dat invoer - en uitvoertransacties evenals leveringen voor denaturering rechtstreeks door de leden van de SZV worden verricht ;

Overwegende dat de SZV-leden , met name Franken , zich voor hun eigen verkopen voor menselijke consumptie binnen de Gemeenschap in de regel van dezelfde tussenpersonen bedienen als de SZV ; dat de door hen gesloten overeenkomsten in hoofdzaak dezelfde inhoud hebben als de bovenbeschreven handelsvertegenwoordigingsovereenkomsten van de SZV ;

Overwegende dat sinds het bestaan van de SZV door haar leden en meer bepaald door de SZV zelf een stelsel van jaarlijkse hoeveelheids - of getrouwheidskortingen wordt toegepast ; dat op een reeks rekeningen en verkoopcontracten van de SZV wordt vermeld : " Bei ausschliesslicher Deckung Ihres Jahresbedarfs bei unseren Gesellschafterfabriken vergueten wir auf den Kontraktpreis am Ende des Zuckerwirtschaftsjahres ( 30 . Juni ) einen Jahresmengenrabatt in Hohe von DM 0,30 je 100 kg " ( 9 ) ; dat bij een deel van de klanten , vooral in het westen van het afzetgebied van de SZV , deze jaarlijkse hoeveelheidskorting van 0,30 DM/100 kg rechtstreeks van de rekening wordt afgetrokken ;

Overwegende dat de korting naar verklaring van de betrokkenen ook verleend wordt , indien de afnemer een zekere hoeveelheid suiker elders koopt ; dat naar vaststelling van de Commissie echter althans in enige gevallen de klantenkorting is ingetrokken of de intrekking daarvan is aangekondigd , indien de desbetreffende afnemer verder suiker zou invoeren , hetgeen ertoe heeft geleid dat deze afnemers deze invoer staakten ;

17 . Overwegende dat , meer bepaald wat de houding van de R.T . ten aanzien van de Belgische handelaren Export en Hottlet , die traditioneel de Belgische suiker uitvoeren , betreft , deze fabrikant in zijn verkoopovereenkomsten met deze handelaren clausules heeft doen opnemen waardoor de bestemming van de suiker wordt beperkt , zodat deze handelaren worden verplicht :

- hetzij de suiker van de R.T . alleen door te verkopen aan concurrerende producenten en dezelfde verplichting aan de eventuele andere tussenpersonen op te leggen ;

- hetzij de suiker van de R.T . in het land van deze concurrerende producenten alleen weder te verkopen met toestemming van dezen en aan de eventuele andere tussenpersonen dezelfde verplichting op te leggen ;

- hetzij de suiker van de R.T . alleen door te verkopen op de overschottenmarkt ( denaturering , chemische industrie , uitvoer naar de wereldmarkt ) op voorwaarde dat de suiker werkelijk voor een van deze doeleinden bestemd is en dezelfde verplichting op te leggen aan de eventuele andere tussenpersonen ;

Overwegende dat deze clausules systematisch zijn opgenomen in door de R.T . met de twee Belgische handelaren gesloten verkoopovereenkomsten ; dat de R.T . weigert suiker te leveren aan deze handelaren anders dan op grond van dergelijke clausules bevattende overeenkomsten ; dat het toepassen van deze clausules door deze twee handelaren is verkregen door middel van de dreiging geen suiker meer te leveren , met name voor de uitvoer naar derde landen , hetgeen een belangrijk deel van de omzet van de twee handelaren uitmaakt ; dat deze twee handelaren bij het ontbreken van andere aanzienlijke voorzieningsbronnen voor de druk van de R.T . hebben moeten zwichten ;

Overwegende dat deze twee handelaren evenals de overige tussenpersonen op de Belgische markt alleen als makelaars mogen optreden ; dat het hun bijgevolg onmogelijk is de door de R.T . voor de Belgische markt bestemde suiker uit te voeren ;

D

18 . Overwegende dat meer bepaald wat de inschrijvingen voor de uitvoerrestituties betreft , de communautaire ordening ten einde de suikerproducenten van de Gemeenschap in staat te stellen een gedeelte van hun produktie af te zetten op de wereldmarkt waar de suikerprijzen over het algemeen veel lager zijn dan de in de E.E.G . vastgestelde , de verlening van een periodieke restitutie bij uitvoer van binnen de maximumquota geproduceerde suiker naar derde landen heeft ingesteld ; dat bovendien met ingang van de campagne 1969/1970 een stelsel van openbare inschrijvingen is ingevoerd , waardoor andere uitvoerrestituties kunnen worden verleend , waarvan het bedrag varieert aan de hand van de door de inschrijvers gedane aanbiedingen ;

Overwegende dat vanaf het begin van 1970 de voornaamste Franse en Belgische fabrikanten , t.w . de ondernemingen Say , Béghin , Lebaudy-S.U.C . , Sucre Union , Générale Sucrière , R.T . en ook Sucres et Denrées onderling overleg hebben gepleegd ten aanzien van deze inschrijvingen zoals onder andere blijkt uit volgende telex door de R.T . aan Export gezonden : " ... suppression de la concurrence aux restitutions de manière à ce que tout producteur soit assuré au minimum du prix d'intervention . En conséquence , suppression de la lutte pour placer des quantités sur le marché intérieur où l'on est sûr du prix plutôt que de devoir exporter ( ceci s'applique essentiellement à la France ) " ( 10 ) ; dat voornoemde ondernemingen alle grote suikerfabrikanten van de twee overschotlanden van de Gemeenschap omvatten , alsmede de voornaamste Franse handelaar , Sucres et Denrées ; dat meerdere van deze fabrikanten erkend hebben , overleg te hebben gepleegd over het aanbod dat bij deze inschrijvingen werd gedaan ; dat dit overleg zowel betrekking had op de voor de uitvoer aan te bieden hoeveelheden als op het bedrag van de restituties ;

Overwegende dat de aan de ondernemingen waaraan bij inschrijving hoeveelheden zijn toegewezen afgegeven certificaten voor uitvoer naar de wereldmarkt dezen een bepaalde termijn geven voor de uitvoer van de leveringen ; dat , nadat deze certificaten met ingang van de campagne 1970/1971 overdraagbaar zijn geworden , de Duitse handelaren een zeer groot deel van de bij inschrijving toegewezen hoeveelheden hebben verkregen ; dat niet is bewezen dat voornoemd overleg gedurende de campagne 1971/1972 is voortgezet ;

II

Overwegende dat de belangrijkste fabrikanten en verkopers van suiker in de Gemeenschap sedert de campagne 1968/1969 onderling afgestemde feitelijke gedragingen hebben begaan , met het doel de leveranties van suiker tussen Lid-Staten te controleren , hun respectievelijke markten te beschermen en de mededinging tussen bepaalde groepen van fabrikanten en verkopers van suiker aldus aanzienlijk te beperken ; dat deze onderling afgestemde feitelijke gedragingen meestal zijn tenuitvoergelegd door toepassing van de volgende maatregelen ;

- leveranties tussen fabrikanten-concurrenten ,

- maatregelen met betrekking tot de leveranties tussen Lid-Staten aan andere kopers dan de fabrikanten concurrenten ( toestemming van de fabrikanten van de bestemmingsmarkt , verhoging van de prijs of aanpassen van de prijs aan de prijs van de bestemmingsmarkt ) ;

- maatregelen ten aanzien van de handelaren met het doel de vrije handel binnen de Gemeenschap te beperken en deze aldus te verplichten het onderling overleg tussen fabrikanten na te volgen ;

- onderling overleg voor de aanbiedingen bij de inschrijvingen voor restituties bij uitvoer naar derde landen ;

A

1 . Overwegende dat de volgende onderneming aan een onderling afgestemde feitelijke gedraging betreffende de leveringen op de Italiaanse markt hebben deelgenomen :

- Eridania , Società Generale di Zuccherifici , Cavarzere-Produzioni Industriali , Società Italiana per l'Industria degli Zuccheri , Romana Zucchero , Zuccherificio del Volano , Agricola Industriale Emiliana ( AIE ) , SADAM , Zuccherificio di Sermide , enerzijds , en

- Sucres en Denrées , Béghin , Sucre-Union , Say , Générale Sucrière , Lebaudy-SUC , R.T . en SZ AG anderzijds ;

Overwegende dat deze onderling afgestemde feitelijke gedraging er in bestaat dat voornoemde Italiaanse fabrikanten in onderlinge overeenkomst suiker van voornoemde Franse , Belgische en Duitse fabrikanten rechtstreeks gekocht hebben om het daarna aan dezelfde prijs en verkoopvoorwaarden als de binnenlandse suiker door te verkopen ; dat deze leveranties onderling naar bepaalde quota tussen de leveranciers zijn verdeeld en dat zij met uitzondering van de SZ AG gezamenlijk deze leveranties hebben uitgevoerd met tussenkomst van Sucres en Denrées ; dat individuele leveranties naar Italië van deze leveranciers aan andere kopers dan de importeursgroep slechts plaatsvinden met berekening van een prijsverhoging ; dat de onderling afgestemde feitelijke gedraging tussen betrokkenen vastgesteld werd in de gemeenschappelijke vergaderingen , waaraan betrokkenen hebben deelgenomen ; dat zij blijkt uit de commerciële briefwisseling betreffende deze leveranties ; dat de SZ AG slechts gedurende de campagne 1969/1970 aan de leveranciersgroep heeft deelgenomen , volgens de vaststellingen van de Commissie , en dat deze onderneming verder doorgegaan is met de rechtstreekse leveranties aan de Italiaanse fabrikanten , concurrenten voor het grootste deel van de door haar in Italië uitgevoerde suiker ;

Overwegende dat deze onderling afgestemde feitelijke gedraging ertoe strekt en ten gevolge heeft dat de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt wordt verhinderd , beperkt of vervalst ;

2 . Overwegende dat elke mededinging op de Italiaanse markt uitgesloten is tussen voornoemde Franse , Belgische en Duitse leveranciers , en de Italiaanse importeursgroep ; dat de beperkingen bijzonder duidelijk zijn omdat enerzijds de leveranciers volgens quota de te leveren hoeveelheden onderling hebben verdeeld ( met betrekking tot de SZ AG , zoals is gebleken uit gegevens die ter kennis van de Commissie werden gebracht , uitsluitend voor de campagne 1969/1970 ) en anderzijds de Franse en Belgische leveranciers hun offertes hebben gecombineerd door tussenkomst van Sucres en Denrées , waarbij de Italiaanse fabrikanten door Eridania werden vertegenwoordigd ;

Overwegende dat , zonder deze verkopen tussen fabrikanten , die voor aanzienlijke hoeveelheden plaatsvonden , de fabrikanten van de overschotlanden , en met name Frankrijk en België , hun suiker individueel op de Italiaanse markt zouden verkopen en zelf de hoeveelheden , de prijzen en de verdelingskanalen zouden bepalen ; dat voor de hoeveelheden die zij aan hun concurrenten hebben verkocht de fabrikanten aldus afzien van een individuele handelsaktiviteit op de Italiaanse markt ;

Overwegende bovendien dat deze verkopen tussen fabrikanten de fabrikantenkopers de mogelijkheid geven over grotere hoeveelheden suiker te beschikken en deze , aangezien het een zer homogeen produkt betreft , aan dezelfde prijzen en verkoopvoorwaarden als de door hen geproduceerde suiker te verhandelen ; dat deze mogelijkheid met name voortvloeit uit het totstandbrengen van een importeursgroep ;

Overwegende echter dat de betrokkenen herhaalde malen hebben gesteld dat de groepering van vraag ( importeurs ) en aanbod ( leveranciers ) noodzakelijk was geworden in verband met het door de Italiaanse autoriteiten ingevoerde stelsel van inschrijvingen , met name gezien de zeer grote hoeveelheden waarop in een keer ingeschreven moet worden ; dat met het oog op deze belangrijke vraag , de buitenlandse leveranciers ertoe gebracht zouden zijn , de hoeveelheden suiker die hun zijn toegewezen naar hun leveringscapaciteiten te verdelen ; dat in dit verband werd opgemerkt dat alleen de grote Italiaanse suikerondernemingen zouden beschikken over een afzetapparaat dat in staat is de afzet van grote hoeveelheden ingevoerde suiker op zich te nemen en te kanaliseren en dat anderzijds de samenvoeging van de suikerleveranties op de Italiaanse markt zou geleid hebben tot een aanzienlijke vermindering van de transportkosten ( toestaan van bijzonder lage tarieven door de S.N.C.F . ) dat bovendien de suikerleveranties naar Italië niet altijd uitsluitend door tussenkomst van de twee groepen , respectievelijk van importeurs en leveranciers , zou hebben plaatsgevonden maar dat bepaalde rechtstreekse leveringen aan Italiaanse afnemers zouden zijn uitgevoerd - met name door de Sucre-Union en de Générale Sucrière ;

Overwegende echter dat deze omstandigheden het bestaan van concurrentiebeperkingen niet wegnemen ; dat immers het Italiaanse systeem van inschrijvingen niet de noodzaak van een dusdanige groepering van vraag en aanbod met zich brengt ; dat alhoewel de meeste leveringen op de Italiaanse markt van geïmporteerde suiker plaats hebben gevonden in het kader van de inschrijvingen , deze leveranties via het in gezamenlijk overleg door de betrokken producenten van de verschillende landen opgezette afzetsysteem zijn verhandeld ; dat voor deze grote hoeveelheden suiker elke concurrentie op de Italiaanse markt volledig was uitgesloten ;

Overwegende dat een fabrikant , normaal gezien , er geen belang bij heeft grote hoeveelheden van zijn produkten aan een of meerdere concurrenten te verkopen ; dat hij een grotere winst kan halen door deze rechtstreeks aan de betrokken handelaren en gebruikers te leveren ; dat deze leveranties van fabrikant aan fabrikant in feite slechts uit te leggen zijn als een efficiënt middel om de mededinging tussen betrokkenen te beperken en de Italiaanse gebruikers te verhinderen vrij de suiker die zij nodig hebben bij de buitenlandse leveranciers te betrekken ; dat de door de leveranties tussen concurrenten bereikte mededingingsbeperkingen des te erger zijn doordat zij een aanzienlijk deel vormen van de tussen betrokken Lid-Staten verhandelde suiker ;

3 . Overwegende dat bovendien de leveranciersgroep tegenover de importeursgroep de verplichting op zich heeft genomen verkopen aan andere Italiaanse kopers slechts te doen plaatsvinden tegen een prijsverhoging ; dat deze prijsverhoging , waartoe in gemeenschappelijk overleg door de twee groepen werd besloten , zoals blijkt uit de briefwisseling tussen deelnemers , een verkoopmarge en een " veiligheidsmarge " omvat ten voordele van de Italiaanse fabrikanten , marge die ten andere meermaals werd verhoogd ;

Overwegende dat het feit dat de leden van de leveranciersgroep de verplichting op zich hebben genomen voor elke koper die geen lid van de importeursgroep is verhoogde prijzen toe te passen , gevoegd bij de andere nadelen welke zich voordoen bij de uitvoering van bestellingen van niet leden van de groep ( met name verband houdende met de inschrijvingen , de noodzaak grote hoeveelheden te leveren , hoge transportkosten ) elke vrije verkoop van ingevoerde suiker in Italië moeilijker zoniet onmogelijk heeft gemaakt ; dat inderdaad de zelfstandige Italiaanse kopers na een aantal ( veelal vruchteloze ) pogingen in de eerste campagnes , suiker uit de Gemeenschap te verkrijgen tegen betere voorwaarden , erin hebben berust hun bestellingen te doen bij hun gebruikelijke leveranciers , de Italiaanse fabrikanten ;

Overwegende dat de leveringen naar Italië buiten die welke tussen de leveranciersgroep en de importeursgroep zijn verricht als gevolg van de opgelegde beperkingen zeer gering zijn geweest ;

Overwegende dat hierbij komt dat de belangrijkste Italiaanse kopers , met name de industriële verbruikers , ertoe gebracht zijn jaarlijkse leveringscontracten af te sluiten met Italiaanse suikerproducenten die lid zijn van de importeursgroep , omdat zij geen vaste en voordelige offertes van de buitenlandse verkopers hebben kunnen krijgen ;

Overwegende dat , ten gevolge van de toepassing van de prijsopslag , de andere kopers van Italiaanse suiker zich genoopt zagen aankoopcontracten af te sluiten onder ongelijke voorwaarden bij gelijkwaardige prestaties ; dat interdaad de prijsverhoging niet kan worden gerechtvaardigd , noch voor de marge voor de verkoopkosten , noch voor de " veiligheidsmarge " ;

4 . Overwegende dat deze onderling afgestemde feitelijke gedraging die ertoe strekt de vrije levering van Franse , Belgische en Duitse suiker op de Italiaanse markt in concurrentie met de Italiaanse fabrikanten te verhinderen , een beperking van de mededinging vormt die de handel tussen Lid-Staten kan beïnvloeden op een wijze die nadelig kan zijn voor de verwezenlijking van de doelstelling van een enkele markt ; dat zij bijgevolg , onder het in artikel 85 , lid 1 , van het Verdrag vervatte verbod valt ; dat deze onderling afgestemde feitelijke gedraging niet het onderwerp kan zijn van een buiten toepassing verklaring , in toepassing van artikel 85 , lid 3 , alleen al omdat zij niet bij de Commissie is aangemeld overeenkomstig artikel 4 , lid 1 , van Verordening nr . 17 ;

B

1 . Overwegende dat de ondernemingen S.U . en C.S.M . enerzijds en de R.T . en ook Pfeifer en Langen , anderzijds , een onderling afgestemde feitelijke gedraging hebben begaan met betrekking tot de leveranties op de Nederlandse markt ;

Overwegende dat deze onderling afgestemde feitelijke gedraging er in bestaat dat de Nederlandse fabrikanten suiker rechtstreeks hebben betrokken van de Belgische en Duitse fabrikanten om het daarna aan dezelfde prijs en verkoopvoorwaarden als de binnenlandse suiker door te verkopen ; dat deze onderlinge afstemming tussen betrokkenen wat de Belgische leveranties betreft blijkt uit de handelscorrespondentie , waarin duidelijk wordt gesteld dat de R.T . geen leveranties in Nederland zou doorvoeren zonder toestemming van de Nederlandse fabrikanten en uit de wijze waarop de R.T . zijn uitvoerhandelaars verplicht heeft niet alleen geen suiker van haar eigen produktie maar ook geen suiker van andere Belgische herkomst naar Nederland uit te voeren , tenzij in onderling overleg met de Nederlandse fabrikanten ; dat de andere leveranties Belgische suiker in Nederland , in onderling overleg tussen de fabrikanten slechts aan bepaalde afnemers ( Nederlandse melkindustrie ) werden verricht ; dat wat de leveranties van Duitse suiker betreft , de onderlinge afstemming blijkt uit het feit dat Pfeifer en Langen de leveranties aan de Nederlandse fabrikanten systematisch en in toenemende mate heeft verricht , zonder dat deze onderneming andere leveranties van noemenswaardige omvang deed ;

Overwegende dat het basisprincipe van de onderlinge afstemming tussen de R.T . en de twee Nederlandse fabrikanten S.U . en C.S.M . , waardoor de R.T . , met uitzondering van voor haar concurrenten bestemde leveranties geen suiker ter beschikking heeft gesteld voor uitvoer naar Nederland gedurende de campagnes 1968/1969 en 1969/1970 meerdere malen door de R.T . opnieuw bekrachtigd is en o.a . in een brief van R.T . aan Export die vermeldt : " En ce qui concerne la Hollande , le principe de base est que nous souhaitons ne rien faire qui puisse heurter Suiker Unie ou C.S.M . , de même qu'eux ne désirent rien faire qui nous dérangerait . " ( 11 )

Overwegende dat deze onderling afgestemde feitelijke gedraging ertoe strekt en tengevolge heeft dat de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt wordt verhinderd , beperkt of vervalst ;

2 . Overwegende inderdaad dat elke mededinging op de Nederlandse markt tussen voornoemde Belgische en Duitse , en Nederlandse fabrikanten uitgesloten is ; dat zonder deze verkopen tussen fabrikanten de betrokken Belgische en Duitse ondernemingen , die geografisch gezien het best geplaatst zijn , individueel hun suiker op de Nederlandse markt zouden verkopen en zelf de prijs en verkoopvoorwaarden zouden vaststellen en hun eigen merken zouden gebruiken ; dat voor de hoeveelheden suiker die zij aan hun concurrenten hebben verkocht , de fabrikanten afzien van iedere individuele handelsaktiviteit op de Nederlandse markt ;

Overwegende bovendien dat deze verkopen tussen fabrikanten de Nederlandse fabrikanten de mogelijkheid geven over grotere hoeveelheden suiker te beschikken en deze aangezien het een zeer homogeen produkt betreft , aan dezelfde prijzen en verkoopvoorwaarden als de door hen geproduceerde suiker te verhandelen ;

Overwegende dat meer bepaald wat de leveranties van Belgische suiker betreft , betrokkenen hebben aangevoerd dat een deel van deze leveranties van de R.T . aan de C.S.M . heeft plaatsgevonden ingevolge een overleg krachtens welke de R.T . voor de C.S.M . , welke niet de daartoe vereiste installaties heeft , snel oplosbare suikerklontjes fabriceert ; dat andere verkopen van de R.T . tot doel hebben het assortiment suikerkwaliteiten dat door de C.S.M . wordt verkocht aan te vullen ; dat de R.T . , echter , zich onthoudt deze soorten suikers in Nederland te verkopen ; dat de Nederlandse verbruikers derhalve voor deze suikers een keuzemogelijkheid meer hebben , aangezien zij geen toegang meer hebben tot het aanbod van deze suiker door de R.T . ; dat behalve deze leveranties van speciale soorten suiker , de R.T . eveneens aanzienlijke hoeveelheden witte suiker aan de C.S.M . levert , die ze aan dezelfde voorwaarden verkoopt als de door haar geproduceerde suiker ;

Overwegende dat wat de leveranties suiker van de R.T . aan S.U . betreft , betrokkenen hebben laten gelden dat een deel van deze leveranties betrekking heeft op suiker die bestemd is voor denaturering ; dat echter ook al is het gebruik van deze suiker beperkt tot de deelmarkt voor veevoeder , de verbruikers van denatureringssuiker een geringer aantal offertes ontvangen en derhalve een beperktere , zoniet in het geheel geen keuze meer hebben ; dat slechts een zeer gering deel van de verkopen van de R.T . aan de S.U . betrekking heeft op suiker welke voor denaturering is bestemd ; dat echter het grootste deel van de door de R.T . aan de S.U . verkochte suiker , witte suiker betreft die in zakken welke deze laatste vooraf aan de R.T . verleent , wordt geleverd ;

Overwegende dat normaal gezien een fabrikant er geen belang bij heeft grote hoeveelheden van zijn produkten aan een of meerdere concurrenten te verkopen ; dat hij een grotere winst kan halen door rechtstreeks aan de betrokken handelaren en gebruikers te leveren ; dat de betrokken leveranties van fabrikant aan fabrikant in feite slechts uit te leggen zijn als een efficiënt middel om de mededinging tussen betrokkenen te beperken en aldus de Nederlandse gebruikers te verhinderen de suiker die ze nodig hebben vrij bij buitenlandse leveranciers te betrekken ; dat de door deze leveranties tussen concurrenten bereikte mededingingsbeperkingen des te erger zijn doordat zij een aanzienlijk deel vormen van de tussen betrokken Lid-Staten verhandelde suiker ;

3 . Overwegende dat bovendien de mededinging op de Nederlandse markt beperkt is doordat de R.T . geen suiker naar Nederland levert zonder de toestemming van haar concurrenten , S.U . en C.S.M . ; dat de Nederlandse producenten hun toestemming in hoofdzaak slechts hebben gegeven voor leveranties aan de melkindustrie , aangezien de aan deze industrie geleverde suiker merendeels wordt gebruikt voor verwerking in melkprodukten en geen enkel concurrentieel effect uitoefenen op de verkoop van suiker van de Nederlandse producenten ;

Overwegende dat deze onderling afgestemde feitelijke gedraging gedurende de campagnes 1970/1971 en 1971/1972 is voortgezet onder inschakeling van de Belgische en Nederlandse handelaren bij deze onderlinge afgestemde leveranties ; dat dit blijkt uit met deze handelaren gesloten conventies en uit de wijze , waarop deze zijn uitgevoerd ; dat met ingang van de campagne 1970/1971 , de bevoorradingsmogelijkheden voor deze Nederlandse handelaren en verbruikers nog verder werden beperkt doordat de R.T . de Belgische handelaren heeft verhinderd , suiker van andere Belgische fabrikanten naar Nederland te leveren ;

4 . Overwegende dat deze onderling afgestemde feitelijke gedraging , die beoogt te verhinderen dat de Belgische en Duitse suiker vrij op de Nederlandse markt wordt geleverd in concurrentie met de suiker van de Nederlandse producenten , een mededingingsbeperking vormt die de handel tussen Lid-Staten ongunstig kan beïnvloeden ; dat deze gedraging derhalve valt onder het verbod van artikel 85 , lid 1 , van het Verdrag ; dat zij , omdat zij niet overeenkomstig artikel 4 , lid 1 , van Verordening nr . 17 is aangemeld , niet in aanmerking kan komen voor buiten toepassingsverklaring op grond van artikel 85 , lid 3 ;

C

1 . Overwegende dat wat het westelijk deel van Duitsland betreft , er sedert de campagne 1968/1969 een onderling afgestemde feitelijke gedraging bestaat tussen Pfeifer en Langen en de R.T . waarbij Belgische suiker , met name uit de produktie van de R.T . , in het afzetgebied van Pfeifer en Langen of zijn verkooporganisatie WZV is geleverd op een wijze die de mededingingsdruk , die van de vrije verhandeling van deze suiker zou zijn uitgegaan , aanzienlijk vermindert en die de bescherming van deze markt heeft mogelijk gemaakt ;

Overwegende dat nadat de R.T . zich gedurende de campagne 1968/1969 bijna volledig van de Duitse markt afwezig gehouden had , behalve voor 2 800 ton , de leveranties gedurende de daaropvolgende campagne en vooral in 1970/1971 toenamen ; dat dit voornamelijk witte en ruwe suiker betrof die aan Pfeifer en Langen was geleverd ( en in mindere mate eveneens rechtstreekse leveranties aan de WZV ) ; dat verder vastgesteld werd dat de leveranties van Belgische suiker aan afnemers van het westelijk deel van Duitsland van de toestemming van Pfeifer en Langen of van de toepassing van een aan de prijs van Pfeifer en Langen aangepaste prijs afhankelijk zijn gesteld ;

Overwegende dat betrokkenen hebben aangevoerd , dat hier sprake zou zijn geweest van een autonoom optreden van de R.T . en een onafhankelijk vastgesteld verkoopbeleid tegenover haar concurrenten ; dat de R.T . in de telexen en de overige handelscorrespondentie met Export zou hebben gepoogd , haar afnemers dit verkoopbeleid duidelijk te maken en hun medewerking te verkrijgen ; dat de R.T . hierbij geen enkele druk zou hebben uitgeofend ; dat de verklaringen van Export , volgens welke de R.T . haar verkoopbeleid met haar concurrenten onderling zou hebben afgestemd , zou berusten op een reeks misverstanden , die moesten worden toegeschreven aan meningsverchillen en persoonlijke spanningen ; dat Pfeifer en Langen voorts doet gelden , dat het hier door derden aangedragen bewijsmateriaal betreft , dat haar niet ten laste kan worden gelegd ; dat zij zelf nooit heeft gestreefd naar beperking van de uitvoer naar Duitsland of naar prijsaanpassing ; dat voorts een aanzienlijke invoer plaatsvond buiten het kader van de leveranties van fabrikant aan fabrikant ;

Overwegende dat de Commissie van mening is dat de verzamelde gegevens duidelijk wijzen op een onderling afgestemde feitelijke gedraging tussen de R.T . en Pfeifer en Langen ; dat de verklaringen van Export niet door misverstanden en persoonlijke onenigheden kunnen worden verklaard ; dat enerzijds deze verklaringen overeenstemmen met die van de R.T . zelf ; dat anderzijds de voorwaarde van de toestemming van Pfeifer en Langen in een verkoopcontract van de tot de R.T.-groep behorende onderneming Moerbeke-Waas uitdrukkelijk schriftelijk is vastgesteld en niet als eenzijdige verklaring van intentie kan worden geïnterpreteerd ; dat dit eveneens geldt voor de toepassing van een aan de Duitse binnenlandse prijs aangepast prijspeil bij uitvoer naar Duitsland ; dat de berekening van deze prijs aantoont , dat de door Pfeifer en Langen aan de R.T . medegedeelde verkoopprijs voor Aken tot uitgangspunt werd genomen ; dat juist in de campagne 1970/1971 , waarop de meeste van deze gegevens betrekking hebben , een gunstige uitvoer naar Duitsland mogelijk zou zijn geweest ; dat de aldaar toegepaste verkoopprijzen bij ongewijzigde interventieprijs in oktober en december 1970 met 2 % , hetzij in totaal met 4 % , werden verhoogd ; dat wegens de slechte oogst een grotere behoefte aan invoer bestond ; dat de Commissie van mening is dat het aan een onderling afgestemde feitelijke gedraging te wijten is dat onder deze omstandigheden de leveranties van de R.T . aan andere Duitse kopers zeer gering zijn gebleven terwijl de leveranties aan Pfeifer en Langen plotseling zijn vermeerderd ;

Overwegende dat de uitdrukkelijke verwijzing naar de toestemming van Pfeifer en Langen in verbinding met de overige feiten en aanwijzingen voor de samenwerking tussen de Belgische en de Westduitse suikerindustrie niet anders dan in de zin van een onderlinge afstemming inzake de leveranties van de R.T . in het afzetgebied van Pfeifer en Langen kan worden geïnterpreteerd ; dat als verdere indicaties voor een dergelijke onderling afgestemde feitelijke gedraging de herhaalde verwijzingen naar het beginsel " chacun chez soi " blijken , de wijze , waarop de hoofdleverancier R.T . er bij haar uitvoerhandelaren op heeft aangedrongen , niet alleen suiker uit eigen produktie doch ook suiker van andere Belgische herkomst uit te voeren tegen prijzen , die aan de prijzen van het land van bestemming zijn aangepast , alsmede de omstandigheid heid dat de suikerindustrie van het land van bestemming de belangrijkste handelaren in eigen land door het verbod , buitenlandse suiker niet zonder haar toestemming te verkopen , aan zich heeft gebonden , zodat buitenlandse " outsiders " de verkoop in het afzetgebied van de WZV is bemoeilijkt en in ieder geval via de aan de WZV gebonden handelaren onmogelijk is gemaakt ;

Overwegende dat al deze maatregelen niet begrijpelijk zouden zijn , indien zij niet op een onderlinge afstemming tussen de belangrijkste suikerfabrikanten van de betrokken landen zouden berusten ; dat Pfeifer en Langen ongetwijfeld de mogelijkheid gehad zou hebben , R.T . in haar eigen gebied - met name in de aangrenzende delen van België - daadwerkelijk concurrentie te leveren waar zij hogere prijzen als bij uitvoer naar derde landen zou hebben bereikt ; dat anderzijds het normale streven van de R.T . zou moeten zijn haar overschotsuiker in het nabijgelegen tekortgebied van de WZV af te zetten , vooral in de campagne 1970/1971 na de herhaalde prijsverhogingen door de WZV en Pfeifer en Langen ; dat de vrachtkosten - zoals door de leveranties van fabrikant aan fabrikant is aangetoond - geen beslissende rol spelen ; dat in feite R.T . slechts een zeer geringe hoeveelheid aan welbepaalde klanten in het afzetgebied van de WZV heeft geleverd ; dat , de andere in de statistieken aangegeven invoeren door kleine fabrikanten zijn verricht en voor eindgebruikers zijn bestemd of in steeds geringere mate voor onafhankelijke handelaren ; dat echter uit de verklaringen van de betrokkenen vaststaat dat Pfeifer en Langen gepoogd heeft zich tegen elke penetratie van haar clientele te verzetten , en dit niet alleen door het toepassen van zeer gunstige prijzen in de streken die dichtbij de grens gelegen zijn , maar ook door de verplichting die zij de handelaren die in het afzetgebied van de WZV werkzaam zijn oplegt zich uitsluitend bij de WZV en haar leden te bevoorraden ;

Overwegende dat deze onderling afgestemde feitelijke gedraging ertoe strekt en ten gevolge heeft de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt te verhinderen , te beperken of te vervalsen ;

2 . Overwegende dat de leveranties tussen fabrikanten de kopers de mogelijkheid geven over grotere hoeveelheden suiker te beschikken ; dat aangezien het een zeer homogeen produkt betreft , de suiker door de koper , t.w . de fabrikant of zijn verkooporganisatie , tegen dezelfde prijs en verkoopvoorwaarden en onder dezelfde merken wordt doorverkocht als de door deze kopers geproduceerde suiker ;

Overwegende dat zonder deze verkopen tussen fabrikanten de R.T . individueel haar suiker op de naburige markten zou verkopen , en zelf de hoeveelheden , prijzen en distributiekanalen zou bepalen ; dat voor de hoeveelheden die aan haar concurrenten zijn verkocht in de andere Lid-Staten , de R.T . afziet van haar eigen verkooppolitiek ; dat normaal gezien , een fabrikant er geen belang bij heeft zijn produkten aan een concurrent te verkopen in plaats van ze zelf te verhandelen , hetgeen de R.T . wel bepaald had kunnen doen gezien haar gunstige geografische ligging en de door deze invoeren geïnteresseerde klanten ( verwerkende industrie en handelaren ) ; dat indien de R.T . echter regelmatig en systematisch aan Pfeifer en Langen levert , en dit aan minder gunstige voorwaarden dan indien ze aan tussenpersonen zou leveren , dit alleen kan verklaard worden door het bestaan van een onderling afgestemde feitelijke gedraging die ertoe strekt en ten gevolge heeft de mededinging tussen betrokken fabrikanten te beperken ;

Overwegende dat betrokkenen hebben aangevoerd dat de leveranties van fabrikant aan fabrikant zowel voor de leveranciers als voor de kopers economisch verantwoord zouden zijn ; dat voor de leveranties van ruwe suiker de voordelen duidelijk zouden zijn , aangezien de kopers aldus in staat worden gesteld hun grote capaciteiten te benutten en zich daartoe te wenden tot dichtbij de grens gelegen ruwsuikerfabrieken ; dat deze fabrieken aanzienlijk dichterbij gelegen zouden zijn dan de naastbijzijnde ruwsuikerfabriek in Noord-Duitsland en ook de aard van de vervoermiddelen die gebruikt moeten worden voor ruwe suiker kostenbesparingen zouden mogelijk maken ; dat zij de leveranciers in het land van bestemming zouden toelaten geen eigen afzetorganisatie met opslag - en service-problemen te moeten opzetten ; dat de concurrentie niet zou worden beperkt omdat de leveringen van fabrikanten aan fabrikant niet exclusief zijn en aanzienlijk hoeveelheden worden geïmporteerd via de vrije handel ;

Overwegende dat echter moet worden opgemerkt dat een concurrentieberperkend effect slechts in die gevallen niet optreedt waarin een fabrikant welke zelf niet over installaties voor raffinage beschikt hoeveelheden ruwe suiker verkoopt aan een raffinaderij ; dat deze fabrikant van ruwe suiker met een fabrikant van geraffineerde suiker niet op voet van concurrentie verkeert ;

Overwegende echter dat deze bijzondere situatie evenwel niet in dit geval voorhanden is ; dat de R.T . , die zelf over aanzienlijke raffinagecapaciteiten beschikt en in de eerste campagne al haar ruwe suiker ook zelf heeft verwerkt , partij is bij de leveranties van ruwe suiker : dat zij , met betrekking tot eventueel bijgekochte hoeveelheden ruwe suiker zowel als met betrekking tot geraffineerde suiker , ten opzichte van de fabrikanten waaraan zij een deel van de ruwe suiker afstaat voor verdere verwerking ( Pfeifer en Langen ) , als concurrent moet worden beschouwd ;

Overwegende dat deze bemerkingen a fortiori gelden voor de leveranties geraffineerde suiker , die de verkopers individueel in de verkoopzone van de concurrerende fabrikant zouden kunnen verkopen ; dat het feit dat deze leveranties niet exclusief zijn , in deze context van geen belang is ;

Overwegende dat deze leveranties van fabrikant aan fabrikant in het algemeen een afdoend middel zijn om de kopers te verhinderen zich vrij de suiker die ze nodig hebben aan te schaffen en om de mededinging tussen de R.T . en Pfeifer en Langen te beperken ; dat de aldus bereikte mededingingsbeperkingen des te erger zijn indien zij een aanzienlijk deel vormen van de tussen deze Lid-Staten van de Gemeenschap verhandelde suiker ; dat bovendien , het feit dat de R.T . regelmatig en in grote hoeveelheden suiker aan zijn concurrent in het westelijk deel van Duitsland levert , weinig waarschijnlijk maakt dat zij leveranties aan andere afnemers in deze zone zou uitvoeren die daar een mededingingsdruk zouden uitoefenen en haar samenwerking met Pfeifer en Langen zou schaden ; dat de R.T . in feite , met uitzondering van de leveranties van fabrikant aan fabrikant , slechts geringe hoeveelheden suiker in het westelijk deel van Duitsland heeft uitgevoerd ;

3 . Overwegende dat de mogelijkheden van de R.T . in de verkoopzone van Pfeifer en Langen te leveren , met uitzondering van de leveranties van fabrikant aan fabrikant , nog verder zijn beperkt door het feit dat deze uitvoeren afhankelijk zijn gemaakt van de toestemming van Pfeifer en Langen of slechts toegelaten zijn indien de prijs aan de prijs van Pfeifer en Langen of van de WZV is aangepast ;

Overwegende dat aldus geen enkel concurrentieel effect voortvloeit uit deze leveranties , in de onderstelling dat ze zouden plaats vinden ; dat de bevoorradingsmogelijkheden van de handelaren en verbruikers van deze landen aldus beperkt worden ;

Overwegende dat in deze omstandigheden moet worden opgemerkt dat de twee betrokken fabrikanten maatregelen genomen hebben , hetzij om de handelaren te verhinderen suiker uit de andere Lid-Staten in te voeren , hetzij om de mogelijkheden van deze handelaren suiker vrij uit te voeren aanzienlijk te beperken ; dat dit meer in detail onder punt E wordt onderzocht ;

4 . Overwegende dat de onderling afgestemde feitelijke gedraging tussen Pfeifer en Langen en de R.T . een beperking van de mededinging uitmaken binnen de gemeenschappelijke markt die ertoe strekt de Belgische markt en de markt van het westelijk deel van Duitsland te beschermen ; dat zij bijgevolg de handel tussen Lid-Staten ongunstig kan beïnvloeden en dat zij onder het in artikel 85 , lid 1 , vervatte verbod valt ; dat deze onderling afgestemde feitelijke gedraging alleen al doordat zij niet is aangemeld overeenkomstig artikel 4 , lid 1 , van Verordening nr . 17 , niet in aanmerking kan komen voor buiten toepassingsverklaring op grond van artikel 85 , lid 3 ;

D

Overwegende dat wat de verkoopzone van het zuidelijk deel van Duitsland betreft er , ten minste sinds de campagne 1970/1971 , een onderling afgestemde feitelijke gedraging bestaat tussen de SZ AG en Franken , enerzijds en Béghin en Sucre Union anderzijds , waardoor de SZ AG en Franken , in toenemende mate suiker rechtstreeks bij deze Franse fabrikanten hebben gekocht , en het daarna aan dezelfde prijs en verkoopvoorwaarden als hun eigen suiker hebben doorverkocht ; dat deze onderling afgestemde feitelijke gedraging blijkt uit het feit dat de buitenlandse leveranties van fabrikant aan fabrikant plaatsvonden om het verlies van klanten en van marktaandelen te voorkomen , en uit het tot stand houden door de SZV van een systeem van getrouwheidskortingen die de verkoop van ingevoerde suiker nog verder bemoeilijkt heeft ;

1 . Overwegende dat de Franse fabrikanten , na de inwerkingtreding van de gemeenschappelijke ordening in de suikersector die de grenzen had geopend , suiker in het zuidelijk deel van Duitsland hadden kunnen verkopen , gezien de grote overschotten die zij bezaten en de hogere prijs in het zuiden van Duitsland ( steeds dichtbij de richtprijs en bijgevolg betrekkelijk hoger dan de in Frankrijk toegepaste prijzen ) ; dat men echter bijna geen enkele uitvoer van Frankrijk naar Duitsland gedurende de campagnes 1968/1969 en 1969/1970 waarneemt , met uitzondering van de uitvoeren naar het Saarland dat zowel voor als na de inwerkingtreding van de gemeenschappelijke ordening , bijna uitsluitend door Franse suiker werd bevoorraad ; dat het instandhouden van een systeem van zonevertegenwoordigers die de verkoopzone van het zuiden van Duitsland had onderverdeeld in nauwkeurig afgebakende en gecontroleerde verkoopgebieden en de controle over de verhandeling van buitenlandse suiker mogelijk maakte , en van het toekennen van getrouwheidskortingen aan de klanten die suiker uitsluitend of bijna uitsluitend bij de fabrieken van de SZV kochten , ertoe bijgedragen heeft dat de invoeren slechts uitzonderlijk en in geringe mate plaatsvonden ;

Overwegende dat het toenemen van de invoeren in de campagnes 1970/1971 en 1971/1972 samenvalt met een merkbare toename van de leveranties van fabrikant aan fabrikant zoals deze die de SZ AG reeds in de voorbije campagne voor de uitvoer naar Italië had gedaan ;

Overwegende dat betrokkenen hebben aangevoerd dat deze leveranties van fabrikant aan fabrikant economisch verantwoord zouden zijn om de produktieschommelingen van de verschillende oogsten te compenseren en de beschikbare capaciteiten te benutten ; dat de supplementaire aankoop van ruwe en witte suiker van minder goede kwaliteit voor de verwerking tot vloeibare suiker bijzonder gunstig zouden zijn vanwege de lage vrachtkosten ; dat de leverancier aldus de kosten van een eigen verkooporganisatie in het land van de koper bespaart , met de problemen van opslag en service welke deze meebrengen ; dat voor de koper het voordeel zou liggen in het feit het verlies van klanten en marktaandelen te vermijden ; dat de leveranties van fabrikant aan fabrikant de andere leveranties van suiker tussen Lid-Staten niet zouden aantasten , waarvan het aandeel in Zuid-Duitsland steeds zou toenemen en die noch door het systeem van zonevertegenwoordigers noch van getrouwheidskortingen zouden zijn verhinderd ; dat indien deze invoerem gering zijn , dit vooral aan de vrachtkosten te wijten is die elk belang van een verkoop in een ander land zouden teniet doen ;

Overwegende dat hierop moet worden opgemerkt dat het geringe volume van de invoeren niet te wijten is aan de vrachtkosten ; dit dit ten eerste blijkt uit het feit dat het Saarland op grote afstand door Franse suiker wordt bevoorraad alhoewel de suikerfabrieken van de Duitse fabrikanten aanzienlijk dichterbij gelegen zijn ; ten tweede dat uit de voorgelegde gegevens betreffende de vrachtkosten blijkt dat zelfs op grote afstanden ( leveranties van een Franse fabriek in Zuid-Duitsland ) deze kosten het verschil tussen de interventieprijs die in Frankrijk wordt toegepast en de richtprijs die in Zuid-Duitsland wordt toegepast niet te boven gaan ; ten derde , dat de veelvuldige ( meestal nutteloze ) aanvragen door klanten uit Zuid-Duitsland aanwijzen dat er een economisch belang bestaat voor de invoer van suiker uit andere Lid-Staten ;

Overwegende dat de Franse fabrikanten , met het oog op hun belangrijke overschotten en interessante prijzen , wel in staat waren hun suiker individueel in de verkoopzone van de SZV te verhandelen ; dat indien Béghin en Sucre Union sedert de campagne 1970/1971 regelmatig en in toenemende mate suiker aan hun belangrijkste concurrenten in deze zone verkopen om hen aldus de mogelijkheid te geven deze suiker als binnenlands produkt door te verkopen , dit op een onderling afgestemde feitelijke gedraging berust die volgens de verklaring van de SZ AG zelf het verlies van klanten en marktaandelen wenst te vermijden , welk verlies bij individueel verkopen te duchten was ; dat de afstemming tussen Franse en Duitse fabrikanten verder nog blijkt uit het feit dat buiten deze leveranties van fabrikant aan fabrikant , de betrokken Franse fabrikanten aan andere klanten in de Zuidduitse verkoopzone , met uitzondering van Saarland , geen aanzienlijke suikerleveranties hebben ondernomen waaruit een mededingingsdruk zou zijn uitgegaan ; dat zij bovendien wordt versterkt door de maatregelen die de SZV als verkooporganisatie met de verkoop op de binnenlandse markt belast , genomen heeft ; dat de verplichting voor de tussenpersonen geen suiker van de concurrenten te verhandelen en het systeem van getrouwheidskortingen , duidelijk wijzen dat de vrije aankoop van uit het buitenland in Zuid-Duitsland ingevoerde suiker wordt verhinderd of bemoeilijkt ; dat de aankopen bij hun Franse concurrenten door de belangrijkste leden van de SZV t.w . de SZ AG en Franken , hetzelfde doel nastreven omdat zij een rechtstreekse tussenkomst van de Franse fabrikanten op de Zuidduitse markt , wat de betrokken hoeveelheden betreft , verhinderen ; dat het feit dat de leden van de SZV en niet de SVZ zelf als koper van de Franse suiker optreden voortvloeit uit het feit dat , zoals de statuten van de SZV het voorzien , de leden zich de uit - en invoer hebben voorbehouden en dat ze over de nodige verwerkingsinstallaties beschikken ;

2 . Overwegende dat voornoemde onderling afgestemde feitelijke gedraging de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt beperkt ; dat zij de SZ AG en Franken de mogelijkheid geven de aan de concurrenten gekochte hoeveelheden suiker aan door hen vastgestelde prijzen en verkoopvoorwaarden of door hun verkooporganisatie SZV door te verkopen als binnenlandse suiker ; dat door deze onderling afgestemde feitelijke gedraging het grootste deel van de hoeveelheden die de twee Franse fabrikanten voor de Zuidduitse verkoopzone bestemden aldus is opgeslorpt en naar de gebruikelijke verkoopkanalen van de binnenlandse markt zijn gestuurd ; dat zodanig geen enkele mededingingsdruk van deze hoeveelheden is uitgegaan en dat de positie van de nationale fabrikanten op hun markt nog is versterkt ;

Overwegende dat het feit dat de hoeveelheden suiker die door de Franse fabrikanten zijn geleverd grotendeels op ruwe suiker en suiker van minder goede kwaliteit die zou moeten worden verwerkt , zouden betrekking hebben , het bestaan van een beperking van de mededinging niet verhindert ; dat de leveranciers in staat waren , en het ook gedurende de twee eerste campagnes waren , zelf de hoeveelheden ruwe suiker te raffineren en de suiker van minder goede kwaliteit tot vloeibare suiker om te werken ;

Overwegende dat het onder deze omstandigheden , essentieel is op te merken dat het de handelaren van het zuidelijk deel van Duitsland verboden is suiker uit andere Lid-Staten in te voeren ; dat de verbruikers van dit deel van Duitsland aan de SZV gebonden zijn door een getrouwheidskorting ; dat aldus een bijna volledige bescherming van de Zuidduitse markt is bereikt ; dat deze feiten in details hierna onder punt E zijn onderzocht ;

3 . Overwegende dat de onderling afgestemde feitelijke gedraging tussen de SZ AG en Franken enerzijds en Béghin en Sucre Union anderzijds een beperking van de mededinging vormen binnen de gemeenschappelijke markt die ertoe strekt het zuidelijk deel van Duitsland aan de mededinging van andere aanbieders te onttrekken ; dat zij aldus de handel tussen Lid-Staten ongunstig kan beïnvloeden en onder het in artikel 85 , lid 1 , vervatte verbod valt ; dat zij alleen al doordat zij niet is aangemeld overeenkomstig artikel 4 , lid 1 , van Verordening nr . 17 niet in aanmerking kan komen voor buiten toepassingsverklaring op grond van artikel 85 , lid 3 ;

E

Overwegende dat de verscheidene maatregelen , die de betrokkenen ten aanzien van hun afnemers en de handelaren genomen hebben en die in de context van voornoemde onderling afgestemde feitelijke gedragingen ( zie punten A tot D ) zijn aangehaald , ook voor zich genomen als inbreuken op de mededingingsregelen van het Verdrag aan te zien zijn ;

1 . Overwegende dat de gedraging van de R.T . jegens de twee Belgische handelaren Export en Hottlet die zich traditioneel en op grond van hun belangrijkheid en marktkennis bezighouden met de uitvoer van Belgische suiker , dient te worden beoordeeld uit het oogpunt van de bepalingen van artikel 86 van het Verdrag ;

Overwegende dat de R.T . op de Belgische en Luxemburgse suikermarkt , die een aanzienlijk deel van de gemeenschappelijke markt vormen , een machtspositie inneemt ; dat zij in feite het grootste gedeelte van de suikerproduktie in België en Luxemburg controleert ; dat zij over een aanzienlijk suikeroverschot beschikt ; dat zij ten minste 50 % van het kapitaal van de N.V . Suikerfabrieken van Vlaanderen te Moerbeke-Waas en de S.A . Raffinerie Notre-Dame te Oreye bezit , waardoor zij de mogelijkheid heeft deze ondernemingen te controleren ; dat deze ondernemingen , hoewel zij niet strikt zijn gebonden aan de afzetactiviteiten van de R.T . , slechts incidenteel afwijken van het door haar vastgestelde verkoopbeleid ; dat zij steeds overeenkomstige voorwaarden hebben toegepast in hun offertes of hun verkoopcontrakten met de Belgische handelaren ;

Overwegende dat deze machtspositie voortvloeit uit de grootte van het marktaandeel van de R.T . op de Belgische en Luxemburgse suikermarkt ( 85 % ) en uit de mogelijkheid waarover zij beschikt een onafhankelijke gedragslijn te volgen , die haar in staat stelt op te treden zonder in belangrijke mate rekening te moeten houden met de activiteit van haar concurrenten ; dat de R.T . , wegens haar sterke positie op de Belgische en Luxemburgse markt eveneens een zekere invloed uitoefent op bepaalde andere Belgische producenten ( Naveau , Couplet , Donstiennes ) , zodat dezen eveneens in beginsel het verkoopbeleid van de R.T . volgen ten aanzien van de Belgische handelaren ; dat deze machtspositie bovendien nog wordt versterkt door het feit dat de R.T . een zekere invloed uitoefent op de suikermarkten van andere Lid-Staten , en met name van Frankrijk door haar deelname in de ondernemingen Say en Raffinerie d'Erstein , en door haar financiële banden met bepaalde andere grote Europese suikerproducenten , en eveneens door haar geavanceerde technologische kennis en verwezenlijkingen ;

Overwegende dat de R.T . deze machtspositie misbruikt door op de ondernemingen Export en Hottlet economische druk uit te oefenen om hen te verplichten de suiker die zij hun heeft geleverd daadwerkelijk weder te verkopen aan bepaalde klanten of voor een bepaalde bestemming en deze beperkingen tevens op te leggen aan hun klanten ; dat deze economische druk erin bestaat te weigeren aan deze handelaren suiker te verkopen , met name voor de uitvoer naar derde landen , - activiteit die een aanzienlijk deel van de omzet van deze handelaren uitmaakt - indien deze suiker zou worden doorverkocht voor bestemmingen die niet door de R.T . toegelaten zijn ; dat bij gebrek aan andere belangrijke voorzieningsbronnen deze twee handelaren voor de druk van de R.T . hebben moeten zwichten ;

Overwegende dat dit misbruik ten doel had de voornaamste bevoorradingsbronnen van deze handelaren te beperken , die suiker zouden hebben willen kopen voor andere dan de door de R.T . vastgestelde bestemmingen , alsmede , door hun tussenkomst , de bevoorradingsbronnen van de klanten van deze handelaren ;

Overwegende dat het misbruik van haar machtspositie door de R.T . op de Belgische en Luxemburgse markt de handel tussen Lid-Staten kan beïnvloeden op een wijze die nadelig kan zijn voor de verwerkelijking van de doelstelling van één enkele markt tussen de Lid-Staten , omdat zij de verkoop van Belgische suiker in andere landen van de Gemeenschap beperkt , en in bepaalde gevallen verhindert ; dat deze gedraging van de R.T . derhalve onder toepassing van artikel 86 van het Verdrag valt ;

2 . Overwegende dat de gedraging van de S.U . en de C.S.M . ten aanzien van drie Nederlandse handelaren , Internatio , Jacobson en Dudok de Wit , dient te worden beoordeeld uit het oogpunt van de bepalingen van artikel 86 van het Verdrag ;

Overwegende dat twee Nederlandse fabrikanten de S.U . en de C.S.M . een machtspositie innemen op de Nederlandse suikermarkt , die een wezenlijk deel van de gemeenschappelijke markt vormt ; dat deze twee fabrikanten nauw samenwerken voor bijna al hun activiteiten , t.w . de gemeenschappelijke ontvangst van de grondstof , de contingentering van de produktie , de samenwerking inzake het gebruik van de bijprodukten , de bundeling van het wetenschappelijk onderzoek , het marktonderzoek , de reclame en de verkoopbevordering , de eenvormigheid van de prijzen af fabriek en de verkoopvoorwaarden ; dat inderdaad ten aanzien van andere ondernemingen , en met name ten aanzien van de drie voornoemde handelaren , deze twee fabrikanten een uniforme gedraging volgen en als eenheid optreden ;

Overwegende dat de machtspositie van deze twee fabrikanten voortvloeit uit het feit , dat zij de gehele Nederlandse suikerproduktie voor hun rekening nemen en dat hun verkopen meer dan 85 % van de Nederlandse markt vertegenwoordigen , alsmede uit de hun geboden mogelijkheid een onafhankelijke gedragslijn te volgen , die hun in staat stelt op te treden zonder in belangrijke mate rekening behoeven te houden met de aktiviteiten van hun concurrenten ; dat deze machtspositie nog wordt versterkt door het feit dat zij op diverse wijzen rechtstreeks of indirect vrijwel de gehele Nederlandse suikerinvoer controleren ;

Overwegende dat de S.U . en de C.S.M . deze machtspositie hebben misbruikt op de Nederlandse markt door de voornoemde handelaren te verplichten een overeenkomst af te sluiten waarbij deze handelaren zich verbonden :

- de belangrijke hoeveelheden in 1969 en 1970 ingevoerde suiker van Franse herkomst aan niet veel lagere prijzen dan deze van de Nederlandse fabrikanten door te verkopen ;

- aan de Nederlandse fabrikanten de laatste hoeveelheden in zakken van 50 kg en pakken van 1 kg in te voeren suiker door te verkopen opdat dezen deze suiker daarna op de Nederlandse markt onder hun merken en aan hun prijzen zouden verhandelen ;

- zonder de toestemming van de Nederlandse fabrikanten niet opnieuw zulke suikerinvoeren naar Nederland te ondernemen ;

Overwegende dat deze overeenkomst verkregen werd onder de economische druk van de twee Nederlandse fabrikanten , die er in bestond de Nederlandse handelaren te bedreigen , hun traditionele invoer voor veredeling door de Nederlandse melkindustrie bestemd onmogelijk te maken , welke invoer een belangrijk deel van de omzet van deze handelaren vormt ; dat de Nederlandse handelaren voor deze bedreiging zijn gezwicht ; dat met ingang van de campagne 1970/1971 de twee Nederlandse producenten deze handelaren in hun in overeenstemming met de R.T . afgestemd invoersysteem hebben ingeschakeld ;

Overwegende dat deze misbruiken ten doel hebben gehad de bevoorradingsbronnen van de Nederlandse handelaren , de vrij suiker naar Nederland wilden invoeren , en door hun tussenkomst de bevoorradingsbronnen van hun klanten , te beperken ;

Overwegende dat het misbruik van machtspositie door de S.U . en de C.S.M . op de Nederlandse suikermarkt de handel tussen Lid-Staten ongunstig kan beïnvloeden , omdat zij de verkoop in Nederland van suiker uit andere Lid-Staten van de Gemeenschap beperkt en in bepaalde gevallen verhindert ; dat aldus de gedraging van de S.U . en de C.S.M . onder toepassing van artikel 86 van het Verdrag valt ;

3 . Overwegende dat de gedragingen van de SZV jegens haar afnemers op grond van artikel 86 moet worden beoordeeld :

Overwegende dat de SZV in Zuid-Duitsland , die een wezenlijk deel van de gemeenschappelijke markt vormt , een machtspositie inneemt ; dat zij het overgrote deel van de produktie van haar leden afzet ; dat zij de prijzen en de verkooppolitiek zelfstandig bepaalt ; dat voor zover de SZV-leden afzonderlijk suiker verkopen dezelfde tussenpersonen worden ingeschakeld ; dat leveranties van " outsiders " aan handelaren en verwerkende industrie in hun afzetgebied een zeer geringe rol spelen ; dat dit gebied duidelijk afgebakend is van de afzetgebieden van de WZV en de NZV alsmede van de aangrenzende Franse markt ; dat leveranties uit andere gebieden van Duitsland uit de produktie van niet tot de SZV behorende fabrieken tot de uitzondering behoren ; dat de leveranties uit het aangrenzende Frankrijk aan de Zuidduitse handelaren of suikerverwerkende industrie even weinig talrijk en intensief zijn ; dat de Franse fabrikanten weliswaar naar het Saargebied leveren doch in het afzetgebied van de SZV voornamelijk slechts aan de fabrikanten zelf ( SZ AG en Franken ) ; dat het marktaandeel van de SZV aldus op minstens 90-95 % kan worden geschat ; dat deze positie haar gelegenheid biedt tot een zelfstandig gedrag dat haar in staat stelt te handelen zonder veel rekening te moeten houden met de activiteiten van haar concurrenten ;

Overwegende dat de SZV deze machtspositie in de eerste plaats heeft misbruikt door haar tussenpersonen te verplichten suiker van andere oorsprong niet zonder haar toestemming te verkopen ; dat daardoor de mogelijkheid voor buitenlandse aanbieders suiker via de van de SZV afnemende handelaren te verkopen praktisch is uitgesloten ; dat slechts voor de invoer van speciale soorten suiker en van suiker voor het veredelingsverkeer toestemming werd verleend ; dat de betrokkenen erop hebben gewezen dat in het Zuidduitse gebied andere handelaren gevestigd zijn die vrij zouden kunnen importeren en dat een reeks van verwerkende ondernemingen ook suiker afnemen in het buitenland ; dat zulk niets afdoet aan het feit dat de afzetmogelijkheden van buitenlandse aanbieders op de Zuidduitse markt , waarvan het vrij hoge prijsniveau , omstreeks de richtprijs , voor exporteurs interessant lijkt , daardoor aanmerkelijk zijn beperkt ; dat de van de SZV afnemende en derhalve gebonden handelaren niet als vragende partij kunnen optreden ; dat de aan de tussenpersonen opgelegde verplichting buitenlandse suiker niet te verkopen zonder toestemming , waar deze verplichting werd opgelegd door een onderneming die een machtspositie inneemt , een inbreuk op artikel 86 vormt ;

Overwegende dat de SZV haar machtspositie verder misbruikt door het verlenen van een getrouwheidskorting ;

Overwegende dat het toekennen van een korting welke niet afhankelijk is van de afgenomen hoeveelheid maar alleen van de omstandigheid of de jaarbehoefte al dan niet geheel gedekt wordt bij de SZV , die afnemers die naast binnenlandse ook ingevoerde suiker afnemen op onrechtvaardige wijze benadeelt ; dat , aangezien de afnemers althans ten dele aangewezen zijn op leveringen van de SZV omdat zij over onvoldoende opslagmogelijkheden beschikken en regelmatig geleverd moeten worden , het nadeel de getrouwheidskorting te verliezen zeer snel het voordeel overtreft van het inkopen van suiker bij " outsiders " , ook als deze voor goedkopere prijzen aanbieden ;

Overwegende dat betrokkenen hebben aangevoerd dat de getrouwheidskorting die reeds voor de inwerkingtreding van de communautaire ordening in de suikersector toegepast werd zeer laag is , namelijk slechts 0,3 % van de verkoopprijs ; dat de offertes van de Franse exporteurs zo gunstig waren dat zij het verlies van de jaarkorting meer dan compenseerden ; dat deze korting bovendien veelal ook zou worden verleend bij het aankopen van buitenlandse suiker ; dat de getrouwheidskorting zeer dikwijls aan de afnemers terstond op het factuurbedrag voor de afzonderlijke leveringen in mindering zou worden gebracht , vooral - in 2/3 van de gevallen - in het westen van het afzetgebied van de SZV ;

Overwegende dat ook de relatief laag lijkende toegepaste getrouwheidskorting de eerder bedoelde effecten teweeg kan brengen ; dat het verlies van de getrouwheidskorting reeds bepaald voelbaar is voor een onderneming die doorsnee jaarbehoeften heeft ; dat voor een jaarbehoefte van 30 000 ton , hetgeen geen uitzonderingsgeval is , de getrouwheidskorting 90 000 DM betekent , en voor een behoefte van 50 000 ton , 150 000 DM ; dat indien de klant 3 000 of 5 000 ton in het buitenland wenst aan te kopen , het aanbod van de buitenlandse leverancier 30 DM per ton lager moet liggen alleen maar om het verlies van de jaarkorting te compenseren ; dat zulke gunstige offertes echter uitgesloten zijn ; dat bovendien moet worden opgemerkt dat de getrouwheidskorting eveneens voor de volgende aankopen van de klant bij de nationale fabrikanten op het spel staat ; dat de klanten de mogelijkheid niet hebben zich geheel tot buitenlandse leveranciers te wenden , in feite verplicht zijn een deel van hun behoeften bij de dichtstbij gelegen nationale fabrieken te betrekken en zich aldus moeten onderwerpen aan de voorwaarden van de SZV die de marktbeheersende aanbieder is ;

Overwegende dat uit de ter kennis van de Commissie gebrachte elementen blijkt dat in bepaalde gevallen ten minste het verlenen of het wegvallen van de korting gebonden is aan het staken der invoer en dat in deze gevallen de invoer ook werd beëindigd , alhoewel de buitenlandse offertes 10 tot 20 DM per ton lager lagen dan die van de SZV ; dat de belangrijkheid van het getrouwheidskortingsysteem namelijk ligt in de mogelijkheid de aankopen van de klanten bij buitenlandse fabrikanten te controleren , hetgeen gemakkelijk kan geschieden gezien de SZV kennis heeft van de gemiddelde jaarlijkse behoeften van haar klanten , welke zich nauwelijks wijzigen ;

Overwegende dat het feit dat deze korting eveneens in enkele gevallen verleend is zelfs indien bepaalde aankopen bij de buitenlandse fabrikanten zijn verricht en dat aldus de controle niet meer strikt zou zijn toegepast , niets verandert aan het feit dat het risico de korting te verliezen volstaan om de klanten te verhinderen andere invoeren te ondernemen , ten minste voor aanzienlijke hoeveelheden en systematisch ; dat de geringe invoeren die buiten de leveringen van fabrikant aan fabrikant plaatsvinden uit te leggen zijn door occasionale leveranties die door de SZV tijdelijk zijn geduld ;

Overwegende dat het van weinig belang is of in bepaalde gevallen de getrouwheidskorting onmiddellijk is verleend , te weten rechtstreeks van het bedrag van de faktuur is afgetrokken omdat het beslissend element ligt in het feit dat ingeval van aankopen bij buitenlandse fabrikanten de klanten ermede moeten rekenen dat de korting hun in de toekomst niet meer zal worden verleend ( niet alleen voor de volgende levering maar ook voor de daaropvolgende aankopen ) , hetgeen economisch gezien even belangrijk is als het wegvallen van de jaarlijkse korting zelf ;

Overwegende dat indien een dusdanige getrouwheidskorting door een onderneming die een machtspositie inneemt toegepast wordt ten einde de vrije importmogelijkheden nog verder te beperken en haar machtspositie te verstevigen en te vergroten , dit objectief gezien een misbruik vormt ; dat dit misbruik van machtspositie van de SZV in Zuid-Duitsland de handel tussen Lid-Staten ongunstig kan beïnvloeden ; dat aldus het verlenen van de getrouwheidskorting door de SZV een inbreuk vormt op artikel 86 ;

4 . Overwegende dat de door de WZV en Pfeifer und Langen ten opzichte van hun tussenhandelaren genomen maatregelen tot beperking van de import - en exportmogelijkheden beoordeeld moeten worden op grond van artikel 85 ;

Overwegende dat de " commissiecontracten " die de WZV en de " handelsvertegenwoordigingscontracten " die Pfeifer und Langen hebben afgesloten overeenkomsten zijn die een beperking van de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt ten doel en ten gevolge hebben , daar zij de tussenhandelaars ertoe verplichten de door hen geleverde suiker slechts in een bepaald gebied en aan bepaalde afnemers te verkopen en suiker van andere herkomst noch als handelsvertegenwoordiger noch als zelfstandige handelaar te verhandelen ;

Overwegende dat deze overeenkomsten , buiten de hierboven onderzochte beperkingen , ten gevolge hebben dat de afzet van ingevoerde suiker in het Westduitse afzetgebied aanmerkelijk wordt bemoeilijkt ; dat zij verhinderen dat het aantal leveranciers van suiker voor menselijke consumptie bestemd op deze markt zou toenemen ; dat een activiteit van tussenpersoon op deze markt voor andere leveranciers slechts toegelaten is , indien zij overeen te brengen is met het gemeenschappelijke belang van de contractspartners ; dat zelfs indien deze toestemming in bepaalde gevallen gegeven werd , de contractspartners de conttrolemogelijkheid op deze verkoop behouden , waaronder de hoeveelheid , de kwaliteiten , de leveranciers , de afnemers en de prijs begrepen zijn of althans kunnen begrepen zijn ; dat naar de Commissie heeft geconstateerd dergelijke controles daadwerkelijk plaatsvinden en de toestemming slechts wordt verleend voor de verkoop van speciale soorten suiker en suiker voor denaturering bestemd ; dat de aldus gebonden tussenpersonen geen belangrijke afnemers in het handelsstadium meer kunnen zijn voor de buitenlandse leveranciers , met name uit andere Lid-Staten .

Overwegende dat een andere beperking van de importmogelijkheden voortvloeit uit het feit dat de commissie voor de verkoop van suiker van de WZV afgestemd is op het bedrag waarmee de verkoopprijs de interventieprijs overtreft , zodat de commissionairs er geen belang bij hebben het algemene prijsniveau in gevaar te brengen door verkoop van ingevoerde suiker tegen lagere prijzen ;

Overwegende dat de vaststelling van verkoopzones ertoe leidt dat de tussenhandelaren geen exporttransacties in andere Lid-Staten voor de suiker die door de leden van de WZV wordt geproduceerd , mogen ondernemen ;

Overwegende dat de betrokkenen hebben aangevoerd dat artikel 85 , lid 1 , niet van toepassing zou zijn omdat de commissie - en handelsvertegenwoordigingscontracten volgens de bekendmaking van de Commissie van 24 december 1962 inzake alleenvertegenwoordigingsovereenkomsten met handelsagenten ( 12 ) niet onder dit verbod zouden vallen ; dat het hier om niet zelfstandige tussenpersonen zou gaan , welke deel uitmaken van de eigen verkooporganisatie ; dat het concurrentieverbod niet alleen wettelijk is vastgelegd maar ook voortvloeit uit de bijzondere verhouding van getrouwheid tussen de tussenpersoon en de opdrachtgever ;

Overwegende dat de Commissie in deze bekendmaking heeft aangegeven dat zij zich bij haar beoordeling niet door de benaming van het contrakt laat leiden maar door de functie van de tussenpersoon ; dat zij de rol van een handelsagent naar voren heeft gebracht als die van een hulpfunctie doordat deze in de onderneming van de opdrachtgever is geïntegreerd ; dat de verplichting voor een bepaalde tijd uitsluitend voor één opdrachtgever werkzaam te zijn als uitvloeisel van de speciale plicht tot wederzijdse behartiging van de belangen tussen handelsagent en opdrachtgever derhalve niet als concurrentiebeperking kan worden aangemerkt ; dat het feit dat bepaalde tussenpersonen in de met de leveranciers afgesloten contracten handelsagenten of commissionairs worden genoemd de Commissie niet belet de werkelijke economische functie van deze tussenpersonen aan de hand van de gesloten overeenkomsten te onderzoeken ;

Overwegende dat kenmerkend is voor het onderhavige geval dat de als commissionairs of handelsagenten aangeduide tussenpersonen niet slechts voor een enkele opdrachtgever werkzaam zijn ; dat zij niet alleen als tussenpersoon fungeren voor de WZV , maar ook voor enkele andere ondernemingen-leden en voor de NWZV ; dat voor zover zij daartoe toestemming hebben verkregen van hun opdrachtgever zij ook voor rekening van andere leveranciers van suiker in hun afzetgebied kunnen optreden ; dat veel belangrijker is hun functie van handelaar in suiker bestemd voor denaturering en vooral voor de verkoop in derde landen ;

Overwegende dat bijgevolg de tussenhandelaren niet uitsluitend voor een enkele opdrachtgever werkzaam zijn maar in een aanzienlijke mate de functie van onafhankelijk handelaar uitoefenen met name op de wereldmarkt ; dat zij ook op de binnenlandse markt gelijktijdig de belangen van meerdere ondernemingen met hun gemeenschappelijke toestemming waarnemen ;

Overwegende dat onder deze omstandigheden de tussenpersonen van de WZV en Pfeifer en Langen niet een " hulpfunctie " uitoefenen ; dat zij niet geïntegreerd zijn in de onderneming van de opdrachtgever , hetgeen aan de toepassing van artikel 85 in de weg zou staan ;

Overwegende dat , aangezien de distributieovereenkomst van de WZV en Pfeifer en Langen , de in - en uitvoer van suiker tussen Lid-Staten regelen , zij niet volgens artikel 4 , lid 2 , sub 1 , van Verordening nr . 17 van aanmelding zijn vrijgesteld ; dat zij bij het ontbreken van aanmelding derhalve verboden zijn zonder dat de toepassing van artikel 85 , lid 3 , overwogen kan worden ; dat zelfs wanneer de verkoopcontracten niet aangemeld behoefden te worden , de Commissie van mening is dat de voorwaarden voor een buiten toepassing verklaring overeenkomstig artikel 85 , lid 3 , niet vervuld zijn ; dat niet ingezien kan worden hoe het verbod van invoer zonder toestemming van de binnelandse suikerindustrie merkbare objectieve voordelen voor de distributie van de suiker met zich zou kunnen brengen die de nadelen voor de concurrentie zouden compenseren en die een billijk aandeel daaruit aan de gebruikers ten goede zou doen komen ;

F

Overwegende dat de gedragingen van de R.T . , Say , Béghin , Générale Sucrière , Lebaudy-SUC , Sucre-Union et Sucres et Denrées met betrekking tot de inschrijvingen voor de uitvoerrestituties naar derde landen beoordeeld moeten worden op grond van de bepalingen van artikel 85 van het Verdrag ;

Overwegende dat de onderling afgestemde feitelijke gedragingen tussen de bovengenoemde suikerproducenten ertoe strekt of ten gevolge heeft dat de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt wordt verhinderd , beperkt of vervalst ; dat deze onderlinge afstemming zowel betrekking had op de hoeveelheden als op de restituties die bij de inschrijvingen werden geboden voor de uitvoer naar derde landen ; dat in een stelsel van inschrijvingen juist bij voorkeur de werking van de concurrentie tot zijn recht moet kunnen komen ; dat vanaf het ogenblik dat de offertes die door de deelnemers aan een inschrijving worden gedaan niet meer resultaat zijn van individuele economische berekening , doch slechts berusten op de kennis van de offertes van de andere deelnemers en het onderling afstemmen met hen , de werking van de concurrentie wordt verhinderd of althans vervalst en beperkt ; dat hoewel deze inschrijvingen betrekking hebben op de uitvoer van suiker naar derde landen , zij de uitvoer naar derde landen van in de Gemeenschap geproduceerde suiker mogelijk maken en de mededinging dus binnen de Gemeenschap geacht dient te worden verhinderd , vervalst of beperkt te zijn ;

Overwegende dat deze onderling afgestemde feitelijke gedraging de handel tussen de Lid-Staten ongunstig kan beïnvloeden ; dat immers belangrijke fabrikanten van meerdere Lid-Staten , - Frankrijk en België , landen die de grootste suikeroverschotten van de Gemeenschap hebben - hun gedrag onderling hebben afgestemd en dat zij aldus de hoeveelheden suiker die elk van hen zonder deze onderlinge afstemming op de markten van de Lid-Staten zou hebben moeten afzetten , hebben kunnen wijzigen ; dat bovendien , al heeft het systeem van inschrijvingen dat door de communautaire ordening is ingesteld , ten doel globaal een zekere hoeveelheid suiker op de wereldmarkt af te zetten , dan blijven indien de restituties door het spel van de mededinging worden verleend aan die ondernemingen die de laagste offertes hebben gedaan , de fabrikanten in de onzekerheid wat de mogelijkheid betreft hun suiker naar derde landen uit te voeren ; dat volgens de resultaten van de inschrijvingen , bepaalde fabrikanten dan wel andere verplicht zijn bepaalde hoeveelheden overschotsuiker in de andere Lid-Staten van de Gemeenschap te verhandelen ; dat aldus de onderlinge afstemming een wijziging heeft kunnen brengen in de hoeveelheden die binnen de Gemeenschap werden verhandeld door de voornaamste fabrikanten van Frankrijk en België ; dat bovendien zoals blijkt uit de commerciële correspondentie tussen de betrokken ondernemingen , het feit dat men in het kader van deze inschrijvingen beschikt over een zekere garantie voor de afzet van belangrijke hoeveelheden en dan met een interessante winst , ongetwijfeld een doorslaggevend element was voor de verhandeling van de overschotsuiker van voornoemde fabrikanten ; dat de onderlinge afstemming eveneens een complementaire maatregel was voor de andere maatregelen die betrokkenen hebben genomen om bepaalde nationale markten te beschermen ;

Overwegende dat het feit dat de Commissie de mogelijkheid heeft geen gevolg te geven aan een inschrijving en aldus de hoeveelheden zou kunnen bepalen die op de wereldmarkt zullen worden afgezet geen wijziging kan brengen in de conclusie dat bovengenoemde onderling afgestemde feitelijke gedraging de handel tussen de Lid-Staten ongunstig kan beïnvloeden ; dat de Commissie immers niet de mogelijkheid heeft naar willekeur de voorwaarden voor de uitvoer van suiker vast te stellen - zowel voor de restituties als voor de hoeveelheden - omdat zij in haar keuze beperkt is door de offertes die haar worden gedaan door de fabrikanten en zij derhalve deze voorwaarden slechts kan vaststellen in het kader van deze offertes ; dat ook al heeft de Commissie , gerekend over een gehele campagne , wel een zekere controle over de uitvoeren van de Gemeenschap , de fabrikanten de mogelijkheid hebben door hun onderlinge afstemming de resultaten van een of meer bepaalde inschrijvingen te wijzigen ;

Overwegende dat deze onderling afgestemde feitelijke gedraging onder toepassing van artikel 85 , lid 1 , van het Verdrag valt ;

III

Overwegende dat de bovenbeschreven onderling afgestemde feitelijke gedragingen welke onder het in artikel 85 , lid 1 , van het Verdrag vervatte verbod vallen , niet in aanmerking kunnen komen voor de uitzonderingen van artikel 2 , lid 1 , eerste zin , van Verordening nr . 26 van de Raad ;

Overwegende dat op de eerste van deze uitzonderingen , ten gunste van " overeenkomsten , besluiten en gedragingen , die een wezenlijk bestanddeel uitmaken van een nationale marktorganisatie " geenszins beroep kan worden gedaan wegens het bestaan van een gemeenschappelijke marktordening , die geen plaats meer gelaten heeft voor de nationale marktordeningen ; dat uit de derde overweging van Verordening nr . 26 voortvloeit dat de tweede uitzondering , ten gunste van " overeenkomsten , besluiten en gedragingen die vereist zijn voor de verwezenlijking van de in artikel 39 van het Verdrag omschreven doelstellingen " alleen kan gelden indien de toepassing van artikel 85 , lid 1 , de verwezenlijking van de doelstellingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid in gevaar zou brengen ; dat de middelen welke tot deze verwezenlijking noodzakelijk zijn door de gemeenschappelijke wetgever onder de vorm van Verordening nr . 1009/67/EEG en zijn uitvoeringsverordeningen zijn vastgesteld ( meer bepaald minimumprijzen voor suikerbieten , steunmechanismen voor de suikerprijs , basis - en maximumproduktiequota voor elke onderneming , maatregelen voor de afzet van het overschot van de produktie ) en dat bedoelde onderling afgestemde feitelijke gedragingen geenszins bij deze middelen begrepen zijn , wat ook het gezichtspunt zij waaronder men ze onderzoekt ( kunstmatige scheiding van de gemeenschappelijke suikermarkt voor menselijke consumptie , van die van de overschottenmarkt , verdeling van de nationale suikermarkten voor menselijke consumptie , discriminatie bij de leveringen , maatregelen om de invoeren te beperken , onderlinge afstemming bij de inschrijvingen ) ;

Overwegende dat de middelen die zijn aangewend om de doelstellingen van het gemeenschappelijke landbouwbeleid in de suikersector te verwezenlijken het funktioneren en ontwikkelen van de gemeenschappelijke suikermarkt moeten mogelijk maken zoals voorzien is in artikel 38 , lid 4 , van het Verdrag , te weten het vrije verkeer van het produkt tussen de Lid-Staten ; dat waar Verordening nr . 1009/67/EEG basishoeveelheden per Lid-Staat bepaalt , deze hoeveelheden slechts berekeningselementen zijn voor het aan elke onderneming toe te wijzen produktiequotum teneinde de prijs - en afzetgarantie te beperken ; dat zij dus geen vorm van verdeling van de suikerproduktie tussen de Lid-Staten zijn ;

Overwegende dat onder de doelstellingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid welke in artikel 39 van het Verdrag zijn bepaald , de overwegingen van Verordening nr . 1009/67/EEG de belangrijkheid onderlijnen van de noodzakelijke garanties voor de tewerkstelling en levensstandaard van de telers van suikerbieten en suikerriet van de Gemeenschap ; dat de betrokken onderling afgestemde feitelijke gedragingen enerzijds geenszins deelmaken van de daartoe door de gemeenschappelijke ordening voorziene en hierboven aangehaalde middelen , en anderzijds voor een totaal verschillende doelstelling zijn aangewend ;

Overwegende dat bovendien de onderlinge afstemming inzake de communautaire inschrijvingen voor de vaststelling van uitvoerrestituties ertoe leidt dat de mededinging tussen de deelnemers welke juist het doel is van het in Verordening nr . 1009/67/EEG vervatte stelsel van inschrijvingen , wordt uitgeschakeld ;

Overwegende dat de betrokken onderling afgestemde feitelijke gedragingen geenszins noodzakelijk kunnen worden geacht om de doelstellingen van artikel 39 van het Verdrag in de sector suiker te verwezenlijken en dat bepaalde aspecten ervan zelfs indruisen tegen de door de gemeenschappelijke ordening genomen maatregelen welke noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van deze doelstellingen in deze sector ;

IV

1 . Overwegende dat indien de Commissie een inbreuk op artikel 85 en 86 vaststelt , zij overeenkomstig artikel 3 , lid 1 , van Verordening nr . 17 de betrokken ondernemingen kan verplichten , aan de geconstateerde inbreuken een einde te maken ; dat de Commissie op grond van de bovenstaande overwegingen , in onderhavig geval inbreuken op artikel 85 en 86 moet vaststellen ( zie artikel 1 van de hiernavolgende beschikking ) en dat zij de betrokken ondernemingen overeenkomstig artikel 3 van de bovengenoemde verordening verplicht , aan de vastgestelde inbreuken een einde te maken ;

2 . Overwegende dat de Commissie ingevolge artikel 15 , lid 2 , a ) , van Verordening nr . 17 bij beschikking aan ondernemingen en ondernemingsverenigingen geldboetes kan opleggen van ten minste 1 000 en ten hoogste 1 miljoen rekeneenheden , of voor elke onderneming die aan de inbreuk deelgenomen heeft afzonderlijk tot een bedrag van ten hoogste 10 % van de omzet van het voorafgaande boekjaar , wanneer zij opzettelijk of uit onachtzaamheid inbreuk maken op artikel 85 , lid 1 , of artikel 86 van het Verdrag ;

Overwegende dat betrokkenen opzettelijk of althans uit grove nalatigheid inbreuken hebben gepleegd aangezien zij niet onwetend waren of althans niet onwetend hadden kunnen zijn van de mededinging beperkende gevolgen van deze gedragingen ; dat de maatregelen die enige betrokkenen ten aanzien van de handelaren , de afnemers of bij de inschrijvingen voor de uitvoerrestituties naar derde landen ( zie punt II E en F ) getroffen hebben voor het vaststellen van de boete moeten beoordeeld worden in samenhang met de onderling afgestemde feitelijke gedragingen waaraan betrokkenen hebben deelgenomen ( punt II A tot D ) ;

Overwegende dat bij de vaststelling van het bedrag der geldboetes volgens artikel 15 , lid 2 , zwaarte en duur der inbreuken in aanmerking moeten worden genomen ;

a ) Overwegende dat bij de beoordeling van de zwaarte der inbreuken algemenerwijze het volgende kan worden vastgesteld ;

Overwegende dat enerzijds in aanmerking moet worden genomen , dat het hier een produkt van bijzondere betekenis voor de verbruiker betreft en dat de door de betrokkenen getroffen maatregelen ingrijpend zijn en duidelijk ingaan tegen het doel van het Verdrag de integratie van de markten te bevorderen ; dat daarbij niet uit het oog dient te worden verloren , dat de afzonderlijke gedragingen op hetzelfde doel zijn gericht en elkaar onderling aanvullen , hoewel hun toepassing al naar de bijzondere kenmerken van de desbetreffende markt en de desbetreffende suikerbevoorradingspositie in detail variëren ; dat elke gedraging tengevolge heeft dat de mogelijkheden , om suiker vrij en zonder controle van de nationale suikerproducenten uit andere Lid-Staten te betrekken , tot een minimum worden gereduceerd ;

Overwegende dat anderzijds in aanmerking dient te worden genomen , dat de produktie van en de handel in suiker tot 30 juni 1968 door de nationale marktordeningen gedetailleerd waren geregeld , en wel met inbegrip van de vaststelling van verkoopzones voor de suikerhandel ; dat dit een zeker vasthouden aan oude gewoontes verklaart en een slechts langzame aanpassing en benutting van de mogelijkheden , die de suikermarktordening van de Gemeenschap voor een vrije grensoverschrijdende suikerhandel heeft geopend ; dat echter de bijzonderheden van de gemeenschappelijke suikermarkt , waarvan de ordening bepaalde beperkingen bevat , zonder nochtans de mogelijkheid van concurrentie uit te sluiten , in aanmerking moeten genomen worden ;

Overwegende dat ten aanzien van de duur van de inbreuken algemenerwijze in aanmerking dient te worden genomen , dat zij zich over een periode van verscheidene jaren uitstrekken ;

b ) Overwegende dat bij de beoordeling van het bedrag der geldboeten voor de afzonderlijke ondernemingen aard en duur van de inbreuken , waaraan zij respectievelijk hebben deelgenomen , de betekenis van hun aandeel daarin , hun positie op de desbetreffende markt en hun houding ten aanzien van hun afnemers in aanmerking moeten worden genomen ;

Overwegende dat R.T . zowel is betrokken bij de afspraak over de uitvoer naar Italië als bij de onderlinge afstemming van het verkoopbeleid tegenover de S.U . , de C.S.M . en Pfeifer und Langen alsmede bij de inschrijvingen voor uitvoerrestituties ; dat zij op de Belgische en Luxemburgse markt haar invloed ten opzichte van haar belangrijkste , voor eventuele uitvoer in eerste instantie in aanmerking komende handelaren heeft doen gelden ;

Overwegende dat Sucres et Denrées zowel bij de onderlinge afstemming inzake de inschrijvingen voor uitvoerrestituties als bij de onderlinge afstemming over de uitvoer naar Italië is betrokken ; dat zij bij de afwikkeling van deze uitvoer de hoofdrol heeft gespeeld , aangezien zij het gehele aanbod heeft gecoordineerd en de voorwaarden voor de jaarlijkse leveranties in onderhandelingen met Eridania heeft vastgesteld .

Overwegende dat Say in het kader van de Belgische en Franse leveranciersgroep voor de uitvoer naar Italië een belangrijke rol heeft gespeeld en ook bij de onderlinge afstemming inzake de inschrijvingen voor uitvoerrestituties is betrokken , doch daarentegen niet aan de onderling afgestemde feitelijke gedragingen betreffende de andere markten van de Gemeenschap heeft deelgenomen ;

Overwegende dat Béghin niet alleen het belangrijkste lid van de Belgische en Franse groep voor de uitvoer naar Italië is en bij de onderlinge afstemming inzake de inschrijvingen voor uitvoerrestituties is betrokken , doch ook in grote omvang rechtstreekse leveringen heeft gedaan aan zijn Duitse concurrenten ( SZ AG en Franken ) ;

Overwegende dat Générale Sucrière zowel bij de onderlinge afstemming over de uitvoer naar Italië als bij de offertes in het kader van de inschrijvingen voor uitvoerrestituties partij is ; dat zij in 1971/1972 de controle over de onderneming Lebaudy-Sommier heeft verworven , die eveneens aan de Belgische en Franse groep voor uitvoer naar Italië heeft deelgenomen ;

Overwegende dat Eridania de onderneming is geweest rond welke de Italiaanse importeursgroep zich heeft georganiseerd ten einde de verkoop in Italië van de in de andere Lid-Staten van de Gemeenschap geproduceerde suiker te controleren ; dat deze onderneming de leveringsovereenkomsten met de Franse , Belgische en Zuidduitse leveranciers heeft nagestreefd en uitgewerkt ; dat Eridania door de onderling afgestemde organisatie van deze leveringen , haar door haar produktie-omvang reeds zeer sterke positie op de Italiaanse markt nog verder heeft kunnen versterken ;

Overwegende dat de Società Italiana per l'Industria degli Zuccheri , waarover de " Gruppo Padano " onlangs de controle heeft verworven , steeds aan de activiteiten van de Italiaanse importeursgroep heeft deelgenomen en dikwijls geprofiteerd heeft van de bij de inschrijvingen verkregen resultaten , dank zij de op basis van de afspraak met de leveranciersgroep ingediende offertes ;

Overwegende dat de Cavarzere-Produzioni Industriali die met de Società Generale di Zuccherifici , die onlangs de Zuccherificio e Raffineria di Pontelongo heeft overgenomen , één groep vormt ( Gruppo Padano ) ook steeds heeft deelgenomen aan de activiteiten van de Italiaanse importeursgroep en heeft geprofiteerd van de door de groep bij de inschrijvingen voor de invoer van suiker naar Italië verkregen resultaten ;

Overwegende dat tussen de Romana Zucchero en de Zuccherificio del Volano steeds onderlinge banden hebben bestaan , met name ten aanzien van het handelsbeleid en dat zij onlangs onder de controle zijn gekomen van de AIE ; dat deze ondernemingen zich steeds solidair hebben betoond met de activiteit van de importeursgroep en dat de AIE en de Zuccherificio del Volano eveneens hebben geprofiteerd van de bij de inschrijvingen verkregen resultaten , hoewel in mindere mate dan de bovengenoemde ondernemingen ( de Romana Zucchero heeft slechts af en toe aan de inschrijvingen deelgenomen en voor geringe hoeveelheden ) ;

Overwegende dat de SADAM zich in dezelfde positie als de AIE of de Zuccherificio del Volano bevindt , wat haar deelname aan de inschrijvingen van de Cassa Conguaglio betreft ;

Overwegende dat de S.U . de belangrijkste Nederlandse fabrikant is en dat zij uit dien hoofde bijzonder geïnteresseerd is in en betrokken bij de controle van de invoer in Nederland in samenwerking met de belangrijkste potentiële aanbieders R.T . en Pfeifer und Langen ;

Overwegende dat voor de C.S.M . in hoofdzaak dezelfde overwegingen gelden ; dat voor het haar opleggen van een lagere geldboete dan aan de S.U . haar geringer marktaandeel en haar minder grote invloed op de nationale markt spreken ;

Overwegende dat Pfeifer und Langen door haar produktie en haar invloed in de WZV de belangrijkste onderneming van het westelijk deel van Duitsland is ; dat zij er op doorslaggevende wijze aan heeft meegewerkt , de invoer van suiker sedert 1968/1969 in haar afzetgebied dankzij de samenwerking met R.T . onder haar controle te brengen , hetzij door de rechtstreekse aankoop van een wezenlijk deel van de extrabehoefte bij haar buitenlandse concurrent , hetzij door onderlinge afstemming met de R.T . ; dat deze zich buiten het kader van de leveringen van fabrikant aan fabrikant zou onthouden van concurrerende aanbiedingen in haar afzetgebied ; anderzijds heeft Pfeifer und Langen in de twee laatste jaren deelgenomen aan de afgestemde feitelijke gedraging suiker rechtstreeks aan de Nederlandse fabrikanten te leveren ;

Overwegende dat de SZ AG , een van de belangrijkste fabrikanten van de Gemeenschap is en een overwegende invloed uitoefent in de SZV ; dat zij slechts gedurende één campagne ( 1969/1970 ) aan de groep voor de uitvoer naar Italië heeft deelgenomen maar dat zij nadien voortgegaan is suiker naar Italië in overeenstemming met de Italiaanse fabrikanten voornamelijk door leveranties van fabrikant aan fabrikant uit te voeren ; dat zij daarentegen in toenemende mate suiker van Sucre Union en Béghin heeft gekocht en daarmee de mededinging , die het resultaat had kunnen zijn van een vrije verkoop van deze hoeveelheden in Zuid-Duitsland , aanzienlijk heeft besnoeid ;

Overwegende dat de gedraging van de ZSV , eveneens in deze context moet worden beoordeeld ; dat zij met de verhandeling van de suiker van de SZ AG en van de andere leden in Zuid-Duitsland was belast ;

Overwegende dat ten aanzien van Sucre Union van de vaststelling van een geldboete kan worden afgezien ; dat deze onderneming weliswaar aan de Belgische en Franse groep voor de uitvoer naar Italië heeft deelgenomen , alsmede aan de afgestemde gedragingen betreffende de rechtstreekse leveringen aan Duitse concurrenten betreffende de uitvoerrestituties naar derde landen , doch dat zij de enige was , die zich steeds zoveel mogelijk afzijdig heeft gehouden en naast de rechtstreekse leveringen aan buitenlandse concurrenten in vrij grote mate ook verkopen aan handelaren en verwerkende ondernemingen van het land van bestemming heeft gedaan ; dat hetzelfde voor de onderneming Lebaudy-SUC geldt , aangezien deze op grond van haar bescheiden marktpositie en economische afhankelijkheid van de Générale Sucrière slechts een bescheiden rol speelt en bovenbien in grotere mate individuele leveranties naar andere Lid-Staten heeft verricht , dat de Italiaanse ondernemingen Romano Zucchero , Société Générale de Sucreries ( ex Pontelongo ) en Zuccherificio di Sermide aan de onderling afgestemde gedragingen van de importeurs - en de leveranciersgroep op de Italiaanse markt slechts af en toe en op qua omvang zeer beperkte wijze deel hebben genomen zodat er geen aanleiding is , hun geldboetes op te leggen ; dat ook ten aanzien van Franken de vaststelling van een geldboete niet noodzakelijk lijkt , aangezien deze onderneming in de Zuidduitse verkooporganisatie geen rol van betekenis speelt en bij rechtstreekse aankopen bij buitenlandse concurrenten uitsluitend het voorbeeld van de SZ AG heeft gevolgd ; dat eveneens geen boete aan de WZV moet worden opgelegd ; dat het onder deze omstandigheden voldoende lijkt , voornoemde ondernemingen te verplichten de door hen gepleegde inbreuken te staken , zonder verdere strafmaatregelen ;

Overwegende dat het de Commissie na overweging van alle bovengenoemde omstandigheden passend voorkomt , de in artikel 3 van deze beschikking genoemde geldboetes vast te stellen ;

3 . Overwegende dat de onderhavige beschikking overeenkomstig artikel 192 van het E.E.G.-Verdrag een executoriale titel vormt ;

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN :

Artikel 1

1 . Vastgesteld wordt , dat de volgende inbreuken op artikel 85 , lid 1 , van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap zijn gepleegd :

1 ) Eridania , Società Generale di Zuccherifici , Cavarzere-Produzioni Industriali , Società Italiana per l'Industria degli Zuccheri , Romana Zucchero , Zuccherificio del Volano , Agricola Industriale Emiliana ( AIE ) , SADAM , Zuccherificio di Sermide enerzijds en Sucres et Denrées , Béghin , Sucre-Union , Say , Générale Sucrière , Lebaudy-SUC , de Tiense Suikerrafinaderij en Sueddeutsche Zucker AG anderzijds hebben vanaf het einde van het verkoopseizoen 1968/1969 inbreuk gepleegd op artikel 85 , lid 1 , door aan een onderling afgestemde feitelijke gedraging deel te nemen die ertoe strekt en ten gevolge heeft de leveranties op de Italiaanse suikermarkt te controleren en deze markt bijgevolg af te schermen ;

2 ) de Suiker Unie en de Centrale Suiker Maatschappij enerzijds en de Tiense Suikerraffinaderij en Pfeifer und Langen anderzijds hebben sedert het verkoopseizoen 1968/1969 ( Pfeifer und Langen sinds 1970/1971 ) inbreuk gepleegd op artikel 85 , lid 1 , door aan een onderling afgestemde feitelijke gedraging deel te nemen die ertoe strekt en tengevolge heeft de leveranties op de Nederlandse suikermarkt te controleren en deze markt bijgevolg af te schermen ;

3 ) Pfeifer und Langen enerzijds en de Tiense Suikerraffinaderij anderzijds hebben sedert het verkoopseizoen 1968/1969 inbreuk gepleegd op artikel 85 , lid 1 , door aan een onderling afgestemde feitelijke gedraging deel te nemen die ertoe strekt en ten gevolge heeft de leveranties van Belgische suiker op de suikermarkt van het westelijk deel van Duitsland te controleren en bijgevolg deze markt af te schermen ;

4 ) De Sueddeutsche Zucker AG en Franken enerzijds en Béghin en Sucre Union anderzijds hebben sinds het verkoopseizoen 1970/1971 inbreuk gepleegd op artikel 85 , lid 1 , door aan een onderling afgestemde feitelijke gedraging deel te nemen die ertoe strekt en ten gevolge heeft de leveranties Franse suiker op de suikermarkt van het zuidelijk deel van Duitsland te controleren en bijgevolg deze markt af te schermen ;

2 . Vastgesteld wordt dat volgende maatregelen die in samenhang met voornoemde onderling afgestemde feitelijke gedragingen zijn beoordeeld , ook op zichzelf genomen inbreuken op artikel 86 en 85 , lid 1 , van het Verdrag vormen :

1 ) Tiense Suikerraffinaderij heeft sinds het verkoopseizoen 1968/1969 inbreuk gepleegd op artikel 86 door de Belgische uitvoerhandelaren Export en Hottlet door economische druk ertoe te brengen hun uitvoer te beperken ;

2 ) Suiker Unie en Centrale Suiker Maatschappij hebben in het verkoopseizoen 1969/1970 inbreuk gepleegd op artikel 86 , door de Nederlandse importeurs door economische druk ertoe te brengen hun invoeren te beperken ;

3 ) De Suedzucker Verkaufs GmbH heeft sinds het verkoopseizoen 1968/1969 inbreuk gepleegd op artikel 86 , door haar tussenpersonen te verhinderen suiker van andere herkomst te verkopen en door middel van een getrouwheidskorting de klanten aan zich te binden ;

4 ) De Westdeutsche Zuckervertriebsgesellschaft en Pfeifer und Langen hebben sinds het verkoopseizoen 1968/1969 inbreuk gepleegd op artikel 85 , lid 1 , door met de tussenpersonen overeenkomsten te sluiten die de mogelijkheden van in - en uitvoer binnen de Gemeenschap beperken ;

3 . Vastgesteld wordt , dat de Tiense Suikerraffinaderij , Say , Béghin , Générale Sucrière , Lebaudy-SUC , Sucre Union en Sucres et Denrées in 1970 inbreuk hebben gepleegd op artikel 85 , lid 1 , doordat zij bij de inschrijvingen van de Commissie betreffende de restituties voor uitvoer naar derde landen de aan te bieden hoeveelheden en het bedrag der restituties onderling hebben afgestemd .

Artikel 2

De bovengenoemde ondernemingen zijn verplicht aan de vastgestelde inbreuken onmiddellijk een einde te maken .

Artikel 3

1 . De volgende geldboetes worden opgelegd :

a ) aan de Tiense Suikerraffinaderij een geldboete van 1 500 000 ( een miljoen vijf honderd duizend ) rekeneenheden , of 75 000 000 ( vijf en zeventig miljoen ) Bfr . ,

b ) aan de Sucres et Denrées een geldboete van 1 000 000 ( een miljoen ) rekeneenheden , of 5 554 190 ( vijf miljoen vijf honderd vierenvijftig duizend honderd negentig FF ,

c ) aan de Société des Raffineries et Sucreries Say een geldboete van 500 000 ( vijf honderd duizend ) rekeneenheden , of 2 777 095 ( twee miljoen zeven honderd zevenenzeventig duizend vijfennegentig ) FF ,

d ) aan de Société F . Béghin S.A . een geldboete van 700 000 ( zeven honderd duizend ) rekeneenheden of 3 887 933 ( drie miljoen achthonderd zevenentachtig duizend negenhonderd drieëndertig ) FF ,

e ) aan de Générale Sucrière S.A . een geldboete van 400 000 ( vier honderd duizend ) rekeneenheden of 2 221 676 ( twee miljoen twee honderd eenentwintig duizend zes honderd zesenzeventig ) FF ,

f ) aan de Eridania Zuccherifici Nazionali SpA , een geldboete van 1 000 000 ( een miljoen ) rekeenheden of 625 000 000 ( zes honderd vijfentwintig miljoen ) lire ,

g ) aan de Società Generale di Zuccherifici een geldboete ter hoogte van 300 000 ( drie honderd duizend ) rekeneenheden of 187 500 000 ( honderd zevenentachtig miljoen vijf honderd duizend ) lire ,

h ) aan de Cavarzere-Produzioni Industriali een geldboete van 200 000 ( twee honderd duizend ) rekeneenheden of 125 000 000 ( honderd vijfentwintig miljoen ) lire ,

i ) aan de Agricola Industriale Emiliana ( AIE ) SpA een geldboete van 100 000 ( honderd duizend ) rekeneenheden of 62 500 000 ( tweeënzestig miljoen vijfhonderd duizend ) lire ,

j ) aan de Zuccherificio del Volano SpA een geldboete van 100 000 ( honderd duizend ) rekeneenheden of 62 500 000 ( tweeënzestig miljoen vijfhonderd duizend ) lire ,

k ) aan de SADAM SpA een geldboete van 100 000 ( honderd duizend ) rekeneenheden of 62 500 000 ( tweeënzestig miljoen vijfhonderd duizend ) lire ,

l ) aan de Cooperatieve Vereniging Suiker Unie U.A . een geldboete van 800 000 ( acht honderd duizend ) rekeneenheden of 2 896 000 ( twee miljoen acht honderd zesennegentig duizend ) Fl . ,

m ) aan de Centrale Suiker Maatschappij N.V . een geldboete van 600 000 ( zes honderd duizend ) rekeneenheden of 2 172 000 ( twee miljoen honderd tweeënzeventig duizend ) Fl ,

n ) aan Pfeifer und Langen een geldboete van 800 000 ( acht honderd duizend ) rekeneenheden of 2 928 000 ( twee miljoen negen honderd achtentwintig duizend ) DM ,

o ) aan de Sueddeutsche Zucker AG een geldboete van 700 000 ( zeven honderd duizend ) rekeneenheden of 2 562 000 ( twee miljoen vijf honderd tweeënzestig duizend ) DM ,

p ) aan de Suedzucker-Verkauf GmbH een geldboete van 200 000 ( twee honderd duizend ) rekeneenheden of 732 000 ( zeven honderd tweeëndertig duizend ) DM .

2 . Deze beschikking vormt voor de ondernemingen , aan wie een geldboete is opgelegd , overeenkomstig artikel 192 van het E.E.G.-Verdrag executoriale titel .

Artikel 4

Deze beschikking is gericht tot de volgende ondernemingen :

- Tiense Suikerraffinaderij N.V .

Tervurenlaan 182

1040 Brussel

- N.V . Centrale Suiker Maatschappij

Herengracht 493

NL Amsterdam-C

- Cooperatieve Vereniging Suiker Unie U.A .

Boompjes 55

NL Rotterdam

- Westdeutsche Zuckervertriebsgesellschaft mbH und Co . KG ,

5 Koeln 1

Rothgerberbach 5 - Duitsland

- Pfeifer und Langen

5 Koeln 1

Postfach 190 108 - Duitsland

- Suedzucker Verkauf GmbH

637 Oberursel

Hohemarktstrasse 152 - Duitsland

- Sueddeutsche Zucker AG

D 68 Mannheim 1

Maximilianstrasse 10 , Postfach 2066

- Zuckerfabrik Franken GmbH

D 8703 Ochsenfurt

Marktbreitenstrasse 72 , Postfach 21

- Sucre-Union S.A .

14 , rue de Bassano

F 75 Paris ( 16e )

- Société des Raffineries et Sucreries Say

18 , rue Vaneau

F 75 Paris ( 7e )

- Société F . Béghin S.A .

F 59 Thumeries

- Générale Sucrière S.A .

25 , avenue Franklin D . Roosevelt

F 75 Paris ( 8e )

- Société Nouvelle de Raffinerie Lebaudy-Sommier S.A .

122 , avenue de Neuilly

F 75 Neuilly-sur-Seine

- Groupement d'Intérêt Economique Lebaudy-S.U.C .

336 , rue Saint-Honoré

F 75 Paris ( 1er )

- Sucres et Denrées S.A .

55 , avenue Kléber

F 75 Paris ( 16e )

- Eridania Zuccherifici Nazionali SpA

Corso Podesta 2

I 16128 Genova

- Società Generale di Zuccherifici ( Société Générale de Sucreries )

8 , rue Montoyer

1040 Bruxelles

- Cavarzere-Produzioni Industriali

Via San Fermo 39

I Padova

- Società Italiana per l'Industria degli Zuccheri SpA

Via Corsica 19

I Genova

- Romana Zucchero SpA

Via XX Settembre 29/4

I Genova

- Zuccherificio del Volano SpA

Via XX Settembre 29/4

I Genova

- Agricola Industriale Emiliana ( AIE ) SpA

Via Indipendenza 67

I Bologna

- SADAM SpA

Piazza Galileo 6

I Bologna

- Zuccherificio di Sermide SpA

Via Polleri 3

I Genova

Gedaan te Brussel , 2 januari 1973 .

Voor de Commissie

De Voorzitter

S . L . MANSHOLT

( 1 ) PB nr . 13 van 21 . 2 . 1962 , blz . 204/62 .

( 2 ) PB nr . 30 van 20 . 4 . 1962 , blz . 993/62 .

( 3 ) PB nr . 308 van 18 . 12 . 1967 , blz . 1 .

( 4 ) PB nr . 127 van 20 . 8 . 1963 , blz . 2268/63 .

( 5 ) De suikercampagnes beginnen op 1 juli van het eerstgenoemde jaar en eindigen op 30 juni van het daaropvolgende jaar .

( 6 ) De beoordeling van deze overeenkomst op grond van artikel 85 is aan een andere procedure voorbehouden .

( 7 ) geen goederenbeweging van land tot land tenzij bij overeenstemming tussen de fabrikanten .

( 8 ) de regel " ieder op eigen terrein " die door de Europese suikerproducenten algemeen is aanvaard , althans wat de grootste groepen van producentenraffinadeurs betreft , eerbiedigen .

( 9 ) Vertaling : " Bij uitsluitende voorziening in uw jaarlijkse behoeften bij de fabrieken van onze leden geven wij op de overeengekomen prijs aan het eind van het suiker-verkoopseizoen ( 30 juni ) en jaarlijkse hoeveelheidskorting ter hoogte van 0,30 DM per 100 kg " .

( 10 ) opheffing van de mededinging voor de uitvoerrestituties ten einde voor iedere fabrikant althans de interventieprijs te waarborgen . Derhalve staking van de strijd om de afzet op de binnenlandse markt , waar de prijs zekerder is dan bij uitvoer ( dit geldt met name voor Frankrijk ) .

( 11 ) Vertaling : " Wat Nederland betreft is het grondbeginsel dat wij niets willen doen dat de S.U . of C.S.M . schadelijk kan zijn , evenmin deze niets willen doen dat ons zou verstoren " .

( 12 ) PB nr . 139 van 24 . 12 . 1962 , blz . 2921/62 .