EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 26.4.2023
COM(2023) 240 final
BIJLAGEN
bij het
Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
betreffende de doeltreffende coördinatie van het economisch beleid en het multilaterale begrotingstoezicht en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad
BIJLAGE I
Criteria voor het bepalen van het technische traject voor lidstaten met een overheidsschuld van meer dan 60 % van het bbp of een overheidstekort van meer dan 3 % van het bbp
Voor lidstaten met een overheidsschuld boven de referentiewaarde van 60 % van het bbp of een overheidstekort boven de referentiewaarde van 3 % van het bbp zorgt het technische traject ervoor dat:
(a)het tienjarige schuldtraject zich zonder verdere begrotingsmaatregelen uiterlijk aan het einde van de aanpassingsperiode op een plausibel neerwaarts pad bevindt of op een prudent niveau blijft;
(b)het overheidstekort in dezelfde periode van tien jaar zonder verdere begrotingsmaatregelen onder de referentiewaarde van 3 % van het bbp wordt gebracht en gehouden.
(c)voor de jaren waarin de betrokken lidstaat naar verwachting een tekort boven de referentiewaarde van 3 % van het bbp zal hebben en de overschrijding niet dicht bij de referentiewaarde ligt en tijdelijk is, het technische traject ook in overeenstemming is met de benchmark als bedoeld in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten, zoals gewijzigd bij Verordening [X];
(d)de aanpassingsinspanning niet wordt uitgesteld tot de laatste jaren van de aanpassingsperiode, dat wil zeggen dat de budgettaire aanpassingsinspanning gedurende de periode van het nationale budgettair-structurele plan voor de middellange termijn ten minste evenredig is aan de totale inspanning gedurende de gehele aanpassingsperiode;
(e)de overheidsschuldquote aan het einde van de planningshorizon onder het niveau van de overheidsschuldquote in het jaar vóór de aanvang van het technische traject is gebracht; en
(f)de groei van de nationale netto-uitgaven gedurende de looptijd van het plan in de regel gemiddeld onder de productiegroei op middellange termijn blijft.
BIJLAGE II
Informatie die in de nationale budgettair-structurele plannen voor de middellange termijn moet worden verstrekt
Een nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn bevat de volgende informatie:
(a)Het in artikel 11 bedoelde nationale netto-uitgaventraject. De andere begrotingsvariabelen die buiten de controle van de overheid vallen en die deel uitmaken van de in artikel 2 bedoelde definitie van netto-uitgaven, bestaan uit uitgaven voor programma’s van de Unie die volledig met inkomsten uit Uniefondsen worden gefinancierd en cyclische elementen van de uitgaven voor werkloosheidsuitkeringen.
(b)Het geplande groeipad van de overheidsontvangsten bij ongewijzigd beleid.
(c)Het geplande beloop van de overheidsschuldquote.
(d)Informatie over impliciete uit de vergrijzing voortvloeiende verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen met een potentieel grote impact op de overheidsbegrotingen, zoals onder meer overheidsgaranties, oninbare leningen en uit de exploitatie van overheidsbedrijven voortvloeiende verplichtingen, met vermelding van de omvang ervan, potentiële uitgaven en verplichtingen die voortvloeien uit rechtszaken en, voor zover mogelijk, informatie over rampen- en klimaatgerelateerde verplichtingen.
(e)De belangrijkste aannamen over de verwachte economische ontwikkelingen en de belangrijkste economische variabelen die relevant zijn om te zorgen voor consistentie met een convergentie van de overheidsschuld naar prudente niveaus en om het overheidstekort onder de referentiewaarde van 3 % van het bbp te houden.
(f)Indien de lidstaat gebruikmaakt van de onder punt e) bedoelde aannamen die afwijken van de veronderstellingen van de Commissie over de aanpassingsperiode van het nationale budgettair-structurele plan voor de middellange termijn en de daaropvolgende periode van tien jaar indien geen verdere hervormingsmaatregelen worden genomen, moeten de nodige toelichtingen en motiveringen worden gegeven op basis van deugdelijke economische argumenten voor deze verschillen.
(g)Een analyse van de wijze waarop veranderingen in de belangrijkste economische aannamen van invloed zouden zijn op de begrotings- en schuldpositie van de lidstaat.
(h)Indien van toepassing, de naar behoren gemotiveerde redenen (met relevante deugdelijke en verifieerbare economische argumenten) om af te wijken van het door de Commissie uitgetekende technische traject.
(i)Hervormings- en investeringsprioriteiten om een antwoord te bieden op de belangrijkste uitdagingen die in de landspecifieke aanbevelingen zijn vastgesteld, rekening houdend met de stand van de uitvoering van die landspecifieke aanbevelingen.
(j)Totale uitgaven voor overheidsinvesteringen, alsook hervormingen en overheidsuitgaven voor de in bijlage VI bedoelde gemeenschappelijke prioriteiten van de Unie.
(k)Indien van toepassing, informatie over een specifieke, tijdgebonden en verifieerbare reeks hervormings- en investeringsverbintenissen die ten grondslag liggen aan een verlenging van de aanpassingsperiode overeenkomstig artikel 13, een tijdschema voor de uitvoering ervan, alsmede deugdelijke economische argumenten dat deze reeks hervormings- en investeringsverbintenissen voldoet aan de criteria van artikel 13, rekening houdend met de beoordelingscriteria in bijlage VII.
(l)Een kwantificering, voor zover mogelijk, van de verwachte effecten van de onder punt k) bedoelde hervormingen en investeringen op de houdbaarheid van de begroting, de groei en de werkgelegenheid, in voorkomend geval in overeenstemming met gezamenlijk overeengekomen methoden.
(m)Het effect op de middellange termijn voor de begroting en de potentiële groei van de onder punt k) bedoelde hervormings- en investeringsverbintenissen waar mogelijk.
(n)Indien van toepassing, hervormingen en investeringen om de in het kader van de procedure voor macro-economische onevenwichtigheden vastgestelde macro-economische onevenwichtigheden te corrigeren.
(o)Het geplande algemene niveau van de op nationaal niveau gefinancierde publieke investeringen voor de periode van het nationale budgettair-structurele plan voor de middellange termijn.
(p)Voor lidstaten met een lage overheidsschuld, maar met grote impliciete verplichtingen als gevolg van de vergrijzing, moet bij het nationale netto-uitgaventraject en de hervormingen in de nationale budgettair-structurele plannen voor de middellange termijn terdege rekening worden gehouden met de uitdagingen op het gebied van de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op lange termijn.
(q)Informatie over de raadplegingen van de sociale partners, maatschappelijke organisaties en andere relevante belanghebbenden met het oog op de voorbereiding van het plan.
BIJLAGE III
Door de lidstaten in de jaarlijkse voortgangsverslagen te verstrekken informatie
In hun jaarlijkse voortgangsverslag verstrekken de lidstaten de volgende informatie:
(a)Een vergelijking tussen de geplande netto-uitgaven op basis van het door de Raad vastgestelde traject voor de netto-uitgaven en de netto-uitgaven op basis van de begrotingsresultaten.
(b)Een vergelijking vanaf het begin van het nationale budgettair-structurele plan voor de middellange termijn tussen de prognoses van de belangrijkste economische variabelen die in dat plan zijn ingediend en de begrotingsresultaten voor deze variabelen, alsmede de gevolgen voor de naleving van het door de Raad vastgestelde netto-uitgaventraject en de gevolgen voor het in dat plan gerapporteerde geplande beloop van de overheidsschuldquote.
(c)Een analyse van de uitvoering van de discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde in het voorgaande jaar.
(d)De vooruitgang en de geplande uitvoering voor het volgende jaar van de hervormings- en investeringsverbintenissen die in het nationale budgettair-structurele plan voor de middellange termijn zijn gedaan volgens de informatie die overeenkomstig bijlage II, punten i) en j), alsmede, indien van toepassing, k) en n) moet worden verstrekt.
(e)Informatie voor het volgende jaar over de wijze waarop de lidstaat voornemens is gevolg te geven aan de landspecifieke aanbevelingen van het voorgaande jaar, met inbegrip van, indien van toepassing, de aanbeveling over het economisch beleid van de eurozone.
(f)Tijdens de looptijd van de herstel- en veerkrachtfaciliteit, informatie over de voortgang van de uitvoering van het plan voor herstel en veerkracht, om te voldoen aan de tweejaarlijkse verslagleggingsvereisten in het kader van het Europees Semester als bedoeld in artikel 27 van Verordening (EU) 2021/241.
(g)Informatie over de ontwikkeling van de in het nationale budgettair-structurele plan voor de middellange termijn gerapporteerde en in bijlage II, punt d), bedoelde voorwaardelijke verplichtingen, alsmede, in voorkomend geval, van de impliciete verplichtingen in verband met de vergrijzing, en informatie over de voorwaardelijke verplichtingen en de impliciete verplichtingen voor het volgende jaar.
(h)De belangrijkste aannamen over de verwachte economische ontwikkelingen en de belangrijkste economische variabelen voor de volgende jaren van de aanpassingsperiode, met inbegrip van de overheidsschuldquote.
(i)De prognoses bij ongewijzigd beleid voor de volgende jaren van de aanpassingsperiode voor de overheidsuitgaven en -ontvangsten en de belangrijkste componenten daarvan, met inbegrip van de uitgaven voor overheidsinvesteringen.
(j)De geplande overheidsuitgaven en -ontvangsten als percentage van het bbp en de belangrijkste componenten daarvan voor de volgende jaren van de aanpassingsperiode, rekening houdend met het door de Raad vastgestelde netto-uitgaventraject.
(k)Een beschrijving en kwantificering van de maatregelen aan de uitgaven- en ontvangstenzijde die moeten worden uitgevoerd om de kloof te overbruggen tussen de onder punt i) bedoelde prognoses bij ongewijzigd beleid voor uitgaven en ontvangsten en de onder punt j) bedoelde geplande uitgaven en ontvangsten.
(l)Een analyse van de ontwikkeling van de macro-economische onevenwichtigheden die in het kader van de procedure voor macro-economische onevenwichtigheden zijn vastgesteld, en van de gevolgen voor die onevenwichtigheden van de uitvoering van de desbetreffende hervormingen en investeringen die in het nationale budgettair-structurele plan voor de middellange termijn overeenkomstig bijlage II, punt n), zijn gerapporteerd, indien van toepassing.
(m)Informatie over de uitvoering van een waarschuwing door de Commissie of een aanbeveling van de Raad overeenkomstig artikel 121, lid 4, VWEU.
(n)Informatie over ontwikkelingen op het gebied van de arbeidsmarkt, vaardigheden en het sociaal beleid, en over de uitvoering van beleidsmaatregelen die zijn genomen ter bevordering van opwaartse sociale convergentie tussen de lidstaten in de richting van betere arbeids- en levensomstandigheden, in overeenstemming met de beginselen van de Europese pijler van sociale rechten en de werkgelegenheidsrichtsnoeren uit hoofde van artikel 148 VWEU. Dit omvat het verwachte effect van de maatregelen in verhouding tot de vooruitgang bij de verwezenlijking van de nationale doelstellingen op het gebied van werkgelegenheid, vaardigheden en armoedebestrijding tegen 2030.
(o)De beoordeling van de in artikel 22 bedoelde onafhankelijke begrotingsinstellingen.
BIJLAGE IV
Werking van de controlerekening
Op de in artikel 21 bedoelde controlerekening van elke lidstaat wordt een debet geboekt wanneer de werkelijke netto-uitgaven in de lidstaat in een bepaald jaar boven het door de Raad vastgestelde netto-uitgaventraject liggen.
Op de controlerekening wordt een credit geboekt wanneer de werkelijke netto-uitgaven in de lidstaat in een bepaald jaar onder het door de Raad vastgestelde netto-uitgaventraject liggen.
Het gecumuleerde saldo van de controlerekening in een bepaalde periode is de som van de jaarlijkse debiteringen en crediteringen die in die periode zijn geregistreerd.
BIJLAGE V
Methode voor de beoordeling van de plausibiliteit door de Commissie
De methode voor de beoordeling van de plausibiliteit overeenkomstig artikel 8 is gebaseerd op de volgende voorwaarden:
·de overheidsschuldquote moet dalen of op een prudent niveau blijven, volgens de deterministische scenario’s van het kader van de Commissie voor prognoses van de overheidsschuld op middellange termijn, zoals beschreven in de Debt Sustainability Monitor 2022;
·het risico dat de overheidsschuldquote in de vijf jaar na de aanpassingsperiode van het nationale budgettair-structurele plan voor de middellange termijn niet daalt, is voldoende klein. Het risico wordt beoordeeld aan de hand van de stochastische analyse van de Commissie.
BIJLAGE VI
Gemeenschappelijke prioriteiten van de Unie
De in artikel 12, punt b), bedoelde gemeenschappelijke prioriteiten van de Unie zijn:
(a)De Europese Green Deal, met inbegrip van de transitie naar klimaatneutraliteit tegen 2050 en de vertaling op nationaal niveau via de nationale energie- en klimaatplannen;
(b)De Europese pijler van sociale rechten, met inbegrip van de bijbehorende doelstellingen inzake werkgelegenheid, vaardigheden en armoedebestrijding tegen 2030;
(c)Het beleidsprogramma voor het digitale decennium tot 2030, dat op nationaal niveau tot uiting komt in de nationale strategische stappenplannen voor het digitale decennium;
(d)
Een strategisch kompas voor veiligheid en defensie – Voor een Europese Unie die haar burgers, waarden en belangen beschermt en bijdraagt aan de internationale vrede en veiligheid
.
BIJLAGE VII
Beoordelingskader voor de reeks hervormings- en investeringsverbintenissen die ten grondslag liggen aan een verlenging van de aanpassingsperiode
1.Toepassingsgebied
Dit beoordelingskader moet als uitgangspunt dienen
–voor een beoordeling door de Commissie of de reeks hervormingen en investeringsverbintenissen in de nationale budgettair-structurele plannen voor de middellange termijn die ten grondslag liggen aan een verlenging van de aanpassingsperiode, voldoen aan de criteria van artikel 13, lid 2. Dit beoordelingskader vormt derhalve het uitgangspunt voor de toepassing van de in artikel 13, lid 2, bedoelde beoordelingscriteria met het oog op een billijk en transparant proces;
–voor een beoordeling of elk van die hervormings- en investeringsverbintenissen voldoet aan de voorwaarden van artikel 13, lid 3. Dit beoordelingskader vormt derhalve ook het uitgangspunt voor de toepassing van de in artikel 13, lid 3, bedoelde criteria met hetzelfde doel.
2.Beoordelingscriteria
Overeenkomstig artikel 13, lid 2, moet de reeks hervormingen en investeringsverbintenissen die zijn opgenomen in de nationale budgettair-structurele plannen voor de middellange termijn die ten grondslag liggen aan een verlenging van de aanpassingsperiode in verhouding staan tot de omvang van de uitdagingen op het gebied van de overheidsschuld zoals vastgesteld in de meest recente actualisering van de Debt Sustainability Monitor (schuldhoudbaarheidsmonitor) en de uitdagingen voor de groei op middellange termijn in de lidstaat. Voor lidstaten waar de uitdagingen op het gebied van de overheidsschuld verband houden met aanzienlijke uitdagingen voor de groei op middellange termijn, wordt verwacht dat in de reeks hervormingen en investeringen ook knelpunten voor de groei op middellange termijn worden aangepakt.
De reeks hervormings- en investeringsverbintenissen voldoet, tezamen genomen, aan de volgende criteria:
2.1De reeks hervormings- en investeringsverbintenissen is groeibevorderend.
–De reeks hervormings- en investeringsverbintenissen zal naar verwachting op basis van geloofwaardige, goed gedocumenteerde en prudente aannamen het groeipotentieel van de economie van de betrokken lidstaat op duurzame wijze aanzienlijk stimuleren.
2.2De reeks hervormings- en investeringsverbintenissen ondersteunen de budgettaire houdbaarheid.
–De reeks hervormings- en investeringsverbintenissen zal naar verwachting leiden tot een aanzienlijke structurele verbetering van de overheidsfinanciën op middellange termijn door een structurele verlaging van de overheidsuitgaven of een verhoging van de overheidsinkomsten van de betrokken lidstaat.
2.3De reeks hervormings- en investeringsverbintenissen is gericht op prioriteiten van de Unie als bedoeld in bijlage VI.
–De reeks hervormings- en investeringsverbintenissen draagt aanzienlijk bij tot ten minste een van de prioriteiten van de Unie als bedoeld in bijlage VI.
2.4 De reeks hervormings- en investeringsverbintenissen is in haar geheel genomen gericht op relevante landspecifieke aanbevelingen, met inbegrip van, indien van toepassing, aanbevelingen die zijn gedaan in het kader van de procedure voor macro-economische onevenwichtigheden.
–Van de reeks relevante hervormings- en investeringsverbintenissen die ten grondslag liggen aan de verlenging van de aanpassingsperiode wordt verwacht dat zij in haar geheel genomen zal bijdragen tot het aanpakken van de problemen die zijn vastgesteld in de desbetreffende landspecifieke aanbevelingen, met inbegrip van de aanbevelingen die in voorkomend geval in het kader van de procedure voor macro-economische onevenwichtigheden zijn gedaan, rekening houdend met de reikwijdte en de omvang van de landspecifieke uitdagingen en de toezeggingen die zijn gedaan in het kader van de herstel- en veerkrachtplannen, indien van toepassing.
2.5 De reeks hervormings- en investeringsverbintenissen zorgt ervoor dat het totale niveau van nationaal gefinancierde overheidsinvesteringen gedurende de looptijd van het nationale budgettair-structurele plan voor de middellange termijn hoger is dan het niveau op middellange termijn vóór de looptijd van dat plan.
–Of het geplande niveau van nationaal gefinancierde overheidsinvesteringen gedurende de looptijd van het plan hoger is dan het niveau op middellange termijn vóór de looptijd van het plan.
Bovendien moeten alle hervormings- en investeringsverbintenissen van de lidstaten die ten grondslag liggen aan een verlenging van de aanpassingsperiode voldoende gedetailleerd, versneld uitgevoerd, tijdgebonden en verifieerbaar zijn.
–de beschrijving van de hervormings- en investeringsverbintenissen is duidelijk en bevat gedetailleerde informatie over elke hervorming en investering, zodat de Commissie de criteria in de punten 2.1 tot en met 2.5 kan beoordelen, onder meer wat betreft de uitvoering en monitoring ervan;
–de hervormingen zullen binnen de looptijd van het plan worden uitgevoerd;
–de investeringen zullen uiterlijk aan het einde van de aanpassingsperiode worden uitgevoerd;
–het nationale budgettair-structurele plan voor de middellange termijn bevat duidelijke, realistische, relevante en robuuste indicatoren aan de hand waarvan de vooruitgang bij de effectieve uitvoering van de hervormings- en investeringsverbintenissen kan worden geverifieerd.