31982D0897

82/897/EEG: Beschikking van de Commissie van 15 december 1982 inzake een procedure op grond van artikel 85 van het EEG-Verdrag (IV/C-30.128 Toltecs-Dorcet) (Slechts de teksten in de Duitse en de Nederlandse taal zijn authentiek)

Publicatieblad Nr. L 379 van 31/12/1982 blz. 0019 - 0029


++++

BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 16 december 1982

inzake een procedure op grond van artikel 85 EEG-Verdrag

( IV/C-30.128 Toltecs-Dorcet )

( Slechts de teksten in de Duitse en de Nederlandse taal zijn authentiek )

( 82/897/EEG )

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap ,

Gelet op Verordening nr . 17 van de Raad van 6 februari 1962 , eerste verordening over de toepassing van de artikelen 85 en 86 van het EEG-Verdrag ( 1 ) , laatstelijk gewijzigd bij de Toetredingsakte van Griekenland , en met name op de artikelen 3 en 15 ,

Gezien de klacht welke op 12 juni 1980 conform artikel 3 van Verordening nr . 17 is ingediend door de heer Antonius Segers ( hierna " Segers " te noemen ) ,

Na de betrokken ondernemingen in de gelegenheid te hebben gesteld hun standpunt kenbaar te maken ter zake van de punten van bezwaar welke de Commissie in aanmerking heeft genomen overeenkomstig artikel 19 , lid 1 , van Verordening nr . 17 en Verordening nr . 99/63/EEG van de Commissie van 25 juli 1963 over het horen van belanghebbenden en derden overeenkomstig artikel 19 , leden 1 en 2 , van Verordening nr . 17 van de Raad ( 2 ) ,

Geraadpleegd het Adviescomité voor mededingingsregelingen en economische machtsposities op 14 juli 1982 overeenkomstig artikel 10 van Verordening nr . 17 ,

In overweging van het volgende :

I . De feiten

1 . Het familiebedrijf P . L . Segers en Zonen werd in 1896 in Nederland opgericht om koffie , thee en tabak te verwerken en te verkopen . Eerst in 1969 begon de onderneming met de fabricage van tabaksprodukten ten dele voor derden onder hun merken , ten dele voor eigen afzet via een in hetzelfde jaar nieuw opgericht bedrijf , de tabaksindustrie Toltecs . De beide ondernemingen , met zetel te Roosendaal , behoren momenteel aan de heer Segers en worden door hem geleid .

Segers heeft voor het eerst in 1969 het merk Toltecs Special gebruikt en voor Duitsland en andere landen internationaal laten inschrijven . Op 31 januari 1973 heeft hij opnieuw het merk Toltecs Special ( beeld en woord in de hieronder beschreven vorm ) onder nummer 395 536 in de warenklasse 34 , ruwe tabak en tabaksprodukten , voor onder andere Duitsland , Frankrijk , Italië en de Benelux , internationaal laten inschrijven .

Overeenkomstig de door Segers op 16 januari 1975 met de BAT Cigaretten-Fabriken GmbH gesloten overeenkomst heeft de laatstgenoemde op 21 januari 1975 haar oppositie tegen de inschrijving in Duitsland ingetrokken , die daarop ook in dat land kon plaatsvinden . Het merk Toltecs Special ( hierna : " Toltecs " ) is een fantasieaanduiding , die aansluiting zoekt bij de naam van de Mexikaanse Indianenstam de Tolteken ; het is in de afgelopen vijf jaar alleen in Nederland en Duitsland gebruikt .

Segers heeft tot dusver aan tabaksprodukten uitsluitend fijngesneden tabak van lichte , halfzware en zware smaak geproduceerd , waarnaar de vraag in de afgelopen jaren gedurig is toegenomen . Of de onderneming in de toekomst ook pijptabak zal produceren , zal van de marktontwikkeling afhangen . Sinds 1978 verkoopt Segers zijn shag-tabak bijna uitsluitend in Nederland . Zijn afzet heeft zich in 1981 ten opzichte van 1978 verdubbeld ; hij ligt iets onder de 1 % van de totale Nederlandse afzet van shag , die in 1981 14 353 ton bedroeg .

" Feinschnitt-tabak " ( shag ) en krulsnedetabak vormen samen de rooktabaksmarkt ; de eerste wordt vooral gebruikt voor het zelf rollen van sigaretten , de laatste alleen voor het pijproken . De voornaamste rooktabaksfabrikanten in Nederland zijn Douwe Egberts BV , Van Nelle Lassie BV , Niemeyer BV en Gruno-van Rossem BV , Nederland is een van de voornaamste exporteurs van rooktabak ter wereld .

2 . De BAT Cigaretten-Fabriken GmbH te Hamburg ( hierna " BAT " te noemen ) , een dochtermaatschappij van de grootste sigarettenfabrikant ter wereld , British American Tobacco Company , London ( jaaromzet 1980 : ca . 7,6 miljard pond sterling ) , houdt zich bezig met de fabricage en afzet van tabaksprodukten . Zij gaf op 18 december 1968 de fantasieaanduiding Dorcet ter inschrijving in het Duitse merkenregister op . De inschrijving had op 15 januari 1970 plaats onder nummer 865 058 in warenklasse 34 voor ruwe tabak , tabaksprodukten en sigarettenpapier . Het merk Dorcet is nimmer gebruikt .

De BAT heeft in het jaar 1981 haar positie als op één na de grootste Duitse sigarettenfabrikant opnieuw bevestigd . De onderneming haalde met een binnenlandse afzet van 35,6 miljard stuks sigaretten een marktaandeel van 27,4 procent ; 18,1 procent daarvan ging naar de sinds twee decennia leidende filtersigaret HB . De totale omzet van BAT steeg in 1981 tot bijna 4,2 miljard DM ( inclusief verbruiksbelasting , exclusief BTW ) .

In 1981 heeft BAT de sector rooktabak systematisch verder uitgebouwd , met het accent op de lichte shagsoorten . Volgens gegevens uit de vakliteratuur ( 3 ) leidt BAT op dit gebied met haar " Gold Dollar-shag " de markt ( afzet : 711 000 kg ) . Terwijl de shag-afzet van alle aanbieders op de Duitse markt ten opzichte van het voorafgaande jaar met 14 % steeg tot ongeveer 11 700 ton , kon BAT in totaal op de shag-sector 863 000 kg afzetten . Zij nam daarmede de vijfde plaats in met een marktaandeel van meer dan 7 % , na Martin Brinkmann AG , Theodorus Niemeyer Holland Tabak GmbH , Douwe Egberts Agio GmbH en Alois Poeschl GmbH en Co KG ( met respectievelijk circa 30 , 23 , 18 en 7,4 % marktaandeel in het eerste kwartaal van 1982 ) . Deze vijf aanbieders van shag vertegenwoordigen te zamen daardoor meer dan 85 % van de Duitse markt ; de overige 15 % gaan naar ongeveer 25 andere fabrikanten en importeurs ( 4 ) .

Ook de import van shag naar Duitsland uit andere Lid-Staten van de Gemeenschap is in de afgelopen jaren toegenomen : terwijl hij in 1976 ongeveer 2 500 ton bedroeg , haalde hij in 1981 ongeveer 5 500 ton . Deze import kwam grotendeels uit Nederland .

Het aantal mensen dat zijn sigaretten zelf rolt , is in de afgelopen jaren in Duitsland gedurig gestegen . De gunstige ontwikkeling bij de fijngesneden tabak , die de belangrijkste factor is bij de uitbreiding van de Duitse rooktabaksmarkt , vindt enerzijds haar oorzaak in het bereiken van intellectuelen en studenten als afnemers en anderzijds in de stijging van de detailhandelsverkoopprijzen bij industrieel vervaardigde sigaretten als gevolg van de BTW en de tabaksaccijnzen . Volgens gegevens uit de genoemde vakliteratuur ( 5 ) werden er in de Bondsrepubliek in 1981 meer dan twaalf miljard sigaretten door rokers zelf gerold . Dat komt overeen met bijna 10 procent van de afzet van fabriekssigaretten . Wegens de verhoging van de tabaksbelasting die op 1 juni 1982 in werking trad , rekent men bij de industrie ten minste op een verdere toename van 1,5 tot 2 miljard stuks zelfgerolde sigaretten , omdat de prijs daarvan ongeveer de helft is van de fabriekssigaret , hoewel de accijnsverhoging bij shag tot 130 % bedraagt , ten opzichte van circa 39 % bij de fabriekssigaret . Volgens dezelfde bron zal de lichte shag bij de toenemende vervanging van de fabriekssigaret door de zelfgedraaide in de nabije toekomst nog aan betekenis toenemen . Momenteel vertegenwoordigt de lichte shag 37,18 % en halfzware tabak 33,77 % van de afzet .

In 1980 heeft de BAT 61 500 kg pijptabak afgezet ; in 1981 64 400 kg . Dat is ongeveer 3,7 % van de totale afzet aan pijptabak van 1 740 ton in Duitsland . Bij de verkoop van rooktabak vervult de beroepsdetailhandel een zeer belangrijke functie . Volgens het jaarverslag van BAT over 1980 kon het door haar aangeboden assortiment rooktabak bij deze handelspartner prachtig worden ingevoerd , hetgeen heeft bijgedragen tot de gunstige ontwikkeling van de afzet .

3 . Op 25 juli 1973 voerde BAT op grond van haar merk Dorcet oppositie tegen het ingeschreven merk Toltecs . Hoewel Segers het vraagstuk van de mogelijke verwarring van de merken Dorcet en Toltecs Special bij brief van zijn octrooi-advocaat van 25 januari 1974 uitdrukkelijk open liet , legde hij BAT bij deze brief het volgende voorstel voor een vergelijk voor , om haar tot intrekking van de oppositie te bewegen .

" Mocht uw opdrachtgeefster BAT de oppositie intrekken , dan verplicht mijn cliënt Segers zich voor zich en zijn eventuele rechtsopvolgers respectievelijk licentienemers rechtens de warenregistratie van haar IR-merk 395 536 voor de Bondsrepubliek Duitsland zich tot " krulsnedetabak " ( shag ) te beperken en het woord-beeldmerk " Toltecs " na toekenning van de bescherming in de Bondsrepubliek Duitsland uitsluitend nog voor deze speciale waar te zullen gebruiken en aan de inschrijving en het gebruik van dit merk jegens haar principaal geen rechten te ontlenen , en met name geen oppositie te voeren , indien deze haar merk " Dorcet " of een soortgelijk teken - uitgezonderd " Toltecs " - voor dezelfde of gelijksoortige waren zoals in het warenregister voor het merk 865 058 zijn opgesomd opnieuw als merk in de Bondsrepubliek Duitsland inschrijft of in gebruik neemt . "

Op grond van dit voorstel en de daaropvolgende correspondentie , met name de aanvullende briefwisseling van 30 oktober 1974 tot 7 januari 1975 , werd met de ondertekening door BAT op 16 januari 1975 de volgende overeenkomst gesloten :

" Artikel 1

" BAT " is rechthebbende op het Duitse merk 865 058 " Dorcet " .

Artikel 2

" Segers " is rechthebbende op het internationaal ingeschreven merk 395 536 ( woord-beeldmerk ) " Toltecs Special " .

Artikel 3

" Segers " verbindt zich de warenregistratie van het IR-merk 395 536 voor de Bondsrepubliek Duitsland te beperken tot " krulsnedetabak ( shag ) " en het woord-beeldmerk Toltecs Special na verleende bescherming in de Bondsrepubliek Duitsland uitsluitend voor deze speciale waar te gebruiken en aan de inschrijving en het gebruik van dit merk jegens " BAT " geen rechten te ontlenen , ook niet wanneer deze haar merk 865 058 " Dorcet " langer dan vijf jaar niet gebruikt of wanneer zij dit merk , of daarmee in de zin van § 31 van de Duitse merkenwet verwarringwekkende tekens - met uitzondering van Toltecs Special - opnieuw aanvraagt .

Artikel 4

" Segers " verbindt zich voorts , voor de onder het IR-merk 395 536 in de handel gebrachte tabak geen reclame te maken met verwijzingen naar de inhoud , waaruit zou blijken dat deze tabak geschikt is respectievelijk aanbevolen wordt voor het rollen van sigaretten . Het gebruik van de aanduidingen " Feinschnittabak " of " Nederlandse shag " is " Segers " echter toegestaan .

Artikel 5

" BAT " verbindt zich , na ondertekening van deze overeenkomst door " Segers " , haar oppositie tegen de in IR-merk 395 536 verleende bescherming in te trekken en geen bezwaar te maken tegen het gebruik van IR-merk 395 536 voor " krulsnedetabak " in de Bondsrepubliek Duitsland . "

4 . Hoewel de tekst van de overeenkomst voor tweeërlei uitleg vatbaar en zelfs in zichzelf tegenstrijdig is , aangezien de aanduidingen " krulsnedetabak " en " shag " niet dezelfde betekenis hebben , maar zowel in Duitsland als in Nederland de eerste slechts voor pijp - en de tweede slechts voor fijngesneden tabak wordt gebruikt , blijkt uit de wijze waarop de partijen de overeenkomst toepassen , dat Segers iedere afzet van shag-tabak in Duitsland onder het merk Toltecs Special zonder toestemming van BAT moet worden verboden .

a ) Na een eerste uitvoerpoging in 1973 , waarbij 5 500 kg Toltecs-shag in Duitsland werd afgezet , startte Segers in januari 1977 de afzet van deze waar opnieuw via een alleenverkoper , de importeur Mueller-Broders . Daarvoor had BAT deze importeur bij brief van 12 juli 1976 medegedeeld dat zij het haar jegens het merk van Toltecs toekomende verbodsrecht uit hoofde van de overeenkomst van 16 januari 1975 met Segers voorshands niet zou uitoefenen , wanneer Mueller-Broders de aanduiding Toltecs voor shag gebruikte . In 1977 werd door deze onderneming 17 302 kg Toltecs-shag geïmporteerd .

b ) In de loop van 1978 rezen er tussen Segers en Mueller-Broders moeilijkheden , beweerdelijk wegens de onvoldoende inspanningen van de laatstgenoemde bij de afzet . Toen de zakelijke relatie werd gestaakt , herhaalde de BAT tegenover Segers bij brief van 23 augustus 1978 haar opvatting , dat Segers op grond van de overeenkomst alleen de afzet van krulsnede - en niet van shag-tabak onder het merk Toltecs was toegestaan . Zij verklaarde in dat verband dat zij bovendien Mueller-Broders een gebruiksrecht voor dit merk voor Feinschnitt had verleend en verlangde dat Segers haar zijn eventuele nieuwe importeurs zou opgeven . Toen deze - na een korte samenwerking met de opvolgster van Mueller-Broders , de evenwel spoedig daarop ontbonden Peter Grassmann GmbH te Hamburg - om vergunning voor de afzet via de Planta GmbH und Co , Berlijn , verzocht , verklaarde BAT zich bereid , de overeenkomst tot shag uit te breiden . Zij stelde echter als verdere voorwaarde , dat Segers de bij de Peter Grassmann GmbH opgeslagen resterende hoeveelheden Toltecs-tabak zou opkopen . Toen Segers daaraan niet voldeed , verklaarde BAT bij brief van 14 december 1979 dat zij de verdere afzet van Toltecs-shag op de Duitse markt door derden zou verhinderen en dat zij de Planta GmbH und Co een kopie van deze brief had toegezonden . Gezien deze geschillen tussen Segers en de BAT heeft de Planta GmbH und Co zich intussen uit de gesprekken over de overname van de afzet van Toltecs-Feinschnitt in Duitsland teruggetrokken . Op een brief van de gevolmachtigde van Segers van 21 mei 1980 , waarin deze vroeg om ontbinding van de overeenkomst , heeft BAT haar aanbod herhaald , de overeenkomst uit te breiden tot shag , mits Segers de resterende hoeveelheden bij Peter Grassmann GmbH zou overnemen .

Wegens het geschil met BAT heeft Segers sinds 1978 zijn uitvoer van Toltecs-shag naar Duitsland gestaakt ( begin 1978 werd nog 3 750 kg in Duitsland afgezet ) . De laatste tijd tracht Segers onder het nieuwe merk Wigwam zijn shag in Duitsland af te zetten , echter met zeer weinig succes ( afzet in 1981 : 400 kg ) .

5 . Op het verzoek om inlichtingen van de Commissie en de door de laatstgenoemde verzonden mededeling van punten van bezwaar heeft BAT schriftelijk , en op de hoorzitting van 1 april 1982 mondeling , het volgende verklaard :

a ) In de overeenkomst met Segers moet volgens haar geen inbreuk op de artikelen 85 en 86 worden gezien , aangezien deze is opgesteld in overeenstemming met het nationale merkenrecht en de beoordeling van een mogelijk gevaar voor verwarring zich uitsluitend daarnaar richt . Met de voorrang die de nationale merkenwet geeft aan het gevaar voor verwarring is volgens BAT het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen in zaak Terranova/Terrapin ( 119/75 ) van 22 juni 1976 ( 6 ) in overeenstemming , volgens hetwelk het met de bepalingen van het EEG-Verdrag betreffende het vrije verkeer van goederen verenigbaar is , dat een in een Lid-Staat gevestigde onderneming zich op grond van haar in die staat wettelijk beschermde rechten op een merk en een handelsnaam verzet tegen de invoer van produkten van een onderneming uit een andere Lid-Staat , die overeenkomstig de wettelijke regeling van deze staat zijn voorzien van een benaming die met het merk en de handelsnaam van de eerstbedoelde onderneming kan worden verward .

Er zou tussen BAT en Segers juridisch noch economisch afhankelijkheid bestaan . De betrokken benamingen " Dorcet " en " Toltecs " zouden onafhankelijk van elkaar zijn ingevoerd ; zij zouden naar klank overeenstemming vertonen , hetgeen volgens het in het Duitse merkenrecht ruim opgevatte begrip van het verwarringsgevaar zou volstaan om zulk een gevaar voor verwarring aan te nemen . De klankovereenstemming tussen de beide tekens zou het gevolg zijn van een overeenstemmende volgorde der klinkers , terwijl de medeklinkers " qua karakter gelijk " zouden zijn en bij de laatste drie letters " CET " en " TEC " zou slechts een eenvoudige omkering hebben plaatsgevonden . De aan Segers opgelegde verplichtingen zouden derhalve binnen de grenzen zijn gebleven van het verbodsrecht van de eigenaar van het oudere merk Dorcet . Overigens behoeft volgens BAT niet te worden ingegaan op het vraagstuk van het gevaar voor verwarring , omdat alle betrokkenen ervan uitgaan dat zulk een gevaar aanwezig is . Segers deelt ook deze opvatting , zoals zou blijken uit het feit dat het initiatief tot het sluiten van de overeenkomst is uitgegaan van Segers in zijn reeds genoemde brief van 25 januari 1974 .

Ten slotte zou de tussen de ondernemingen bestaande overeenkomst een concurrentieverruimend karakter hebben . Zonder haar zou Segers eventueel in het geheel niet op de Duitse markt zijn binnengekomen , dan wel zou een langdurige procedure zijn ontstaan welke BAT alleen reeds uit hoofde van haar kapitaalkracht beter had kunnen volhouden dan een kleine , juist op de markt binnengekomen onderneming als Segers .

b ) Afgezien van de bovengenoemde principiële opmerkingen over de problematiek van de merkenrechtelijke afbakening , zou uit de objectieve interpretatie van de overeenkomst blijken dat deze niet bestaat in het algemene verbod van de afzet van Toltecs-shag maar slechts in de Segers in artikel 4 opgelegde verplichting , geen reclame te maken met de geschiktheid van dit produkt voor het rollen van sigaretten . In de overeenkomst werd in artikel 3 bij vergissing weliswaar krulsnede gelijkgesteld aan shag - deze formulering is trouwens terug te voeren op de brief van de gevolmachtigde van Segers - maar zij moet volgens artikel 4 betrekking hebben op fijngesneden tabak , aangezien met pijptabak geen sigaretten kunnen worden gerold . Bovendien zou artikel 4 Segers , reeds uit hoofde van de fiscaal-rechtelijk voorgeschreven aanduidingen op de accijnsbanderol , het gebruik van de aanduiding shag toestaan .

In feite zou er tussen de partijen bij het sluiten van de overeenkomst geen twijfel aan hebben bestaan dat Segers daaraan het recht ontleende het merk Toltecs Special voor shag te gebruiken . Later zouden echter - naar aanleiding van het geschil tussen Segers en Mueller-Broders , alleen om de laatstgenoemde wegens zijn langdurige goede zakelijke relaties bij het geldend maken van zijn aanspraken te helpen - de vertegenwoordigers van BAT bewust de verkeerde mening hebben geuit dat de overeenkomst een afzetverbod voor Toltecs fijngesneden tabak inhield . Tot verbazing van iedereen zou Segers dan geen beroep hebben gedaan op zijn aanzienlijk ruimere contractuele rechten . Uit deze latere feitelijke toepassing zou echter geen andere contractuele inhoud in de zin van artikel 85 kunnen worden afgeleid .

c ) BAT zou het merk Dorcet nooit hebben gebruikt . Naar haar oordeel ging het echter niet om de gebruikssituatie bij Dorcet , omdat de klager zelf had afgezien van een beroep op het niet-gebruik . Afgezien daarvan bevatte die overeenkomst geen algemene niet-betwistingsclausule , die Segers zou verhinderen doorhaling van het merk Dorcet te vorderen , wegens niet-gebruik . Ondanks een aantal meningsverschillen zou de tekst van de overeenkomst zo moeten worden geïnterpreteerd dat alleen vorderingen , ongeacht een eventueel niet-gebruik , verboden waren die uitgingen van de door inschrijving en gebruik van het merk Toltecs Special verkregen positie van het merk . Men zou aan een reeks gevallen kunnen denken waarin dit verbod praktisch kon worden toegepast , zoals bij een verlies van de voorrang voor het merk Dorcet , bij voorbeeld bij overname van het gebruik na afloop van de termijn van vijf jaar , of bij een nieuwe aanvraag voor dit of een daarmee te verwarren merk .

d ) Overigens zou de formulering waarbij de Commissie een vraagteken plaatste , dit wil zeggen de intrekking van de oppositie tegen de goedkeuring van de inschrijving van het aangevraagde merk , gekoppeld aan de niet-betwistingsclausule , inhoudend dat men ook na afloop van de termijn van vijf jaar niet tegen het oudere merk zou optreden , een formulering zijn die niet alleen bij BAT gebruikelijk was , maar althans in de Duitse merkartikelenindustrie geregeld wordt toegepast . Zij zou zelfs in merkdepartementen van grotere ondernemingen reeds in de standaardformulieren zijn opgenomen .

e ) Van een opzettelijke inbreuk op artikel 85 , lid 1 , zou volgens BAT reeds daarom geen sprake zijn , omdat de Commissie over het enige precedent op dit terrein , de zaak " Penneys " , eerst op 23 december 1977 uitspraak heeft gedaan en haar Beschikking 78/193/EEG ( 7 ) eerst op 2 maart 1978 werd gepubliceerd . Zou er bij het sluiten van de overeenkomst van 16 januari 1975 al van een inbreuk op artikel 85 , lid 1 , sprake zijn geweest , dan was deze na vijf jaar verjaard .

f ) Wat ook de precieze inhoud van de overeenkomst moge zijn geweest , BAT hecht aan de voortzetting ervan geen waarde meer en is gaarne bereid tot onmiddellijke ontbinding ervan over te gaan .

6 . De beide merken , waarop de overeenkomst betrekking heeft , hebben de volgende vorm :

a ) Vorm volgens inschrijving nr . 865 058 van 15 januari 1970 : zie P.b .

b ) Vorm van de door Segers gebruikte verpakking : zie P.b .

c ) Vorm van het IR-merk 395 536 ten gunste van Segers : zie P.b .

II . Toepasselijkheid van artikel 85 , lid 1 , van het EEG-Verdrag

1 . Volgens artikel 85 , lid 1 , van het EEG-Verdrag zijn overeenkomsten tussen ondernemingen , welke de handel tussen Lid-Staten ongunstig kunnen beïnvloeden en ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt wordt verhinderd , beperkt of vervalst , onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt en verboden .

2 . De overeenkomst tussen Segers en de BAT is zulk een overeenkomst tussen ondernemingen in de zin van artikel 85 , lid 1 .

3 . De overeenkomst omvat clausules die ertoe strekken en ten gevolge hebben dat de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt wordt beperkt .

A . Volgens artikel 3 , eerste zinsdeel , artikel 4 en artikel 5 , van de overeenkomst , zoals zij vanaf het begin door partijen is toegepast , mag Segers zonder toestemming van BAT geen shag-tabak onder het merk Toltecs naar Duitsland importeren en daar in de handel brengen .

a ) Door deze overeenkomst is Segers met zijn shag-tabak van de Duitse markt uitgesloten of althans in zijn concurrentievrijheid dermate beperkt , dat de afzet van deze waar slechts via de BAT welgevallige importeurs of na vervulling van verdere door BAT gestelde voorwaarden , zoals de overname van de resterende voorraad Toltecs-tabak bij de Peter Grassmann GmbH , kan plaatsvinden . De overeenkomst heeft derhalve een beperking van de mededinging in de zin van artikel 85 , lid 1 , ten doel .

Het betoog van BAT als zou de overeenkomst vanaf 16 januari 1975 volgens objectieve interpretatie alleen bestaan uit de beperking van de vrijheid van Segers om reclame te maken , en zou uit de verkeerde rechtspositie die door BAT na het sluiten van de overeenkomst is ingenomen geen andere contractinhoud kunnen worden afgeleid die Segers nog verder zou hebben beperkt , vermag in de bovenstaande conclusie geen wijziging te brengen .

Gezien deze rechtspositie , die reeds in 1976 door BAT werd ingenomen , toen Mueller Broders de afzet van Toltecs-shag op zich nam en die regelrecht aansluit bij de objectief dubbelzinnige formulering van de contracttekst , was Segers genoodzaakt , zich zo te gedragen alsof de overeenkomst het afzetverbod inhield waarop BAT een beroep deed . Dienovereenkomstig moest hij de afzet van zijn shag in Duitsland opgeven , wilde hij zich niet onderwerpen aan de condities van BAT of het gevaar lopen in dure , voor hem financieel niet draagbare rechtsgeschillen met een economisch sterke onderneming als BAT te worden verwikkeld .

Zelfs al zou de overeenkomst in de toekomst alleen worden toegepast in de zin welke BAT daaraan thans tracht te geven , dat zij namelijk Segers alleen verplicht , geen reclame te maken met de deugdelijkheid van zijn Toltecs-shag voor het rollen van sigaretten , dan zou dit een beperking van de vrijheid van Segers bij de toepassing van een belangrijke concurrentieparameter opleveren , die onder artikel 85 valt .

b ) Bovendien heeft de overeenkomst een beperking van de mededinging tussen BAT en derde ondernemingen tot gevolg . Niet alleen Segers is met zijn waar van een ongehinderde afzet in Duitsland uitgesloten , maar de concurrentievervalsingen treffen ook onafhankelijke handelsondernemingen , die waren onder het merk Toltecs in Duitsland willen aanbieden . Dit geldt met name voor de Planta GmbH und Co te Berlijn , die door BAT , onder verwijzing naar de overeenkomst met Segers en de beweerdelijke mogelijkheid van verwarring der merken Dorcet en Toltecs , werd genoodzaakt , van de verkoop van Toltecs-shag af te zien .

c ) Tegen de toepassing van artikel 85 , lid 1 , kan niet worden ingebracht dat de uitsluitingseffecten van de overeenkomst ook door de eenzijdige uitoefening van de rechten uit het merk Dorcet door BAT zouden kunnen worden verwezenlijkt en dat derhalve causaliteit tussen de overeenkomst en belemmering van de concurrentie ontbreekt .

In het arrest " Terrapin/Terranova " heeft het Hof van Justitie uitgemaakt dat bij de huidige stand van het gemeenschapsrecht de merkenrechtelijke verbodsactie tegen de invoer van een van een verwarringwekkend merk voorzien produkt ondanks haar concurrentiebeperkende werking wordt erkend , mits de betrokken rechten onafhankelijk van elkaar zijn ontstaan en niet toebehoren aan onderling verbonden ondernemingen .

BAT gaat ervan uit dat dit principe , dat geldt voor de wettelijk bestaande verbodsactie , ook moet worden toegepast op een " afbakenings " -overeenkomst die ten dele als grond voor deze actie geldt , en ten dele deze actie ten gunste van de contractpartner uitschakelt . BAT zegt dat zij zich slechts het haar toekomende recht heeft voorbehouden om in Duitsland , waar zij het oudere merk bezit , de import van shag-tabak onder het merk Toltecs in bepaalde gevallen te verhinderen . Segers zou uit de gesloten overeenkomst slechts voordeel hebben getrokken , aangezien het gebruik van het merk Toltecs in Duitsland toch nog altijd in bepaalde omvang mogelijk zou zijn gemaakt ; ten slotte werd volgens haar daardoor de concurrentie verruimd . Deze rechtsopvatting is in beginsel weliswaar juist , zij kan echter om redenen van feitelijke aard op het onderhavige geval geen toepassing vinden .

d ) Bij de huidige stand van het gemeenschapsrecht vormen beperkingen van het gebruik van een jonger merk in gevallen waarin gelijksoortigheid van waren en een ernstig gevaar voor verwarring bestaat , en de rechthebbende op het oudere merk derhalve zeer waarschijnlijk inschrijving en gebruik van het jongere merk kan verhinderen , geen beperkingen van de mededinging in de zin van artikel 85 , lid 1 , aangezien de verbodsactie in de zin van de rechtspraak van het Hof een bestanddeel van het oudere merk vormt .

e ) Hoe groter de afstand tussen de waren onderling of hoe geringer het gevaar voor verwarring is , hoe meer overeenkomsten evenwel in overeenstemming moeten zijn met het prioritaire doel , de eenheid van de gemeenschappelijke markt ; de partijen moeten derhalve uit de mogelijke conflictoplossingen de oplossing kiezen die het gebruik van de beide merken op de gehele gemeenschappelijke markt het minst beperkt . Daartoe kan een overeenkomst moeten worden gerekend , volgens welke het litigieuze merk alleen in een bepaalde opmaak ( kleur , vorm der letters , toevoegingen van firmanaam , enz . ) of eventueel slechts voor bepaalde waren mag worden gebruikt .

De Commissie erkent dat er in dergelijke gevallen een zekere beoordelingsspeelruimte van het betrokken nationale recht en ook van de contractpartijen bestaat , waarmee ook bij de toepassing van artikel 85 , lid 1 , rekening dient te worden gehouden .

f ) In het onderhavige geval kan de Commissie in het kader van het onderzoek naar de overeenkomst in het licht van artikel 85 echter geen ernstig gevaar voor verwarring tussen de woordmerken Dorcet en het woord - en beeldmerk Toltecs aannemen . Een optisch of fonetisch gevaar voor verwarring bestaat zelfs niet , wanneer men , afgezien van de voor Segers ingeschreven en door hem gebruikte beeldelementen ( een op vier tabaksbladeren liggende houten schep binnen een op bijzondere wijze uitgevoerde omlijsting tegen een gouden achtergrond ) , de woorden Dorce en Toltecs met elkaar vergelijkt . De bewering van BAT dat de beide merken dezelfde klank hebben en derhalve aanleiding tot verwarring geven , vermag daarin geen verandering te brengen .

In tegenstelling tot hetgeen BAT meent , is het antwoord op de vraag naar het gevaar voor verwarring tussen twee merken van verschillende oorsprong niet alleen afhankelijk van de beoordeling naar het nationale merkenrecht . Zoals het Hof in het genoemde arrest " Terrapin/Terranova " uiteengezet heeft , kan deze beoordeling namelijk de toepassing van het gemeenschapsrecht , dit wil zeggen de regels inzake het vrije verkeer van goederen en de concurrentieregels , in het spel brengen . Hoe meer de nationale beoordeling het beschermingsgebied van het merk Dorcet uitbreidt , des te meer beperkt zij de import van de waren met het merk Toltecs naar Duitsland .

B . Volgens artikel 3 , tweede zinsdeel , van de overeenkomst verplicht Segers zich , aan de inschrijving en het gebruik van het merk Toltecs Special jegens BAT geen rechten te ontlenen , ook niet wanneer deze haar merk Dorcet langer dan vijf jaar niet gebruikt of wanneer zij dit merk , of daarmee in de zin van § 31 van de Duitse merkenwet verwarringwekkende tekens - met uitzondering van Toltecs Special - opnieuw aanvraagt .

a ) BAT heeft aanvankelijk tegenover de Commissie bij brief van 9 september 1980 het standpunt ingenomen dat deze clausule voor Segers een alomvattende , juridisch toelaatbare verplichting inhield , iedere betwisting van het merk Dorcet , ook na vijf jaar , achterwegen te laten . Na ontvangst van de mededeling van punten van bezwaar van de Commissie heeft BAT haar standpunt zo gewijzigd dat deze clausule Segers niet meer zou verhinderen de doorhaling van het merk Dorcet wegens niet-gebruik te bewerkstelligen .

b ) Zelfs uitgaande van het gewijzigde standpunt van BAT , dient de clausule tot het waarborgen van een concurrentiebeperkende overeenkomst ( zie deel II , punt 3 . A ) , en valt zij ook onder artikel 85 , lid 1 . Zij ontneemt Segers de mogelijkheid , in geval van doorhaling van het merk Dorcet wegens niet-gebruik , zijn intussen ontstane rechten op het merk Toltecs onbeperkt jegens BAT geldend te maken . Bovendien beperkt deze clausule de rechten van Segers ook in het geval waarin het merk Dorcet , omdat het eerst na het intreden van de mogelijkheid van doorhaling of bij een nieuwe aanvraag om dit merk door BAT wordt gebruikt , op zichzelf jegens Toltecs zijn prioriteit zou verliezen . De clausule verhindert Segers , jegens het later eventueel in gebruik genomen of nieuw aangevraagde merk Dorcet zijn voortaan ondere merk Toltecs geldend te maken . Daarmede geeft Segers een verweermiddel prijs dat aanzienlijk gemakkelijker kan worden toegepast dan het betwisten van het gevaar voor verwarring . Ten slotte wordt het Segers moeilijk gemaakt zich van de contractuele beperking op de registratie en het gebruik van zijn merk Toltecs te bevrijden en daarmede een belemmering voor zijn economische activiteit in Duitsland weg te ruimen .

Te zamen met de overeengekomen beperkingen op de inschrijving en het gebruik van het merk Toltecs heeft de niet-betwistingsclausule ten doel een legitieme uitbreiding van het toepassingsgebied voor dit merk voor de gehele toekomst te verhinderen en versterkt zij daardoor de merkenrechtelijke positie van de BAT .

In strijd met de in de genoemde brief van BAT van 9 september 1980 tot uitdrukking gebrachte opvatting is het door Segers bij contract afstand doen van het recht om wegens niet-gebruik van het merk Dorcet te ageren , voor de toepassing van artikel 85 niet relevant . Het prioritaire belang van de Gemeenschap bij de doorhaling van niet-gebruikte of anderszins betwistbare merken vereist dat noch Segers noch derden worden belemmerd zulk een doorhaling met al haar gevolgen te bewerkstelligen .

c ) Het betoog van BAT dat de gebruiksdwang , zoals die bij voorbeeld in Duitsland op grond van de wet van 4 december 1967 ( 8 ) bestaat , nog geen figuur van het gemeenschapsrecht is , aangezien hij eerst is opgenomen in de ontwerp-verordening voor de vorming van een EEG-merk en in het nationale recht in Denemarken onbekend is , is om redenen van feitelijke aard irrelevant . Het doel van de gebruiksdwang is , het probleem op te lossen van de verstopping van het merkenregister door niet-gebruikte depotmerken , om op deze wijze de inschrijving van nieuwe merken voor nieuwe produkten en daardoor de toegang tot de markt voor deze produkten te vergemakkelijken . Een en ander berust op het feit dat voor woordtekens de combinatiemogelijkheden van de letters van het alfabet mathematisch beperkt zijn en dat dan slechts een deel van deze combinatiemogelijkheden uitspreekbare lettergrepen oplevert . De handhaving voor onbepaalde tijd van niet-gebruikte depotmerken heeft ertoe geleid dat in vele landen , waaronder een aantal Lid-Staten , nieuwe merken , voor zover zij gegrond zijn op letters , niet meer beschikbaar waren . Dit geldt binnen de Gemeenschap met name voor Frankrijk met 301 711 , Duitsland met 285 317 en het Verenigd Koninkrijk met 244 100 ingeschreven merken . Daarentegen bestaan er in Denemarken slechts 86 753 ingeschreven merken ( 9 ) . Om redenen van feitelijke aard vormen deze overeenkomsten die in een Lid-Staat met een groot merkenbestand de inschrijving en het gebruik van nieuwe merken bemoeilijken , ernstiger inbreuken op artikel 85 dan in Lid-Staten met een klein merkenbestand .

4 . De genoemde clausules van de overeenkomst kunnen de handel tussen Lid-Staten bovendien ongunstig beïnvloeden . Zij verhinderen de vrije export en import van contractprodukten uit Nederland naar Duitsland , door kunstmatige handelsbarrières op te richten , op een wijze die nadelig kan zijn voor de verwerkelijking van de doelstellingen van één enkele markt tussen de staten .

Bovendien zijn de beperking van de mededinging en haar rechtstreekse gevolgen voor het verkeer van goederen binnen de staten waarneembaar . De Commissie heeft er reeds in haar Beschikking 75/297/EEG " Sirdar/Phildar " ( 11 ) op gewezen , dat het overgaan van een gebruikt merk op een ander teken als gevolg van het daarmee verbonden verlies van het reclame-effect van het merk en andere feitelijke moeilijkheden problematisch , zoniet economisch onmogelijk is . In het onderhavige geval is het merk Toltecs sinds enkele jaren gebruikt en is onder dit merk bijna een derde van de tabakswarenproduktie van Segers naar Duitsland geëxporteerd . Sinds die tijd is de produktie van Segers aanzienlijk gestegen , maar is zijn export naar Duitsland ten gevolge van de toepassing van de overeenkomst door BAT sinds 1978 praktisch tot stilstand gekomen , ofschoon de vraag naar Nederlandse shag in Duitsland gedurig toeneemt .

Bij de structuur van de tabaksmarkt in Duitsland , die door enkele grote ondernemingen wordt beheerst , weegt de belemmering van zelfs een kleine aanbieder uit een andere Lid-Staat zeer zwaar . Dit te meer omdat door de BAT in aanzienlijke omvang gelijksoortige overeenkomsten zijn gesloten .

III . Niet-toepasselijkheid van artikel 85 , lid 3 , van het EEG-Verdrag

Volgens artikel 85 , lid 3 , kunnen de bepalingen van lid 1 van dit artikel buiten toepassing worden verklaard voor een overeenkomst die bijdraagt tot verbetering van de produktie of van de verdeling der produkten of tot bevordering van de technische of economische vooruitgang , mits een billijk aandeel in de daaruit voortvloeiende voordelen de gebruikers ten goede komt , en zonder nochtans aan de betrokken ondernemingen :

a ) beperkingen op te leggen welke voor het bereiken van deze doelstellingen niet onmisbaar zijn ;

b ) de mogelijkheid te geven , voor een wezenlijk deel van de betrokken produkten , de mededinging uit te schakelen .

1 . De overeenkomst is niet bij de Commissie aangemeld , zodat reeds om formele redenen geen vrijstelling kan worden verleend .

2 . De overeenkomst valt ook niet onder artikel 4 , lid 2 , sub b ) , van Verordening nr . 17 .

a ) Segers is als rechthebbende op het merk Toltecs verkrijger noch gebruiker van een merk van BAT .

b ) Segers kan ook niet met een verkrijger of gebruiker in de zin van dit voorschrift worden gelijkgesteld , aangezien voor de verkrijging en het gebruik van zijn merk Toltecs bij gebreke van een ernstig gevaar voor verwarring met het merk Dorcet geen toestemming van BAT van node was .

c ) Overigens vormen de hierboven ( deel II , punt 3.A , sub a ) ) vastgestelde concurrentiebeperkingen , te weten

- de afzet alleen via BAT welgevallige importeurs , en

- de overname van resterende hoeveelheden bij de Peter Grassmann GmbH

geen beperkingen ten aanzien van de uitoefening van een merk onder licentie .

3 . De Commissie wijst er voor alle zekerheid op dat overeenkomsten die concurrentiebeperkingen buiten de bovengenoemde beoordelingsspeelruimte ( zie deel II , punt 3.A , sub e ) ) van het nationale recht en de contractpartijen inhouden en derhalve vallen onder artikel 85 , lid 1 , conform artikel 85 , lid 3 , kunnen worden vrijgesteld wanneer zij aan de voorwaarden van dit voorschrift voldoen . In het onderhavige geval valt echter niet in te zien hoe de overeenkomst bijdraagt tot verbetering van de produktie of de verdeling der produkten , aangezien zij ertoe strekt en ten gevolge heeft dat shag onder het merk Toltecs niet of slechts onder belastende voorwaarden in Duitsland in de handel kan worden gebracht . Vervolgens valt niet in te zien waarom de consumenten in Duitsland de op waarheid berustende vermelding zou moeten worden onthouden dat Toltecs-shag geschikt is voor het zelf rollen van sigaretten . De overeenkomst draagt derhalve niet tot enig profijt van de verbruikers bij . Ten slotte legt zij de betrokken ondernemingen verplichtingen op die niet onmisbaar zijn in de zin van de derde voorwaarde van artikel 85 , lid 3 . Zelfs al bestond het doel van de niet-betwistingsclausule daarin , het laatste nog bestaande gevaar voor verwarring uit de weg te ruimen , dan nog zou dit niet rechtvaardigen , dat Segers afstand doet van zijn rechten , zelfs voor het geval dat de BAT langer dan vijf jaar haar merk Dorcet niet gebruikt .

4 . Artikel 85 , lid 3 , is derhalve op de onderhavige overeenkomst niet van toepassing .

IV . Toepasselijkheid van artikel 3 , lid 1 , en artikel 15 , lid 2 , van Verordening nr . 17

1 . Artikel 3

Uit het bovenstaande blijkt dat de betrokken ondernemingen inbreuk hebben gemaakt op artikel 85 ; hun moet volgens artikel 3 van Verordening nr . 17 de verplichting worden opgelegd onverwijld aan deze vastgestelde inbreuk een einde te maken , door de concurrentiebeperkende clausules in de afbakeningsovereenkomst op te heffen . BAT mag deze concurrentiebeperkingen ook niet vervangen door economische druk op Segers of op importeurs , om de afzet van Toltecs-tabak in Duitsland te verhinderen of te bemoeilijken .

2 . Artikel 15 , lid 2

Volgens artikel 15 , lid 2 , kan de Commissie geldboeten van ten minste duizend en ten hoogste één miljoen rekeneenheden of tot een bedrag van ten hoogste tien procent van de omzet van elk der bij de inbreuk betrokken ondernemingen in het voorafgaande boekjaar opleggen , wanneer zij opzettelijk of uit onachtzaamheid inbreuk maken op artikel 85 , lid 1 , EEG-Verdrag .

Bij de vaststelling van het bedrag van de geldboete wordt niet alleen rekening gehouden met de zwaarte , maar ook met de duur van de inbreuk .

a ) De Commissie ziet met betrekking tot de door Segers overgenomen verplichting om geen shagtabak onder het merk Toltecs in Duitsland in omloop te brengen af van het opleggen van een geldboete , hoewel zij reeds herhaaldelijk uiting gegeven heeft aan haar bezwaren tegen gebiedsbeschermingen via beweerde afbakeningsovereenkomsten inzake merken :

- bij voorbeeld in de Beschikkingen 75/297/EEG " Sirdar/Phildar " en 78/193/EEG " Penneys " en in de zaken Persil ( 11 ) en Bayer/Tanabe ( 12 ) . Het volstaat volgens haar dat zij haar standpunt opnieuw door de onder deel IV , punt 1 , genoemde vaststelling van een inbreuk op artikel 85 , lid 1 , bekrachtigt .

b ) Het lijkt daarentegen redelijk BAT een geldboete op te leggen wegens het feit dat zij voor de niet-betwistingsclausule een termijn van meer dan vijf jaar heeft vastgesteld in geval van niet-gebruik van haar merk Dorcet .

Na de invoering van de gebruiksdwang in Duitsland bij de wet van 4 december 1967 besefte BAT dat het overeenkomen van een verbod om een beroep te doen op de door Segers verkregen rechten ook in geval van niet-gebruik van haar merk Dorcet na vijf jaar in strijd zou zijn met zin en doel van de wettelijke gebruiksdwang , volgens welke het merkenregister van niet gebruikte tekens zou moeten worden ontdaan en de toegang aan nieuwe aanvragen moest worden vergemakkelijkt .

In dit verband weegt bijzonder zwaar dat het merk Dorcet op 15 januari 1970 is ingeschreven en BAT de overeenkomst op 16 januari 1975 , dus een dag na het aflopen van de door het Duitse merkenrecht gegeven overgangstermijn , heeft ondertekend . BAT heeft daarmee beseft dat zij contractueel een echtspositie consolideerde die reeds van rechtswege niet houdbaar was .

Ook in het licht van het gemeenschapsrecht gezien heeft BAT opzettelijk gehandeld ; in Beschikking 78/193/EEG van 23 december 1977 ( Penneys ) heeft de Commissie bezwaar gemaakt tegen een niet-betwistingsclausule voor merken , voor zover het effect daarvan de tijdsduur van vijf jaar overschreed . Deze op 2 maart 1978 gepubliceerde en door de belangrijkste juridische vaktijdschriften overgenomen beschikking is BAT als merkartikelenonderneming niet onbekend gebleven . Ten slotte is BAT bij brief van de Nederlandse advocaat van Segers van 21 mei 1980 gewezen op de onverenigbaarheid van de overeenkomst met het gemeenschapsrecht . Desondanks heeft BAT tot de hoorzitting op 1 april 1982 aan de overeenkomst vastgehouden , hoewel zij het merk Dorcet nimmer heeft gebruikt .

Bij de vaststelling van de hoogte van de geldboete houdt de Commissie er rekening mede , dat deze alleen wordt opgelegd wegens de niet-betwistingsclausule , voorzover zij mede het geval omvat van niet-gebruik van het merk Dorcet gedurende een periode van meer dan vijf jaar en dat het onderhavige geval het eerste op het gebied van de industriële eigendom is waarin zij een geldboete oplegt .

De Commissie ziet er daarentegen vanaf aan Segers een geldboete op te leggen , hoewel ook hij inbreuk heeft gemaakt op artikel 85 , lid 1 . Segers is een kleine Nederlandse onderneming , die aan het begin van haar geschil met BAT over de rechtstoestand in Duitsland en het gemeenschapsrecht niet voldoende geïnformeerd was . De juridische onervarenheid van Segers blijkt voorts uit het verloop van zijn geschil met BAT , waarbij hij een klaarblijkelijk tegenstrijdige contractformulering tegen zich heeft laten gelden .

V . Aangaande het argument van de verjaring

De vastgestelde inbreuk is niet verjaard . Bij inbreuken als de onderhavige , die worden gekenmerkt door hun duur , begint de verjaring niet bij het sluiten van de overeenkomst te lopen , maar bij de beëindiging ervan ( artikel 1 , lid 2 , van Verordening ( EEG ) nr . 2988/74 van de Raad inzake de verjaring van vervolging en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen in burgerlijke en handelszaken ( 13 ) .

Nog in haar brief van 9 september 1980 heeft BAT tegenover de Commissie een beroep gedaan op het bestaan van de niet-betwistingsclausule . In het onderhavige geval kan als vroegste tijdstip voor de beëindiging van de inbreuk 1 april 1982 worden aangenomen , de datum waarop BAT op de hoorzitting heeft verklaard dat zij op de voortzetting van de overeenkomst geen prijs meer stelde ,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN :

Artikel 1

Inhoud en toepassing van de overeenkomst van 16 januari 1975 tussen de in artikel 5 genoemde ondernemingen vormen inbreuken op artikel 85 , lid 1 , van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap voor zover :

1 . Segers verplicht is , onder het merk Toltecs Special ( IR-merk 395 536 ) in de Bondsrepubliek Duitsland geen shag af te zetten of deze afzet alleen te laten plaatshebben via BAT welgevallige importeurs of na vervulling van andere voorwaarden ;

2 . Segers verplicht is , aan de inschrijving en het gebruik van het merk Toltecs Special jegens BAT geen rechten te ontlenen , ook niet wanneer deze haar merk Dorcet langer dan vijf jaar niet gebruikt of wanneer zij dit merk , of daarmee in de zin van § 31 van de Duitse merkenwet verwarringwekkende tekens - met uitzondering van Toltecs Special - opnieuw aanvraagt .

Artikel 2

De in artikel 5 van deze beschikking genoemde ondernemingen moeten aan de in artikel 1 genoemde inbreuken onverwijld een einde maken . Met name moet BAT zich onthouden van alle economische druk op Segers of importeurs welke ten doel heeft de import en de afzet van Toltecs-tabak in Duitsland te verhinderen of te bemoeilijken .

Artikel 3

Aan de onderneming BAT Cigaretten-Fabriken GmbH wordt wegens de in artikel 1 , punt 2 , vastgestelde inbreuk , voor zover de geldigheid van de niet-betwistingsclausule in geval van niet-gebruik van het merk Dorcet wordt uitgebreid tot een termijn van meer dan vijf jaar , een geldboete van 50 000 ( vijftigduizend ) Ecu opgelegd . Dit is een bedrag van 115 635 Deutsche Mark .

Artikel 4

De in artikel 3 opgelegde geldboete moet binnen een termijn van drie maanden , te rekenen vanaf de dag van kennisgeving van deze beschikking , aan de Commissie worden betaald op haar onderstaande rekening :

Bankhaus , Sal . Oppenheimer , D-5000 Koeln , rekening nr . 260/00/64910 .

Artikel 5

Deze beschikking is gericht tot de volgende ondernemingen :

1 . BAT Cigaretten-Fabriken GmbH ,

Alsterufer 4 ,

D-2000 Hamburg 36 .

2 . Antonius Segers ,

Raadhuisstraat 41 ,

NL-4701 PL Roosendaal .

Deze beschikking vormt in de zin van artikel 192 van het EEG-Verdrag executoriale titel .

Gedaan te Brussel , 16 december 1982 .

Voor de Commissie

Frans ANDRIESSEN

Lid van de Commissie

( 1 ) PB nr . 13 van 21 . 2 . 1962 , blz . 204/62 .

( 2 ) PB nr . 127 van 20 . 8 . 1963 , blz . 2268/63 .

( 3 ) Die Tabak-Zeitung van 2 . 7 . 1982 .

( 4 ) Die Tabak-Zeitung Dokumentation , Rauchtabak 1982 , van 20 . 8 . 1982 .

( 5 ) Die Tabak-Zeitung van 16 en 23 . 4 . 1982 .

( 6 ) Jurisprudentie van het Hof van Justitie , 1976 , blz . 1039 .

( 7 ) PB nr . L 60 van 2 . 3 . 1978 , blz . 19 .

( 8 ) Bundesgesetzblatt 1967 I , blz . 853 .

( 9 ) Organisation Mondiale de la Propriété Intellectuelle , Statistique de propriété industrielle , 1980 , blz . 30 .

( 10 ) PB nr . L 125 van 16 . 5 . 1975 , blz . 27 .

( 11 ) Zevende verslag over het mededingingsbeleid nr . 138-140 .

( 12 ) Achtste verslag over het mededingingsbeleid nr . 125-127 .

( 13 ) PB nr . L 319 van 29 . 11 . 1974 , blz . 1 .