Brussel, 2.10.2025

COM(2025) 583 final

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

over de uitvoering, de resultaten en de algehele beoordeling van het Europees Jaar van de Vaardigheden

{SWD(2025) 283 final}


1. Inleiding

Het Europees Jaar van de Vaardigheden (het “Jaar”) werd in 2022 door de voorzitter van de Europese Commissie aangekondigd in haar toespraak over de Staat van de Unie als reactie op de kritieke tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheden in Europa: “Europese bedrijven hebben te kampen met een tekort aan personeel. Wij moeten veel meer investeren in opleiding en bijscholing. Daarom stel ik voor om 2023 tot het Europees Jaar van de Vaardigheden uit te roepen.”

Bijna driekwart (74 %) van de kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) kampt met een tekort aan geschoolde werknemers( 1 ) en de Commissie heeft 42 beroepsgroepen in kaart gebracht die in verschillende sectoren van de economie met dergelijke tekorten kampen( 2 ). Naar schatting zal 90 % van de banen digitale vaardigheden vereisen( 3 ). Meer dan een derde van de beroepsbevolking beschikt echter niet over de digitale vaardigheden die nodig zijn voor de meeste banen. Deze tekorten gaan gepaard met een steeds groter wordende opleidingskloof, aangezien slechts 39,5 % van de volwassenen jaarlijks een opleiding volgt( 4 ). Ondanks deze uitdagingen zijn er kansen, met een forse banengroei in het verschiet binnen de groene en digitale sectoren, van naar verwachting 3,5 miljoen nieuwe banen( 5 ). Er is ook een aanzienlijk onbenut potentieel bij ondervertegenwoordigde groepen, zoals vrouwen, jongeren die geen werk hebben en geen onderwijs of opleiding volgen (NEET’s), laaggeschoolde werknemers, oudere werknemers en personen met een handicap.

Dit verslag biedt een overzicht van de uitvoering en de resultaten van het Jaar, in overeenstemming met artikel 7 van Besluit (EU) 2023/936 over een Europees Jaar van de Vaardigheden. Dit verslag gaat vergezeld van een werkdocument van de diensten van de Commissie waarin de uitvoering, de resultaten en de toekomstige acties van het Jaar worden beschreven.

2. Beleidsresultaten en nieuwe ideeën

De algemene doelstelling van het Jaar was het bevorderen van een mentaliteit van bij- en omscholing. Om dit te bereiken was het Jaar gericht op het bevorderen van investeringen, het versterken van de relevantie van vaardigheden door middel van samenwerking, het matchen van mensen met kansen en het aantrekken van talent.

Het Jaar omvatte een uitgebreide, het hele Jaar voortgezette beleidsdiscussie met belanghebbenden over de rol van vaardigheden en de rol van het vaardighedenbeleid. Uit het debat kwam naar voren dat Europese landen voor zeer vergelijkbare uitdagingen staan als gevolg van snelle technologische veranderingen, vergrijzing en een krimpende beroepsbevolking in de EU, in combinatie met de behoefte aan veerkrachtige industriële ecosystemen en toeleveringsketens. Er bestaat een brede consensus dat deze trends leiden tot een grotere behoefte aan een beter geschoolde beroepsbevolking in Europa, die in staat is in te spelen op de snelle verschuivingen in de behoeften aan vaardigheden.

2.1 Vaardigheden voor het concurrentievermogen van Europa

Bij de tijdens het hele Jaar gevoerde discussies bleek duidelijk dat vaardigheden een strategische troef zijn voor de productiviteit van Europa en een essentiële horizontale randvoorwaarde vormen die het concurrentievermogen in alle economische sectoren ondersteunt, onder meer voor de groene en de digitale transitie, en dit wordt weerspiegeld in het EU-kompas voor concurrentievermogen( 6 ). Deze boodschap werd tijdens het Jaar consequent herhaald en dit gaf een impuls aan het integreren van vaardigheden in een breed scala van beleidsmaatregelen in meer dan 190 nieuwe initiatieven( 7 ), die tot stand werden gebracht door middel van nauwe samenwerking tussen EU-instellingen.

Het Jaar zette vaardigheden hoog op de politieke agenda van de EU. Vaardigheden werden in op één na alle voorgestelde initiatieven opgenomen in het werkprogramma van de Commissie voor 2024( 8 ) en in de politieke beleidslijnen voor het mandaat van de Commissie voor 2024-2029.

Het transversale karakter van vaardigheden werd op ministerieel niveau bevestigd, waarbij de Raad Concurrentievermogen in mei 2024 conclusies aannam over “ een concurrerende Europese industrie als aanjager van onze groene, digitale en veerkrachtige toekomst ” en “ een eengemaakte markt die iedereen ten goede komt ”.

Tijdens het Jaar benadrukten belanghebbenden de dringende noodzaak om vaardigheden voor de groene en de digitale transitie te stimuleren. De Commissie presenteerde het Green Deal-plan voor de industrie en stelde de verordening voor een nettonulindustrie vast, die voorziet in de oprichting van academies voor nettonultechnologie om werknemers bij te scholen en om te scholen op het gebied van strategische technologieën zoals batterijen , zonne-energie , waterstof , grondstoffen en windenergie . Elke academie streeft ernaar binnen drie jaar na de oprichting ervan 100 000 werknemers bij en om te scholen.

De aankondiging van het Jaar maakte de weg vrij voor de goedkeuring van een pakket digitaal onderwijs en digitale vaardigheden in april 2023. Het bevatte voorstellen voor aanbevelingen van de Raad betreffende de succesfactoren voor digitaal onderwijs en digitale opleiding  en betreffende de verbetering van het aanbod van digitale vaardigheden en competenties in onderwijs en opleiding , die de Raad in november 2023 heeft goedgekeurd. In het kader van het Jaar zijn academies voor digitale vaardigheden opgericht om de coördinatie van het opleidingsaanbod op het gebied van cyberbeveiliging , high-performance computing en halfgeleiders  te verbeteren.

Het pact voor vaardigheden is nauw verbonden met de industriële strategie van de EU en heeft bijgedragen tot de bij- en omscholing van werknemers in heel Europa als antwoord op de toenemende behoeften van de industrie. Het pact groeide uit tot 20 grootschalige partnerschappen in 14 industriële ecosystemen. Sinds 2022 heeft het pact bijgedragen tot het opleiden van 3,5 miljoen mensen, met toezeggingen om tegen 2030 nog eens 25 miljoen mensen bij en om te scholen.

Verschillende andere initiatieven hebben sectorspecifieke vaardigheden gestimuleerd. De herziening van de richtlijnen inzake hernieuwbare energie en energie-efficiëntie heeft de steun voor gecertificeerde vaardigheden op het gebied van schone energie uitgebreid. Het BUILD UP Skills -initiatief heeft vakmensen bijgeschoold om de energie-efficiëntie van gebouwen in 15 lidstaten te verbeteren. Om het aantal ICT-specialisten te vergroten, financiert het programma Digitaal Europa gespecialiseerde opleidingen. Het EU4Health-programma biedt gezondheidswerkers opleiding op het gebied van digitale vaardigheden. ComPAct ondersteunt de Europese overheidsdiensten met het versterken van hun vaardigheden. Vaardigheden waren een belangrijk aandachtspunt voor de 44 sectorale comités voor de sociale dialoog in de EU die acties hebben uitgevoerd, verklaringen hebben afgelegd of de bredere sectorale behoeften aan het ontwikkelen van vaardigheden hebben besproken in reactie op veranderende industriële landschappen.

Aangezien beroepsonderwijs en -opleiding van cruciaal belang zijn om de lacunes op het gebied van arbeid en vaardigheden in strategische sectoren aan te pakken en de groene en de digitale transitie te stimuleren, werd hieraan in 2023 en 2024 een impuls gegeven door middel van oproepen tot het indienen van voorstellen in het kader van Erasmus+. Deze oproepen waren gericht op de aantrekkelijkheid van beroepsonderwijs en -opleiding, een grotere mobiliteit van leerlingen, omscholing van werknemers, vrouwen in groene technologie, microcredentials en arbeidsmarktregisters.

2.2 Investeren in vaardigheden

Tijdens het Jaar is een gemeenschappelijke visie naar voren gekomen dat vaardigheden een belangrijke bepalende factor voor groei zijn, mensen mondiger maken en de productiviteit van bedrijven verhogen. De EU investeert meer dan 150 miljard EUR in onderwijs en vaardigheden( 9 ). De EU-investeringen in vaardigheden zullen naar verwachting de werkgelegenheid en het bruto binnenlands product (bbp) stimuleren. Een toename met 0,1 procentpunt van de investeringen in vaardigheden voor jonge werknemers zal de totale werkgelegenheid mogelijk met 0,25 % doen toenemen en het bbp op lange termijn met ongeveer 0,18 % doen toenemen, wat meer is dan de initiële investering( 10 ).

Het Jaar heeft aanleiding gegeven tot bezinning over de wijze waarop middelen wordt geïnvesteerd in vaardigheden, en er werd erkend dat vaardigheden moeten worden gezien als een investering in plaats van als een kostenpost. Strategieën om het effect van investeringen in vaardigheden te maximaliseren stonden centraal in deze besprekingen. Om een beter inzicht te krijgen in de rol die investeringen in vaardigheden spelen bij het stimuleren van de productiviteit, werd overeengekomen dat een verbeterde, op de kostprijs gebaseerde waardering van de impact ervan nodig is( 11 ). Er werd ook aandacht besteed aan het verbeteren van de toegang tot financiering, met name voor kmo’s. In mei 2023 bleek uit een Flash Eurobarometer dat kmo’s aanzienlijk worden getroffen door tekorten aan vaardigheden en dit benadrukte de behoefte aan gerichte steun. Naar aanleiding hiervan werd in september 2023 het steunpakket voor kleine en middelgrote ondernemingen vastgesteld.

Ook werd bevestigd dat EU-financiering als katalysator fungeert, andere financieringsbronnen aantrekt en het testen van nieuwe, innovatieve benaderingen bij de financiering van de ontwikkeling van vaardigheden, met inbegrip van publiek-private partnerschappen, vergemakkelijkt. Gedurende het hele Jaar werden gezamenlijke investeringen in bijscholing bevorderd door publiek-private partnerschappen, zoals het pact voor vaardigheden, blauwdrukallianties, kenniscentra voor beroepsopleiding en academies voor vaardigheden. In 2024 werden ongeveer 15 nieuwe kenniscentra voor beroepsopleiding opgericht en de Europese Alliantie voor leerlingplaatsen kende een aanzienlijke groei, met meer dan 450 toezeggingen, 40 nationale toezeggingen en 2,5 miljoen leerlingplaatsen.

2.3 Gezamenlijke actie op het gebied van vaardigheden

Het debat in de loop van het Jaar heeft de complexiteit van het beheer van vaardigheden aan het licht gebracht, evenals de noodzaak van doeltreffende coördinatie en samenwerking op het gebied van industrie, arbeidsmarkt, onderwijs en andere beleidsterreinen.

Het Jaar bevorderde de samenwerking op verschillende niveaus( 12 ). De nationale coördinatoren speelden een sleutelrol op nationaal niveau bij het bevorderen van overheidsbrede benaderingen van het beheer van vaardigheden. In verschillende landen zijn nieuwe of verbeterde bestuursorganen en organisaties van belanghebbenden opgericht( 13 ). Het Jaar heeft nauwere samenwerking tussen landen gefaciliteerd, waarbij bijvoorbeeld Griekenland en Cyprus( 14 ) een memorandum van overeenstemming hebben ondertekend. De  gezamenlijke verklaring van de nationale coördinatoren van het Europees Jaar van de Vaardigheden is een krachtig bewijs van de inzet van de nationale coördinatoren om nauw te blijven samenwerken op het gebied van vaardigheden, om ervoor te zorgen dat het momentum dat door het Jaar wordt gegenereerd, in de toekomst wordt behouden en verder wordt uitgebouwd.

Tijdens het Jaar werd ook gewezen op de centrale rol van de sociale dialoog bij het ontwikkelen van vaardigheden en bij het ondersteunen van werknemers en bedrijven bij het navigeren door de dubbele groene en digitale transitie( 15 ). Op initiatief van het Spaanse voorzitterschap is de tripartiete gezamenlijke verklaring van Barcelona op 19 oktober 2023 ondertekend door de voorzitterschappen van de Raad van de EU( 16 ), de Commissie en de sociale partners van de EU( 17 ) om het tripartiete partnerschap bij de uitvoering van het Jaar te bevorderen en een bredere ontwikkeling van vaardigheden mogelijk te maken. Tripartiet partnerschap stond in veel landen ook centraal bij de uitvoering van het Jaar( 18 ).

Tijdens gesprekken met de sociale partners en andere belanghebbenden werd benadrukt dat maatregelen nodig zijn om de bredere oorzaken van tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheden aan te pakken, zoals slechte arbeidsomstandigheden in bepaalde sectoren, slecht personeelsbeheer ( 19 ) of een gebrek aan betaalbare opvang voor jonge kinderen. Naar aanleiding van de top met de sociale partners in Hertoginnedal heeft de Commissie in maart 2024 een actieplan gepresenteerd om tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheden aan te pakken, dat in overleg met de sociale partners van de EU is opgesteld. De Commissie heeft ook een voorstel ingediend voor een richtlijn betreffende de verbetering en handhaving van de arbeidsomstandigheden voor stagiairs en een voorstel tot herziening van de aanbeveling van de Raad van 2014 inzake een kwaliteitskader voor stages om kwesties van kwaliteit en inclusiviteit aan te pakken.

Belanghebbenden spraken zich uit over de noodzaak om beter te anticiperen op de vraag naar vaardigheden en benadrukten dat lokale en sectorale benaderingen en een sterke samenwerking met belanghebbenden van cruciaal belang zijn om ervoor te zorgen dat informatie over vaardigheidsbehoeften relevant en uitvoerbaar is. De Commissie heeft tijdens het Jaar de Europass-tool  voor trends in banen en vaardigheden gelanceerd en een nieuwe versie gepubliceerd van de Europese classificatie van vaardigheden, competenties, kwalificaties en beroepen en het Europees kader voor cyberbeveiligingsvaardigheden . ResearchComp , het Europees competentiekader voor onderzoekers werd in juli 2023 gelanceerd. Verschillende landen werkten in de loop van het Jaar aan informatie over vaardigheidsbehoeften( 20 ).

De Commissie heeft in samenwerking met het Comité van de Regio’s sterk de nadruk gelegd op lokale benaderingen van de ontwikkeling van vaardigheden( 21 ). In januari 2023 is de mededeling over het benutten van talent in Europa’s regio’s vastgesteld. Om regio’s te helpen talent aan te trekken, op te leiden en te behouden, heeft de Commissie ook het Talent Booster Mechanism en het bijbehorende platform voor het benutten van talent gelanceerd.

Het Jaar trok wereldwijde belangstelling en benadrukte de gemeenschappelijke uitdagingen en de noodzaak van internationale samenwerking. De Europese Commissie heeft een prominente rol op zich genomen bij de bevordering van onderwijs en vaardigheden in de externe betrekkingen van de EU. Deze gebieden zijn belangrijke investeringsprioriteiten in de Global Gateway -investering van de EU. Er werd aandacht besteed aan het Jaar op evenementen op hoog niveau zoals COP28 en het was een inspiratie voor de Associatie van Zuidoost-Aziatische Staten (Asean) om 2025 uit te roepen tot het Jaar van de Vaardigheden. De taskforce Talent voor groei van de Handels- en Technologieraad moedigde samenwerking tussen de EU en de VS aan op het gebied van vaardigheden voor economische groei; naar aanleiding hiervan werd een gezamenlijke slotverklaring ingediend. Verschillende internationale organisaties zoals de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (Unesco) en WorldSkills waren tijdens het Jaar actief betrokken.

2.4 Empowerment van het individu

Empowerment van het individu door het promoten van een mentaliteit van bij- en omscholing stond centraal in het Jaar, zodat iedereen zijn volledige potentieel op de arbeidsmarkt en in de samenleving kan benutten.

Ongeveer 14 lidstaten( 22 ) zijn begonnen met het gebruik van EU-financiering om individuele leerrekeningen te ontwikkelen en uit te voeren. Individuele leerrekeningen kunnen helpen om het recht op opleiding in de praktijk te realiseren.

Beroepsonderwijs en -opleiding kwamen naar voren als een ander centraal onderwerp. Belanghebbenden benadrukten consequent de noodzaak om de aantrekkelijkheid, de kwaliteit en de erkenning ervan te vergroten.

Het hele Jaar door spraken belanghebbenden zich uit over empowerment, het vergroten van de motivatie en het verbeteren van de toegang tot hoogwaardige opleidingen op de werkplek en daarbuiten. Naast werkspecifieke vaardigheden werd het belangrijk geacht mensen uit te rusten met digitale, transversale en levensvaardigheden zoals veerkracht, kritisch denken, financiële, media- en democratische geletterdheid. Dit is met name relevant vanwege de geopolitieke en klimaattrends, de opkomst van door AI gegenereerde inhoud en informatiemanipulatie. De Raad heeft in mei 2024  conclusies over financiële geletterdheid goedgekeurd. Er werd gewezen op de urgentie van investeringen in basisvaardigheden( 23 ).

Tijdens het Jaar was een terugkerend punt dat niemand aan zijn lot mocht worden overgelaten en daarvoor zijn op maat gesneden oplossingen en begeleiding nodig om individuen te ondersteunen. Uit de discussies tijdens het Jaar kwam naar voren dat er lacunes waren in het verlenen van begeleidingsdiensten, maar ook dat er in verschillende landen goede praktijken bestaan( 24 ).

Verschillende initiatieven richtten zich specifiek op vrouwen, NEET’s, personen met een handicap en mensen uit kansarme milieus. Deze initiatieven omvatten: i) de oproep van de Commissie tot het indienen van voorstellen voor sociale innovaties voor de bijscholing van kwetsbare jongeren ; ii) het initiatief “Aim, Learn, Master, Achieve” (ALMA), dat meer dan 800 kwetsbare jonge NEET’s helpt bij hun re-integratie op de arbeidsmarkt of bij het vinden van onderwijs- en opleidingsmogelijkheden; en iii) door jongeren geleide projecten in het kader van de Youth4OutermostRegions-regeling.

In een context waarin productiviteitsverhoging cruciaal is voor de toekomst van de EU, moet er waardering zijn voor alle vaardigheden op de arbeidsmarkten. Het Jaar zette op vaardigheden gebaseerde benaderingen van werving en personeelsscholing (ook wel “vaardigheden eerst”-benadering genoemd) in de schijnwerpers als een hefboom waarmee werkgevers een bredere talentenpool kunnen aanboren en mensen hun potentieel kunnen waarmaken. Deze benaderingen kunnen worden aangevuld met mogelijkheden voor de validatie van vaardigheden, waardoor niet-formeel en informeel leren zichtbaar wordt.

Belanghebbenden erkenden de waarde van digitale en microcredentials om deze inspanningen te ondersteunen en mensen op een breder vlak te helpen in hun loopbaan. In de evaluatie van maart 2024 van de aanbeveling betreffende het Europees kwalificatiekader en het Europass-besluit( 25 ) werd bevestigd dat de initiatieven de transparantie en het gedeelde begrip van en vertrouwen in kwalificaties en vaardigheden vergroten.

2.5 Talent aantrekken

Tijdens het debat van het Jaar werd er ook aan herinnerd dat het concurrentievermogen van de EU zal worden beïnvloed door haar vermogen om wereldwijd talent aan te trekken, en werd er gesproken over manieren om: i) de erkenning van kwalificaties en de validering van in het buitenland verworven vaardigheden te vergemakkelijken; ii) de overregulering van beroepen op nationaal niveau en de administratieve lasten te verminderen; iii) passende voorwaarden te scheppen die de aanwerving en het behoud van talent uit derde landen in knelpuntberoepen mogelijk maken; en iv) partnerschappen met derde landen te versterken om wederzijds voordelige mogelijkheden voor arbeidsmobiliteit te creëren en legale trajecten tot stand te brengen.

Om de EU aantrekkelijker te maken voor talent uit het buitenland en de mobiliteit binnen de EU te vereenvoudigen, heeft de Commissie in november 2023 het pakket vaardigheden en talentmobiliteit aangenomen, dat een overkoepelende mededeling over vaardigheden en talentmobiliteit omvat, met een voorstel voor een verordening tot oprichting van een EU-talentenpool en een aanbeveling van de Commissie betreffende de erkenning van kwalificaties van onderdanen van derde landen . Deze hebben de weg vrijgemaakt voor de goedkeuring van een aanbeveling van de Raad van 13 mei 2024 “Europa in beweging” over mogelijkheden voor leermobiliteit voor iedereen. De talentpartnerschappen met Marokko, Tunesië, Egypte, Pakistan en Bangladesh zijn ook versterkt om de wederzijds voordeel opleverende internationale mobiliteit en de ontwikkeling van vaardigheden tussen de EU en partnerlanden te stimuleren.

3. Uitvoering

Tijdens het Jaar kwamen onderwerpen in velerlei vormen aan bod — een communicatiecampagne, duizenden evenementen en veel breed opgezette mogelijkheden voor betrokkenheid van belanghebbenden en burgers in heel Europa( 26 ).

3.1 Bestuur

Het Jaar was een interinstitutionele inspanning op EU-niveau van de Commissie en haar agentschappen, het Europees Parlement, de Raad van de EU, het Comité van de Regio’s en het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC).

Het directoraat-generaal Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Inclusie (DG EMPL) leidde de uitvoering ervan in nauwe samenwerking met andere diensten van de Commissie.

De uitvoering van het Jaar verliep op gedecentraliseerde wijze in een geest van samenwerking. In totaal hebben 38 lidstaten, waaronder alle EU-lidstaten een nationale coördinator  benoemd. De nationale coördinatoren speelden een sleutelrol.

3.2 Middelen

De toegewezen middelen werden gebruikt voor de communicatiecampagne (6,75 miljoen EUR), de organisatie van vlaggenschipevenementen, vergaderingen met nationale coördinatoren en deskundigen (0,935 miljoen EUR) en voor relevante studies (0,106 miljoen EUR).

3.3 Communicatiecampagne

De Commissie heeft op EU-niveau een communicatiecampagne georganiseerd die gericht was op werkgevers (voornamelijk kmo’s), professionals, werkzoekenden, NEET’s, beleidsmakers, belanghebbenden en aanbieders van opleidingen.

Het uitgebreide communicatiemateriaal dat in de respectieve talen aan alle EU-lidstaten ter beschikking werd gesteld, omvatte een  visuele identiteit , een interinstitutionele website , en een communicatietoolkit met gebruiksklaar promotiemateriaal, presentaties en tools voor sociale media. De hashtag #EuropeanYearOfSkills werd gepromoot en meer dan 14 000 maal gebruikt( 27 ).

Belanghebbenden fungeerden als belangrijke multiplicatoren. De bijna 7 000 berichten die zij plaatsten, werden 61 miljoen keer bekeken, wat erop wijst dat het Jaar tot een publiek debat heeft geleid.

Om bij- en omscholingstrajecten te bevorderen, bevatte het project “Real People, Real Skills”  200 individuele verhalen uit 30 landen, samen met een video .

“Real People Real Skills”-video

De communicatie-inspanningen op verschillende niveaus hebben de volgende resultaten opgeleverd:

 

in miljoenen

 

Kijkers bereikt met tv-reclame in vijf landen( 28 )

41

 

Gecombineerd bereik van betaalde advertenties op sociale media, waaronder Facebook (58 miljoen), Instagram (10,2 miljoen) en LinkedIn (860 000)

69

 

Paginaweergaven op de campagnewebsite

3,6

 

Videoweergaven van de campagne op YouTube

69

 

Videoweergaven op het gamingplatform Twitch

21,4

 

Lezers bereikt via 64 nationale mediapartnerschappen

10,1

 

Mensen bereikt door 32 betaalde social media influencers

3,01

   

Mensen bereikt via buitenreclame in Brussel, met inbegrip van de luchthaven

4

Resultaten van de burgerenquête

3.4 Evenementen

In de loop van het Jaar vonden meer dan  2 100 evenementen plaats in 42 landen, waaronder alle EU-lidstaten. Hieruit bleek hoeveel inspanningen er zijn geleverd om vaardigheden in verschillende contexten te bevorderen. Deze werden georganiseerd door EU-instellingen, agentschappen, netwerken, nationale autoriteiten, belanghebbenden en burgers.

De activiteiten van het Jaar waren gericht op zes vlaggenschipevenementen, elk met een focus op belangrijke doelgroepen en doelstellingen. Deze omvatten:

·het Europees Jaar van de Vaardigheden-festival op 9 mei 2023 met 7 300 weergaven;

·de conferentie “ Making Skills Count ” op 8-9 juni 2023 met 1 300 deelnemers;

·de Week van de beroepsvaardigheden van 23-27 oktober 2023 met 500 nationale en regionale evenementen;

·het Europees forum voor werkgelegenheid en sociale rechten op 16-17 november 2023 met 2 200 deelnemers;

·het evenement “ Meet the Champions of Excellence ”, dat op 23 februari 2024 werd georganiseerd met 800 deelnemers; en

·“ The European Year of Skills — What Comes Next? ” op 30 afpril 2024 met 1 400 deelnemers.

Er vond een reeks van vijf deskundigenvergaderingen plaats met strategische discussies over de financiering van vaardigheden, informatie over vaardigheidsbehoeften, “vaardigheden eerst”-benaderingen, vaardigheden op regionaal niveau (georganiseerd in samenwerking met het Comité van de Regio’s) en het verkennen van de toekomst van een geschoold Europa door middel van een prognoseoefening( 29 ).

Het belang van vaardigheden in alle economische sectoren werd onder meer benadrukt in de edities 2023-2024 van de Groene Week van de EU , de Europese Week van de Duurzame Energie , de EU-programmeerweek , het Europees Migratieforum , de Europese Week van Regio’s en Steden , het Europees Jongerenevenement , de Europese Week van de Jeugd , alsook tijdens een conferentie over de ontwikkeling van vaardigheden door middel van hervormingen.

Deze inspanningen werden kracht bijgezet door andere EU-instellingen en agentschappen. Het Europees Parlement organiseerde samen met vijf agentschappen van de EU het evenement “ Skills, skills, skills! ” op 20 september 2023. Cedefop organiseerde 14 evenementen en nam deel aan meer dan 270 evenementen rond vaardigheden, terwijl de Europese Stichting voor opleiding 144 evenementen organiseerde. Vertegenwoordigingen en delegaties van de Commissie organiseerden in het kader van het Jaar meer dan 270 evenementen, vergaderingen met relevante belanghebbenden en communicatieactiviteiten.

4. Toekomstige actie op het gebied van vaardigheden

Zoals Mario Draghi in zijn verslag over de toekomst van het Europese concurrentievermogen uiteenzet, is het van cruciaal belang te blijven investeren in de vaardigheden van de mensen in Europa, zowel om hen te helpen floreren als om het concurrentievermogen van de Europese economie op wereldschaal te waarborgen.

Deze belangrijke kwesties kwamen naar voren uit de besprekingen van het Jaar en zullen worden meegenomen in toekomstige acties op het gebied van vaardigheden:

Op 18 juli 2024 presenteerde Commissievoorzitter Ursula von der Leyen de Politieke beleidslijnen voor de volgende Europese Commissie 2024-2029  aan het Europees Parlement. Zij benadrukte het volgende:

Op 5 maart 2025 heeft de Commissie de vaardigheidsunie aangenomen — een nieuwe overkoepelende visie waarin onderwijs-, opleidings- en werkgelegenheidsbeleid centraal staan in het concurrentievermogen van Europa. De vaardigheidsunie heeft tot doel onze mensen in staat te stellen een solide basis voor vaardigheden op te bouwen en een leven lang bij- en omscholing te volgen voor een bevredigend leven. Dit zal het concurrentievermogen van bedrijven vergroten door hen te helpen het talent te vinden dat zij nodig hebben om duurzame groei en hoogwaardige banen te creëren. Een andere doelstelling is om vaardigheden en kwalificaties in de hele EU transparant, betrouwbaar en erkend te maken, ongeacht waar ze zijn verworven.

5. Conclusie

Het Jaar heeft geleid tot een sterkere focus op bij- en omscholing in heel Europa ( 30 ) en op nationaal en regionaal niveau ( 31 ). Meer Europeanen zijn op de hoogte van het vaardighedenbeleid( 32 ) en zijn bereid om een opleiding te volgen( 33 ).

De tijdens het hele Jaar voortgezette discussie over vaardigheden bevestigde het belang van het omarmen van een cultuur van een leven lang leren en het transformeren van vaardigheidssystemen. Dit vereist een strategische visie, ondersteund door politieke inzet op lange termijn, solide overheidsbrede benaderingen, een sterke betrokkenheid van belanghebbenden en adequate financiering.

Hoewel de belanghebbenden erkennen dat het Jaar een belangrijk startpunt is, is er een krachtige roep om een aanhoudende dynamiek en wordt erkend dat er behoefte is aan een permanente mentaliteitsverandering.

Vooruitkijkend zal de Commissie voortbouwen op de resultaten van het Jaar om de uitvoering te bevorderen van initiatieven die gericht zijn op het dichten van vaardigheidskloven en het omarmen van een nieuw tijdperk van voortdurende bij- en omscholing, met het oog op de totstandbrenging van een vaardigheidsunie die het concurrentievermogen en de paraatheid van de EU ondersteunt. De Commissie zal nauw samenwerken met de lidstaten, partnerlanden, sociale partners, het maatschappelijk middenveld en andere belanghebbenden. Ook al is het Europees Jaar van de Vaardigheden afgelopen, zullen de inspanningen worden voortgezet om de ontwikkeling van vaardigheden verder te bevorderen, de veerkracht van de Europese arbeidsmarkt te versterken en mensen te helpen een welvarend en bevredigend leven te leiden.

(1)

()  Eurobarometer .

(2)

() Actieplan .

(3)

() Digitale geletterdheid .

(4)

() Beleidscontext — Onderwijs en opleiding — Eurostat .

(5)

() COM/2023/652 .

(6)

() COM(2025) 30 .

(7)

() Wetgevende en niet-wetgevende maatregelen, oproepen tot het indienen van voorstellen, evenementen, projecten en publicaties van de EU.

(8)

() Vergeleken met minder dan de helft in 2022 en 2023.

(9)

() In het kader van het Europees Sociaal Fonds Plus, de herstel- en veerkrachtfaciliteit, Erasmus+, InvestEU, het Fonds voor een rechtvaardige transitie, het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, Digitaal Europa en andere fondsen — zie werkdocument van de diensten van de Commissie.

(10)

()  ESDE-evaluatie .

(11)

() In een gids  wordt een kader geschetst voor een satellietrekening voor de uitgaven voor onderwijs en opleiding.

(12)

() 76 % van de respondenten van de enquête na het Europees Jaar van de Vaardigheden was het ermee eens dat het Jaar voor nauwe samenwerking heeft gezorgd.

(13)

() Denemarken, Ierland, Spanje, Frankrijk, Cyprus, Malta, Oostenrijk, Polen, Slowakije en Finland.

(14)

() Griekse openbare dienst voor arbeidsvoorziening en Cypriotische autoriteit voor de ontwikkeling van het menselijk potentieel.

(15)

()  Advies .

(16)

() België, Spanje Zweden.

(17)

() EVV, BusinessEurope, SGI Europe en SMEunited.

(18)

() België, Bulgarije, Denemarken, Duitsland, Ierland, Spanje, Cyprus, Letland, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Slovenië, Noorwegen en Oekraïne.

(19)

()  ESDE-evaluatie .

(20)

() Bulgarije, Duitsland, Estland, Spanje, Frankrijk, Kroatië, Litouwen, Luxemburg, Oostenrijk, Portugal en Slovenia.

(21)

()  Resolutie .

(22)

() Frankrijk en Litouwen concentreerden zich op de verdere verbetering van regelingen voor individuele leerrekeningen. België, Tsjechië, Duitsland, Griekenland, Spanje, Kroatië, Cyprus, Letland, Hongarije, Polen, Roemenië en Slowakije ontwikkelen ze.

(23)

()  PISA  2022 waarschuwde voor een daling van de basisvaardigheden.

(24)

() België (Vlaanderen), Spanje, Frankrijk, Kroatië, Litouwen, Luxemburg, Malta, Slovenië en Oekraïne.

(25)

() Besluit (EU) 2018/646 van het Europees Parlement en de Raad van 18 april 2018 betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verstrekken van betere diensten voor vaardigheden en kwalificaties (Europass).

(26)

() In het voorstel voor een besluit over een Europees Jaar van de Vaardigheden is het aantal evenementen als kernprestatie-indicator (KPI) vastgesteld. In de communicatiestrategie van het Jaar werden verdere KPI’s vastgesteld.

(27)

() 14 200 vermeldingen van 9 mei 2023 tot en met 8 mei 2024.

(28)

() De grootste communicatiebehoeften zijn vastgesteld in Bulgarije, Griekenland, Spanje, Italië en Roemenië.

(29)

() Nadere gegevens in het werkdocument van de diensten van de Commissie.

(30)

() Enquête onder belanghebbenden in juni 2024 (747 respondenten): 84 % was het hiermee eens.

(31)

() Enquête onder nationale coördinatoren in juni 2024 (33 respondenten): 31 waren het ermee eens.

(32)

() Enquête onder belanghebbenden in juni 2024: “91 % van de respondenten was van mening dat het Jaar het bewustzijn over de ontwikkeling van vaardigheden heeft vergroot.” Burgerenquête van december 2023: “53 % is op de hoogte van het vaardighedenbeleid van de EU, tegenover 26 % vóór het Jaar.”

(33)

() Burgerenquête van december 2023: “64 % van de mensen die met de campagne werden bereikt, was meer bereid om een opleiding te volgen”.