|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2025/920 |
20.5.2025 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2025/920 VAN DE COMMISSIE
van 19 mei 2025
tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1998 wat betreft de vaststelling van bepaalde gedetailleerde maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 300/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2008 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2320/2002 (1), met name artikel 4, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Uit de ervaring met de tenuitvoerlegging van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1998 van de Commissie (2) is gebleken dat er behoefte is aan kleine wijzigingen van de uitvoeringsmaatregelen van bepaalde gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart. |
|
(2) |
In de aanhangsels 3-B, 4-B, en 5-A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1998 zijn de derde landen opgenomen waarvoor wordt erkend dat de door hen toegepaste beveiligingsnormen gelijkwaardig zijn aan de gemeenschappelijke basisnormen inzake luchtvaartbeveiliging. |
|
(3) |
De Commissie heeft van het Koninkrijk Denemarken informatie ontvangen waaruit blijkt dat de in Groenland gelegen luchthaven Kangerlussuaq de gemeenschappelijke basisnormen van Verordening (EG) nr. 300/2008 niet langer toepast. Bovendien zijn de luchthavens van Guernsey, Man en Jersey na de uittreding uit de Unie door het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland niet langer relevant voor de “one stop security”-regeling van de Unie. Ten slotte voldoet de luchthaven Ben Gurion, Tel Aviv, gelegen in de Staat Israël, niet meer aan de criteria van deel E van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 272/2009 van de Commissie (3) voor wat de beveiliging van luchtvaartuigen en beveiligingsonderzoeken van passagiers en handbagage betreft. |
|
(4) |
Derhalve moeten de luchthavens van Kangerlussuaq, Guernsey, Man en Jersey worden geschrapt uit de lijsten in aanhangsels 3-B, 4-B en 5-A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1998, en moet de luchthaven Ben Gurion, Tel Aviv, worden geschrapt uit de lijsten in aanhangsels 3-B en 4-B van de bijlage bij die uitvoeringsverordening. |
|
(5) |
Door de ontwikkeling van het dreigings- en risicobeeld op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart moeten de gedetailleerde maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van luchtvracht en -post bovendien dringend worden aangescherpt om de weerbaarheid te vergroten en nieuwe dreigingen adequaat te beperken. |
|
(6) |
Bepaalde gedetailleerde luchtvaartbeveiligingsmaatregelen op het gebied van opleiding, certificering en hercertificering van beveiligingspersoneel en inzake routinetests van beveiligingsapparatuur moeten worden verduidelijkt, geharmoniseerd of vereenvoudigd om de juridische duidelijkheid te verbeteren, de gemeenschappelijke interpretatie van de relevante bepalingen te standaardiseren en verder te zorgen voor een optimale toepassing van de gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van luchtvaartbeveiliging. |
|
(7) |
Aangezien sommige maatregelen op het gebied van certificering en hercertificering van beveiligingspersoneel bepaalde kleine wijzigingen van het nationale kader door de lidstaten kunnen vereisen, moet de toepassing ervan worden uitgesteld tot ten minste zes maanden na de vaststelling van deze verordening. |
|
(8) |
Om te garanderen dat de gedetailleerde maatregelen op het gebied van de beveiliging van luchtvracht en -post zo snel mogelijk worden uitgevoerd, moet deze verordening in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. |
|
(9) |
Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1998 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(10) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 19, lid 1, van Verordening (EG) nr. 300/2008 ingestelde comité, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1998 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. De punten 8, 10, en 11 van de bijlage bij deze verordening zijn evenwel van toepassing vanaf 1 januari 2026.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 19 mei 2025.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 97 van 9.4.2008, blz. 72, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2008/300/oj.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1998 van de Commissie van 5 november 2015 tot vaststelling van gedetailleerde maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart (PB L 299 van 14.11.2015, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2015/1998/oj).
(3) Verordening (EG) nr. 272/2009 van de Commissie van 2 april 2009 ter aanvulling van de in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 300/2008 van het Europees Parlement en de Raad vastgestelde gemeenschappelijke basisnormen voor de beveiliging van de burgerluchtvaart (PB L 91 van 3.4.2009, blz. 7, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2009/272/oj).
BIJLAGE
De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1998 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
in de lijst in aanhangsel 3-B worden de volgende vermeldingen geschrapt:
|
|
2) |
in de lijst in aanhangsel 4-B worden de volgende vermeldingen geschrapt:
|
|
3) |
in de lijst in aanhangsel 5-A worden de volgende vermeldingen geschrapt:
|
|
4) |
aan hoofdstuk 6 worden de volgende punten 6.0.7 en 6.0.8 toegevoegd:
|
|
5) |
in hoofdstuk 6 worden de punten 6.3.2.1 en 6.3.2.2 vervangen door:
|
|
6) |
in hoofdstuk 6 wordt punt 6.8.3.2 vervangen door:
|
|
7) |
het volgende aanhangsel 6-M wordt toegevoegd aan hoofdstuk 6: “AANHANGSEL 6-M VALIDERINGSCONTROLELIJST VOOR EXPLOSIEVENSPEURHONDEN (EDD) UIT DERDE LANDEN Opmerkingen in instructies voor het invullen De validering heeft tot doel te beoordelen of het toepasselijke EDD-programma in een derde land en het bijbehorende proces voor beveiligingsonderzoeken die zijn geobserveerd in een vestiging van een ACC3 of RA3, gelijkwaardig zijn aan de regelgevingsvereisten van de EU, zoals uiteengezet in punt 6.8.3.2 van deze bijlage. De controlelijst wordt uitsluitend gebruikt om, indien van toepassing, de eisen en activiteiten met betrekking tot EDD te beoordelen en te evalueren. Zij komt niet in de plaats van, maar vormt een aanvulling op de bestaande verplichting van de EU-validateur om de passende controlelijst 6-C2 of 6-C3 te gebruiken als hij een EU-luchtvaartbeveiligingsvalidering van een RA3 of ACC3 uitvoert. Wanneer van toepassing vormt deze controlelijst dan ook een integraal onderdeel van het EU-luchtvaartbeveiligingsverslag en wordt ze ingediend bij de bevoegde autoriteit. Tijdens de EU-luchtvaartbeveiligingsvalidering van een RA3 of ACC3 die gebruikmaakt van EDD, moeten de vragen 5.7 en 5.8 van controlelijst 6-C2 en de vragen 7.7 en 7.8 van controlelijst 6-C3, al naargelang van toepassing, worden ingevuld door gebruik te maken van deze controlelijst. Let op: Als het antwoord op een vetgedrukte vraag NEEN is, MOET de validering worden beoordeeld als NEGATIEF, tenzij de vraag niet van toepassing is. DEEL 1 Identificatie van de exploitant, entiteit of autoriteit die gebruik maakt van EDD en van de EU-luchtvaartbeveiligingsvalidateur
DEEL 2 Initiële opleiding en certificering of goedkeuring van de EDD’s en hun begeleiders
DEEL 3 Opleidingsmateriaal
DEEL 4 Kwaliteitscontrole
DEEL 5 Permanente opleiding
DEEL 6 Observatie van het proces voor beveiligingsonderzoeken
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
8) |
in hoofdstuk 11 wordt punt 11.0.2 vervangen door:
|
|
9) |
in hoofdstuk 11 wordt punt 11.1.12 geschrapt; |
|
10) |
in hoofdstuk 11 worden de punten 11.3.2 tot en met 11.3.5 vervangen door:
|
|
11) |
aan hoofdstuk 11 worden de volgende punten 11.3.6 tot en met 11.3.9 toegevoegd:
|
|
12) |
in hoofdstuk 11, punt 11.4.1, wordt aan het einde van de tweede alinea de volgende zin toegevoegd: “De opleiding en tests worden bij voorkeur gelijkmatig verdeeld over elke periode van zes maanden. Wanneer dit niet mogelijk is, vinden de opleiding en tests plaats aan het einde van elke periode van zes maanden.”; |
|
13) |
in hoofdstuk 12 wordt punt 12.0.1.2 vervangen door:
|
|
14) |
in hoofdstuk 12 worden de punten 12.4.2.3 tot en met 12.4.2.5 geschrapt. |
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/920/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)