BESCHIKKING VAN HET GERECHT (Vierde kamer – uitgebreid)
14 maart 2022 ( *1 )
„Maatregel van instructie – Artikel 103, lid 3, van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht – Overlegging van niet-vertrouwelijke versies van documenten”
In zaak T‑136/19,
Bulgarian Energy Holding EAD, gevestigd te Sofia (Bulgarije),
Bulgartransgaz EAD, gevestigd te Sofia,
Bulgargaz EAD, gevestigd te Sofia,
vertegenwoordigd door M. Powell en K. Struckmann, advocaten,
verzoeksters,
ondersteund door
Republiek Bulgarije, vertegenwoordigd door E. Petranova, L. Zaharieva en T. Mitova als gemachtigden,
interveniënte,
tegen
Europese Commissie, vertegenwoordigd door H. van Vliet, G. Meessen, J. Szczodrowski en C. Georgieva als gemachtigden,
verweerster,
ondersteund door
Overgas Inc., gevestigd te Sofia, vertegenwoordigd door S. Cappellari en S. Gröss, advocaten,
interveniënte,
betreffende een verzoek krachtens de artikelen 261 en 263 VWEU strekkende, primair, tot nietigverklaring van besluit C(2018) 8806 final van de Commissie van 17 december 2018 inzake een procedure op grond van artikel 102 VWEU (zaak AT.39849 – BEH Gas) en, subsidiair, tot verlaging van het bedrag van de bij dat besluit aan verzoeksters opgelegde geldboete,
geeft
HET GERECHT (Vierde kamer – uitgebreid),
samengesteld als volgt: S. Gervasoni, president, L. Madise, P. Nihoul, R. Frendo (rapporteur) en J. Martín y Pérez de Nanclares, rechters,
griffier: E. Coulon,
de navolgende
Beschikking
|
1 |
Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Gerecht op 1 maart 2019, hebben verzoeksters, Bulgarian Energy Holding EAD, Bulgartransgaz EAD en Bulgargaz EAD, beroep ingesteld tot, primair, nietigverklaring en, subsidiair, herziening van besluit C(2018) 8806 final van de Commissie van 17 december 2018 inzake een procedure op grond van artikel 102 VWEU (zaak AT.39849 – BEH Gas), waarbij is vastgesteld dat zij op meerdere markten misbruik hebben gemaakt van hun machtspositie en waarbij hun derhalve een geldboete is opgelegd (hierna: „bestreden besluit”) |
|
2 |
Ter ondersteuning van hun beroep hebben verzoeksters zeven middelen aangevoerd. Met hun eerste middel betogen zij dat de Europese Commissie in het kader van de administratieve procedure die tot de vaststelling van het bestreden besluit heeft geleid, het beginsel van behoorlijk bestuur en hun rechten van verdediging in meerdere opzichten heeft geschonden. Zij stellen in wezen dat zij geen of onvoldoende toegang hebben gehad tot stukken die volgens hen ontlastend bewijsmateriaal bevatten. |
|
3 |
Bij beschikking van 26 mei 2021 heeft het Gerecht (Vierde kamer), naar aanleiding van een verzoek in het verzoekschrift, de Commissie overeenkomstig artikel 91, onder b), van zijn Reglement voor de procesvoering en gelet op de waarborgen van artikel 103, lid 1, van dat Reglement, gelast de gedetailleerde notulen van de acht bijeenkomsten van de Commissie met Overgas Inc. (hierna: „gedetailleerde notulen”), de verzoeken van Overgas om vertrouwelijke behandeling van deze notulen, de vertrouwelijke versies van de opmerkingen die Overgas na die acht bijeenkomsten had ingediend (hierna: „vervolgopmerkingen”), en de vertrouwelijke versie van het verslag dat de vertegenwoordigers van verzoeksters in het kader van een informatieprocedure op 28 juni 2018 hebben opgesteld (hierna: „informatieverslag”), te verstrekken. De Commissie heeft op 17 juni 2021 aan dit verzoek voldaan door de bijlagen nrs. X.1 tot en met X.16 in het dossier neer te leggen. |
|
4 |
Overeenkomstig artikel 103, leden 1 en 2, van het Reglement voor de procesvoering dient het Gerecht, wanneer het op basis van de door een hoofdpartij verstrekte gegevens, rechtens of feitelijk, heeft te toetsen of inlichtingen of stukken die na een maatregel van instructie bedoeld in artikel 91, onder b), van dat Reglement aan het Gerecht zijn overgelegd, vertrouwelijk zijn ten opzichte van de andere hoofdpartij, na te gaan of deze inlichtingen of stukken relevant zijn voor de uitspraak in het geding en vertrouwelijk zijn. |
|
5 |
Wanneer het Gerecht na de in artikel 103, lid 1, van dat Reglement bedoelde toetsing tot de conclusie komt dat bepaalde aan hem overgelegde inlichtingen of stukken relevant zijn voor de uitspraak in het geding en dat zij ten opzichte van de andere hoofdpartij vertrouwelijk zijn, weegt het deze vertrouwelijkheid vervolgens overeenkomstig artikel 103, lid 2, van dat Reglement af tegen de vereisten van effectieve rechterlijke bescherming, met name de inachtneming van het beginsel van een procedure op tegenspraak. |
|
6 |
In de onderhavige zaak werd verzoeksters tijdens de procedure krachtens artikel 102 VWEU tegengeworpen dat inlichtingen of stukken die Overgas aan de Commissie had verstrekt, vertrouwelijk waren. Op die grondslag voeren zij aan dat hun rechten van verdediging zijn geschonden, zoals uit punt 2 hierboven naar voren komt. De betrokken stukken zijn bekend bij zowel de Commissie – hoofdpartij in de onderhavige procedure – als Overgas, die aan haar zijde intervenieert. Verzoeksters, wier belangen in het bestreden besluit worden gelaakt, moeten daarentegen hun belangen tegenover de Commissie en Overgas verdedigen zonder kennis te hebben van die elementen van het administratieve dossier, ondanks hun hoedanigheid van hoofdpartij voor het Gerecht. |
|
7 |
In dergelijke omstandigheden brengen het beginsel van een procedure op tegenspraak en het door artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie gewaarborgde beginsel van „equality of arms”, waarvan de Unierechter de eerbiediging toetst, mee dat de verzoekende partijen bij de rechterlijke toetsing van een bestreden handeling een zo ruim mogelijke toegang tot het dossier krijgen, zodat zij alle beschikbare en relevante argumenten ter ondersteuning van hun beroep kunnen aanvoeren. |
|
8 |
Hieruit volgt tevens dat in het kader van de in artikel 103, leden 1 en 2, van het Reglement voor de procesvoering bedoelde toetsing eerst moet worden nagegaan of de inlichtingen of stukken die naar aanleiding van een maatregel van instructie aan het Gerecht zijn overgelegd, mogelijk vertrouwelijk zijn en, zo dit niet het geval is, dat zij aan de verzoekende partijen moeten worden verstrekt. Indien het daarentegen om vertrouwelijke inlichtingen of stukken gaat, dient het Gerecht een tweeledige toetsing te verrichten, met inbegrip van de vraag of de betreffende elementen relevant zijn voor de uitspraak in het geding. |
|
9 |
In dit verband zij eraan herinnerd dat de vertrouwelijke behandeling van gegevens uit het dossier niet gerechtvaardigd is wanneer het bijvoorbeeld gaat om informatie die reeds openbaar is of waartoe het grote publiek of bepaalde gespecialiseerde kringen toegang kunnen hebben, om informatie die ook voorkomt in andere passages of stukken van het dossier ten aanzien waarvan de partij die de betrokken informatie vertrouwelijk wenst te houden, geen verzoek om vertrouwelijke behandeling heeft ingediend, om gegevens die niet voldoende specifiek of nauwkeurig zijn om als vertrouwelijk te worden bestempeld, of om informatie die duidelijk blijkt dan wel kan worden afgeleid uit andere informatie die voor de belanghebbenden rechtmatig toegankelijk is (zie beschikking van 11 april 2019, Google en Alphabet/Commissie, T‑612/17, niet gepubliceerd, EU:T:2019:250, punt 20 en aldaar aangehaalde rechtspraak). |
|
10 |
Ook moet in dit stadium worden herinnerd aan de vaste rechtspraak volgens welke informatie die vertrouwelijk is geweest, maar die minstens vijf jaar oud is, om die reden als niet meer actueel moet worden beschouwd en aan de andere partijen moet worden verstrekt, behoudens uitzonderlijke omstandigheden waaruit zou voortvloeien dat deze informatie, ondanks de ouderdom ervan, nog steeds essentiële geheime informatie vormt van bijvoorbeeld industriële of commerciële aard, waarvan de openbaarmaking een partij of een derde zou schaden (zie in die zin beschikking van 11 april 2019, Google en Alphabet/Commissie, T‑612/17, niet gepubliceerd, EU:T:2019:250, punt 19 en aldaar aangehaalde rechtspraak). |
|
11 |
Ten slotte zij eraan herinnerd dat het Gerecht, overeenkomstig artikel 103, lid 3, van het Reglement voor de procesvoering, na afweging van de in artikel 103, lid 2, van dat Reglement bedoelde elementen, zoals uiteengezet in punt 5 hierboven, kan beslissen de vertrouwelijke inlichtingen of stukken ter kennis van de andere hoofdpartij te brengen, in voorkomend geval onder de voorwaarde van het aangaan van specifieke verbintenissen, of deze niet mee te delen, waarbij het Gerecht bij met redenen omklede beschikking meedeelt hoe deze andere hoofdpartij zo veel mogelijk in de gelegenheid wordt gesteld haar opmerkingen te maken, onder meer door te gelasten dat een niet-vertrouwelijke versie of een samenvatting van die elementen wordt overgelegd. |
Verzoeken van Overgas om vertrouwelijke behandeling van de gedetailleerde notulen
|
12 |
Op 18 januari 2018 heeft Overgas de Commissie per e-mail laten weten dat zij van mening was dat de gedetailleerde notulen vertrouwelijk moesten worden behandeld. Overgas heeft dit verzoek op 20 februari 2018 herhaald en nader toegelicht. |
|
13 |
Uit de brief van 20 februari 2018 van Overgas aan de Commissie blijkt dat Overgas in wezen vreesde dat de openbaarmaking van bepaalde gegevens in de gedetailleerde notulen aanzienlijke negatieve economische, administratieve of gerechtelijke gevolgen zou kunnen hebben. |
|
14 |
In de bijzondere context van de zaak zijn de redenen die Overgas aanvoert ter rechtvaardiging van de vertrouwelijke behandeling van de gedetailleerde notulen dus zelf gevoelig van aard, zodat zij derhalve als vertrouwelijk moeten worden beschouwd. |
|
15 |
De redenen die Overgas ter ondersteuning van haar verzoek aan de Commissie om vertrouwelijke behandeling aanvoert, zijn nochtans relevant voor de uitspraak in het geding. In het onderdeel van hun eerste middel betreffende het feit dat de Commissie hun geen toegang tot de gedetailleerde notulen heeft verleend, voeren verzoeksters namelijk met name aan dat zij niet op de hoogte waren van de rechtvaardigingsgronden die Overgas ter onderbouwing van de vertrouwelijke behandeling van die verslagen heeft aangevoerd, zodat dit bezwaar de vraag doet rijzen of de Commissie de verzoeken om vertrouwelijke behandeling van Overgas op goede gronden heeft kunnen inwilligen zonder de rechten van verdediging van verzoeksters te schenden. |
|
16 |
Aldus dient het Gerecht de in artikel 103, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering bedoelde afweging te maken door de vertrouwelijkheid van de verzoeken in kwestie af te zetten tegen de vereisten van effectieve rechterlijke bescherming, met name het beginsel van een procedure op tegenspraak. |
|
17 |
Gelet op het belang van de zaak en op het feit dat niet kan worden uitgesloten dat de openbaarmaking van de redenen ter rechtvaardiging van de vertrouwelijke behandeling van de gedetailleerde notulen in combinatie met de openbaarmaking van bepaalde daarin opgenomen gegevens belangrijke economische, administratieve of gerechtelijke gevolgen kan hebben, dient de Commissie in dit verband ingevolge artikel 103, lid 3, van het Reglement voor de procesvoering – dat het, onder meer door overlegging van een niet-vertrouwelijke versie van de inlichtingen of stukken, waarin hun wezenlijke inhoud is opgenomen, mogelijk maakt de tegenstrijdige belangen van partijen te verzoenen – te worden gelast verzoek met nummer X.9(1) van 18 januari 2018 in te dienen, onder weglakking van de passage tussen de woorden „bijkomende gevolgen” en de woorden „in het geval dat de niet-vertrouwelijke inhoud”. |
Vertrouwelijke versie van het informatieverslag
|
18 |
Om te beginnen moet worden opgemerkt dat de Commissie tijdens de administratieve procedure in totaal acht bijeenkomsten met Overgas heeft georganiseerd. Deze bijeenkomsten hebben plaatsgevonden op 13 oktober 2010, 13 januari, 17 maart en 15 december 2011, 17 juni 2013, 13 oktober 2015, en 17 maart en 20 oktober 2016. |
|
19 |
Bovendien blijkt uit het dossier dat de Commissie voor elk van de met Overgas georganiseerde bijeenkomsten gedetailleerde notulen en tevens korte nota’s heeft opgesteld. |
|
20 |
Er zij ook op gewezen dat verzoeksters de korte nota’s van de acht bijeenkomsten hebben ontvangen en dat de externe vertegenwoordigers van verzoeksters op 28 juni 2018 toegang hebben gekregen tot de gedetailleerde notulen in het kader van een dataroomprocedure. Volgens deze procedure, die is geregeld in punt 98 van de mededeling van de Commissie inzake goede praktijken voor procedures op grond van de artikelen 101 en 102 VWEU (PB 2011, C 308, blz. 6), kunnen externe vertegenwoordigers van een partij onder toezicht van een functionaris van de Commissie toegang krijgen tot vertrouwelijke documenten. De vertegenwoordigers kunnen de hun in de dataroom ter beschikking gestelde informatie gebruiken om hun cliënt te verdedigen, maar mogen geen vertrouwelijke informatie openbaar maken. |
|
21 |
In het kader van de dataroomprocedure hebben de externe vertegenwoordigers van verzoeksters een vertrouwelijke versie van het informatieverslag opgesteld waarin zij onder meer hun standpunt hebben uiteengezet over de informatie die in de gedetailleerde notulen is opgenomen. Dit verslag is bijgevoegd als bijlage nr. X.16. |
|
22 |
De externe vertegenwoordigers van verzoeksters hebben met toestemming van de Commissie ook een niet-vertrouwelijke versie van dat verslag opgesteld en aan verzoeksters meegedeeld. |
|
23 |
Verzoeksters menen evenwel dat deze niet-vertrouwelijke versie van geen belang was voor hun verdediging, terwijl de gedetailleerde notulen, die in de dataroom zijn bestudeerd, niet alleen niet-vertrouwelijke informatie, maar ook ontlastend bewijsmateriaal bevatten. |
|
24 |
Bijgevolg stellen verzoeksters zich in hun eerste middel op het standpunt dat de Commissie hen niet via de dataroomprocedure mocht beletten persoonlijk kennis te nemen van de gedetailleerde notulen en dat daardoor hun rechten van verdediging zijn geschonden. |
|
25 |
Overeenkomstig punt 8 hierboven moet worden onderzocht of het informatieverslag gegevens bevat die inderdaad vertrouwelijk moeten worden behandeld. |
|
26 |
In dit verband zij er om te beginnen op gewezen dat de door de externe vertegenwoordigers van verzoeksters op de bladzijden 396 tot en met 398 en 400 tot en met 403 van de doorlopende nummering gegeven verklaringen over de feiten die zij ontlastend achten, als zodanig geen vertrouwelijke informatie bevatten die aan de openbaarmaking ervan in de weg zou staan. |
|
27 |
Vervolgens zijn de volgende inlichtingen hoe dan ook, naargelang van het geval, niet of niet langer vertrouwelijk en staat bijgevolg niets eraan in de weg dat deze openbaar worden gemaakt:
|
|
28 |
De volgende elementen zijn daarentegen vertrouwelijk van aard en er moet dan ook, zoals volgt uit punt 8 hierboven, worden nagegaan of zij relevant zijn voor de uitspraak in het geding:
|
|
29 |
Gelet op het voorgaande dient de Commissie, teneinde verzoeksters zoveel mogelijk in de gelegenheid te stellen zelf hun standpunt kenbaar te maken, te worden gelast een nieuwe versie van het informatieverslag – aangemerkt als bijlage nr. X.16 – in te dienen, waarin de volgende passages moeten worden weggelakt:
|
Gedetailleerde notulen
|
30 |
Zoals reeds is uiteengezet in de punten 23 en 24 hierboven, staan verzoeksters in hun eerste middel op het standpunt dat de gedetailleerde notulen niet alleen niet-vertrouwelijke informatie bevatten, maar ook ontlastend bewijsmateriaal. |
|
31 |
Uit de punten 13 tot en met 17 hierboven volgt evenwel dat Overgas terecht heeft aangevoerd dat de openbaarmaking van bepaalde in de gedetailleerde notulen genoemde elementen ernstige gevolgen zou kunnen hebben. Bijgevolg moeten deze notulen, in hun geheel beschouwd, in beginsel als vertrouwelijk worden beschouwd. |
|
32 |
Voorts wordt in punt 29 hierboven geconcludeerd dat verzoeksters toegang moeten krijgen tot het informatieverslag, behoudens twee korte passages die niet relevant zijn voor de uitspraak in het geding. Bijgevolg zij eraan herinnerd dat de externe vertegenwoordigers van verzoeksters in dit verslag de inhoud van de gedetailleerde notulen hebben beschreven en hebben aangegeven welke elementen daarin naar hun mening ontlastend zijn. |
|
33 |
Gelet op het feit dat artikel 103, lid 3, van het Reglement voor de procesvoering uitdrukkelijk voorziet in de indiening van een niet-vertrouwelijke samenvatting van de betrokken stukken en het feit dat het informatieverslag – ook met de in punt 29 hierboven opgesomde weggelakte passages – met een dergelijke samenvatting vergelijkbaar is, wordt een billijke afweging van de betrokken belangen bereikt met het oordeel dat de gedetailleerde notulen zelf, die overeenkomen met de bijlagen nrs. X.1 tot en met X.8, niet aan verzoeksters hoeven te worden meegedeeld. |
Vervolgopmerkingen
|
34 |
Overgas heeft vervolgopmerkingen opgesteld en ingediend, waarin zij de argumenten die zij tijdens haar bijeenkomsten met de Commissie had aangevoerd, nader heeft uitgewerkt. |
|
35 |
Verzoeksters hebben enkel toegang gekregen tot niet-vertrouwelijke versies van het merendeel van de vervolgopmerkingen. |
|
36 |
Derhalve moet overeenkomstig punt 8 hierboven worden onderzocht of de vervolgopmerkingen inderdaad vertrouwelijke elementen bevatten, en vervolgens, in voorkomend geval, worden vastgesteld of deze elementen relevant zijn voor de uitspraak in het geding, en moeten ten slotte de redenen van de vertrouwelijkheid ervan worden afgewogen tegen de vereisten die verband houden met een effectieve rechterlijke bescherming, in het bijzonder het beginsel van hoor en wederhoor, overeenkomstig punt 11 hierboven. |
Vervolgopmerkingen van de bijeenkomst van 13 oktober 2010
|
37 |
Met betrekking tot de vervolgopmerkingen van de bijeenkomst van 13 oktober 2010, die bijlage nr. X.10 vormen, moet worden opgemerkt dat de volgende elementen niet, of in ieder geval niet langer, vertrouwelijk zijn:
|
|
38 |
Daarentegen blijkt uit het in punt 8 hierboven bedoelde onderzoek dat de volgende elementen van bijlage nr. X.10 weliswaar nog steeds vertrouwelijk zijn, maar niet relevant zijn voor de uitspraak in het geding:
|
|
39 |
Gelet op al het voorgaande en teneinde verzoeksters zo veel mogelijk in de gelegenheid te stellen hun standpunt kenbaar te maken, dient de Commissie derhalve te worden gelast een nieuwe versie in te dienen van de vervolgopmerkingen van de bijeenkomst van 13 oktober 2010, die bijlage nr. X.10 vormen, waarin de volgende weggelakte passages weggelakt moeten blijven:
|
Vervolgopmerkingen van de bijeenkomst van 13 januari 2011
|
40 |
In de vervolgopmerkingen van de bijeenkomst van 13 januari 2011, die bijlage nr. X.11 vormen, zijn de volgende elementen niet, of in ieder geval niet langer, vertrouwelijk:
|
|
41 |
Daarentegen blijkt uit het in punt 8 hierboven bedoelde onderzoek dat de weggelakte passages op bladzijde 171 van de doorlopende nummering bij het streepje dat begint met de woorden „Overgas heeft onlangs ook een brief gestuurd” en de weggelakte passage in de paragraaf op bladzijde 172 van die nummering die begint met de woorden „reeds tijdens onze bijeenkomst van 13 januari 2011”, vertrouwelijk zijn, aangezien zij verband kunnen houden met de ernstige gevolgen die Overgas vreest bij openbaarmaking van de gedetailleerde notulen, waarop de vervolgopmerkingen voortbouwen. De inhoud van deze passages is evenwel irrelevant voor de uitspraak in het geding, aangezien die inhoud geen beoordeling van het gedrag van verzoeksters bevat. |
|
42 |
Gelet op het voorgaande dient de Commissie derhalve te worden gelast een nieuwe versie van de vervolgopmerkingen van de bijeenkomst van 13 januari 2011, met nummer X.11, in te dienen, onder het voorbehoud dat de weggelakte passages bij het streepje dat begint met de woorden „Overgas heeft recentelijk ook een brief gestuurd” op bladzijde 171 van de doorlopende nummering, en de weggelakte passage in de paragraaf die begint met de woorden „reeds tijdens onze bijeenkomst van 13 januari 2011” op bladzijde 172 van de doorlopende nummering vertrouwelijk blijven. |
Vervolgopmerkingen van de bijeenkomst van 17 maart 2011
|
43 |
Met betrekking tot de vervolgopmerkingen van de bijeenkomst van 17 maart 2011, die bijlage nr. X.12 vormen, moet worden vastgesteld dat de volgende elementen niet vertrouwelijk zijn:
|
|
44 |
Daarentegen moeten de volgende gegevens als vertrouwelijk worden beschouwd:
|
|
45 |
In het licht van het voorgaande dient de Commissie derhalve te worden gelast een nieuwe versie in te dienen van de vervolgopmerkingen van de bijeenkomst van 17 maart 2011, aangeduid met nummer X.12, onder het voorbehoud dat de namen van de derde vennootschappen die zijn vermeld op bladzijde 193 van de doorlopende nummering, en de tabellen op bladzijden 201 en 202 van die nummering weggelakt moeten blijven. |
Vervolgopmerkingen van de bijeenkomst van 15 december 2011
|
46 |
Met betrekking tot de vervolgopmerkingen van de bijeenkomst van 15 december 2011, die bijlage nr. X.13 vormen, moet worden opgemerkt dat de volgende gegevens niet vertrouwelijk zijn:
|
|
47 |
Daarentegen moeten de volgende gegevens als vertrouwelijk worden beschouwd:
Deze informatie is evenwel irrelevant voor de uitspraak in het geding, aangezien het voor verzoeksters volstaat te weten dat het in de gassector actieve ondernemingen of een eindafnemer betreft, hetgeen uit de context blijkt. |
|
48 |
De Commissie dient derhalve te worden gelast een nieuwe versie in te dienen van de vervolgopmerkingen van de bijeenkomst van 15 december 2011, nummer X.13, waarin de namen van de derde vennootschappen die worden genoemd op de bladzijden 205 en 206 van de doorlopende nummering, alsmede de passage die een van hen kenmerkt achter het tweede streepje op bladzijde 205 van die nummering, weggelakt moeten blijven. |
Vervolgopmerkingen van de bijeenkomst van 17 juni 2013
|
49 |
Met betrekking tot de vervolgopmerkingen van de bijeenkomst van 17 juni 2013, die bijlage nr. X.14 vormen, moet worden opgemerkt dat de vermeende niet-vertrouwelijke versie die in de loop van de administratieve procedure aan verzoeksters is verstrekt, geen weggelakte passages bevatte. |
|
50 |
Aangezien verzoeksters reeds toegang hebben gehad tot deze bijlage als zodanig, heeft hun verzoek om openbaarmaking van de vervolgopmerkingen bijgevolg geen doel met betrekking tot die bijlage en behoeft niet te worden gelast deze bijlage opnieuw openbaar te maken. |
Vervolgopmerkingen van de bijeenkomst van 20 oktober 2016
|
51 |
Met betrekking tot de vervolgopmerkingen van de bijeenkomst van 20 oktober 2016, die bijlage nr. X.15 vormen, moet erop worden gewezen dat verzoeksters geen van deze opmerkingen hebben ontvangen, zelfs niet in een niet-vertrouwelijke vorm. |
|
52 |
Het volstaat echter nota te nemen van het feit dat deze opmerkingen betrekking hebben op de ontwikkeling van de gasmarkt in Bulgarije en de vermeende houding van Bulgargaz en Bulgartransgaz op het tijdstip dat zij op schrift zijn gesteld, te weten op 16 november 2016, dat wil zeggen nadat het inbreuktijdvak op 1 januari 2015 verstreken was. Meer in het bijzonder hadden de opmerkingen van Overgas betrekking op praktijken die met name verband hielden met de prijzen en het gebrek aan ontwikkeling van de infrastructuur die zij noodzakelijk achtte voor de ontwikkeling van de mededinging in Bulgarije. |
|
53 |
Gelet op de handelsrelatie tussen Overgas en verzoeksters, kunnen de vervolgopmerkingen van de bijeenkomst van 20 oktober 2016, die betrekking hebben op de beweerdelijk nog noodzakelijke ontwikkelingen op de Bulgaarse markt en die slechts teruggaan tot 2016, als nog steeds gevoelig en derhalve vertrouwelijk worden beschouwd. |
|
54 |
De Commissie merkt in haar antwoord op de maatregel van instructie van 17 juni 2021 evenwel terecht op dat in het bestreden besluit geen rekening is gehouden met de bezwaren die Overgas in de vervolgopmerkingen van 16 november 2016 heeft geformuleerd. |
|
55 |
Het is juist dat de Commissie in het bestreden besluit heeft verwezen naar gebeurtenissen die zich in 2016 hebben voorgedaan, met de opmerking dat de Roemeense doorvoerpijpleiding 1 – op zijn minst tot april 2016 – de enige levensvatbare route was voor de doorvoer van gas naar Bulgarije, en dat de handelsovereenkomst van 2005 waarbij Bulgargaz het exclusieve gebruik van die doorvoerpijpleiding werd verleend, op 30 september 2016 was beëindigd. Er zij evenwel op gewezen dat die twee gegevens slechts verwijzen naar de toestand van de markt vóór de bijeenkomst van 20 oktober 2016 waarop de vervolgopmerkingen van 16 november 2016 betrekking hebben, en niet naar ontwikkelingen die nog noodzakelijk zouden zijn. Bovendien heeft de Commissie rekening gehouden met het feit dat Overgas op 1 januari 2015, de dag die de Commissie als einddatum van de inbreuk heeft vastgesteld, reeds toegang tot deze infrastructuur had verkregen, ook voor de praktijken betreffende het Bulgaarse transportnetwerk. |
|
56 |
Wat de opslaginstallatie Chiren betreft, heeft de Commissie 23 september 2014 vastgesteld als de datum waarop alle onrechtmatige gedragingen waren geëindigd nadat toegang aan een derde marktdeelnemer was verleend. |
|
57 |
Op grond van het bovenstaande is bijlage nr. X.15 irrelevant voor de uitspraak in het geding. |
Conclusie over het gevolg dat moet worden gegeven aan de maatregel van instructie van 26 mei 2021
|
58 |
Gelet op de bevindingen in de punten 17, 29, 33, 39, 42, 45, 48, 50 en 57 hierboven, is er reden om:
|
|
HET GERECHT (Vierde kamer – uitgebreid) beschikt: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Luxemburg, 14 maart 2022. De griffier E. Coulon De president S. Gervasoni |
( *1 ) Procestaal: Engels