European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2026/2248

13.10.2026

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2026/2248 VAN DE COMMISSIE

van 12 oktober 2026

tot vermindering van de voor Italië in 2026 beschikbare visserijinspanning wegens overbevissing in het voorgaande jaar

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (1), en met name artikel 106, leden 1 en 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De visserijinspanningen in het westelijk deel van de Middellandse Zee voor de jaren 2025 en 2026 zijn vastgesteld bij respectievelijk de Verordeningen (EU) 2025/219 (2) en (EU) 2026/266 (3) van de Raad.

(2)

Op grond van artikel 106, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 moet de Commissie, wanneer zij vaststelt dat een lidstaat de hem toegewezen visserijinspanning heeft overschreden, na raadpleging van de betrokken lidstaat de toekomstige visserijinspanning van die lidstaat verminderen.

(3)

In artikel 106, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 is bepaald dat die verminderingen het daaropvolgende jaar of de daaropvolgende jaren moeten worden doorgevoerd, en wel door toepassing van een in dat lid vermelde vermenigvuldigingsfactor.

(4)

Na beoordeling van de overbenutting van de vangstmogelijkheden door Italië overeenkomstig artikel 47 van Uitvoeringsverordening (EU) 2025/2196 van de Commissie (4) en, in voorkomend geval, op grond van de vermenigvuldigingsfactoren van artikel 106, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1224/2009, is de Commissie tot de conclusie gekomen dat Italië de voor 2025 toegewezen maximaal toegestane visserijinspanning heeft overschreden met de volgende hoeveelheden:

—

414 visdagen voor trawlers tussen 12 en 24 meter (EVF/MED3_OTB_TR2) die in de geografische deelgebieden 17 en 18 van de Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee (GDG’s) gericht vissen op zeebarbeel, heek, roze diepzeegarnaal en langoustine, hetgeen neerkomt op een vermindering van 0,7 % van de maximaal toegestane visserijinspanning die in 2026 voor de betrokken visserijgebieden en visserijen aan Italië is toegewezen;

—

396 visdagen voor boomkortrawlers tussen 12 en 24 meter (EVF/MED3_TBB_TR2) die op tong vissen in GDG 17, hetgeen leidt tot een totale vermindering van 475,200 visdagen na toepassing van een vermenigvuldigingsfactor van 1,2 overeenkomstig artikel 106, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1224/2009, omdat de omvang van de overschrijding tussen 10 en 20 % ligt; en die overeenkomt met een vermindering van 12,7 % van de maximaal toegestane visserijinspanning die in 2026 voor de betrokken visserijgebieden en visserijen aan Italië is toegewezen;

—

101 visdagen voor boomkortrawlers van 24 meter of meer (EVF/MED3_TBB_TR3) die op tong vissen in GDG 17, wat neerkomt op een vermindering van 2,7 % van de maximaal toegestane visserijinspanning die in 2026 voor de betrokken visserijgebieden en visserijen aan Italië is toegewezen;

—

189,890 visdagen voor trawlers tussen 18 en 24 meter (EFF1/MED2_TR3) die vissen op zeebarbeel in de GDG’s 8, 9, 10 en 11; heek in de GDG’s 8, 9, 10 en 11 roze diepzeegarnaal in de GDG’s 9, 10 en 11; en langoustine in de GDG’s 9 en 10, wat neerkomt op een vermindering van 1,6 % van de maximaal toegestane visserijinspanning die in 2026 voor de betrokken visserijgebieden en visserijen aan Italië is toegewezen.

(5)

De Commissie heeft Italië per aangetekende e-mail, verzonden op 15 juni 2026, geraadpleegd over de verminderingen, met inbegrip van de bedragen die voortvloeien uit de toepasselijke vermenigvuldigingsfactor, die overeenkomstig artikel 106, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 moeten worden toegepast op de visserijinspanning die in 2026 voor Italië beschikbaar is, wegens overbevissing in 2025. Op 9 juli 2026 heeft Italië de verminderingen aanvaard en de Commissie verzocht de mogelijkheid te beoordelen om die verminderingen voor alle betrokken vlootsegmenten gelijkelijk over twee jaar te spreiden zonder een rechtvaardiging te verstrekken.

(6)

Voor de betrokken visserijgebieden en visserijen gelden de volgende verminderingen: 0,7 % van EFF/MED3_OTB_TR2, 12,7 % van EFF/MED3_TBB_TR2, 2,7 % van EFF/MED3_TBB_TR3 en 1,6 % van EFF1/MED2_TR3. Aangezien de te verminderen hoeveelheden een laag percentage vormen van de maximaal toegestane visserijinspanning die in 2026 voor de betrokken visserijgebieden en visserijen is toegewezen, kunnen de verminderingen in 2026 volledig worden toegepast zonder de betrokken vlootsegmenten te beletten hun activiteiten voort te zetten. De Commissie heeft derhalve besloten de verminderingen voor Italië niet over twee jaar te spreiden. Italië is hiervan per aangetekende e-mail van 28 september 2026 in kennis gesteld.

(7)

Daarom moet de in 2026 aan Italië toegewezen visserijinspanning worden verminderd wegens de overschrijding van de visserijinspanning in de betrokken visserijgebieden en visserijen.

(8)

Er zijn nog verdere actualiseringen of correcties mogelijk indien bij de lopende of de vorige verminderingen fouten, omissies of verkeerde registraties worden geconstateerd in de gegevens over de ingezette visserijinspanning die door Italië worden meegedeeld op grond van artikel 33 van Verordening (EG) nr. 1224/2009,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De visserijinspanning die voor 2026 in Verordening (EU) 2026/266 is vastgesteld, wordt overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige verordening verminderd.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 12 oktober 2026.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2009/1224/oj.

(2)  Verordening (EU) 2025/219 van de Raad van 30 januari 2025 tot vaststelling, voor 2025, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee (PB L, 2025/219, 4.2.2025, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/219/oj).

(3)  Verordening (EU) 2026/266 van de Raad van 26 januari 2026 tot vaststelling, voor 2026, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee (PB L, 2026/266, 30.1.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2026/266/oj).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) 2025/2196 van de Commissie van 17 oktober 2025 houdende bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad wat betreft de toegang tot de wateren en hulpbronnen, visserijcontrole, bewaking, inspectie en handhaving, verlaging van quota en visserijinspanningen, gegevens en informatie, en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 van de Commissie (PL L, 2025/2196, 12.11.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/2196/oj).


BIJLAGE

VERMINDERING VAN DE VISSERIJINSPANNING VOOR 2026 VOOR HET OVERBEVISTE BESTAND

Lidstaat

Code visserij-inspanningsgroep

Bestandsgroep

Lengte vaartuig

Type vaartuig

Initieel voor 2025 toegewezen visserijinspanning

(in visdagen)

Aangepaste visserijinspanning voor 2025 (1)

(in visdagen)

Totale in 2025 gebruikte visserijinspanning

(in visdagen)

Benutting inspanning in 2025

(in %)

Overbevissing in 2025 ten opzichte van aangepaste visserijinspanning

(in visdagen)

Vermenigvuldigingsfactor (2)

Op de voor 2026 toegewezen visserijinspanning toe te passen vermindering

(in visdagen)

IT

EFF/MED3_OTB_TR2

Zeebarbeel, heek, roze diepzeegarnaal en langoustine in de geografische deelgebieden (GDG’s) 17 en 18 van de GFCM

≥ 12 m en < 24 m

Trawlers:

64 737

73 761

74 175

100,56  %

414

1,0

414

IT

EFF/MED3_TBB_TR2

Tong in geografisch deelgebied 17 van de GCFM

≥ 12 m en < 24 m

Boomkorvaartuigen

3 635

3 635

4 031

110,89  %

396

1,2

475,200

IT

EFF/MED3_TBB_TR3

Tong in geografisch deelgebied 17 van de GCFM

≥ 24 m

Boomkorvaartuigen

3 614

3 614

3 715

102,79  %

101

1,0

101

IT

EFF1/MED2_TR3 met inbegrip van extra toewijzingen in het kader van EFF1/MED2_TR3_AA (3)

Zeebarbeel in de GDG’s 8, 9, 10 en 11; heek in de GDG’s 8, 9, 10 en 11; roze diepzeegarnaal in de GDG’s 9, 10 en 11; langoustine in de GDG’s 9 en 10

≥ 18 m en < 24 m

Trawlers:

12 148

19 139,109

19 329

100,99  %

189,890

1,0

189,890

(1)  Inspanning die op grond van de betrokken verordening tot vaststelling van de vangstmogelijkheden voor een lidstaat beschikbaar is, rekening houdend met mogelijke extra visdagen overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU) 2025/219 van de Raad van 30 januari 2025 tot vaststelling, voor 2025, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee en mogelijke overdracht van vangstmogelijkheden overeenkomstig artikel 9, lid 3, van Verordening (EU) 2019/1022 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot vaststelling van een meerjarenplan voor de visserijen die demersale bestanden exploiteren in het westelijke deel van de Middellandse Zee en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 508/2014 (PB L 172 van 26.6.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/1022/oj), het ruilen van vangstmogelijkheden overeenkomstig artikel 16, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/1380/oj) en vermindering van de vangstmogelijkheden overeenkomstig artikel 106 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

(2)  Zoals bepaald in artikel 106, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

(3)  Overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU) 2025/219.


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2026/2248/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)