Aanbeveling voor een AANBEVELING VAN DE RAAD over het nationale hervormingsprogramma 2012 van Denemarken en met een advies van de Raad over het convergentieprogramma van Denemarken voor de periode 2012-2015 /* COM/2012/0304 final */
Aanbeveling voor een AANBEVELING VAN DE RAAD over het nationale hervormingsprogramma 2012
van Denemarken
en met een advies van de Raad over het convergentieprogramma van Denemarken
voor de periode 2012-2015 DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 2, en artikel 148, lid 4, Gezien Verordening (EG) nr. 1466/97 van
de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op
begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch
beleid[1],
en met name artikel 5, lid 2, Gezien Verordening (EG)
nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad van
16 november 2011 betreffende de preventie en correctie van
macro-economische onevenwichtigheden[2],
met name artikel 6, lid 1, Gezien de aanbeveling van de Europese
Commissie[3], Gezien de resoluties van het Europees
Parlement[4],
Gezien de conclusies van de Europese Raad, Gezien het advies van het Comité voor de
werkgelegenheid, Na raadpleging van het Economisch en Financieel
Comité, Overwegende hetgeen volgt: (1) Op 26 maart 2010 hechtte de
Europese Raad zijn goedkeuring aan het voorstel van de Europese Commissie voor
een nieuwe groei- en werkgelegenheidstrategie. Deze Europa 2020-strategie moet
voor betere coördinatie van het economisch beleid zorgen en zich toespitsen op
de sleutelgebieden waarop Europa’s potentieel voor duurzame groei en
concurrentievermogen een krachtige impuls nodig heeft. (2) De Raad heeft op 13 juli 2010
een aanbeveling inzake de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van
de lidstaten en de Unie (2010–2014) en op 21 oktober 2010 een besluit
betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten[5] aangenomen, die samen de
"geïntegreerde richtsnoeren" vormen. De lidstaten werd verzocht in
hun nationaal economisch en werkgelegenheidsbeleid met de geïntegreerde
richtsnoeren rekening te houden. (3) Op 12 juli 2011 heeft de Raad
een aanbeveling aangenomen over het nationale hervormingsprogramma voor 2011
van Denemarken en heeft hij zijn advies uitgebracht over het geactualiseerde
convergentieprogramma van Denemarken voor de periode 2011-2014. (4) Op 23 november 2011
hechtte de Commissie haar goedkeuring aan de tweede jaarlijkse groeianalyse en
gaf daarmee de aanzet tot het tweede Europees Semester van voorafgaande en
geïntegreerde beleidscoördinatie, dat op de Europa 2020-strategie berust. Op 14
februari 2012 heeft de Commissie op grond van
Verordening (EU) nr. 1176/2011 het
Waarschuwingsmechanismeverslag[6]
aangenomen. Daarin werd Denemarken genoemd als een van de lidstaten die aan een
diepgaande evaluatie zouden worden onderworpen. (5) Op 2 maart 2012 heeft de
Europese Raad de prioriteiten inzake financiële stabiliteit,
begrotingsconsolidatie en groeibevorderende maatregelen goedgekeurd. Hij
benadrukte de noodzaak van een gedifferentieerde, groeivriendelijke
begrotingsconsolidatie, een normalisering van de kredietverschaffing aan de
economie, de bevordering van groei en concurrentievermogen, het aanpakken van
de werkloosheid en van de sociale gevolgen van de crisis, en de modernisering
van de overheidsdiensten. (6) Op 2 maart 2012 verzocht de
Europese Raad voorts de lidstaten die aan het Euro Plus-pact deelnemen hun
toezeggingen tijdig te presenteren om in de stabiliteits- of convergentieprogramma's
en de nationale hervormingsprogramma's te kunnen worden opgenomen. (7) Op 30 april 2012
heeft Denemarken zijn convergentieprogramma voor de periode 2012–2015 ingediend
en zijn nationale hervormingsprogramma 2012. Om met de onderlinge verbanden
rekening te houden zijn beide programma's terzelfder tijd geëvalueerd. Op basis
van haar diepgaande evaluatie[7]
uit hoofde van artikel 5 van Verordening (EU) nr. 1176/2011
is de Commissie tot de conclusie gekomen dat er in Denemarken van een interne
en een externe onevenwichtigheid sprake is, die evenwel niet buitensporig zijn. (8) Op basis van de
overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1466/97 verrichte evaluatie
van het geactualiseerde convergentieprogramma komt de Raad tot de conclusie dat
het aan de begrotingsprognoses van het programma ten grondslag liggende
macro-economische scenario aannemelijk is. Het scenario met een verwachte bbp-groei
van 1,2% in 2012 en 1,5% in 2013 sluit grotendeels aan bij de
voorjaarsprognoses van de Commissie van 1,1% en 1,4%. Derhalve zijn de
overheidstekorten iets geringer in het convergentieprogramma (4,0% in 2012 en
1,8% in 2013 ten opzichte van 4,1% en 2,0% van het bbp in de voorjaarsprognoses
2012 van de Commissie). Met de in het programma uitgestippelde begrotingsstrategie
wordt beoogd tegen 2013 het buitensporig tekort te corrigeren en de
middellangetermijndoelstelling (MTD) te verwezenlijken van een begroting die in
2020 minstens een structureel evenwicht vertoont. In het programma wordt de vorige
MTD dus bevestigd, waarmee de vereisten van het stabiliteits- en groeipact
afdoende in acht worden genomen. Het geplande nominale tekort in 2013 spoort
met een tijdige correctie van het buitensporige overheidstekort en uitgaande
van het (herberekende) structurele begrotingssaldo[8] stemt de geplande
begrotingsinspanning in dat jaar overeen met de aanbeveling van de Raad die in
juli 2010 in het kader van de buitensporigtekortprocedure is vastgesteld. Het
consolidatietraject is verder naar de toekomst verschoven dan gepland, zodat in
2013 een aanzienlijke inspanning vereist is om de noodzakelijke structurele
aanpassing te bewerkstelligen. De kans dat Denemarken in 2013 de
referentiewaarde van 3% van het bbp niet zal halen, is klein; volgens de
voorjaarsprognoses 2012 van de Commissie zal het overheidstekort 2,0% van het
bbp bedragen. Uitgaande van het (herberekende) structurele begrotingssaldo zal
de geraamde verbetering van het structurele begrotingssaldo vanaf 2013 lager
uitvallen dan de door het stabiliteits- en groeipact vereiste 0,5% van het bbp.
Tegelijkertijd wordt verwacht dat het groeipercentage van de overheidsuitgaven,
rekening houdend met de discretionaire maatregelen op het vlak van de
ontvangsten, overeen zal stemmen met de uitgavenbenchmark van het stabiliteits-
en groeipact. Een deel van het begrotingstekort wordt gefinancierd door de
rekening van de regering bij de Deense Nationalbank af te bouwen. Verwacht wordt
dat de bruto-overheidsschuld van Denemarken zal dalen van 46,5% van het bbp in
2011 tot 41,1% in 2015, ruimschoots onder de 60% van het bbp. (9) De toename van het
arbeidsaanbod is essentieel voor Denemarken om de toekomstige welvaart en de
houdbaarheid van de begroting te garanderen. In 2011 heeft Denemarken een
ambitieuze hervorming afgerond van de regeling voor vrijwillig vervroegd
ouderdomspensioen en heeft het de reeds geplande verhoging van de wettelijke
pensioengerechtigde leeftijd en de koppeling met de levensverwachting vervroegd
doorgevoerd. De aandacht moet nu worden gericht op de hervorming van het
invaliditeitspensioen en gesubsidieerde banenplannen (het "flex-job"-systeem).
De regering heeft ter zake een voorstel met hervormingen ingediend, dat onverwijld
zou moeten worden uitgevoerd. De groeiende arbeidsparticipatiekloof tussen
mensen met een migrantenachtergrond en de rest van de beroepsbevolking moet ook
worden aangepakt. (10) De stijging van de
arbeidsproductiviteit in Denemarken is in de loop van de voorbije decennia afgenomen,
als gevolg van onder meer relatief zwakke onderwijsprestaties. Ondanks de hoge
onderwijsuitgaven is de kwaliteit van het Deense schoolonderwijs – zoals
gemeten door het PISA-onderzoek van de OESO – slechts gemiddeld. Voorts voltooien
studenten doorgaans hun studies af op een hogere leeftijd dan in andere EU-lidstaten
en is het schooluitvalpercentage bij beroepsopleidingen, vrij hoog. Om een
antwoord te kunnen bieden op deze uitdagingen heeft de regering een aantal
nieuwe maatregelen aangekondigd voor zowel het leerplichtonderwijs als het
secundair onderwijs. De begroting 2012 voorziet ook in de opneming van sociale
clausules in openbare aanbestedingsprocedures, en in maatregelen die ervoor
moeten zorgen dat het voor particuliere ondernemingen financieel voordelig is om
leerlingplaatsen aan te bieden, waardoor het aantal beschikbare plaatsen zal
toenemen. De uitbreiding van het aantal beschikbare leerlingplaatsen zal ook
aan de orde komen op het driepartijenoverleg en in het kader van de
werkzaamheden van een interministerieel comité. (11) Een andere mogelijke verklaring
voor de lage productiviteitsgroei is de relatief geringe mate van concurrentie
in Denemarken. In 2011 is een concurrentiepakket goedgekeurd dat hoofdzakelijk
toegespitst was op de bouwsector, de detailhandel, de diensten in de gezondheidszorg
en de overheidsdiensten. De openstelling van het taxiwezen en van
vervoersdiensten voor concurrentie en de liberalisering van apotheken worden
onderzocht met het oog op mogelijke nieuwe maatregelen. Momenteel vinden
besprekingen plaats met de regionale en lokale overheden over de toename van de
openbare aanbestedingsprocedures bij gemeenten en regio's. In dit verband is een
overheidscommissie recentelijk tot de conclusie gekomen dat de Deense
mededingingswetgeving moet worden aangescherpt en dat de sancties bij inbreuken
momenteel te laag zijn om een afschrikkend effect te hebben. Aangezien op dit
terrein in het voorbije jaar slechts een beperkt aantal concrete initiatieven
zijn genomen, zijn verdere maatregelen noodzakelijk om deze uitdaging naar
behoren aan te pakken. (12) Zoals ook bleek uit de
diepgaande evaluatie in het kader van artikel 5 van
Verordening (EU) nr. 1176/2011 ontstaat er, hoewel de hoge
brutoschuldenlast van de huishoudens tot op zekere hoogte een structureel
kenmerk van de Deense economie vormt, waarbij de activa van de huishoudens
aanzienlijk groter zijn dan de schulden, bezorgdheid over de grote schulden van
de huishoudens doordat de ontwikkelingen op de huizenmarkt de schulden hebben
opgedreven tot een niveau dat niet meer door structurele factoren te verklaren
is. Voorts is de samenstelling van de hypotheekleningen sedert 2003 gewijzigd,
waarbij meer aflossingsvrije hypotheekleningen en leningen met variabele rente
zijn afgesloten dan leningen tegen vaste rentevoet met termijnaflossing. Bij
een bepaald schuldniveau zijn huishoudens dus nu meer gevoelig voor
renteverhogingen en schommelingen van de vastgoedprijzen dan tien jaar geleden
het geval was. Dit brengt hogere potentiële risico's met zich voor de
financiële en economische stabiliteit. Denemarken heeft op dit punt maatregelen
genomen om de zwakke punten van het hypotheekstelsel te verhelpen. Voorts
onderzoekt het ministerie voor Ondernemingen en Groei momenteel de verdeling
van activa en passiva bij huishoudens en hun potentiële kwetsbaarheid bij
verschillende economische schokken. Er moeten evenwel ook maatregelen in
overweging worden genomen om op middellange termijn procyclische ontwikkelingen
op de vastgoedmarkt te voorkomen, bij voorkeur door de onroerendgoedbelasting
in overeenstemming te brengen met de daadwerkelijke marktwaarde. De afschaffing
van de bovengrens bij de jaarlijkse verhoging van de gemeentelijke grondwaardebelastingen
zou toekomstige procyclische effecten kunnen voorkomen. Dergelijke maatregelen
moeten geleidelijk worden ingevoerd, rekening houdend met de huidige noodzakelijke
stabilisering van de huizenmarkt. (13) Denemarken heeft in het kader
van het Euro Plus-pact een aantal toezeggingen gedaan. Deze toezeggingen,
en de uitvoering van de in 2011 gedane toezeggingen, hebben betrekking op het
bevorderen van de werkgelegenheid, het vergroten van de concurrentiekracht, het
verbeteren van de houdbaarheid van de overheidsfinanciën en het versterken van
de financiële stabiliteit. De Commissie heeft de nakoming van de in het kader
van het Euro Plus-pact gedane toezeggingen onderzocht. In de aanbevelingen is
met de resultaten van dit onderzoek rekening gehouden. (14) In de context van het Europees
Semester heeft de Commissie een alomvattende analyse van het economische beleid
van Denemarken verricht. Zij heeft zowel het convergentieprogramma als het
nationale hervormingsprogramma doorgelicht en een diepgaande evaluatie
gepresenteerd. Daarbij heeft zij niet alleen gekeken naar de relevantie ervan
voor een houdbaar budgettair en sociaaleconomisch beleid in Denemarken, maar
ook nagegaan of de EU-regels en ‑richtsnoeren in acht zijn genomen,
gezien de noodzaak de algemene economische governance van de Europese Unie te
versterken door middel van een EU-inbreng in toekomstige nationale besluiten.
Haar aanbevelingen in het kader van het Europees Semester worden in de
onderstaande aanbevelingen (1) tot en met (5) weergegeven. (15) In het licht van deze
beoordeling heeft de Raad het convergentieprogramma van Denemarken onderzocht.
Zijn advies[9]
daarover is met name in de onderstaande aanbeveling (1) weergegeven. (16) In het licht van de resultaten
van de diepgaande evaluatie van de Commissie en deze beoordeling heeft de Raad
het nationale hervormingsprogramma voor 2012 en het convergentieprogramma van
Denemarken onderzocht. Zijn aanbevelingen op grond van artikel 6 van
Verordening (EU) nr. 1176/2011 zijn met name in de aanbevelingen
(3), (4) en (5) weergegeven, BEVEELT AAN dat Denemarken in de
periode 2012-2013 actie onderneemt om: 1. De uitgestippelde
begrotingsstrategie uit te voeren om het buitensporige tekort tegen 2013 te
verhelpen en de gemiddelde jaarlijkse structurele aanpassingsinspanning te
bereiken die op grond van de buitensporigtekortprocedure in de aanbevelingen
van de Raad is vastgesteld. Er daarna voor te zorgen dat de structurele
aanpassingsinspanning toereikend is om voldoende vooruitgang te boeken bij het
verwezenlijken van de middellangetermijndoelstelling (MTD), wat onder meer
inhoudt dat de uitgavenbenchmark wordt gehaald. 2. Verdere maatregelen te nemen
om het arbeidsaanbod op lange termijn te verhogen door een hervorming van het
invaliditeitspensioen, het sterker richten van de gesubsidieerde banenplannen
(het "flex-job"-systeem) op mensen met een verminderde arbeidscapaciteit
en het verhogen van de inzetbaarheid van mensen met een migrantenachtergrond. 3. Onverwijld de aangekondigde
maatregelen uit te voeren om de kostenefficiëntie van het onderwijs te
verhogen, het percentage voortijdige schoolverlaters te verminderen, in het
bijzonder in het beroepsonderwijs, en het aantal leerlingplaatsen uit te
breiden. 4. De inspanningen voort te
zetten om de belemmeringen voor de concurrentie weg te nemen, in het bijzonder
in de lokale dienstverlening, de detailhandel en de bouwsector, onder meer door
een verdere openstelling voor concurrentie van de gemeentelijke en regionale
overheidsopdrachten voor dienstverlening en door ervoor te zorgen dat de
sancties in het mededingingsrecht voldoende afschrikkend zijn. 5. Verdere preventieve maatregelen
te overwegen om de stabiliteit van de huizenmarkt en het financiële systeem op
middellange termijn te versterken, onder meer door rekening te houden met de resultaten
van het lopend onderzoek van het ministerie voor Ondernemingen en Groei inzake de
verdeling van activa en passiva bij de huishoudens en door een herziening van
de waarde van het onroerend goed voor belastingdoeleinden en de herziening van
de gemeentelijke grondwaardebelasting. Gedaan te Brussel, Voor
de Raad De
voorzitter [1] PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1. [2] PB L 306 van 23.11.2011, blz. 25. [3] COM(2012) 304 final. [4] P7_TA(2012)0048 en P7_TA(2012)0047 [5] Besluit 2012/238/EU van de Raad van 26 april 2012. [6] COM(2012) 68 final. [7] SWD(2012) 153 final. [8] Conjunctuurgezuiverd begrotingssaldo, ongerekend
eenmalige en tijdelijke maatregelen, herberekend door de diensten van de
Commissie op basis van de in het programma voorkomende informatie, volgens de
algemeen aanvaarde methode. [9] Uit hoofde van artikel 9, lid 2, van Verordening (EG)
nr. 1466/97 van de Raad.