|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2025/1313 |
13.3.2025 |
P9_TA(2024)0205
Broeikasgasemissieboekhouding voor vervoersdiensten
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 10 april 2024 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende een broeikasgasemissieboekhouding voor vervoersdiensten (COM(2023)0441 – C9-0305/2023 – 2023/0266(COD))
(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)
(C/2025/1313)
Het Europees Parlement,
|
— |
gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2023)0441), |
|
— |
gezien artikel 294, lid 2, artikel 91, lid 1, en artikel 100, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C9-0305/2023), |
|
— |
gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, |
|
— |
gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1), |
|
— |
gezien het advies van het Comité van de Regio’s (2), |
|
— |
gezien artikel 59 van zijn Reglement, |
|
— |
gezien het gezamenlijk overleg van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en de Commissie vervoer en toerisme overeenkomstig artikel 58 van het Reglement, |
|
— |
gezien het verslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en de Commissie vervoer en toerisme (A9-0070/2024), |
|
1. |
stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast; |
|
2. |
verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen; |
|
3. |
verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen. |
(1) PB C, C/2024/890, 6.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/890/oj.
(2) Nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad.
P9_TC1-COD(2023)0266
Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 10 april 2024 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2024/... van het Europees Parlement en de Raad betreffende een broeikasgasemissieboekhouding voor vervoersdiensten
(Voor de EER relevante tekst)
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 91, lid 1, en artikel 100, lid 2,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (1),
Gezien het advies van het Comité van de Regio’s (2),
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Het ondersteunen van de inspanningen voor een betere duurzaamheid en efficiëntie van het vervoerssysteem van de Unie is een eerste vereiste voor het aanhouden van een stabiel traject naar klimaatneutraliteit uiterlijk tegen 2050, waarbij terdege rekening wordt gehouden met de noodzaak om een eerlijke en inclusieve transitie te verwezenlijken en de aanhoudende groei en het concurrentievermogen van de Europese industrie in stand te houden. [Am. 1] |
|
(2) |
Broeikasgasemissieboekhouding wordt in verschillende economische sectoren — waaronder de vervoerssector — gebruikt voor het kwantificeren van de broeikasgasemissiegegevens van specifieke activiteiten van bedrijven en particulieren. Betere informatie over de prestaties van vervoersdiensten vormt een krachtig instrument om de koolstofvoetafdruk van overheidsopdrachten te verkleinen, vervoersgebruikers de juiste prikkels te geven om duurzamere keuzes te maken en om de zakelijke beslissingen van organisatoren en exploitanten van vervoersdiensten te beïnvloeden. Betrouwbare en vergelijkbare gegevens over broeikasgasemissies zijn de onderliggende voorwaarde voor de totstandbrenging van deze prikkels en daarmee het stimuleren van gedragsverandering bij consumenten en bedrijven om bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen voor de vervoerssector in het kader van de Europese Green Deal (3) en de doelstellingen van de Europese klimaatwet. [Am. 2] |
|
(3) |
Ondanks de toenemende belangstelling van belanghebbenden in de vervoerssector is de algemene toepassing van een broeikasgasemissieboekhouding voor vervoersdiensten nog steeds beperkt. In de meeste gevallen verkrijgen gebruikers geen nauwkeurige informatie over de prestaties van vervoersdiensten, voeren de organisatoren en exploitanten van vervoersdiensten geen berekeningen van hun emissies uit en maken zij hun emissies niet bekend. Met name onder kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) — die de overgrote meerderheid vertegenwoordigen van de bedrijven die vervoersdiensten op de EU-markt aanbieden — wordt onevenredig weinig met een broeikasgasemissieboekhouding gewerkt. Daarbij komt dat kmo’s, als zij besluiten een broeikasgasemissieboekhouding te gaan voeren, te maken krijgen met onevenredig veel meer financiële en bureaucratische lasten. [Am. 3] |
|
(4) |
In 2011 heeft de Europese Commissie het Witboek over vervoer (4) uitgebracht, waarin een visie op de toekomst van het vervoerssysteem van de EU werd gepresenteerd, alsook een beleidsagenda voor het aanpakken van de toekomstige uitdagingen op het gebied van vervoer, met name de noodzaak om de mobiliteit in stand te houden en verder te ontwikkelen en de koolstofvoetafdruk van vervoer en logistieke activiteiten aanzienlijk te verkleinen. |
|
(5) |
In de mededeling van de Commissie over de strategie voor duurzame en slimme mobiliteit van december 2020 (5) wordt verwezen naar stimulansen voor het kiezen van de meest duurzame vervoersopties binnen en tussen de vervoerswijzen . Hierbij wordt sterk de nadruk gelegd op de overstap naar vervoer per spoor voor zowel personen als goederen, met concrete doelstellingen voor personen- en goederenvervoer per spoor, waarmee de vervoerssector op concrete wijze kan bijdragen aan de verwezenlijking van de bindende doelstelling uit hoofde van het Unierecht, zoals neergelegd in Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad (6) , om de nettobroeikasgasemissies tegen 2030 met ten minste 55 % te verminderen ten opzichte van de niveaus van 1990 en de doelstelling om ten laatste in 2050 klimaatneutraliteit te bereiken . Die stimulansen omvatten de vaststelling van een Europees kader voor de geharmoniseerde meting van broeikasgasemissies in het vervoer en de logistiek op basis van mondiaal erkende normen, dat vervolgens kan worden gebruikt om bedrijven en eindgebruikers een schatting te geven van de koolstofvoetafdruk van hun keuzes; zo kan de vraag van eindgebruikers en consumenten naar duurzamere vervoers- en mobiliteitsoplossingen , onder andere in verband met pakketleveringen, worden vergroot en greenwashing worden vermeden. [Am. 4] |
|
(5 bis) |
In het kader van vervoer en logistiek worden de meeste broeikasgassen uitgestoten tijdens het gebruik van voertuigen, de productie van energiedragers en de fabricage van voertuigen. [Am. 5] |
|
(6) |
Het vaststellen van geharmoniseerde regels voor een broeikasgasemissieboekhouding voor goederen- en personenvervoer is derhalve passend voor het verkrijgen van vergelijkbare cijfers betreffende de broeikasgasemissies van vervoersdiensten, alsook om te voorkomen dat er misleidende informatie over de prestaties ervan wordt verstrekt als gevolg van het kunnen kiezen tussen verschillende methoden voor de berekening van emissies en inputgegevens. Dergelijke regels moeten zorgen voor een gelijk speelveld tussen vervoersondernemingen uit de EU en vervoersondernemingen uit derde landen, tussen vervoerswijzen, en vervoerssegmenten en tussen de nationale netwerken van de Unie. Dit moet ook bijdragen tot het creëren van stimulansen voor gedragsverandering bij publiekrechtelijke instellingen, bedrijven en andere klanten om de broeikasgasemissies van vervoersdiensten te verminderen door middel van de toepassing en het gebruik van vergelijkbare en betrouwbare gegevens over broeikasgasemissies. [Am. 6] |
|
(7) |
Deze verordening moet voorzien in een referentiekader voor de openbaarmaking van broeikasgasemissies op vrijwillige of contractuele basis of op grond van verplichtingen uit hoofde van het Unierecht en het nationale recht. Zij moet voorzien in een referentiekader voor eventuele andere door overheidsinstanties en het bedrijfsleven te nemen emissiereductiemaatregelen, onder meer voor het vaststellen van transparantiebepalingen betreffende broeikasgasemissies in vervoerscontracten, het verstrekken van informatie over broeikasgasemissies van een reis- of leveringsoptie aan passagiers of klanten, of het vaststellen van klimaatgerelateerde criteria voor groene aanbestedingsprocedures. Bij elektronische handel en pakketleveringen moet zij de naleving vergemakkelijken van het vereiste om naast de huidige informatie over de geschatte leverdatum en de kosten ook informatie over de emissies in verband met de verschillende opties te verstrekken. [Am. 7] |
|
(8) |
Ondanks de voordelen die voortvloeien uit de toegenomen transparantie over de prestaties van vervoersdiensten, zou de verplichte toepassing van deze verordening op alle entiteiten die vervoersdiensten op de markt van de Unie aanbieden, onevenredig zijn en tot buitensporige kosten en lasten leiden. Deze verordening moet dan ook alleen van toepassing zijn op entiteiten die ervoor kiezen of uit hoofde van andere relevante wetgevende en niet-wetgevende regelingen ertoe gebonden zijn om de broeikasgasemissies van goederen- of passagiersvervoersdiensten die op het grondgebied van de Unie beginnen of eindigen, te berekenen en deze informatie openbaar te maken. Dit omvat derhalve diensten waarvan de plaats van herkomst of bestemming zich in een derde land bevindt. Om ervoor te zorgen dat alle relevante vervoersdiensten in aanmerking worden genomen en om een gelijk speelveld tussen vervoersentiteiten uit de EU en vervoersentiteiten uit derde landen te waarborgen, moet deze verordening van toepassing zijn op vervoersdiensten die buiten het grondgebied van de Unie beginnen of eindigen, maar waarbij er in de Unie een stop is om passagiers te laten in- of uitstappen of om goederen te laden of te lossen. [Am. 8] |
|
(9) |
Deze verordening mag niet moet van toepassing zijn op gegevensbemiddelingsdiensten, zoals die welke multimodale digitale mobiliteitsdiensten aanbieden, en digitale navigatiediensten en routeplanningsdiensten, wanneer zij niet rechtstreeks broeikasgasemissies van vervoersdiensten berekenen, maar alleen inclusief de situatie waarin zij door een betrokken entiteit of andere relevante natuurlijke of rechtspersoon verstrekte informatie over die emissies combineren. Om de vergelijkbaarheid van die gegevens op de markt en tussen de verschillende vervoerswijzen te waarborgen, moeten gegevensbemiddelingsdiensten, wanneer zij geen broeikasgasemissies van vervoersdiensten berekenen maar slechts door een betrokken entiteit of een andere relevante natuurlijke of rechtspersoon verstrekte informatie over die emissies openbaar maken. Om de vergelijkbaarheid van die gegevens op de markt te waarborgen, moeten de gegevensbemiddelingsdiensten echter wel gebonden zijn aan relevante regels inzake communicatie en transparantie van de openbaar gemaakte broeikasgasemissiegegevens. [Am. 9] |
|
(9 bis) |
Gegevensbemiddelingsdiensten die multimodale digitale mobiliteitsdiensten aanbieden, bieden consumenten meerdere keuzemogelijkheden op basis van de reistijd, de met de reis gemoeide kosten en de vervoerswijze. Die gegevensbemiddelingsdiensten moeten consumenten ook informatie kunnen verstrekken over de broeikasgasemissies van een bepaalde reis. Om die reden moeten de betrokken entiteiten en andere relevante natuurlijke of rechtspersonen ertoe worden verplicht die informatie aan gegevensbemiddelingsdiensten te verstrekken. [Am. 10] |
|
(10) |
Deze verordening mag niet van toepassing zijn op gevallen waar de berekening en openbaarmaking van broeikasgasemissies in geaggregeerde vorm worden uitgevoerd. Dit omvat situaties waarin de verplichte openbaarmaking van milieugerelateerde informatie ten behoeve van duurzaamheidsrapportage en de opstelling van milieurekeningen voor statistische doeleinden, zijn afgeleid van andere regels van de Unie, zoals die welke zijn gedefinieerd in de richtlijn duurzaamheidsrapportage door ondernemingen (7) en de verordening inzake Europese milieu-economische rekeningen (8). Omgekeerd kan op basis van deze verordening verkregen informatie bijdragen tot de ontwikkeling van geconsolideerde emissieverslagen die op grond van andere toepasselijke wetgeving van de Unie vereist zijn, op voorwaarde dat de respectieve methodologieën en verzamelde gegevens voldoende compatibel zijn. |
|
(10 bis) |
Alle claims op basis van overeenkomstig deze verordening bekendgemaakte outputgegevens moeten volledig in overeenstemming zijn met Richtlijn (EU) (…)/(…) betreffende de staving en het communiceren van uitdrukkelijke milieuclaims (richtlijn groene claims) en Richtlijn (…)/(…) tot wijziging van de Richtlijnen 2005/29/EG en 2011/83/EU wat betreft het versterken van de positie van de consument voor de groene transitie door middel van betere informatie en bescherming tegen oneerlijke praktijken. [Am. 11] |
|
(11) |
Een van de belangrijkste aspecten van het bij deze verordening vastgestelde geharmoniseerde Uniekader bestaat in een geschikte methode voor de berekening van de broeikasgasemissies van vervoersdiensten. De methode moet ervoor zorgen dat de emissieberekeningen die in een vervoersketen worden uitgevoerd vergelijkbare en nauwkeurige broeikasgasemissiegegevens opleveren, door één enkele reeks methodologische stappen te volgen. In de methode moet ook voldoende rekening worden gehouden met de behoeften van de vervoersmarkt gericht op het voorkomen van onnodige complexiteit en buitensporige lasten en kosten, met name voor kmo’s, en de methode moet door de belanghebbenden worden aanvaard. [Am. 12] |
|
(12) |
De norm EN ISO 14083:2023 — de omgezette versie van ISO-norm 14083:2023 — die in april 2023 door het Europees Comité voor Normalisatie (9) is gepubliceerd, is gekozen moet dienen als referentiemethode voor de berekening van broeikasgasemissies van bron tot wiel van vervoersdiensten in het kader van deze verordening. Uit de analyse is gebleken dat ISO-norm 14083:2023 de meest relevante en evenredige norm is voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening , waaronder het realiseren van een snelle toepassing van de broeikasgasemissieboekhouding door actoren op de markt en vergelijkbaarheid van gegevens . De emissies worden gekwantificeerd op basis van het “van bron tot wiel”-beginsel, met inbegrip van broeikasgasemissies die voortvloeien uit de energievoorziening en het gebruik van voertuigen tijdens vervoers- en hubactiviteiten. [Am. 13] |
|
(12 bis) |
EN ISO-norm 14083:2023 heeft zijn beperkingen, met name het feit dat deze geen betrekking heeft op broeikasgasemissies gedurende de hele levenscyclus van vervoersdiensten. Om die reden moet de Commissie onderzoeken of het mogelijk is de reikwijdte van de referentiemethode voor de berekening van broeikasgasemissies van vervoersdiensten in de nabije toekomst aldus uit te breiden dat deze betrekking heeft op de berekening en openbaarmaking van broeikasgasemissies tijdens de gehele levenscyclus van vervoersdiensten. De toekomstige methodologie moet rekening houden met het gebruik van emissievrije voertuigen en de bepalingen van artikel 14, lid 5, van Richtlijn 2003/87/EG. Daartoe moet de Commissie rekening houden met bestaande inspanningen, zoals ISO 14067:2018 en de productcategorieregels voor vervoersdiensten die zijn vastgesteld in het kader van het internationale systeem voor milieuproductverklaringen. [Am. 14] |
|
(12 ter) |
De Commissie moet er, in samenwerking met het Europees Comité voor Normalisatie en de nationale normalisatie-instellingen van de lidstaten, voor zorgen dat de vervoerssector toegang heeft tot ISO-norm 14083:2023 of tot de gelijkwaardige Europese norm ISO 14083 van het CEN, waarbij de toegang voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (“kmo’s”) zoals gedefinieerd in Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie gratis moet zijn. De normen moeten in de authentieke versie en in alle officiële talen van de Unie toegankelijk zijn, teneinde deze verordening volledig toegankelijk te maken voor iedereen die eraan onderworpen is. [Am. 111] |
|
(12 quater) |
In artikel 2 VEU wordt bepaald dat de Europese Unie berust op de waarde van de rechtsstaat, uit hoofde waarvan alle natuurlijke of rechtspersonen van de Europese Unie vrij toegang moeten hebben tot het EU-recht en personen in staat moeten zijn ondubbelzinnig hun rechten en verplichtingen te kennen (arrest van 22 februari 2022, Stichting Rookpreventie Jeugd e.a., C 160/20, punt 41). Deze vrije toegang moet in het bijzonder eenieder voor wie de door een wet geboden bescherming geldt in staat stellen om binnen de door het recht gestelde grenzen na te gaan of de adressaten van de in deze wet vastgelegde regels die regels daadwerkelijk naleven. Aldus kan een geharmoniseerde norm, door de gevolgen die daar in een wettelijke regeling van de EU aan worden toegekend, de rechten en verplichtingen van particulieren specificeren en kunnen deze specificaties voor hen noodzakelijk zijn om na te gaan of een bepaald product of een bepaalde dienst daadwerkelijk voldoet aan de eisen van de betrokken wettelijke regeling. [Am. 112] |
|
(12 quinquies) |
In zijn arrest van 27 oktober 2016 in zaak C 613/14 heeft het Hof bepaald dat een op grond van een richtlijn vastgestelde geharmoniseerde norm waarvan de referenties in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, vanwege zijn rechtsgevolgen deel uitmaakt van het EU-recht. In zijn arrest van 5 maart 2024 in zaak C 588/21 P heeft het Hof bepaald dat er een hoger openbaar belang in de zin van artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1049/2001 bestond, dat voortvloeit uit het rechtsstaatbeginsel, het transparantiebeginsel, het beginsel van openheid en het beginsel van goed bestuur, en dat openbaarmaking van de opgevraagde geharmoniseerde normen gebiedt, aangezien deze normen wegens hun rechtsgevolgen deel uitmaken van het EU-recht. [Am. 113] |
|
(12 sexies) |
Onder de emissies gedurende de volledige levenscyclus worden in het algemeen verstaan de broeikasgasemissies van bron tot wiel en de emissies van de productie, het onderhoud en de verwijdering van voertuigen, alsmede, voor zover relevant, de infrastructuur, zoals uiteengezet in Aanbeveling (EU) 2021/2279 van de Commissie. Om redenen van evenredigheid en om de administratieve lasten en uitvoeringskosten te beperken, mag voor de toepassing van deze verordening bij de beoordeling van de emissies gedurende de levenscyclus geen rekening worden gehouden met infrastructuur. [Am. 16] |
|
(13) |
Het is zaak niet af te wijken van de oorspronkelijke methodologische keuzes uit hoofde van EN ISO-norm 14083:2023, teneinde inconsistenties in de berekening van broeikasgasemissies van vervoersdiensten op de markt te voorkomen, met name in de context van internationale vervoersketens. Het is echter passend om van tijd tot tijd periodiek te beoordelen of een aanpassing van EN ISO 14083:2023 vanuit het oogpunt van het beleid van de Unie , waaronder toekomstige wetgeving, noodzakelijk is, of toekomstige wijzigingen van die norm die door het Europees Comité voor Normalisatie of een andere bevoegde instantie kunnen worden doorgevoerd. Indien uit op basis van deze beoordelingen blijkt wordt vastgesteld dat het risico bestaat dat bepaalde delen van de norm leiden tot onnodige onbalans bij de berekening van broeikasgasemissies van vervoersdiensten in specifieke marktsegmenten, of tot discrepanties tussen die norm en de doelstellingen van deze verordening of andere toepasselijke wetgeving van de Unie, kan de Commissie, in samenwerking met de lidstaten, overwegen het Europees Comité voor Normalisatie te verzoeken de norm dienovereenkomstig te herzien, of overwegen te besluiten dat deel van de norm van het toepassingsgebied van deze verordening uit te sluiten. Een wijziging van de norm of van een component die een duidelijk risico met zich meebrengt op onverenigbaarheid met de doelstellingen van deze verordening en andere toepasselijke regels van de Unie, met name met de klimaatdoelstelling op lange termijn van de Unie en de tussentijdse streefcijfers zoals vastgesteld in Verordening (EU) 2021/1119, en met andere klimaatwetgeving van de Unie, moet worden uitgesloten. [Am. 17] |
|
(14) |
Om de verspreiding van onjuiste informatie op de markt te voorkomen, kan het nodig zijn de referentiemethode inzake de parameters en aannames betreffende broeikasgasemissies die worden gehanteerd om emissies voorafgaand aan de verlening van een dienst te berekenen, te verduidelijken. Hetzelfde geldt voor andere relevante technische parameters in verband met de toewijzing van emissies of de aggregatie van gegevenselementen indien het gebruik van die parameters niet expliciet in de methodologie wordt verduidelijkt. |
|
(15) |
Er kunnen verschillende soorten inputgegevens, waaronder primaire en secundaire gegevens, worden gebruikt voor de berekening van de broeikasgasemissies van vervoersdiensten. Het gebruik van primaire gegevens levert de meest betrouwbare en nauwkeurige resultaten op, en moet daarom moet prioriteit worden gegeven aan de geleidelijke toepassing van deze gegevens in de processen voor de berekening van broeikasgasemissies verplicht worden gesteld . Aangezien primaire gegevens kunnen voor kleine en middelgrote ondernemingen echter onhaalbaar of buitensporig kostbaar kunnen zijn, moet deze verplichting niet gelden zijn voor bepaalde belanghebbenden, met name kmo’s. Het gebruik van secundaire gegevens moet dan ook, onder duidelijke de in deze verordening vastgestelde voorwaarden, worden toegestaan. Fabrikanten van originele uitrusting moeten kmo’s toegang geven tot in dit kader relevante voertuiggegevens. [Am. 18] |
|
(15 bis) |
Wanneer een organisator van vervoersdiensten de concrete uitvoering van een vervoersdienst geheel of gedeeltelijk uitbesteedt en besluit de broeikasgasemissiegegevens van de onderaannemer op te nemen in zijn algemene berekening, moet hij zich kunnen baseren op secundaire gegevens met betrekking tot de door de onderaannemer(s) uitgevoerde vervoersdiensten. De flexibiliteit moet geboden worden om gebruik te maken van door een of meer onderaannemers verstrekte secundaire gegevens, zelfs indien primaire gegevens worden gebruikt voor de berekening van broeikasgasemissies die afkomstig zijn van de door andere onderaannemers of door de eigen vloot van de organisator van vervoersdiensten uitgevoerde vervoersdiensten. [Am. 19] |
|
(15 ter) |
De lidstaten kunnen stimuleringsmaatregelen van administratieve, financiële of operationele aard invoeren om het gebruik van primaire gegevens te bevorderen. Wanneer de lidstaten dergelijke maatregelen invoeren, moeten zij de Commissie hiervan in kennis stellen, zodat de Commissie toezicht kan uitoefenen op de goede werking van de interne markt en een gelijk speelveld kan waarborgen. [Am. 20] |
|
(16) |
Wat secundaire gegevens betreft, kunnen de broeikasgasemissies van een vervoersdienst worden berekend aan de hand van standaardwaarden of gemodelleerde gegevens. Het gebruik van standaardwaarden en gemodelleerde gegevens moet echter nauwkeurige en betrouwbare informatie opleveren over de broeikasgasemissies van een specifieke vervoersdienst, en de vaststelling van die standaardwaarden en de ontwikkeling van gemodelleerde gegevens , alsook de regelmatige actualisering daarvan, moeten dan ook op neutrale en objectieve wijze plaatsvinden, op basis van betrouwbare bronnen en adequate parameters. Databanken en standaardwaarden die ertoe leiden dat de resulterende emissies te laag zijn in vergelijking met de emissies in de rapportage van primaire gegevens, worden geacht niet te voldoen aan de technische kwaliteitscontroles wat betreft de nauwkeurigheid en betrouwbaarheid van informatie. Die technische kwaliteitscontroles moeten regelmatig worden herhaald. [Am. 21] |
|
(17) |
Er moet derhalve een EU-basisdatabank met standaardwaarden voor de broeikasgasemissie-intensiteit worden opgezet om de vergelijkbaarheid te verbeteren van de broeikasgasemissieresultaten die bij de toepassing van deze verordening worden verkregen . Deze databank moet voldoende gedetailleerd zijn en de sectorale, nationale en regionale specifieke kenmerken in de hele Unie weerspiegelen, en moet aparte tabellen bevatten voor de uiteenlopende vervoerswijzen, en moet tegelijkertijd regelmatig worden geactualiseerd en waar van toepassing de nieuwste technologische ontwikkelingen op het gebied van emissiereductie bevatten . Echter, gezien de sectorale, nationale en regionale specifieke kenmerken van die standaardwaarden in de Unie, moeten andere relevante door derden beheerde databanken en datasets worden toegestaan, op voorwaarde dat deze aan een technische kwaliteitscontrole op het niveau van de Unie worden onderworpen. [Am. 22] |
|
(18) |
Bij de vaststelling van de broeikasgasemissie-intensiteit van een vervoersdienst zijn broeikasgasemissiefactoren voor energiedragers in het vervoer nodig om ramingen van de broeikasgasemissies af te leiden die de hoeveelheid energie weerspiegelen die wordt gebruikt bij toepassing van de “van bron tot wiel”-benadering. Er moet derhalve een centrale EU-databank van broeikasgasemissiefactoren van energiedragers worden opgezet om de vergelijkbaarheid en kwaliteit van inputgegevens te waarborgen. |
|
(18 bis) |
Bij het kwantificeren van emissies in verband met het gebruik van elektriciteit op basis van actuele en nauwkeurige emissie-intensiteitswaarden voor de verschillende lidstaten moet een locatiegebaseerde aanpak worden aangemoedigd, op basis van een reeks actuele en nauwkeurige intensiteitswaarden voor elke lidstaat. Een marktgebaseerde aanpak is verder wenselijk, op voorwaarde dat een goede traceerbaarheid wordt gewaarborgd, door middel van een accrediteerbaar contract met garanties van oorsprong. In de databanken die bij deze verordening worden ingesteld, moeten cijfers worden gebruikt die gebaseerd zijn op een locatiegebaseerde aanpak. [Am. 23] |
|
(19) |
De ontwikkeling en het onderhoud van de EU-databanken met standaardwaarden voor de broeikasgasemissie-intensiteit en broeikasgasemissiefactoren , zoals opgericht bij deze verordening , alsook de technische kwaliteitscontrole op externe door derden beheerde databanken en datasets, moeten worden uitgevoerd door een neutraal en bevoegd orgaan op EU-niveau. Gezien zijn taak is het Europees Milieuagentschap de meest geschikte partij om de nodige bijstand te verlenen voor de correcte uitvoering van dit deel van de verordening. In voorkomend geval kunnen deze werkzaamheden gebaseerd zijn op een bijdrage van en worden ondersteund door andere sectorale EU-organen, overeenkomstig op zichzelf staand Unierecht. [Am. 24] |
|
(20) |
Gemodelleerde gegevens mogen worden gebruikt indien zij gebaseerd zijn op een model dat is vastgesteld in overeenstemming met de referentiemethode en, in voorkomend geval, met andere bepalingen inzake het gebruik van secundaire gegevens en berekeningsinstrumenten die in deze verordening zijn vastgesteld. |
|
(21) |
Verordening (EU) 2015/757 (10) en Richtlijn 2003/87/EG (11) schrijven voor dat de CO2-emissies broeikasgasemissies van schepen en luchtvaartuigen verzameld, berekend en jaarlijks gerapporteerd moeten worden. Verordening (EU) 2015/757 en Richtlijn 2003/87/EG kunnen tot op zekere hoogte een aanvulling vormen op de bepalingen van deze verordening, met name wat betreft de productie van gegevens over het brandstofverbruik als input voor het kwantificeren van emissies van vervoersdiensten. Inputgegevens betreffende het genereren van broeikasgasemissies van vervoersdiensten kunnen ook afkomstig zijn van de uitvoering van andere wetgevingskaders, zoals Verordening (EU) 2019/1242 (12) en , Verordening (EU) 2019/631 (13) en Verordening (EU) 2023/2405 (14). [Am. 25] |
|
(22) |
Het is passend gemeenschappelijke maatstaven vast te stellen voor de weergave van de broeikasgasemissiegegevens, die ten grondslag liggen aan de vergelijkbaarheid van die gegevens en die een doeltreffende benchmarking van verschillende vervoersdiensten mogelijk maken. Gemeenschappelijke maatstaven moeten ook duidelijke communicatie door gegevensverstrekkers mogelijk maken, alsook duidelijk inzicht voor de ontvangers van gegevens. In die zin moet de Commissie bij het bepalen van de afstanden, met name in het kader van de vaststelling van de emissie-intensiteit, gedetailleerde regels opstellen inzake de toepassing van de optie “grootcircelafstand” (“GCD”) binnen ISO 14083. Deze regels mogen niet in de weg staan aan het gebruik van primaire gegevens over de werkelijke afstand, bijvoorbeeld in de spoorwegsector. [Am. 26] |
|
(23) |
Alle uitgesplitste informatie over broeikasgasemissies van een vervoersdienst die voor commerciële of regelgevingsdoeleinden aan een derde partij wordt bekendgemaakt overeenkomstig het toepassingsgebied van deze verordening, moet op pertinente en in het oog springende wijze outputgegevens bevatten die zijn vastgesteld op grond van de specifieke regels voor de berekening van broeikasgasemissies die bij deze verordening zijn vastgesteld. In voorkomend geval kunnen aanvullende gegevenselementen voor andere doeleinden dan die welke in deze verordening zijn gedefinieerd, worden toegevoegd. |
|
(23 bis) |
De openbaarmaking van informatie over broeikasgasemissies voorafgaand aan de verlening van een vervoersdienst, is van essentieel belang om burgers ertoe aan te zetten een weloverwogen keuze te maken en zorgt ervoor dat entiteiten die deze diensten organiseren of op de markt aanbieden zich bij het nemen van zakelijke beslissingen hierdoor kunnen laten leiden. Om die reden moet informatie over broeikasgasemissies in verband met een specifieke vervoersdienst door de betrokken entiteiten en door gegevensbemiddelingsdiensten waar mogelijk openbaar worden gemaakt voordat de vervoersdienst wordt verleend. Indien de communicatie tussen bedrijven een gedetailleerder niveau van informatie vereist, met name in het kader van logistieke ketens en onderaannemingsrelaties, mag informatie over broeikasgasemissies echter na de verlening van de vervoersdienst openbaar worden gemaakt. [Am. 27] |
|
(23 ter) |
De gegevensbemiddelingsdiensten moeten worden verplicht om de informatie bij elk zoekresultaat zichtbaar te presenteren en om de ranking op basis van emissies de standaardoptie te laten zijn en daarbij de meest milieuvriendelijke optie als eerste weer te geven, en er tevens voor te zorgen dat de verschillende vervoerswijzen gemakkelijk met elkaar kunnen worden vergeleken, waaronder, in voorkomend geval, het gebruik van een eigen voertuig en het gebruik van de fiets. Bedrijven voor e-handel moeten, naast informatie over de verwachte leverdatum en de kosten, ook informatie over de emissies van de vervoersdiensten in verband met de verschillende mogelijkheden voor pakketlevering vermelden. De outputgegevens met betrekking tot de werkelijke emissies van de vervoersdienst moeten ook worden verstrekt na voltooiing ervan. [Am. 28] |
|
(24) |
Om aan te kunnen tonen dat aan de vereisten van deze verordening is voldaan, moet een entiteit die informatie over broeikasgasemissies van een vervoersdienst berekent en openbaar maakt, gebruik kunnen maken van bewijsmateriaal ter staving van de respectieve outputgegevens. Het bewijsmateriaal moet worden verzameld overeenkomstig de regels inzake rapportage op het niveau van vervoersdiensten die zijn vastgelegd in norm EN ISO 14083:2023, en moet beschikbaar zijn op verzoek van een bevoegde instantie, zoals een rechtbank, of van een andere derde partij indien dit vereist is in het kader van afzonderlijke regelingen, ook vanuit het oogpunt van business-to-business. |
|
(25) |
Tenzij afzonderlijke regelingen van toepassing zijn, mag een gegevensbemiddelingsdienst die informatie over broeikasgasemissies van een vervoersdienst bij een betrokken entiteit of andere relevante natuurlijke of rechtspersoon verzamelt en op de markt openbaar maakt, niet aansprakelijk worden gesteld indien deze informatie een inbreuk vormt op een van de in deze verordening vastgestelde vereisten met betrekking tot de berekening en verificatie van broeikasgasemissies van vervoersdiensten en de certificering van berekeningsinstrumenten. De gegevensbemiddelingsdienst moet zich echter inspannen om te voorkomen dat onnauwkeurige of onjuiste informatie openbaar wordt gemaakt, en moet de regels met betrekking tot de outputgegevens inzake broeikasgasemissies, communicatie en transparantie in acht nemen. Daarnaast moet de gegevensbemiddelingsdienst de bron van deze informatie bekendmaken, zodat de respectieve informatieverstrekker kan worden geïdentificeerd. |
|
(26) |
Externe berekeningsinstrumenten die op de markt worden aangeboden voor breder commercieel en niet-commercieel gebruik, kunnen de boekhouding van broeikasgasemissies van vervoersdiensten vergemakkelijken, waardoor het gebruik ervan door een bredere groep belanghebbenden wordt ondersteund. Het gebruik van deze instrumenten moet worden gecertificeerd om te garanderen dat zij voldoen aan de eisen van deze verordening, met name wat betreft het gebruik van de gemeenschappelijke referentiemethode en een passende reeks inputgegevens. Bij de certificering moet worden gespecificeerd of het berekeningsinstrument berekeningen op basis van primaire gegevens ondersteunt. [Am. 29] |
|
(26 bis) |
Om een gemeenschappelijke en gemakkelijk vergelijkbare procedure te creëren en om de administratieve en financiële lasten voor entiteiten die hun emissies willen berekenen te verminderen, moet de Commissie een gratis openbaar berekeningsinstrument ontwikkelen dat de toegankelijkheid van outputgegevens waarborgt, dat gemakkelijk te gebruiken is en dat eenvoudig online toegankelijk is. Dit berekeningsinstrument moet vergezeld gaan van richtsnoeren waarin het gebruik van het instrument stapsgewijs wordt toegelicht. De Commissie moet ervoor zorgen dat dit instrument bijdraagt tot bewustwording en een prikkel vormt voor het gebruik van primaire gegevens voor de berekening van broeikasgasemissies. [Am. 30] |
|
(27) |
Een goed ontworpen verificatiesysteem voor de conformiteit van de op de markt openbaar gemaakte outputgegevens inzake broeikasgasemissies en de onderliggende berekeningsprocessen met de vereisten van deze verordening, moet het vertrouwen in de betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van die gegevens aanzienlijk vergroten. Entiteiten die de conformiteitsbeoordeling met succes hebben ondergaan, moeten bewijs van overeenstemming kunnen verkrijgen dat in de hele Unie algemeen wordt erkend. Het gebruik van primaire gegevens moet In het bewijs van overeenstemming moet worden aangegeven, met name hoe groot het aandeel gebruikte primaire gegevens is, om het verzamelen en gebruik van primaire gegevens door entiteiten die onder de regels van deze verordening vallen, te stimuleren. [Am. 31] |
|
(28) |
De administratieve lasten in verband met de verificatie kunnen onevenredig zijn voor kleinere ondernemingen en moeten daarom worden vermeden. Daartoe moeten kmo’s worden vrijgesteld van de vereisten in verband met verificatie, tenzij deze ondernemingen het desbetreffende bewijs van overeenstemming wensen te verkrijgen. Daarnaast moeten grote ondernemingen rekening houden met het evenredigheidsbeginsel wanneer zij overwegen partners in de waardeketen, met name kmo’s, om verificatie van de conformiteit te verzoeken. |
|
(28 bis) |
Door middel van een broeikasgasemissieboekhouding op basis van primaire gegevens kan de hoeveelheid verbruikte brandstof of energie in verband met opdrachten van specifieke klanten zichtbaar worden gemaakt, waardoor deze kunnen worden meegewogen bij de berekening van de exploitatiekosten. Vooral in de sector goederenvervoer heeft dit een negatieve invloed op de onderhandelingspositie van kmo’s. Daarom moet het grote ondernemingen niet worden toegestaan om broeikasgasemissies op basis van primaire gegevens op te vragen bij partners in de waardeketen, met name kmo’s. [Am. 32] |
|
(29) |
Indien de verificatie van informatie over broeikasgasemissiegegevens van vervoersdiensten wordt georganiseerd overeenkomstig specifieke regels uit hoofde van andere wetgeving van de Unie, met inbegrip van een verordening inzake het waarborgen van een gelijk speelveld voor duurzaam luchtvervoer die wordt uitgevoerd door het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, worden deze regels op gelijkwaardige wijze behandeld, op voorwaarde dat de verificatiebeoordeling is opgesteld in overeenstemming met de eisen van deze verordening. |
|
(29 bis) |
Om te waarborgen dat deze verordening naar behoren wordt toegepast en uitgevoerd, moeten de lidstaten bijdragen aan de handhaving ervan, onder meer door een sanctieregeling vast te stellen. De financiële sancties moeten evenredig en afschrikkend zijn, waarbij in aanmerking genomen moet worden of er sprake is van eventuele herhaalde niet-naleving van de berekenings- en informatieverplichtingen of verstrekking van onjuiste informatie door de betrokken entiteiten. De vastgestelde minimum- of maximumbedragen mogen in geen geval een aansporing vormen voor niet-naleving van de verordening. [Am. 33] |
|
(30) |
Teneinde de efficiënte werking van deze verordening mogelijk te maken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden verleend om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen met betrekking tot de beoordeling en uitsluiting van bepaalde elementen van de referentiemethode, het indienen van verzoeken bij het Europees Comité voor Normalisatie, het vaststellen van regels voor de uitvoering van de technische kwaliteitscontrole op externe databanken met standaardwaarden, het aanpassen van maatstaven voor outputgegevens inzake broeikasgasemissies, en het vaststellen van aanvullende methoden en criteria voor de accreditatie van conformiteitsbeoordelingsinstanties. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, ook op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016 (15). Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen. |
|
(31) |
Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met betrekking tot de certificering van berekeningsinstrumenten en de verificatie van de broeikasgasemissiegegevens. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (16). |
|
(32) |
De vergelijkbaarheid van gegevens over broeikasgasemissies van vervoersdiensten en een intensiever gebruik van een broeikasgasemissieboekhouding in de bedrijfsvoering zijn geen doelstellingen die voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt zonder het risico te lopen buitensporige bureaucratie op de interne markt te veroorzaken, alsook extra kosten en administratieve lasten voor de industrie. Deze doelstellingen kunnen vanwege de netwerkeffecten van de lidstaten beter op het niveau van de Unie worden verwezenlijkt. De Unie kan derhalve maatregelen treffen overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel. |
|
(33) |
Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel is het noodzakelijk en passend regels vast te stellen voor de broeikasgasemissieboekhouding van vervoersdiensten met het oog op de verwezenlijking van de basisdoelstelling, te weten het stimuleren van gedragsverandering bij bedrijven en klanten om de broeikasgasemissies van vervoersdiensten te verminderen door middel van de toepassing en het gebruik van vergelijkbare en betrouwbare broeikasgasemissiegegevens. Deze verordening gaat niet verder dan nodig is om de beoogde doelstellingen te verwezenlijken, in overeenstemming met artikel 5, lid 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, |
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD
HOOFDSTUK 1
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Onderwerp
Bij deze verordening worden regels vastgesteld voor een broeikasgasemissieboekhouding voor de berekening en openbaarmaking van broeikasgasemissies van vervoersdiensten die op het grondgebied van de Unie beginnen of eindigen. [Am. 34]
Artikel 2
Toepassingsgebied
Deze verordening is van toepassing op elke entiteit die goederen- en passagiersdiensten in de Unie aanbiedt of organiseert en de broeikasgasemissies berekent van een vervoersdienst die begint of eindigt op het grondgebied van de Unie, en die uitgesplitste informatie over die emissies aan derden verstrekt voor commerciële of regelgevingsdoeleinden. :
|
a) |
entiteiten die goederen- en passagiersvervoersdiensten in de Unie aanbieden of organiseren en de broeikasgasemissies berekenen van een vervoersdienst die begint of eindigt op het grondgebied van de Unie, en die uitgesplitste informatie over die emissies aan derden verstrekken; |
|
b) |
gegevensbemiddelingsdiensten die broeikasgasemissies van vervoersdiensten berekenen en niet slechts door een betrokken entiteit of andere relevante natuurlijke of rechtspersoon verstrekte informatie over die emissies openbaar maken. [Am. 35] |
Artikel 3
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
|
1) |
“broeikasgas”: gasvormig bestanddeel van de atmosfeer, zowel natuurlijk als antropogeen, dat straling absorbeert en afgeeft bij specifieke golflengten binnen het spectrum van infrarode straling die wordt afgegeven door het aardoppervlak, de atmosfeer en de wolken , zoals gedefinieerd in het meest recente evaluatierapport van de Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering (IPCC) ; [Am. 36] |
|
2) |
“broeikasgasemissies”: uitstoot van een broeikasgas in de atmosfeer, uitgedrukt in massa kooldioxide-equivalent; |
|
3) |
“kooldioxide-equivalent (CO2e)”: eenheid voor het vergelijken van de stralingsforcering van een broeikasgas met die van kooldioxide; |
|
4) |
“broeikasgasemissieboekhouding”: de maatregelen die worden getroffen voor het kwantificeren van broeikasgasemissies, door middel van metingen en berekeningen, ten behoeve van rapportage; |
|
5) |
“vervoersdienst”: het vervoer van goederen of passagiers vanaf een vertrekpunt naar een bestemming; een vervoersdienst kan een of meerdere onderdelen van de vervoersketen betreffen waarvoor (een) vervoersactiviteit(en) en/of (een) hubactiviteit(en) vereist is/zijn; |
|
6) |
“vervoersactiviteit”: de exploitatie van een voertuig voor het vervoer van personen en/of goederen; |
|
7) |
“hubactiviteit”: activiteit om vracht of passagiers via een hub over te brengen; |
|
8) |
“voertuig”: een middel voor het vervoer van personen en/of goederen in alle vervoerswijzen; |
|
9) |
“vervoersketen”: een reeks vervoerselementen in verband met goederen of een (groep) passagier(s) die, samen beschouwd, een verplaatsing van een plaats van vertrek naar een bestemming inhoudt; |
|
10) |
“element van de vervoersketen”: een deel van een vervoersketen waarbinnen goederen of een (groep) passagier(s) door één enkel voertuig wordt/worden vervoerd, of binnen welke het vervoer via één enkele hub plaatsvindt; |
|
11) |
“openbaarmaking van informatie over broeikasgasemissies van een vervoersdienst”: het door een betrokken entiteit of een gegevensbemiddelingsdienst aan een derde partij verstrekken van uitgesplitste informatie over broeikasgasemissies in verband met een specifieke vervoersdienst, in het kader van de levering, bekendmaking of marketing van die dienst, vóór of na de verlening van de vervoersdienst; |
|
12) |
“betrokken entiteit”: een entiteit die de broeikasgasemissies berekent van een vervoersdienst die begint of eindigt op het grondgebied van de Unie, en die informatie over die emissies aan derden verstrekt voor commerciële of regelgevingsdoeleinden; |
|
13) |
“gegevensbemiddelingsdienst”: een rechtspersoon of natuurlijke persoon die op basis van afzonderlijke wettelijke, contractuele of andere relevante regelingen informatie over de broeikasgasemissies van een vervoersdienst verzamelt , berekent of en openbaar maakt; [Am. 37] |
|
14) |
“broeikasgasactiviteit”: een activiteit die leidt tot de uitstoot van een broeikasgas; |
|
15) |
“gegevens over de broeikasgasactiviteit”: kwantitatieve maatstaf voor een broeikasgasactiviteit; |
|
16) |
“broeikasgasemissie-intensiteit”: coëfficiënt die wordt gebruikt voor de koppeling tussen de gegevens over een specifieke broeikasgasactiviteit en de broeikasgasemissie; |
|
17) |
“broeikasgasemissiefactor”: een coëfficiënt die wordt gebruikt voor de koppeling tussen de de gegevens over een specifieke broeikasgasactiviteit en koppelt aan de broeikasgasemissie; [Am. 38] |
|
18) |
“broeikasgasemissies van bron tot wiel”: emissies die de broeikasgaseffecten vertegenwoordigen als gevolg van zowel het gebruik van voertuigen als de energievoorziening van voertuigen , en die een deelverzameling vormen van de emissies gedurende de volledige levenscyclus ; [Am. 39] |
|
19) |
“emissies van tank tot wiel”: emissies in verband met de aandrijving van het voertuig ten gevolge van het energieverbruik; een subset van de emissies van bron tot wiel; |
|
19 bis) |
“emissies gedurende de volledige levenscyclus”: de emissies die gelijk zijn aan de som van het overeenkomstige aandeel van de emissies in verband met de aanleg van door het voertuig gebruikte infrastructuur, de emissies in verband met de productie, het onderhoud en het afdanken van het voertuig en de emissies van bron tot wiel; [Am. 40] |
|
20) |
“energiedrager”: een stof die of een verschijnsel dat kan worden gebruikt om een mechanische kracht of warmte te produceren of om chemische of fysische processen teweeg te brengen; |
|
21) |
“primaire gegevens”: de gekwantificeerde waarde van een proces of activiteit die wordt verkregen door middel van een directe meting of van een berekening op basis van directe metingen; |
|
22) |
“secundaire gegevens”: gemodelleerde gegevens of standaardwaarden die niet voldoen aan de vereisten voor primaire gegevens, met inbegrip van gegevens uit databanken en gepubliceerde literatuur, standaard broeikasgasemissiefactoren uit nationale inventarissen, berekende gegevens, ramingen of andere representatieve gegevens en gegevens die zijn verkregen uit aanverwante processen of ramingen; |
|
23) |
“standaardwaarde”: secundaire gegevenswaarde die uit een gepubliceerde bron is afgeleid en door een conformiteitsbeoordelingsinstantie is geverifieerd, en die als standaard wordt gebruikt bij het ontbreken van primaire of gemodelleerde gegevens; [Am. 41] |
|
24) |
“gemodelleerde gegevens”: gegevens die zijn vastgesteld aan de hand van een model waarin rekening wordt gehouden met primaire gegevens en/of parameters betreffende broeikasgasemissies van een vervoers- of hubactiviteit, onder meer door gebruik te maken van een op een berekeningsinstrument gebaseerd model; |
|
25) |
“outputgegevens”: uitgesplitste gegevens over broeikasgasemissies van een vervoersdienst die zijn vastgesteld aan de hand van de in deze verordening vastgestelde referentiemethode en inputgegevens; |
|
26) |
“maatstaven”: de grootheid voor de kwantitatieve beoordeling; |
|
27) |
“bewijsmateriaal ter staving van informatie over broeikasgasemissies van een vervoersdienst”: een op aanvraag opgesteld verslag op het niveau van een vervoersdienst, overeenkomstig EN ISO 14083:2023; |
|
28) |
“berekeningsinstrument”: een toepassing, een model of software waarmee de broeikasgasemissies van een vervoersdienst automatisch kunnen worden berekend; |
|
29) |
“extern berekeningsinstrument”: een berekeningsinstrument dat door een derde partij op de markt wordt aangeboden voor breder commercieel of niet-commercieel gebruik; |
|
30) |
“conformiteitsbeoordelingsinstantie”: een conformiteitsbeoordelingsinstantie als bedoeld in artikel 2, punt 13 van Verordening (EG) nr. 765/2008 (17); |
|
30 bis) |
“organisator van vervoersdiensten”: een entiteit die vervoersdiensten aanbiedt waarbinnen de exploitatie van bepaalde onderdelen van de vervoersketen is uitbesteed aan een of meer entiteiten die deze exploiteren; [Am. 42] |
|
30 ter) |
“ondervervoerder”: een entiteit die namens een of meer organisatoren van vervoersdiensten op grond van contractuele overeenkomsten vervoersactiviteiten verricht voor een of meer onderdelen van de vervoersketen. [Am. 43] |
HOOFDSTUK II
METHODOLOGIE
Artikel 4
Methode voor de berekening van de broeikasgasemissies van vervoersdiensten
1. De broeikasgasemissies van bron tot wiel van vervoersdiensten worden berekend op basis van de methode zoals vastgelegd in de meest recente versie van norm EN ISO 14083:2023, en van de regels in hoofdstuk III van deze verordening. [Am. 44]
1 bis. Uiterlijk op... [de datum van inwerkingtreding van deze verordening] waarborgt de Commissie gratis toegang tot norm EN ISO 14083:2023, via een eenvoudig toegankelijke website. [Am. 45]
2. De Commissie beoordeelt Uiterlijk 36 maanden na de datum van toepassing van deze verordening beoordeelt de Commissie of een aanpassing van enig onderdeel van de in lid 1 bedoelde norm nodig is , met name om te waarborgen dat deze norm in overeenstemming is met de klimaatdoelstelling voor de lange termijn en de tussentijdse klimaatdoelstellingen van de Unie, zoals neergelegd in Verordening (EU) 2021/1119 en andere wetgeving van de Unie inzake klimaat en energie . [Am. 46]
2 bis Uiterlijk op... [24 vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening] dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in met een gemeenschappelijke Uniemethode voor de berekening van de broeikasgasemissies gedurende de levenscyclus van alle vervoerswijzen, met name de emissies als gevolg van de fabricage, het onderhoud en de verwijdering van voertuigen. Zij houdt terdege rekening met methodologieën voor emissies gedurende de levenscyclus die zijn ontwikkeld overeenkomstig Verordening (EU) 2019/631, Verordening (EU) 2023/1542 of Verordening (EU) 2019/1242. In het verslag wordt beoordeeld wat voor de toepassing van deze verordening de beste aanpak is bij de toepassing van de gemeenschappelijke methode van de Unie voor de berekening van emissies gedurende de levenscyclus, en het verslag gaat, in voorkomend geval, direct vergezeld van een wetgevingsvoorstel tot wijziging van deze verordening. [Am. 47]
2 ter. In het kader van de in lid 2 bedoelde beoordeling beoordeelt de Commissie de haalbaarheid en de economische, milieu-, gezondheids- en sociale gevolgen van de opname in het toepassingsgebied van deze verordening van een boekhouding inzake luchtverontreiniging ten gevolge van vervoersdiensten die op het grondgebied van de Unie beginnen of eindigen. [Am. 48]
3. De Commissie kan een nalevingscontrole uitvoeren ter beoordeling van een wijziging van de in lid 1 bedoelde norm. De nalevingscontrole wordt ingeleid door de Commissie, die in voorkomend geval op verzoek van een lidstaat kan optreden.
4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 16 gedelegeerde handelingen vast te stellen om een wijziging zoals bedoeld in lid 3 en een onderdeel zoals bedoeld in lid 2 van het toepassingsgebied van deze verordening uit te sluiten, indien de Commissie van oordeel is dat deze wijziging of dit onderdeel een duidelijk risico op onverenigbaarheid met de doelstellingen van deze verordening en andere toepasselijke voorschriften van de Unie inhoudt.
5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 16 gedelegeerde handelingen vast te stellen om het Europees Comité voor Normalisatie te verzoeken de in lid 1 bedoelde norm te herzien, onder meer op basis van het resultaat van de in lid 2 bedoelde beoordeling en de in lid 3 bedoelde nalevingscontrole.
6. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 17 uitvoeringshandelingen 16 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen om de in lid 1 bedoelde referentiemethode te verduidelijken met het oog op het waarborgen van de uniforme toepassing ervan op de markt waar het de aanpak betreft voor het bepalen van passende parameters die worden gehanteerd om emissies voorafgaand aan de verlening van een dienst te berekenen en, in voorkomend geval, om andere technische parameters in verband met de toewijzing van emissies of de aggregatie van gegevenselementen die niet uitdrukkelijk in die methode worden toegelicht, te verduidelijken. [Am. 49]
HOOFDSTUK III
INPUTGEGEVENS EN -BRONNEN
Artikel 5
Gebruik van primaire en secundaire gegevens
1. De in artikel 2 bedoelde entiteiten maken gebruik van primaire gegevens om de broeikasgasemissies van een door hen aangeboden vervoersdienst te berekenen, behalve in geval van diensten die worden aangeboden door micro-, kleine en middelgrote ondernemingen zoals gedefinieerd in Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie. Kmo’s geven voorrang aan het gebruik van primaire gegevens voor de berekening van de broeikasgasemissies van een vervoersdienst. [Am. 50]
1 bis. Als kmo’s optreden als ondervervoerders, kunnen zij secundaire gegevens gebruiken, ook als de organisator van vervoersdiensten primaire gegevens gebruikt voor de berekening van de broeikasgasemissies als gevolg van een door andere ondervervoerders of de eigen vloot verrichte vervoersdienst. [Am. 51]
1 ter. De lidstaten kunnen administratieve, financiële of operationele stimuleringsmaatregelen invoeren om het gebruik van primaire gegevens te bevorderen, en stellen in dat geval de Commissie in kennis van de aard van die maatregelen en de duur ervan. [Am. 52]
2. Het gebruik van secundaire gegevens voor de berekening van broeikasgasemissies van een vervoersdienst is in geval van kmo’s toegestaan onder de volgende voorwaarden: [Am. 53]
|
a) |
de standaardwaarden voor de broeikasgasemissie-intensiteit zijn afkomstig van:
|
|
b) |
de standaard broeikasgasemissiefactoren voor energiedragers in het vervoer zijn afkomstig van de centrale EU-databank van standaard broeikasgasemissiefactoren, als bedoeld in artikel 8; |
|
c) |
de gemodelleerde gegevens zijn gebaseerd op een model dat is vastgesteld overeenkomstig de in artikel 4 bedoelde methode en, in voorkomend geval, de regels van artikel 5, lid 2, punt b), en artikel 11. |
2 bis. Uiterlijk op... [12 maanden van de datum van inwerkingtreding van deze verordening] stelt de Commissie overeenkomstig artikel 16 gedelegeerde handelingen vast teneinde deze verordening aan te vullen met gedetailleerde voorschriften voor de toepassing van cut-off-criteria en afwijkingen van de grootcircelafstand. [Am. 54]
2 ter. Fabrikanten van originele uitrusting verlenen kmo’s passende toegang tot relevante voertuiggegevens voor zover dit noodzakelijk is met oog op de naleving van deze verordening en voor zover dit relevant is om kmo’s in staat te stellen accurate gegevens te verzamelen en berekeningen uit te voeren. [Am. 55]
Artikel 6
EU-basisdatabank met standaardwaarden voor de broeikasgasemissie-intensiteit
1. De Commissie richt zet , bijgestaan door het Europees Milieuagentschap en met gebruikmaking van de deskundigheid van relevante belanghebbenden en andere sectorale EU-organen , binnen 18 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening een gratis toegankelijke een EU-basisdatabank op met standaardwaarden voor de broeikasgasemissie-intensiteit in, als bedoeld in artikel 5, lid 2, punt a), i). [Am. 56]
1 bis. Bij het opzetten van de EU-basisdatabank met standaardwaarden voor de broeikasgasemissie-intensiteit als bedoeld in artikel 5, lid 2, punt a), i), maken de Commissie en het Europees Milieuagentschap voor elke vervoerswijze een afzonderlijke tabel aan. [Am. 57]
1 ter. Bij de ontwikkeling van de standaardwaarden voor broeikasgasemissie-intensiteit:
|
a) |
past de Commissie de locatiegebaseerde benadering toe als voorzien in de in artikel 4 bedoelde norm (“locatiegebaseerde benadering”); |
|
b) |
houdt de Commissie rekening met de overeenkomstig Richtlijn (EU) 2018/2001 bepaalde broeikasgasemissiefactoren. [Am. 58] |
1 quater. Wanneer de broeikasgasemissies van door vervoer gebruikte elektriciteit kunnen worden gekwantificeerd met behulp van de locatiegebaseerde benadering en de marktgebaseerde benadering overeenkomstig norm EN ISO 14083:2023, wordt de marktgebaseerde elektriciteitsmix gerapporteerd, mits aan de voorwaarden van bijlage J van genoemde norm is voldaan. [Am. 59]
1 quinquies. Totdat de EU-basisdatabank is opgezet, kunnen entiteiten andere nationale databanken raadplegen die worden geacht te zijn geverifieerd overeenkomstig artikel 13, lid 8, of die zijn geverifieerd uit hoofde van andere wetgeving van de Unie, mits de mate van aggregatie van de gegevens gelijk is aan de overeenkomstig deze verordening vereiste mate van aggregatie van gegevens. [Am. 60]
2. De Commissie zorgt , ten minste jaarlijks, voor het onderhoud, de actualisering en , de voortdurende ontwikkeling en een passend niveau van beveiliging van de in lid 1 bedoelde databank, rekening houdend met de ontwikkeling van de stand van de techniek in de vervoerssector en met nieuwe methodologische benaderingen inzake de berekening van broeikasgasemissies. Alle actualiseringen van de standaardwaarden worden onverwijld openbaar gemaakt. Na een dergelijke actualisering gebruiken de betrokken entiteiten bij de berekening en openbaarmaking van hun broeikasgasemissies de meest recente beschikbare gegevens. [Am. 61]
2 bis. De Commissie zorgt ervoor, bijgestaan door het Europees Milieuagentschap en met gebruikmaking van de deskundigheid van relevante belanghebbenden, dat er met betrekking tot de standaardwaarden voor de broeikasgasemissie-intensiteit technische kwaliteitscontroles worden uitgevoerd die vergelijkbaar zijn met de controles die worden uitgevoerd met betrekking tot door derden beheerde databanken of datasets. [Am. 62]
3. Het publiek heeft gratis De toegang tot de in lid 1 bedoelde databank om standaardwaarden voor de emissie-intensiteit te raadplegen of te gebruiken is eenvoudig, openbaar en gratis . [Am. 63]
Artikel 7
Door derden beheerde databanken en datasets met standaardwaarden voor broeikasgasemissie-intensiteit
1. Een databank of dataset als bedoeld in artikel 5, lid 2, punt a), ii), mag alleen worden gebruikt om secundaire gegevens af te leiden als deze databank of dataset meer gedetailleerde of sectorspecifieke gegevens bevat dan de in artikel 6 bedoelde EU-basisdatabank. Een ontwikkelaar van een databank of dataset als bedoeld in artikel 5, lid 2, punt a), ii), dient bij de Commissie een aanvraag in voor een technische kwaliteitscontrole op de standaardwaarden voor broeikasgasemissie-intensiteit die in die databank of dataset zijn opgenomen. De Commissie voert, bijgestaan door het Europees Milieuagentschap, de technische kwaliteitscontrole uit overeenkomstig de voorschriften van de artikelen 4 tot en met 8 van deze verordening. De technische kwaliteitscontrole wordt uitgevoerd binnen 12 maanden na de formele ontvangst van de aanvraag. [Am. 64]
1 bis. De technische kwaliteitscontrole van databanken en datasets met standaardwaarden voor broeikasgasemissie-intensiteit als bedoeld in lid 1 omvat een vergelijking tussen emissies zoals gerapporteerd op basis van primaire gegevens en emissies zoals die zouden zijn gerapporteerd bij gebruik van de databank of standaardwaarden, voor equivalente representatieve gebruiksdoelen. Databanken en standaardwaarden die ertoe leiden dat de resulterende emissies te laag zijn in vergelijking met de emissies in de rapportage van primaire gegevens, krijgen bij de technische kwaliteitscontrole een negatieve beoordeling. [Am. 65]
1 ter. De technische kwaliteitscontrole waarborgt voorts dat door derden beheerde databanken en datasets voldoen aan de regels van de in artikel 5, lid 2 bis, bedoelde gedelegeerde handeling. [Am. 66]
2. Voor het gebruik van secundaire gegevens overeenkomstig artikel 5, lid 2, punt a), ii), worden alleen databanken en datasets met standaardwaarden voor de broeikasgasemissie-intensiteit gebruikt die positief zijn beoordeeld in het kader van de technische kwaliteitscontrole als bedoeld in lid 1. De Commissie publiceert een actuele lijst van de door derden beheerde databanken met standaardwaarden voor de broeikasgasemissie-intensiteit die positief zijn beoordeeld, en houdt deze bij. De actuele lijst is openbaar en kan via een speciaal daarvoor bestemde website worden geraadpleegd. [Am. 67]
3. De technische kwaliteitscontrole moet uiterlijk 24 twaalf maanden na de in lid 1 vermelde datum van toepassing van deze verordening plaatsvinden. Een aantekening van een positieve beoordeling van deze kwaliteitscontrole is twee jaar geldig. [Am. 68]
4. De Commissie stelt overeenkomstig artikel 17 uitvoeringshandelingen vast om deze verordening aan te vullen door voorschriften en voorwaarden vast te stellen voor de uitvoering van de in lid 1 bedoelde technische kwaliteitscontrole.
4 bis. De toegang tot de in lid 1 bedoelde databank om standaardwaarden voor de emissie-intensiteit te raadplegen of te gebruiken is openbaar en is gratis voor kmo’s. [Am. 69]
Artikel 8
Centrale EU-databank van standaard broeikasgasemissiefactoren
1. Uiterlijk... [12 maanden vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening] zet de Commissie richt, bijgestaan door het Europees Milieuagentschap en met gebruikmaking van de deskundigheid van relevante belanghebbenden en andere sectorale EU-organen , een centrale EU-databank op van standaard broeikasgasemissiefactoren in, als bedoeld in artikel 5, lid 2, punt b). [Am. 70]
1 bis. Bij de ontwikkeling van de standaard broeikasgasemissiefactoren:
|
a) |
past de Commissie de locatiegebaseerde benadering toe als voorzien in de in artikel 4 bedoelde norm (“locatiegebaseerde benadering”); |
|
b) |
houdt de Commissie rekening met de overeenkomstig Richtlijn (EU) 2018/2001 bepaalde broeikasgasemissiefactoren. [Am. 71] |
1 ter. Wanneer de broeikasgasemissies van door vervoer gebruikte elektriciteit kunnen worden gekwantificeerd met behulp van de locatiegebaseerde benadering en de marktgebaseerde benadering overeenkomstig norm EN ISO 14083:2023, wordt de marktgebaseerde elektriciteitsmix gerapporteerd, mits aan de voorwaarden van bijlage J van genoemde norm is voldaan. [Am. 72]
1 quater. Totdat de centrale EU-databank is opgezet, kunnen entiteiten andere nationale databanken raadplegen die worden geacht te zijn geverifieerd overeenkomstig artikel 13, lid 8, of die zijn geverifieerd uit hoofde van andere wetgeving van de Unie, mits de mate van aggregatie van de gegevens gelijk is aan de overeenkomstig deze verordening vereiste mate van aggregatie van gegevens. [Am. 73]
2. De Commissie zorgt, bijgestaan door het Europees Milieuagentschap, ten minste jaarlijks, voor het onderhoud, de actualisering en , de voortdurende ontwikkeling en een passend beveiligingsniveau van de in lid 1 bedoelde databank, rekening houdend met de ontwikkeling van de stand van de techniek in de vervoerssector en met nieuwe methodologische benaderingen inzake de berekening van broeikasgasemissies. Alle actualiseringen van de standaardwaarden worden onverwijld openbaar gemaakt. Na een dergelijke actualisering gebruiken de betrokken entiteiten bij de berekening en openbaarmaking van hun broeikasgasemissies de meest recente beschikbare gegevens. [Am. 74]
3. Het publiek heeft gratis De toegang tot de in lid 1 bedoelde databank om standaard broeikasgasemissiefactoren voor energiedragers in het vervoer te raadplegen of te gebruiken is eenvoudig, openbaar en gratis . [Am. 75]
Artikel 8 bis
Bestuurlijke ondersteuning voor het midden- en kleinbedrijf
1. Uiterlijk... [12 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] presenteert de Commissie een vereenvoudigd berekeningsinstrument voor kmo’s, dat openbaar toegankelijk, gebruikersvriendelijk en gratis is, overeenkomstig artikel 11. Het gaat vergezeld van richtsnoeren waarin stapsgewijs en duidelijk wordt uitgelegd hoe het berekeninginstrument werkt.
2. De Commissie monitort het risico dat de gegevens die uit hoofde van deze verordening worden verstrekt door kmo’s die als onderaannemers optreden, door organisatoren van vervoersdiensten kunnen worden gebruikt voor oneerlijke marktpraktijken. Uiterlijk... [twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in. Dat verslag gaat zo nodig vergezeld van een wetgevingsvoorstel om te voorzien in maatregelen ter bescherming van de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige gegevens. [Am. 76]
HOOFDSTUK IV
OUTPUTGEGEVENS EN TRANSPARANTIE
Artikel 9
Vaststelling van outputgegevens over de broeikasgasemissies van een vervoersdienst
1. De outputgegevens worden vastgesteld aan de hand van de referentiemethode en inputgegevens uit hoofde van de artikelen 4 tot en met 8 van deze verordening.
2. De outputgegevens kunnen worden vastgesteld met behulp van berekeningsinstrumenten. Externe berekeningsinstrumenten moeten voldoen aan de in artikel 11 uiteengezette vereisten.
3. De outputgegevens bestaan ten minste uit de totale massa kooldioxide-equivalent (CO2e) per vervoersdienst en, voor de betreffende soort vervoersdienst, ten minste een van de volgende gegevenseenheden: [Am. 77]
|
a) |
massa CO2e per tonkilometer, of equivalente eenheden, voor goederenvervoer; |
|
b) |
massa CO2e per ton, of equivalente eenheden, voor vervoer via goederenhubs; |
|
c) |
massa CO2e per passagierskilometer, of equivalente eenheden, voor passagiersvervoer; |
|
d) |
massa CO2e per passagierseenheid, of equivalente eenheden, voor vervoer via passagiershubs. |
4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 16 gedelegeerde handelingen vast te stellen ter aanvulling van de in lid 3 bedoelde lijst van maatstaven voor outputgegevens.
Artikel 10
Communicatie en transparantie
1. De betrokken entiteiten maken de outputgegevens op duidelijke en ondubbelzinnige wijze openbaar , waar mogelijk vóór de verlening van een vervoersdienst of sluiting van een overeenkomst . Wanneer de betrokken entiteiten outputgegevens openbaar maken, nemen zij in de begeleidende mededeling bij deze bekendmaking de volgende verklaring op: “Broeikasgasemissies van bron tot wiel, berekend overeenkomstig Verordening (EU) [verwijzing naar deze verordening] van het Europees Parlement en de Raad”, in ten minste één van de officiële talen van de EU en, indien mogelijk, in een officiële taal van een lidstaat op het grondgebied waar de dienst wordt verricht. [Am. 78]
1 bis. De betrokken entiteiten kunnen ervoor kiezen de volgende informatie zichtbaar weer te geven:
|
a) |
of hun gegevens onderworpen zijn aan de jaarlijkse verificatie; |
|
b) |
of zij primaire gegevens hebben gebruikt, in welk geval de van primaire gegevens afgeleide variabelen moeten worden verstrekt; |
|
c) |
of zij gebruik hebben gemaakt van het bij artikel 9, lid 2 bis, vastgestelde EU-berekeningsinstrument. [Am. 79] |
2. Indien outputgegevens door een gegevensbemiddelingsdienst worden verkregen en , met name diensten voor digitale navigatie en reisrouteplanning, openbaar worden gemaakt op basis van afzonderlijke regelingen, zijn de regels van lid 1 en artikel 9, lid 3, van toepassing. Bij de openbaarmaking van outputgegevens neemt de gegevensbemiddelingsdienst een verwijzing naar de bron van deze gegevens op. [Am. 80]
2 bis. Informatie over broeikasgasemissies van een vervoersdienst wordt door een betrokken entiteit of andere relevante natuurlijke of rechtspersoon verstrekt aan digitalegegevensbemiddelingsdiensten. De digitalegegevensbemiddelingsdiensten die die outputgegevens openbaar maken presenteren de informatie zichtbaar bij elk zoekresultaat en waarborgen dat de ranking op basis van emissies de standaardoptie is en geven daarbij de meest milieuvriendelijke optie als eerste weer, en waarborgen tevens dat de verschillende vervoerswijzen gemakkelijk met elkaar kunnen worden vergeleken, waaronder, in voorkomend geval, het gebruik van een eigen voertuig en het gebruik van de fiets. [Am. 81]
3. Indien primaire gegevens worden gebruikt in de zin van artikel 5, lid 1, hebben de betrokken entiteiten het recht dit aan derden mee te delen indien het gebruik van primaire gegevens is geverifieerd overeenkomstig de artikelen 12 en 13.
4. De betrokken entiteiten moeten in staat zijn bewijs te overleggen ter staving van de wijze waarop de outputgegevens zijn vastgesteld. Dat bewijs wordt verzameld overeenkomstig de vereisten van de in artikel 4, lid 1, bedoelde referentiemethode, en:
|
a) |
het bewijs dient als basis voor de verificatiebeoordeling overeenkomstig de artikelen 12 en 13; |
|
b) |
het bewijs wordt beschikbaar gesteld op verzoek van een bevoegde autoriteit , overeenkomstig de voorschriften van de in artikel 13, lid 9, bedoelde gedelegeerde handeling, of een andere derde, voor zover afzonderlijke wettelijke of contractuele regelingen van toepassing zijn; [Am. 82] |
|
c) |
indien de verificatie overeenkomstig artikel 12 en 13 wordt uitgevoerd, bevat het bewijs een verwijzing naar het in artikel 13, lid 6, bedoelde bewijs van overeenstemming en de contactgegevens van de conformiteitsbeoordelingsinstantie die het bewijs van overeenstemming heeft opgesteld; |
|
d) |
indien de outputgegevens worden vastgesteld met behulp van een extern berekeningsinstrument als bedoeld in artikel 9, lid 2, wordt in het bewijs een verwijzing naar dat berekeningsinstrument opgenomen. |
5. De in lid 5 4 bedoelde outputgegevens en bewijzen worden op duidelijke en ondubbelzinnige wijze vastgesteld, in ten minste één van de officiële talen van de Unie. Indien mogelijk Zij worden zij op geharmoniseerde en eenvoudige wijze beschikbaar gesteld in de vorm van een weblink, QR-code of een daaraan gelijkwaardige vorm , met het oog op de interoperabiliteit van outputgegevens en bewijzen tussen verschillende aanbieders van vervoersdiensten . [Am. 83]
6. Persoonsgegevens worden verwerkt in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad (18).
7. Elke ontvanger van outputgegevens en bewijzen als bedoeld in lid 5 4 , neemt maatregelen om de vertrouwelijkheid van relevante commerciële gegevens die overeenkomstig deze verordening worden verwerkt en meegedeeld, te waarborgen, en zorgt ervoor dat deze gegevens alleen na toestemming geraadpleegd, verwerkt en openbaar gemaakt kunnen worden. [Am. 84]
HOOFDSTUK V
AANVULLENDE MAATREGELEN
Artikel 11
Certificering van berekeningsinstrumenten
1. De in artikel 9, lid 2, bedoelde externe berekeningsinstrumenten worden gecertificeerd door een conformiteitsbeoordelingsinstantie als bedoeld in artikel 14.
2. Op aanvraag van een ontwikkelaar van een berekeningsinstrument beoordeelt een conformiteitsbeoordelingsinstantie of het berekeningsinstrument voldoet aan de eisen van de artikelen 4 tot en met 9. Als het resultaat van de beoordeling positief is, geeft de conformiteitsbeoordelingsinstantie een conformiteitscertificaat voor het berekeningsinstrument af voor de toepassing van deze verordening , waarbij wordt gespecificeerd of het instrument berekeningen op basis van primaire gegevens ondersteunt . Als het resultaat van de beoordeling negatief is, verstrekt de conformiteitsbeoordelingsinstantie de aanvrager de redenen voor die negatieve beoordeling. [Am. 85]
2 bis. De berekeningsinstrumenten die intern door een entiteit worden gebruikt voor de berekening van de broeikasgasemissies van een vervoersdienst overeenkomstig deze verordening, worden ook afgestemd op de eisen van de in artikel 4, lid 1, bedoelde referentiemethode. [Am. 86]
3. De betrokken conformiteitsbeoordelingsinstantie houdt een bijgewerkte lijst bij van de berekeningsinstrumenten die zij heeft gecertificeerd en waarvoor zij de certificering heeft ingetrokken of geschorst. Zij maakt die lijst openbaar op haar website en deelt het adres van die website onverwijld aan de Commissie mee.
4. Het certificaat is twee jaar geldig.
5. De Commissie publiceert op haar officiële website een gemakkelijk toegankelijke lijst van alle berekeningsinstrumenten die overeenkomstig de leden 1 en 2 zijn gecertificeerd , alsook een link naar de in lid 3 bedoelde websites . [Am. 87]
6. De Commissie stelt overeenkomstig artikel 17 uitvoeringshandelingen vast om regels vast te stellen voor de certificering van berekeningsinstrumenten en het bijbehorende conformiteitscertificaat, met inbegrip van regels voor de verlenging, schorsing en intrekking van certificering.
HOOFDSTUK VI
VERIFICATIE VAN BROEIKASGASEMISSIEGEGEVENS EN BEREKENINGSPROCESSEN
Artikel 12
Reikwijdte van de verificatie
1. De in artikel 9 bedoelde outputgegevens worden gecontroleerd op hun conformiteit met de voorschriften van de artikelen 4 tot en met 9 van deze verordening. Deze verificatie wordt ten minste eenmaal per jaar uitgevoerd overeenkomstig de in artikel 13, lid 9, bedoelde gedelegeerde handelingen. Verificatie kan ook worden aangevraagd door de conformiteitsbeoordelingsinstantie, een andere betrokken entiteit of haar klanten. [Am. 88]
2. De in lid 1 bedoelde verificatievereisten vereisten met betrekking tot de jaarlijkse verificatie zijn van toepassing op de in artikel 2 bedoelde betrokken entiteiten, met uitzondering van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen als bedoeld in Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie (19). Micro-, kleine en middelgrote ondernemingen kunnen de verificatieprocedure op eigen verzoek ondergaan. [Am. 89]
Artikel 13
Verificatieactiviteiten en -proces
1. De in artikel 14 bedoelde conformiteitsbeoordelingsinstantie verifieert de betrouwbaarheid, geloofwaardigheid, verenigbaarheid en nauwkeurigheid van de door een betrokken entiteit openbaar gemaakte outputgegevens. Deze verificatie wordt ten minste eenmaal per jaar uitgevoerd overeenkomstig de gedetailleerde voorschriften in de gedelegeerde handelingen als bedoeld in artikel 13, lid 9. [Am. 90]
2. De verificatie wordt verricht overeenkomstig de voorschriften van de artikelen 4 tot en met 9 en op basis van het in artikel 10, lid 5, bedoelde bewijsmateriaal. Deze verificatie heeft betrekking op:
|
a) |
de gebruikte berekeningsmethode; |
|
b) |
de bron(nen) van de voor de berekening gebruikte inputgegevens en het aandeel gebruikte primaire gegevens ; [Am. 91] |
|
c) |
de juistheid van de uitgevoerde berekening; |
|
d) |
de toegepaste maatstaven. |
2 bis. Bij gegevensbemiddelingsdiensten richt de verificatie zich op de vraag of zij gebruikmaken van algoritmen die ervoor zorgen dat informatie correct en op naar behoren gesorteerde wijze wordt weergegeven, inclusief de ranking op basis van emissies als standaardoptie, en of de verschillende filters en aandachtspunten in verband met de gegevenskwaliteit worden toegepast, als bedoeld in artikel 10, lid 2 bis. [Am. 92]
3. Indien externe berekeningsinstrumenten worden gebruikt, houdt de conformiteitsbeoordelingsinstantie rekening met het desbetreffende in artikel 11 bedoelde conformiteitscertificaat.
3 bis. Wanneer de entiteit voor de in de eerste zin van artikel 9, lid 1, bedoelde outputgegevens gebruikmaakt van haar eigen berekeningsinstrumenten, beoordeelt de conformiteitsbeoordelingsinstantie of deze instrumenten voldoen aan de eisen van de in artikel 4, lid 1, bedoelde referentiemethode. [Am. 93]
4. Indien uit de verificatiebeoordeling blijkt dat er sprake is van onjuiste berekeningen of niet-naleving van de artikelen 4 tot en met 9 van deze verordening, stelt de conformiteitsbeoordelingsinstantie de betrokken entiteit daarvan tijdig onverwijld in kennis. Die entiteit moet vervolgens de berekening corrigeren of non-conformiteiten verhelpen teneinde het verificatieproces te kunnen voltooien. [Am. 94]
4 bis. Als de entiteit na ten minste twee kennisgevingen van de conformiteitsbeoordelingsinstantie weigert de berekeningen te corrigeren of non-conformiteiten met betrekking tot de artikelen 4 tot en met 9 van deze verordening te verhelpen, leidt de bevoegde autoriteit op verzoek van de conformiteitsbeoordelingsinstantie een sanctieprocedure in overeenkomstig de gedetailleerde voorschriften in de gedelegeerde handeling als bedoeld in lid 9. De vastgestelde sancties zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend, waarbij in voorkomend geval onder meer rekening kan worden gehouden met de economische voordelen die de betrokken entiteit heeft gegenereerd of naar verwachting zal genereren in verband met de niet-naleving. [Am. 95]
5. De betrokken entiteit verstrekt binnen dertig dagen aan de conformiteitsbeoordelingsinstantie alle voor de uitvoering van de verificatieprocedures benodigde aanvullende informatie. De conformiteitsbeoordelingsinstantie kan tijdens het verificatieproces controles uitvoeren , overeenkomstig de gedetailleerde voorschriften in de gedelegeerde handeling als bedoeld in lid 9, om de betrouwbaarheid van gegevens en berekeningen te bepalen. [Am. 96]
6. Na voltooiing van de verificatie stelt de conformiteitsbeoordelingsinstantie in voorkomend geval een bewijs van overeenstemming op waarin wordt bevestigd dat de outputgegevens voldoen aan de respectieve eisen van deze verordening en waarin wordt gespecificeerd of de entiteit gebruikmaakt van primaire gegevens . [Am. 97]
7. De betrokken conformiteitsbeoordelingsinstantie stelt een actuele lijst op van de entiteiten die de jaarlijkse verificatie overeenkomstig de leden 1 tot en met 6 hebben ondergaan, en houdt deze lijst bij. Uiterlijk op 31 maart van elk jaar stelt de conformiteitsbeoordelingsinstantie de Commissie in kennis van die lijst. [Am. 98]
8. Indien in andere wetgeving van de Unie specifieke voorschriften voor de verificatiebeoordeling van outputgegevens zijn vastgesteld, worden die voorschriften op gelijkwaardige wijze behandeld, op voorwaarde dat de verificatiebeoordeling in overeenstemming met deze verordening is.
9. De Commissie stelt overeenkomstig artikel 17 uitvoeringshandelingen 16 gedelegeerde handelingen vast met gedetailleerde voorschriften voor de verificatie van de outputgegevens en , het daarmee verband houdende bewijs van overeenstemming en sanctieprocedures . Die voorschriften omvatten bepalingen met betrekking tot het in artikel 10, lid 5, bedoelde bewijs en de in artikel 10, lid 4, bedoelde mededelingsrechten in verband met het gebruik van primaire gegevens. [Am. 99]
HOOFDSTUK VII
ACCREDITATIE
Artikel 14
Conformiteitsbeoordelingsinstanties
1. Conformiteitsbeoordelingsinstanties zijn geaccrediteerd voor het verrichten van de in de artikelen 11, 12 en 13 bedoelde verificatie- of certificeringsactiviteiten.
2. De conformiteitsbeoordelingsinstantie moet is onafhankelijk zijn van de van elke entiteit die de in de artikelen 11, 12 en 13 bedoelde verificatie- of certificeringsactiviteiten aanvraagt. [Am. 100]
3. De conformiteitsbeoordelingsinstantie, haar hoogste leidinggevenden en het personeel dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van de verificatietaken, mogen geen activiteiten verrichten die in strijd kunnen zijn met hun onafhankelijk oordeel of integriteit betreffende de verificatie- of certificeringsactiviteiten.
4. De conformiteitsbeoordelingsinstantie en haar personeel voeren de verificatie- of certificeringsactiviteiten uit met de grootste mate van beroepsintegriteit en met de vereiste technische bekwaamheid, en zij zijn vrij van elke druk en beïnvloeding, met name van financiële aard, die hun oordeel of de resultaten van hun verificatieactiviteiten kunnen beïnvloeden, inzonderheid van personen of groepen van personen die belang hebben bij de resultaten van deze activiteiten.
5. De conformiteitsbeoordelingsinstantie beschikt over de deskundigheid, uitrusting en infrastructuur die nodig zijn voor de uitvoering van de verificatie- of certificeringsactiviteiten waarvoor zij is geaccrediteerd.
6. Het personeel van een conformiteitsbeoordelingsinstantie is gebonden aan het beroepsgeheim ten aanzien van alle informatie waarvan het kennisneemt bij de uitvoering van de verificatie- en certificeringstaken.
7. Indien een conformiteitsbeoordelingsinstantie taken in verband met verificatie of certificering uitbesteedt of een beroep doet op een dochteronderneming, neemt zij de volledige verantwoordelijkheid op zich voor de door de onderaannemer of dochteronderneming uitgevoerde taken, onder meer door de kwalificaties van de onderaannemer of dochteronderneming en de door hen uitgevoerde werkzaamheden te beoordelen en te monitoren.
Artikel 15
Accreditatieprocedures
1. De in artikel 14, lid 1, bedoelde conformiteitsbeoordelingsinstanties worden geaccrediteerd door een nationale accreditatie-instantie overeenkomstig hoofdstuk II van Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad.
2. Elke lidstaat wijst een autoriteit aan die een bijgewerkte lijst van geaccrediteerde conformiteitsbeoordelingsinstanties bijhoudt. Die aangewezen nationale autoriteiten maken die lijst openbaar op een officiële overheidswebsite.
3. Uiterlijk op 31 maart van elk jaar stelt de nationale accreditatie-instantie de Commissie in kennis van de lijst van geaccrediteerde conformiteitsbeoordelingsinstanties, inclusief alle relevante contactgegevens.
4. De Commissie is overeenkomstig artikel 16 bevoegd om ter aanvulling van deze verordening gedelegeerde handelingen vast te stellen in de vorm van nadere methoden en criteria voor de accreditatie van conformiteitsbeoordelingsinstanties.
HOOFDSTUK VIII
GEDELEGEERDE BEVOEGDHEDEN EN UITVOERINGSBEVOEGDHEDEN
Artikel 16
Uitoefening van de delegatie
1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.
2. De in artikel 4, leden 4 , 5 en 6, artikel 5, lid 2 bis en 5, artikel 9, lid 4 , artikel 13, lid 9 , en artikel 15, lid 4, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt voor onbepaalde tijd aan de Commissie toegekend met ingang van [OP: Please insert a date: entry into force of this Regulation]. [Am. 101]
3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 4, leden 4 , 5 en 6, artikel 5, lid 2 bis en 5, artikel 9, lid 4 , artikel 13, lid 9 , en artikel 15, lid 4, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. [Am. 102]
4. Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.
5. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.
6. Een overeenkomstig artikel 4, leden 4 , 5 en 6, artikel 5, lid 2 bis en 5, artikel 9, lid 4 , artikel 13, lid 9 , en artikel 15, lid 4, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien noch het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van [twee maanden] na de kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad vóór het verstrijken van die termijn aan de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd. [Am. 103]
Artikel 17
Comitéprocedure
1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
HOOFDSTUK IX
SLOTBEPALINGEN
Artikel 18
Verslag en herziening
De Commissie voert een evaluatie van deze verordening uit in het licht van de doelstellingen die zij nastreeft en brengt uiterlijk op [OP: please insert a date: 5 years 36 months after the Regulation is applicable] verslag uit over de belangrijkste bevindingen aan het Europees Parlement en de Raad.
Het in alinea 1 bedoelde verslag bevat:
|
a) |
een beoordeling van de gevolgen voor de betrokken entiteiten wat betreft de bureaucratische lasten die de uitvoering van deze verordening met zich meebrengt; |
|
b) |
een beoordeling van de gevolgen van de uitvoering en toepassing van deze verordening in het licht van de uitbestede activiteiten; |
|
c) |
een beoordeling van de gevolgen van de nationale administratieve, financiële of operationele stimuleringsmaatregelen die door de lidstaten overeenkomstig artikel 5, lid 1 ter, zijn ingevoerd; |
|
d) |
een beoordeling van de gevolgen van de verplichting om broeikasgasemissies te kwantificeren en openbaar te maken, overeenkomstig de regels van deze verordening die van toepassing zijn op alle entiteiten die vervoersdiensten organiseren en verlenen. [Am. 104] |
Artikel 19
Inwerkingtreding en toepassing
1. Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
2. Zij is van toepassing met ingang van [OP: Please insert a date: 42 24 months after the entry into force of this Regulation]. [Am. 105]
3. Artikel 4, leden 4, 5 en 6, artikel 6, lid 1, artikel 7, lid 4 , artikel 8, lid 1 , artikel 9, lid 4, artikel 11, lid 6, artikel 13, lid 9, en artikel 15, lid 4, zijn echter van toepassing met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening. [Am. 106]
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te …,
Voor het Europees Parlement
De voorzitter
Voor de Raad
De voorzitter
(1) [PB C,, blz.].
(2) [PB C,, blz.].
(3) Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “De Europese Green Deal”, COM(2019) 640 final.
(4) Witboek “Stappenplan voor een interne Europese vervoersruimte — werken aan een concurrerend en zuinig vervoerssysteem”, COM(2011) 0144 final.
(5) Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Strategie voor duurzame en slimme mobiliteit — Het Europees vervoer op het juiste spoor naar de toekomst”, COM(2020) 789 final.
(6) Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 (“Europese klimaatwet”) (PB L 243 van 9.7.2021, blz. 1).
(7) Richtlijn (EU) 2022/2464 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 537/2014, Richtlijn 2004/109/EG, Richtlijn 2006/43/EG en Richtlijn 2013/34/EU, met betrekking tot duurzaamheidsrapportering door ondernemingen (PB L 322 van 16.12.2022, blz. 15).
(8) Verordening (EU) nr. 691/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2011 inzake Europese milieu-economische rekeningen (PB L 192 van 22.7.2011, blz. 1).
(10) Verordening (EU) 2015/757 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende de monitoring, de rapportage en de verificatie van kooldioxide-emissies door maritiem vervoer en tot wijziging van Richtlijn 2009/16/EG (PB L 123 van 19.5.2015, blz. 55).
(11) Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (PB L 275 van 25.10.2003, blz. 32).
(12) Verordening (EU) 2019/1242 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot vaststelling van CO2-emissienormen voor nieuwe zware bedrijfsvoertuigen en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 595/2009 en (EU) 2018/956 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 96/53/EG van de Raad (PB L 198 van 25.7.2019).
(13) Verordening (EU) 2019/631 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 tot vaststelling van CO2-emissienormen voor nieuwe personenauto’s en nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen, en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 443/2009 en (EU) nr. 510/2011 (herschikking) (Voor de EER relevante tekst). (PB L 111 van 25.4.2019, blz. 13).
(14) Verordening (EU) 2023/2405 van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023 inzake het waarborgen van een gelijk speelveld voor duurzaam luchtvervoer (ReFuelEU Luchtvaart) (PB L, 2023/2405 van 31.10.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2405/oj).
(15) Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie over beter wetgeven (PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1).
(16) Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
(17) Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93 (PB L 218 van 13.8.2008).
(18) Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming); (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).
(19) Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36).
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/1313/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)