31997D0167

97/167/EG: Besluit van de Commissie van 25 februari 1997 houdende aanvaarding van de verbintenissen, aangeboden in verband met het nieuwe onderzoek van Verordening (EEG) Nr. 3433/91 van de Raad en de procedure betreffende de invoer van niet-navulbare zakgasaanstekers met vuursteentje van oorsprong uit respectievelijk Thailand, de Filipijnen en Mexico

Publicatieblad Nr. L 065 van 06/03/1997 blz. 0054 - 0056


BESLUIT VAN DE COMMISSIE van 25 februari 1997 houdende aanvaarding van de verbintenissen, aangeboden in verband met het nieuwe onderzoek van Verordening (EEG) nr. 3433/91 van de Raad en de procedure betreffende de invoer van niet-navulbare zakgasaanstekers met vuursteentje van oorsprong uit respectievelijk Thailand, de Filipijnen en Mexico (97/167/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1), gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2331/96 (2), inzonderheid op de artikelen 8 en 23,

Na overleg met het raadgevend comité,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Op 18 maart 1995 kondigde de Commissie door middel van een bericht in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen (3) de inleiding aan van een nieuw onderzoek van Verordening (EEG) nr. 3433/91 van de Raad (4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1006/95 (5), met betrekking tot de invoer van niet-navulbare zakgasaanstekers met vuursteentje van oorsprong uit Thailand en opende zij een onderzoek krachtens artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 3283/94 van de Raad (6), die tijdens het onderzoek werd vervangen door Verordening (EG) nr. 384/96, hierna de basisverordening genoemd. Dit tussentijdse onderzoek werd geopend naar aanleiding van een daartoe strekkend verzoek dat in maart 1994 door de Federatie van de Europese fabrikanten van aanstekers (EFLM) werd ingediend namens de leden van deze organisatie, die tezamen vrijwel de gehele communautaire productie van het soortgelijke product voor hun rekening nemen. Dit verzoek bevatte voldoende bewijsmateriaal voor het openen van een nieuw onderzoek.

(2) Op 18 maart 1995 kondigde de Commissie door middel van een bericht in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen (7) de inleiding aan van een antidumpingprocedure betreffende de invoer van niet-navulbare zakgasaanstekers met vuursteentje van oorsprong uit de Filipijnen en Mexico en opende zij een onderzoek. Deze procedure werd ingeleid naar aanleiding van twee klachten die beide in augustus 1994 werden ingediend door de producenten die het grootste gedeelte van de totale communautaire productie van het soortgelijke product voor hun rekening nemen. Voor de Filipijnen en Mexico werd geconcludeerd dat deze klachten voldoende bewijs van dumping en daaruit voortvloeiende aanmerkelijke schade bevatten om de opening van een antidumpingprocedure te rechtvaardigen. De desbetreffende onderzoeken werden in het kader van één enkele procedure uitgevoerd.

(3) Een aantal overwegingen bracht de Commissie tot de conclusie dat het dienstig was de gevolgen van de invoer met dumping uit het land waarop het nieuwe onderzoek betrekking had (Thailand) en uit de twee landen die aan een nieuwe procedure werden onderworpen (de Filipijnen en Mexico) cumulatief te beoordelen. Uit procedureel oogpunt werd het derhalve wenselijk geacht, zo maatregelen noodzakelijk zouden zijn, onmiddellijk definitieve maatregelen te nemen en het tussenstadium van de voorlopige maatregelen over te slaan.

(4) De Commissie verzamelde en verifieerde derhalve verder alle informatie die zij voor haar definitieve bevindingen noodzakelijk achtte. Bij dit onderzoek werd vastgesteld, dat ten aanzien van de invoer uit de drie betrokken landen definitieve antidumpingmaatregelen moesten worden genomen teneinde de schadelijke bevolgen van de invoer met dumping weg te nemen (en dat de bestaande maatregelen ten aanzien van de invoer uit Thailand moesten worden ingetrokken). De bevindingen en conclusies in verband met alle aspecten van het onderzoek zijn in Verordening (EG) nr. 423/97 van de Raad (8) neergelegd.

(5) Na van deze conclusies in kennis te zijn gesteld, boden één Thaise producent, twee verbonden Filipijnse producenten en één Mexicaanse producent overeenkomstig artikel 8 van de basisverordening verbintenissen aan in verband met de prijzen bij invoer of bij wederverkoop aan de eerste niet-verbonden afnemers in de Gemeenschap.

(6) Krachtens deze verbintenissen zouden de prijzen worden vastgesteld op een niveau dat voldoende hoog is om de in dit nieuwe onderzoek en deze antidumpingprocedure vastgestelde schadeveroorzakende dumping weg te nemen. Dientengevolge en gezien de bevindingen van het onderzoek (in het bijzonder wat het oorzakelijk verband als bedoeld in de overwegingen 70 en 71 van Verordening (EG) nr. 423/97 betreft) is de Commissie van mening, dat de aangeboden verbintenissen in deze gevallen als een bijzonder goede oplossing dienen te worden beschouwd.

(7) Daarbij komt nog dat, gezien het voor de betrokken uitvoer gebruikte type distributiekanaal (de goederen worden aan verbonden partijen of aan alleenimporteurs in de Gemeenschap verkocht) en gezien het feit dat de betrokken Thaise producent, die tevens de exporteur is van de betrokken goederen, de Japanse verbonden onderneming die de door de twee Filipijnse producenten vervaardigde producten normaal uitvoert, en de Amerikaanse verbonden onderneming die de door de Mexicaanse producent vervaardigde producten normaal uitvoert (samen met verbonden importeurs in de Gemeenschap), zich ertoe hebben verbonden de Commissie op gezette tijden gedetailleerde informatie betreffende de verkoop te verstrekken, werd geconcludeerd dat de naleving van deze verbintenissen op doeltreffende wijze door de Commissie kan worden geverifieerd.

(8) Onder deze omstandigheden worden de door de Thaise producent/exporteur, de twee verbonden Filipijnse producenten samen met hun Japanse moedermaatschappij en de Mexicaanse producent samen met zijn Amerikaanse moedermaatschappij (en de verbonden importeurs in de Gemeenschap) aangeboden verbintenissen aanvaardbaar geacht en kunnen de onderzoekingen derhalve met betrekking tot de Thaise, de Filipijnse en de Mexicaanse producenten worden beëindigd.

(9) De betrokken producenten en exporteurs (evenals de verbonden importeurs) werden in kennis gesteld van de belangrijkste feiten en overwegingen op grond waarvan de instelling van definitieve antidumpingmaatregelen werd aanbevolen en werden in de gelegenheid gesteld over alle aspecten van het onderzoek opmerkingen te maken. Dit betekent derhalve dat, wanneer een verbintenis wordt opgezegd of de Commissie redenen heeft om aan te nemen dat een verbintenis niet wordt nagekomen, krachtens artikel 7 en artikel 8, lid 10, van de basisverordening een voorlopig recht kan worden opgelegd en, indien aan de voorwaarden van artikel 8, lid 9, van de vorengenoemde verordening is voldaan, een definitief antidumpingrecht zal worden ingesteld.

(10) Met het raadgevend comité werd over de aanvaarding van de aangeboden verbintenissen overleg gepleegd en het heeft geen bezwaar gemaakt.

(11) De bedrijfstak van de Gemeenschap werd in kennis gesteld van de belangrijkste feiten en overwegingen op basis waarvan de Commissie voornemens was de verbintenissen te aanvaarden en heeft geen bezwaren gemaakt,

BESLUIT:

Artikel 1

De verbintenissen die zijn aangeboden door:

a) Thai Merry Co. Ltd, Samutsakorn, Thailand,

in verband met het nieuwe onderzoek van Verordening (EEG) nr. 3433/91, en door

b) Iwax Philippine, Inc., Rosario, Cavite, De Filipijnen,

Iwahori Philippines, Inc., Mariveles, Bataan, De Filipijnen, en

Iwax Inc., Shizuoka, Japan (wat haar uitvoer van de door de bovengenoemde ondernemingen vervaardigde goederen betreft),

JMP Mexico, SA de CV, Tijuana, Mexico, en

Scripto Tokai Corp., Fontana, USA (wat haar uitvoer van de door de bovengenoemde ondernemingen vervaardigde goederen betreft), evenals al haar verbonden importeurs in de Gemeenschap,

in verband met de procedure betreffende de invoer van niet-navulbare zakgasaanstekers met vuursteentje, vallende onder GN-code ex 9613 10 00,

worden aanvaard.

Deze aanvaarding wordt van kracht op de datum van inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 423/97.

Artikel 2

De onderzoekingen in verband met het nieuwe onderzoek en de antidumpingprocedure bedoeld in artikel 1 worden hierbij beëindigd wat de in het genoemde artikel vermelde ondernemingen betreft.

Gedaan te Brussel, 25 februari 1997.

Voor de Commissie

Leon BRITTAN

Vice-Voorzitter

(1) PB nr. L 56 van 6. 3. 1996, blz. 1.

(2) PB nr. L 317 van 6. 12. 1996, blz. 1.

(3) PB nr. C 67 van 18. 3. 1995, blz. 4.

(4) PB nr. L 326 van 28. 11. 1991, blz. 1.

(5) PB nr. L 101 van 4. 5. 1995, blz. 38.

(6) PB nr. L 349 van 31. 12. 1994, blz. 1.

(7) PB nr. C 67 van 18. 3. 1995, blz. 3.

(8) Zie bladzijde 1 van dit Publikatieblad.