<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><ORDER xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://formex.publications.europa.eu/schema/formex-04.cj-20080212.xd"><BIB.ORDER><REF.CASE FILE="ECRT11995NLA.0500194101.case.xml"><NO.CASE>T-183/94</NO.CASE></REF.CASE><NO.CELEX>61994B0183</NO.CELEX><NO.SEQ>0017.0001</NO.SEQ><PAGE.FIRST>1943</PAGE.FIRST><PAGE.SEQ>1</PAGE.SEQ><PAGE.LAST>1970</PAGE.LAST><PAGE.TOTAL>28</PAGE.TOTAL><AUTHOR>T</AUTHOR></BIB.ORDER><CURR.TITLE><LEFT>BESCHIKKING VAN <DATE ISO="19950629">29.6.1995</DATE> — ZAAK T-183/94</LEFT><RIGHT>CANTINA COOPERATIVA FRA PRODUTTORI VITIVINICOLI DI TORRE DI MOSTO E. A. / COMMISSIE</RIGHT></CURR.TITLE><TITLE><TI><P><HT TYPE="UC">Beschikking van het Gerecht</HT> (Derde kamer — uitgebreid)</P><P><DATE ISO="19950629">29 juni 1995</DATE><NOTE NOTE.ID="E0001" NUMBERING="STAR"><P>Procesual: Italiaans.</P></NOTE></P></TI></TITLE><ORDER.INIT><P>In zaak T-183/94,</P></ORDER.INIT><PARTIES><PLAINTIFS><P><HT TYPE="BOLD">Cantina cooperativa fra produttori vitivinicoli di Torre di Mosto e. a.,</HT> vertegenwoordigd door I. Cacciavillani, advocaat te Venetië (Italie), domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ten kantore van A. Lorang, Rue Albert I 51,</P><PARTY.STATUS>verzoekers,</PARTY.STATUS></PLAINTIFS><AGAINST>tegen</AGAINST><DEFENDANTS><P><HT TYPE="BOLD">Commissie van de Europese Gemeenschappen,</HT> vertegenwoordigd door E. de March, juridisch adviseur, als gemachtigde, bijgestaan door A. Dal Ferro, advocaat te Vicenza, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G. Kremlis, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,</P><PARTY.STATUS>verweerster,</PARTY.STATUS></DEFENDANTS><P>ondersteund door</P><?PAGE NO="II-1944"?><INTERVENERS><P><HT TYPE="BOLD">Raad van de Europese Unie,</HT> vertegenwoordigd door A. Brautigam, juridisch adviseur bij zijn juridische dienst, en door D. Canga Fano, lid van zijn juridische dienst, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij B. Eynard, directeur van de directie Juridische zaken van de Europese Investeringsbank, Boulevard Konrad Adenauer 100,</P><P>intervenient,</P></INTERVENERS></PARTIES><SUBJECT><P>betreffende een beroep tot nietigverklaring van verschillende gemeenschapsbepalingen betreffende de verplichte distillatie in de sector wijnbouw,</P><P>geeft</P></SUBJECT><PREAMBLE.GEN><PREAMBLE.INIT><P>HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Derde kamer — uitgebreid),</P><P>samengesteld als volgt: J. Biancarelli, kamerpresident, C. P. Briët, C. B. Bellamy, P. Lindh, J. Azizi, rechters,</P><P>griffier: H.Jung</P></PREAMBLE.INIT><PREAMBLE.FINAL><P>de navolgende</P></PREAMBLE.FINAL></PREAMBLE.GEN><CONTENTS.ORDER><GR.SEQ LEVEL="1"><TITLE><TI><P>Beschikking</P></TI></TITLE><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><P>Feiten en juridisch kader</P></TI></TITLE><NP><NO.P>1</NO.P><TXT>Bij op <DATE ISO="19940429">29 april 1994</DATE> ter griffie van het Gerecht ingeschreven verzoekschrift hebben 43 coöperaties, verenigingen van wijnbouwers en individueel optredende wijnbouwers<?PAGE NO="II-1945"?> krachtens artikel 173, vierde alinea, EG-Verdrag beroep ingesteld, strekkende tot nietigverklaring van een aantal gemeenschapsbepalingen betreffende de verplichte distillatie in de sector wijnbouw.</TXT></NP><NP><NO.P>2</NO.P><TXT>Vooraf moet worden gepreciseerd, wat het doel is van de verplichte distillatie van tafelwijn in het kader van de gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt. De basisverordening ter zake is verordening (EEG) nr. 822/87 van de Raad van <DATE ISO="19870316">16 maart 1987</DATE> houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="084" DATE.PUB="1987" PAGE.FIRST="1">PB 1987, L 84, blz. 1</REF.DOC.OJ>; hierna: <QUOT.START ID="QS0001" REF.END="QE0001" CODE="201E"/>verordening nr. 822/87<QUOT.END ID="QE0001" REF.START="QS0001" CODE="201D"/>), waarvan de 44e overweging verklaart <QUOT.START ID="QS0002" REF.END="QE0002" CODE="201E"/>dat verplichte distillatie de doeltreffendste maatregel is om overschotten tafelwijn op de markt weg te werken; dat derhalve dient te worden bepaald dat deze maatregel wordt toegepast wanneer zich op de markt een situatie van ernstig gebrek aan evenwicht voordoet en dat nauwkeurige criteria dienen te worden vastgesteld aan de hand waarvan moet worden beoordeeld of van een dergelijk gebrek aan evenwicht sprake is<QUOT.END ID="QE0002" REF.START="QS0002" CODE="201D"/>.</TXT></NP><NP><NO.P>3</NO.P><TXT>Artikel 39, lid 1, van verordening nr. 822/87 bepaalt:</TXT><P><QUOT.S LEVEL="1"><NP><NO.P><QUOT.START ID="QS0003" REF.END="QE0003" CODE="201E"/>1.</NO.P><TXT>Wanneer voor een wijnoogstjaar de markt voor tafelwijn en wijn die tot tafelwijn kan worden verwerkt, een ernstig gebrek aan evenwicht vertoont, wordt tot verplichte distillatie van tafelwijn besloten.</TXT><P>Van een ernstig gebrek aan evenwicht op de markt als bedoeld in de eerste alinea, wordt geacht sprake te zijn:</P><P><LIST TYPE="alpha"><ITEM><NP><NO.P>a)</NO.P><TXT>wanneer de bij de aanvang van het wijnoogstjaar geconstateerde beschikbare hoeveelheden het normale gebruik met meer dan vier maanden overtreffen of</TXT></NP></ITEM><ITEM><NP><NO.P>b)</NO.P><TXT>wanneer de produktie meer dan 9 % hoger ligt dan het normale gebruik of</TXT></NP></ITEM><?PAGE NO="II-1946"?><ITEM><NP><NO.P>c)</NO.P><TXT>wanneer het gewogen gemiddelde van de representatieve prijzen van alle soorten tafelwijn bij de aanvang van een wijnoogstjaar en gedurende een nader te bepalen periode lager blijven dan 82 % van de oriëntatieprijs.<QUOT.END ID="QE0003" REF.START="QS0003" CODE="201D"/></TXT></NP></ITEM></LIST></P></NP></QUOT.S></P></NP><NP><NO.P>4</NO.P><TXT>Krachtens artikel 39, lid 2, van verordening nr. 822/872 <QUOT.START ID="QS0004" REF.END="QE0004" CODE="201E"/>bepaalt de Commissie welke hoeveelheden voor verplichte distillatie moeten worden geleverd om de produktieoverschotten te kunnen wegwerken en daardoor een met name wat de aan het einde van het wijnoogstjaar te verwachten beschikbare hoeveelheden en de prijzen betreft normale marktsituatie te kunnen herstellen<QUOT.END ID="QE0004" REF.START="QS0004" CODE="201D"/>.</TXT></NP><NP><NO.P>5</NO.P><TXT>Artikel 39, lid 3, van deze verordening luidt als volgt:</TXT><P><QUOT.S LEVEL="1"><P><QUOT.START ID="QS0005" REF.END="QE0005" CODE="201E"/>De overeenkomstig lid 2 bepaalde totale te distilleren hoeveelheid wordt over de verschillende naar Lid-Staten gegroepeerde produktiegebieden van de Gemeenschap verdeeld.</P><P>De in elk produktiegebied te distilleren hoeveelheid is evenredig aan het geconstateerde verschil tussen:</P><LIST TYPE="DASH"><ITEM><P>enerzijds, de produktie van tafelwijn en van nader te bepalen produkten in een voorstadium van tafelwijn in het betrokken gebied voor het betrokken wijnoogstjaar, en</P></ITEM><ITEM><P>anderzijds, een uniform percentage van de gemiddelde produktie van tafelwijn en van nader te bepalen produkten in een voorstadium van tafelwijn in het betrokken gebied over drie opeenvolgende referentiewijnoogstjaren.<QUOT.END ID="QE0005" REF.START="QS0005" CODE="201D"/></P></ITEM></LIST></QUOT.S></P></NP><?PAGE NO="II-1947"?><NP><NO.P>6</NO.P><TXT>Artikel 39, lid 4, van deze verordening luidt als volgt:</TXT><P><QUOT.S LEVEL="1"><P><QUOT.START ID="QS0006" REF.END="QE0006" CODE="201E"/>De overeenkomstig lid 3 bepaalde te distilleren hoeveelheid wordt over de verschillende tafelwijnproducenten van elk produktiegebied verdeeld.</P><P>De door de producenten met distillatieverplichting te distilleren hoeveelheid is gelijk aan een nader te bepalen percentage van hun in hun produktieopgave vermelde produktie van tafelwijn en van nader te bepalen produkten in een voorstadium van tafelwijn.</P><P>Dit percentage:</P><LIST TYPE="DASH"><ITEM><P>resulteert uit een opklimmende schaal die wordt vastgesteld aan de hand van de opbrengst per hectare;</P></ITEM><ITEM><P>kan naar gebied verschillen op grond van de opbrengsten die in het verleden zijn behaald;</P></ITEM><ITEM><P>kan gelijk zijn aan nul voor producenten met een opbrengst per hectare van minder dan een nader te bepalen niveau.</P></ITEM></LIST><P>De hoeveelheid tafelwijn die elke producent voor distillatie moet leveren, is gelijk aan de hoeveelheid die overeenkomstig de derde alinea wordt bepaald.<QUOT.END ID="QE0006" REF.START="QS0006" CODE="201D"/></P></QUOT.S></P></NP><?PAGE NO="II-1948"?><NP><NO.P>7</NO.P><TXT>Artikel 39, lid 5, luidt als volgt:</TXT><P><QUOT.S LEVEL="1"><P><QUOT.START ID="QS0007" REF.END="QE0007" CODE="201E"/>De Lid-Staten stellen de Commissie in kennis van de in elk van de overeenkomstig lid 9 afgebakende produktiegebieden geproduceerde hoeveelheden tafelwijn, uitgesplitst naar opbrengstklassen. Bij uitwerking van deze gegevens wordt uitgegaan van de in artikel 3 bedoelde produktieopgaven.</P><P>Op de grondslag van deze kennisgevingen wordt overgegaan tot:</P><LIST TYPE="alpha"><ITEM><NP><NO.P>a)</NO.P><TXT>vaststelling van de totale, in de Gemeenschap te distilleren hoeveelheid;</TXT></NP></ITEM><ITEM><NP><NO.P>b)</NO.P><TXT>verdeling van deze hoeveelheid over de in lid 3 bedoelde produktiegebieden;</TXT></NP></ITEM><ITEM><NP><NO.P>c)</NO.P><TXT>bepaling, in samenwerking met de betrokken Lid-Staten, van het op de produktie van elk der betrokken producenten toe te passen percentage om de voor elk gebied bepaalde te distilleren hoeveelheid te bereiken.<QUOT.END ID="QE0007" REF.START="QS0007" CODE="201D"/></TXT></NP></ITEM></LIST></QUOT.S></P></NP><NP><NO.P>8</NO.P><TXT>Krachtens artikel 39, lid 11, van deze verordening worden <QUOT.START ID="QS0008" REF.END="QE0008" CODE="201E"/>indien zich tijdens het wijnoogstjaar 1986/1987 moeilijkheden voordoen waardoor de uitvoering of een evenwichtige toepassing van de in lid 1 bedoelde verplichte distillatie in het gedrang kan komen, de nodige maatregelen voor een daadwerkelijke toepassing van de distillatie vastgesteld volgens de procedure van artikel 83<QUOT.END ID="QE0008" REF.START="QS0008" CODE="201D"/>, dat wil zeggen volgens een procedure waarbij het beheerscomité wijn zich kan uitspreken met de in artikel 148, lid 2, EEG-Verdrag voorziene meerderheid.</TXT></NP><?PAGE NO="II-1949"?><NP><NO.P>9</NO.P><TXT>Artikel 39, lid 9, van verordening nr. 822/87 bepaalt:</TXT><P><QUOT.S LEVEL="1"><P><QUOT.START ID="QS0009" REF.END="QE0009" CODE="201E"/>Volgens de procedure van artikel 83 worden vastgesteld:</P><LIST TYPE="DASH"><ITEM><P>(...)</P></ITEM><ITEM><P>(...)</P></ITEM><ITEM><P>het besluit over te gaan tot de in lid 1 bedoelde distillatie;</P></ITEM><ITEM><P>de bepalingen ter uitvoering van lid 2 en de in dat lid bedoelde totale te distilleren hoeveelheid;</P></ITEM><ITEM><P>de criteria voor de afbakening van de in lid 3 bedoelde, naar Lid-Staat gegroepeerde produktiegebieden en de afbakening van die gebieden;</P></ITEM><ITEM><P>het uniforme percentage, de opeenvolgende referentiewijnoogstjaren en de verdeling van de te distilleren hoeveelheden over de in lid 3 bedoelde, naar Lid-Staat gegroepeerde gebieden;</P></ITEM><ITEM><P>de opklimmende schaal en de percentages bedoeld in lid 4;</P></ITEM><ITEM><P>(...)<QUOT.END ID="QE0009" REF.START="QS0009" CODE="201D"/></P></ITEM></LIST></QUOT.S></P></NP><NP><NO.P>10</NO.P><TXT>Volgens artikel 1, lid 6, van verordening nr. 822/87, zoals gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 1734/91 van de Raad van <DATE ISO="19910613">13 juni 1991</DATE> (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="163" DATE.PUB="1991" PAGE.FIRST="6">PB 1991, L 163, biz. 6</REF.DOC.OJ>) moet onder wijnoogstjaar worden verstaan de periode tussen 1 september van elk jaar en 31 augustus van het daaropvolgende jaar.</TXT></NP><?PAGE NO="II-1950"?><NP><NO.P>11</NO.P><TXT>Verordening (EEG) nr. 3929/87 van de Commissie van <DATE ISO="19871217">17 december 1987</DATE> betreffende de opgaven van oogsten, produktie en voorraden van wijnbouwprodukten (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="369" DATE.PUB="1987" PAGE.FIRST="59">PB 1987, L 369, blz. 59</REF.DOC.OJ>; hierna: <QUOT.START ID="QS0010" REF.END="QE0010" CODE="201E"/>verordening nr. 3929/87<QUOT.END ID="QE0010" REF.START="QS0010" CODE="201D"/>) bepaalt in artikel 6, lid 2, dat <QUOT.START ID="QS0011" REF.END="QE0011" CODE="201E"/>de Lid-Staten een raming opstellen van de opbrengst per hectare bij de produktie van tafelwijn op hun grondgebied. Zij doen de Commissie vóór 20 januari mededeling van de resultaten van deze raming, met een onderverdeling in opbrengstklassen<QUOT.END ID="QE0011" REF.START="QS0011" CODE="201D"/>, die in ditzelfde artikel nader worden onderverdeeld in zeven klassen.</TXT></NP><NP><NO.P>12</NO.P><TXT>Verordening (EEG) nr. 441/88 van de Commissie van <DATE ISO="19880217">17 februari 1988</DATE> houdende uitvoeringsbepalingen voor de in artikel 39 van verordening (EEG) nr. 822/87 van de Raad bedoelde verplichte distillatie (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="045" DATE.PUB="1988" PAGE.FIRST="15">PB 1988, L 45, biz. 15</REF.DOC.OJ>; hierna: <QUOT.START ID="QS0012" REF.END="QE0012" CODE="201E"/>verordening nr. 441/88<QUOT.END ID="QE0012" REF.START="QS0012" CODE="201D"/>) bakent in artikel 4, lid 2, de wijnbouwgebieden van de Gemeenschap af: gebied 4 komt overeen met Italië.</TXT></NP><NP><NO.P>13</NO.P><TXT>Artikel 12, lid 4, van verordening nr. 441/88 bepaalt: <QUOT.START ID="QS0013" REF.END="QE0013" CODE="201E"/>De tafelwijn wordt uiterlijk geleverd op:</TXT><P><LIST TYPE="DASH"><ITEM><P>31 juli bij levering aan een distilleerderij,</P></ITEM><ITEM><P>15 juli bij levering aan een bereider van distillatiewijn.</P></ITEM></LIST></P><P>De wijn kan nog tot vijftien dagen na bovengenoemde data worden geleverd. In dat geval wordt de aankoopprijs voor de betrokken hoeveelheden verlaagd met een bedrag dat overeenkomt met 50 % van de voor het betrokken wijnoogstjaar vastgestelde steun. De steun, alsmede de prijs voor de alcohol die uit de betrokken wijn wordt bereid en aan het interventiebureau wordt geleverd, worden met hetzelfde bedrag verlaagd.<QUOT.END ID="QE0013" REF.START="QS0013" CODE="201D"/></P><?PAGE NO="II-1951"?><P>Volgens artikel 12, lid 5, van de verordening mogen de distillatiewerkzaamheden niet na <DATE ISO="19940831">31 augustus 1994</DATE> worden verricht.</P></NP><NP><NO.P>14</NO.P><TXT>In deze context is verordening (EG) nr. 343/94 van de Commissie van <DATE ISO="19940215">15 februari 1994</DATE> tot instelling van de in artikel 39 van verordening (EEG) nr. 822/87 van de Raad bedoelde verplichte distillatie en houdende afwijking van uitvoeringsbepalingen ter zake voor het wijnoogstjaar 1993/1994 (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="044" DATE.PUB="1994" PAGE.FIRST="9">PB 1994, L 44, blz. 9</REF.DOC.OJ>; hierna: <QUOT.START ID="QS0014" REF.END="QE0014" CODE="201E"/>verordening nr. 343/94<QUOT.END ID="QE0014" REF.START="QS0014" CODE="201D"/>) vastgesteld. Artikel 1 van deze verordening bepaalt:</TXT><P><QUOT.S LEVEL="1"><NP><NO.P><QUOT.START ID="QS0015" REF.END="QE0015" CODE="201E"/>1.</NO.P><TXT>Voor het wijnoogstjaar 1993/1994 wordt besloten tot de in artikel 39, lid 1, van verordening (EEG) nr. 822/87 bedoelde distillatie.</TXT></NP><NP><NO.P>2.</NO.P><TXT>De totale hoeveelheid te distilleren tafelwijn bedraagt <FT TYPE="NUMBER">18200000</FT> hl.</TXT></NP><NP><NO.P>3.</NO.P><TXT>De hoeveelheden die in de in artikel 4, lid 2, van verordening (EEG) nr. 441/88 van de Commissie bedoelde gebieden moeten worden gedistilleerd zijn:</TXT><P><LIST TYPE="DASH"><ITEM><P>(...)</P></ITEM><ITEM><P>gebied 4: <FT TYPE="NUMBER">12150000</FT> hl,</P></ITEM><ITEM><P>(...)<QUOT.END ID="QE0015" REF.START="QS0015" CODE="201D"/></P></ITEM></LIST></P></NP></QUOT.S></P></NP><NP><NO.P>15</NO.P><TXT>Verordening (EG) nr. 465/94 van de Commissie van <DATE ISO="19940301">1 maart 1994</DATE> tot vaststelling, voor het wijnoogstjaar 1993/1994, van de percentages van de tafelwijnproduktie die moeten worden geleverd voor de in artikel 39 van verordening (EEG) nr. 822/87<?PAGE NO="II-1952"?> van de Raad bedoelde verplichte distillatie, voor de gebieden 3 en 6 (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="058" DATE.PUB="1994" PAGE.FIRST="2">PB 1994, L 58, biz. 2</REF.DOC.OJ>; hierna: <QUOT.START ID="QS0016" REF.END="QE0016" CODE="201E"/>verordening nr. 465/94<QUOT.END ID="QE0016" REF.START="QS0016" CODE="201D"/>) bepaalt in de artikelen 1 en 2:</TXT><P><QUOT.S LEVEL="1"><ARTICLE IDENTIFIER="001"><TI.ART><QUOT.START ID="QS0017" REF.END="QE0017" CODE="201E"/>Artikel 1</TI.ART><PARAG IDENTIFIER="001.001"><NO.PARAG>1.</NO.PARAG><ALINEA>Ter uitvoering van artikel 5, lid 1, van verordening (EEG) nr. 441/88 wordt de produktie van de oogst 1993/1994 opgesplitst in de opbrengstklassen (...) (voor de gebieden 3 en 6).</ALINEA></PARAG><PARAG IDENTIFIER="001.002"><NO.PARAG>2.</NO.PARAG><ALINEA>De gemiddelde opbrengst van gebied 3 bedraagt 62,7 hectoliter per hectare en die van gebied 6 bedraagt 26,2 hectoliter per hectare.</ALINEA></PARAG></ARTICLE><ARTICLE IDENTIFIER="002"><TI.ART>Artikel 2</TI.ART><ALINEA>De door elke producent voor distillatie te leveren hoeveelheid wordt vastgesteld door toepassing op de in artikel 6 van verordening (EEG) nr. 441/88 bedoelde hoeveelheid van het in de tabel van de bijlage vermelde percentage dat overeenkomt met de opbrengst die wordt bepaald overeenkomstig artikel 7 van die verordening (...)<QUOT.END ID="QE0017" REF.START="QS0017" CODE="201D"/></ALINEA></ARTICLE></QUOT.S></P></NP><NP><NO.P>16</NO.P><TXT>Verordening (EG) nr. 610/94 van de Commissie van <DATE ISO="19940318">18 maart 1994</DATE> houdende wijziging van verordening (EG) nr. 465/94 (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="077" DATE.PUB="1994" PAGE.FIRST="12">PB 1994, L 77, biz. 12</REF.DOC.OJ>; hierna: <QUOT.START ID="QS0018" REF.END="QE0018" CODE="201E"/>verordening nr. 610/94<QUOT.END ID="QE0018" REF.START="QS0018" CODE="201D"/>), waarin wordt vastgesteld dat Italië de gegevens betreffende de tafelwijnproduktie en de verdeling daarvan naar opbrengstklasse heeft meegedeeld<?PAGE NO="II-1953"?> en dat bijgevolg de percentages van de produktie van elke distillatieplichtige voor het gebied 4 moeten worden vastgesteld, bepaalt in artikel 1:</TXT><P><QUOT.S LEVEL="1"><P><QUOT.START ID="QS0019" REF.END="QE0019" CODE="201E"/>Verordening (EG) nr. 465/94 wordt als volgt gewijzigd:</P><LIST TYPE="ARAB"><ITEM><NP><NO.P>1.</NO.P><TXT>(...)</TXT></NP></ITEM><ITEM><NP><NO.P>2.</NO.P><TXT>In artikel 1, lid 1, wordt het volgende punt c) ingevoegd:</TXT><P><QUOT.S LEVEL="2"><P><QUOT.START ID="QS0020" REF.END="QE0020" CODE="201A"/>c) Gebied 4</P><P>Produktie verkregen met een opbrengst uitgedrukt in hectoliter per hectare van:</P><TBL NO.SEQ="001" COLS="2"><CORPUS><ROW><CELL COL="1">— 45 of minder:</CELL><CELL COL="2"><FT TYPE="NUMBER">1887143</FT> hectoliter,</CELL></ROW><ROW><CELL COL="1">— meer dan 45 doch niet meer dan 70:</CELL><CELL COL="2"><FT TYPE="NUMBER">8394081</FT> hectoliter,</CELL></ROW><ROW><CELL COL="1">— meer dan 70 doch niet meer dan 90:</CELL><CELL COL="2"><FT TYPE="NUMBER">11843922</FT> hectoliter,</CELL></ROW><ROW><CELL COL="1">— meer dan 90 doch niet meer dan 110:</CELL><CELL COL="2"><FT TYPE="NUMBER">10209474</FT> hectoliter,</CELL></ROW><ROW><CELL COL="1">— meer dan 110 doch niet meer dan 125:</CELL><CELL COL="2"><FT TYPE="NUMBER">4853825</FT> hectoliter,</CELL></ROW><ROW><CELL COL="1">— meer dan 125 doch niet meer dan 140:</CELL><CELL COL="2"><FT TYPE="NUMBER">2002827</FT> hectoliter,</CELL></ROW><?PAGE NO="II-1954"?><ROW><CELL COL="1">— meer dan 140 doch niet meer dan 170:</CELL><CELL COL="2"><FT TYPE="NUMBER">1261827</FT> hectoliter,</CELL></ROW><ROW><CELL COL="1">— meer dan 170 doch niet meer dan 200:</CELL><CELL COL="2"><FT TYPE="NUMBER">195041</FT> hectoliter,</CELL></ROW><ROW><CELL COL="1">— meer dan 200:</CELL><CELL COL="2"><FT TYPE="NUMBER">238774</FT> hectoliter.<QUOT.END ID="QE0020" REF.START="QS0020" CODE="2019"/>.</CELL></ROW></CORPUS></TBL></QUOT.S></P></NP></ITEM><ITEM><NP><NO.P>3.</NO.P><TXT>Aan artikel 1, lid 2, wordt de volgende alinea toegevoegd:</TXT><P><QUOT.S LEVEL="2"><P><QUOT.START ID="QS0021" REF.END="QE0021" CODE="201A"/>De gemiddelde opbrengst van gebied 4 bedraagt 77 hectoliter per hectare.<QUOT.END ID="QE0021" REF.START="QS0021" CODE="2019"/>.</P></QUOT.S></P></NP></ITEM><ITEM><NP><NO.P>4.</NO.P><TXT>De bijlage wordt vervangen door de bijlage bij deze verordening.<QUOT.END ID="QE0019" REF.START="QS0019" CODE="201D"/></TXT></NP></ITEM></LIST></QUOT.S></P></NP><NP><NO.P>17</NO.P><TXT>Verordening (EG) nr. 1960/94 van de Commissie van <DATE ISO="19940727">27 juli 1994</DATE> tot vaststelling van een afwijking voor het wijnoogstjaar 1993/1994 inzake de levering door de producenten van de in het kader van de verplichte distillatie en de marktondersteuningsdistillatie te leveren hoeveelheden tafelwijn (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="198" DATE.PUB="1994" PAGE.FIRST="96">PB 1994, L 198, biz. 96</REF.DOC.OJ>; hierna: <QUOT.START ID="QS0022" REF.END="QE0022" CODE="201E"/>verordening nr. 1960/94<QUOT.END ID="QE0022" REF.START="QS0022" CODE="201D"/>) heeft de Commissie, in afwijking van artikel 12, lid 4, eerste streepje, en lid 5, van verordening nr. 441/84, de termijn voor levering van de tafelwijn aan een distilleerderij verlengd tot <DATE ISO="19940827">27 augustus 1994</DATE> en de termijn voor de distillatieverrichtingen vastgesteld op <DATE ISO="19940920">20 september 1994</DATE>.</TXT></NP><NP><NO.P>18</NO.P><TXT>Ten slotte is bij artikel 1, lid 1, van verordening (EG) nr. 3151/94 van de Commissie van <DATE ISO="19941221">21 december 1994</DATE> tot vaststelling van een verdere afwijking voor het wijnoogstjaar 1993/1994 inzake de levering door de producenten van de in het kader van de verplichte distillatie en de marktondersteuningsdistillatie te leveren hoeveelheden tafelwijn (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="332" DATE.PUB="1994" PAGE.FIRST="32">PB 1994, L 332, biz. 32</REF.DOC.OJ>; hierna: <QUOT.START ID="QS0023" REF.END="QE0023" CODE="201E"/>verordening nr. 3151/94<QUOT.END ID="QE0023" REF.START="QS0023" CODE="201D"/>), zoals later gerectificeerd (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="341" DATE.PUB="1994" PAGE.FIRST="76">PB 1994, L 341, biz. 76</REF.DOC.OJ>), in afwijking van verordening nr. 343/94 en artikel 12, lid 4, tweede alinea, en lid 5, van verordening nr. 441/88, de termijn voor de levering van wijn voor de verplichte distillatie voor het wijnoogstjaar 1993/1994 verlengd tot <DATE ISO="19950129">29 januari 1995</DATE>.</TXT></NP></GR.SEQ><?PAGE NO="II-1955"?><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><P>Procesverloop en conclusies van partijen</P></TI></TITLE><NP><NO.P>19</NO.P><TXT>In deze context hebben de Cantina cooperativa fra produttori vitivinicoli di Torre de Mosto en 42 andere verzoekers onderhavig beroep ingesteld, strekkende tot nietigverklaring van de navolgende bepalingen:</TXT><P><LIST TYPE="DASH"><ITEM><P>artikel 1, lid 3, vierde streepje, van verordening nr. 343/94, waarin de in <QUOT.START ID="QS0024" REF.END="QE0024" CODE="201E"/>gebied 4<QUOT.END ID="QE0024" REF.START="QS0024" CODE="201D"/> te distilleren hoeveelheid voor het wijnoogstjaar 1993/1994 wordt vastgesteld op <FT TYPE="NUMBER">12150000</FT> hl;</P></ITEM><ITEM><P>artikeli, lidi, sub c, lid 2, tweede alinea, en lid 3 (bijlage voor het gedeelte betreffende gebied 4), van verordening nr. 465/94, zoals gewijzigd bij verordening nr. 610/94, in het gedeelte betreffende <QUOT.START ID="QS0025" REF.END="QE0025" CODE="201E"/>gebied <HT TYPE="ITALIC">4<QUOT.END ID="QE0025" REF.START="QS0025" CODE="201D"/>;</HT></P></ITEM><ITEM><P>elke andere met deze bepalingen verband houdende en/of daaraan voorafgaande handeling,</P></ITEM></LIST></P><P>waarbij zij bij wege van exceptie krachtens artikel 184 EG-Verdrag de ongeldigheid van de navolgende bepalingen inroepen:</P><P><LIST TYPE="DASH"><ITEM><P>artikel 39, lid 4, van verordening nr. 822/87, wegens schending van het evenredigheidsbeginsel, voor zover daarin wordt bepaald dat de door elke distillatieplichtige producent te distilleren hoeveelheid gelijk is aan een <QUOT.START ID="QS0026" REF.END="QE0026" CODE="201E"/>aan de hand van de opbrengst per hectare<QUOT.END ID="QE0026" REF.START="QS0026" CODE="201D"/> vastgesteld percentage;</P></ITEM><ITEM><P>artikel 4, lid 2, vierde streepje, van verordening nr. 441/88 betreffende <QUOT.START ID="QS0027" REF.END="QE0027" CODE="201E"/>gebied <HT TYPE="ITALIC">4<QUOT.END ID="QE0027" REF.START="QS0027" CODE="201D"/>,</HT> wegens schending van de wet.</P></ITEM></LIST></P></NP><?PAGE NO="II-1956"?><NP><NO.P>20</NO.P><TXT>Bij op <DATE ISO="19940525">25 mei 1994</DATE> ter griffie van het Gerecht neergelegde akte heeft de Commissie krachtens artikel 114, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering een exceptie van niet-ontvankelijkheid opgeworpen. Verzoekers hebben hun opmerkingen betreffende deze exceptie van niet-ontvankelijkheid ingediend op <DATE ISO="19940705">5 juli 1994</DATE>.</TXT></NP><NP><NO.P>21</NO.P><TXT>Tegelijkertijd hebben verzoekers bij op <DATE ISO="19940524">24 mei 1994</DATE> ter griffie ingeschreven akte verzocht om opschorting van de tenuitvoerlegging van de bestreden bepalingen. In dit verzoek, dat is ingeschreven onder nr. T-183/94 R, concluderen zij, dat het het Gerecht behage: <QUOT.START ID="QS0028" REF.END="QE0028" CODE="201E"/>binnen de aangegeven grenzen de opschorting van de tenuitvoerlegging van de betrokken bepalingen te gelasten<QUOT.END ID="QE0028" REF.START="QS0028" CODE="201D"/>. Bij op <DATE ISO="19940620">20 juni 1994</DATE> ingeschreven akte hebben verzoekers verklaard dat zij afstand doen van hun verzoek in kort geding. Bij beschikking van <DATE ISO="19940711">11 juli 1994</DATE> heeft de president van het Gerecht de doorhaling van zaak T-183/94 R in het register van het Gerecht gelast en verzoekers in de kosten van de procedure in kort geding verwezen.</TXT></NP><NP><NO.P>22</NO.P><TXT>Bij op <DATE ISO="19940711">11 juli 1994</DATE> ter griffie van het Gerecht neergelegde akte heeft de Raad verzocht om te worden toegelaten tot interventie ter ondersteuning van de conclusies van de Commissie. Bij respectievelijk op <DATE ISO="19940802">2</DATE> en <DATE ISO="19940808">8 augustus 1994</DATE> ter griffie van het Gerecht neergelegde brieven hebben verzoekers en de Commissie verklaard geen bezwaar te hebben.</TXT></NP><NP><NO.P>23</NO.P><TXT>Na bij beschikking van de president van de Derde kamer (uitgebreid) van <DATE ISO="19940916">16 september 1994</DATE> tot interventie te zijn toegelaten, heeft de Raad op <DATE ISO="19941017">17 oktober 1994</DATE> zijn memorie in interventie neergelegd, ten aanzien waarvan verzoekers hun opmerkingen hebben ingediend bij memorie van <DATE ISO="19941114">14 november 1994</DATE>.</TXT></NP><NP><NO.P>24</NO.P><TXT>Op <DATE ISO="19950201">1 februari 1995</DATE> hebben verzoekers op grond van artikel 48, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering, betreffende de nieuwe middelen die in de loop van het geding mogen worden voorgedragen, een aanvullende memorie ingediend. Bij<?PAGE NO="II-1957"?> respectievelijk op <DATE ISO="19950221">21</DATE> en <DATE ISO="19950224">24 februari 1995</DATE> neergelegde memories hebben de Commissie en de Raad hun opmerkingen betreffende deze nieuwe argumenten rechtens ingediend.</TXT></NP><NP><NO.P>25</NO.P><TXT>Verzoekers concluderen dat het het Gerecht behage:</TXT><P><LIST TYPE="DASH"><ITEM><P>de bestreden handelingen nietig te verklaren;</P></ITEM><ITEM><P>de Commissie te verwijzen in de kosten.</P></ITEM></LIST></P></NP><NP><NO.P>26</NO.P><TXT>De Commissie concludeert dat het het Gerecht behage:</TXT><P><LIST TYPE="DASH"><ITEM><P>het beroep niet-ontvankelijk te verklaren;</P></ITEM><ITEM><P>verzoekers te verwijzen in de kosten.</P></ITEM></LIST></P></NP><NP><NO.P>27</NO.P><TXT>In hun opmerkingen betreffende de exceptie van niet-ontvankelijkheid concluderen verzoekers, dat het het Gerecht behage:</TXT><P><LIST TYPE="DASH"><ITEM><P>over te gaan tot het onderzoek van het beroep ten gronde;</P></ITEM><ITEM><P>het beroep te ontvangen en de bestreden handelingen nietig te verklaren, alsmede verweerster te verwijzen in de kosten.</P></ITEM></LIST></P></NP></GR.SEQ><?PAGE NO="II-1958"?><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><P>De ontvankelijkheid van het beroep</P></TI></TITLE><GR.SEQ LEVEL="3"><TITLE><TI><P>Korte uiteenzetting van de argumenten van partijen</P></TI></TITLE><NP><NO.P>28</NO.P><TXT>De Commissie betoogt dat het beroep niet-ontvankelijk is, daar verzoekers wijnproducenten zijn die individueel of als lid van een vereniging hun activiteiten uitoefenen op een gedeelte van het Italiaanse grondgebied, namelijk Venetië. In wezen komen zij op tegen het op artikel 39 van verordening nr. 822/94 gebaseerde stelsel van verplichte distillatie, dat wordt toegepast op de grondslag van het begrip <QUOT.START ID="QS0029" REF.END="QE0029" CODE="201E"/>opbrengst per hectare<QUOT.END ID="QE0029" REF.START="QS0029" CODE="201D"/>, zoals dat laatstelijk is ingevoerd bij artikel 1 van verordening nr. 343/94 en bij artikel 1 van verordening nr. 465/94. Volgens de Commissie zijn de handelingen waarvan nietigverklaring wordt gevorderd, gelet op vaste rechtspraak van het Hof en het Gerecht, daadwerkelijk verordeningen, die verzoekers rechtstreeks noch individueel raken.</TXT></NP><NP><NO.P>29</NO.P><TXT>De Commissie is van mening dat in casu geen van de door verzoekers bestreden bepalingen hen in hun rechtspositie raken en hen aanduidt als adressaat van een handeling. De omstandigheid dat zij door de bestreden bepalingen worden geraakt, hangt namelijk af van een feitelijke situatie: hun hoedanigheid van wijnproducent. Het is duidelijk dat de wijnbouwers van de regio Venetië niet als adressaat van de bestreden bepalingen kunnen worden beschouwd. Stellig hebben deze bepalingen ook betrekking op de producenten van Venetië, doch uitsluitend voor zover deze producenten als wijnbouwer tot een categorie van economische subjecten behoren die op basis van objectieve omstandigheden kunnen worden gedefinieerd.</TXT></NP><NP><NO.P>30</NO.P><TXT>De door verzoekers gestelde omstandigheid dat zij door enkele bestreden bepalingen individueel worden geraakt als zorgvuldige marktdeelnemers die gedurende de voorgaande jaren hun gehele voorgeschreven hoeveelheid hebben gedistilleerd en die thans worden verplicht extra hoeveelheden te distilleren om de niet door de andere marktdeelnemers in de wijnbouwsector gedistilleerde hoeveelheden te absorberen, is volgens de Commissie, gelet op de rechtspraak van het Hof en het<?PAGE NO="II-1959"?> Gerecht, niet van dien aard dat zij de positie van verzoekers karakteriseert ten opzichte van die van de andere marktdeelnemers in de sector.</TXT></NP><NP><NO.P>31</NO.P><TXT>Ten slotte is de Commissie van mening dat de bestreden handelingen in elk geval formeel en materieel verordeningen zijn die bepalingen van algemene strekking formuleren, die van toepassing zijn op een categorie van marktdeelnemers die in hun objectieve hoedanigheid van economische subjecten die in de sector wijnproduktie actief zijn, in abstracto kunnen worden omschreven. Zowel verordening nr. 343/94, waarbij de totale hoeveelheden tafelwijn worden vastgesteld die in de verschillende gebieden gedurende het wijnoogstjaar 1993/1994 moeten worden gedistilleerd, als verordening nr. 465/94, zoals gewijzigd bij verordening nr. 610/94, waarbij het aan de hand van de opbrengst per hectare bepaalde percentage van de produktie van tafelwijn die elke producent van de verschillende gebieden verplicht is voor de distillatie te leveren, wordt vastgesteld, raakt kennelijk alle wijnproducenten van de Gemeenschap in hun hoedanigheid van marktdeelnemer in de sector. De totale hoeveelheid per gebied van de Gemeenschap gedistilleerde tafelwijn en de percentages tafelwijn die elke producent verplicht is voor de distillatie te leveren, worden volgens de Commissie vastgesteld op basis van algemene en abstracte criteria en raken de wijnproducenten op grond van een objectief criterium, dat in abstracto van toepassing is op elke producent die zich in de objectieve produktieomstandigheden bevindt, die juist door de plaats van zijn eigen produktie en de opbrengst per hectare daarvan worden bepaald.</TXT></NP><NP><NO.P>32</NO.P><TXT>In hun opmerkingen betreffende de exceptie van niet-ontvankelijkheid betogen verzoekers daarentegen, dat deze exceptie de gemeenschapsrechter wil laten voorbijzien aan zijn taak als rechter van de zaak ten gronde. Zij stellen dat de bestreden bepalingen een bundel van individuele normen zijn die hen rechtstreeks raken (arrest Hof van <DATE ISO="19710513">13 mei 1971</DATE>, gevoegde zaken <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="41/70+44/70" YEAR="1971" PAGE.ECR="411">41/70 en 44/70, International Fruit Company e. a., Jurispr. 1971, blz. 411</REF.DOC.ECR>). Zij merken eveneens op dat zij een aantal landbouwcoöperaties zijn, waarvan het statuut wordt gewaarborgd door de Grondwet van de Italiaanse Republiek, in het bijzonder de artikelen 2 en 45, dat zij in deze hoedanigheid hun eigen grond bebouwen en dus actieve landbouwers zijn, voor zover alleen actieve landbouwers lid van een landbouwcoöperatie kunnen zijn. Op grond van al deze factoren zou een specifieke positie van verzoekers kunnen worden bepaald, die hen zowel in het communautaire kader als in het nationale Italiaanse kader onderscheidt van alle wijnproducenten.</TXT></NP><?PAGE NO="II-1960"?><NP><NO.P>33</NO.P><TXT>Bovendien wijzen verzoekers erop, dat volgens de rechtspraak van het Hof enkel na een gedetailleerd onderzoek van de omstandigheden van de zaak met inachtneming van de gehele desbetreffende wetgeving de werkelijke aard van de bestreden handelingen kan worden vastgesteld (arresten Hof van <DATE ISO="19560716">16 juli 1956</DATE> en <DATE ISO="19561129">29 november 1956</DATE>, zaak <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="8/55" YEAR="1955" PAGE.ECR="211">8/55, Belgische Steenkool-Federatie, Jurispr. 1955, blz. 211 en 291</REF.DOC.ECR>). Zij stellen dat de hoeveelheid tafelwijn die diende te worden gedistilleerd, op het tijdstip waarop de bestreden bepalingen zijn vastgesteld, bekend was en reeds bepaald was op basis van de aangiften van verzoekers.</TXT></NP><NP><NO.P>34</NO.P><TXT>Ten slotte merken zij op dat zij van hun verzoek in kort geding afstand hebben gedaan op grond van de omstandigheid dat zij van de nationale rechter, het Tribunale amministrativo regionale del Lazio, een resultaat hebben verkregen dat identiek was aan dat wat zij van de gemeenschapsrechter in kort geding hoopten te krijgen, namelijk de opschorting van de tenuitvoerlegging van de bestreden beschikkingen tot een eindbeslissing van de rechter in de hoofdzaak. In deze omstandigheden stellen zij dat de nationale rechter impliciet heeft erkend, dat de uitspraak van het Gerecht betrekking zou hebben op de grond van de zaak. Bij een arrest van het Gerecht waarin enkel de ontvankelijkheid van het beroep werd onderzocht, zou ten aanzien van verzoekers dus sprake zijn van een rechtsweigering.</TXT></NP><NP><NO.P>35</NO.P><TXT>Verzoekers hadden het vraagstuk van de ontvankelijkheid van hun beroep ook aangeroerd in hun inleidend verzoekschrift. Daarin hebben zij zich voorgesteld als de <QUOT.START ID="QS0030" REF.END="QE0030" CODE="201E"/>ondernemingen en particulieren die alle marktdeelnemers van de regio Venetië vertegenwoordigen<QUOT.END ID="QE0030" REF.START="QS0030" CODE="201D"/> op het gebied van de produktie van tafelwijn en dus als <QUOT.START ID="QS0031" REF.END="QE0031" CODE="201E"/>de hoofdpersonen en voornaamste adressaten van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (...) en de daarmee verband houdende gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt<QUOT.END ID="QE0031" REF.START="QS0031" CODE="201D"/>, en hebben zij verklaard dat de bepalingen waarvan zij nietigverklaring vorderen, hoewel genomen in de vorm van een verordening, hen rechtstreeks en individueel raken.</TXT></NP><NP><NO.P>36</NO.P><TXT>Volgens verzoekers zijn de betrokken verordeningen gebaseerd op door henzelf verstrekte inlichtingen en worden zij ook op die basis toegepast. Deze inlichtingen (opgaven van oogsten, produktie en voorraden) bepalen de omvang van de totale en regionale distillatieverplichtingen. De hoeveelheid van <FT TYPE="NUMBER">12150000</FT> hl is vastgesteld op basis van een produktie- en behoeftenraming, waarvoor de Lid-Staten de opgaven van de producenten en handelaars uit hoofde van verordening nr. 3929/87<?PAGE NO="II-1961"?> moeten meedelen. De onderverdeling van de gebieden naar opbrengstklasse wordt bepaald door de in artikel 8 van deze verordening bedoelde verzamelstaat van de in de artikelen 1 en 2 van deze verordening bedoelde opgaven van de wijnbouwers.</TXT></NP><NP><NO.P>37</NO.P><TXT>Verzoekers stellen dat toen de litigieuze verordeningen zijn vastgesteld, de adressaten ervan reeds bepaald waren, daar de aan het wijnoogstjaar 1993/1994 deelnemende producenten op die datum reeds bestonden en geïdentificeerd waren. Aldus voorzagen deze verordeningen rechtstreeks verplichtingen die op bepaalde reeds vaststaande personen rusten, ook al hangt de precieze omvang van de distillatieverplichting af van een toekomstig element, namelijk de precieze jaarproduktie.</TXT></NP><NP><NO.P>38</NO.P><TXT>Volgens verzoekers verwijzen de litigieuze verordeningen dus niet naar een algemene en abstracte potentiële categorie van ondernemingen, maar naar bepaalde subjecten die een <QUOT.START ID="QS0032" REF.END="QE0032" CODE="201E"/>gesloten geheel<QUOT.END ID="QE0032" REF.START="QS0032" CODE="201D"/> vormen.</TXT></NP><NP><NO.P>39</NO.P><TXT>Waar verzoekers volledig aan hun distillatieverplichting voor het wijnoogstjaar 1993/1994 hebben voldaan, betogen zij vervolgens dat de wijnbouwers van Venetië, die door de bestreden verordeningen rechtstreeks worden geraakt, individueel schade lijden door de bepalingen waarvan nietigverklaring wordt gevorderd, aangezien deze laatste onontkoombaar en specifiek ongerechtvaardigde extra lasten opleggen, vergeleken met de overgrote meerderheid van de wijnbouwers. Blijkens de rechtspraak van de gemeenschapsrechter is de specifieke situatie feitelijk en rechtens van verzoekers, welke hen onderscheidt van de overgrote meerderheid van de adressaten van de betrokken maatregelen, van dien aard dat zij gerechtigd zijn, beroep in te stellen, vooral omdat verzoekers in verband met de <QUOT.START ID="QS0033" REF.END="QE0033" CODE="201E"/>inertie<QUOT.END ID="QE0033" REF.START="QS0033" CODE="201D"/> van de nationale autoriteiten zich tot het Gerecht moesten wenden om te voorkomen dat zij het slachtoffer van een ernstige discriminatie worden.</TXT></NP><NP><NO.P>40</NO.P><TXT>Verzoekers concluderen tot afwijzing van de exceptie van niet-ontvankelijkheid, althans en zonder enig voorbehoud, wat de coöperaties betreft.</TXT></NP><?PAGE NO="II-1962"?><NP><NO.P>41</NO.P><TXT>In zijn memorie in interventie sluit de Raad zich aan bij het betoog van de Commissie en merkt hij in het bijzonder op, dat verzoekers ingevolge artikel 184 van het Verdrag slechts een exceptie van onwettigheid van artikel 39, lid 4, van verordening nr. 822/87 en van artikel 4, lid 2, van verordening nr. 441/88 kunnen opwerpen, indien hun beroep voldoet aan de in artikel 173 van het Verdrag gestelde ontvankelijkheidsvoorwaarden. Volgens vaste rechtspraak kunnen rechtssubjecten slechts worden geacht individueel door een bepaling van gemeenschapsrecht te worden geraakt, wanneer de handeling hun rechtspositie beïnvloedt uit hoofde van een feitelijke situatie, welke hen ten opzichte van ieder ander karakteriseert en hen individualiseert op soortgelijke wijze als een adressaat (beschikking Hof van <DATE ISO="19930621">21 juni 1993</DATE>, zaak <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-257/93" YEAR="1993" PAGE.ECR="I-3335">C-257/93, Van Parijs e. a., Jurispr. 1993, blz. I-3335</REF.DOC.ECR>). Aan de in deze rechtspraak gestelde eisen is in casu zeker niet voldaan, daar verzoekers door de bestreden bepalingen slechts worden geraakt in hun objectieve hoedanigheid van marktdeelnemers die een economische activiteit in de sector wijnbouw uitoefenen, evenals ieder ander die zich in dezelfde positie bevindt.</TXT></NP><NP><NO.P>42</NO.P><TXT>Verder merkt de Raad op dat, voor zover de verzoekende coöperaties beroepsorganisaties zijn waarbij distillatieplichtige producenten zijn aangesloten, hun beroep tot nietigverklaring volgens vaste rechtspraak niet-ontvankelijk is (arresten Hof van <DATE ISO="19621214">14 december 1962</DATE>, gevoegde zaken <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="16/62+17/62" YEAR="1962" PAGE.ECR="977">16/62 en 17/62, Confédération nationale des producteurs de fruits et légumes e. a., Jurispr. 1962, blz. 977</REF.DOC.ECR>, gevoegde zaken <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="19/62—22/62" YEAR="1962" PAGE.ECR="985">19/62-22/62, Fédération nationale de la boucherie en gros et du commerce en gros des viandes e. a., Jurispr. 1962, blz. 985</REF.DOC.ECR>; <DATE ISO="19861105">5 november 1986</DATE>, zaak <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="117/86" YEAR="1986" PAGE.ECR="3255">117/86, UFADE, Jurispr. 1986, blz. 3255</REF.DOC.ECR>, en <DATE ISO="19880114">14 januari 1988</DATE>, zaak <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="55/86" YEAR="1988" PAGE.ECR="13">55/86, Arposol, Jurispr. 1988, blz. 13</REF.DOC.ECR>).</TXT></NP><NP><NO.P>43</NO.P><TXT>In hun <QUOT.START ID="QS0034" REF.END="QE0034" CODE="201E"/>aanvullende memorie<QUOT.END ID="QE0034" REF.START="QS0034" CODE="201D"/> van <DATE ISO="19950201">1 februari 1995</DATE> betogen verzoekers, dat ten gevolge van de nieuwe bepalingen van verordening nr. 3151/94, waarbij de termijnen voor levering van tafelwijn voor de verplichte distillatie worden verlengd tot na het op <DATE ISO="19940831">31 augustus 1994</DATE> afgesloten wijnoogstjaar 1993/1994, de bestreden bepalingen eveneens ongeldig waren, waar zij niet meer voldeden aan en niet meer geschikt waren om te beantwoorden aan de noodzaak om een einde te maken aan de onevenwichtigheid van het wijnoogstjaar 1993/1994 gedurende hetzelfde wijnoogstjaar, doch thans door de uitvoering van de verplichting tot levering van tafelwijn voor distillatie integendeel een sanering beoogden gedurende het latere wijnoogstjaar.</TXT></NP><?PAGE NO="II-1963"?><NP><NO.P>44</NO.P><TXT>Ondersteund door de Raad brengt de Commissie hiertegen in, dat de bepalingen van verordening nr. 3151/94 voor de onderhavige zaak niet als nieuwe elementen kunnen worden beschouwd, daar zij enkel ertoe strekken de termijn voor de uitvoering van de distillatieverplichting, die reeds was voorzien in de in het verzoekschrift bestreden bepalingen, te verlengen.</TXT></NP><NP><NO.P>45</NO.P><TXT>In elk geval zouden verzoekers niet aantonen, waarin het bij verordening nr. 3151/94 ingevoerde beweerde nieuwe ten opzichte van hun vertogen in hun verzoekschrift bestaat.</TXT></NP></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="3"><TITLE><TI><P>Beoordeling door het Gerecht</P></TI></TITLE><NP><NO.P>46</NO.P><TXT>Het Gerecht merkt vooraf op dat ingevolge artikel 114, lid 3, van het Reglement voor de procesvoering, wanneer voor hem door de verweerder een exceptie van niet-ontvankelijkheid wordt opgeworpen, de verdere behandeling van het verzoek mondeling geschiedt, tenzij het Gerecht anders beslist; in casu acht het Gerecht zich na onderzoek van de processtukken voldoende voorgelicht zodat geen mondelinge behandeling nodig is.</TXT></NP><NP><NO.P>47</NO.P><TXT>Volgens vaste rechtspraak van het Hof en het Gerecht zijn particulieren ingevolge artikel 173, vierde alinea, van het Verdrag gerechtigd beroep in te stellen tegen elke beschikking die, hoewel genomen in de vorm van een verordening, hen rechtstreeks en individueel raakt. Deze bepaling heeft met name ten doel te voorkomen dat de gemeenschapsinstellingen, enkel door de vorm van een verordening te kiezen, het beroep van een particulier tegen een beschikking die hem rechtstreeks en individueel raakt, onmogelijk kunnen maken, id est vast te stellen dat de keuze van de vorm de aard van het besluit niet kan wijzigen (zie arrest Hof van <DATE ISO="19800617">17 juni 1980</DATE>, gevoegde zaken <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="789/79+790/79" YEAR="1980" PAGE.ECR="1949">789/79 en 790/79, Calpak, Jurispr. 1980, blz. 1949</REF.DOC.ECR>, en beschikking Gerecht van <DATE ISO="19931028">28 oktober 1993</DATE>, zaak <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="T-476/93" YEAR="1993" PAGE.ECR="II-1187">T-476/93, FRSEA, Jurispr. 1993, blz. II-1187</REF.DOC.ECR>).</TXT></NP><?PAGE NO="II-1964"?><NP><NO.P>48</NO.P><TXT>Verder is het vaste rechtspraak van het Hof en het Gerecht dat de algemene strekking en, daarmee, het normatieve karakter van een handeling niet worden aangetast door de omstandigheid dat het aantal of zelfs de identiteit van de rechtssubjecten op wie deze op een bepaald moment van toepassing is, met meer of mindere mate van zekerheid kan worden bepaald, zolang maar vaststaat dat deze toepassing geschiedt op grond van een door de handeling omschreven situatie rechtens of feitelijk en in samenhang met de doelstelling van die handeling (arresten Hof van <DATE ISO="19680711">11 juli 1968</DATE>, zaak <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="6/68" YEAR="1968" PAGE.ECR="570">6/68, Zuckerfabrik Watenstedt, Jurispr. 1968, blz. 570</REF.DOC.ECR>; <DATE ISO="19700416">16 april 1970</DATE>, zaak <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="64/69" YEAR="1970" PAGE.ECR="221">64/69, Compagnie française commerciale et financière, Jurispr. 1970, blz. 221</REF.DOC.ECR>; <DATE ISO="19770505">5 mei 1977</DATE>, zaak <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="101/76" YEAR="1977" PAGE.ECR="797">101/76, Koninklijke Scholten Honig, Jurispr. 1977, biz. 797</REF.DOC.ECR>; <DATE ISO="19780316">16 maart 1978</DATE>, zaak <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="123/77" YEAR="1978" PAGE.ECR="845">123/77, UNICME e. a., Jurispr. 1978, blz. 845</REF.DOC.ECR>; <DATE ISO="19800617">17 juni 1980</DATE>, Calpak, reeds aangehaald; <DATE ISO="19820930">30 september 1982</DATE>, zaak <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="242/81" YEAR="1982" PAGE.ECR="3213">242/81, Roquette Frères, Jurispr. 1982, blz. 3213</REF.DOC.ECR>; <DATE ISO="19870224">24 februari 1987</DATE>, zaak <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="26/86" YEAR="1987" PAGE.ECR="941">26/86, Deutz en Geldermann, Jurispr. 1987, blz. 941</REF.DOC.ECR>; <DATE ISO="19880426">26 april 1988</DATE>, gevoegde zaken <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="97/86+193/86+99/86+215/86" YEAR="1988" PAGE.ECR="2181">97/86, 193/86, 99/86 en 215/86, Asteris e. a., Jurispr. 1988, blz. 2181</REF.DOC.ECR>; beschikking president Hof van <DATE ISO="19880713">13 juli 1988</DATE>, zaak <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="160/88 R" YEAR="1988" PAGE.ECR="4121">160/88 R, Fédération européenne de la santé animale e. a., Jurispr. 1988, blz. 4121</REF.DOC.ECR>; arresten Hof van <DATE ISO="19921124">24 november 1992</DATE>, gevoegde zaken <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-15/91+C-108/91" YEAR="1992" PAGE.ECR="I-6061">C-15/91 en C-108/91, Buckl e. a., Jurispr. 1992, blz. I-6061</REF.DOC.ECR>; <DATE ISO="19930615">15 juni 1993</DATE>, zaak <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-213/91" YEAR="1993" PAGE.ECR="I-3177">C-213/91, Abertal e. a., Jurispr. 1993, blz. I-3177</REF.DOC.ECR>; beschikkingen Hof van <DATE ISO="19930524">24 mei 1993</DATE>, zaak <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-131/92" YEAR="1993" PAGE.ECR="I-2573">C-131/92, Arnaud e. a., Jurispr. 1993, blz. I-2573</REF.DOC.ECR>; <DATE ISO="19930621">21 juni 1993</DATE>, zaak C-288/93, Comaco, niet gepubliceerd in de Jurisprudentie; beschikking Gerecht FRSEA, reeds aangehaald; arrest Hof van <DATE ISO="19940518">18 mei 1994</DATE>, zaak <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-309/89" YEAR="1994" PAGE.ECR="I-1853">C-309/89, Codornm, Jurispr. 1994, blz. I-1853</REF.DOC.ECR>).</TXT></NP><NP><NO.P>49</NO.P><TXT>Volgens eveneens vaste rechtspraak hebben het Hof en het Gerecht geoordeeld dat marktdeelnemers slechts kunnen worden geacht individueel te worden geraakt door de handeling waarvan zij nietigverklaring vorderen, wanneer de handeling hun rechtspositie beïnvloedt uit hoofde van een feitelijke situatie, welke hen ten opzichte van ieder ander karakteriseert en hen individualiseert op soortgelijke wijze als een adressaat (zie terzake beschikkingen Comaco en FRSEA, beide reeds aangehaald, en arrest Codorniu, reeds aangehaald).</TXT></NP><NP><NO.P>50</NO.P><TXT>In casu moet worden vastgesteld dat de bepalingen van de verordeningen, waarvan nietigverklaring wordt gevorderd, hetzij rechtstreeks, hetzij bij wege van de exceptie van onwettigheid van artikel 39, lid 4, van verordening nr. 822/87 of van artikel 4, lid 2, van verordening nr. 441/88, alle producenten van tafelwijn volgens objectieve criteria raken.</TXT></NP><?PAGE NO="II-1965"?><NP><NO.P>51</NO.P><TXT>Anders dan verzoekers stellen, raken deze bepalingen hen dus niet op grond van bepaalde eigenschappen die karakteristiek zouden zijn voor hen, of op grond van een feitelijke situatie welke hen ten opzichte van iedere andere marktdeelnemer zou karakteriseren, doch richten deze bepalingen zich in abstracte en algemene termen tot onbepaalde categorieën van personen en zijn zij van toepassing op objectief bepaalde situaties.</TXT></NP><NP><NO.P>52</NO.P><TXT>De vastgestelde bepalingen van de verordeningen hebben namelijk niet specifiek betrekking op verzoekers en raken hen slechts in hun objectieve hoedanigheid van producenten van tafelwijn, evenals iedere andere marktdeelnemer die zich daadwerkelijk of potentieel in een zelfde situatie bevindt.</TXT></NP><NP><NO.P>53</NO.P><TXT>Met betrekking tot in de eerste plaats de conclusies strekkende tot nietigverklaring van artikel 1, lid 3, vierde streepje, van verordening nr. 343/94, voor zover de in gebied 4, dat wil zeggen Italië, te distilleren hoeveelheid voor het wijnoogstjaar 1993/1994 daarin wordt vastgesteld op <FT TYPE="NUMBER">12150000</FT> hl, merkt het Gerecht op, dat de Commissie bij de vaststelling van deze verordening tot toepassing van verordening nr. 822/87 is uitgegaan van de navolgende objectieve gegevens, zoals deze worden beschreven in de considerans van verordening nr. 343/94: <QUOT.START ID="QS0035" REF.END="QE0035" CODE="201E"/>overwegende dat uit de gegevens waarover de Commissie thans beschikt en met name die van de produktie- en behoeftenraming voor het wijnoogstjaar 1993/1994 blijkt dat de situatie in het lopende wijnoogstjaar wordt gekenmerkt door een gebrek aan evenwicht op de markt voor tafelwijn en wijn die tot tafelwijn kan worden verwerkt; dat derhalve is voldaan aan de in artikel 39, lid 1, van verordening (EEG) nr. 822/87 bedoelde voorwaarden om tot verplichte distillatie over te gaan; overwegende dat het, rekening houdend met de prijzen en het wenselijke niveau van de beschikbare hoeveelheden aan het einde van het wijnoogstjaar, noodzakelijk blijkt voor de Gemeenschap <FT TYPE="NUMBER">18200000</FT> hl tafelwijn te distilleren; dat deze hoeveelheid is bepaald op grond van de produktie- en behoeftenraming, om rekening te houden met het gebrek aan evenwicht dat met name is veroorzaakt doordat voorraden naar het volgende wijnoogstjaar zijn overgedragen die groter waren dan de hoeveelheid waarop bij de opstelling van de financiële gegevens voor het wijnoogstjaar was gerekend (...)<QUOT.END ID="QE0035" REF.START="QS0035" CODE="201D"/>.</TXT></NP><NP><NO.P>54</NO.P><TXT>Uit het voorgaande en de structuur van verordening nr. 343/94 volgt dat de Commissie de totale hoeveelheid te distilleren tafelwijn en de hoeveelheden<?PAGE NO="II-1966"?> die in de verschillende in artikel 4, lid 2, van verordening nr. 441/88 bedoelde gebieden moesten worden gedistilleerd, heeft vastgesteld op basis van objectieve criteria, met inachtneming van de totale produktie, de voorraden en de beschikbare hoeveelheden aan het einde van het wijnoogstjaar van alle marktdeelnemers van de Europese Economische Gemeenschap en, wat gebied 4 (Italië) betreft, van alle producenten van deze Lid-Staat en niet alleen van de producenten van de regio Venetië, zoals verzoekers.</TXT></NP><NP><NO.P>55</NO.P><TXT>Met betrekking tot in de tweede plaats de conclusies tot nietigverklaring van verordening nr. 610/94 (zie hiervoor, r. o. 16) tot wijziging van verordening nr. 465/94 (zie hiervoor, r. o. 15), stelt het Gerecht eveneens vast dat in de considerans van deze verordening wordt verklaard: <QUOT.START ID="QS0036" REF.END="QE0036" CODE="201E"/>overwegende dat in artikel 39, lid 4, van verordening (EEG) nr. 822/87 is bepaald dat voor de producenten met distillatieverplichting de te distilleren hoeveelheid gelijk is aan een nader te bepalen percentage van hun tafelwijnproduktie en dat dit percentage resulteert uit een opklimmende schaal die wordt vastgesteld aan de hand van de opbrengst per hectare; dat het derhalve noodzakelijk is de percentages van de produktie van elke distillatieplichtige vast te stellen die voor distillatie moeten worden geleverd; dat deze percentages niet alleen op objectieve criteria moeten zijn gebaseerd, maar ook moeten zijn aangepast aan de situatie in elk gebied; dat de schalen zodanig moeten zijn dat een hoeveelheid tafelwijn die overeenkomt met de in artikel 1, lid 3, van verordening (EG) nr. 343/94 bedoelde verplichting, uit een bepaald gebied wordt verwijderd; dat in de opbrengstklassen derhalve alleen de volumes moeten worden opgenomen die overeenkomen met die waarvoor een produktieopgave, die het uitgangspunt is voor de vaststelling van de schaal, moet worden ingediend; overwegende (...) dat de percentages van de produktie die elke distillatieplichtige voor distillatie moet leveren voor gebied 4 moeten worden vastgesteld op basis van de door Italië meegedeelde gegevens betreffende de tafelwijnproduktie en de verdeling daarvan naar opbrengstklasse; dat de betrokken percentages op zodanige wijze moeten worden vastgesteld dat de hogere opbrengsten relatief zwaarder worden getroffen (...)<QUOT.END ID="QE0036" REF.START="QS0036" CODE="201D"/></TXT></NP><NP><NO.P>56</NO.P><TXT>Uit de bepalingen van de verordeningen nrs. 465/94 en 610/94, in onderling verband gelezen, volgt dat de Commissie bij de bepaling van de produktie op basis van een in hl/ha uitgedrukte opbrengst voor gebied 4, dat wil zeggen Italië, enerzijds en bij de bepaling van de gemiddelde opbrengst per hectare van gebied 4 anderzijds is uitgegaan van totale en objectieve gegevens betreffende de tafelwijnproduktie en de verdeling van deze produktie naar de verschillende<?PAGE NO="II-1967"?> opbrengstklassen, die door de autoriteiten van deze Lid-Staat aan haar waren meegedeeld. In elk geval blijkt uit het dossier niet, dat bij de vaststelling van deze cijfers, die zijn opgesteld op basis van de gegevens van de Gemeenschap als geheel en op basis van alle gegevens betreffende het gehele Italiaanse grondgebied, rekening is gehouden met de bijzondere situatie van de wijnproducenten van de <QUOT.START ID="QS0037" REF.END="QE0037" CODE="201E"/>regio Venetië<QUOT.END ID="QE0037" REF.START="QS0037" CODE="201D"/>.</TXT></NP><NP><NO.P>57</NO.P><TXT>Zo gezien kunnen de beweringen van verzoekers betreffende een vermeende <QUOT.START ID="QS0038" REF.END="QE0038" CODE="201E"/>inertie<QUOT.END ID="QE0038" REF.START="QS0038" CODE="201D"/> van hun eigen autoriteiten, in het bijzonder met betrekking tot de verstrekking van precieze en actuele gegevens betreffende de opbrengst per hectare in de regio Venetië aan de gemeenschapsinstanties, niet afdoen aan dit oordeel.</TXT></NP><NP><NO.P>58</NO.P><TXT>Voor zover verzoekers lijken te stellen, dat zij door de litigieuze bepalingen van de verordeningen individueel worden geraakt als bijzonder zorgvuldige marktdeelnemers die gedurende de voorgaande jaren hun gehele voorgeschreven hoeveelheid hebben gedistilleerd en die dus zouden worden verplicht om bij derden te kopen om de hun voorgeschreven extra hoeveelheden te distilleren teneinde de niet door de andere marktdeelnemers in deze sector en andere gebieden in Italië gedistilleerde hoeveelheden te absorberen, is het eveneens duidelijk dat een dergelijke omstandigheid, zo zij al is aangetoond, in elk geval niet van dien aard is dat zij de positie van verzoekers voldoende karakteriseert ten opzichte van die van elke andere marktdeelnemer in de wijnsector en hen individualiseert op soortgelijke wijze als een adressaat van de regelgevende handelingen waarvan nietigverklaring wordt gevorderd.</TXT></NP><NP><NO.P>59</NO.P><TXT>Ten slotte is het Gerecht van mening dat verzoekers zich niet met succes tegen de door de Commissie opgeworpen exceptie van niet-ontvankelijkheid kunnen verweren, door zich te beroepen op hun positie uit hoofde van grondwettelijke bepalingen van hun nationale rechtsorde, noch door te stellen dat wanneer een dergelijke niet-ontvankelijkheid wordt uitgesproken, zulks te hunnen aanzien een<?PAGE NO="II-1968"?> rechtsweigering zou opleveren. Evenmin kunnen zij stellen dat een beslissing van een nationale rechter voor het Gerecht aanleiding zou kunnen zijn om in het onderhavige geding ten gronde uitspraak te doen.</TXT></NP><NP><NO.P>60</NO.P><TXT>Uit al het voorgaande volgt dat de bestreden bepalingen van de verordeningen verzoekers slechts raken in hun objectieve hoedanigheid van producent van tafelwijn, evenals iedere andere marktdeelnemer die zijn activiteiten op dezelfde markt uitoefent, en dat, waar verzoekers in geen enkel opzicht hebben aangetoond dat zij door de bepalingen van de verordeningen, waarvan zij nietigverklaring vorderen, individueel worden geraakt, de door de Commissie opgeworpen exceptie van niet-ontvankelijkheid dient te worden toegewezen, zonder dat de door de Raad aan de orde gestelde vraag behoeft te worden onderzocht of de verzoekende coöperaties, voor zover zij een categorie van marktdeelnemers vertegenwoordigen, als zodanig nietigverklaring van de bepalingen kunnen vorderen die de algemene belangen van deze categorie treffen.</TXT></NP><NP><NO.P>61</NO.P><TXT>Ten overvloede merkt het Gerecht in elk geval op, dat verzoekers toch niet elke beroepsweg wordt ontnomen om hun rechten geldend te maken. Indien zij daartoe gegronde redenen menen te hebben, kunnen zij namelijk ten aanzien van de nationale maatregelen tot uitvoering van de hiervoor genoemde litigieuze gemeenschapsbepalingen een zaak aanhangig maken voor de bevoegde nationale rechter, die dan krachtens artikel 177 EG-Verdrag aan het Hof van Justitie een vraag betreffende de geldigheid van deze gemeenschapsbepalingen kan voorleggen en, in voorkomend geval, in afwachting van de prejudiciële beslissing van het Hof de opschorting van de tenuitvoerlegging van de voor de toepassing van de betrokken gemeenschapsbepalingen vastgestelde nationale handelingen kan gelasten overeenkomstig de voorwaarden die worden beschreven in het arrest van het Hof van <DATE ISO="19910221">21 februari 1991</DATE> (gevoegde zaken <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-143/88+C-92/89" YEAR="1991" PAGE.ECR="I-415">C-143/88 en C-92/89, Zuckerfabrik Süderdithmarschen en Zuckerfabrik Soest, Jurispr. 1991, blz. I-415, r. o. 17-33</REF.DOC.ECR>).</TXT></NP><NP><NO.P>62</NO.P><TXT>Waar het beroep, zoals zojuist gezegd, in zijn geheel niet-ontvankelijk is, behoeven de nieuwe argumenten die verzoekers ter betwisting van de wettigheid van de bestreden bepalingen hebben aangevoerd en die zijn gebaseerd op de vaststelling, na de indiening van het verzoekschrift, van verordening nr. 3151/94 waarbij de<?PAGE NO="II-1969"?> termijn voor distillane wordt verlengd tot na het wijnoogstjaar 1993/1994, niet te worden onderzocht en behoeft in elk geval niet te worden beslist of deze nieuwe argumenten als nieuwe middelen in de zin van artikel 48, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering zouden kunnen worden aangemerkt.</TXT></NP></GR.SEQ></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><P>Kosten</P></TI></TITLE><NP><NO.P>63</NO.P><TXT>Ingevolge artikel 87, lid 2, eerste alinea, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voor zover zulks is gevorderd; aangezien verzoekers in het ongelijk zijn gesteld, dienen zij overeenkomstig de vordering van de Commissie in de kosten te worden verwezen.</TXT></NP><NP><NO.P>64</NO.P><TXT>Volgens artikel 87, lid 4, eerste alinea, van het Reglement voor de procesvoering dragen de instellingen die in het geding zijn tussengekomen, hun eigen kosten. De Raad zal dus zijn eigen kosten dragen.</TXT></NP></GR.SEQ></GR.SEQ><JURISDICTION><INTRO><P>HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Derde kamer — uitgebreid)</P><P>beschikt:</P></INTRO><LIST TYPE="ARAB"><ITEM><NP><NO.P>1.</NO.P><TXT>Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.</TXT></NP></ITEM><ITEM><NP><NO.P>2.</NO.P><TXT>Verzoekers worden verwezen in de kosten.</TXT></NP></ITEM><ITEM><NP><NO.P>3.</NO.P><TXT>De Raad zal zijn eigen kosten dragen.</TXT></NP></ITEM></LIST></JURISDICTION></CONTENTS.ORDER><?PAGE NO="II-1970"?><SIGNATURE.CASE><P>Luxemburg, <DATE ISO="19950629">29 juni 1995</DATE>.</P><SIGNATORY><P>De griffier</P><P>H.Jung</P></SIGNATORY><SIGNATORY><P>De president van de Derde kamer</P><P>J.Biancarelli</P></SIGNATORY></SIGNATURE.CASE></ORDER>