Brussel, 20.9.2019

COM(2019) 424 final

BIJLAGE

bij het

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in de Commissie Oorsprongsregels die is opgericht bij de Overeenkomst betreffende de oorsprongsregels (WTO-GATT 1994), gehecht aan de op 15 april 1994 te Marrakech ondertekende slotakte


Verbetering van de transparantie bij niet-preferentiële oorsprongsregels

_______________

De leden van de Wereldhandelsorganisatie,

Geleid door de wens ervoor te zorgen dat de oorsprongsregels zelf de internationale handel niet beperken, vervalsen of verstoren;

Verlangend ervoor te zorgen dat de oorsprongsregels worden opgesteld en toegepast op een onpartijdige, transparante, voorspelbare, consequente en neutrale wijze;

Erkennend dat duidelijke en voorspelbare oorsprongsregels en de toepassing van deze regels het internationale handelsverkeer vergemakkelijken;

Erkennend dat het wenselijk is te zorgen voor transparante wet- en regelgeving en praktijken op het gebied van de oorsprongsregels;

Geleid door de wens de kennisgevingsverplichtingen uit hoofde van artikel 5 van de Overeenkomst betreffende de oorsprongsregels aan te vullen;

Bevestigend dat de verbetering van de transparantie van wet- en regelgeving en praktijken ten aanzien van oorsprongsregels de nalevingskosten van marktdeelnemers die mondiale waardeketens willen creëren, met name van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, helpt te verlagen;

Besluiten, met betrekking tot de oorsprongsregels, als volgt:

1.Het is wenselijk een hoog niveau van transparantie van en wederzijds inzicht in bestaande oorsprongsregels en de desbetreffende documentatievereisten die door WTO-leden worden gebruikt, te handhaven en te bevorderen. Onder oorsprongsregels worden de regels verstaan die onder het toepassingsgebied van artikel 1 van de Overeenkomst betreffende de oorsprongsregels vallen.

2.Ter verbetering van de transparantie en ter bevordering van een beter inzicht in de oorsprongsregels stellen de Leden het Secretariaat van de WTO overeenkomstig bijlage 1 bij dit besluit in kennis van de oorsprongsregels die zij hanteren bij de toepassing van de meestbegunstigingsclausule op grond van de artikelen I, II, III, XI en XIII van de GATT 1994.

3.De Leden worden aangemoedigd gebruik te maken van het kennisgevingsmodel in bijlage 1 wanneer zij het Secretariaat van de WTO in kennis stellen van eventuele andere oorsprongsregels die zij hanteren bij de toepassing van andere niet-preferentiële handelsbeleidsinstrumenten zoals bepaald in artikel 1, lid 2, van de Overeenkomst betreffende de oorsprongsregels.

4.Voorts geven de Leden overeenkomstig bijlage 2 een beschrijving van de praktijken die zij hanteren met betrekking tot de certificering van oorsprong en andere verplichte documentaire bewijzen van oorsprong voor niet-preferentiële doeleinden waarvan overeenkomstig bijlage 1 kennis is gegeven 1 . Leden die melden dat zij geen oorsprongsregels toepassen overeenkomstig bijlage 1, vullen toch bijlage 2 in.

5.Kennisgevingen krachtens paragrafen 2 en 4 van dit besluit worden uiterlijk één jaar na de vaststelling van dit besluit ingediend.

6.De krachtens dit besluit verstrekte gegevens worden door het secretariaat van de WTO openbaar gemaakt.

7.Elk Lid richt, binnen de grenzen van de hem beschikbare middelen, een of meer informatiepunten op, of houdt deze in stand, voor de beantwoording van redelijke verzoeken om inlichtingen van regeringen, handelaren en andere belanghebbenden over aangelegenheden in verband met oorsprongsregels en desbetreffende documentatievereisten alsook voor de verstrekking van de vereiste formulieren en documenten 2 . De Leden verstrekken de contactgegevens van hun respectieve informatiepunten aan het Secretariaat van de WTO overeenkomstig bijlage 1. Leden die een minst ontwikkeld land zijn, verstrekken deze gegevens aan het Secretariaat van de WTO uiterlijk binnen twee jaar.

8.De Leden trachten verwijzingen naar wetgeving, websites, toelichtende stukken of andere documenten in een officiële taal van de WTO te verstrekken.

9.De Leden die ingrijpende wijzigingen aanbrengen in hun oorsprongsregels en desbetreffende documentatievereisten waarvan overeenkomstig dit besluit kennis is gegeven, stellen het Secretariaat van de WTO overeenkomstig dit besluit onverwijld in kennis van deze wijzigingen.

10.De Commissie Oorsprongsregels onderzoekt de bestaande oorsprongsregels en de desbetreffende documentatievereisten op basis van de inlichtingen waarvan overeenkomstig dit besluit kennis is gegeven, teneinde praktijken die de handel vergemakkelijken, in kaart te brengen en de internationale verspreiding ervan te bevorderen.

11.Op verzoek dient er door het Secretariaat van de WTO bijstand te worden verleend ter ondersteuning van de Leden die ontwikkelingsland of minst ontwikkeld land zijn, bij de tenuitvoerlegging van de bepalingen van dit besluit.

12.Dit besluit doet op generlei wijze afbreuk aan de rechten en verplichtingen van de Leden die zijn opgenomen in artikel 5 van de Overeenkomst betreffende de oorsprongsregels of in artikel 1 van de Overeenkomst inzake handelsfacilitatie.

13.Er wordt een evaluatie van dit besluit, met name van de paragrafen 2 en 3, verricht drie jaar na de vaststelling ervan en vervolgens wanneer het nodig is, met als doel de transparantie bij niet-preferentiële oorsprongsregels op passende wijze verder te verbeteren.

BIJLAGE 1

KENNISGEVINGSMODEL VOOR NIET-PREFERENTIËLE OORSPRONGSREGELS

Leden mogen bijlage 1 zo vaak als zij nodig achten reproduceren

I.    BASISINFORMATIE

1)

Lid dat de kennisgeving doet

2)

Informatiepunt

(verstrek indien mogelijk de volgende contactgegevens: naam, telefoon, e-mail, website)

3)

Zijn er niet-preferentiële oorsprongsregels van kracht?

□

Ja

□

Nee*

* Is uw antwoord “Nee”, dan hoeft deze bijlage niet verder te worden ingevuld.

4)

Geef aan bij welke handelsbeleidsinstrumenten deze niet-preferentiële oorsprongsregels worden gebruikt (verwijs naar artikel 1, lid 2, van de Overeenkomst betreffende de oorsprongsregels)

5)

Datum van inwerkingtreding of van enige ingrijpende wijziging van deze regels:

6)

Datum waarop deze regels vervallen, indien van toepassing:

7)

Overheidsinstanties of andere autoriteiten belast met het beheer van deze regels:

8)

Internetlink naar wetgeving en eventuele andere toelichtende stukken, indien van toepassing:

9)

Eventuele opmerkingen

II.    TOEPASSING VAN NIET-PREFERENTIËLE OORSPRONGSREGELS

10)

Zijn er niet-preferentiële oorsprongsregels van toepassing op invoer?

□

Ja

□

Nee

11)

Zijn er niet-preferentiële oorsprongsregels van toepassing op uitvoer?

□

Ja

□

Nee

12)

Geldt er een “de minimis”-regel voor de toepassing van niet-preferentiële oorsprongsregels?

□

Ja

□

Nee

Zo ja, vermeld de “de minimis”-drempel en verwijs naar de toepasselijke wetgeving voor de vragen 10 tot en met 12.

III.    TOETSINGSCRITERIA VOOR EEN INGRIJPENDE BE-OF VERWERKING MET HET OOG OP DE BEOORDELING VAN DE OORSPRONG VAN EEN GOED

13)

Algemene criteria, indien van toepassing voor alle producten:

14)

Productspecifieke oorsprongsregels, indien van toepassing:

15)

Eventuele definitie van oorsprongs- en niet-oorsprongsmaterialen:

16)

Eventuele lijst van niet-oorsprongverlenende minimale (be)handelingen:

17)

Eventuele residuele regels:

18)

Overige inlichtingen die het Lid noodzakelijk acht (vermeld in voorkomend geval een internetlink)

IV.    VOORAFGAANDE BESLUITEN    

Worden er voorafgaande besluiten over de oorsprong van een goed gegeven 3 ?

□

Ja

□

Nee

Autoriteit belast met het geven van voorafgaande (oorsprongs)besluiten

Instructies voor de toepassing van een voorafgaand besluit

Internetlink naar wetgeving en eventuele andere wijzigingen naar toepasselijke wetgeving:



BIJLAGE 2

KENNISGEVINGSMODEL VOOR DOCUMENTATIEVEREISTEN BETREFFENDE

NIET-PREFERENTIËLE OORSPRONGSREGELS

1)

Zijn er dwingende voorschriften met betrekking tot een certificaat en/of enig ander verplicht documentair bewijs van oorsprong voor invoer?

□

Ja

□

Nee**

2)

Zijn er dwingende voorschriften met betrekking tot een certificaat en/of enig ander verplicht documentair bewijs van oorsprong voor uitvoer?

□

Ja

□

Nee**

3)

Is er een gestandaardiseerde opmaak en/of inhoud van een certificaat en/of enig ander verplicht documentair bewijs van oorsprong?

Zo ja, gelieve een exemplaar bij te voegen of relevante informatie te verstrekken in het aanhangsel van deze bijlage.

 Ja        Nee

** Is het antwoord op de vragen 1 en 2 “Nee”, dan hoeft deze bijlage niet verder te worden ingevuld.

4)

Indien alleen in specifieke omstandigheden een certificaat (of ander verplicht documentair bewijs van oorsprong) vereist is, beschrijf dan in welke gevallen en op welke manier (voorgeschreven formulier of anderszins) de oorsprong moet worden aangetoond.

5)

Indien de dwingende voorschriften met betrekking tot een certificaat en/of enig ander verplicht documentair bewijs van oorsprong slechts betrekking hebben op bepaalde producten, vermeld dan voor welke GS-hoofdstukken zij gelden en op welke manier zij moeten worden nageleefd (voorgeschreven formulier of anderszins).

6)

Vrijstellingen van de dwingende voorschriften inzake het indienen van een certificaat en/of enig ander verplicht documentair bewijs van oorsprong (bv. zendingen met een geringe waarde, postzendingen enz.).

7)

In voorkomend geval: overheidsinstanties of andere autoriteiten belast met de afgifte van certificaten en/of enig ander verplicht bewijs van oorsprong.

8)

Verwijs naar de toepasselijke wetgeving voor de vragen 1 tot en met 7

BIJLAGE 2 - AANHANGSEL

Gelieve een exemplaar van het voorgeschreven formulier bij te voegen en/of een internetlink te vermelden naar het voorgeschreven formulier voor het certificaat van oorsprong (of een ander verplicht documentair bewijs van oorsprong), indien van toepassing.

__________

(1)

Dit doet geen afbreuk aan het feit dat de bevoegde autoriteiten voor controledoeleinden andere bewijzen van oorsprong kunnen verlangen.

(2)

Het is wel te verstaan dat dit informatiepunt hetzelfde kan zijn als het punt dat is opgericht of in stand wordt gehouden krachtens artikel 1, lid 3, (Informatiepunten) van de Overeenkomst inzake handelsfacilitatie, en de Leden hoeven niet meer inlichtingen noch formulieren en documenten te verstrekken dan hetgeen onder die overeenkomst valt.

(3)

Zoals omschreven in artikel 2, onder h), van de Overeenkomst betreffende de oorsprongsregels en artikel 3 van de Overeenkomst inzake handelsfacilitatie.