2.6.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 218/2


ADVIES VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 25 maart 2022

inzake een voorstel voor een verordening tot wijziging van Verordening (EU) Nr. 549/2013 betreffende het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie

(CON/2022/12)

(2022/C 218/02)

Inleiding en rechtsgrondslag

Op 3 and 28 januari 2022 ontving de Europese Centrale Bank (ECB) verzoeken van respectievelijk het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie om een advies betreffende een voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 549/2013 en tot intrekking van elf wetgevingsbesluiten op het gebied van nationale rekeningen (1) (hierna de “ontwerpverordening” genoemd).

De bevoegdheid van de ECB om advies uit te brengen is gebaseerd op artikel 127, lid 4, en artikel 282, lid 5, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, in samenhang met artikel 127, lid 2, van het Verdrag en artikel 3 van de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank (hierna de “ESCB-statuten” genoemd), aangezien de ontwerpverordening betrekking heeft op de bevoegdheid van de ECB krachtens artikel 5 van de ESCB-statuten om de nodige statistische gegevens te verzamelen om de taken van het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB) uit te voeren en waar nodig bij te dragen tot de harmonisatie van de regels en werkwijzen betreffende het verzamelen, opmaken en verspreiden van statistieken betreffende de gebieden die onder haar bevoegdheid vallen. Overeenkomstig de eerste zin van artikel 17.5 van het reglement van orde van de Europese Centrale Bank heeft de Raad van bestuur dit advies goedgekeurd.

1.   Algemene opmerkingen

1.1.

Het ESCB en het Europees statistisch systeem (ESS) werken nauw samen om de rapportagelast tot een minimum te beperken en de samenhang te waarborgen die nodig is voor de productie van Europese statistieken (2). De samenwerking tussen het ESCB en het ESS wordt verder geregeld door relevante overeenkomsten tussen het ESCB en het ESS, zoals het memorandum van overeenstemming over de samenwerking tussen de leden van het ESS en het ESCB (3), dat betrekking heeft op gebieden van gedeelde verantwoordelijkheid of van gemeenschappelijk belang, namelijk betalingsbalansstatistieken, financiële statistieken, statistieken inzake overheidsfinanciën, macro-economische statistieken en nationale rekeningen. Hoewel de leden van het ESCB en het ESS hun eigen statistische verantwoordelijkheden uit hoofde van afzonderlijke rechtskaders (4) vervullen, zijn, gelet op de onderlinge afhankelijkheden van het statistische kader van het ESCB en het ESS, wijzigingen van Verordening (EU) nr. 549/2013 van het Europees Parlement en de Raad (5) (hierna “de ESR 2010-verordening” genoemd), relevant voor de statistische rapportagevereisten van het ESCB, met name op de gebieden van hun gedeelde verantwoordelijkheid of gemeenschappelijk belang (6). Daarnaast wordt de ESR 2010-verordening gebruikt als referentie in diverse rechtshandelingen van het statistische rechtskader van de ECB. Derhalve kunnen wijzigingen van de ESR 2010-verordening gevolgen hebben voor het statistische rechtskader van de ECB.

1.2.

Als producent en gebruiker van Europese statistieken verwelkomt de ECB over het algemeen de door de ontwerpverordening voorgestelde wijziging van de ESR 2010-verordening als een stap in de richting van een verdere verbetering van de kwaliteit van de nationale rekeningen. Aangezien de ESR 2010-verordening de kern vormt van de macro-economische Europese statistieken, speelt zij een cruciale rol voor verschillende taken van de ECB en het Eurosysteem, zoals de monetaire-beleidsanalyse en de voorbereiding van economische en fiscale prognoses (7).

1.3.

De ECB is ingenomen met de door de voorgestelde verordening ingevoerde versterking van de consistentie van de gegevens in de verschillende tabellen die in het kader van het ESR 2010-indieningsprogramma worden gerapporteerd. Tegelijkertijd zijn volledige en tijdige gegevens van de nationale rekeningen, met name voor de lidstaten van het eurogebied, van essentieel belang voor de ECB. In dit verband zorgt het voorgestelde ESR 2010-indieningsprogramma voor een goed evenwicht tussen de tijdigheid, volledigheid en consistentie van de gerapporteerde nationale gegevens (8).

1.4.

Voorts is de ECB ingenomen met het feit dat de ontwerpverordening de ESR 2010-verordening in overeenstemming brengt met de herziene classificatie van individueel verbruik per doel (9), aangezien hierdoor de vergelijkbaarheid van gegevens tussen landen wordt gewaarborgd en de relevantie ervan voor gebruikers behouden blijft.

2.   Specifieke opmerkingen: bijlage 2 bij de ontwerpverordening

2.1.

De ECB is het in het algemeen eens met de wijzigingen van het ESR 2010-indieningsprogramma in bijlage 2 bij de ontwerpverordening, met inachtneming van de volgende specifieke opmerkingen.

2.2.

De ECB is ingenomen met de opname van de vrijwillige indiening van flashramingen van het driemaandelijkse bruto binnenlands product (bbp) en de werkgelegenheid op kwartaalbasis (tabel 1F), die wordt gebruikt voor de bekendmaking van aggregaten voor het eurogebied na het einde van het referentiekwartaal (10). Deze flashramingen zijn van groot belang voor de ECB bij de analyse van de economische groei en de onderliggende dynamiek in het eurogebied.

2.3.

De doorgifte van de belangrijkste aggregaten van de nationale kwartaalrekeningen (tabel 1Q) drie maanden na het referentiekwartaal kan de consistentie tussen de tabellen en frequenties bevorderen. In dit verband moedigt de ECB de Commissie (Eurostat) aan de impact van dergelijke nationale gegevensdoorgiften op de frequentie en het tijdschema van de publicatie van de belangrijkste bbp-aggregaten van het eurogebied op kwartaalbasis te evalueren. Met name zou de nieuwe bepaling het mogelijk kunnen maken stappen te ondernemen ter verbetering van de tijdigheid van de bekendmaking van de definitieve gegevens voor het eurogebied binnen 100 dagen na het einde van het referentiekwartaal.

2.4.

De ECB is ingenomen met de indiening van nieuwe gegevens over transacties met instellingen en organen van de Europese Unie (tabel 2 inzake de belangrijkste jaarlijkse aggregaten van de overheid en haar subsectoren) en moedigt de Commissie (Eurostat) aan de rekeningen van de in de overheidssector ingedeelde Europese instellingen samen te stellen in volledige samenwerking tussen de buitensporigtekortprocedure en de statistieken van de nationale rekeningen. De lancering van NextGenerationEU pleit ook voor herziening en samenstelling van de rekeningen van de Europese instellingen om te zorgen voor een degelijk statistisch en analytisch kader.

2.5.

Bijlage 2 bij de ontwerpverordening introduceert een nieuwe verplichting voor de lidstaten om financiële jaarrekeningen per sector (tabel 6) en jaarlijkse balansen voor financiële activa en passiva (tabel 7) reeds vier maanden na het einde van het jaar bij de Commissie (Eurostat) in te dienen. De bovengenoemde posten, die krachtens de ontwerpverordening jaarlijks aan de Commissie (Eurostat) zullen worden gerapporteerd, zijn ook opgenomen in Richtsnoer 2014/3/EU van de Europese Centrale Bank (ECB/2013/24) (11), op grond waarvan centrale banken van het Eurosysteem financiële kwartaalrekeningen van de ECB moeten rapporteren. Deze tijdige kwartaalgegevens worden elk kwartaal door de ECB bij de Commissie (Eurostat) ingediend en zijn, op enkele uitzonderingen na, consistent met de uit hoofde van de ontwerpverordening vereiste jaarlijkse gegevens.

2.6.

Elk kwartaal stellen de ECB en de Commissie (Eurostat) de geïntegreerde rekeningen van het eurogebied die financiële en niet-financiële rekeningen voor de institutionele sectoren omvatten samen en maken deze bekend. Het ESR 2010-indieningsprogramma is een essentiële statistische bron voor de uitvoering van deze taak. Daarom is de ECB bijzonder ingenomen met het feit dat de ontwerpverordening de beschikbaarheid van niet-financiële kwartaalrekeningen per sector (tabel 801) en financiële kwartaalrekeningen en balansen van de overheid (tabel 27) voor de lidstaten van het eurogebied 85 dagen na het einde van het referentiekwartaal handhaaft. De verstrekking van deze tijdige en betrouwbare kwartaalgegevens is een hoge prioriteit voor de ECB.

2.7.

De ECB erkent dat het belangrijk is de statistieken van het Europees systeem van rekeningen aan te passen aan economische ontwikkelingen en opkomende gebruikersbehoeften. Daarom moedigt de ECB voor beleidsanalysedoeleinden aan tot een meer volledige en verplichte rapportage voor statistieken over beleggingen en vaste activa van informatie- en communicatietechnologieën, in voorkomend geval uitgesplitst naar economische activiteit. Dit betreft de belangrijkste aggregaten van de jaarlijkse (tabel 1A) en driemaandelijks (tabel 1Q) nationale rekeningen, de kruisclassificatie van vaste activa naar economische activiteit en naar activum (tabel 20) en de kruisclassificatie van de bruto-investeringen in vaste activa naar economische activiteit en naar actief (tabel 22). Bovendien stelt de ECB voor de verplichte rapportage van semi-duurzame en niet-duurzame gegevens op te nemen in tabel 1Q, evenals tenminste een vrijwillige rapportage van onderliggende gebouwen en structuren in de balans voor niet-financiële activa in tabel 26.

Gedaan te Frankfurt am Main, 25 maart 2022.

De president van de ECB

Christine LAGARDE


(1)  COM (2021) 776 final.

(2)  Zie artikel 2 bis van Verordening (EG) nr. 2533/98 van de Raad van 23 november 1998 met betrekking tot het verzamelen van statistische gegevens door de Europese Centrale Bank (PB L 318 van 27.11.1998, blz. 8).

(3)  Memorandum van overeenstemming inzake de samenwerking tussen de leden van het Europees statistisch systeem en de leden van het Europees Stelsel van centrale banken, 24 april 2013, beschikbaar op de website van de ECB onder: www.ecb.europa.eu.

(4)  Zie punt 3 van Advies CON/2011/44 van de Europese Centrale Bank van 19 mei 2011 inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie (PB C 203 van 9.7.2011, blz. 3). Alle ECB-adviezen worden gepubliceerd op EUR-Lex.

(5)  Verordening (EU) nr. 549/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie (PB L 174 van 26.6.2013, blz. 1).

(6)  Zie punt 7 van Advies CON/2011/44.

(7)  Zie punt 1 van Advies CON/2011/44.

(8)  Bijlage 2 bij de ontwerpverordening tot wijziging van bijlage B bij de ESR 2010-verordening.

(9)  Bijlage 1 bij de ontwerpverordening tot wijziging van bijlage A bij de ESR 2010-verordening.

(10)  De flashramingen van het bbp worden 30 en 45 dagen na het einde van het referentiekwartaal gepubliceerd. De flashramingen van de werkgelegenheid worden 45 dagen na het einde van het referentiekwartaal gepubliceerd.

(11)  Richtsnoer 2014/3/EU van de Europese Centrale Bank van 25 juli 2013 betreffende de statistische rapportagevereisten van de Europese Centrale Bank met betrekking tot financiële kwartaalrekeningen (ECB/2013/24) (PB L 2 van 7.1.2014, blz. 34).