51996AP0354

Wetgevingsresolutie houdende advies van het Europees Parlement inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende het doen staken van inbreuken in het raam van de bescherming van de consumentenbelangen (COM(95)0712 - C4-0127/96 - 96/0025(COD) ) (Medebeslissingsprocedure: eerste lezing)

Publicatieblad Nr. C 362 van 02/12/1996 blz. 0236


A4-0354/96

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende het doen staken van inbreuken in het raam van de bescherming van de consumentenbelangen (COM(95)0712 - C4-0127/96 - 96/0025(COD))

Dit voorstel wordt goedgekeurd met de volgende wijzigingen:

(Amendement 1)

Titel

>Oorspronkelijke tekst>

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende het doen staken van inbreuken in het raam van de bescherming van de consumentenbelangen

>Tekst na stemming van het EP>

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende het doen staken van inbreuken in het raam van de bescherming van de consumentenbelangen

(Amendement 3)

Eerste overweging

>Oorspronkelijke tekst>

overwegende dat een aantal, in de bijlage bij deze richtlijn opgesomde richtlijnen van de Gemeenschap, voorschriften inzake de bescherming van de economische belangen van de consument behelzen,

>Tekst na stemming van het EP>

overwegende dat een aantal, in de bijlage bij deze richtlijn opgesomde richtlijnen van de Gemeenschap, voorschriften behelzen inzake de bescherming van de economische belangen van de consument, alsmede de bescherming van de belangen van personen die een commerciële, industriële of ambachtelijke activiteit uitoefenen en van het publiek in het algemeen, tegen onwettige handelingen en de hieruit voortvloeiende oneerlijke concurrentie,

(Amendement 6)

Dertiende overweging

>Oorspronkelijke tekst>

overwegende dat het aan de lid-staten is om op nationaal niveau de voor de doeleinden van deze richtlijn geschikte organen en/of organisaties aan te wijzen; dat op de aldus door de lid-staten als daartoe geschikt aangewezen lichamen en/of organisaties het beginsel van wederzijdse erkenning dient te worden toegepast,

>Tekst na stemming van het EP>

overwegende dat het aan de lid-staten is om op nationaal niveau de voor de doeleinden van deze richtlijn geschikte organen en/of organisaties, met inbegrip van op hun grondgebied om gevestigde Europese organen en/of organisaties, aan te wijzen; dat op de aldus door de lid-staten als daartoe geschikt aangewezen lichamen en/of organisaties het beginsel van wederzijdse erkenning dient te worden toegepast,

(Amendement 7)

Vijftiende overweging

>Oorspronkelijke tekst>

overwegende dat deze richtlijn geen afbreuk mag doen aan de regels van het internationaal privaatrecht, noch aan verdragen die tussen de lid-staten van kracht zijn,

>Tekst na stemming van het EP>

overwegende dat deze richtlijn geen afbreuk mag doen aan de regels van het internationaal privaatrecht, noch aan verdragen die tussen de lid-staten van kracht zijn, hetgeen inhoudt dat het nationale recht dat uit hoofde van genoemde bepalingen van toepassing is op de inhoud van het geschil, integraal moet worden toegepast;

(Amendement 8)

Vijftiende overweging bis (nieuw)

>Tekst na stemming van het EP>

overwegende dat, ingeval de lid-staten bepalen dat eerst de nationale bevoegde instantie wordt ingeschakeld om de acties waarvan sprake in deze richtlijn in te stellen, een termijn van ten hoogste dertig werkdagen dient te worden ingesteld, gerekend vanaf de datum waarop het verzoek om interventie bij de bevoegde instantie is ingediend en dat de verzoeker, indien deze termijn verstrijkt zonder dat de eerstgenoemde instantie iets onderneemt of van zich laat horen, zijn eis zonder verdere omhaal bij door de bevoegde autoriteit kan laten afhandelen,

(Amendement 9)

Zestiende overweging bis (nieuw)

>Tekst na stemming van het EP>

overwegende dat de werking van de bepalingen van deze richtlijn zich zal kunnen uitstrekken tot toekomstige richtlijnen waarvan de werkingsfeer raakvlakken heeft met de hier geregelde algemene doelstellingen van het doen staken van inbreuken;

(Amendement 10)

Artikel 1, lid 1

>Oorspronkelijke tekst>

1. Deze richtlijn heeft tot doel cooerdinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lid-staten betreffende bepaalde wegen om voor de bescherming van de consumentenbelangen zorg te dragen teneinde de goede werking van de interne markt te waarborgen.

>Tekst na stemming van het EP>

1. Deze richtlijn heeft tot doel harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lid-staten betreffende bepaalde handelingen die zijn gericht op de bescherming van de collectieve belangen van de consument, van personen die een commerciële, industriële of ambachtelijke activiteit uitoefenen en van het publiek in het algemeen, tegen de in lid 2 vermelde inbreuken, teneinde de goede werking van de interne markt te waarborgen.

(Amendement 11)

Artikel 1, lid 2

>Oorspronkelijke tekst>

2. Voor de doeleinden van deze richtlijn wordt onder "inbreuk" verstaan: elke handeling die strijdig is met de bepalingen van de in de bijlage vermelde en in de interne rechtsorde van de lid-staten omgezette richtlijnen, en waardoor de consumentenbelangen worden geschaad.

>Tekst na stemming van het EP>

2. Voor de doeleinden van deze richtlijn wordt onder "inbreuk" verstaan: elke handeling strijdig met de bepalingen van de in de bijlage vermelde en in de interne rechtsorde van de lid-staten omgezette richtlijnen, waardoor de consumentenbelangen worden geschaad, die leidt tot oneerlijke concurrentiepraktijken of die in strijd is met het algemeen belang.

(Amendement 13)

Artikel 2, lid 1, sub a)

>Oorspronkelijke tekst>

a) zo spoedig mogelijk en, in voorkomend geval, in het raam van een spoedprocedure wordt gelast iedere inbreukmakende handeling te staken, respectievelijk die inbreukmakende handeling wordt verboden;

>Tekst na stemming van het EP>

a) in het raam van een spoedprocedure wordt gelast iedere inbreukmakende handeling te staken, respectievelijk die inbreukmakende handeling wordt verboden;

(Amendement 14)

Artikel 2, lid 1, sub b)

>Oorspronkelijke tekst>

b) in voorkomend geval de nodige maatregelen worden getroffen om de gevolgen van de inbreuk te herstellen, waaronder begrepen bekendmaking van de uitspraak;

>Tekst na stemming van het EP>

b) in voorkomend geval de nodige maatregelen worden getroffen dan wel geëist om de gevolgen van de inbreuk te herstellen, waaronder begrepen bekendmaking van de uitspraak;

(Amendement 15)

Artikel 2, lid 1, sub c)

>Oorspronkelijke tekst>

c) de verliezende partij ertoe wordt veroordeeld, ingeval zij zich niet binnen de bij de uitspraak vastgestelde termijn naar de uitspraak voegt, aan de verzoekende partij per dag vertraging een bepaald bedrag of een ander in de nationale wetgeving voorzien bedrag ter waarborging van de tenuitvoerlegging van de uitspraken te betalen.

>Tekst na stemming van het EP>

c) de in het ongelijk gestelde partij ertoe wordt veroordeeld, ingeval zij zich niet binnen de bij de uitspraak vastgestelde termijn naar de uitspraak voegt, aan de staat of een door de nationale wet aangewezen instantie een dwangsom per dag vertraging over te maken of een ander in de nationale wetgeving voorziene economische sanctie op te leggen ter waarborging van de tenuitvoerlegging van de uitspraken.

(Amendement 16)

Artikel 2 bis (nieuw)

>Tekst na stemming van het EP>

Artikel 2 bis

Indien de nationale wetgeving van een lid-staat strengere eisen stelt aan de erkenning van het belang van een bond om een klacht in te dienen, dan wordt hieraan geen afbreuk gedaan.

(Amendement 17)

Artikel 3, lid 1, inleidende zin

>Oorspronkelijke tekst>

1. Voor de doeleinden van deze richtlijn wordt onder "bevoegde instantie" verstaan: elk lichaam of elke organisatie die volgens de nationale wetgeving een rechtmatig belang heeft om de in artikel 1 bedoelde bepalingen te doen naleven, en in het bijzonder:

>Tekst na stemming van het EP>

1. Voor de doeleinden van deze richtlijn wordt onder "bevoegde instantie" verstaan: elk lichaam of elke organisatie die in overeenstemming met de geldende nationale wet is opgericht en een rechtmatig belang heeft om de in artikel 1 bedoelde bepalingen te doen naleven, en in het bijzonder:

(Amendement 18)

Artikel 3, lid 1, sub b)

>Oorspronkelijke tekst>

b) de organisaties die een rechtmatig belang hebben om de consumentenbelangen te beschermen, alsmede de representatieve organisaties van ondernemingen of verbonden van ondernemingen, volgens de bij de nationale wetgeving vastgestelde criteria.

>Tekst na stemming van het EP>

b) de organisaties die een rechtmatig belang hebben om de consumentenbelangen te beschermen, alsmede de representatieve organisaties van ondernemingen of verbonden van ondernemingen, voor zover deze volgens het nationale recht dergelijke juridische stappen kunnen ondernemen.

(Amendement 19)

Artikel 3, lid 1, sub b) bis (nieuw)

>Tekst na stemming van het EP>

b bis) representatieve consumenten- dan wel bedrijfsorganisaties of -bonden op Europees niveau.

(Amendementen 20 en 25)

Artikel 3, lid 2

>Oorspronkelijke tekst>

2. Voor de doeleinden van deze richtlijn en onverminderd de rechten die door de nationale wetgeving aan andere instanties zijn toegekend, stelt elke lid-staat op nationaal niveau een lijst van de bevoegde instanties op die de in artikel 2 bedoelde stappen mogen ondernemen. De in die lijst opgenomen lichamen en organisaties ontvangen een document waarin voor de bevoegde rechterlijke instantie hun bevoegdheid wordt aangetoond.

>Tekst na stemming van het EP>

2. Voor de doeleinden van deze richtlijn en onverminderd de rechten die door de nationale wetgeving aan andere instanties zijn toegekend, stelt elke lid-staat op nationaal niveau een lijst van de bevoegde instanties op,eventueel met inbegrip van de in lid 1, sub b bis van dit artikel genoemde organisaties of bonden die op hun grondgebied zijn gevestigd, die de in artikel 2 bedoelde stappen mogen ondernemen. De in die lijst opgenomen lichamen en organisaties, waaronder in ieder geval de organisaties voor bescherming van de consumentenbelangen, ontvangen een document waarin voor de bevoegde rechterlijke instantie hun bevoegdheid wordt aangetoond.

(Amendement 24)

Artikel 4, lid 2

>Oorspronkelijke tekst>

2. De lid-staten kunnen bepalen dat de in lid 1 bedoelde rechtstreekse aanhangigmaking eerst kan geschieden nadat een bevoegde instantie van de territoriaal bevoegde lid-staat is benaderd om de in artikel 2 bedoelde stappen te ondernemen; in dat geval stellen de lid-staten een redelijke termijn vast waarbinnen de nationale bevoegde instanties dienen te antwoorden.

>Tekst na stemming van het EP>

2. De lid-staten kunnen bepalen dat de in lid 1 bedoelde rechtstreekse aanhangigmaking eerst kan geschieden nadat een bevoegde instantie van de territoriaal bevoegde lid-staat is benaderd om de in artikel 2 bedoelde stappen te ondernemen; in dat geval stellen de lid-staten een termijn vast van maximaal 20 werkdagen, gerekend vanaf de datum waarop de belanghebbende bevoegde instantie het bezwaar heeft ontvangen, waarbinnen de territoriaal bevoegde instanties dienen te antwoorden.

(Amendement 22)

Artikel 5, lid 1

>Oorspronkelijke tekst>

1. De lid-staten kunnen bepalen dat op de partij die voornemens is stappen te ondernemen tot het doen staken van de inbreuk de verplichting rust de inbreuk plegende partij vooraf te waarschuwen; zij kunnen ook reeds bestaande, in die zin luidende bepalingen handhaven; de lid-staten die van deze mogelijkheid gebruik maken, dragen ervoor zorg dat deze voorafgaande waarschuwing aan dusdanige regels is gebonden dat de stappen tot het doen staken van de inbreuk binnen een redelijke termijn kunnen worden genomen.

>Tekst na stemming van het EP>

1. De lid-staten kunnen, als voorwaarde voor het instellen van de in artikel 2 vermelde acties, de verplichting instellen of handhaven tot het indienen van een verzoek tot het staken van de inbreuk dan wel het beëindigen van de onwettige praktijk, of tot het vooraf waarschuwen van de inbreuk plegende partij; de lid- staten die van deze mogelijkheid gebruik maken, dragen ervoor zorg dat dit verzoek of deze voorafgaande waarschuwing aan dusdanige regels is gebonden dat de stappen tot het doen staken van de inbreuk binnen zo kort mogelijke termijn kunnen worden genomen.

(Amendement 23)

Artikel 6

>Tekst na stemming van het EP>

1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1, lid 2, kan de werking van de bepalingen van deze richtlijn zich uitstrekken tot toekomstige richtlijnen waarvan de werkingsfeer raakvlakken heeft met de algemene doelstellingen van het bepaalde in artikel 1, lid 1.

>Tekst na stemming van het EP>

2. Te dien einde dient elke toekomstige richtlijn van bovengenoemde aard een verwijzing te bevatten naar de desbetreffende bepalingen en de bijlage van deze richtlijn.

>Tekst na stemming van het EP>

3. Onverminderd het bovenstaande en uit hoofde van het bepaalde in dit artikel dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad periodiek voorstellen in tot wijziging van de bijlage van deze richtlijn.

>Oorspronkelijke tekst>

Om de drie jaar en uiterlijk op 30 december 2000 legt de Commissie aan het Europees Parlement en aan de Raad een verslag voor over de toepassing van deze richtlijn.

>Tekst na stemming van het EP>

4. Om de drie jaar en uiterlijk op 30 december 2000 legt de Commissie aan het Europees Parlement en aan de Raad een verslag voor over de toepassing van deze richtlijn.

Wetgevingsresolutie houdende advies van het Europees Parlement inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende het doen staken van inbreuken in het raam van de bescherming van de consumentenbelangen (COM(95)0712 - C4-0127/96 - 96/0025(COD))

(Medebeslissingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

- gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad COM(95)0712 - 96/0025(COD) ((PB C 107 van 13.4.1996, blz. 3.)),

- gelet op de artikelen 189 B, lid 2 en 100 A van het EG-Verdrag, op grond waarvan de Commissie het voorstel bij het Parlement heeft ingediend (C4-0127/96),

- gelet op artikel 58 van zijn Reglement,

- gezien het verslag van de Commissie juridische zaken en rechten van de burger en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en consumentenbescherming (A4-0354/96),

1. hecht zijn goedkeuring aan het voorstel van de Commissie zoals gewijzigd door het Parlement;

2. verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 189 A, lid 2 van het EG-Verdrag dienovereenkomstig te wijzigen;

3. verzoekt de Raad de door het Parlement aangenomen wijzigingen op te nemen in zijn krachtens artikel 189 B, lid 2 van het EG-Verdrag vast te stellen gemeenschappelijk standpunt;

4. verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen, en wenst dat in dat geval de overlegprocedure wordt ingeleid;

5. wijst erop dat de Commissie gehouden is elke wijziging die zij voornemens is aan te brengen in het door het Parlement geamendeerde voorstel, voor te leggen aan het Parlement;

6. verzoekt zijn Voorzitter dit advies te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.