31982D0260

82/260/EEG: Beschikking van de Commissie van 11 december 1981 inzake een procedure op grond van artikel 15 van Verordening nr. 17 van de Raad (IV/AF-512-SA National Panasonic (Belgium)NV)u (Slechts de teksten in de Franse en de Nederlandse taal zijn authentiek)

Publicatieblad Nr. L 113 van 27/04/1982 blz. 0018 - 0021


*****

BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 11 december 1981

inzake een procedure op grond van artikel 15 van Verordening nr. 17 van de Raad

(IV/AF-512 - SA National Panasonic (Belgium) NV)

(Slechts de teksten in de Franse en de Nederlandse taal zijn authentiek)

(82/260/EEG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, en met name op artikel 85,

Gelet op Verordening nr. 17 van de Raad van 6 februari 1962 (1), en met name op de artikelen 11 en 15,

Gezien het verzoek om inlichtingen dat op 11 juni 1981 door de Commissie is gericht tot de National Panasonic (Belgium) NV en het antwoord van de onderneming van 30 juni 1981,

Gezien het besluit van de Commissie van 4 augustus 1981 om in deze zaak de procedure in de leiden,

Nadat de onderneming conform artikel 19 van Verordening nr. 17 en Verordening nr. 99/63/EEG van de Commissie (2) de gelegenheid is gegeven haar standpunt mondeling tot te lichten, ten aanzien van de bezwaren van de Commissie,

Gezien het advies van het Adviescomité voor mededingingsregelingen en economische machtsposities conform artikel 10 van Verordening nr. 17 uitgebracht op 24 november 1981,

Overwegende dat de feiten als volgt kunnen worden samengevat:

De feiten

A. De onderneming

1. National Panasonic (Belgium) NV (hierna »NPB" te noemen), een onderneming met zetel Stationsstraat 26, B-1720 Groot-Bijgaarden, is een dochtermaatschappij voor 100 % van de Japanse onderneming Matsushita Electrical Trading Company, die zelf een dochtermaatschappij is van Matsushita Electric Industrial Company, de voornaamste Japanse fabrikant van elektrische en elektronische apparatuur.

2. De voornaamste activiteit van NPB is de import en afzet in België van in Japan en andere landen door Matsushita gefabriceerde elektronische consumptiegoederen, waaronder hi-fi en stereoapparatuur die wordt verkocht onder de merken »Technics", »National Panasonic" en »Panasonic".

B. De verificatie door de Commissie

3. Op 27 juni 1979 heeft de Commissie een verificatie conform artikel 14, lid 3, van Verordening nr. 17 verricht bij National Panasonic (UK) Ltd, eveneens een dochtermaatschappij van Matsushita die in het Verenigd Koninkrijk dezelfde taak vervult als NPB in België.

4. Het doel van de verificatie was, inlichtingen en bescheiden te verkrijgen met betrekking tot de vermoede oplegging door National Panasonic (UK) Ltd van een exportverbod aan zijn hi-fi-dealers in het

Verenigd Koninkrijk voor hi-fi-produkten naar andere EEG-Lid-Staten, ten einde het distributienet in deze landen te beschermen tegen de concurrentie van nevenimport.

5. Bij de verificatie verkregen de ambtenaren van de Commissie een aantal bescheiden met betrekking tot het beleid en de gedragingen van de firma ten aanzien van nevenimport van Technics- en National Panasonic-apparatuur.

6. Op 24 augustus 1979 stelde National Panasonic (UK) Ltd bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen een beroep in tegen de beschikking waarbij een verificatie werd gelast. Op 24 juni 1980 wees het Hof dit beroep af.

7. Uit een onderzoek van de bij de verificatie verkregen documenten bleek dat er verdere informatie nodig was ten einde nauwkeurige bijzonderheden te weten te komen over de prijsstructuur voor de verkoop van Technics hi-fi-apparatuur in de EEG, met name de door de dealers betaalde handelsprijs en de detailhandelsverkoopprijs.

C. Het verzoek om inlichtingen

8. Op 25 mei en 11 juni 1981 richtte de Commissie een verzoek om inlichtingen krachtens artikel 11 van Verordening nr. 17 tot de verkoopmaatschappijen van Matsushita in Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en België en tot de alleenverkoper in Nederland. Dit verzoek bevatte de gebruikelijke verwijzing naar de sancties in de genoemde verordening voor het geval dat de onderneming onjuiste inlichtingen zou verstrekken.

9. Het verzoek vermeldde dat de Commissie op 27 juni 1979 een verificatie krachtens artikel 14, lid 3, van Verordening nr. 17 bij National Panasonic (UK) Ltd had verricht, ten einde na te gaan of de onderneming had deelgenomen aan overeenkomsten of onderling afgestemde feitelijke gedragingen met het doel of het gevolg dat nevenimport naar andere EEG-Lid-Staten werd verhinderd, en dat een onderzoek van de verkregen documenten de noodzaak had doen ontstaan inlichtingen in te winnen over de afzet van Technics-produkten in de Gemeenschap.

10. De Commissie verlangde in haar verzoeken (o. a.) bijzonderheden van de prijsstructuur in de betrokken Lid-Staten. In de brief aan NPB was het relevante deel van het verzoek als volgt geformuleerd:

»Hebt U sinds 1 januari 1976 op enigerlei wijze aan de groothandel en/of detailhandel een opgave of berekeningsmethode verstrekt van aanbevolen, en/of maximum- en/of minimumconsumentenprijzen of richtprijzen waarmede die betreffende handelaren rekening dienden te houden of konden houden bij de vaststelling van hun wederverkoopprijzen op verbruikersniveau? Gelieve mij een afschrift te leveren van alle prijslijsten die sinds de genoemde datum door Uw onderneming voor dit doel werden uitgereikt.".

11. De brief bevatte in de voorlaatste alinea de mededeling dat het verzoek aan NPB was gericht op grond van artikel 11 van Verordening nr. 17 en bepaalde een termijn van drie weken voor het antwoord.

D. Het antwoord van NPB

12. NPB antwoordde op het verzoek om inlichtingen per aangetekende brief van 30 juni 1981.

De brief, ondertekend door de directeur luidt:

»In overeenstemming met de »programmaovereenkomst" van 29 september 1972, met betrekking tot de verkoopprijzen van elektrische huishoudtoestellen, bepaalt noch beveelt onze onderneming consumentenprijzen aan.".

E. De detailhandelsprijzen van NPB in België

13. De »programma-overeenkomst" regelt de marges, verkoopvoorwaarden en prijzen van elektrische huishoudelijke apparaten en consumentenelektronica in België. Aanvaarding van het programma is niet dwingend voorgeschreven, hoewel de meeste fabrikanten, verkopers en dealers het hebben ondertekend en hun weigering om toe te treden bepaalde nadelen met zich meebrengt. Krachtens de versie van 17 juli 1979 wordt van fabrikanten en importeurs verlangd dat zij geen verplichte detailhandelsprijzen of prijslijsten vaststellen of uitgeven; zij mogen alleen de nettoprijzen vaststellen waartegen zij de handel bevoorraden.

14. De normale praktijk van NPB is echter, dat zij lijsten uitgeeft met de detailhandelsprijzen welke haar dealers geacht worden te berekenen. Deze prijslijsten bevatten geen aanwijzingen dat zij van NPB afkomstig zijn en bestaan uit fotokopieën op gewoon papier zonder briefhoofd. De lijsten worden de dealers als onderdeel van de gereedgemaakte documentatie medegedeeld op zogenaamde »Dealers-days" waarop NPB het nieuw assortiment modellen bij haar net van dealers introduceert of bij bezoeken aan haar kantoor door de vertegenwoordiger van NPB.

15. De Commissie heeft uit verschillende, onderling onafhankelijke, bronnen de detailhandelsprijslijsten voor Technics-apparatuur verkregen die golden vanaf september 1976, april 1978, maart 1979, september 1979 en april 1980 en neemt aan dat deze authentiek zijn. Deze vermelden bij elk model van het Technics assortiment een detailhandelsprijs die overeenkomt met een basisprijs × 1,66, dit is een coëfficiënt van 1,75 over de maximumhandelsprijs, aangezien alle detailhandelaren een korting van 5 % over de basisprijs ontvangen. Deze berekening leverde voor de dealers een coëfficiënt op van 1,40 na belastingen (die toen op de meeste objecten 25 % bedroeg).

16. De Commissie heeft van dealers informatie verkregen waaruit blijkt dat de commerciële politiek van NPB, zoals deze op directieniveau wordt uitgestippeld, is, ervoor te zorgen dat haar aanbevolen detailhandelsprijzen door de dealers in acht worden genomen en dat er, wanneer van lagere prijsstelling blijkt, wordt geïntervenieerd door van de dealer te verlangen dat hij zijn prijzen weer verhoogt.

17. Gedurende althans de periode van september 1976 tot april 1980 was het de politiek en de praktijk van NPB, haar dealernet in België dergelijke detailhandelsprijslijsten toe te zenden. De Commissie heeft vastgesteld dat de dealers in Brussel, al worden er thans wellicht geen prijslijsten meer door NPB uitgegeven, hun detailhandelsprijzen in augustus 1981 nog steeds berekenden op basis van de coëfficiënt van 1,66. (Sinds de invoering van een extra luxebelasting van 8 % in België in september 1981 is dit wellicht hoger).

Juridische beoordeling

18. Krachtens artikel 15, lid 1, sub b), van Verordening nr. 17 kan de Commissie bij beschikking aan ondernemingen geldboeten opleggen van ten minste 100 en ten hoogste 5 000 rekeneenheden, wanneer zij opzettelijk of uit onachtzaamheid in antwoord op een verzoek als bedoeld in artikel 11, lid 3 of 5, een onjuiste inlichting verstrekken.

19. NPB verklaarde in haar antwoord in duidelijke en ondubbelzinnige bewoordingen dat zij geen detailhandelsprijzen vaststelde of aanbeval.

In feite was het de vaste praktijk van NPB en haar hoofddirectie gedurende bijna de gehele periode waarop het verzoek van de Commissie betrekking had, lijsten aan de dealers uit te geven met de detailhandelsprijzen voor elk model in het assortiment. In welke mate NPB er precies voor zorgde dat haar dealers de detailhandelsprijzen op de prijslijsten in acht namen behoeft hier niet te worden nagegaan, omdat het uitgeven van deze prijslijsten ten minste een prijsaanbeveling opleverde, een praktijk waarvan NPB in haar antwoord het bestaan categorisch had ontkend.

20. NPB verklaarde in haar antwoord op de mededeling van punten van bezwaar van de Commissie dat zij niet geloofde in antwoord op het verzoek om inlichtingen opzettelijk of uit onachtzaamheid onjuiste inlichtingen te hebben verstrekt, maar dat zij zich bij de »based on the record" beschikking van de Commissie zou neerleggen en geen gebruik zou maken van het recht op een hoorzitting.

21. De Commissie is echter van oordeel dat NPB in antwoord op een verzoek krachtens artikel 11, lid 3, van Verordening nr. 17 onjuiste inlichtingen heeft verstrekt. Aangezien de feiten bij de onderneming geheel en al bekend waren en de prijslijsten de dealers werden uitgereikt bij gelegenheden die door de hoofddirectie waren georganiseerd, kan de Commissie slechts tot de conclusie komen dat de onjuiste informatie opzettelijk werd verstrekt.

22. De Commissie is van oordeel dat dit een ernstige inbreuk oplevert. Verschillen in detailhandelsprijzen en a fortiori het bestaan van aanbevolen of verplichte detailhandelsprijzen in de verschillende EEG-Lid-Staten zijn van groot belang voor het oordeel van de Commissie over de economische gevolgen van een vermoedelijk exportverbod als, naar men meent, door National Panasonic (UK) Ltd werd opgelegd. Zou de Commissie verplicht zijn geweest het antwoord van NPB te aanvaarden, dan zou haar indruk van een belangrijk aspect van de prijsstructuur voor de verkoop van Technics-produkten in de EEG volledig onjuist zijn geweest. Zulk een onjuiste indruk kan het oordeel van de Commissie over de gevolgen of zelfs het bestaan van een vermoedelijk exportverbod in aanzienlijke mate vervalsen. NPB beschikte, toen zij haar antwoord gaf, over rechtskundige adviseurs en het is uiterst onwaarschijnlijk dat er van een misverstand sprake zou zijn geweest.

23. De Commissie zal derhalve NPB een geldboete opleggen. Met inachtneming van de bovenvermelde omstandigheden stelt zij de geldboete vast op 5 000 Ecu,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

De verklaring van de National Panasonic (Belgium) NV in haar brief van 30 juni 1981, dat zij geen detailhandelsprijzen aanbeval, vormde de opzettelijke verstrekking van onjuiste inlichtingen in antwoord op een verzoek om inlichtingen krachtens artikel 11, lid 3, van Verordening nr. 17 van de Raad.

Artikel 2

Aan de National Panasonic (Belgium) NV wordt een geldboete opgelegd van 5 000 (vijfduizend) Ecu (dit is 208 646 Bfr. (tweehonderd achtduizend zeshonderd zesenveertig Belgische frank). Dit bedrag moet worden overgemaakt op rekening nr. 310-0231000-32 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen bij Bank Brussel Lambert, B-1040 Brussel, binnen drie maanden na de kennisgeving van deze beschikking. Artikel 3

Deze beschikking is gericht tot SA National Panasonic (Belgium) NV, Stationsstraat 26, 1720 Groot-Bijgaarden, België.

Deze beschikking vormt in overeenstemming met artikel 192 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap executoriale titel.

Gedaan te Brussel, 11 december 1981.

Voor de Commissie

Frans ANDRIESSEN

Lid van de Commissie

(1) PB nr. 13 van 13. 2. 1962, blz. 204/62.

(2) PB nr. 127 van 20. 8. 1963, blz. 2268/63.