5.7.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 164/65


Advies van het Comité van de Regio's over het Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma Cultuur 2007 (2007-2013)

(2005/C 164/08)

HET COMITÉ VAN DE REGIO'S,

Gezien het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma Cultuur 2007 (2007-2013) (COM(2004) 469 — 2004/0150 (COD));

Gezien het besluit van de Commissie van 15 juli 2004 om het Comité, overeenkomstig art. 265, eerste alinea, van het EG-Verdrag, hierover te raadplegen;

Gezien het besluit van zijn voorzitter d.d. 27 januari 2004 om de commissie „Cultuur en opleiding” met het opstellen van een advies over dit onderwerp te belasten;

Gezien art. III-280 van het ontwerp-verdrag tot vaststelling van een grondwet voor Europa;

Gezien de Mededeling van de Commissie „Naar een actief burgerschap: cultuur en verscheidenheid in Europa bevorderen door programma's voor jeugd, cultuur, de audiovisuele sector en participatie van de burgers” (COM (2004) 154 def.);

Gezien de Mededeling van de Commissie „Bouwen aan onze gemeenschappelijke toekomst — Beleidsuitdagingen en begrotingsmiddelen in de uitgebreide Unie 2007-13” (COM(2004) 101 def.);

Gezien zijn advies over het „Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Besluit 1419/1999/EG tot vaststelling van een communautaire actie voor het evenement „Culturele Hoofdstad van Europa voor het tijdvak 2005 tot 2019”” (CdR 393/2003 fin) (1);

Gezien zijn ontwerpadvies (CdR 259/2004 rev.1) dat de commissie „Cultuur en opleiding” op 7 december 2004 heeft goedgekeurd (rapporteur: mevrouw Butler, lid van de nationale assemblee van Wales (UK/PSE));

heeft tijdens zijn 58e zitting op 23 en 24 februari 2005 (vergadering van 23 februari) met algemene stemmen onderstaand advies goedgekeurd.

1.   Standpunten van het Comité van de Regio's

Algemene opmerkingen

1.1

Het CvdR bevestigt het nut van een Europees cultureel samenwerkingsprogramma en denkt dat het politieke belang hiervan groter is dan ooit, omdat er een groeiende behoefte is aan wederzijds begrip en tolerantie, zowel binnen de EU als in de betrekkingen met de omringende landen.

1.2

Het CvdR stemt in grote lijnen in met het Commissievoorstel, met name de stroomlijning van het programma in drie overkoepelende doelstellingen en de indeling in drie grote delen. Het is zeer ingenomen met deze nieuwe structuur, die een samenhangender en doelgerichter programma mogelijk moet maken, en waarmee eindelijk wordt afgestapt van de sectorgebonden aanpak.

1.3

Het CvdR is van mening dat de Europese Commissie haar uiterste best moet doen om transsectorale projecten te bevorderen, en betoogt dat de selectiecriteria voorrang moeten geven aan projecten die innovatief zijn, die risico's nemen of die een experimenteel karakter hebben, met de kanttekening dat innovatie een relatief begrip is, en afhangt van de lokale en regionale context.

1.4

Het CvdR hoopt dat de samenvoeging van drie onderdelen tot één programma synergie zal opwekken, en zal leiden tot een grotere samenhang binnen het programma. Het CvdR verzoekt het beheerscomité na te gaan of sprake is van synergie.

1.5

Het CvdR staat achter de drie overkoepelende doelstellingen van het programma, te weten mobiliteit van kunstenaars, mobiliteit van hun werk en de interculturele dialoog.

1.6

Het CvdR is ingenomen met de administratieve/financiële/juridische vereenvoudiging, die rekening houdt met de specifieke aard van de culturele sector, zoals eenvoudiger aanvraagformulieren, forfaitaire bedragen voor identificeerbare uitgaven, verbeterde informatie voor aanvragers en een beperkte verificatie van de financiële draagkracht voor organisaties die kleine bedragen ontvangen. Het betreurt echter dat deze verbeteringen niet zijn opgenomen in het besluit zelf, maar alleen in de toelichting. Ook is het van mening dat deze vereenvoudiging verder moet worden doorgezet, in combinatie met een flexibeler benadering wat financiering in natura betreft, en meer aandacht voor het evenredigheidsbeginsel; de bureaucratische vereisten voor organisatoren van projecten moeten evenredig zijn aan het projectbudget.

1.7

Het CvdR wijst erop dat kleine culturele actoren meestal over beperkte middelen beschikken — zowel qua personeel als qua financiën — en veel meer moeite hebben dan grote actoren om aanvragen voor financiering in te dienen. Het CvdR dringt er dan ook op aan dat de projectvoorbereidingskosten voor financiering in aanmerking zouden moeten komen. Meer in het algemeen zouden de overheidsinstanties in de lidstaten moeten overwegen een klein startkapitaalfonds op te richten, om kleine actoren te ondersteunen in de fase van haalbaarheidsstudies en projectvoorbereiding.

1.8

Het CvdR betoogt dat het voorstel van de Commissie de deelname van kleine actoren en „kleinschalige maar kwalitatief hoogwaardige” projecten kan bemoeilijken. Kleine actoren moeten de verzekering krijgen dat het programma een inclusief karakter heeft, en moeten actief worden aangemoedigd hieraan deel te nemen.

1.9

Het CvdR benadrukt dat grootschaligheid niet gelijk staat aan hoge kwaliteit, creativiteit en innovatie, en dat de kritieke massa afhangt van de geografische context. In dunbevolkte plattelandsgebieden kan een kleinschalig project wel degelijk een kritische massa en impact hebben.

1.10

Het CvdR stelt vast dat de Commissie ervoor wil zorgen dat het nieuwe programma complementair is aan de EU-programma's op het gebied van jongeren, onderwijs, sport, informatietechnologie enz., maar vraagt zich af hoe e.e.a. reëel gestalte zal krijgen, en hoe deze doelstelling zal worden getoetst. Het wijst erop dat culturele activiteiten meer nadruk moeten krijgen in de nieuwe programma's Jeugd en Levenslang leren (2007-13).

1.11

Het CvdR is ermee ingenomen dat art. III-280 van het ontwerp-verdrag tot vaststelling van een grondwet voor Europa voorschrijft dat op het gebied van cultuur de medebeslissingsprocedure van toepassing is, waarbij de Raad met gekwalificeerde meerderheid besluit over de goedkeuring van Europese wetten of kaderwetten tot vaststelling van stimuleringsmaatregelen, met uitzondering van enige harmonisatie van de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten.

1.12

Het CvdR benadrukt dat de culturele verscheidenheid een van de karakteristieke kenmerken is van de Europese Unie, en dat deze verscheidenheid aanzienlijk is toegenomen met de toetreding van tien nieuwe lidstaten. Dienovereenkomstig zou het CvdR in de tekst meer verwijzingen willen zien naar dit fundamentele beginsel, en wijst het erop dat het programma Cultuur 2007 alle lokale, regionale en nationale manifestaties zou moeten omvatten, die tekenend zijn voor zowel de culturele als taalkundige verscheidenheid. Om de verscheidenheid binnen de lidstaten en de immigratietrends te weerspiegelen, is het Comité van mening dat het programma tevens ruimte moet bieden voor ondersteuning van projecten die zijn gericht op minderheden, of die de kloof tussen de cultuur van de minderheid en de meerderheid moeten overbruggen, in een poging het wederzijds begrip te vergroten.

1.13

Het CvdR is van mening dat Cultuur 2007 de taalkundige verscheidenheid moet beschermen en bevorderen, en dringt erop aan dat een verwijzing naar deze doelstelling in de tekst wordt opgenomen, overeenkomstig artikel 3 van het ontwerp-verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa en het Actieplan van de Europese Commissie inzake taalverwerving en taalkundige verscheidenheid.

1.14

Het CvdR zou graag zien dat explicieter werd verwezen naar de sleutelrol van de lokale en regionale overheden bij de bevordering en instandhouding van hun eigen cultuur, en dringt erop aan dat regionale en lokale overheden worden aangemoedigd aan het programma Cultuur 2007 deel te nemen. Er moet meer aandacht worden besteed aan het lokale en regionale niveau i.p.v. aan brede, grootschalige projecten.

1.15

Het CvdR stemt in met de voorgestelde begroting voor Cultuur 2007, die aanzienlijk hoger uitvalt dan de begroting van Cultuur 2000. Binnen de bredere discussie over de EU-financiering voor de periode 2007-13 is het CvdR er gerust op dat een aanvaardbaar compromis zal worden gevonden. Het hoopt met name dat in het definitieve besluit over de financiële vooruitzichten voldoende middelen worden vrijgemaakt voor culturele samenwerking. Dit is enerzijds van belang omdat als gevolg van de toetreding van tien nieuwe lidstaten de EU-bevolking met 20 % is gestegen, en anderzijds omdat het een ambitieus programma is.

1.16

Het CvdR zou graag zien dat het nieuwe programma de sociaal-economische voordelen van cultuur benadrukt, met name hoe cultuur kan bijdragen de doelstellingen van Lissabon te verwezenlijken. Zo is het CvdR van mening dat het programma het recht op gelijke toegang tot cultuur moet benadrukken, opdat het geen elitair programma wordt. Ook zou moeten worden gewezen op de voordelen die cultuur kan hebben op het stuk van rehabilitatie en territoriale samenhang.

1.17

Het CvdR vraagt zich af of er ruimte is voor een sterkere coördinatie tussen het cultuurbeleid van de Europese Gemeenschap en dat van de lidstaten, met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel, om ervoor te zorgen dat de krachtens het Cultuurprogramma van de Gemeenschap verstrekte subsidies zoveel mogelijk effect sorteren.

1.18

Het CvdR zet vraagtekens bij de voorstellen van de Commissie omtrent de duur van de projecten, het grote aantal medeorganisatoren en de vastgestelde drempels. Het is van mening dat kwaliteit en flexibiliteit centraal zouden moeten staan, in plaats van starre selectiecriteria en voorschriften.

Gedetailleerde opmerkingen

Contactpunten voor culturele samenwerking

1.19

Het CvdR wil graag vernemen hoe de degressiviteit van de communautaire steun zal worden toegepast op de ondersteuning van de contactpunten voor samenwerking.

1.20

Het vraagt zich af of het wel realistisch is te verwachten dat alle contactpunten voor culturele samenwerking een permanent karakter krijgen en financieel zelfstandig zullen opereren nadat de communautaire subsidies worden stopgezet.

Studies en analysewerkzaamheden

1.21

Het CvdR is ingenomen met het voorstel om 8,56 miljoen euro uit te geven aan studies en analysewerkzaamheden, omdat er echt behoefte is aan betrouwbare informatie over de culturele sector in Europa in het algemeen, en de Europese culturele samenwerking in het bijzonder. Bovendien zou de ontwikkeling van sleutelindicatoren de lokale en regionale overheden helpen hun activiteiten te benchmarken, ten einde de informatie over en verspreiding van succesvolle voorbeelden van cultuurbeleid te verbeteren.

Verzameling en verspreiding van informatie

1.22

Het CvdR wil graag uitgelegd krijgen waarom 3,43 miljoen euro moet worden uitgetrokken voor een Internet portaalsite voor de sector, terwijl de kosten van het vierjarige proefproject European Cultural Laboratory, dat zo'n portaal zal opzetten, op 1,5 miljoen euro worden geraamd. Bovendien bestaat er al een culturele portaalsite.

1.23

Met betrekking tot de „acties ter bescherming van de belangrijkste plaatsen en archieven in verband met deportatie” (tweede deel) stelt het CvdR voor dat deze acties tevens betrekking zouden moeten hebben op plaatsen waar de wreedheden van het totalitaire regime in de voormalige Sovjet-Unie worden herdacht.

Artikel 8 — Tenuitvoerlegging

1.24

Het CvdR herinnert aan de uitstekende werkzaamheden die de Commissie heeft verricht om de functionering van het programma Cultuur 2000 te verbeteren, bijvoorbeeld het aanpakken van de vertragingen bij de oproepen tot het indienen van voorstellen, een probleem dat het lopende programma nog steeds achtervolgt. Om de werking van het programma nog verder te verbeteren dringt het erop aan dat de Commissie haar werkzaamheden voortzet en ervoor zorgt dat subsidies op tijd worden betaald, om de liquiditeitsproblemen van culturele actoren te verminderen, en om bedenkers van projecten die geen subsidie krijgen te informeren over de reden van weigering.

1.25

Het CvdR wil dat er wordt nagedacht over de wijze waarop de deskundigheid van de juryleden die de projecten beoordelen, het beste kan worden gewaarborgd. Op die manier moet een doeltreffende en overtuigende beoordeling worden gewaarborgd, die met name van belang is nu wordt afgestapt van de sectorale benadering. In het geval van transsectorale projecten kan meer dan één beoordelaar nodig zijn om een afzonderlijk project te beoordelen.

Artikel 10 — Culturele contactpunten

1.26

Het CvdR beveelt aan de werkzaamheden van de culturele contactpunten uit te breiden, om de uitwisseling van beste praktijken en de samenwerking te bevorderen.

Artikel 11 — Financiële bepalingen

1.27

Het CvdR is van mening dat het beheerscomité de eerste jaren van het nieuwe programma zich tot het uiterste moet inspannen om de betrokkenheid van de culturele actoren — inclusief regionale en lokale overheden — uit de nieuwe lidstaten te vergroten. Zo is het van mening dat de minimum financiële bijdrage van 5 % gedurende de eerste twee jaar kan worden gehalveerd, omdat een bijdrage van 5 % in de nieuwe lidstaten zwaarder weegt dan in de „oude” lidstaten, aangezien het gemiddelde inkomen in de nieuwe lidstaten lager is. De 2,5 %-regel zou ook moeten worden toegepast op iedere nieuwe lidstaat die na aanvang van het programma nog toetreedt tot de EU, en zou moeten worden verlengd indien de participatiegraad van de nieuwe lidstaten laag blijft.

Artikel 13 — Toezicht en evaluatie

1.28

Het CvdR is van mening dat in het evaluatieproces rekening moet worden gehouden met de feedback van deelnemers en begunstigden, bijvoorbeeld via de culturele contactpunten.

1.29

Het stelt voor dat het programma Cultuur 2007 wordt getoetst aan de doelstellingen van het besluit, om te zien of deze doelstellingen zijn verwezenlijkt en om als bewijsmateriaal te dienen voor de ontwikkeling van nieuwe culturele programma's in de toekomst.

Bijlage II — Beheer van het programma

1.30

Het CvdR vreest dat de bundeling van het beheer in één uitvoerend agentschap, dat wordt gedeeld met andere communautaire financieringsprogramma's zoals Jeugd en Levenslang leren, kan leiden tot een verlies van deskundigheid en gespecialiseerde kennis van en feeling voor de culturele sector, wat ten koste van alles moet worden vermeden.

2.   Aanbevelingen van het Comité van de Regio's

Aanbeveling 1

Overwegende 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Cultuur moet bijdragen aan de verbetering van de externe zichtbaarheid van de Europese Unie door de bevordering van haar culturele verscheidenheid en de gemeenschappelijke dimensies van haar culturen.

Cultuur moet bijdragen aan de verbetering van de externe zichtbaarheid van de Europese Unie door de bevordering van haar culturele verscheidenheid en de gemeenschappelijke dimensies van haar culturen. Hierbij dient speciale aandacht uit te gaan naar de bescherming van de positie van minderheidstalen en -culturen in Europa.

Motivering

Net als Cultuur 2000 zou ook de tekst van Cultuur 2007 een verwijzing moeten bevatten naar de bescherming van de positie van de minderheidstalen en -culturen in Europa. Het weglaten van deze verwijzing zendt een negatieve boodschap naar ontwikkelaars van projecten uit de betreffende gemeenschappen, die juist de verzekering moeten krijgen dat het nieuwe programma ook voor hen bedoeld is.

Aanbeveling 2

Overwegende 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Het is ook dienstig dat de in het kader van voornoemd Besluit nr. 792/2004/EG door de Europese Unie ondernomen actie wordt voortgezet om bij te dragen aan de Europese en internationale bescherming van nazi-concentratiekampen als historische monumenten.

Het is ook dienstig dat de in het kader van voornoemd Besluit nr. 792/2004/EG door de Europese Unie ondernomen actie wordt voortgezet om bij te dragen aan de Europese en internationale bescherming van nazi-concentratiekampen als historische monumenten. Het programma zou tevens moeten openstaan voor projecten ter nagedachtenis van deportaties, concentratiekampen en slachtoffers van het totalitaire Sovjetregime.

Motivering

De voorgestelde wijziging van overweging nr. 13 van de preambule is gebaseerd op het besef dat tevens steun moet worden verleend aan acties voor de bescherming van en herinnering aan de belangrijkste plaatsen en archieven in verband met deportatie en voormalige concentratiekampen, alsmede acties om de nagedachtenis aan slachtoffers van het totalitaire Sovjetregime levend te houden. Gelet op de geschiedenis van Europa tijdens en na de Tweede Wereldoorlog zou het programma niet alleen de nadruk moeten leggen op de bescherming van de belangrijkste plaatsen en archieven van het nazi-regime als historische monumenten, maar zou het tevens steun moeten verlenen aan acties m.b.t. slachtoffers van het totalitaire Sovjetregime, die in veel Oost-Europese landen te vinden zijn. Zoals Letse historici hebben betoogd, was het Sovjetregime een totalitair regime met een enorme impact op de Europese landen die in die tijd bekend stonden als het „socialistische blok”, en was het niet minder wreed dan het nazi-regime.

Het is tevens goed erop te wijzen dat de gevangenen in de voormalige concentratiekampen van het totalitaire Sovjetregime dwangarbeid moesten verrichten, en dat de omstandigheden in deze kampen even wreed waren als in de nazi-kampen. Daarom zouden ook deze kampen moeten worden beschermd als historische monumenten.

Aanbeveling 3

Artikel 3, lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Het algemene doel van het programma is bij te dragen aan de bevordering van een voor de Europeanen gemeenschappelijke culturele ruimte door de ontwikkeling van de culturele samenwerking tussen de scheppende kunstenaars, de culturele actoren en de culturele instellingen van de aan het programma deelnemende landen met het oog op de bevordering van de opkomst van een Europees burgerschap.

Het algemene doel van het programma is bij te dragen aan de bevordering van een voor de Europeanen gemeenschappelijke culturele ruimte door de ontwikkeling van de culturele samenwerking tussen de scheppende kunstenaars, de culturele actoren, en de culturele instellingen evenals de regionale en lokale overheden van de aan het programma deelnemende landen met het oog op de bevordering van de opkomst van een Europees burgerschap, en van de taalkundige en culturele verscheidenheid.

Motivering

Een verwijzing naar de lokale en regionale overheden is op zijn plaats, gezien hun rol bij de bevordering van de cultuur van hun gemeenschap, bijvoorbeeld d.m.v. festivals, instandhouding van het cultureel erfgoed, bescherming van kunstwerken, grassroots-projecten en partnerschappen met culturele actoren.

Bovendien zou een sterkere verwijzing moeten worden opgenomen naar de onderling verbonden doelstellingen culturele en taalkundige verscheidenheid. Hiermee zouden toekomstige ontwerpers van projecten uit gemeenschappen waar minderheidstalen of regionale talen worden gesproken, de verzekering krijgen dat het programma Cultuur 2007 tot doel heeft om projecten uit deze gemeenschappen te integreren in mainstream-financieringsprogramma's.

Aanbeveling 4

Artikel 4, lid 1 b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Ondersteuning van organisaties die op Europees niveau op cultureel gebied actief zijn, alsook van acties ter bescherming van de belangrijkste plaatsen en archieven in verband met deportatie — gesymboliseerd door gedenktekens in de voormalige kampen en op andere plaatsen waar burgers op grote schaal gemarteld of uitgeroeid werden — en het levend houden van de herinnering aan de slachtoffers in die plaatsen.

Ondersteuning van organisaties die op Europees niveau op cultureel gebied actief zijn, alsook van acties ter bescherming van de belangrijkste plaatsen en archieven in verband met deportatie — gesymboliseerd door gedenktekens in de voormalige kampen en op andere plaatsen waar burgers op grote schaal gemarteld of uitgeroeid werden — nagedachtenis van de slachtoffers van massavernietiging, martelingen en massadeportatie, alsmede de bescherming van de belangrijkste plaatsen en gedenktekens, met inbegrip van voormalige concentratiekampen, die van deze gebeurtenissen getuigen, ten einde en het levend houden van de herinnering aan de slachtoffers levend te houden in die plaatsen.

Motivering

Met het voorstel om de nagedachtenis van de slachtoffers van het totalitaire Sovjetregime op te nemen in de collectieve geschiedenis van Europa, verbreden wij de op consensus gebaseerde perceptie van de geschiedenis. Dit voorstel ligt dan ook politiek „gevoelig”. Dat wij dit voorstel toch indienen, komt omdat wij ervan overtuigd zijn dat het vermijden van politiek gevoelige onderwerpen het vertrouwen in de Europese Unie aanzienlijk zou ondermijnen, met name bij die burgers voor wie deze gebeurtenissen, en de herinnering daaraan, een pijnlijke realiteit zijn en nog vers in het geheugen liggen.

Men kan ook moeilijk ontkennen dat de historische gebeurtenissen tijdens en na de Tweede Wereldoorlog het duidelijke en onmiskenbare verhaal vertellen van vele mensenlevens die zijn vernietigd door de Sovjetterreur in wat nu de nieuwe lidstaten van de Europese Unie zijn.

Aanbeveling 5

Artikel 4, nieuw lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

 

De actoren zullen vrij zijn projecten voor te stellen die overeenkomen met hun belangen en hun aspiraties, ongeacht of het hierbij om sectorale of transsectorale projecten gaat, mits zij betrekking hebben op ten minste twee van de hierboven beschreven doelstellingen. Geen enkele culturele of artistieke activiteit zal bijgevolg a priori worden uitgesloten.

Motivering

Het feit dat alle sectoren voor steun in aanmerking komen zou in de wetstekst moeten worden opgenomen. Het is belangrijk dat de taal waarin het besluit is opgesteld zo duidelijk, eenvoudig en ondubbelzinnig mogelijk is, om ervoor te zorgen dat alle potentiële indieners van projecten de tekst begrijpen en weten dat bijvoorbeeld literaire vertalingen voor steun uit Cultuur 2007 in aanmerking komen.

Aanbeveling 6

Bijlage 1.1 wijziging titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

1.1

De contactpunten voor culturele samenwerking

1.1

De contactpunten voor culturele samenwerking Creativiteitscentra

Motivering

De naam „Contactpunten voor culturele samenwerking” lijkt te veel op „Culturele contactpunten”, en moet dan ook worden gewijzigd. De naam „Creativiteitscentra” omschrijft kort en krachtig de doelstelling van dit onderdeel. Het woord samenwerking is overbodig, omdat alle projecten die door het programma voor Europese culturele samenwerking worden gefinancierd, op samenwerking zijn gebaseerd.

Aanbeveling 7

Bijlage 1.1 par. 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Elk contactpunt moet zijn samengesteld uit ten minste 6 actoren uit 6 verschillende aan het programma deelnemende landen en kan actoren uit een of meer sectoren samenbrengen rond diverse meerjarige activiteiten of projecten van sectorale of transsectorale aard, die een gemeenschappelijk doel nastreven.

Elk contactpunt moet zijn samengesteld uit ten minste 6 5 actoren uit 6 5 verschillende aan het programma deelnemende landen en kan actoren uit een of meer sectoren samenbrengen rond diverse meerjarige activiteiten of projecten van sectorale of transsectorale aard, die een gemeenschappelijk doel nastreven.

Wanneer er vijf medeorganisatoren zijn is er duidelijk sprake van een Europese toegevoegde waarde, en de actoren zouden niet moeten worden verplicht om vanaf 2007 zes medeorganisatoren te zoeken. Waar het om gaat is dat de projecten zijn gebaseerd op samenwerking, en een hoge kwaliteit hebben.

Aanbeveling 8

Bijlage 1.1 par. 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Elk contactpunt beoogt de uitvoering van talrijke gestructureerde en meerjarige culturele activiteiten.

Elk contactpunt beoogt de uitvoering van talrijke gestructureerde en meerjarige culturele activiteiten, en fungeert als intermediair, subsidieverlenend orgaan.

Motivering

De „contactpunten voor culturele samenwerking” moeten kunnen fungeren als intermediair, en als zodanig subsidies kunnen verlenen. Zo kunnen zij snel en met een beperkte bureaucratische rompslomp financieringen verschaffen aan kleine en innovatieve culturele samenwerkingsprojecten. Dit systeem heeft uitstekend gewerkt in de context van de structuurfondsen, en zou in Cultuur 2007 moeten worden overgenomen.

Aanbeveling 9

Bijlage 1.1 par. 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

De communautaire steun kan niet meer bedragen dan 50 % van de begroting van het project en heeft een degressief karakter. Hij bedraagt ten hoogste 500 000 euro per jaar. Deze steun wordt gedurende 5 jaar verleend.

De communautaire steun kan niet meer bedragen dan 50 % van de begroting van het project en heeft een degressief karakter. Hij bedraagt ten hoogste 500 000 euro per jaar. Deze steun wordt gedurende minimaal 3 jaar en maximaal 5 jaar verleend.

Motivering

Er moet meer flexibiliteit zijn m.b.t. de duur van de projecten, omdat niet alle organisatoren een vijfjarenproject willen of moeten uitvoeren. Bovendien zullen veel organisatoren maar moeilijk medefinancierders kunnen vinden voor de volle vijf jaar.

Aanbeveling 10

Bijlage 1.2 wijziging titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

1.2.

De samenwerkingsacties

1.2.

De samenwerkingsacties Creatieve acties

Motivering

De benaming „samenwerkingsacties” is te technocratisch, terwijl „creatieve acties” benadrukt dat de creativiteit het belangrijkste is bij de selectie van projecten.

Aanbeveling 11

Bijlage 1.2 par. 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Elke actie moet in de vorm van een partnerschap worden opgezet en uitgevoerd door ten minste 4 culturele actoren uit 3 verschillende deelnemende landen, ongeacht of deze actoren uit een of meer sectoren afkomstig zijn.

Elke actie moet in de vorm van een partnerschap worden opgezet en uitgevoerd door ten minste 4 3 culturele actoren uit 3 verschillende deelnemende landen, ongeacht of deze actoren uit een of meer sectoren afkomstig zijn.

Drie medeorganisatoren zijn ruim voldoende om een Europese toegevoegde waarde te leveren. Zoals hierboven is uiteengezet t.a.v. de Europese contactpunten voor culturele samenwerking, zouden projecten moeten worden beoordeeld op hun intrinsieke kwaliteit, en dus niet aan de hand van starre selectiecriteria.

Aanbeveling 12

Bijlage 1.2 par. 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

De communautaire steun kan niet meer bedragen dan 50% van de begroting van het project. Hij bedraagt minimaal 60 000 euro en maximaal 200 000 euro per jaar. Deze steun wordt verleend gedurende maximaal 12 maanden.

De communautaire steun kan niet meer bedragen dan 50% van de begroting van het project. Hij bedraagt minimaal 60 000 euro en maximaal 200 000 euro per jaar. Deze steun wordt verleend gedurende minimaal 12 en maximaal 12 24 maanden.

Motivering

Er zou meer flexibiliteit moeten worden betracht t.a.v. het minimumniveau van de communautaire steun (60 000 euro per jaar, d.w.z. een minimum projectbudget van 120 000 per jaar), omdat sommige projecten dit bedrag niet nodig hebben of niet kunnen opmaken, terwijl zij toch een zekere impact en kritische massa hebben.

Door de steun maximaal twee jaar te verlenen wordt het programma flexibeler en gebruikersvriendelijker gemaakt.

Aanbeveling 13

Bijlage 1.3 par. 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

In dit kader zal ook significante steun worden verleend aan de „Culturele Hoofdsteden van Europa” om te helpen bij de uitvoering van activiteiten waarbij de nadruk wordt gelegd op de Europese zichtbaarheid en de Trans-Europese culturele samenwerking.

In dit kader zal ook significante steun 90% van de begrotingsmiddelen voor „bijzondere acties” worden verleend aan de „Culturele Hoofdsteden van Europa” om te helpen bij de uitvoering van activiteiten waarbij de nadruk wordt gelegd op de Europese zichtbaarheid en de Trans-Europese culturele samenwerking.

Motivering

In het onderdeel „bijzondere acties” zou de nadruk moeten liggen op het initiatief van de Culturele Hoofdsteden van Europa. Voor dit initiatief zouden meer EU-middelen moeten worden vrijgemaakt, omdat er vanaf 2009 waarschijnlijk twee Europese Culturele Hoofdsteden per jaar zullen zijn, om de recente uitbreiding te weerspiegelen. Zo zou er meer steun moeten zijn om de steden en culturele actoren te helpen samen te werken met partners in andere lidstaten, om zo de transnationale mobiliteit en de interculturele dialoog te bevorderen. Door 90 % van de begroting voor bijzondere acties te reserveren voor de Europese Culturele Hoofdstad, wordt de doorzichtigheid van dit onderdeel bovendien vergroot, iets waar in het verleden nogal wat kritiek op was. De resterende 10 % zou moeten worden gebruikt voor prijzen als de Europa Nostra-prijs en de prijs van de Europese Unie voor moderne architectuur (de Mies van der Rohe-prijs).

Aanbeveling 14

Artikel 5, lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Het programma staat eveneens open voor samenwerking met andere derde landen die met de Europese Gemeenschap associatie- of samenwerkingsovereenkomsten hebben gesloten waarin culturele bepalingen zijn opgenomen, op grond van aanvullende kredieten en nader te bepalen specifieke voorwaarden.

Het programma staat eveneens open voor samenwerking met andere derde landen, met name de ons omringende landen overeenkomstig het Europees nabuurschapsbeleid. die met de Europese Gemeenschap associatie- of samenwerkingsovereenkomsten hebben gesloten waarin culturele bepalingen zijn opgenomen, op grond van aanvullende kredieten en nader te bepalen specifieke voorwaarden.

Motivering

Het programma zou voorrang moeten geven aan landen die in het Europees nabuurschapsbeleid zijn opgenomen. Het belang van de dialoog tussen beschavingen en de vrije uitwisseling van ideeën tussen culturen, religies en tradities kan niet teveel worden benadrukt. Gezamenlijke projecten op cultureel gebied kunnen helpen de hoofddoelstellingen van het Europese nabuurschapsbeleid te verwezenlijken. Dat zijn: mensen met elkaar in contact brengen en bevordering van het wederzijds begrip van elkaars cultuur, geschiedenis, houding en waarden, om zo vooroordelen weg te nemen.

Aanbeveling 15

Artikel 9, lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

De Commissie wordt bijgestaan door een comité, samengesteld uit vertegenwoordigers van de lidstaten en voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie.

De Commissie wordt bijgestaan door een comité, samengesteld uit vertegenwoordigers van de lidstaten en een vertegenwoordiger van het Comité van de Regio's, en wordt voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie.

Motivering

Aangezien het cultuurbeleid in veel lidstaten een bevoegdheid van de subnationale overheid is, zou het CvdR toestemming moeten krijgen om een vertegenwoordiger aan te wijzen voor dit comité. Bovendien zouden de nationale delegaties in dit comité tevens vertegenwoordigers van lokale en regionale overheden moeten tellen.

Aanbeveling 16

Artikel 10, lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

De culturele contactpunten, als bedoeld in punt I.3.3 van de bijlage, treden op als uitvoeringsorgaan voor de verspreiding van informatie over het programma op nationaal niveau, met inachtneming van artikel 54, lid 2, onder c), en lid 3, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002.

De culturele contactpunten, als bedoeld in punt I.3.3 van de bijlage, treden op als uitvoeringsorgaan voor de verspreiding van informatie over het programma op zowel nationaal als subnationaal niveau, met inachtneming van artikel 54, lid 2, onder c), en lid 3, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002.

Motivering

Dit wijzigingsvoorstel sluit aan bij Aanbeveling 17 van het advies. De culturele contactpunten moeten ook op regionaal niveau kunnen opereren, zodat zij dichter bij de culturele actoren staan en zich kunnen aanpassen aan de bijzondere omstandigheden. De oprichting — op vrijwillig basis! — van culturele contactpunten of afdelingen hiervan binnen de regionale overheden, moet dan ook worden aangemoedigd.

Aanbeveling 17

Artikel 10, lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

2.

De culturele contactpunten moeten aan de volgende criteria voldoen:

2.

De culturele contactpunten moeten aan de volgende criteria voldoen:

—

zij moeten beschikken over voldoende personeel dat de voor de uitvoering van zijn taken vereiste beroepskwalificaties en aan het werk in een internationale samenwerkingsomgeving aangepaste taalvaardigheden bezit;

—

zij moeten beschikken over voldoende personeel dat de voor de uitvoering van zijn taken vereiste beroepskwalificaties en aan het werk in een internationale samenwerkingsomgeving aangepaste taalvaardigheden bezit;

—

zij moeten beschikken over een aangepaste infrastructuur, met name wat computerapparatuur en communicatiemiddelen betreft;

—

zij moeten beschikken over een aangepaste infrastructuur, met name wat computerapparatuur en communicatiemiddelen betreft;

—

zij moeten werken in een administratieve context die hen in staat stelt zich naar behoren van hun taken te kwijten en elk belangenconflict te vermijden.

—

zij moeten werken in een administratieve context die hen in staat stelt zich naar behoren van hun taken te kwijten en elk belangenconflict te vermijden, eventueel door te opereren op subnationaal niveau.

Motivering

De culturele contactpunten moeten worden aangemoedigd om zonodig op subnationaal niveau te opereren, zodat zij dichter bij de burgers en de culturele actoren in het veld staan. Het Franse systeem van regionale „pools” dat door het Frans culturele contactpunt wordt beheerd, is een goed praktijkvoorbeeld dat in andere lidstaten navolging zou moeten krijgen.

Aanbeveling 18

Artikel 12, (d) (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

 

(d)

de taalkundige verscheidenheid in de EU te bevorderen.

Motivering

Om de hierboven uiteengezette redenen (aanbevelingen 1 en 2) zou de doelstelling van taalkundige verscheidenheid meer nadruk moeten krijgen in de tekst.

Aanbeveling 19

Bijlage V — VERDELING VAN DE TOTALE BEGROTING

Deel 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Indicatieve verdeling van de jaarlijkse begroting van het programma

Indicatieve verdeling van de jaarlijkse begroting van het programma

Percentage van de begroting

Percentage van de begroting

Deel 1 (ondersteuning van projecten) // Circa 77%

—

contactpunten voor culturele samenwerking // Circa 36%

—

samenwerkingsacties // Circa 24%

—

bijzondere acties // Circa 17%

Deel 1 (ondersteuning van projecten) // Circa 77%

—

contactpunten voor culturele samenwerking // Circa 36% 30%

—

samenwerkingsacties // Circa 24% 30%

—

bijzondere acties // Circa 17%

De contactpunten voor culturele samenwerking en de samenwerkingsacties zouden ieder 30 % van de totale begroting moeten krijgen, i.p.v. respectievelijk 36 % en 24 %. Het Comité is van mening dat de huidige verdeling van de begroting discriminerend kan zijn voor kleinere actoren (die vaak het meest experimenteren en innovatief zijn) omdat deze meer moeite hebben dan grote actoren om financiering te vinden voor een periode van vijf jaar, en om de lange voorbereiding tot een goed einde te brengen.

Aanbeveling 20

Bijlage 2.2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Er kunnen acties worden gesteund ter bescherming van de belangrijkste plaatsen en archieven in verband met deportatie — gesymboliseerd door gedenktekens in de voormalige kampen en op andere plaatsen waar burgers op grote schaal gemarteld of uitgeroeid werden — en het levend houden van de herinnering aan de slachtoffers in die plaatsen.

Er kunnen acties worden gesteund ter bescherming van de belangrijkste plaatsen en archieven in verband met deportatie — gesymboliseerd door gedenktekens in de voormalige kampen en op andere plaatsen waar burgers op grote schaal gemarteld of uitgeroeid werden — nagedachtenis van de slachtoffers van massavernietiging, martelingen en massadeportatie, alsmede de bescherming van de belangrijkste plaatsen en gedenktekens, met inbegrip van voormalige concentratiekampen, die van deze gebeurtenissen getuigen, ten einde en het levend houden van de herinnering aan de slachtoffers levend te houden in die plaatsen.

Motivering

Met het voorstel om de nagedachtenis van de slachtoffers van het totalitaire Sovjetregime op te nemen in de collectieve geschiedenis van Europa, verbreden wij de op consensus gebaseerde perceptie van de geschiedenis. Dit voorstel ligt dan ook politiek „gevoelig”. Dat wij dit voorstel toch indienen, komt omdat wij ervan overtuigd zijn dat het vermijden van politiek gevoelige onderwerpen het vertrouwen in de Europese Unie aanzienlijk zou ondermijnen, met name bij die burgers voor wie deze gebeurtenissen, en de herinnering daaraan, een pijnlijke realiteit zijn en nog vers in het geheugen liggen.

Men kan ook moeilijk ontkennen dat de historische gebeurtenissen tijdens en na de Tweede Wereldoorlog het duidelijke en onmiskenbare verhaal vertellen van vele mensenlevens die zijn vernietigd door de Sovjetterreur in wat nu de nieuwe lidstaten van de Europese Unie zijn.

Aanbeveling 21

Bijlage 3.3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Om te zorgen voor een doelgerichte, doeltreffende en veldgerichte verspreiding van praktische informatie over het nieuwe culturele programma wordt voorzien in de ondersteuning van „culturele contactpunten”. Deze organen, die op nationaal niveau optreden, worden in samenwerking met de lidstaten en op vrijwillige basis opgericht.

Om te zorgen voor een doelgerichte, doeltreffende en veldgerichte verspreiding van praktische informatie over het nieuwe culturele programma wordt voorzien in de ondersteuning van „culturele contactpunten”. Deze organen, die zowel op nationaal als subnationaal niveau kunnen optreden, worden in samenwerking met de lidstaten of de regionale overheden en op vrijwillige basis opgericht.

Motivering

Dit wijzigingsvoorstel sluit aan bij Aanbeveling 17 van het advies. De culturele contactpunten moeten ook op regionaal niveau kunnen opereren, zodat zij dichter bij de culturele actoren staan en zich kunnen aanpassen aan de bijzondere omstandigheden. De oprichting — op vrijwillig basis! — van culturele contactpunten of afdelingen hiervan binnen de regionale overheden, moet dan ook worden aangemoedigd.

Brussel, 23 februari 2005

De voorzitter

van het Comité van de Regio's

Peter STRAUB


(1)  PB C 121 van 30 april 2004, blz. 15