16.5.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 128/45


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 8 mei 2007

betreffende de financiële steun van de Gemeenschap voor 2007 voor bepaalde communautaire referentielaboratoria op het gebied van diergezondheid en levende dieren

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 1930)

(Slechts de teksten in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Spaanse en de Zweedse taal zijn authentiek)

(2007/336/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Beschikking 90/424/EEG van de Raad van 26 juni 1990 betreffende bepaalde uitgaven op veterinair gebied (1), en met name op artikel 28, lid 2,

Gelet op Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (2), en met name op artikel 32, lid 7,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 28, lid 1, van Beschikking 90/424/EEG kan communautaire steun worden toegekend aan de communautaire referentielaboratoria op het gebied van diergezondheid en levende dieren.

(2)

Verordening (EG) nr. 1754/2006 van de Commissie van 28 november 2006 tot vaststelling van de voorwaarden voor de toekenning van financiële steun van de Gemeenschap aan de communautaire referentielaboratoria voor diervoeders, levensmiddelen en diergezondheid (3) bepaalt dat de financiële steun van de Gemeenschap moet worden toegekend, als de goedgekeurde werkprogramma’s op doeltreffende wijze worden uitgevoerd en de begunstigden alle nodige informatie binnen bepaalde termijnen verstrekken.

(3)

Overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1754/2006 worden de relaties tussen de Commissie en de communautaire referentielaboratoria vastgelegd in een partnerschapsovereenkomst die vergezeld gaat van een meerjarig werkprogramma.

(4)

De Commissie heeft de door de communautaire referentielaboratoria ingediende werkprogramma’s en bijbehorende begrotingsramingen voor het jaar 2007 geëvalueerd.

(5)

Bijgevolg moet financiële steun van de Gemeenschap worden toegekend aan de communautaire referentielaboratoria die zijn aangewezen voor de uitvoering van de functies en de taken waarin in de volgende wetsbesluiten is voorzien:

—

Richtlijn 2001/89/EG van de Raad van 23 oktober 2001 betreffende maatregelen van de Gemeenschap ter bestrijding van klassieke varkenspest (4),

—

Richtlijn 92/66/EEG van de Raad van 14 juli 1992 tot vaststelling van communautaire maatregelen voor de bestrijding van de ziekte van Newcastle (5),

—

Richtlijn 92/40/EEG van de Raad van 19 mei 1992 tot vaststelling van communautaire maatregelen voor de bestrijding van aviaire influenza (6),

—

Richtlijn 92/119/EEG van de Raad van 17 december 1992 tot vaststelling van algemene communautaire maatregelen voor de bestrijding van bepaalde dierziekten en van specifieke maatregelen ten aanzien van de vesiculaire varkensziekte (7),

—

Richtlijn 93/53/EEG van de Raad van 24 juni 1993 tot vaststelling van minimale communautaire maatregelen voor de bestrijding van bepaalde visziekten (8),

—

Richtlijn 95/70/EG van de Raad van 22 december 1995 tot vaststelling van minimale communautaire maatregelen ter bestrijding van bepaalde ziekten van tweekleppige weekdieren (9),

—

Richtlijn 92/35/EEG van de Raad van 29 april 1992 tot vaststelling van controlevoorschriften en van maatregelen ter bestrijding van paardenpest (10),

—

Richtlijn 2000/75/EG van de Raad van 20 november 2000 tot vaststelling van specifieke bepalingen inzake de bestrijding en uitroeiing van bluetongue (11),

—

Beschikking 2000/258/EG van de Raad van 20 maart 2000 houdende aanwijzing van een specifiek instituut dat verantwoordelijk is voor de vaststelling van de criteria die nodig zijn voor de normalisatie van de serologische tests om de doelmatigheid van antirabiësvaccins te controleren (12),

—

Richtlijn 2002/60/EG van de Raad van 27 juni 2002 houdende vaststelling van specifieke bepalingen voor de bestrijding van Afrikaanse varkenspest en houdende wijziging van Richtlijn 92/119/EEG met betrekking tot besmettelijke varkensverlamming (Teschenerziekte) en Afrikaanse varkenspest (13),

—

Beschikking 96/463/EG van de Raad van 23 juli 1996 tot aanwijzing van de referentie-instantie die verantwoordelijk is voor de uniformisering van de methoden voor het testen van raszuivere fokrunderen en van de evaluatie van de testresultaten (14),

—

Richtlijn 2003/85/EG van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van communautaire maatregelen voor de bestrijding van mond- en klauwzeer, tot intrekking van Richtlijn 85/511/EEG en van de Beschikkingen 89/531/EEG en 91/665/EEG, en tot wijziging van Richtlijn 92/46/EEG (15),

—

Verordening (EG) nr. 882/2004 voor brucellose.

(6)

De financiële steun voor het functioneren en de organisatie van workshops van de communautaire referentielaboratoria moet ook in overeenstemming zijn met de in Verordening (EG) nr. 1754/2006 vastgestelde subsidiabiliteitsvoorschriften.

(7)

Overeenkomstig artikel 3, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad van 21 juni 2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (16) moeten programma’s om dierziekten uit te roeien of te bewaken (veterinaire maatregelen) worden gefinancierd uit het Europees Landbouwgarantiefonds. Met het oog op de financiële controle zijn de artikelen 9, 36 en 37 van die verordening van toepassing.

(8)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Voor klassieke varkenspest kent de Gemeenschap financiële steun toe aan het Institut für Virologie der Tierärztlichen Hochschule, Hannover, Duitsland, voor het vervullen van de functies en taken als bedoeld in bijlage IV bij Richtlijn 2001/89/EG.

De financiële steun van de Gemeenschap bedraagt 100 % van de door dat instituut voor het werkprogramma gemaakte subsidiabele kosten, als omschreven in Verordening (EG) nr. 1754/2006, en beloopt maximaal 232 000 EUR voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2007, waarvan maximaal 18 000 EUR is bestemd voor de organisatie van een technische workshop over diagnosetechnieken voor klassieke varkenspest.

Artikel 2

Voor de ziekte van Newcastle kent de Gemeenschap financiële steun toe aan het Central Veterinary Laboratory, Addlestone, Verenigd Koninkrijk, voor het vervullen van de functies en taken als bedoeld in bijlage V bij Richtlijn 92/66/EEG.

De financiële steun van de Gemeenschap bedraagt 100 % van de door dat laboratorium voor het werkprogramma gemaakte subsidiabele kosten, als omschreven in Verordening (EG) nr. 1754/2006, en beloopt maximaal 77 000 EUR voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2007.

Artikel 3

Voor aviaire influenza kent de Gemeenschap financiële steun toe aan het Central Veterinary Laboratory, Addlestone, Verenigd Koninkrijk, voor het vervullen van de functies en taken als bedoeld in bijlage V bij Richtlijn 92/40/EEG.

De financiële steun van de Gemeenschap bedraagt 100 % van de door dat laboratorium voor het werkprogramma gemaakte subsidiabele kosten en beloopt maximaal 406 000 EUR voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2007.

Artikel 4

Voor de vesiculaire varkensziekte kent de Gemeenschap financiële steun toe aan het Pirbright Laboratory, Verenigd Koninkrijk, voor het vervullen van de functies en taken als bedoeld in bijlage III bij Richtlijn 92/119/EEG.

De financiële steun van de Gemeenschap bedraagt 100 % van de door dat laboratorium voor het werkprogramma gemaakte subsidiabele kosten, als omschreven in Verordening (EG) nr. 1754/2006, en beloopt maximaal 126 000 EUR voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2007.

Artikel 5

Voor mond- en klauwzeer kent de Gemeenschap financiële steun toe aan het Pirbright Laboratory, Verenigd Koninkrijk, voor het vervullen van de functies en taken als bedoeld in bijlage XVI bij Richtlijn 2003/85/EG.

De financiële steun van de Gemeenschap bedraagt 100 % van de door dat laboratorium voor het werkprogramma gemaakte subsidiabele kosten, als omschreven in Verordening (EG) nr. 1754/2006, en beloopt maximaal 274 000 EUR voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2007.

Artikel 6

Voor visziekten kent de Gemeenschap financiële steun toe aan het Danish National Veterinary Institute, Aarhus, Denemarken, voor het vervullen van de functies en taken als bedoeld in bijlage C bij Richtlijn 93/53/EEG.

De financiële steun van de Gemeenschap bedraagt 100 % van de door dat instituut voor het werkprogramma gemaakte subsidiabele kosten, als omschreven in Verordening (EG) nr. 1754/2006, en beloopt maximaal 150 000 EUR voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2007.

Artikel 7

Voor ziekten van tweekleppige weekdieren kent de Gemeenschap financiële steun toe aan het IFREMER, La Tremblade, Frankrijk, voor het vervullen van de functies en taken als bedoeld in bijlage B bij Richtlijn 95/70/EG.

De financiële steun van de Gemeenschap bedraagt 100 % van de door dat instituut voor het werkprogramma gemaakte subsidiabele kosten, als omschreven in Verordening (EG) nr. 1754/2006, en beloopt maximaal 90 000 EUR voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2007.

Artikel 8

Voor paardenpest kent de Gemeenschap financiële steun toe aan het Laboratorio central de veterinaria de Madrid, Algete, Spanje, voor het vervullen van de functies en taken als bedoeld in bijlage I bij Richtlijn 92/35/EEG.

De financiële steun van de Gemeenschap bedraagt 100 % van de door dat laboratorium voor het werkprogramma gemaakte subsidiabele kosten, als omschreven in Verordening (EG) 1754/2006, en beloopt maximaal 98 000 EUR voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2007, waarvan maximaal 38 000 EUR is bestemd voor de organisatie van een technische workshop over diagnosetechnieken voor paardenpest.

Artikel 9

Voor bluetongue kent de Gemeenschap financiële steun toe aan het Pirbright Laboratory, Verenigd Koninkrijk, voor het vervullen van de functies en taken als bedoeld in bijlage II bij Richtlijn 2000/75/EG.

De financiële steun van de Gemeenschap bedraagt 100 % van de door dat laboratorium voor het werkprogramma gemaakte subsidiabele kosten, als omschreven in Verordening (EG) nr. 1754/2006, en beloopt maximaal 373 000 EUR voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2007, waarvan maximaal 45 000 EUR is bestemd voor de organisatie van een technische workshop over diagnosetechnieken voor bluetongue.

Artikel 10

Voor rabiësserologie kent de Gemeenschap financiële steun toe aan het laboratorium van de AFSSA, Nancy, Frankrijk, voor het vervullen van de functies en taken als bedoeld in bijlage II bij Beschikking 2000/258/EG.

De financiële steun van de Gemeenschap bedraagt 100 % van de door dat laboratorium voor het werkprogramma gemaakte subsidiabele kosten, als omschreven in Verordening (EG) nr. 1754/2006, en beloopt maximaal 200 000 EUR voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2007.

Artikel 11

Voor brucellose kent de Gemeenschap financiële steun toe aan de AFSSA — Laboratoire d’études et de recherches en pathologie animale et zoonoses, Maisons-Alfort, Frankrijk, voor het vervullen van de functies en taken als bedoeld in artikel 32, lid 2, van Verordening (EG) nr. 882/2004.

De financiële steun van de Gemeenschap bedraagt 100 % van de door dat laboratorium voor het werkprogramma gemaakte subsidiabele kosten, als omschreven in Verordening (EG) nr. 1754/2006, en beloopt maximaal 250 000 EUR voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2007, waarvan maximaal 35 000 EUR is bestemd voor de organisatie van een technische workshop over diagnosetechnieken voor brucellose.

Artikel 12

Voor Afrikaanse varkenspest kent de Gemeenschap financiële steun toe aan het Centro de Investigación en Sanidad Animal, Valdeolmos, Madrid, Spanje, voor het vervullen van de functies en taken als bedoeld in bijlage V bij Richtlijn 2002/60/EG.

De financiële steun van de Gemeenschap bedraagt 100 % van de door dat onderzoekcentrum voor het werkprogramma gemaakte subsidiabele kosten, als omschreven in Verordening (EG) nr. 1754/2006, en beloopt maximaal 120 000 EUR voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2007.

Artikel 13

Voor de evaluatie van de testresultaten die worden verkregen met de methoden voor het testen van raszuivere fokrunderen, en de harmonisatie van de verschillende testmethoden kent de Gemeenschap financiële steun toe aan het INTERBULL Centre, Uppsala, Zweden, voor het vervullen van de functies en taken als bedoeld in bijlage II bij Beschikking 96/463/EG.

De financiële steun van de Gemeenschap bedraagt 100 % van de door dat centrum voor het werkprogramma gemaakte subsidiabele kosten en beloopt maximaal 80 000 EUR voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2007.

Artikel 14

Deze beschikking is gericht tot

—

Institut für Virologie der Tierärztlichen Hochschule, Hannover, Duitsland;

—

Central Veterinary Laboratory, Addlestone, Verenigd Koninkrijk;

—

Pirbright Laboratory, Verenigd Koninkrijk;

—

Danish National Veterinary Institute, Aarhus, Denemarken;

—

IFREMER, La Tremblade, Frankrijk;

—

Laboratorio central de veterinaria de Madrid, Algete, Spanje;

—

Laboratorium van de AFSSA, Nancy, Frankrijk;

—

AFSSA — Laboratoire d’études et de recherches en pathologie animale et zoonoses, Maisons-Alfort, Frankrijk;

—

Centro de Investigación en Sanidad Animal, Valdeolmos, Madrid, Spanje;

—

INTERBULL Centre, Uppsala, Zweden.

Gedaan te Brussel, 8 mei 2007.

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)   PB L 224 van 18.8.1990, blz. 19. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006 (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1).

(2)   PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1, gerectificeerd in PB L 191 van 28.5.2004, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006.

(3)   PB L 331 van 29.11.2006, blz. 8.

(4)   PB L 316 van 1.12.2001, blz. 5. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2006/104/EG (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 352).

(5)   PB L 260 van 5.9.1992, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2006/104/EG.

(6)   PB L 167 van 22.6.1992, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2006/104/EG.

(7)   PB L 62 van 15.3.1993, blz. 69. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2007/10/EG van de Commissie (PB L 63 van 1.3.2007, blz. 24).

(8)   PB L 175 van 19.7.1993, blz. 23. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2006/104/EG.

(9)   PB L 332 van 30.12.1995, blz. 33. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2006/104/EG.

(10)   PB L 157 van 10.6.1992, blz. 19. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2006/104/EG.

(11)   PB L 327 van 22.12.2000, blz. 74. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2006/104/EG.

(12)   PB L 79 van 30.3.2000, blz. 40. Beschikking gewijzigd bij Beschikking 2003/60/EG van de Commissie (PB L 23 van 28.1.2003, blz. 30).

(13)   PB L 192 van 20.7.2002, blz. 27. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2006/104/EG.

(14)   PB L 192 van 2.8.1996, blz. 19.

(15)   PB L 306 van 22.11.2003, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2006/104/EG.

(16)   PB L 209 van 11.8.2005, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 378/2007 (PB L 95 van 5.4.2007, blz. 1).