Brussel, 24.8.2020

COM(2020) 448 final

2020/0213(NLE)

Voorstel voor een

UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD

tot verlening van tijdelijke steun aan Tsjechië op grond van Verordening (EU) 2020/672 om het risico op werkloosheid te beperken in een noodtoestand als gevolg van de COVID-19-uitbraak


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

•Motivering en doel van het voorstel

Verordening 2020/672 van de Raad (“de SURE-verordening”) vormt het rechtskader voor de verlening van financiële bijstand van de Unie aan lidstaten die een ernstige economische verstoring ondervinden of dreigen te ondervinden als gevolg van de COVID-10-uitbraak. Bijstand in het kader van SURE dient voor het financieren van hoofdzakelijk werktijdverkortingsregelingen of soortgelijke maatregelen ter bescherming van werknemers en zelfstandigen, en zodoende voor het verminderen van werkloosheid en inkomensverlies, alsook, in aanvulling daarop, voor de financiering van sommige maatregelen op gezondheidsgebied, met name op de werkplek.

Op 7 augustus 2020 heeft Tsjechië om financiële bijstand van de Unie in het kader van de SURE-verordening verzocht. Overeenkomstig artikel 6, lid 2, van de SURE-verordening heeft de Commissie de Tsjechische autoriteiten geraadpleegd over de plotse en sterke stijging van de werkelijke en geplande uitgaven die rechtstreeks verband houden met de werktijdverkortingsregeling met de naam “antivirusprogramma” (met de subprogramma’s optie A en optie B) en soortgelijke maatregelen gericht op de indirecte loonkosten (“antivirusprogramma” optie C) en steun voor zelfstandigen, en die zijn gedaan in reactie op de COVID-19-pandemie. Hierbij gaat het met name om:

(a)het antivirusprogramma opties A en B, dat ontworpen is om gedeeltelijk de loonkosten te compenseren van particuliere werkgevers die hun economische activiteiten tijdelijk moeten staken of aanzienlijk moeten terugschroeven als rechtstreeks gevolg van door de autoriteiten genomen maatregelen (optie A), of indirect vanwege de negatieve economische effecten van de pandemie (optie B), bijvoorbeeld doordat werknemers niet konden werken als gevolg van reisbeperkingen, door een tekort aan grondstoffen en/of een verminderde vraag naar producten. Bij optie A wordt de bijdrage van de overheid verstrekt voor 80 % van het betaalde loon, maar niet meer dan 39 000 CZK per werknemer per maand. Bij optie B bedraagt de bijdrage van de overheid 60 % van het betaalde loon, maar niet meer dan 29 000 CZK per werknemer per maand. Werknemers die via deze regeling geld ontvangen, mogen niet worden ontslagen zolang de werkgever aan de regeling deelneemt. De maatregelen lopen van 12 maart tot en met 31 augustus 2020;

(b)het antivirusprogramma optie C, dat gedeeltelijk de indirecte loonkosten (bijvoorbeeld door de werkgever betaalde socialezekerheidsbijdragen) compenseert van kleine ondernemingen (tot 50 werknemers) die het aantal banen en de loonsom handhaven op ten minste 90 % van het niveau van eind maart 2020. De berekeningsgrondslag wordt afgetopt op 150 % van het gemiddelde brutoloon in Tsjechië. De steun kan worden verleend voor de hele periode juni-augustus 2020 of een deel daarvan;

(c)het programma “Pětadvacítka”, dat een belastingkorting van 500 CZK per persoon per kalenderdag toekent aan zelfstandigen die gedwongen zijn hun economische activiteiten tijdelijk te staken of aanzienlijk terug te schroeven als gevolg van risico’s voor de volksgezondheid of door overheidsinstanties genomen crisismaatregelen. Het programma is opgesplitst in twee kortingsperioden: van 12 maart tot en met 30 april 2020 en van 1 mei tot en met 8 juni 2020;

(d)de gedeeltelijke vrijstelling van sociale bijdragen en ziektekostenpremies voor zelfstandigen die tijdens het verlenen van de steun actief zijn gebleven. De staat neemt de betaling van de maandelijks verschuldigde bijdrage van maart tot en met augustus 2020 voor zijn rekening. Voor het kwijtgescholden bedrag geldt een wettelijk vastgesteld maximum;

(e)de “zorgtoelage” voor zelfstandigen, die de inkomsten compenseert die zelfstandigen derven omdat zij voor kinderen of zorgbehoevende personen moeten zorgen als gevolg van de sluiting van voorzieningen voor kinderopvang en sociale zorg. Het dagelijkse steunbedrag bedraagt 424 CZK voor maart en 500 CZK voor april tot en met juni.

Tsjechië heeft de Commissie de desbetreffende informatie verstrekt.

Rekening houdend met de beschikbare gegevens, stelt de Commissie de Raad voor een uitvoeringsbesluit vast te stellen om in het kader van de SURE-verordening financiële bijstand aan Tsjechië te verlenen ter ondersteuning van de bovengenoemde maatregelen.

•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Het voorliggende voorstel is volledig verenigbaar met Verordening (EU) 2020/672 van de Raad, op grond waarvan het voorstel wordt gedaan.

Dit voorstel vormt een aanvulling op een ander wetgevingsinstrument van de Unie om steun te verlenen aan lidstaten in noodsituaties, namelijk Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad van 11 november 2002 tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie (“Verordening (EG) nr. 2012/2002”). Op 30 maart is Verordening (EU) 2020/461 van het Europees Parlement en de Raad vastgesteld; bij die verordening wordt het toepassingsgebied van het bovengenoemde instrument uitgebreid tot grote volksgezondheidscrises en wordt bepaald welke specifieke acties in aanmerking komen voor financiering.

•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

Het voorstel maakt deel uit van een reeks maatregelen die zijn genomen in respons op de huidige COVID-19-pandemie, zoals het corona-investeringsinitiatief, en vormt een aanvulling op andere instrumenten die de werkgelegenheid ondersteunen, zoals het Europees Sociaal Fonds en het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI)/InvestEU. Aangezien dit instrument gebruik maakt van het opnemen en verstrekken van leningen om de lidstaten in dit specifieke geval van de COVID-19-uitbraak te ondersteunen, fungeert dit voorstel als tweede verdedigingslinie voor de financiering van regelingen voor werktijdverkorting en soortgelijke maatregelen, die banen en dus ook werknemers en zelfstandigen helpen te beschermen tegen het risico van werkloosheid.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

•Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag voor dit instrument is Verordening (EU) 2020/672 van de Raad.

•Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Het voorstel komt er na een verzoek van een lidstaat en is een blijk van Europese solidariteit, doordat financiële bijstand van de Unie in de vorm van tijdelijke leningen wordt verstrekt aan een lidstaat die zwaar door de COVID-19-uitbraak wordt getroffen. Deze financiële bijstand vormt een tweede verdedigingslinie voor een overheid die wordt geconfronteerd met een tijdelijke toename van de overheidsuitgaven voor werktijdverkortingsregelingen en soortgelijke maatregelen om banen te beschermen, en dus ook om werknemers en zelfstandigen te beschermen tegen het risico op werkloosheid en inkomstenverlies.

Deze steun helpt de getroffen bevolking en draagt bij tot het beperken van de directe maatschappelijke en economische gevolgen van de COVID-19-crisis.

•Evenredigheid

Het voorstel is in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel. Het gaat niet verder dan wat nodig is om de met het instrument beoogde doelstellingen te verwezenlijken.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

•Raadpleging van belanghebbenden

Het voorstel moest dringend worden voorbereid zodat het tijdig kan worden aangenomen door de Raad. Daardoor kon geen raadpleging van de belanghebbenden worden uitgevoerd.

•Effectbeoordeling

Gezien de urgentie van het voorstel heeft geen effectbeoordeling plaatsgevonden.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

De Commissie moet leningen op de financiële markten kunnen aangaan en deze vervolgens kunnen gebruiken om zelf leningen te verstrekken aan de lidstaten die financiële bijstand vragen in het kader van het SURE-instrument.

Naast de garanties van de lidstaten worden ook andere waarborgen in het systeem ingebouwd om de financiële soliditeit van de regeling te garanderen:

·een strikte en conservatieve benadering van financieel beheer;

·een leningenportefeuille die zodanig is opgebouwd dat het concentratierisico, het jaarlijkse risico en de buitensporige blootstelling aan risico’s van individuele lidstaten beperkt blijven en die er tegelijkertijd voor zorgt dat voldoende middelen kunnen worden toegekend aan de meest behoeftige lidstaten; en

·de mogelijkheid om schulden door te rollen.

2020/0213 (NLE)

Voorstel voor een

UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD

tot verlening van tijdelijke steun aan Tsjechië op grond van Verordening (EU) 2020/672 om het risico op werkloosheid te beperken in een noodtoestand als gevolg van de COVID-19-uitbraak

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2020/672 van de Raad van 19 mei 2020 betreffende de instelling van een Europees instrument voor tijdelijke steun om het risico op werkloosheid te beperken in een noodtoestand (SURE) als gevolg van de COVID-19-uitbraak 1 , en met name artikel 6, lid 1,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Op 7 augustus 2020 heeft Tsjechië om financiële bijstand van de Unie verzocht als aanvulling op zijn nationale inspanningen ter bestrijding van de COVID-19-uitbraak en de sociaal-economische gevolgen ervan voor werknemers.

(2)De COVID-19-uitbraak en de buitengewone maatregelen die Tsjechië heeft genomen om de uitbraak en de sociaal-economische en gezondheidsgerelateerde gevolgen ervan in te dammen, zullen naar verwachting een dramatisch effect op de overheidsfinanciën hebben. Volgens de voorjaarsprognose 2020 van de Commissie zou Tsjechië eind 2020 een overheidstekort van 6,7 % van het bruto binnenlands product (bbp) en een schuld van en 38,7 % van het bbp hebben. Volgens de tussentijdse zomerprognose 2020 van de Commissie zou het bbp van Tsjechië in 2020 met 7,8 % krimpen.

(3)Door de COVID-19-uitbraak is een aanzienlijk deel van de beroepsbevolking in Tsjechië inactief geworden. Dit heeft geleid tot een plotse en sterke stijging van de Tsjechische overheidsuitgaven voor de werktijdverkortingsregeling met de naam “antivirusprogramma” (met de subprogramma’s optie A en optie B) en soortgelijke maatregelen gericht op de indirecte loonkosten (antivirusprogramma optie C) en steun voor zelfstandigen, zoals beschreven in de overwegingen 4 tot en met 8.

(4)Meer in het bijzonder is bij “resolutie van de regering nr. 353 van 31 maart 2020, als gewijzigd”, en “artikel 120 van wet nr. 435/2004 Sb. inzake werkgelegenheid, als gewijzigd”, zoals zij in het verzoek van Tsjechië van 7 augustus 2020 worden genoemd, het “antivirusprogramma” opties A en B ingevoerd. Die maatregelen zijn ontworpen om gedeeltelijk de loonkosten te compenseren van particuliere werkgevers die hun economische activiteiten tijdelijk moeten staken of aanzienlijk moeten terugschroeven als rechtstreeks gevolg van door de autoriteiten genomen maatregelen (optie A), of indirect vanwege de negatieve economische effecten van de pandemie (optie B), bijvoorbeeld doordat werknemers niet konden werken als gevolg van reisbeperkingen. Bij optie A wordt de bijdrage van de overheid verstrekt voor 80 % van het betaalde loon, maar niet meer dan 39 000 CZK per werknemer per maand. Bij optie B bedraagt de bijdrage van de overheid 60 % van het betaalde loon, maar niet meer dan 29 000 CZK per werknemer per maand. Werknemers die via deze regeling geld ontvangen, mogen niet worden ontslagen zolang de werkgever aan de regeling deelneemt. De maatregelen lopen van 12 maart tot en met 31 augustus 2020.

(5)Voorts hebben de autoriteiten het “antivirusprogramma” optie C ingevoerd op grond van “wet nr. 300/2020 Sb.” en “wet nr. 187/2006 Sb.” 2 , zoals zij in het verzoek van Tsjechië van 7 augustus 2020 worden genoemd. Die maatregel compenseert gedeeltelijk de indirecte loonkosten (bijvoorbeeld door de werkgever betaalde socialezekerheidsbijdragen) van kleine ondernemingen (tot 50 werknemers) die het aantal banen en de loonsom handhaven op ten minste 90 % van het niveau van eind maart 2020. Slechts 90 % van de totale uitgaven van de maatregel zijn in het verzoek opgenomen om ervoor te zorgen dat de bijstand verband houdt met uitgaven die de werkgelegenheid op peil houden. De berekeningsgrondslag wordt afgetopt op 150 % van het gemiddelde brutoloon in Tsjechië. De steun kan worden verleend voor de hele periode juni-augustus 2020 of een deel daarvan.

(6)Het programma “Pětadvacítka”, als ingevoerd bij “wet nr. 159/2020 Sb.” 3 , zoals het wordt genoemd in het verzoek van Tsjechië van 7 augustus 2020, kent een belastingkorting van 500 CZK per persoon per kalenderdag toe aan zelfstandigen die gedwongen zijn hun economische activiteiten tijdelijk te staken of aanzienlijk terug te schroeven als gevolg van risico’s voor de volksgezondheid of door overheidsinstanties genomen crisismaatregelen. Het programma is opgesplitst in twee kortingsperioden: van 12 maart tot en met 30 april 2020 en van 1 mei tot en met 8 juni 2020. De belastingkorting bestaat uit gederfde inkomsten voor de overheid, wat voor de toepassing van Verordening 2020/672 van de Raad als gelijkwaardig aan overheidsuitgaven kan worden beschouwd.

(7)Op basis van “wet nr. 136/2020 Sb.” (voor sociale zekerheid) en “wet nr. 134/2020 Sb.” (voor ziektekostenverzekering), zoals zij worden genoemd in het verzoek van Tsjechië van 7 augustus 2020, hebben de autoriteiten de gedeeltelijke vrijstelling van sociale bijdragen en ziektekostenpremies ingevoerd die verschuldigd zijn door zelfstandigen die tijdens het verlenen van de steun actief zijn gebleven. De staat neemt de betaling van de maandelijks verschuldigde bijdrage van maart tot en met augustus 2020 voor zijn rekening. Voor het kwijtgescholden bedrag geldt een wettelijk vastgesteld maximum;

(8)Tot slot hebben de autoriteiten op grond van “regeringsresoluties nr. 262 van 19 maart 2020, nr. 311 van 26 maart, nr. 354 van 31 maart, nr. 514 van 4 mei en nr. 552 van 18 mei; artikel 14 van wet nr. 218/2000 Sb. betreffende de begrotingsregels, als gewijzigd (voor kleine bedrijven in de primaire land- en bosbouwproductie), artikel 3, onder h), van wet nr. 47/2002 Sb., als gewijzigd, inzake steun aan kmo’s (voor alle andere kleine bedrijven)”, zoals vermeld in het Tsjechische verzoek van 7 augustus 2020, de “zorgtoelage” voor zelfstandigen ingevoerd Die maatregel compenseert de inkomsten die zelfstandigen derven omdat zij voor kinderen of zorgbehoevende personen moeten zorgen als gevolg van de sluiting van voorzieningen voor kinderopvang en sociale zorg. Het dagelijkse steunbedrag bedraagt 424 CZK voor maart en 500 CZK voor april tot en met juni.

(9)Tsjechië voldoet aan de voorwaarden van artikel 3 van Verordening (EU) 2020/672 om financiële bijstand te kunnen aanvragen. Tsjechië heeft de Commissie het nodige bewijsmateriaal verstrekt dat de werkelijke en de geplande overheidsuitgaven sinds 1 februari 2020 met 2 940 446 745 EUR zijn gestegen als gevolg van de nationale maatregelen die zijn genomen om de sociaal-economische gevolgen van de COVID-19-uitbraak aan te pakken. Dit is een plotse en sterke stijging omdat de nieuwe maatregelen gelden voor een aanzienlijk deel van de ondernemingen en de beroepsbevolking in Tsjechië. Tsjechië is voornemens 940 446 745 EUR van de extra uitgaven met middelen van de Unie en met eigen middelen te financieren.

(10)De Commissie heeft Tsjechië geraadpleegd en de plotse en sterke stijging van de werkelijke en geplande overheidsuitgaven die rechtstreeks verband houden met werktijdverkortingsregelingen en soortgelijke maatregelen als bedoeld in het verzoek van 7 augustus 2020 geverifieerd overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EU) 2020/672.

(11)Daarom moet financiële bijstand worden verleend om Tsjechië te helpen het hoofd te bieden aan de sociaal-economische gevolgen van de ernstige economische verstoring als gevolg van de COVID-19-uitbraak.

(12)Dit besluit laat de uitkomst onverlet van eventuele procedures met betrekking tot verstoringen van de werking van de interne markt, met name op grond van de artikelen 107 en 108 VWEU. Het doet geen afbreuk aan het vereiste dat de lidstaten, overeenkomstig artikel 108 VWEU, de Commissie op de hoogte brengen van voorgenomen steunmaatregelen.

(13)Tsjechië moet de Commissie regelmatig informeren over de uitvoering van de geplande overheidsuitgaven, zodat de Commissie kan beoordelen in hoeverre Tsjechië deze uitgaven heeft uitgevoerd.

(14)Bij het besluit om financiële bijstand te verlenen is rekening gehouden met de bestaande en verwachte behoeften van Tsjechië en met verzoeken om financiële bijstand op grond van Verordening (EU) 2020/672 die reeds door andere lidstaten zijn ingediend of gepland, met toepassing van de beginselen gelijke behandeling, solidariteit, evenredigheid en transparantie,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Tsjechië voldoet aan de voorwaarden van artikel 3 van Verordening (EU) 2020/672.

Artikel 2

1.De Unie stelt Tsjechië een lening van maximaal 2 000 000 000 EUR ter beschikking. De lening heeft een gemiddelde looptijd van ten hoogste 15 jaar.

2.De periode waarin de bij dit besluit verleende financiële bijstand beschikbaar is, bedraagt 18 maanden te rekenen vanaf de eerste dag na de inwerkingtreding van dit besluit.

3.De financiële bijstand van de Unie wordt door de Commissie in ten hoogste acht tranches beschikbaar gesteld. Een tranche kan in één of meer deeltranches worden uitbetaald. De looptijden van de deeltranches in het kader van de eerste tranche kunnen langer zijn dan de in lid 1 genoemde maximale gemiddelde looptijd. In dergelijke gevallen worden de looptijden van verdere deeltranches zodanig vastgesteld dat de in lid 1 genoemde maximale gemiddelde looptijd in acht is genomen als alle tranches zijn uitbetaald.

4.De vrijgave van de eerste tranche hangt af van de inwerkingtreding van de in artikel 8, lid 2, van Verordening (EU) 2020/672 bedoelde leningsovereenkomst.

5.Tsjechië betaalt de in artikel 4 van Verordening (EU) 2020/672 bedoelde financieringskostenkosten van de Unie voor elke tranche en alle vergoedingen, kosten en uitgaven van de Unie die uit financiering voortvloeien.

6.De Commissie beslist over de omvang en de vrijgave van de tranches, alsmede over de omvang van de deeltranches.

Artikel 3

1. Tsjechië mag de volgende maatregelen financieren:

(a)het “antivirusprogramma” als bedoeld in resolutie van de regering nr. 353 van 31 maart 2020, als gewijzigd, en artikel 120 van wet nr. 435/2004 Sb. inzake werkgelegenheid, als gewijzigd;

(b)het “antivirusprogramma” optie C als bedoeld in wet nr. 300/2020 Sb.;

(c)het programma “Pětadvacítka” als bedoeld in wet nr. 159/2020 Sb.;

(d)de gedeeltelijke vrijstelling van sociale bijdragen en ziektekostenpremies die verschuldigd zijn door zelfstandigen, als bedoeld in wet nr. 136/2020 Sb. (voor sociale zekerheid) en wet nr. 134/2020 Sb. (voor ziektekostenverzekering);

(e)de “zorgtoelage” voor zelfstandigen als bedoeld in regeringsresoluties nr. 262 van 19 maart 2020, nr. 311 van 26 maart, nr. 354 van 31 maart, nr. 514 van 4 mei en nr. 552 van 18 mei; artikel 14 van wet nr. 218/2000 Sb. betreffende de begrotingsregels, als gewijzigd (voor kleine bedrijven in de primaire land- en bosbouwproductie), artikel 3, onder h), van wet nr. 47/2002 Sb., als gewijzigd, inzake steun aan kmo’s (voor alle andere kleine bedrijven).

Artikel 4

Tsjechië stelt de Commissie uiterlijk op [DATUM: 6 maanden na de bekendmakingsdatum van dit besluit], en nadien om de zes maanden, in kennis van de tenuitvoerlegging van de geplande overheidsuitgaven totdat die geplande overheidsuitgaven volledig ten uitvoer zijn gelegd.

Artikel 5

Dit besluit is gericht tot Tsjechië.

Artikel 6

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)    PB L 159 van 20.5.2020, blz. 1.
(2)    Wet nr. 300/2020 Sb. inzake de vrijstelling van socialezekerheidsbijdragen en bijdragen aan het staatswerkgelegenheidsbeleid die door sommige werkgevers als belastingplichtige worden betaald in verband met noodmaatregelen tijdens de epidemie in 2020 en tot wijziging van wet nr. 187/2006 Sb. inzake ziektekostenverzekering, als gewijzigd.
(3)    Wet nr. 159/2020 Sb., inzake een korting als compensatie voor crisismaatregelen in verband het voorkomen van SARS CoV-2 (coronavirus), als gewijzigd.