European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

C-serie


C/2025/652

10.2.2025

AANBEVELING VAN DE RAAD

van 21 januari 2025

tot goedkeuring van het nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Letland

(C/2025/652)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121,

Gezien Verordening (EU) 2024/1263, en met name artikel 17,

Gezien de aanbeveling van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

ALGEMENE OVERWEGINGEN

(1)

Op 30 april 2024 is een hervormd EU-kader voor economische governance in werking getreden. Verordening (EU) 2024/1263 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de doeltreffende coördinatie van het economisch beleid en betreffende het multilaterale begrotingstoezicht (1), de gewijzigde Verordening (EG) nr. 1467/97 betreffende de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten (2), en de gewijzigde Richtlijn 2011/85/EU van de Raad betreffende de begrotingskaders van de lidstaten (3) vormen samen de kernelementen van het hervormde EU-kader voor economische governance. Het kader beoogt gezonde en houdbare overheidsfinanciën te bevorderen, duurzame en inclusieve groei en veerkracht door middel van hervormingen en investeringen te stimuleren, en buitensporige overheidstekorten te voorkomen. Het bevordert tevens de nationale verantwoordelijkheid, legt de focus meer op de middellange termijn en combineert dit met een doeltreffendere en coherentere handhaving van de regels.

(2)

De nationale budgettair-structurele plannen voor de middellange termijn die de lidstaten bij de Raad en de Commissie indienen, staan centraal in het nieuwe kader voor economische governance. De plannen zijn gericht op twee doelstellingen: i) ervoor zorgen dat de overheidsschuld, onder meer aan het einde van de aanpassingsperiode, een plausibel neerwaarts pad volgt of op een prudent niveau blijft, en dat het overheidstekort op de middellange termijn onder de referentiewaarde van 3 % van het bbp wordt gebracht en gehouden, en ii) zorgen voor hervormingen en investeringen die aansluiten bij de belangrijkste uitdagingen die in de context van het Europees Semester zijn vastgesteld en bij de gemeenschappelijke prioriteiten van de EU. Daartoe moet in elk plan een middellangetermijntoezegging voor een netto-uitgavenpad (4) worden opgenomen, waarbij voor de duur van het plan effectief een budgettaire beperking van vier of vijf jaar wordt opgelegd (afhankelijk van de normale parlementaire zittingsperiode in een lidstaat). Daarnaast moet in het plan worden toegelicht hoe de lidstaat hervormingen en investeringen zal inzetten als antwoord op de belangrijkste uitdagingen die in de context van het Europees Semester zijn vastgesteld, met name in de landspecifieke aanbevelingen (inclusief de aanbevelingen die relevant zijn voor de procedure voor macro-economische onevenwichtigheden, indien van toepassing), en hoe de lidstaat werk gaat maken van de gemeenschappelijke prioriteiten van de Unie. De periode voor begrotingsaanpassing bestrijkt vier jaar en kan met maximaal drie jaar worden verlengd indien de lidstaat zich verbindt tot een relevante reeks hervormingen en investeringen die aan de criteria van Verordening (EU) 2024/1263 voldoen.

(3)

Na de indiening van het plan moet de Commissie beoordelen of het aan de voorwaarden van Verordening (EU) 2024/1263 voldoet.

(4)

Op aanbeveling van de Commissie neemt de Raad vervolgens een aanbeveling aan waarin het netto-uitgavenpad van de betrokken lidstaat wordt vastgesteld en, in voorkomend geval, de hervormings- en investeringstoezeggingen die ten grondslag liggen aan een verlenging van de aanpassingsperiode worden goedgekeurd.

OVERWEGINGEN BETREFFENDE HET NATIONALE BUDGETTAIR-STRUCTURELE PLAN VOOR DE MIDDELLANGE TERMIJN VAN LETLAND

(5)

Op 15 oktober 2024 heeft Letland zijn nationale budgettair-structurele plan voor de middellange termijn bij de Raad en de Commissie ingediend. De indiening vond plaats na een verlenging van de in artikel 36 van Verordening (EU) 2024/1263 vastgestelde termijn, zoals overeengekomen met de Commissie, in het licht van de door Letland aangevoerde redenen.

Proces voorafgaand aan de indiening van het plan

(6)

Vóór de indiening van zijn plan heeft Letland om technische informatie verzocht (5), die de Commissie op 21 juni 2024 heeft verstrekt en op 15 oktober 2024 heeft bekendgemaakt (6). De technische informatie geeft het niveau van het structurele primaire saldo in 2028 aan dat nodig is om ervoor te zorgen dat het overheidstekort op middellange termijn onder de 3 % van het bbp wordt gehouden en de overheidsschuld op middellange termijn onder de 60 % van het bbp blijft, zelfs als er na de aanpassingsperiode van vier jaar geen aanvullende begrotingsmaatregelen worden genomen. De middellange termijn wordt gedefinieerd als de periode van tien jaar na het einde van de aanpassingsperiode. De technische informatie is opgesteld en aan de lidstaten toegezonden op basis van twee scenario’s: een scenario waarin er overeenstemming is met de waarborg voor de weerbaarheid van het tekort (7), overeenkomstig artikel 9, lid 3, van Verordening (EU) 2024/126, en een scenario zonder deze waarborg.

In de technische informatie voor Letland is bepaald dat, om gedurende een aanpassingsperiode van vier jaar aan de toepasselijke begrotingsregels te voldoen, en op basis van de aannamen van de Commissie waarop de in juni 2024 verstrekte voorafgaande richtsnoeren gebaseerd zijn, het structurele primaire saldo ten minste -1,3 % van het bbp moet bedragen aan het einde van de aanpassingsperiode (2028; scenario zonder de waarborg voor de weerbaarheid van het tekort), overeenkomstig de onderstaande tabel. Ter informatie, ook met inachtneming van de waarborg voor de weerbaarheid van het tekort moet het structurele primaire saldo aan het einde van de aanpassingsperiode (2028) ten minste -0,1 % van het bbp bedragen. De waarborg voor de weerbaarheid van het tekort is echter geen vereiste voor Letland, dat in aanmerking komt voor technische informatie.

Tabel 1: Technische informatie die de Commissie aan Letland heeft verstrekt

Laatste jaar van de aanpassingsperiode

2028

Minimumwaarde van het structurele primaire saldo (% van het bbp), scenario zonder de waarborg voor de weerbaarheid van het tekort

-1,3

Enkel ter informatie: Minimumwaarde van het structurele primaire saldo (% van het bbp), scenario met de waarborg voor de weerbaarheid van het tekort

-0,1

Bron: berekeningen van de Commissie.

(7)

Overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EU) 2024/1263 hebben Letland en de Commissie in september 2024 een technische dialoog gevoerd. De dialoog was toegespitst op het door Letland beoogde netto-uitgavenpad en de onderliggende aannamen (met name potentiële output en rentetarieven), en de beoogde uitvoering van hervormingen en investeringen als antwoord op de belangrijkste uitdagingen die zijn vastgesteld in het kader van het Europees Semester en de gemeenschappelijke prioriteiten van de Unie op het gebied van een rechtvaardige groene en digitale transitie, sociale en economische veerkracht, energiezekerheid en de opbouw van defensievermogens.

(8)

In september 2024 heeft Letland overeenkomstig artikel 11, lid 3, en artikel 36, lid 1, punt c), van Verordening (EU) 2024/1263 volgens de door Letland in zijn plan verstrekte informatie overleg gepleegd met de sociale partners en andere belanghebbenden, waaronder de Vereniging van werkgeversorganisaties, het Verbond van Vrije Vakverenigingen en de Vereniging van lokale en regionale overheden. Volgens de informatie die Letland in zijn plan heeft verstrekt, ging de vergadering vooral over de manier waarop Letland gevolg denkt te geven aan de landspecifieke aanbevelingen en de gemeenschappelijke prioriteiten van de EU, met bijzondere aandacht voor belastingbeleid, onderwijs en gezondheidszorg.

(9)

In juni 2024 keurde de raad voor begrotingsdiscipline (de onafhankelijke begrotingsinstelling van Letland) de macro-economische prognose goed die ten grondslag ligt aan het begrotingskader voor de middellange termijn 2024-2028, waarbij erkend werd dat de macro-economische prognose van het Ministerie van Financiën over het algemeen prudent was en de feitelijke economische ontwikkelingen weerspiegelde. In oktober heeft de raad voor begrotingsdiscipline advies uitgebracht over het begrotingskader voor de middellange termijn 2025-2028, de begroting 2025 en het budgettair-structureel plan voor de middellange termijn. Deze raad constateerde dat, hoewel actuele nationale begrotingsgegevens waren gebruikt voor de begrotingsprognoses voor 2024 en de opstelling van de begroting voor 2025, de macro-economische prognose die in juni van dit jaar was goedgekeurd, niet was herzien en dus geen rekening hield met het resultaat van de benchmarkherziening en de meest recente economische trends. De raad voor begrotingsdiscipline erkende tegelijkertijd dat het begrotingstraject van het budgettair-structureel plan voor de middellange termijn voldoet aan de voorwaarden van Verordening (EU) 2024/1263 (de technische informatie van de Commissie).

Andere gerelateerde processen

(10)

Letland heeft op 15 oktober zijn ontwerpbegrotingsplan voor 2025 ingediend. De Commissie heeft op 26 november 2024 een advies over dit ontwerpbegrotingsplan aangenomen (8).

(11)

De Raad heeft op 21 oktober 2024 in het kader van het Europees Semester landspecifieke aanbevelingen (LSA’s) tot Letland gericht (9).

SAMENVATTING VAN HET PLAN EN BEOORDELING DOOR DE COMMISSIE

(12)

Overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) 2024/1263 heeft de Commissie het plan op onderstaande wijze beoordeeld.

Achtergrond: macro-economische en budgettaire situatie en vooruitzichten

(13)

De economische activiteit in Letland is in 2023 met 1,7 % gegroeid ten gevolge van investeringen en overheidsuitgaven. Volgens de najaarsprognose 2024 van de Europese Commissie zal de economie in 2024 naar verwachting stagneren als gevolg van de zwakke particuliere consumptie en investeringen en ondanks de sterke overheidsconsumptie. In 2025 zal het reële bbp naar verwachting stijgen met 1 %, en in 2026 met 2,1 %, ten gevolge van het verwachte herstel van de particuliere consumptie en investeringen. Verwacht wordt dat de uitvoer in 2026 ook zal aantrekken. Gedurende de prognoseperiode (d.w.z. 2024-2026) wordt verwacht dat de potentiële bbp-groei in Letland, na een daling in 2024, zal aantrekken tot 1,5 % in 2026. Het werkloosheidspercentage bedroeg in 2023 6,6 % en ontwikkelt zich volgens de Commissie tot 6,7 % in 2024, 6,7 % in 2025 en 6,5 % in 2026. De inflatie (bbp-deflator) zal naar verwachting dalen van 9,1 % in 2023 tot 1,2 % in 2024 en zal uitkomen op 2,2 % in 2025 en 2,2 % in 2026.

(14)

Wat de begrotingsontwikkelingen betreft, bedroeg het overheidstekort van Letland in 2023 2,4 % van het bbp. Volgens de najaarsprognose 2024 van de Europese Commissie zal het tekort in 2024 naar verwachting 2,8 % van het bbp bereiken, stijgen tot 3,2 % van het bbp in 2025 en, bij ongewijzigd beleid, op 3,2 % blijven staan in 2026. De najaarsprognose 2024 van de Europese Commissie omvat de ontwerpbegroting van Letland voor 2025 die de regering in oktober aan het nationale parlement heeft voorgesteld. De overheidsschuld bedroeg eind 2023 45,0 % van het bbp. Volgens de najaarsprognose 2024 van de Europese Commissie zal de schuldquote eind 2024 naar verwachting stijgen tot 48,1 % van het bbp. Naar verwachting zal die eind 2025 verder stijgen tot 50,3 % van het bbp en eind 2026 tot 51,6 %. In de begrotingsprognose van de Commissie worden de beleidstoezeggingen in de plannen voor de middellange termijn pas in aanmerking genomen als zij worden geschraagd door concrete beleidsmaatregelen die op geloofwaardige wijze zijn aangekondigd en voldoende zijn gespecificeerd.

Netto-uitgavenpad en belangrijkste macro-economische aannamen in het plan

(15)

Het nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Letland bestrijkt de periode 2025-2028 en omvat een begrotingsaanpassing over een periode van vier jaar.

(16)

Het plan bevat de overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) 2024/1263 vereiste informatie. In tegenstelling tot de richtsnoeren voor de lidstaten betreffende de informatievereisten voor de budgettair-structurele plannen voor de middellange termijn en de jaarlijkse voortgangsverslagen die op 21 juni 2024 in het Publicatieblad zijn verschenen, bevat het plan geen tabellen 7c en 7d. Deze tabellen zijn echter niet essentieel voor de beoordeling van het Letse plan.

(17)

Het plan bevat de toezegging dat Letland het in tabel 2 aangegeven netto-uitgavenpad zal aanhouden, wat overeenkomt met een gemiddelde groei van de netto-uitgaven van 4,1 % in de jaren 2025-2028. De technische informatie (uitgaande van een lineair aanpassingstraject) stemt overeen met een gemiddelde groei van de netto-uitgaven van 3,7 % gedurende de aanpassingsperiode (2025-2028). Het in het plan vastgelegde netto-uitgavenpad zal naar verwachting aan het einde van de aanpassingsperiode (2028) leiden tot een structureel primair saldo van -1,3 % van het bbp. Dit is gelijk aan het minimumniveau van het structurele primaire saldo van -1,3 % van het bbp in 2028 dat de Commissie op 21 juni 2024 in de technische informatie heeft verstrekt (10). Het plan berust op de aanname dat de potentiële bbp-groei geleidelijk zal afnemen van 2,2 % in 2024 tot 2,1 % in 2025, waarna de groei verder afneemt tot 0,9 % in 2028. Bovendien wordt in het plan verwacht dat de bbp-deflator gedurende de aanpassingsperiode (2025-2028) stabiel zal blijven op 2,5 %.

Tabel 2: Netto-uitgavenpad en belangrijkste aannamen in het plan van Letland

 

2024

2025

2026

2027

2028

Gemiddelde over de looptijd van het plan 2025-2028

Groei van de netto-uitgaven (jaarlijks, %)

9,1

5,9

3,6

3,4

3,3

4,1

Groei van de netto-uitgaven (cumulatief, vanaf referentiejaar 2023, %)

9,1

15,5

19,7

23,8

27,9

n.v.t.

Potentiële bbp-groei (%)

2,2

2,1

1,2

0,9

0,9

1,3

Inflatie (bbp-deflator) (%)

2,4

2,5

2,5

2,5

2,5

2,5

Bron: budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Letland en berekeningen van de Commissie.

Gevolgen voor de overheidsschuld van de netto-uitgaventoezeggingen van het plan

(18)

Indien het in het plan vastgelegde netto-uitgavenpad en de onderliggende aannamen werkelijkheid worden, zou de overheidsschuld volgens het plan geleidelijk toenemen van 45,8 % in 2024 tot 50,8 % van het bbp aan het einde van de aanpassingsperiode (2028), volgens de onderstaande tabel. Na de aanpassing zal de schuldquote volgens het plan op middellange termijn (d.w.z. tot 2038) geleidelijk toenemen, en uitkomen op 59,9 % in 2038.

Tabel 3: Ontwikkeling van de overheidsschuld en het saldo in het plan van Letland

 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2038

Overheidsschuld (% v.h. bbp)

43,6

45,8

47,5

48,5

49,7

50,8

59,9

Overheidssaldo (% v.h. bbp)

-2,2

-2,6

-2,9

-2,9

-2,9

-2,9

-2,9

Bron: budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Letland.

De overheidsschuld zou volgens het plan dus op middellange termijn onder de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 60 % van het bbp blijven.Op basis van de beleidstoezeggingen en de macro-economische aannamen van het plan is het in het plan voorgestelde netto-uitgavenpad dan ook in overeenstemming met de schuldvereiste van artikel 16, lid 2, van Verordening (EU) 2024/1263.

Gevolgen voor het overheidssaldo van de netto-uitgaventoezeggingen van het plan

(19)

Op basis van het netto-uitgavenpad en de aannamen van het plan zou het overheidstekort tijdens de aanpassingsperiode op 2,9 % van het bbp per jaar blijven. Volgens het plan zou het overheidssaldo dus aan het einde van de aanpassingsperiode (2028) de referentiewaarde van 3 % van het bbp niet overschrijden. Het overheidstekort zou verder in de tien jaar na de aanpassingsperiode (d.w.z. tot en met 2038) de 3 % van het bbp niet overschrijden, maar net onder de referentiewaarde voor het tekort blijven. Op basis van de beleidstoezeggingen en de macro-economische aannamen van het plan is het in het plan voorgestelde netto-uitgavenpad dan ook in overeenstemming met de tekortvereiste van artikel 16, lid 2, van Verordening (EU) 2024/1263.

Macro-economische aannamen van het plan

(20)

Het plan is gebaseerd op aannamen die afwijken van de aannamen van de Commissie die op 21 juni 2024 aan Letland zijn toegezonden. Met name wordt in het plan een ander uitgangspunt gehanteerd, door verschillende aannamen voor zes variabelen (het structurele primaire saldo, de potentiële bbp-groei, de werkelijke bbp-groei, de nominale impliciete rentevoet op schulden, de stock-flow adjustment en de groei van de bbp-deflator). Een zorgvuldige beoordeling van deze verschillen is nodig om zich ervan te vergewissen dat ze door deugdelijke en datagestuurde economische argumenten worden onderbouwd, vooral omdat de gemiddelde groei van de netto-uitgaven in het plan hoger is dan in de technische informatie wordt geïmpliceerd.

De verschillen met het grootste effect op de gemiddelde groei van de netto-uitgaven worden hieronder opgesomd, samen met een beoordeling van elk verschil afzonderlijk.

—

In het plan wordt uitgegaan van een initieel structureel primair begrotingssaldo van -0,8 % van het bbp in 2024, wat 0,6 procentpunten hoger is dan het structurele primaire saldo van -1,4 % van het bbp waarvan werd uitgegaan in de technische informatie van 21 juni 2024, en 0,7 procentpunten hoger ten opzichte van de najaarsprognose 2024 van de Europese Commissie. Dit draagt bij tot een hogere gemiddelde groei van de netto-uitgaven gedurende de aanpassingsperiode ten opzichte van de aannamen van de Commissie.

De verbeterde begrotingssituatie in 2024 weerspiegelt de aannamen in het plan met betrekking tot:

—

een lager nominaal tekort. De aannamen in het plan met betrekking tot geactualiseerde begrotingsuitgaven en hogere niet-fiscale inkomsten zijn in overeenstemming met de najaarsprognose 2024 van de Europese Commissie, terwijl de aannamen met betrekking tot de belastinginkomsten in 2024 optimistisch lijken.

—

een verslechterde cyclische positie van de economie. De aanname in het plan van een hogere potentiële bbp-groei in 2024 is niet in overeenstemming met het gemeenschappelijke kader voor schuldhoudbaarheidsanalyse, terwijl de neerwaartse bijstelling van de werkelijke bbp-groei in 2024 en de aannamen voor de reële en potentiële outputgroei vanaf 2025 wel in overeenstemming zijn.

—

hogere rentebetalingen. De aannamen in het plan van een hogere impliciete nominale rente zijn gebaseerd op een recentere beoordeling door de nationale autoriteiten en zijn in overeenstemming met de najaarsprognose 2024 van de Europese Commissie.

Over het algemeen worden de aannamen in het plan met betrekking tot de verbetering van het uitgangspunt in 2024, die niet afdoende worden gemotiveerd, in evenwicht gehouden door aannamen die in overeenstemming zijn met het gemeenschappelijke kader voor schuldhoudbaarheidsanalyse dat vanaf 2025 wordt gebruikt. De resterende verschillen hebben geen significante gevolgen voor de gemiddelde groei van de netto-uitgaven ten opzichte van de aannamen van de Commissie. Dit betekent dat het verschil tussen het netto-uitgavenpad in het plan en de technische informatie wordt verklaard door verschillen in aannamen die over het geheel genomen kunnen worden aanvaard. Op basis van deze beoordeling voldoet het plan aan de eisen van artikel 13, punt b), van Verordening (EU) 2024/1263. De Commissie zal bij toekomstige beoordelingen van de naleving van het netto-uitgavenpad rekening houden met de bovenstaande beoordeling van de aannamen van het plan.

Begrotingsstrategie van het plan

(21)

Volgens de indicatieve begrotingsstrategie in het plan zullen de toezeggingen voor de netto-uitgaven door zowel maatregelen met betrekking tot de uitgaven als discretionaire maatregelen met betrekking tot de ontvangsten worden nagekomen. Aan de inkomstenzijde omvatten de discretionaire maatregelen herzieningen van de belasting op arbeid vanaf 2025, met name een opwaartse herziening van de tarieven van inkomstenbelasting en een verhoging en horizontale toepassing van niet-belastbaar inkomen. Aangezien deze inkomstenmaatregelen een negatief effect op de begroting hebben, heeft de regering het volgende voorgesteld: een belasting op uitzonderlijke winsten voor banken vanaf 2025; een verschuiving van 1 procentpunt van de pensioenbijdragen die worden geheven op het inkomen uit arbeid van het pensioen met kapitaaldekking naar het staatspensioen; alsook andere compenserende maatregelen, waaronder een opwaartse herziening van de accijnstarieven voor verschillende productgroepen en een verhoging van de belastingtarieven voor personen- en bedrijfsauto’s. Aan de uitgavenzijde zijn de uitgavenverhogende discretionaire maatregelen voornamelijk gericht op het verbeteren van de interne en externe veiligheid, waaronder de capaciteit van de interne veiligheidsdiensten (met inbegrip van de verhoging van de salarissen), cyberbeveiliging, de aankoop van munitie en individuele uitrusting, alsmede militaire steun aan Oekraïne en steun voor Oekraïense burgers in Letland. Uitgavenverlagende maatregelen zijn onder andere het beperken van de loonstijging in de publieke sector, het verlagen van de uitgaven voor goederen en diensten in de verschillende sectorale ministeries, het herzien van de gemeentelijke uitgaven voor salarissen en investeringen en het herzien van de uitgaven voor bedrijven die deel uitmaken van de overheid. De specificatie van de vast te stellen beleidsmaatregelen moet in de jaarlijkse begrotingen worden bevestigd of aangepast, en gekwantificeerd. Er bestaan nog enkele risico’s met betrekking tot de uitvoering van de indicatieve begrotingsstrategie in het plan. Deze vloeien voort uit het feit dat bepaalde discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde minder effect hebben gehad op de begroting dan verwacht, en dat de uitgaven voor defensie toenemen, wat verdere discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde of uitgavenbeperkingen noodzakelijk kan maken. Het ontwerpbegrotingsplan voor 2025 specificeert de beleidsmaatregelen waarmee de netto-uitgaventoezegging zal worden gehaald (11).

Hervormings- en investeringsvoornemens in het plan die aansluiten bij de belangrijkste uitdagingen in het kader van het Europees Semester en bij de gemeenschappelijke prioriteiten van de Unie

(22)

In het plan worden beleidsvoornemens met betrekking tot hervormingen en investeringen beschreven om een antwoord te bieden op de belangrijkste uitdagingen die in het kader van het Europees Semester zijn vastgesteld, waaronder met name de LSA’s, en om werk te maken van de gemeenschappelijke prioriteiten van de EU. Het plan telt meer dan 130 hervormingen en investeringen die gericht zijn op de gemeenschappelijke prioriteiten van de EU, waarvan er meer dan 40 financieel worden ondersteund door de herstel- en veerkrachtfaciliteit en meer dan 50 door de fondsen van het cohesiebeleid.

(23)

Ten aanzien van de gemeenschappelijke prioriteit van een rechtvaardige groene en digitale transitie, met inbegrip van de klimaatdoelstellingen van Verordening (EU) 2021/1119, bevat het plan een uitgebreide lijst van maatregelen die zijn gegroepeerd in beleidslijnen zoals de transitie naar een circulaire economie, onderwijs en vaardigheden, het stimuleren van investeringen, duurzaam vervoer en digitale infrastructuur. De hervormingen en investeringen in het plan zijn bedoeld om gevolg te geven aan de landspecifieke aanbevelingen ter bevordering van de transitie naar een circulaire economie en duurzaam beheer van hulpbronnen, die in 2024 zijn gedaan, aan de landspecifieke aanbevelingen voor duurzaam vervoer, die in 2020 en 2019 zijn gedaan, aan de landspecifieke aanbevelingen voor investeringen in groene en digitale vaardigheden, die in 2024 en 2023 zijn gedaan, aan de landspecifieke aanbevelingen voor digitale diensten en infrastructuur, ook in regio’s, die in 2022, 2020 en 2019 zijn gedaan, en aan de landspecifieke aanbevelingen om het economisch investeringsbeleid toe te spitsen op onderzoek en innovatie ter ondersteuning van de groene en digitale transitie, die in 2023, 2022, 2020 en 2019 zijn gedaan. De maatregelen ter ondersteuning van de prioriteit van de groene transitie door het stimuleren van investeringen, het verbeteren van energie-efficiëntie en het vergroten van het aandeel van hernieuwbare energiebronnen in het eindverbruik, zijn opgenomen in het nationaal energie- en klimaatplan.

(24)

Ten aanzien van de gemeenschappelijke prioriteit van sociale en economische veerkracht, met inbegrip van de Europese pijler van sociale rechten, bevat het plan een uitgebreide lijst van maatregelen die gegroepeerd zijn onder verschillende beleidsgebieden zoals sociale bescherming en veiligheid, gezondheidszorg, onderwijs en vaardigheden, werkgelegenheidsbeleid, het stimuleren van investeringen en de beschikbaarheid van huisvesting. De hervormingen en investeringen in het plan zijn bedoeld om gevolg te geven aan de landspecifieke aanbevelingen ter verbetering van de toereikendheid van de sociale bescherming, met inbegrip van pensioenen, de toegankelijkheid, veerkracht, betaalbaarheid en kwaliteit van de gezondheidszorg, de kwaliteit van het onderwijs, met name beroepsonderwijs en -opleiding, om vaardigheden te leveren die nodig zijn voor de arbeidsmarkt, die in 2024, 2023, 2022, 2020 en 2019 zijn gedaan; ter verbetering van de arbeidsmarktparticipatie, die in 2024, 2019 en 2020 zijn gedaan; ter bevordering van investeringen voor innovatie en toegang tot financiering, die in 2024, 2023, 2022, 2020 en 2019 zijn gedaan, en ter vergroting van het aanbod van betaalbare en sociale huisvesting, die in 2019 zijn gedaan.

(25)

Ten aanzien van de gemeenschappelijke prioriteit van energiezekerheid, bevat het plan een reeks maatregelen om het land minder afhankelijk te maken van fossiele brandstoffen, energie-efficiëntie te bevorderen, hernieuwbare energie in te zetten en vooral de synchronisatie van het elektriciteitssysteem met het Europese continentale net te voltooien, met ondersteuning van de Connecting Europe Facility voor energie en de herstel- en veerkrachtfaciliteit. Deze maatregelen vallen onder de beleidslijn voor energie en energie-efficiëntie. Bovendien zijn de in het plan opgenomen hervormingen en investeringen bedoeld om gevolg te geven aan de landspecifieke aanbevelingen ter vermindering van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en ter versnelling van de inzet van hernieuwbare energiebronnen, die in 2024, 2023, 2022 en 2020 zijn gedaan, ter versterking van de energie-infrastructuur en -netten, die in 2022 en 2019 zijn gedaan, ter verbetering van de energie-efficiëntie, die in 2023, 2022 en 2019 zijn gedaan, en om de voorzieningszekerheid te vergroten en de synchronisatie met het elektriciteitsnet van de Unie voort te zetten, die in 2023 en 2022 zijn gedaan.

(26)

Ten aanzien van de gemeenschappelijke prioriteit van defensievermogens, bevat het plan het voornemen om een reeks maatregelen te ontwikkelen met betrekking tot de nationale strijdkrachten, die in de eerste plaats bedoeld zijn om bedreigingen voor het land tegen te gaan en om de bescherming van de burgerbevolking te waarborgen.

(27)

Daarnaast bevat het plan andere beleidsmaatregelen die verder gaan dan de gemeenschappelijke prioriteiten van de EU. De maatregelen in het kader van de beleidslijn voor het belastingbeleid zijn bedoeld om gevolg te geven aan de landspecifieke aanbevelingen voor een bredere belastingheffing door de belastingdruk op lage en middeninkomens te verlagen en de belastingbetaling en -naleving te verbeteren, die in 2024, 2023, 2022 en 2019 zijn gedaan. In het kader van de beleidslijn inzake de efficiëntie van de overheidssector bevat het plan maatregelen die bedoeld zijn om gevolg te geven aan de landspecifieke aanbeveling met het oog op versterking van de verantwoordingsplicht en efficiëntie van de overheidssector, die in 2019 is gedaan, bijvoorbeeld hervormingen om het beheer van staatsbedrijven en gemeentebedrijven te verbeteren, het voorkomen van belangenconflicten, zoals opgenomen in het herstel- en veerkrachtplan. Om gevolg te geven aan de landspecifieke aanbeveling ter verbetering van het ondernemingsklimaat, die in 2024 werd gedaan, omvat het plan hervormingen om bureaucratische belemmeringen te identificeren en weg te nemen, de administratieve lasten voor vastgoedontwikkeling te verminderen, markttoezicht in de banksector in te stellen en, met de steun van het herstel- en veerkrachtplan, het ondernemingsregister te moderniseren.

(28)

Het plan bevat informatie over de samenhang en, in voorkomend geval, de complementariteit met de fondsen van het cohesiebeleid en het herstel- en veerkrachtplan van Letland. Het plan bevat passende verwijzingen naar de maatregelen die zijn opgenomen in het herstel- en veerkrachtplan en het cohesiebeleidsprogramma, evenals verwijzingen naar de verschillende financieringsbronnen. Het plan bevat ook verwijzingen naar afbakening van en complementariteit tussen de verschillende financieringsbronnen.

(29)

Het plan biedt een overzicht van de nodige overheidsinvesteringen van Letland in verband met de gemeenschappelijke prioriteiten van de EU. De totale investeringsbehoefte komt overeen met ongeveer 15,5 miljard EUR en bestrijkt de periode 2025-2028. Voorbeelden van door Letland vastgestelde investeringsbehoeften ter ondersteuning van een rechtvaardige groene transitie en digitale transformatie, in overeenstemming met de klimaatdoelstellingen van Verordening (EU) 2021/1119, zijn onder andere digitalisering en modernisering van de havens in Riga en Liepaja, duurzaam vervoer, energie-efficiëntie in gebouwen, productie van elektriciteit en warmte, digitalisering van het openbaar bestuur, water- en afvalwaterbeheer en herstel van aangetaste ecosystemen in zowel land- als zeegebieden, met een totale investeringsbehoefte van 6,6 miljard EUR. Ten aanzien van de gemeenschappelijke prioriteit van sociale en economische veerkracht, met inbegrip van de Europese pijler van sociale rechten, heeft Letland een investeringsbehoefte van 3,9 miljard EUR vastgesteld, bijvoorbeeld voor een grootschalig, multimodaal industrie- en logistiekpark in de haven van Riga met een Rail Baltica-spoorverbinding, investeringen in wegen, ondersteuning voor hoger onderwijs, innovatie, onderzoek en ontwikkeling van vaardigheden, en verbetering van de toereikendheid van de sociale bescherming. Ten aanzien van de gemeenschappelijke prioriteit van energiezekerheid, wordt in het plan van Letland een investeringsbehoefte van 2,9 miljard EUR vastgesteld, waaronder bijvoorbeeld de oprichting van een serviceterminal voor windmolenparken op zee in de haven van Ventspils, investeringen in de havens van Liepaja, Salacgriva en Roja, synchronisatie van netten met het elektriciteitsnet op het vasteland van Europa, modernisering van de ondergrondse gasopslagfaciliteit Incukalns en investeringen in opslagoplossingen in elektriciteitscentrales met een hoge capaciteit. Om de defensievermogens te vergroten, wordt in het plan van Letland een investeringsbehoefte van 2,2 miljard EUR genoemd, bijvoorbeeld voor het herstel en de bouw van schuilkelders, de bouw van nieuwe rampenbestrijdingscentra en de ontwikkeling van infrastructuur om het reactievermogen van de diensten voor binnenlandse zaken te versterken, om de maritieme veiligheid en de defensievermogens in de havens van Riga, Liepaja en Ventspils te verbeteren en voor een reeks maatregelen die door de nationale strijdkrachten moeten worden uitgevoerd.

Conclusie van de beoordeling van de Commissie

(30)

Concluderend is de Commissie van oordeel dat het plan van Letland aan de vereisten van Verordening (EU) 2024/1263 voldoet.

ALGEMENE CONCLUSIE VAN DE RAAD

(31)

De Raad is ingenomen met het budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Letland en is van oordeel dat de volledige uitvoering ervan zou helpen gezonde overheidsfinanciën te waarborgen en de houdbaarheid van de overheidsschuld en duurzame en inclusieve groei te ondersteunen.

(32)

De Raad neemt nota van de beoordeling van het plan door de Commissie. De Raad verzoekt de Commissie echter om bij toekomstige plannen haar beoordeling in een afzonderlijk document op te nemen, los van haar aanbevelingen voor aanbevelingen van de Raad.

(33)

De Raad neemt nota van de beoordeling door de Commissie van het netto-uitgavenpad en de belangrijkste macro-economische aannamen in het plan, onder meer met betrekking tot de voorafgaande richtsnoeren van de Commissie, alsook van de gevolgen van het netto-uitgavenpad in het plan voor het overheidstekort en de overheidsschuld. De Raad neemt nota van de beoordeling van de Commissie dat de macro-economische en budgettaire aannamen, hoewel zij in sommige gevallen afwijken van de aannamen van de Commissie, onder meer om rekening te houden met geactualiseerde macro-economische en begrotingsgegevens, over het algemeen naar behoren gerechtvaardigd zijn en door deugdelijke economische argumenten worden onderbouwd. De Raad neemt nota van de brede begrotingsstrategie van het plan en de risico’s voor de vooruitzichten, die invloed kunnen hebben op het al dan niet werkelijkheid worden van het macro-economische scenario en de onderliggende aannamen en de uitvoering van het netto-uitgavenpad van het plan. De Raad stelt met name op prijs dat de relevante belanghebbenden voorafgaand aan de indiening van het plan zijn geraadpleegd op nationaal niveau. De Raad merkt ook op dat de defensie-uitgaven onder druk kunnen komen te staan door geopolitieke risico’s.

(34)

De Raad verwacht dat Letland klaar staat om zijn begrotingsstrategie waar nodig aan te passen om ervoor te zorgen dat zijn netto-uitgavenpad wordt gevolgd. De Raad besluit de economische en budgettaire ontwikkelingen, met inbegrip van die welke ten grondslag liggen aan het scenario van het plan, nauwlettend te volgen.

(35)

De Raad is van oordeel dat er tijdig voor de volgende ronde van het begrotingstoezicht verdere besprekingen nodig zijn om samen overeenstemming te bereiken over de implicaties van de cumulatieve groeipercentages van de netto-uitgaven voor het jaarlijkse toezicht.

(36)

De Raad neemt nota van de beschrijving van de Commissie van de hervormingen en investeringsbehoeften en -voornemens als antwoord op de belangrijkste uitdagingen die in het kader van het Europees Semester zijn vastgesteld, en benadrukt dat het belangrijk is ervoor te zorgen dat dergelijke hervormingen en investeringen worden doorgevoerd. De Raad zal, op basis van de door de Commissie ingediende verslagen, dergelijke hervormingen en investeringen beoordelen en in het kader van het Europees Semester toezien op de uitvoering ervan.

(37)

De Raad ziet uit naar de jaarlijkse voortgangsverslagen van Letland, met daarin met name informatie over de vorderingen bij de uitvoering van het door de Raad vastgestelde netto-uitgavenpad, en over de uitvoering van bredere hervormingen en investeringen in het kader van het Europees Semester.

(38)

Overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EU) 2024/1263 moet het in het plan vastgelegde netto-uitgavenpad door de Raad aan Letland worden aanbevolen,

BEVEELT AAN dat Letland:

1.

Waarborgt dat de groei van de netto-uitgaven de in bijlage I bij deze aanbeveling vastgestelde maxima niet overschrijdt.

Gedaan te Brussel, 21 januari 2025.

Voor de Raad

De voorzitter

A. DOMAŃSKI


(1)  Verordening (EU) 2024/1263 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2024 betreffende de doeltreffende coördinatie van het economisch beleid en betreffende het multilaterale begrotingstoezicht en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad (PB L, 2024/1263, 30.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1263/oj).

(2)  Verordening (EU) 2024/1264 van de Raad van 29 april 2024 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1467/97 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten (PB L van 2024/1264, 30.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1264/oj).

(3)  Richtlijn (EU) 2024/1265 van de Raad van 29 april 2024 tot wijziging van Richtlijn 2011/85/EU betreffende voorschriften voor de begrotingskaders van de lidstaten (PB L, 2024/1265, 30.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1265/oj).

(4)  Netto-uitgaven in de zin van artikel 2 van Verordening (EU) 2024/1263, namelijk de overheidsuitgaven ongerekend i) rente-uitgaven, ii) discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde, iii) uitgaven voor programma’s van de Unie die volledig met inkomsten uit Uniefondsen worden gefinancierd, iv) nationale uitgaven voor medefinanciering van door de Unie gefinancierde programma’s, v) cyclische elementen van de uitgaven voor werkloosheidsuitkeringen, en vi) eenmalige en andere tijdelijke maatregelen.

(5)  De aan de lidstaten en het Economisch en Financieel Comité verstrekte voorafgaande richtsnoeren omvatten technische informatie i) zonder en met verlenging van de aanpassingsperiode (respectievelijk vier en zeven jaar), en ii) met en zonder de waarborg voor de weerbaarheid van het tekort. Zij omvatten ook de belangrijkste initiële voorwaarden en onderliggende aannamen die de Commissie in het kader van haar prognose van de overheidsschuld op middellange termijn heeft gebruikt. Het referentiepad is berekend op basis van de in de Debt Sustainability Monitor 2023 van de Commissie beschreven methode (https://economy-finance.ec.europa.eu/publications/debt-sustainability-monitor-2023_en). Het is gebaseerd op de voorjaarsprognose 2024 van de Europese Commissie en de verlenging ervan op middellange termijn tot 2033, en de bbp-groei op lange termijn en de vergrijzingskosten zijn in overeenstemming met het gezamenlijke vergrijzingsverslag 2024 van de Europese Commissie en de Raad (https://economy-finance.ec.europa.eu/publications/2024-ageing-report-economic-and-budgetary-projections-eu-member-states-2022-2070_en).

(6)   https://economy-finance.ec.europa.eu/economic-and-fiscal-governance/national-medium-term-fiscal-structural-plans_en#latvia.

(7)  De in artikel 8 van Verordening (EU) 2024/1263 vastgestelde waarborg voor de weerbaarheid van het tekort houdt in dat het structurele primaire saldo jaarlijks met 0,4 procentpunten van het bbp verbetert (of 0,25 procentpunten van het bbp in geval van een verlenging van de aanpassingsperiode), totdat het structurele tekort lager is dan 1,5 % van het bbp.

(8)  Advies van de Commissie van 21 oktober 2024 over het ontwerpbegrotingsplan van Letland, 26.11.2024, C(2024) 9060 final.

(9)  Aanbeveling van de Raad van 21 oktober 2024 inzake het economisch, begrotings-, werkgelegenheids- en structuurbeleid van Letland.

(10)  In het scenario zonder de waarborg voor de weerbaarheid van het tekort.

(11)  Zie het advies van de Commissie over het ontwerpbegrotingsplan van Letland van 26.11.2024, C(2024) 9060 final.


BIJLAGE I

Maximale groeipercentages van de netto-uitgaven

(jaarlijkse en cumulatieve groeipercentages)

Letland

Jaar

2025

2026

2027

2028

Groeipercentage (%)

Per jaar

5,9

3,6

3,4

3,3

Cumulatief (*1)

15,5

19,7

23,8

27,9


(*1)  De cumulatieve groeipercentages worden berekend op basis van het referentiejaar 2023. De cumulatieve groeipercentages worden gebruikt bij de jaarlijkse controle van naleving achteraf in de controlerekening.


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/652/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)