Brussel, 27.10.2026

COM(2026) 1037 final

2026/0340(COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de digitalisering van het casemanagement op het gebied van terugkeer, overname en re-integratie, en tot wijziging van Verordeningen (EU) 2018/1726, (EU) 2018/1860, (EU) 2019/817 en (EU) 2019/818 van het Europees Parlement en de Raad

{SEC(2026) 1037 final} - {SWD(2026) 1037 final} - {SWD(2026) 1038 final} - {SWD(2026) 1039 final}


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

•Motivering en doel van het voorstel

De werking en de duurzaamheid van het Europese migratie- en asielstelsel zijn afhankelijk van een uitgebreid systeem voor het beheer van migratie op de lange termijn. De doeltreffende terugkeer van onderdanen van derde landen die geen recht op verblijf in de Europese Unie (“EU” of “Unie”) hebben, is noodzakelijk voor de integriteit van het Europese stelsel.

Als onderdeel van de nieuwe aanpak van migratie, zoals uiteengezet in de Europese strategie voor asiel- en migratiebeheer 1(1), beschikt de EU thans over strenge en modernere regels op het gebied van terugkeer. Met de nieuwe terugkeerverordening 2(2) wordt de gemeenschappelijke aanpak van terugkeer versterkt door middel van doeltreffendere procedures, nauwere samenwerking tussen de lidstaten en met derde landen, en instrumenten ter ondersteuning van de uitvoering van terugkeermaatregelen. De vereenvoudiging en automatisering van terugkeerprocessen kunnen vervolgens verder bijdragen aan het verminderen van de administratieve lasten en de werklast van nationale autoriteiten, wat leidt tot vereenvoudiging en een grotere efficiëntie van het terugkeersysteem. De terugkeerverordening sluit naadloos aan bij de regels van het migratie- en asielpact, die de mazen in het systeem tussen asiel en terugkeer dichten, onder meer via de procedures aan de buitengrenzen, en de samenwerking versterken tussen verschillende autoriteiten, zowel binnen als tussen de lidstaten, met EU-agentschappen en met derde landen.

De EU heeft vooruitgang geboekt bij het vergroten van de doeltreffendheid van terugkeer. In 2025 hebben de lidstaten 487 285 bevelen om het grondgebied te verlaten uitgevaardigd en is de doeltreffende terugkeer van 136 665 illegaal verblijvende onderdanen van derde landen gerealiseerd, wat neerkomt op een terugkeerpercentage van 28 %. Hoewel dit terugkeerpercentage een duidelijke verbetering betekent ten opzichte van 2024 (terugkeerpercentage van 24 %), moet er nog aanzienlijke vooruitgang worden geboekt om te zorgen voor een doeltreffende terugkeer van alle onderdanen van derde landen die het bevel hebben gekregen het grondgebied te verlaten.

Tegen deze achtergrond neemt de Commissie aanvullende maatregelen om terugkeer nog efficiënter te laten verlopen; daartoe presenteert zij dit nieuwe initiatief dat een gemeenschappelijke digitale ruggengraat tot stand brengt die de relevante autoriteiten, processen en instrumenten met elkaar verbindt. Daarnaast stelt de Commissie ook voor het mandaat van Frontex te herzien om zijn rol als Unie-actor in het gemeenschappelijke systeem voor terugkeer aanzienlijk te versterken. Samen met de nieuwe terugkeerverordening weerspiegelen deze initiatieven de sterkere ambitie van de EU om te komen tot snelle en doeltreffende terugkeer, als integrerend onderdeel van een goed beheerd EU-migratiestelsel.

Digitalisering is een belangrijk bestanddeel van de toolbox waarmee de EU terugkeer doeltreffender kan maken, de uitvoering van het nieuwe, bij de terugkeerverordening ingevoerde gemeenschappelijke terugkeersysteem van de EU kan ondersteunen, en de administratieve lasten kan beperken. Digitale systemen zijn van cruciaal belang voor het doeltreffend ontwerpen, handhaven en monitoren van migratiebeleid en -regels, doordat zij efficiëntere procedures en coördinatie mogelijk maken. Ze dragen bij tot de ontwikkeling van moderne, veilige en doeltreffende instrumenten die de kwaliteit, consistentie en tijdigheid van de besluitvorming inzake terugkeer bevorderen en de handhaving versterken. Digitalisering helpt informatie beschikbaar te maken, waar en wanneer nodig, procedures te automatiseren, handmatig werk en administratieve lasten te verminderen, samenwerking tussen autoriteiten te vergemakkelijken en de monitoring en uitvoering van terugkeer te verbeteren. De digitalisering van casemanagement op het gebied van terugkeer, overname en re-integratie is derhalve een belangrijke factor voor het gemeenschappelijke EU-systeem voor terugkeer: zij vult de versterkte operationele rol van Frontex op het gebied van terugkeer aan en helpt de grotere ambitie van de EU op het gebied van terugkeer te vertalen in meer gecoördineerde, efficiëntere en doeltreffendere maatregelen.

Ondanks aanzienlijke inspanningen op nationaal en EU-niveau in de afgelopen jaren blijft het digitale landschap voor het casemanagement op het gebied van terugkeer gefragmenteerd, met een ongelijkmatige ontwikkeling, grote verschillen in de beschikbaarheid van gegevens, de functies en de interoperabiliteit daarvan, alsook een beperkte gegevensuitwisseling. Ten eerste is de informatie die nodig is om terugkeer, overname en re-integratie efficiënt te laten verlopen, niet voor alle betrokken autoriteiten gemakkelijk toegankelijk. De beschikbare gegevens die nodig zijn om deze processen snel af te ronden, worden in onvoldoende mate uitgewisseld en zijn niet voldoende toegankelijk binnen dezelfde lidstaat, tussen lidstaten onderling (en tussen lidstaten en Frontex) en tussen lidstaten (of Frontex) en derde landen. Ten tweede hebben migratie-autoriteiten te kampen met buitensporige administratieve lasten. Ten derde is er behoefte aan meer gedetailleerde en snel beschikbare statistieken over terugkeer, overname en re-integratie.

Deze problemen hebben drie belangrijke oorzaken. In de eerste plaats is de digitalisering van het casemanagement op het gebied van terugkeer, overname en re-integratie binnen de EU nog steeds ontoereikend en versnipperd. Nationale terugkeersystemen lopen sterk uiteen wat betreft beschikbaarheid, functies en interoperabiliteit, en staan vaak los van bestaande EU-instrumenten voor overname en re-integratie. Ook de governance is versnipperd, waarbij de verantwoordelijkheden verdeeld zijn over de lidstaten, EU-agentschappen en partners uit derde landen, wat leidt tot inconsistente normen, complexe gegevensbeschermingsregelingen en afhankelijkheid van externe financiering en samenwerking. Ten tweede, zelfs wanneer er digitale casemanagementsystemen zijn ingevoerd en geïntegreerd, zijn de functies van deze systemen vaak ontoereikend. Belangrijke functies, zoals het aanpassen van termijnen of het automatisch opvolgen van terugkeerbesluiten, worden zelden uitgevoerd. Technische beperkingen, zoals het ontbreken van een verbinding met het Schengeninformatiesysteem of van unieke identificatiegegevens voor terugkeerders, kunnen leiden tot dubbele dossiers en onbetrouwbare statistieken. Ten derde, het ontbreken van voldoende duidelijke rechtsgrondslagen voor gegevensuitwisseling en ontwikkeling van IT-systemen beperkt het gebruik van bestaande IT-systemen en belemmert de ontwikkeling van nieuwe systemen.

Tegen deze achtergrond heeft dit voorstel tot doel een doeltreffendere en efficiëntere uitvoering te ondersteunen van de regels inzake terugkeer, overname en re-integratie van illegaal in de Unie verblijvende onderdanen van derde landen, zoals vastgelegd in de terugkeerverordening, en bij te dragen aan de uitvoering van de nieuwe aanpak van migratie. Door de digitale middelen ter beschikking te stellen die nodig zijn om de uitvoering van de nieuwe gemeenschappelijke regels te ondersteunen, zal het voorstel ertoe bijdragen dat het gemeenschappelijk systeem voor terugkeer in de praktijk efficiënter en beter functioneert, met eenvoudigere en meer geautomatiseerde werkstromen die de administratieve lasten verminderen. Op de lange termijn zou dit de eerste stap zijn op weg naar een alomvattend, geïntegreerd en gedigitaliseerd EU-systeem voor migratiebeheer, dat verder zou reiken dan processen voor terugkeer, overname en re-integratie en ook andere migratieprocessen, zoals asiel, zou kunnen omvatten.

Het initiatief heeft tot doel de gegevensuitwisseling tussen bevoegde autoriteiten te verbeteren, met inachtneming van de gegevensbeschermingsregels, teneinde te waarborgen dat de informatie die nodig is voor de uitvoering en monitoring van processen voor terugkeer, overname en re-integratie beschikbaar is; de administratieve lasten en de werklast van de nationale autoriteiten aanzienlijk te verminderen; de digitalisering van de processen voor terugkeer, overname en re-integratie verder te bevorderen en de beperkte functies van bestaande IT-systemen te verhelpen, teneinde ervoor te zorgen dat de processen en rapportagevereisten in grotere mate worden gedigitaliseerd, vereenvoudigd en geautomatiseerd; en de gegevensverzameling te verbeteren, zodat er automatisch nauwkeurigere en gedetailleerdere statistieken kunnen worden opgesteld en deze tijdig beschikbaar zijn.

•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

In de politieke beleidslijnen van voorzitter Von der Leyen (2024-2029) werd een nieuwe gemeenschappelijke aanpak inzake terugkeer aangekondigd, met een nieuw wetgevingskader om het proces te versnellen en te vereenvoudigen, ervoor te zorgen dat terugkeer op een waardige manier verloopt, het casemanagement te digitaliseren en te waarborgen dat terugkeerbesluiten in heel Europa wederzijds worden erkend 3(3). In het migratie- en asielpact wordt opgeroepen om het potentieel van digitale systemen ten volle te benutten om migratieprocedures efficiënter te maken.

In de EU-strategie inzake vrijwillige terugkeer en re-integratie 4(4) en de operationele strategie van de terugkeercoördinator voor doeltreffendere terugkeer 5(5) werd benadrukt hoe belangrijk het is om het volledige potentieel van digitale systemen te benutten om de efficiëntie te verbeteren. Dit punt werd ook genoemd in het werkprogramma van de Commissie 2025 6(6), en in het werkprogramma van de Commissie 2026 7(7) wordt de digitalisering van het terugkeerproces aangemerkt als een manier om de werkzaamheden ter modernisering van het gemeenschappelijk Europees terugkeersysteem voort te zetten en als een initiatief met een sterke vereenvoudigingsdimensie. In de Europese langetermijnstrategie voor asiel- en migratiebeheer werd nogmaals benadrukt dat de ontwikkeling van digitale casemanagementsystemen op het gebied van terugkeer, overname en re-integratie verder zal bijdragen aan het verminderen van de administratieve werklast van nationale autoriteiten, wat tot vereenvoudiging en automatisering van processen zal leiden.

In de terugkeerverordening worden digitale systemen voor het beheer van processen voor terugkeer, overname en re-integratie aangemerkt als een van de onderdelen van het gemeenschappelijk systeem voor terugkeer 8(8), aangezien digitale systemen van cruciaal belang zijn voor de effectieve uitvoering van de regels inzake terugkeer, onder meer om digitale functies mogelijk te maken die de verplichte wederzijdse erkenning van terugkeerbesluiten ondersteunen. De terugkeerverordening voorziet in duidelijke rechtsgrondslagen voor het uitwisselen en doorgeven van de gegevens die nodig zijn om de processen voor terugkeer, overname en re-integratie af te ronden, met inachtneming van de toepasselijke gegevensbeschermingsregels, maar gaat niet in op de technische middelen waarmee dergelijke gegevens moeten worden uitgewisseld en doorgegeven. Door deze technische middelen nader te beschrijven, wordt ertoe bijgedragen dat passende technische en organisatorische maatregelen worden toegepast en nageleefd.

Tegelijkertijd komt de Commissie met een voorstel om het mandaat van Frontex te herzien, teneinde de rol van Frontex als EU-actor in het gemeenschappelijk systeem voor terugkeer uit te breiden. Het herziene mandaat zal het Agentschap de nodige bevoegdheden en capaciteiten toekennen om bij te dragen aan de digitalisering van terugkeer, overname en re-integratie, waardoor synergieën met dit voorstel worden gecreëerd en wordt bijgedragen aan de totstandbrenging van de gemeenschappelijke digitale infrastructuur die nodig is voor een meer geïntegreerd, efficiënt en doeltreffend terugkeersysteem in de gehele Unie.

•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

Het voorstel sluit aan bij de bredere ambitie van de EU om in het digitale tijdperk Europese oplossingen te vinden en te bevorderen, processen te vereenvoudigen en de administratieve lasten voor de betrokken nationale en EU-autoriteiten te verminderen. Waar van toepassing moeten de functies van de nieuw opgezette systemen gebruikmaken van artificiële-intelligentiesystemen, overeenkomstig Verordening (EU) 2024/1689 van het Europees Parlement en de Raad 9(9).

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

•Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag voor EU-optreden is vastgelegd in artikel 79, lid 2, punt c), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). In dit artikel is bepaald dat het Europees Parlement en de Raad maatregelen moeten vaststellen inzake illegale immigratie en illegaal verblijf, met inbegrip van verwijdering en repatriëring van illegaal verblijvende personen. De ontwikkeling en invoering van efficiënte digitale casemanagementsystemen op het gebied van terugkeer, overname en re-integratie vormen een middel om dit doel te bereiken.

Bovendien is het voorstel gebaseerd op artikel 77, lid 2, punten b) en d), VWEU, teneinde de gerichte wijziging van Verordening (EU) 2019/817 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 10(10) mogelijk te maken. In artikel 77, lid 2, punten b) en d), VWEU wordt het Europees Parlement en de Raad opgedragen maatregelen vast te stellen betreffende de controles waaraan personen die de buitengrenzen overschrijden, worden onderworpen, alsmede alle maatregelen die nodig zijn voor de geleidelijke totstandbrenging van een geïntegreerd managementsysteem voor de buitengrenzen.

 

•Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

De gesignaleerde problemen kunnen op nationaal niveau niet doeltreffend worden opgelost. Gezien de omvang van de versnippering van het huidige digitale landschap zullen de lidstaten, zonder coördinatie op EU-niveau en zonder een passend EU-rechtskader, doorgaan met het ontwikkelen van geïsoleerde systemen, wat zal leiden tot inefficiëntie, ongelijke digitalisering en hogere kosten. Dit zou de uitvoering van gemeenschappelijke regels inzake terugkeer, waaronder de nieuwe terugkeerverordening, belemmeren, wat zou leiden tot een suboptimaal aantal terugkeergevallen. Dit zou ook gevolgen hebben voor de goede werking van de regels van het migratie- en asielpact en van invloed zijn op het Schengengebied.

Maatregelen op EU-niveau zijn van essentieel belang om de koppeling van relevante IT-systemen tussen de lidstaten te waarborgen, onder meer door gebruik te maken van EU-informatiesystemen, een consistente gegevensuitwisseling en operationele efficiëntie tussen de lidstaten. Alleen een gecoördineerde aanpak op EU-niveau kan op een coherente wijze een oplossing bieden voor de grensoverschrijdende complexiteiten waarmee de lidstaten momenteel te maken hebben, bv wat betreft de ontoereikende gegevensuitwisseling tussen de lidstaten.

•Evenredigheid

Om de vastgestelde problemen aan te pakken, voorziet het voorstel in een oplossing op basis van een gedeeltelijk gedecentraliseerde aanpak, waarbij wordt voortgebouwd op bestaande systemen op nationaal en EU-niveau.

Wat het casemanagement op het gebied van terugkeer betreft, biedt deze oplossing de lidstaten de flexibiliteit om hun casemanagementsysteem voor terugkeer (“nationaal Recamas”) te baseren op hetzij een door Frontex ontwikkeld modeldocument en specificaties (“Recamas-model”), hetzij op een door Frontex ontwikkelde IT-referentie-implementatie, bestaande uit verschillende digitale modules en gebaseerd op het Recamas-model (“het Recamas van Frontex”), hetzij op een combinatie van beide. Met deze aanpak kunnen de lidstaten voortbouwen op eerdere investeringen en tegelijkertijd zorgen voor convergentie naar een gemeenschappelijk kader.

De casemanagementsystemen voor overname (iRCMS) en re-integratie (RIAT) zullen op EU-niveau worden aangeboden.

Door voort te bouwen op bestaande systemen en uit te gaan van een gedeeltelijk gedecentraliseerde aanpak, gaat het voorstel niet verder dan wat nodig is om de gesignaleerde problemen op te lossen.

•Keuze van het instrument

Gezien de doelstelling om zowel op nationaal als op EU-niveau een nieuw geïntegreerd digitaal casemanagementsysteem op te zetten, is een verordening het meest geschikte instrument om de gewenste beleidsdoelstellingen te verwezenlijken.

Verordeningen zijn bindend, rechtstreeks toepasselijk in alle lidstaten en waarborgen uniforme regels in de hele EU. De huidige problemen op het gebied van versnippering en inconsistenties met betrekking tot het digitale management van processen voor terugkeer, overname en re-integratie worden in zeer grote mate veroorzaakt door verschillen in de nationale aanpak. Daarom biedt een verordening de beste oplossing voor deze problemen.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

•Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

Niet van toepassing

•Raadpleging van belanghebbenden

In 2025 heeft een grondige en brede raadpleging plaatsgevonden met alle relevante belanghebbenden.

Er zijn gesprekken gevoerd met nationale autoriteiten van EU-lidstaten en geassocieerde Schengenlanden, betrokken EU-agentschappen en -instellingen (eu-LISA, Frontex, de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming), alsmede met maatschappelijke organisaties, internationale organisaties, de academische wereld en partners op het gebied van re-integratie.

Er zijn drie verschillende schriftelijke enquêtes gehouden, gericht op drie soorten belanghebbenden (d.w.z. nationale autoriteiten van EU-lidstaten en geassocieerde Schengenlanden, maatschappelijke organisaties en internationale organisaties).

Er werd een verzoek om input gepubliceerd, met een feedbackperiode van 7 november 2025 tot en met 5 december 2025. Er zijn elf bijdragen ontvangen van zeven EU-burgers, één internationale organisatie, één niet-gouvernementele organisatie, één beroepsorganisatie en één onderneming/bedrijf.

Op 30 september 2025 vond een workshop plaats met vertegenwoordigers van de lidstaten, geassocieerde Schengenlanden en de Commissie.

Op 9 december 2025 heeft de Commissie een bijeenkomst met belanghebbenden georganiseerd, waaraan vertegenwoordigers van lidstaten, geassocieerde Schengenlanden en Frontex hebben deelgenomen.

•Bijeenbrengen en gebruik van expertise

Niet van toepassing

•Effectbeoordeling

Bij het voorstel is een effectbeoordeling gevoegd.

•Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

Niet van toepassing

•Grondrechten

In het kader van de effectbeoordeling is het effect van de voorgestelde maatregelen op de grondrechten beoordeeld. Het voorstel blijkt de grondrechten te eerbiedigen.

Er kunnen risico’s ontstaan indien het beheer van de verschillende IT-systemen niet voldoende duidelijk is vastgelegd, waardoor het moeilijk wordt om de rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende verwerkers en verwerkingsverantwoordelijken, alsook de toepasselijke gegevensbeschermingsregels te identificeren. Deze risico’s worden beperkt door duidelijke bepalingen vast te stellen inzake de governance van de systemen en inzake de desbetreffende toepasselijke regels. De rollen en verantwoordelijkheden in het kader van de gegevensbeschermingsregels zullen duidelijk worden toegewezen (d.w.z. wie de verwerkingsverantwoordelijke en wie de verwerker is).

Er wordt gezorgd voor naleving van de algemene verordening gegevensbescherming en de verordening inzake gegevensbescherming voor instellingen, organen, bureaus en agentschappen van de EU. Het voorstel voorziet in diverse beveiligingsmaatregelen, waaronder versleuteling, toegangscontroles en auditlogging.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Zoals uiteengezet in de bij het voorstel gevoegde financiële en digitale toelichting, zijn de benodigde investeringen op EU-niveau en op lidstaatniveau verenigbaar met het voorgestelde meerjarig financieel kader (MFK) voor de periode 2028-2034 en zouden deze tijdens de looptijd van het MFK 2028-2034 kunnen worden gefinancierd.

Om hun nationale Recamas te ontwikkelen en te verbeteren, zullen de lidstaten gebruik kunnen maken van de middelen die in het kader van hun nationale programma’s zijn toegewezen, overeenkomstig het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de steun van de Unie voor asiel, migratie en integratie voor de periode 2028-2034 11(11).

De ontwikkeling en het onderhoud van het Recamas van Frontex, het iRCMS, het RIAT en een beveiligd communicatiekanaal (“het communicatieportaal”) zullen worden gefinancierd uit de EU-begroting.

5.OVERIGE ELEMENTEN

•Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

Het wetsvoorstel bevat bepalingen inzake monitoring en evaluatie op basis van de volgende indicatoren.

Specifieke doelstelling nr. 1: het verbeteren van gegevensuitwisseling

•Aantal gegevensverzamelingen betreffende dossiers inzake terugkeer, overname en re-integratie die door lidstaten zijn opgevraagd en aan andere lidstaten ter beschikking zijn gesteld binnen de geldende termijnen zoals vastgelegd in de terugkeerverordening.

•Aantal overnameverzoeken dat via het iRCMS is verwerkt.

Specifieke doelstelling nr. 2: het digitaliseren, automatiseren en vereenvoudigen van processen voor terugkeer, overname en re-integratie

•Aantal bestaande nationale Recamas.

•Aantal lidstaten dat gebruikmaakt van het Recamas van Frontex, of van onderdelen daarvan.

•Aantal nationale Recamas die het iRCMS en het RIAT hebben geïntegreerd.

•Aantal nationale Recamas verbonden met het Europese zoekportaal (ESP), het centraal register voor rapportage en statistieken (CRRS) en het Schengeninformatiesysteem (SIS).

•Aantal nationale Recamas verbonden met het communicatieportaal.

•Aantal gestroomlijnde of geautomatiseerde subprocessen.

•Gemiddelde duur van de verwerkingstijd per terugkeer-, overname- en re-integratiedossier.

•Aantal personeelsleden opgeleid in nieuwe procedures en IT-systemen.

Specifieke doelstelling nr. 3: het mogelijk maken van het opstellen van nauwkeurige statistieken

•Aantal automatisch aangemaakte statistische gegevensverzamelingen (overeenkomstig de terugkeerverordening).

•Aantal statistische gegevensverzamelingen (zoals bedoeld in de terugkeerverordening) die binnen de in de terugkeerverordening vastgestelde termijnen zijn verstrekt.

De toepassing van de nieuwe regels zal tevens worden gemonitord via het Schengenmechanisme voor evaluatie en toezicht.

•Artikelsgewijze toelichting

Het eerste hoofdstuk betreft algemene bepalingen (artikelen 1-6). Het bevat het onderwerp van de verordening (artikel 1) en de desbetreffende definities (artikel 2). Het bevat de IT-architectuur, bestaande uit verschillende digitale componenten (artikel 3), en de doelstellingen van de digitalisering van het casemanagement op het gebied van terugkeer, overname en re-integratie (artikel 4). Het biedt duidelijkheid over de rol van bestaande EU-informatiesystemen en interoperabiliteitscomponenten (artikel 5), alsmede van andere relevante nationale IT-systemen (artikel 6).

Het tweede hoofdstuk (artikelen 7-14) heeft betrekking op casemanagementsystemen en gaat in op de kwesties van de opslag (artikel 7), raadpleging (artikel 8), rectificatie en verwijdering van gegevens (artikel 9). Het bevat de gemeenschappelijke functies die de drie toekomstige IT-systemen op het gebied van terugkeer, overname en re-integratie moeten vervullen (artikel 10), alsmede de specifieke essentiële functies die elk afzonderlijk systeem moet hebben: het nationale casemanagementsysteem voor terugkeer (“nationaal Recamas”) (artikel 11), het geïntegreerde EU-casemanagementsysteem voor overname (iRCMS) (artikel 12) en het EU-casemanagementsysteem voor re-integratie (RIAT) (artikel 13). Het voorziet in de totstandbrenging van het communicatiekanaal tussen de migratieautoriteiten (“communicatieportaal”) (artikel 14).

Het derde hoofdstuk heeft betrekking op de ontwikkeling en het beheer van de systemen en de daarmee samenhangende verantwoordelijkheden (artikelen 15-26). De rollen en verantwoordelijkheden zijn vastgelegd voor de ontwikkelingsfase (artikel 15) en de bijbehorende IT-governance wordt geregeld door de instelling van een programmabestuursraad, naar het voorbeeld van wat doorgaans gebeurt bij de ontwikkeling van andere IT-systemen (artikel 16). De rollen en verantwoordelijkheden zijn vastgelegd voor het operationele beheer van de systemen (artikel 17) en er zijn specifieke bepalingen opgenomen inzake gegevensbeveiliging (artikel 18), het bijhouden van logbestanden (artikel 19), gegevensbewaring (artikel 20), de rechten van betrokkenen (artikel 21), statistieken (artikel 22), de verantwoordelijkheid voor de verwerking van persoonsgegevens (artikel 23), de opleiding van het personeel (artikel 24), de vereiste samenwerking tussen de nationale toezichthoudende autoriteiten voor gegevensbescherming en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (artikel 25) en sancties bij niet-naleving van de verordening (artikel 26).

Het vierde hoofdstuk heeft betrekking op de gerichte wijzigingen van andere rechtshandelingen van de Unie (artikelen 27-30) en meer in het bijzonder:

•Verordening (EU) 2018/1726 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA), aangezien het mandaat van eu-LISA zal worden uitgebreid om Frontex te ondersteunen en het communicatieportaal op te zetten (artikel 27).

•Verordening (EU) 2018/1860 van het Europees Parlement en de Raad van 28 november 2018 betreffende het gebruik van het Schengeninformatiesysteem voor de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen (artikel 28).

•Verordeningen (EU) 2019/817 en (EU) 2019/818 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen EU-informatiesystemen, om ervoor te zorgen dat het centraal register voor rapportage en statistieken kan worden verbonden met aan nationale systemen, en om het nieuw opgerichte communicatieportaal ook te kunnen gebruiken voor informatie-uitwisseling ter ondersteuning van opheldering van door de detector van meerdere identiteiten geïdentificeerde links (artikelen 29 en 30).

Het vijfde hoofdstuk bevat de slotbepalingen, waarin de kwestie van de kosten wordt behandeld (artikel 31), waarin de lidstaten worden verplicht de bevoegde autoriteiten bij de Commissie aan te melden (artikel 32) en waarin wordt voorzien in een gefaseerde toepassing per systeem en per lidstaat om een geleidelijke ingebruikneming te waarborgen (artikel 33). Het bevat een bepaling inzake de comitéprocedure (artikel 34) en voorziet in de oprichting van de adviesgroep, die technische ondersteuning zal verlenen aan de programmabestuursraad (artikel 35). Het voorziet in de verplichting voor de lidstaten om contactpunten aan te wijzen (artikel 36) en omschrijft de maatregelen inzake monitoring en evaluatie (artikel 37). De verordening moet in werking treden op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (artikel 38).

 

2026/0340 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de digitalisering van het casemanagement op het gebied van terugkeer, overname en re-integratie, en tot wijziging van Verordeningen (EU) 2018/1726, (EU) 2018/1860, (EU) 2019/817 en (EU) 2019/818 van het Europees Parlement en de Raad

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 77, lid 2, punten b) en d), en artikel 79, lid 2, punt c),

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 12(1),

Gezien het advies van het Comité van de Regio’s 13(2),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De duurzaamheid van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel en de goede werking van het Schengengebied zijn afhankelijk van het vermogen om een alomvattend systeem op te zetten waarmee migratie op de lange termijn kan worden beheerd. Een doeltreffend terugkeerbeleid is een essentieel onderdeel van een geloofwaardig systeem voor migratiebeheer.

(2)Het migratie- en asielpact is gericht op de totstandbrenging van een dergelijk systeem en berust op snelle en duidelijke procedures, alsmede op nauwe en onderling afgestemde samenwerking tussen verschillende autoriteiten, zowel binnen als tussen de lidstaten, met agentschappen van de Unie en met derde landen. De wetgeving in het kader van het Pact zorgt voor een naadloze verbinding tussen asiel- en terugkeerprocedures, teneinde de efficiëntie en coherentie van het asiel- en migratiestelsel als geheel te vergroten.

(3)Verordening (EU) 2026/2280 van het Europees Parlement en de Raad 14 (3) tot vaststelling van een gemeenschappelijk systeem voor de terugkeer van illegaal in de Unie verblijvende onderdanen van derde landen, identificeert digitale systemen voor het beheer van terugkeer, overname en re-integratie van onderdanen van derde landen als essentiële onderdelen van het gemeenschappelijk systeem voor terugkeer.

(4)De Commissie, het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (“eu-LISA”), opgericht bij Verordening (EU) 2018/1726 van het Europees Parlement en de Raad 15 (4), het Europees Grens- en kustwachtagentschap (“Frontex”), opgericht bij Verordening (EU) 2019/1896 van het Europees Parlement en de Raad 16 (5), het Asielagentschap van de Europese Unie, opgericht bij Verordening (EU) 2021/2303 van het Europees Parlement en de Raad 17 (6) en de lidstaten hebben aanzienlijke investeringen gedaan in de ontwikkeling en invoering van informatietechnologiesystemen (“IT-systemen”) op het gebied van migratiebeheer.

(5)Wat casemanagement op het gebied van terugkeer, overname en re-integratie betreft, lopen de beschikbaarheid, de mate van digitalisering en de functies van IT-systemen sterk uiteen tussen de lidstaten. De bestaande IT-systemen voor terugkeer, overname en re-integratie op nationaal en EU-niveau zijn afzonderlijk en door verschillende actoren ontwikkeld, wat heeft geleid tot een versnipperd digitaal landschap met beperkte interoperabiliteit en mogelijkheden voor gegevensuitwisseling.

(6)Het huidige wettelijke en operationele kader belemmert de doeltreffende uitwisseling en het beheer van informatie gedurende het gehele terugkeerproces en leidt tot inefficiënties bij de afhandeling van procedures voor terugkeer, overname en re-integratie, alsmede tot administratieve lasten. Het is derhalve noodzakelijk een coherent kader voor digitale systemen op het gebied van terugkeer, overname en re-integratie vast te stellen, teneinde de totstandkoming van een gemeenschappelijke systeem van de Unie voor terugkeer te ondersteunen.

(7)Alle lidstaten moeten gebruikmaken van een nationaal casemanagementsysteem voor terugkeer (“nationaal Recamas”) om ervoor te zorgen dat terugkeerprocedures systematisch en snel worden afgehandeld. Voor het waarborgen van een minimumniveau van doeltreffendheid en efficiëntie moet een nationaal Recamas ofwel gebaseerd zijn op een modeldocument en specificaties die door Frontex zijn ontwikkeld (het “Recamas-model”), ofwel op een door Frontex ontwikkelde IT-referentie-implementatie die is gebaseerd op het Recamas-model (“het Recamas van Frontex”), ofwel op een combinatie van het Recamas-model en specifieke digitale modules van het Recamas van Frontex. De lidstaten kunnen hun nationale Recamas ontwikkelen en daarin enkele specifieke modules uit het Recamas van Frontex integreren, zoals een applicatie voor de communicatie met onderdanen van derde landen die onderworpen zijn aan een terugkeerprocedure. Lidstaten die ervoor kiezen om het Recamas van Frontex of enkele modules daarvan in te voeren, moeten deze in hun eigen digitale omgeving integreren en deze verder aanpassen aan hun eigen behoeften. Het Recamas van Frontex moet aan de lidstaten ter beschikking worden gesteld als een op zichzelf staand IT-systeem dat niet voor productiedoeleinden is bestemd. Bijgevolg mag het Recamas van Frontex niet in een live productieomgeving worden uitgevoerd en mag het geen persoonsgegevens bevatten.

(8)Om een snelle en doeltreffende samenwerking met derde landen en in derde landen gevestigde derden in het kader van procedures voor overname en re-integratie te vergemakkelijken, met inachtneming van de toepasselijke regels inzake de internationale doorgifte van persoonsgegevens en met de nodige eerbiediging van de grondrechten van de betrokkenen, is het noodzakelijk om op Unieniveau een geïntegreerd casemanagementsysteem voor overname (iRCMS) en een EU-casemanagementsysteem voor re-integratie (RIAT) in te voeren. Deze systemen moeten het mogelijk maken om de informatie die nodig is voor de identificatie van onderdanen van derde landen, de afgifte van reisdocumenten, de organisatie van terugkeeroperaties en de verlenen van bijstand bij re-integratie en na aankomst, op veilige wijze te beheren en uit te wisselen. Met name moet het iRCMS worden gebruikt voor het beheer van overnameprocedures en kan voor die doeleinden worden gekoppeld aan de digitale casemanagementsystemen voor overname van derde landen. RIAT moet worden gebruikt voor het beheer van re-integratieprocedures en moet derden die bevoegd zijn voor re-integratiebijstand in staat stellen relevante gegevens te raadplegen en op te slaan. Om ervoor te zorgen dat bevoegde gebruikers deze systemen efficiënt en naadloos kunnen gebruiken, zonder dat zij zich moeten afmelden en opnieuw aanmelden wanneer zij toegang krijgen tot verschillende systemen, moeten het iRCMS en het RIAT worden geïntegreerd in de nationale Recamas.

(9)Het Europees zoekportaal (ESP), dat is ingesteld bij Verordeningen (EU) 2019/817 18 (7) en (EU) 2019/818 19 (8) van het Europees Parlement en de Raad, vergemakkelijkt de toegang tot en het doorzoeken van de EU-informatiesystemen bedoeld in artikel 4, punt 15, van Verordening (EU) 2019/817 en in artikel 4, punt 15, van Verordening (EU) 2019/818 (“Unie-informatiesystemen”). Het ESP moet de autoriteiten van de lidstaten en agentschappen van de Unie een snelle, naadloze, efficiënte, systematische en gecontroleerde toegang tot die systemen mogelijk maken door gelijktijdige zoekopdrachten te faciliteren. De autoriteiten van de lidstaten, zoals migratieautoriteiten, en agentschappen van de Unie moeten het ESP gebruiken om gegevens op te vragen uit die systemen wanneer dit noodzakelijk is voor de uitvoering van hun taken, in overeenstemming met hun toegangsrechten op grond van de rechtsinstrumenten die op die systemen van toepassing zijn.

(10)Nauwkeurige en betrouwbare statistieken zijn noodzakelijk om een deugdelijke monitoring en beoordeling van de doeltreffendheid van de processen voor terugkeer, overname en re-integratie te waarborgen. Het centrale register voor rapportage en statistieken (“CRRS”) biedt de mogelijkheid om statistieken te genereren op basis van gegevens uit EU-informatiesystemen. Aangezien het CRRS een statistisch instrument is dat reeds op Unieniveau bestaat, zou het, om dubbel werk op het gebied van digitale instrumenten te voorkomen, efficiënt zijn om ook gebruik te maken van dit digitale instrument, teneinde nauwkeurige en betrouwbare statistieken op het gebied van terugkeer, overname en re-integratie te kunnen opstellen. Daarom moet het CRRS dergelijke statistieken kunnen opstellen op basis van nationale Recamas, het iRCMS en het RIAT, en moet het CRRS derhalve dienovereenkomstig worden aangepast. De statistieken moeten toegankelijk zijn voor bevoegde autoriteiten, Frontex, eu-LISA en de Commissie, in overeenstemming met hun respectieve bevoegdheden.

(11)In verscheidene lidstaten zijn de bestaande casemanagementsystemen voor terugkeer gekoppeld aan andere relevante nationale systemen en databanken, zoals casemanagementsystemen voor asiel of informatiesystemen ter ondersteuning van gerechtelijke autoriteiten, die gegevens bevatten die direct of indirect van nut zijn voor het casemanagement op het gebied van terugkeer, overname en re-integratie. In andere lidstaten worden casemanagementsystemen voor terugkeer ontwikkeld. Bijgevolg moeten de lidstaten de mogelijkheid krijgen om deze verbindingen in stand te houden en verder uit te bouwen en ervoor te zorgen dat hun nationale Recamas zodanig is ontworpen dat verbinding met andere relevante nationale systemen mogelijk is, in overeenstemming met de nationale wetgeving en met inachtneming van het fundamentele recht op privacy en gegevensbescherming.

(12)Bevoegde autoriteiten, andere nationale autoriteiten en Frontex moeten de mogelijkheid krijgen om in de casemanagementsystemen voor terugkeer, overname en re-integratie alle gegevens, met inbegrip van persoonsgegevens, op te slaan die nodig zijn om deze procedures doeltreffend af te ronden. De gegevens moeten beperkt blijven tot wat nodig is voor een doeltreffend casemanagement op het gebied van terugkeer, overname en re-integratie, en elke instantie moet ervoor zorgen dat de door haar opgeslagen gegevens juist en actueel zijn.

(13)Op basis van geanonimiseerde gegevens moeten bevoegde autoriteiten, andere nationale autoriteiten en Frontex ervoor zorgen dat betrouwbare en nauwkeurige statistieken worden verstrekt op het gebied van terugkeer, overname en re-integratie.

(14)Alle verwerkingen van persoonsgegevens die in het kader van deze verordening worden uitgevoerd, moeten voldoen aan Verordening (EU) 2016/679 20 (9) en Verordening (EU) 2018/1725 21 (10) van het Europees Parlement en de Raad, voor zover van toepassing.

(15)De bevoegde autoriteiten mogen alleen rechtstreekse toegang hebben tot de door hen zelf in nationale Recamas, het iRCMS en het RIAT opgeslagen gegevens. Indien echter uit het gebruik van het Europees zoekportaal of uit het gebruik van het iRCMS of het RIAT blijkt dat dezelfde onderdaan van een derde land het voorwerp is van meerdere terugkeerdossiers in verscheidene lidstaten, moet elke bevoegde autoriteit die gegevens over deze onderdaan van een derde land heeft opgeslagen, op verzoek als bedoeld in artikel 36 van Verordening (EU) 2026/2280, de door de andere betrokken bevoegde autoriteit opgeslagen gegevens betreffende deze onderdaan van een derde land ter beschikking worden gesteld, voor de afhandeling van het dossier. Indien van toepassing moeten de opgevraagde gegevens via een beveiligd communicatiekanaal (“het communicatieportaal”) worden uitgewisseld. Met instemming van de bevoegde autoriteit die de gegevens heeft opgeslagen, moet Frontex de in nationale Recamas, in het iRCMS en in het RIAT opgeslagen gegevens kunnen raadplegen, uitsluitend voor de doeleinden waarvoor de gegevens zijn opgeslagen.

(16)De bevoegde autoriteiten en Frontex moeten de verplichting en de technische mogelijkheid hebben om onjuiste, onvolledige of (door hen) onrechtmatig opgeslagen gegevens te rectificeren en te verwijderen. Wanneer het om persoonsgegevens gaat, moet deze verplichting worden nagekomen met inachtneming van de toepasselijke gegevensbeschermingsregels. Indien een bevoegde autoriteit of Frontex constateert dat een andere bevoegde autoriteit feitelijk onjuiste gegevens heeft opgeslagen, moet deze de bevoegde autoriteit die de gegevens heeft opgeslagen zo spoedig mogelijk op de hoogte brengen van de onjuistheid. Dergelijke informatie moet via het communicatieportaal worden doorgegeven.

(17)Om te zorgen voor een minimumniveau van efficiëntie van de casemanagementsystemen voor terugkeer, overname en re-integratie, moeten functionele vereisten worden vastgesteld. Deze functies moeten het mogelijk maken om per dossier één unieke identificatiecode toe te wijzen en de dossiers doeltreffend af te handelen, met inbegrip van het automatisch aanmaken van dossiers, identiteitscontrole en het in realtime volgen van de status van procedures en termijnen, het opvragen van gegevens uit het Schengeninformatiesysteem, veilige gegevensuitwisseling met derde landen en bevoegde autoriteiten, en tegelijkertijd de digitale communicatie met onderdanen van derde landen te vergemakkelijken, de automatisering van belangrijke procedures, zoals het inleiden van verzoeken tot overname, het uitvaardigen van terugkeerbesluiten, het genereren van signaleringen in het Schengeninformatiesysteem en het opstellen van het Europees terugkeerbevel in het Schengeninformatiesysteem, IT-ondersteund casemanagement op het gebied van re-integratie, met inbegrip van financieel beheer, kwaliteitsborging en prestatiemonitoring van bijstandsprogramma’s, alsmede mechanismen voor klachtenafhandeling en het volgen van incidenten, operationele hulpmiddelen voor het boeken van vluchten, het beheer van reisdocumenten en logistieke coördinatie ter vergemakkelijking van de praktische uitvoering van terugkeeroperaties, en analytische mogelijkheden om te anticiperen op schommelingen in het aantal dossiers, statistieken te genereren voor monitoringdoeleinden en transparantie te waarborgen bij de toepassing van het terugkeerbeleid. Indien dit tijdens de ontwikkelingsfase relevant wordt geacht, moeten de systeemfuncties gebruikmaken van artificiële-intelligentiesystemen, overeenkomstig Verordening (EU) 2024/1689 van het Europees Parlement en de Raad 22 (11).

(18)De gegevens die nodig zijn voor casemanagement op het gebied van terugkeer, overname en re-integratie zijn niet altijd beschikbaar in de EU-informatiesystemen, hetzij omdat de gegevens niet in de EU-informatiesystemen kunnen worden opgeslagen, bijvoorbeeld omdat bepaalde categorieën gegevens met betrekking tot voorlopig bewijs van nationaliteit in het kader van overnameprocedures te specifiek zijn om in Eurodac of in het Schengeninformatiesysteem te worden opgeslagen, hetzij omdat de gegevens nog niet in de EU-informatiesystemen zijn opgeslagen of daar reeds uit zijn verwijderd. In die gevallen, en als dat noodzakelijk is, moeten de lidstaten de mogelijkheid hebben om de gegevens die nodig zijn voor het casemanagement inzake terugkeer, overname en re-integratie snel en veilig uit te wisselen. Centrale contactpunten moeten dergelijke uitwisselingen coördineren en faciliteren.

(19)Een communicatieportaal moet worden opgezet om de technische middelen te bieden waarmee de centrale contactpunten van de lidstaten en de agentschappen van de Unie snel, veilig en efficiënt de gegevens kunnen uitwisselen die nodig zijn voor het casemanagement op het gebied van terugkeer, overname en re-integratie, wanneer deze gegevens niet beschikbaar zijn in de desbetreffende EU-informatiesystemen. Het communicatieportaal moet alle nationale Recamas, evenals Frontex, via het geïntegreerde platform voor terugkeerbeheer (“IRMA”) met elkaar verbinden, waardoor een doeltreffende gegevensuitwisseling wordt vergemakkelijkt. De lidstaten moeten het communicatieportaal gebruiken wanneer een dergelijke gegevensuitwisseling noodzakelijk is voor de uitvoering van hun taken en in overeenstemming met hun respectieve toegangsrechten en de toepasselijke gegevensbeschermingsregels.

(20)Frontex moet voortbouwen op zijn eigen expertise en het Recamas-model verder ontwikkelen. Als frequente gebruiker van bestaande casemanagementsystemen voor overname en als belangrijkste gebruiker van het RIAT is Frontex bij uitstek geschikt om de verantwoordelijkheid op zich te nemen voor de ontwikkeling, technische evolutie en het operationele beheer van het iRCMS en het RIAT. Aangezien de casemanagementsystemen voor terugkeer op nationaal niveau zullen blijven functioneren, moeten de lidstaten de verantwoordelijkheid blijven dragen voor de ontwikkeling, de technische evolutie en het operationele beheer van nationale Recamas.

(21)Bij de ontwikkeling van het communicatieportaal moet de voorkeur uitgaan naar hergebruik van bestaande, goed functionerende digitale infrastructuren voor gegevensuitwisseling tussen migratieautoriteiten, aangezien dit een snellere technische uitvoering van het communicatieportaal mogelijk zou maken en zou bijdragen aan een verlaging van de financiële kosten ervan. Bijgevolg kan het communicatieportaal worden gebaseerd op bestaande digitale infrastructuur die momenteel onder de verantwoordelijkheid van eu-LISA valt, zoals de digitale infrastructuur waarop de Sirene- of de DublinNet-systemen zijn gebaseerd. eu-LISA moet dan ook de verantwoordelijkheid op zich nemen voor de ontwikkeling, de technische evolutie en het operationele beheer van dit beveiligd communicatiekanaal, alsmede voor het monitoren van ontwikkelingen op het gebied van onderzoek die relevant zijn voor operationeel beheer. Om het mandaat van eu-LISA aan te passen en dit agentschap te belasten met de taak om Frontex te ondersteunen bij de ontwikkeling van het Recamas van Frontex, het iRCMS en het RIAT, moet de verordening dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(22)De digitale informatie-uitwisseling met derde landen die bij overnameprocedures betrokken zijn, draagt bij aan een efficiëntere samenwerking en bevordert een tijdige afhandeling van overnamedossiers. Indien de desbetreffende overeenkomsten met een derde land in dergelijke digitale uitwisselingen voorzien, moet Frontex derhalve, op verzoek van de Commissie, de nodige technische voorzieningen treffen om de veilige overdracht van de betreffende informatie mogelijk te maken. Een dergelijke samenwerking moet beperkt blijven tot de informatie die noodzakelijk is voor het individuele overnamedossier en mag het derde land geen algemene toegang verlenen tot het iRCMS of tot de daarin opgeslagen informatie.

(23)Om een doeltreffende samenwerking tussen alle belanghebbenden en een adequaat beheer en een adequate coördinatie van de ontwikkelingsfase van het Recamas-model, het Recamas van Frontex, het iRCMS, het RIAT en het communicatieportaal te waarborgen, moet een programmabestuursraad worden opgericht. Deze moet bestaan uit tien leden die worden benoemd door de raad van bestuur van Frontex, de raad van bestuur van eu-LISA, de uitvoerende directeuren van Frontex en eu-LISA en de Commissie. De programmabestuursraad moet regelmatig bijeenkomen tot de ingebruikneming van alle nationale Recamas, het iRCMS, het RIAT en het communicatieportaal. De programmabestuursraad moet ook na de ingebruikneming blijven vergaderen. De programmabestuursraad moet regelmatig verslagen opstellen en deze delen met de raad van bestuur van Frontex en de raad van bestuur van eu-LISA.

(24)Het is noodzakelijk om een hoog beveiligingsniveau te waarborgen voor nationale Recamas, het iRCMS, het RIAT en het communicatieportaal, aangezien deze systemen gevoelige operationele en persoonsgegevens verwerken waarvan de inbreuk de rechten, veiligheid en privacy van personen in gevaar zou kunnen brengen. Het is tevens van essentieel belang om de vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van de informatie die tussen de lidstaten, Frontex en eu-LISA wordt uitgewisseld, te waarborgen, teneinde het vertrouwen en de doeltreffende samenwerking op het gebied van het terugkeerbeheer te handhaven. Daarom moeten de lidstaten, Frontex en eu-LISA zorgen voor een hoog niveau van gegevensbeveiliging voor de systemen waarvoor zij verantwoordelijk zijn. Daartoe moeten de lidstaten, Frontex en eu-LISA technische en organisatorische maatregelen nemen om persoonsgegevens en andere gegevens die in die systemen worden verwerkt, te beschermen tegen het onverhoeds of onrechtmatig vernietigen, verliezen, wijzigen, openbaar maken of raadplegen van dergelijke gegevens. Deze maatregelen moeten met name zorgen voor fysieke beveiliging, toegangscontrole, opslagcontrole, gebruikerscontrole, controle op de toegang tot gegevens, communicatiecontrole, controle op de opslag van gegevens, transportcontrole, herstel, betrouwbaarheid, integriteit en interne controle, met inbegrip van automatische detectie binnen 24 uur van relevante gebeurtenissen die kunnen wijzen op een beveiligingsincident.

(25)Om de rechtmatigheid van de gegevensverwerking te waarborgen, de integriteit en beveiliging van de gegevens te garanderen en effectief toezicht mogelijk te maken, moeten alle gegevensverwerkingsactiviteiten die worden uitgevoerd in nationale Recamas, het iRCMS, het RIAT en op het communicatieportaal worden geregistreerd. De bevoegde autoriteiten, de voor gegevensbescherming bevoegde toezichthoudende autoriteiten en, in voorkomend geval, Frontex en eu-LISA moeten toegang hebben tot de logbestanden, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van hun respectieve taken.

(26)De in nationale Recamas, het iRCMS en het RIAT opgeslagen persoonsgegevens mogen niet langer worden bewaard dan noodzakelijk is voor de doeleinden waarvoor de gegevens zijn verwerkt. Een bewaringstermijn van tien jaar is vanuit operationeel oogpunt noodzakelijk om de bevoegde autoriteiten in staat te stellen terugkeerdossiers in de loop van de tijd te identificeren, te monitoren en te beoordelen, ook wanneer personen onder een andere identiteit opduiken, en om de continuïteit van de dossierafhandeling tussen verschillende procedures en autoriteiten te waarborgen. Dit is tevens noodzakelijk ter ondersteuning van de voorbereiding, vaststelling, erkenning en uitvaardiging van terugkeerbesluiten, inreisverboden en daarmee samenhangende vervolgmaatregelen, met inbegrip van de controle op de naleving, het beheer van risico’s op hernieuwde binnenkomst en de afhandeling van latere aanvragen of beroepen, alsmede ter voorkoming van misbruik van regelingen voor re-integratiebijstand, waaronder herhaalde aanvragen in verschillende lidstaten. Wanneer de duur van een inreisverbod langer is dan tien jaar, is het noodzakelijk om de gegevens gedurende de looptijd van dat verbod te bewaren, zodat de autoriteiten het verbod doeltreffend kunnen controleren en handhaven en zodat een nauwkeurig register kan worden bijgehouden ten behoeve van grensbeheer, migratiecontrole en openbare veiligheid. Om ervoor te zorgen dat de gegevens doeltreffend worden verwijderd, moeten de systemen voorzien in een geautomatiseerde verwijdering van de gegevens zodra de bewaringstermijn is verstreken. Aangezien Frontex geen terugkeerbesluiten uitvaardigt, moeten voor Frontex specifieke regels en een kortere bewaringstermijn gelden, zoals bepaald in Verordening (EU) …/… van het Europees Parlement en de Raad [EGKW-verordening].

(27)Betrokkenen moeten hun rechten doeltreffend kunnen uitoefenen overeenkomstig de Verordeningen (EU) 2016/679 en (EU) 2018/1725.

(28)Verordening (EU) 2018/1725 moet van toepassing zijn op de verwerking van persoonsgegevens door Frontex en eu-LISA uit hoofde van deze verordening, terwijl Verordening (EU) 2016/679 van toepassing moet zijn op de verwerking van persoonsgegevens door de lidstaten uit hoofde van deze verordening. Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn erkend. Met name moet de verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze verordening plaatsvinden in overeenstemming met de toepasselijke gegevensbeschermingsregels en op een wijze die waarborgt dat deze rechten en beginselen ten volle worden geëerbiedigd.

(29)Ter ondersteuning van de operationele monitoring moeten relevante statistische gegevens uit nationale Recamas, het iRCMS en het RIAT automatisch in het CRRS worden opgeslagen.

(30)Om verantwoordingsplicht en een doeltreffend beheer van de gegevensbescherming te waarborgen bij de werking van het Recamas, het iRCMS, het RIAT en het communicatieportaal, is het noodzakelijk de rollen van de bij de verwerking van persoonsgegevens betrokken autoriteiten nader te omschrijven. De toewijzing van bestuursfuncties moet een afspiegeling vormen van de operationele verantwoordelijkheden en technische capaciteiten van de betrokken actoren voor elk betreffend systeem. Dienovereenkomstig moeten de lidstaten de nationale autoriteit aanwijzen die optreedt als verwerkingsverantwoordelijke voor de gegevens die in de nationale Recamas worden opgeslagen en voor het operationele beheer daarvan, terwijl Frontex moet optreden als gegevensverwerker wanneer het gegevens in deze systemen opslaat. Wat het iRCMS betreft, moet elke lidstaat worden beschouwd als verwerkingsverantwoordelijke met betrekking tot de verwerking van de gegevens die hij in dit systeem opslaat. Frontex moet worden beschouwd als verwerker met betrekking tot de verwerking van de gegevens die het in het iRCMS opslaat, en met betrekking tot het operationele beheer daarvan. Wat het RIAT betreft, moet elke lidstaat worden beschouwd als verwerkingsverantwoordelijke met betrekking tot de verwerking van de gegevens die hij in dit systeem opslaat inzake dossiers die voortvloeien uit nationale programma’s voor re-integratiebijstand. De lidstaten en Frontex moeten worden beschouwd als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken met betrekking tot de verwerking van in het RIAT opgeslagen persoonsgegevens voor dossiers die in het kader van een EU-programma voor re-integratiebijstand worden behandeld. Frontex moet worden beschouwd als verwerker met betrekking tot de verwerking van gegevens die het opslaat over dossiers uit nationale programma’s voor re-integratiebijstand die in het RIAT worden beheerd, en met betrekking tot het operationele beheer van het RIAT. Wat het communicatieportaal betreft, moeten de lidstaten en Frontex worden beschouwd als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens die via het communicatieportaal worden uitgewisseld. eu-LISA moet worden beschouwd als verwerker met betrekking tot het operationele beheer van het communicatieportaal.

(31)Om een veilige en rechtmatige werking van nationale Recamas, het iRCMS, het RIAT en het communicatieportaal te waarborgen, moeten de personeelsleden van de bevoegde autoriteiten, Frontex en eu-LISA die bevoegd zijn om toegang te krijgen tot deze systemen, passende en regelmatige opleidingen volgen.

(32)Bepaalde gegevens in het Schengeninformatiesysteem die relevant zijn voor terugkeer, overname en re-integratie, moeten mogelijk voor de lidstaten beschikbaar blijven voor het verdere casemanagement op het gebied van terugkeer nadat de desbetreffende signalering uit het systeem is verwijderd. Dergelijke informatie kan nodig zijn voor de identificatie van de betrokkene en voor het vaststellen van zijn of haar eerdere terugkeergeschiedenis, indien de betrokkene vervolgens opnieuw het grondgebied van de lidstaten betreedt en aan een nieuwe terugkeerprocedure wordt onderworpen. Het bewaren van relevante informatie in nationale systemen, overeenkomstig de toepasselijke gegevensbeschermings- en bewaarregels die van toepassing zijn op nationale Recamas, zou ervoor zorgen dat deze informatie beschikbaar blijft voor dergelijke latere procedures en zou de identificatie van de betrokkene vergemakkelijken, ook wanneer een terugkeerbesluit door een andere lidstaat is uitgevaardigd en vervolgens is erkend overeenkomstig de toepasselijke regels inzake wederzijdse erkenning. De lidstaten moeten dan ook toegang kunnen krijgen tot de gegevens in de in artikel 4 van Verordening (EU) 2018/1860 van het Europees Parlement en de Raad 23 (12) bedoelde signaleringen inzake terugkeer en deze kunnen bewaren. Aangezien deze mogelijkheid de toegang tot signaleringen inzake terugkeer veronderstelt, moet zij worden toegepast door de lidstaten die het Schengeninformatiesysteem gebruiken overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1860. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan de kwaliteit van de gegevens in het Schengeninformatiesysteem. Indien een lidstaat over relevante aanvullende of gewijzigde gegevens beschikt, of over aanwijzingen beschikt die erop wijzen dat gegevens feitelijk onjuist zijn of onrechtmatig zijn opgeslagen, moet hij de signalerende lidstaat hiervan via aanvullende informatie-uitwisseling op de hoogte stellen, overeenkomstig de vastgestelde procedures, zodat de in de signalering opgenomen gegevens kunnen worden aangevuld, gewijzigd of verwijderd. Verordening (EU) 2018/1860 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(33)Om te zorgen voor een efficiënte, veilige en gestandaardiseerde communicatie tussen de autoriteiten van de lidstaten onderling en tussen deze autoriteiten en de centrale Etias-eenheid, die is opgericht krachtens artikel 7 van Verordening (EU) 2018/1240 van het Europees Parlement en de Raad 24 (13), moet het communicatieportaal tevens dienen als kanaal voor de communicatie die vereist is krachtens de Verordeningen (EU) 2019/817 en (EU) 2019/818. Het gebruik van het communicatieportaal voor dit doel zou een snellere technische invoering van een communicatiemiddel mogelijk maken. De Verordeningen (EU) 2019/817 en (EU) 2019/818 moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(34)Om een doeltreffende, veilige en ordelijke ingebruikneming van de nationale Recamas, het iRCMS, het RIAT en het communicatieportaal te waarborgen, moet worden voorzien in een flexibele aanpak wat betreft de datum waarop deze systemen in gebruik moeten worden genomen. De lidstaten moeten worden verplicht uiterlijk vier jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening een nationaal Recamas te hebben ingevoerd en in gebruik te hebben genomen, alsook de Commissie en Frontex in kennis te stellen van de datum waarop zij dit systeem in gebruik nemen. Om een uniforme en betrouwbare ingebruikneming van de verschillende componenten van de totale architectuur te waarborgen, moet de Commissie na de succesvolle afronding van uitgebreide tests door middel van uitvoeringshandelingen vaststellen dat de ontwikkeling van het iRCMS, het RIAT en het communicatieportaal is afgerond. Op basis hiervan moeten de lidstaten binnen de gestelde termijnen de nodige maatregelen nemen om het iRCMS, het RIAT en het communicatieportaal in hun nationale Recamas te integreren en de Commissie en Frontex in kennis stellen van de succesvolle integratie. Frontex moet eveneens de nodige maatregelen nemen om het communicatieportaal in IRMA te integreren en de Commissie hiervan op de hoogte stellen. De ingebruikneming van het iRCMS, het RIAT en het communicatieportaal in de betrokken lidstaten, en het beheer daarvan door Frontex, indien van toepassing, moeten vervolgens door de Commissie worden vastgesteld door middel van uitvoeringshandelingen, op basis van verklaringen inzake succesvolle integratie en uitgebreide tests. De Commissie moet het Europees Parlement en de Raad in kennis stellen van de aldus vastgestelde relevante data, en die uitvoeringshandelingen moeten worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. De lidstaten en, indien van toepassing, Frontex moeten op de aldus vastgestelde data het iRCMS, het RIAT en het communicatieportaal in gebruik nemen.

(35)Voor de ontwikkeling en verbetering van hun nationale Recamas moeten de lidstaten financieel worden ondersteund, overeenkomstig [Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de steun van de Unie voor asiel, migratie en integratie voor de periode 2028-2034]. De ontwikkeling en het onderhoud van het Recamas van Frontex, het iRCMS, het RIAT en het communicatiekanaal moeten worden gefinancierd uit de EU-begroting.

(36)Daar de doelstellingen van deze verordening, namelijk het casemanagment op het gebied van terugkeer, overname en re-integratie efficiënter maken door digitale middelen en interoperabele systemen om bij te dragen tot de doeltreffende werking van de ruimte zonder binnengrenzen, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang of de gevolgen van het optreden ter waarborging van een gemeenschappelijke en coherente aanpak van de lidstaten, beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(37)Om uniforme voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moet de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om de technische en operationele vereisten vast te stellen voor de uniforme toepassing van de functies van nationale Recamas, het iRCMS en het RIAT, de technische vereisten vast te stellen die nodig zijn voor de verbinding met het communicatieportaal, de technische vereisten vast te stellen die nodig zijn voor de opslag in het CRRS, alsmede de specifieke soorten gegevens die nodig zijn voor de opslag van gegevens over de dossierstatus, en de formaten vast te stellen voor de communicatie via het communicatieportaal. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad 25 (14).

(38)Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het VEU en het VWEU, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van deze verordening, die derhalve niet bindend is voor, noch van toepassing is in Denemarken. Aangezien deze verordening voortbouwt op het Schengenacquis, beslist Denemarken overeenkomstig artikel 4 van het bovengenoemde protocol binnen een termijn van zes maanden nadat de Raad heeft beslist over deze verordening of het deze in zijn interne recht zal omzetten.

(39)[Ierland neemt deel aan deze verordening overeenkomstig artikel 5, lid 1, van Protocol nr. 19, gehecht aan het VEU en het VWEU, en artikel … van Besluit …/… van de Raad [besluit van de Raad vastgesteld op grond van artikel 4 van Protocol nr. 19].] of [Deze verordening vormt een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis, waaraan Ierland niet deelneemt, overeenkomstig Protocol nr. 19 betreffende het Schengenacquis dat is opgenomen in het kader van de Europese Unie, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en deze verordening is, onder voorbehoud van de toepassing van artikel 4 van dat Protocol, niet bindend voor, noch van toepassing op Ierland.]

(40)Wat IJsland en Noorwegen betreft, vormt deze verordening een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de Overeenkomst tussen de Raad van de Europese Unie en de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen inzake de wijze waarop IJsland en Noorwegen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, punt A, van Besluit 1999/437/EG van de Raad 26 (15).

(41)Wat Zwitserland betreft, vormt deze verordening een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, punt A, van Besluit 1999/437/EG van de Raad, in samenhang met artikel 3 van Besluit 2008/146/EG van de Raad 27 (16).

(42)Wat Liechtenstein betreft, vormt deze verordening een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, punt A, van Besluit 1999/437/EG van de Raad, in samenhang met artikel 3 van Besluit 2011/350/EU van de Raad 28 (17).

(43)Wat Cyprus betreft, vormt deze verordening een rechtsbesluit dat voortbouwt op het Schengenacquis of anderszins daaraan is gerelateerd in de zin van artikel 3, lid 1, van de Toetredingsakte van 2003.

(44)Overeenkomstig artikel 42, lid 2, van Verordening (EU) 2018/1725 is de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming geraadpleegd, en op [...] heeft hij een advies uitgebracht,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Hoofdstuk 1
ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Voorwerp

Deze verordening bevat regels betreffende de digitalisering van het casemanagement op het gebied van terugkeer, overname en re-integratie, met name regels betreffende digitale casemanagementsystemen, de ontwikkeling en het beheer daarvan, alsmede de verantwoordelijkheden van de autoriteiten die deze systemen beheren.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

(1)“EU-informatiesystemen”: de grootschalige IT-systemen als bedoeld in artikel 4, lid 15, van Verordening (EU) 2019/817 en in artikel 4, lid 15, van Verordening(EU) 2019/818;

(2)“gecentraliseerd systeem”: een systeem waarin de controle, besluitvorming of gegevensverwerking bij één centrale autoriteit is geconcentreerd;

(3)“gefedereerd systeem”: een systeem waarin afzonderlijke entiteiten hun juridische en operationele onafhankelijkheid behouden, terwijl zij samenwerken binnen één gemeenschappelijk kader, protocol of geheel van regels;

(4)“onderdaan van een derde land”: een onderdaan van een derde land zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 1, van Verordening (EU) 2026/2280;

(5)“terugkeerbesluit”: een terugkeerbesluit zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 4, van Verordening (EU) 2026/2280;

(6)“bevoegde autoriteit”: een van de bevoegde autoriteiten als bedoeld in artikel 41 van Verordening (EU) 2026/2280;

(7)“bevoegde autoriteit van oorsprong”: de bevoegde autoriteit die de gegevens opslaat in haar nationale casemanagementsysteem voor terugkeer (nationaal Recamas), in het geïntegreerde EU-casemanagementsysteem voor overname (iRCMS) of in het EU-casemanagementsysteem voor re-integratie (RIAT);

(8)“dossier”: het digitale dossier dat is aangemaakt in nationale Recamas, in het iRCMS of in het RIAT met betrekking tot de terugkeer, overname en, indien van toepassing, re-integratie van een onderdaan van een derde land;

(9)“meerdere dossiers”: twee of meer dossiers in twee of meer lidstaten die betrekking hebben op dezelfde onderdaan van een derde land;

(10)“IT-referentie-implementatie”: een afzonderlijke of een reeks herbruikbare IT-oplossingen, met inbegrip van de bijbehorende documentatie, die zijn ontwikkeld om de lidstaten te ondersteunen bij de uitvoering van deze verordening en die zijn ontworpen om door de lidstaten verder te worden aangepast aan hun specifieke operationele behoeften;

(11)“andere nationale relevante IT-systemen”: IT-systemen die direct of indirect het casemanagement in nationale Recamas, het iRCMS en het RIAT ondersteunen, met inbegrip van asielsystemen, informatiesystemen ter ondersteuning van gerechtelijke autoriteiten, vreemdelingendatabanken, nationale vluchtboekingssystemen, strafrechtelijke-informatiesystemen en geautomatiseerde systemen voor vingerafdrukidentificatie.

Artikel 3

Technische architectuur

1.De digitalisering van het casemanagement op het gebied van terugkeer, overname en re-integratie wordt gewaarborgd door de invoering, de werking en het doeltreffende gebruik van:

(a)een nationaal casemanagementsysteem voor terugkeer, dat in elke lidstaat gecentraliseerd of gedecentraliseerd kan zijn (“nationaal Recamas”);

(b)een in elk nationaal Recamas geïntegreerd EU-casemanagementsysteem voor overname (“iRCMS”);

(c)een EU-casemanagementsysteem voor re-integratie, geïntegreerd in elk nationaal Recamas (“RIAT”);

(d)het Europees zoekportaal (“ESP”), ingesteld bij Verordeningen (EU) 2019/817 en (EU) 2019/818;

(e)het centraal register voor rapportage en statistieken (“CRRS”), ingesteld bij Verordeningen (EU) 2019/817 en (EU) 2019/818;

(f)het in artikel 14 bedoelde communicatieportaal, dat voorziet in een communicatie-infrastructuur als beveiligd communicatiekanaal tussen de autoriteiten die gebruikmaken van de verschillende nationale Recamas.

2.De lidstaten ontwikkelen hun nationale Recamas op basis van een van de volgende elementen:

(a)een modeldocument en specificaties die zijn opgesteld door het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) (“het Recamas-model”);

(b)een IT-referentie-implementatie, bestaande uit verschillende digitale modules, ontwikkeld door Frontex en gebaseerd op het Recamas-model, die door de lidstaten moet worden overgenomen en verder moet worden aangepast aan hun specifieke operationele behoeften (“het Recamas van Frontex”);

(c)een combinatie van het Recamas-model en specifieke digitale modules van Recamas van Frontex, zoals nader beschreven in het Recamas-model.

Artikel 4

Doelstellingen van de digitalisering van het casemanagement op het gebied van terugkeer, overname en re-integratie

De doelstellingen van de digitalisering van het casemanagement op het gebied van terugkeer, overname en re-integratie zijn:

(a)het ondersteunen van de uitvoering van een gemeenschappelijke systeem van de Unie voor terugkeer overeenkomstig Verordening (EU) 2024/1349 van het Europees Parlement en de Raad 29 (18) en Verordening (EU) 2026/2280;

(b)het ondersteunen van de bevoegde autoriteiten bij het uitvaardigen en uitvoeren van terugkeerbesluiten, overeenkomstig Verordening (EU) 2024/1349 en Verordening (EU) 2026/2280;

(c)het ondersteunen van de bevoegde autoriteiten bij de afhandeling en uitvoering van terugkeerbesluiten, overeenkomstig Verordening (EU) 2024/1349 en Verordening (EU) 2026/2280;

(d)het ondersteunen van de bevoegde autoriteiten bij de afhandeling en uitvoering van de verlening van re-integratiebijstand, overeenkomstig Verordening (EU) 2024/1349, Verordening (EU) 2026/2280 en Verordening (EU) …/… [EGKW-verordening];

(e)het verstrekken van betrouwbare en nauwkeurige statistieken over terugkeer, overname en re-integratie, onder meer ten behoeve van monitoring en evaluatie, ter ondersteuning van feitelijk onderbouwde beleidsvorming en voor operationeel gebruik, overeenkomstig Verordening (EU) 2024/1349 en Verordening (EU) 2026/2280.

Artikel 5

EU-informatiesystemen

Om de verwerking van de in artikel 7 bedoelde gegevens en de opsporing van meerdere dossiers te vergemakkelijken, maakt elke bevoegde autoriteit die gebruikmaakt van nationale Recamas, het iRCMS en het RIAT gebruik van het ESP om toegang te krijgen tot EU-informatiesystemen, overeenkomstig de rechtsinstrumenten die op die EU-informatiesystemen van toepassing zijn en overeenkomstig de Verordeningen (EU) 2019/817 en (EU) 2019/818.

Artikel 6

Verbinding met andere relevante nationale IT-systemen

Voor de verbinding van nationale Recamas met andere relevante nationale IT-systemen overeenkomstig de nationale wetgeving zorgen de lidstaten ervoor dat nationale Recamas technisch compatibel zijn met die systemen, teneinde een snelle, veilige en doeltreffende gegevensoverdracht van en naar die systemen te waarborgen.

Hoofdstuk 2
CASEMANAGEMENTSYSTEMEN

Artikel 7

Opslag van gegevens in de nationale Recamas, in het iRCMS en in het RIAT

1.De bevoegde autoriteiten slaan, voor zover beschikbaar, in nationale Recamas, het iRCMS en het RIAT de gegevens op als bedoeld in artikel 36, lid 6, van Verordening 2026/2280, die toereikend en relevant zijn en beperkt blijven tot hetgeen noodzakelijk is om de naleving te waarborgen van Verordening (EU) 2024/1349, Verordening (EU) 2026/2280 en Verordening (EU)…/… [EGKW-verordening].

2.Mits de bevoegde autoriteit hiermee instemt, slaat Frontex, voor zover beschikbaar, in de nationale Recamas, in het iRCMS en in het RIAT de in lid 1 van dit artikel bedoelde gegevens op bij de uitoefening van zijn bevoegdheden en bij de uitvoering van zijn taken overeenkomstig afdeling [8] van Verordening (EU) …/… [EGKW-verordening].

3.Elke bevoegde autoriteit, en, indien van toepassing, Frontex, is ervoor verantwoordelijk dat de gegevens die zij in nationale Recamas, in het iRCMS en in het RIAT opslaan, juist en actueel zijn.

4.In het RIAT kan Frontex, bij de uitvoering van een Unieprogramma voor re-integratiebijstand, toegang verlenen aan derden die bevoegd zijn voor re-integratiebijstand, om gegevens met betrekking tot re-integratie op te slaan, zoals bedoeld in artikel 36, lid 6, van Verordening (EU) 2026/2280. Derden die bevoegd zijn voor re-integratiebijstand zijn verantwoordelijk voor het waarborgen dat de door hen in het RIAT opgeslagen gegevens juist en actueel zijn.

Artikel 8

Raadpleging van in de nationale Recamas, in het iRCMS en in het RIAT opgeslagen gegevens

1.Elke bevoegde autoriteit van oorsprong mag in de nationale Recamas, in het iRCMS en in het RIAT uitsluitend de gegevens raadplegen die zij zelf heeft opgeslagen.

2.Mits de bevoegde autoriteit van oorsprong hiermee instemt, kan Frontex de in nationale Recamas, in het iRCMS en in het RIAT opgeslagen gegevens opvragen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden en bij de uitvoering van zijn taken overeenkomstig afdeling [8] van Verordening (EU) …/… [EGKW-verordening].

3.Wanneer een onderdaan van een derde land het voorwerp is van meerdere terugkeerdossiers, worden aan elke bevoegde autoriteit van oorsprong, op verzoek als bedoeld in artikel 36, lid 3, van Verordening (EU) 2026/2280, de door de andere betrokken bevoegde autoriteit opgeslagen gegevens betreffende deze onderdaan van een derde land ter beschikking gesteld. Indien van toepassing, overeenkomstig artikel 36, lid 3, van Verordening (EU) 2026/2280, worden die gegevens uitgewisseld via het communicatieportaal.

4.In het RIAT kan Frontex, bij de uitvoering van een Unieprogramma voor re-integratiebijstand, toegang verlenen aan derden die bevoegd zijn voor re-integratiebijstand, om gegevens met betrekking tot re-integratie te raadplegen, zoals bedoeld in artikel 36, lid 6, van Verordening (EU) 2026/2280.

Artikel 9

Rectificatie en verwijdering van in de nationale Recamas, in het iRCMS en in het RIAT opgeslagen gegevens

1.Elke bevoegde autoriteit van oorsprong of Frontex rectificeert of verwijdert onverwijld alle onjuiste, onvolledige of (door hem/haar) onrechtmatig opgeslagen gegevens in de nationale Recamas, in het iRCMS of in het RIAT. Alleen de bevoegde autoriteit van oorsprong of Frontex, die deze gegevens heeft opgeslagen, is bevoegd om deze te rectificeren of te verwijderen.

2.Indien een bevoegde autoriteit over informatie beschikt waaruit blijkt dat in de nationale Recamas, in het iRCMS en in het RIAT opgeslagen gegevens onjuist, onvolledig of onrechtmatig zijn opgeslagen, stelt zij de bevoegde autoriteit van oorsprong of, indien van toepassing, Frontex zo spoedig mogelijk via het communicatieportaal hiervan in kennis.

3.Indien Frontex over informatie beschikt waaruit blijkt dat door een bevoegde autoriteit van oorsprong in nationale Recamas, in het iRCMS en in het RIAT opgeslagen gegevens onjuist, onvolledig of onrechtmatig zijn opgeslagen, stelt Frontex de bevoegde autoriteit van oorsprong hiervan zo spoedig mogelijk via het communicatieportaal in kennis.

4.Derden die bevoegd zijn voor re-integratiebijstand zorgen onverwijld voor de rectificatie of verwijdering van alle onjuiste, onvolledige of (door hen) onrechtmatig opgeslagen gegevens in het RIAT. Een derde die bevoegd is voor re-integratiebijstand en over informatie beschikt waaruit blijkt dat de in het RIAT opgeslagen gegevens onjuist, onvolledig of onrechtmatig zijn opgeslagen, stelt Frontex hiervan zo spoedig mogelijk in kennis.

Artikel 10

Functies van de nationale Recamas, het iRCMS en het RIAT

1.De nationale Recamas, het iRCMS en het RIAT bieden de volgende functies:

(a)het toekennen van een uniek identificatienummer aan elke onderdaan van een derde land voor wie een dossier wordt geopend met betrekking tot terugkeer, overname en, indien van toepassing, re-integratie;

(b)de mogelijkheid om het aanmaken van een dossier bij het aflopen van het legale verblijf van een onderdaan van een derde land te automatiseren;

(c)het opsporen van meerdere dossiers via zoekopdrachten in EU-informatiesystemen, in overeenstemming met de desbetreffende toegangsrechten, en via het iRCMS en het RIAT;

(d)automatische opvraging van de benodigde gegevens bedoeld in artikel 7 tussen de nationale Recamas, het iRCMS en het RIAT;

(e)de mogelijkheid om toegang te krijgen tot de gegevens in de signaleringen inzake terugkeer bedoeld in artikel 4 van Verordening (EU) 2018/1860 en in het Europees terugkeerbevel bedoeld in artikel 5, lid 13, van Verordening (EU) 2026/2280;

(f)de mogelijkheid om toegang te krijgen tot de gegevens bedoeld in artikel 27, lid 4, en artikel 28, lid 4, van Verordening (EU) 2024/1358 van het Europees Parlement en de Raad 30 (19);

(g)de mogelijkheid om nationale Recamas, het iRCMS en het RIAT aan te passen om de systemen af te stemmen op de procedurele werkstromen en de daarmee samenhangende uiterste termijnen die van toepassing zijn krachtens toepasselijke wettelijke en administratieve vereisten;

(h)de mogelijkheid om de toepasselijke termijnen te monitoren en dossiers te prioriteren;

(i)de mogelijkheid voor bevoegde autoriteiten en onderdanen van derde landen om op veilige wijze digitaal te communiceren en documenten uit te wisselen, met inbegrip van het gebruik door onderdanen van derde landen van een speciale mobiele applicatie;

(j)de mogelijkheid om via het communicatieportaal op veilige wijze de in artikel 7 bedoelde gegevens uit te wisselen tussen bevoegde autoriteiten onderling en tussen bevoegde autoriteiten en Frontex;

(k)toegang tot relevant opleidingsmateriaal van de lidstaten, Frontex en eu-LISA op het gebied van terugkeer, overname en re-integratie, alsmede inzake het gebruik van nationale Recamas, het iRCMS en het RIAT;

(l)de mogelijkheid om één of meerdere statussen toe te kennen aan elk dossier, overeenkomstig de fase en het soort procedure (“dossierstatus”), met inbegrip van de mogelijkheid om de dossierstatus bij te werken ingeval van nietigverklaring of opschorting van het terugkeerbesluit;

(m)de mogelijkheid om een overzicht en uitsplitsing te verkrijgen van alle dossiers, met name per derde land en per dossierstatus;

(n)de mogelijkheid om de relevante informatie door te geven aan informatiesystemen die de werkzaamheden van gerechtelijke autoriteiten ondersteunen;

(o)de mogelijkheid om het opstellen te automatiseren van dataverslagen die relevant zijn voor de productie van de statistieken bedoeld in Verordening (EU) 2026/2280 en in artikel 7 van Verordening (EG) nr. 862/2007 van het Europees Parlement en van de Raad 31 (20);

(p)de mogelijkheid om op basis van actuele en historische geaggregeerde of geanonimiseerde statistische gegevens voorspellingen te doen over schommelingen in het aantal dossiers;

(q)de mogelijkheid om terugkeeroperatie te organiseren via één of meerdere vluchtboekingssystemen.

2.In het Recamas-model worden de bijzonderheden van de in lid 1 bedoelde functies uiteengezet.

3.De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarin de technische en operationele vereisten worden gespecificeerd die nodig zijn voor de uniforme toepassing van de in lid 1 van dit artikel genoemde functies. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 34, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Artikel 11

Functies van de nationale Recamas

1.Nationale Recamas bieden volgende functies:

(a)technische ondersteuning bij het beheer van de registratie van onderdanen van derde landen;

(b)technische ondersteuning bij het uitvoeren van eerste controles en verificaties, waaronder kwetsbaarheidscontroles;

(c)technische ondersteuning bij het vaststellen en bevestigen van de identiteit en nationaliteit van onderdanen van derde landen;

(d)toegang tot de lijst bedoeld in artikel 12, lid 3, van Verordening (EU) 2017/2226 van het Europees Parlement en de Raad 32 (21);

(e)ondersteuning bij het opstellen, uitvaardigen en kennisgeven van terugkeerbesluiten en uitzettingsbevelen;

(f)de mogelijkheid om het aanmaken en bijwerken van het Europees terugkeerbevel in het Schengeninformatiesysteem automatisch te laten verlopen, overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1860, Verordening (EU) 2018/1861 en Verordening (EU) 2026/2280;

(g)de mogelijkheid om het aanmaken en bijwerken van signaleringen inzake terugkeer en voor weigering van toegang en verblijf in het Schengeninformatiesysteem automatisch te laten verlopen, overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1860 en Verordening (EU) 2018/1861;

(h)het beheer van de maatregelen betreffende de voorkoming van onderduik, bewaring en alternatieven voor bewaring bedoeld in de hoofdstukken III, IV en VI van Verordening (EU) 2026/2280;

(i)de mogelijkheid om een dossier over te dragen van de terugkeergrensprocedure die van toepassing is krachtens Verordening (EU) 2024/1349 naar de terugkeerprocedure die van toepassing is krachtens Verordening (EU) 2026/2280.

2.In het Recamas-model worden de bijzonderheden van de in lid 1 bedoelde functies uiteengezet.

3.De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarin de technische en operationele vereisten worden gespecificeerd die nodig zijn voor de uniforme toepassing van de in lid 1 van dit artikel genoemde functies. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 34, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Artikel 12

Functies van het iRCMS

1.het iRCMS biedt de volgende functies:

(a)de mogelijkheid om automatisch een overnameprocedure te starten na de uitvaardiging van een uitvoerbaar terugkeerbesluit;

(b)de mogelijkheid om het opstellen van een overnameverzoek te automatiseren;

(c)de mogelijkheid om de in de artikelen 37, 38 en 39 van Verordening (EU) 2026/2280 bedoelde gegevens veilig door te geven en uit te wisselen met de bevoegde autoriteiten van derde landen, onder meer via aansluiting op het digitale systeem van een derde land en rechtstreekse beveiligde berichtenuitwisseling en met inbegrip van de mogelijkheid om identificatie-interviews te organiseren en te houden door middel van het iRCMS;

(d)de mogelijkheid om dossiers te behandelen op basis van nationale en EU-overname-instrumenten of gevestigde praktijken;

(e)de mogelijkheid om de resultaten van nationaliteitsverificaties en de identiteitsvaststelling te ontvangen van de bevoegde autoriteiten van derde landen;

(f)de mogelijkheid om noodreisdocumenten te ontvangen en af te drukken;

(g)de mogelijkheid om vluchten te boeken en te beheren, onder meer door middel van communicatie met derde partijen die bevoegd zijn voor andere taken in verband met de uitvoering van de terugkeer.

2.In het Recamas-model worden de bijzonderheden van de in lid 1 bedoelde functies uiteengezet.

3.De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarin de technische en operationele vereisten worden gespecificeerd die nodig zijn voor de uniforme toepassing van de in lid 1 van dit artikel genoemde functies. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 34, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Artikel 13

Functies van het RIAT

1.RIAT biedt de volgende functies:

(a)toegang tot relevante informatie over derde landen waar de re-integratiebijstand zal worden verleend, met inbegrip van informatie over de inhoud van de beschikbare re-integratiebijstand;

(b)de mogelijkheid dat een bevoegde autoriteit van oorsprong bij het uitvoeren van een nationaal programma voor re-integratiebijstand, en dat Frontex, bij de uitvoering van een Unieprogramma voor re-integratiebijstand, aan derden die bevoegd zijn voor re-integratiebijstand, het recht verlenen om gegevens met betrekking tot re-integratie als bedoeld in artikel 7 op te slaan, te raadplegen, te rectificeren en te verwijderen, overeenkomstig artikel 7, lid 4, artikel 8, lid 4, en artikel 9, lid 4;

(c)de mogelijkheid voor een bevoegde autoriteit om voor individuele dossiers contact op te nemen met derde partijen die bevoegd zijn voor re-integratiebijstand;

(d)de mogelijkheid om vluchten te boeken en te beheren, onder meer door middel van communicatie met derde partijen die bevoegd zijn voor andere taken in verband met de uitvoering van de terugkeer;

(e)de mogelijkheid om re-integratiebijstand te bieden, te monitoren en financieel te beheren, onder meer door het gebruik van begrotingsmiddelen van programma’s voor re-integratiebijstand te volgen;

(f)de mogelijkheid om een overzicht te verkrijgen van de re-integratiebijstand die aan specifieke onderdanen van derde landen wordt verleend, waarbij zowel de programma's van de Unie als de nationale programma’s voor re-integratiebijstand worden bestreken, op basis van de door de lidstaten en Frontex ingevoerde gegevens;

(g)de mogelijkheid om dossiers van EU- en nationale programma’s voor re-integratiebijstand te beheren;

(h)de mogelijkheid om statistieken over re-integratie op te stellen, onder meer om de kwaliteit van de re-integratiebijstand te beoordelen;

(i)de mogelijkheid om naar andere programma’s voor re-integratiebijstand en nationale re-integratiegregelingen van derde landen door te verwijzen;

(j)de mogelijkheid om kwaliteitscontroles uit te voeren op dossiers inzake re-integratiebijstand, waaronder de beoordeling van re-integratieplannen, de monitoring van vervolgmaatregelen en het vastleggen van goedkeurings- en auditsporen;

(k)de mogelijkheid om de prestaties te monitoren van derde partijen die bevoegd zijn voor re-integratiebijstand, met inbegrip van indicatoren met betrekking tot reactievermogen, de uitvoering van re-integratieplannen, de afhandeling van dossiers en de benutting van beschikbare financiële steun;

(l)de mogelijkheid om klachten en incidenten in verband met de verlening van re-integratiebijstand te registreren en te beheren, met inbegrip van het bijhouden van corrigerende maatregelen en het waarborgen van een passende toegangscontrole en traceerbaarheid.

2.In het Recamas-model worden de bijzonderheden van de in lid 1 bedoelde functies uiteengezet.

3.De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarin de technische en operationele vereisten worden gespecificeerd die nodig zijn voor de uniforme toepassing van de in lid 1 van dit artikel genoemde functies. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 34, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Artikel 14

Communicatieportaal

1.Het communicatieportaal wordt opgezet om de gegevensuitwisseling als bedoeld in artikel 36 van Verordening (EU) 2026/2280 te vergemakkelijken, zonder dat dit afbreuk doet aan het gebruik ervan voor andere doeleinden waarin het Unierecht voorziet.

2.Het communicatieportaal wordt geïntegreerd in elke nationale Recamas en in het geïntegreerd platform voor terugkeerbeheer (IRMA) als bedoeld in artikel [57] van Verordening (EU) …/… [EGKW-verordening].

3.Bij elke bevoegde autoriteit heeft een centraal contactpunt toegang tot het communicatieportaal. De centrale contactpunten zijn bevoegd voor het coördineren en faciliteren van de gegevensuitwisseling overeenkomstig artikel 36 van Verordening (EU) 2026/2280.

4.De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarin de technische vereisten worden gespecificeerd die nodig zijn voor de integratie van het communicatieportaal in de nationale Recamas van de lidstaten. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 34, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Hoofdstuk 3
ONTWIKKELING, BEHEER EN VERANTWOORDELIJKHEDEN

Artikel 15

Ontwikkeling en technische evolutie

1.Frontex is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het Recamas-model, alsook voor de evolutie daarvan, overeenkomstig artikel [55] van Verordening (EU) …/… [EGKW-verordening].

2.Frontex is verantwoordelijk voor de ontwikkeling, met inbegrip van het ontwerp, van het Recamas van Frontex, het iRCMS en het RIAT, alsook voor de technische evolutie ervan, overeenkomstig artikel [55] van Verordening (EU) …/… [EGKW-verordening], met ondersteuning van eu-LISA.

3.De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de ontwikkeling, met inbegrip van het ontwerp, van nationale Recamas, alsook voor de technische evolutie ervan. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de integratie van het iRCMS en het RIAT in hun nationale Recamas, met ondersteuning van Frontex, overeenkomstig artikel [55] van Verordening (EU) …/… [EGKW-verordening]. In voorkomend geval zijn de lidstaten verantwoordelijk voor de integratie en aanpassing van het Recamas van Frontex of van bepaalde modules daarvan.

4.eu-LISA is verantwoordelijk voor de ontwikkeling, met inbegrip van het ontwerp, alsook voor de technische evolutie, van het communicatieportaal. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de integratie van het communicatieportaal in hun nationale Recamas, met ondersteuning van eu-LISA.

5.Frontex, eu-LISA en de lidstaten werken samen en stemmen hun werkzaamheden op elkaar af.

6.Bij technische ontwikkelingen wordt rekening gehouden met alle relevante Interoperabel Europa-oplossingen, zoals bedoeld in artikel 7 van Verordening (EU) 2024/903 van het Europees Parlement en de Raad 33 (22).

Artikel 16

Programmabestuursraad

1.Tijdens de ontwikkelingsfase van het Recamas-model, het Recamas van Frontex, het iRCMS, het RIAT en het communicatieportaal wordt een programmabestuursraad met tien leden opgericht. Deze raad bestaat uit:

(a)drie door de raad van bestuur van Frontex uit zijn eigen leden of plaatsvervangende leden aangewezen leden;

(b)drie door de raad van bestuur van eu-LISA uit zijn eigen leden of plaatsvervangers aangewezen leden;

(c)een lid dat eu-LISA vertegenwoordigt en door de uitvoerend directeur van eu-LISA is benoemd;

(d)een lid dat Frontex vertegenwoordigt en door de uitvoerend directeur van Frontex is aangewezen;

(e)twee door de Commissie benoemde leden.

Tijdens de ontwikkelingsfase komt de programmabestuursraad regelmatig, en ten minste zes maal per jaar, bijeen tot de ingebruikneming van alle nationale Recamas, het iRCMS, het RIAT en het communicatieportaal. Hij zorgt voor een adequaat beheer en een adequate coördinatie van de ontwikkelingsfase van het Recamas-model, het Recamas van Frontex, het iRCMS, het RIAT en het communicatieportaal. De programmabestuursraad brengt maandelijks schriftelijk verslag uit aan de raad van bestuur van respectievelijk Frontex en eu-LISA over de voortgang van het programma.

2.Vanaf de ingebruikneming in alle lidstaten, als vastgesteld overeenkomstig artikel 33, komt de programmabestuursraad ten minste één keer per jaar bijeen. Hij zorgt voor een adequaat beheer en een adequate coördinatie van de technische evolutie van het Recamas-model, het Recamas van Frontex, het iRCMS, het RIAT en het communicatieportaal.

3.De programmabestuursraad heeft geen beslissingsbevoegdheid of mandaat om de raad van bestuur van respectievelijk Frontex en eu-LISA te vertegenwoordigen.

4.De raad van bestuur van Frontex stelt het reglement van orde van de programmabestuursraad vast, dat met name regels bevat inzake:

(a)het voorzitterschap;

(b)de plaats van vergadering;

(c)de voorbereiding van vergaderingen;

(d)de toelating van deskundigen tot de vergaderingen;

(e)communicatieplannen om te zorgen voor volledige informatievoorziening aan de niet-deelnemende leden van de raad van bestuur van Frontex en eu-LISA.

5.Het voorzitterschap van de programmabestuursraad wordt bekleed door een lidstaat, die volledig gebonden is door de wetgeving van de Unie betreffende de ontwikkeling, de instelling, de werking en het gebruik van de EU-informatiesystemen. De voorzitter is een van de door de raad van bestuur van Frontex benoemde leden als bedoeld in lid 1, eerste alinea, punt a).

6.Alle reis- en verblijfkosten van de door de raad van bestuur van Frontex benoemde leden van de programmabestuursraad en van de uitvoerend directeur van Frontex worden door Frontex betaald. Alle reis- en verblijfkosten van de door de raad van bestuur van eu-LISA en benoemde leden van de programmabestuursraad en van de uitvoerend directeur van eu-LISA worden door eu-LISA betaald. Frontex verzorgt het secretariaat van de programmabestuursraad.

7.Tijdens de ontwikkelingsfase komt de adviesgroep bedoeld in artikel 35 regelmatig, en ten minste zes maal per jaar, bijeen tot de ingebruikneming van alle nationale Recamas, het iRCMS, het RIAT en het communicatieportaal. Zij brengt na elke bijeenkomst verslag uit aan de programmabestuursraad. Zij verstrekt de technische deskundigheid ter ondersteuning van de taken van de programmabestuursraad en volgt de stand van de voorbereiding van Frontex, de lidstaten en eu-LISA.

Artikel 17

Operationeel beheer

1.Frontex is verantwoordelijk voor het operationele beheer van het iRCMS en het RIAT.

2.Indien een werkregeling die Frontex overeenkomstig artikel [88] van Verordening (EU).../... [EGKW-verordening] met de bevoegde autoriteit van een derde land heeft gesloten, voorziet in de digitale uitwisseling van gegevens die nodig zijn voor overname overeenkomstig de artikelen 37, 38 en 39 van Verordening (EU) 2026/2280, neemt Frontex op verzoek van de Commissie de nodige maatregelen om een beveiligde verbinding tussen het iRCMS en het relevante digitale systeem van dat derde land tot stand te brengen en in stand te houden om dergelijke uitwisselingen te vergemakkelijken. De uitgewisselde gegevens blijven beperkt tot de gegevens die strikt noodzakelijk zijn voor de overnameprocedure die van toepassing is tussen de betrokken lidstaat en het derde land. Het derde land heeft geen toegang tot het iRCMS of tot andere gegevens dan die welke in verband met een individueel overnamedossier worden uitgewisseld.

3.De lidstaten zijn verantwoordelijk voor het operationele beheer van nationale Recamas.

4.eu-LISA is verantwoordelijk voor het operationele beheer van het communicatieportaal.

5.Het operationele beheer omvat alle taken die nodig zijn om de ononderbroken beschikbaarheid van nationale Recamas, het iRCMS, het RIAT en het communicatieportaal te waarborgen, overeenkomstig deze verordening.

6.Frontex, eu-LISA en de lidstaten zorgen ervoor dat te allen tijde de beste beschikbare technologie, na een kosten-batenanalyse, wordt gebruikt voor nationale Recamas, het Recamas van Frontex, het iRCMS, het RIAT en het communicatieportaal.

Artikel 18

Beveiliging van gegevens

1.Frontex zorgt voor de beveiliging van het iRCMS en het RIAT. De lidstaten zorgen voor de beveiliging van nationale Recamas. eu-LISA zorgt voor de beveiliging van het communicatieportaal. Frontex, eu-LISA en de lidstaten nemen met name maatregelen om:

(a)de gegevens fysiek te beschermen, met inbegrip van het opstellen van noodplannen ter bescherming van vitale infrastructuur;

(b)te voorkomen dat onbevoegden toegang hebben tot de gegevensverwerkingsapparatuur en de nationale installaties waarmee de lidstaat handelingen verricht in overeenstemming met de doelstellingen van nationale Recamas, het RIAT, het iRCMS of het communicatieportaal (controle op toegang tot apparatuur en controle bij de toegang tot de installatie);

(c)te voorkomen dat onbevoegden de gegevensdragers lezen, kopiëren, wijzigen of verwijderen (controle op de gegevensdragers);

(d)te voorkomen dat gegevens onrechtmatig worden opgeslagen, en dat persoonsgegevens onrechtmatig worden ingezien, gewijzigd of verwijderd (controle op de opslag);

(e)te verhinderen dat onbevoegden systemen voor geautomatiseerde gegevensverwerking gebruiken met behulp van gegevenscommunicatieapparatuur (gebruikerscontrole);

(f)te voorkomen dat gegevens onrechtmatig in nationale Recamas, in het iRCMS, in het RIAT en in het communicatieportaal worden verwerkt en dat gegevens onrechtmatig worden gewijzigd of verwijderd (controle op het invoeren van gegevens);

(g)te waarborgen dat degenen die bevoegd zijn om nationale Recamas, het iRCMS, het RIAT en het communicatieportaal te raadplegen, uitsluitend toegang hebben tot de gegevens waarop hun toegangsbevoegdheid betrekking heeft, en uitsluitend met persoonlijke en unieke gebruikers-ID’s en geheime toegangsprocedures (controle op de toegang tot de gegevens);

(h)te waarborgen dat alle autoriteiten met toegangsrecht tot nationale Recamas, het iRCMS, het RIAT en het communicatieportaal profielen opstellen waarin de taken en verantwoordelijkheden worden omschreven van de personen die bevoegd zijn om gegevens in te zien, in te voeren, bij te werken, te verwijderen en te doorzoeken (personeelsprofielen);

(i)te waarborgen dat kan worden nagegaan en vastgesteld aan welke instanties persoonsgegevens mogen worden doorgegeven door middel van gegevenscommunicatieapparatuur (controle op de doorgifte);

(j)te waarborgen dat het mogelijk is om na te gaan en vast te stellen welke gegevens wanneer, door wie en met welk doel in nationale Recamas, het iRCMS, het RIAT en het communicatieportaal zijn verwerkt (controle op de opslag van gegevens);

(k)te voorkomen, in het bijzonder door middel van passende versleutelingstechnieken, dat bij de doorgifte van persoonsgegevens van en aan nationale Recamas, het iRCMS, het RIAT en het communicatieportaal of gedurende het transport van gegevensdragers de gegevens onrechtmatig worden gelezen, gekopieerd, gewijzigd of verwijderd (controle op het transport);

(l)ervoor te zorgen dat de geïnstalleerde systemen in geval van storing opnieuw ingezet kunnen worden (herstel);

(m)ervoor te zorgen dat nationale Recamas, het iRCMS, het RIAT en het communicatieportaal hun taken uitvoeren, dat eventuele functionele storingen gesignaleerd worden (betrouwbaarheid) en dat opgeslagen persoonsgegevens niet door het verkeerd functioneren van het systeem beschadigd kunnen worden (integriteit);

(n)de doelmatigheid van de in dit lid bedoelde beveiligingsmaatregelen te monitoren en met betrekking tot de interne controle de nodige organisatorische maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat deze verordening wordt nageleefd (interne controle) en dat iedere relevante gebeurtenis die zich bij de toepassing van de punten b) tot en met k) genoemde maatregelen voordoet en die op het zich voordoen van een veiligheidsincident zou kunnen wijzen, automatisch binnen 24 uur worden waargenomen.

2.Frontex, eu-LISA en de lidstaten werken samen binnen de programmabestuursraad en de adviesgroep om te zorgen voor een coherente aanpak van gegevensbeveiliging op basis van een proces voor het beheer van beveiligingsrisico’s.

Artikel 19

Bijhouden van logbestanden

1.Alle gegevensverwerkingen in de nationale Recamas, in het iRCMS, in het RIAT en in het communicatieportaal worden vastgelegd in een logbestand om te kunnen controleren of deze verwerkingen rechtmatig worden uitgevoerd, om de goede werking van deze systemen te waarborgen, voor interne monitoring en om de integriteit en beveiliging van de gegevens te waarborgen.

2.In de logbestanden wordt het volgende vermeld:

(a)de doeleinden van de verwerking;

(b)de verwerkte gegevens;

(c)de datum en het tijdstip van de verwerking;

(d)de naam van de entiteit en van de verantwoordelijke die de gegevens heeft verwerkt.

3.De logbestanden worden alleen voor het in lid 1 bedoelde doel gebruikt en worden drie jaar na het creëren ervan verwijderd.

4.Logbestanden mogen langer dan de in lid 3 bedoelde perioden worden bewaard indien zij nodig zijn voor reeds lopende monitoring- en/of toezichtprocedures.

5.Elke bevoegde autoriteit heeft toegang tot de logbestanden met betrekking tot de door haar opgeslagen gegevens.

6.Voor interne monitoring en om de goede werking, de gegevensintegriteit en de gegevensbeveiliging van het iRCMS en het RIAT te waarborgen, heeft Frontex toegang tot de desbetreffende logbestanden.

7.Voor interne monitoring en om de goede werking, de gegevensintegriteit en de gegevensbeveiliging van het iRCMS en het RIAT te waarborgen, heeft eu-LISA toegang tot de desbetreffende logbestanden.

8.De nationale toezichthoudende autoriteiten voor gegevensbescherming en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming krijgen op verzoek toegang tot de logbestanden, voor zover dit nodig is voor de uitvoering van hun taken.

Artikel 20

Bewaringstermijn van opgeslagen gegevens

1.Wanneer een terugkeer is bevestigd overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EU) 2018/1860, worden de in nationale RECAMAS, in het iRCMS en in het RIAT geregistreerde gegevens bewaard gedurende tien jaar vanaf de datum van de bevestiging van de terugkeer. Wanneer een terugkeerbesluit wordt vernietigd of ingetrokken, worden de desbetreffende gegevens onmiddellijk verwijderd.

2.Indien een terugkeerbesluit vergezeld gaat van een inreisverbod overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU) 2026/2280, worden de in de nationale Recamas, in het iRCMS en in het RIAT geregistreerde gegevens opgeslagen zolang dat inreisverbod van kracht is of gedurende de in lid 1 bedoelde periode, indien die langer is.

3.Na het verstrijken van de in de leden 1 en 2 bedoelde gegevensopslagperiode worden de gegevens automatisch uit nationale RECAMAS, het iRCMS en het RIAT gewist.

4.Dit artikel doet geen afbreuk aan de specifieke regels die van toepassing zijn op Frontex overeenkomstig artikel [110] van Verordening (EU) …/… [EGKW-verordening].

Artikel 21

Rechten van betrokkenen

Betrokkenen kunnen verzoeken om uitoefening van hun rechten uit hoofde van de toepasselijke gegevensbeschermingsregels richten tot Frontex, dat het verzoek via het communicatieportaal doorzendt aan de bevoegde verwerkingsverantwoordelijke, overeenkomstig artikel 23.

Artikel 22

Statistieken

1.De in artikel 46 van Verordening (EU) 2026/2280 en in artikel 7 van Verordening (EG) nr. 862/2007 bedoelde geanonimiseerde gegevens, alsmede geanonimiseerde gegevens over de status van dossiers, worden van nationale Recamas, het iRCMS en het RIAT op geautomatiseerde wijze in het CRRS geregistreerd.

2.De door het CRRS gegenereerde statistieken moeten toegankelijk zijn voor de bevoegde autoriteiten, Frontex, eu-LISA en de Commissie.

3.De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarin de technische vereisten worden gespecificeerd die nodig zijn voor de opslag in het CRRS, alsmede de specifieke soorten gegevens die nodig zijn voor de opslag van gegevens over dossierstatus. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 34, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Artikel 23

Verantwoordelijkheid voor de verwerking van persoonsgegevens

1.Voor de nationale Recamas wijst elke lidstaat de autoriteit aan die wordt beschouwd als verwerker in de zin van artikel 4, lid 7, van Verordening (EU) 2016/679 in verband met de verwerking van de gegevens die hij in dit systeem opslaat en voor het operationele beheer daarvan. Frontex wordt beschouwd als verwerker in de zin van artikel 3, lid 12, van Verordening (EU) 2018/1725 in verband met de verwerking van de gegevens die Frontex in dit systeem opslaat en voor het operationele beheer daarvan.

2.Wat het iRCMS betreft, wordt de overeenkomstig lid 1 in elke lidstaat aangewezen autoriteit beschouwd als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, lid 7, van Verordening (EU) 2016/679 met betrekking tot de verwerking van de gegevens die zij in dit systeem opslaat. Frontex wordt beschouwd als verwerker in de zin van artikel 3, lid 12, van Verordening (EU) 2018/1725 in verband met de verwerking van de gegevens die Frontex in het iRCMS opslaat en voor het operationele beheer daarvan.

3.Wat het RIAT betreft, wordt de overeenkomstig lid 1 in elke lidstaat aangewezen autoriteit beschouwd als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, lid 7, van Verordening (EU) 2016/679 met betrekking tot de verwerking van de gegevens die zij in dit systeem opslaat inzake dossiers die voortvloeien uit nationale programma’s voor re-integratiebijstand. De door de lidstaten en Frontex aangewezen autoriteiten en Frontex beschouwd als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken overeenkomstig artikel 26 van Verordening (EU) 2016/679 respectievelijk artikel 28 van Verordening (EU) 2018/1725, met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens die in het RIAT worden opgeslagen voor dossiers die worden beheer in het kader van een EU-programma voor re-integratiebijstand. De verantwoordelijkheden van elke gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijke zijn beperkt tot de door hem in het RIAT opgeslagen gegevens. Frontex wordt beschouwd als verwerker in de zin van artikel 3, lid 12, van Verordening (EU) 2018/1725 in verband met de verwerking van de gegevens die het opslaat over dossiers van nationale programma's voor re-integratiebijstand beheerd in het RIAT en voor het operationele beheer van het RIAT.

4.Wat het communicatieportaal betreft, worden de door de lidstaten overeenkomstig lid 1 aangewezen autoriteiten en Frontex beschouwd als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken overeenkomstig artikel 26 van Verordening (EU) 2016/679 respectievelijk artikel 28 van Verordening (EU) 2018/1725, met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens die via het communicatieportaal worden uitgewisseld. De verantwoordelijkheden van elke gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijke blijven beperkt tot de gegevens die deze in het communicatieportaal verwerkt. eu-LISA wordt beschouwd als verwerker overeenkomstig artikel 3, lid 12, van Verordening (EU) 2018/1725 met betrekking tot het operationele beheer van het communicatieportaal.

Artikel 24

Opleiding van personeel

1.Alvorens toestemming te krijgen om gegevens te verwerken die zijn opgeslagen in nationale Recamas, in het iRCMS, in het RIAT en in het communicatieportaal, en periodiek nadat toegang tot nationale Recamas, het iRCMS, het RIAT en het communicatieportaal is verleend, volgen de personeelsleden van de bevoegde autoriteiten en Frontex die recht hebben op toegang tot nationale Recamas, het iRCMS, het RIAT en het communicatieportaal, een passende opleiding over gegevensbeveiliging, grondrechten, waaronder gegevensbescherming, en de regels en procedures voor gegevensverwerking, met inbegrip van maatregelen ter verbetering van de kwaliteit van de gegevens. Het personeel wordt op de hoogte gebracht van alle relevante bepalingen inzake strafbare feiten en sancties, inclusief degene die zijn vastgesteld in artikel 26.

2.De lidstaten zorgen voor opleidingen voor hun personeel met betrekking tot nationale Recamas.

3.Frontex biedt zijn personeel en de bevoegde autoriteiten opleidingen aan over het Recamas van Frontex, het iRCMS en het RIAT.

4.eu-LISA voorziet in opleidingen voor de bevoegde autoriteiten over de technische werking van het communicatieportaal.

Artikel 25

Samenwerking tussen de nationale toezichthoudende autoriteiten voor gegevensbescherming en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

Overeenkomstig artikel 62 van Verordening (EU) 2018/1725 werken de nationale toezichthoudende autoriteiten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, elk binnen hun onderscheiden bevoegdheden en in het kader van hun verantwoordelijkheden, actief samen en zorgen zij met name voor het gecoördineerde toezicht op het communicatieportaal.

Artikel 26

Sancties

De lidstaten stellen voorschriften vast ten aanzien van de sancties die van toepassing zijn op overtredingen van deze verordening en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze sancties worden uitgevoerd. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De lidstaten stellen de Commissie onverwijld van die voorschriften en maatregelen in kennis en delen haar onverwijld alle latere wijzigingen daarvan mee.

Hoofdstuk 4
WIJZIGING VAN ANDERE UNIERECHTSHANDELINGEN

Artikel 27

Wijzigingen van Verordening (EU) 2018/1726

Verordening (EU) 2018/1726 wordt als volgt gewijzigd:

1) in artikel 1 worden de volgende leden 4 quater en 4 quinquies ingevoegd:

“4 quater. Het Agentschap is verantwoordelijk voor de ontwikkeling, met inbegrip van het ontwerp, het operationele beheer en de technische evolutie, van een beveiligd communicatiekanaal tussen migratieautoriteiten (“het communicatieportaal”), overeenkomstig Verordening (EU) …/… van het Europees Parlement en de Raad 34(23) [deze verordening].

4 quinquies. Het Agentschap is belast met het verlenen van ondersteuning aan:

a) het Europees Grens- en kustwachtagentschap bij de ontwikkeling, ook op technisch vlak, van een referentie-implementatie van een casemanagementsysteem voor terugkeer (“het Recamas van Frontex”), overeenkomstig Verordening (EU) …/… [deze verordening]; 

b) het Europees Grens- en kustwachtagentschap bij de ontwikkeling, ook op technisch vlak, van een geïntegreerd EU-casemanagementsysteem voor overname (iRCMS) en een EU-casemanagementsysteem voor re-integratie (RIAT), overeenkomstig Verordening (EU) …/… [deze verordening].”;

2) de volgende artikelen 8 sexies en 8 septies worden ingevoegd:

“Artikel 8 sexies

Taken betreffende het communicatieportaal

Met betrekking tot het communicatieportaal verricht het Agentschap:

a) de hem bij artikel 15, lid 4, en artikel 17, lid 4, van Verordening (EU).../... [deze verordening] opgedragen taken;

b) taken in verband met opleiding in het technische gebruik van het communicatieportaal, met inbegrip van het verstrekken van opleidingsmateriaal.

Artikel 8 septies

Taken in verband met het Recamas van Frontex, het iRCMS en het RIAT

Het Agentschap verricht de taken die hem op grond van Verordening (EU) …/… [deze verordening] met betrekking tot het Recamas van Frontex, het iRCMS en het RIAT zijn opgedragen.”;

3) in artikel 14 wordt lid 1 vervangen door:

“1. Het Agentschap monitort de ontwikkelingen op onderzoeksgebied die van belang zijn voor het operationeel beheer van SIS, het VIS, Eurodac, het EES, het Etias, DubliNet, Ecris-TCN, e-Codex, het samenwerkingsplatform voor GOT’s, het communicatieportaal en andere grootschalige IT-systemen als bedoeld in artikel 1, lid 5.”;

4) aan artikel 19, lid 1, eerste alinea, wordt het volgende punt qq) toegevoegd:

“qq) de verslagen over de ontwikkeling en de activiteiten van het communicatieportaal goedkeuren overeenkomstig artikel 37, lid 2, van Verordening (EU) …/… [deze verordening].”.

Artikel 28

Wijzigingen van Verordening (EU) 2018/1860

In Verordening (EU) 2018/1860 wordt het volgende artikel 17 bis ingevoegd:

“Artikel 17 bis

Bewaring van gegevens in signaleringen inzake terugkeer in nationale casemanagementsystemen voor de toepassing van Verordening (EU).../... van het Europees Parlement en de Raad [deze verordening]

1. In afwijking van artikel 41, lid 2, van Verordening (EU) 2018/1861 kan de bevoegde autoriteit van de uitvoerende lidstaat, na een hit naar aanleiding van een door een andere lidstaat overeenkomstig artikel 3 ingevoerde signalering inzake terugkeer, de in die signalering opgenomen gegevens bewaren in haar op grond van Verordening (EU).../... van het Europees Parlement en de Raad 35(24) [deze verordening] opgezette nationale Recamas, voor zover dat noodzakelijk is voor de in artikel 7, lid 1, van Verordening (EU).../... [deze verordening] bedoelde doeleinden.

2. Indien de signalering door de signalerende lidstaat is gewijzigd overeenkomstig artikel 44, lid 2, van Verordening (EU) 2018/1861, werkt de uitvoerende lidstaat die gegevens in zijn op grond van Verordening (EU).../... [deze verordening] opgezette nationale Recamas dienovereenkomstig bij.

3. In afwijking van artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1861 worden de op grond van lid 1 bewaarde gegevens opgeslagen en gewist overeenkomstig artikel 20, leden 1 tot en met 3, van Verordening (EU).../... [deze verordening].

4. Artikel 15 is van toepassing op de overdracht of het ter beschikking stellen van de gegevens die overeenkomstig lid 1 worden bewaard.”.

Artikel 29

Wijzigingen van Verordening (EU) 2019/817

In Verordening (EU) 2019/817 wordt het volgende artikel 48 bis ingevoegd:

“Artikel 48 bis

Communicatieportaal

1. De communicatie tussen de autoriteiten van de lidstaten onderling en tussen deze autoriteiten en de centrale Etias-eenheid, zoals vereist krachtens deze verordening, vindt plaats via het communicatieportaal dat is opgezet krachtens Verordening (EU) …/… van het Europees Parlement en de Raad 36(25) [deze verordening] voor de volgende doeleinden:

a) het uitoefenen van rechten inzake gegevensbescherming overeenkomstig artikel 48, leden 3 en 4;

b) het in kennis stellen van de bevoegde autoriteit van de correctie of verwijdering van een link overeenkomstig artikel 31, lid 3, en artikel 33, lid 5;

c) het verstrekken van informatie over de correctie of verwijdering van een link overeenkomstig artikel 32, lid 7;

d) het in kennis stellen van de bevoegde autoriteit van een foutief geregistreerde link overeenkomstig artikel 32, lid 7.

2. De Commissie is bevoegd om uitvoeringshandelingen vast te stellen om de formaten te specificeren voor de communicatie in het kader van deze verordening via het communicatieportaal. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 74, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.”.

Artikel 30

Wijzigingen van Verordening (EU) 2019/818

Verordening (EU) 2019/818 wordt als volgt gewijzigd:

1) artikel 39 wordt als volgt gewijzigd:

a) de leden 1 en 2 worden vervangen door:

“1. Er wordt een centraal register voor rapportage en statistieken (CRRS) ingesteld om de doelstellingen van Eurodac, SIS en ECRIS-TCN in overeenstemming met de voor die systemen respectievelijk geldende rechtsinstrumenten te ondersteunen en om te voorzien in systeemoverschrijdende statistische gegevens en analytische verslagen voor doeleinden op het gebied van beleid, operationaliteit en gegevenskwaliteit. Het CRRS ondersteunt ook de doelstellingen van Verordening (EU) 2024/982 van het Europees Parlement en de Raad 37(26), Verordening (EU) 2025/13 van het Europees Parlement en de Raad 38(27) en Verordening (EU).../... van het Europees Parlement en de Raad 39(28)[deze verordening].

2. eu-LISA zorgt op zijn technische locaties voor het opstellen, implementeren en hosten van het CRRS, met daarin de logisch door het Unie-informatiesysteem gescheiden gegevens en statistieken als bedoeld in artikel 12 van Verordening (EU) 2024/1358, artikel 74 van Verordening (EU) 2018/1862 en artikel 32 van Verordening (EU) 2019/816. eu-LISA verzamelt de gegevens en statistieken van de router bedoeld in artikel 71, lid 2, van Verordening (EU) 2024/982 en in artikel 39, lid 1, van Verordening (EU) 2025/13. eu-LISA verzamelt de gegevens en statistieken bedoeld in artikel 22 van Verordening (EU) …/… [deze verordening]. Toegang tot het CRRS wordt uitsluitend voor het opstellen van rapporten en statistieken verleend aan de autoriteiten bedoeld in artikel 12 van Verordening (EU) 2024/1358, artikel 74 van Verordening (EU) 2018/1862 en artikel 32 van Verordening (EU) 2019/816, artikel 71, lid 2, van Verordening (EU) 2024/982, artikel 13, lid 1, van Verordening (EU) 2025/13 en artikel 22, lid 2, van Verordening (EU) …/… [deze verordening], door middel van een gecontroleerde, beveiligde toegang en specifieke gebruikersprofielen.”;

b) in lid 4, wordt het volgende punt d) toegevoegd:

“d) een beveiligde communicatie-infrastructuur om het CRRS te verbinden met nationale casemanagementsystemen voor terugkeer (“de nationale Recamas”), het geïntegreerde casemanagementsysteem van de Unie voor overname (iRCMS) en het casemanagementsysteem van de Unie voor re-integratie (RIAT), overeenkomstig Verordening (EU).../... [deze verordening].”;

2) het volgende artikel 48 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 48 bis

Communicatieportaal

1. De communicatie tussen de autoriteiten van de lidstaten onderling en tussen deze autoriteiten en de centrale Etias-eenheid, zoals vereist krachtens deze verordening, vindt plaats via het communicatieportaal dat is opgezet krachtens Verordening (EU) …/… [deze verordening] voor de volgende doeleinden:

a) het uitoefenen van rechten inzake gegevensbescherming overeenkomstig artikel 48, leden 3 en 4;

b) het in kennis stellen van de bevoegde autoriteit van de correctie of verwijdering van een link overeenkomstig artikel 31, lid 3, en artikel 33, lid 5;

c) het verstrekken van informatie over de correctie of verwijdering van een link overeenkomstig artikel 32, lid 7;

d) het in kennis stellen van de bevoegde autoriteit van een foutief geregistreerde link overeenkomstig artikel 32, lid 7.

2. De Commissie is bevoegd om uitvoeringshandelingen vast te stellen om de formaten te specificeren voor de communicatie in het kader van deze verordening via het communicatieportaal. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 70, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.”;

3) artikel 62 wordt als volgt gewijzigd:

a) het volgende lid 3 bis wordt ingevoegd:

“3 bis. De naar behoren gemachtigde personeelsleden van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, het Europees Grens- en kustwachtagentschap, eu-LISA en de Commissie hebben toegang om de in artikel 22 van Verordening (EU).../... [deze verordening] bedoelde gegevens met betrekking tot nationale RECAMAS, het iRCMS en het RIAT te raadplegen.”;

b) lid 6 wordt vervangen door de volgende tekst:

“6. Voor de toepassing van de leden 1, 2, 3 en 3 bis slaat eu-LISA de in die leden bedoelde gegevens op in het CRRS. De in het CRRS opgenomen gegevens mogen het niet mogelijk maken om personen te identificeren, maar de gegevens moeten de leden 1, 2, 3 en 3 bis bedoelde autoriteiten in staat te stellen op maat gesneden verslagen en statistieken op te stellen met als doel de grenscontroles doeltreffender te maken, de autoriteiten te helpen bij de verwerking van visumaanvragen en een op feiten gebaseerde beleidsvorming inzake migratie en veiligheid in de Unie te ondersteunen.

Hoofdstuk 5
SLOTBEPALINGEN

Artikel 31

Kosten

De kosten in verband met de ontwikkeling, ook op technisch vlak, en het operationele beheer van nationale Recamas komen ten laste van elke betrokken lidstaat. Deze kosten omvatten de kosten in verband met de integratie van het Recamas van Frontex, het iRCMS, het RIAT en het communicatieportaal in nationale Recamas, alsmede met de aanpassing van het Recamas van Frontex aan de nationale behoeften.

Artikel 32

Kennisgevingen

1.De lidstaten stellen de Commissie, Frontex en eu-LISA in kennis van de autoriteit die overeenkomstig artikel 23 als verwerkingsverantwoordelijke en gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijke moet worden beschouwd.

2.De lidstaten stellen de Commissie, Frontex en eu-LISA in kennis van de in artikel 7, artikel 8 en artikel 9 bedoelde bevoegde autoriteiten die gegevens mogen registreren, raadplegen, rectificeren of wissen.

3.De lidstaten stellen de Commissie, Frontex en eu-LISA in kennis van hun in artikel 14, lid 3, bedoelde centrale contactpunt.

4.Frontex onderhoudt een voortdurend bijgewerkte openbare website met de in dit artikel bedoelde informatie.

Artikel 33

Ingebruikneming

1.Uiterlijk op [PB: gelieve in te vullen: vier jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] beschikken de lidstaten over en gebruiken zij een nationaal Recamas. Elke lidstaat stelt de Commissie en Frontex onverwijld in kennis van de datum waarop hij zijn nationale Recamas in gebruik heeft genomen.

2.De Commissie stelt door middel van een uitvoeringshandeling de datum vast waarop de ontwikkeling van het iRCMS en het RIAT is afgerond, nadat Frontex heeft verklaard dat een uitgebreide test van het iRCMS en het RIAT, die met de steun van eu-LISA moet worden uitgevoerd, met succes is afgerond.

3.Binnen een jaar na de overeenkomstig lid 2 vastgestelde datum of, indien deze later valt, na de in lid 1 bedoelde kennisgevingsdatum, neemt elke lidstaat de nodige maatregelen om het iRCMS en het RIAT in zijn nationale Recamas te integreren, overeenkomstig artikel 15, lid 3, en stelt hij de Commissie en Frontex in kennis van de succesvolle integratie.

4.De Commissie stelt door middel van een uitvoeringshandeling de datum vast vanaf wanneer het iRCMS en het RIAT in de betrokken lidstaten in gebruik worden genomen en door Frontex worden beheerd, nadat Frontex voor de betrokken lidstaten heeft verklaard dat het iRCMS en het RIAT met succes in het nationale Recamas van de betrokken lidstaten zijn geïntegreerd. De verklaring van Frontex is gebaseerd op de succesvolle afronding van uitgebreide tests en wordt, na ontvangst van de in lid 3 bedoelde kennisgeving, opgesteld in samenwerking met de betrokken lidstaat of lidstaten en met ondersteuning van eu-LISA.

5.De Commissie stelt door middel van een uitvoeringshandeling de datum vast waarop de ontwikkeling van het communicatieportaal is afgerond, nadat eu-LISA heeft verklaard dat een uitgebreide test van het communicatieportaal, die waar nodig in samenwerking met Frontex en de lidstaten wordt uitgevoerd, met succes is afgerond.

6.Binnen een jaar na de overeenkomstig lid 5 vastgestelde datum, of, indien deze later valt, na de in lid 1 bedoelde kennisgevingsdatum, neemt elke lidstaat de nodige maatregelen om het communicatieportaal in zijn nationale Recamas te integreren, overeenkomstig artikel 15, lid 4, en stelt hij de Commissie en Frontex in kennis van de succesvolle integratie. Binnen een jaar na de overeenkomstig lid 5 vastgestelde datum neemt Frontex de nodige maatregelen om het communicatieportaal overeenkomstig artikel 14, lid 2, in IRMA te integreren en stelt het de Commissie in kennis van de succesvolle integratie.

7.De Commissie stelt door middel van een uitvoeringshandeling de datum vast vanaf wanneer het communicatieportaal in de betrokken lidstaten in gebruik wordt genomen en door Frontex wordt beheerd, nadat eu-LISA voor de betrokken lidstaten heeft verklaard dat de integratie van het communicatieportaal in het nationale Recamas van de betrokken lidstaten en in IRMA met succes is voltooid. De verklaring van eu-LISA is gebaseerd op de succesvolle afronding van uitgebreide tests en wordt, na ontvangst van de in lid 6 bedoelde kennisgeving, uitgevoerd in samenwerking met de betrokken lidstaten.

8.De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad in kennis van de data die overeenkomstig de leden 2, 4, 5 en 7 zijn vastgesteld.

9.De in de leden 2, 4, 5 en 7 bedoelde uitvoeringshandelingen worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

10.De lidstaten en, indien van toepassing, Frontex, nemen het iRCMS, het RIAT en het communicatieportaal in gebruik op de data die overeenkomstig respectievelijk lid 4 en lid 7 zijn vastgesteld.

Artikel 34

Comitéprocedure

1.De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 35

Adviesgroep

1.Frontex richt een adviesgroep op.

2.De adviesgroep voorziet Frontex en eu-LISA van expertise met betrekking tot het Recamas-model, het Recamas van Frontex, de nationale Recamas, het iRCMS, het RIAT en het communicatieportaal, met name in het kader van de voorbereiding van hun jaarlijkse werkprogramma’s en hun jaarlijkse activiteitenverslagen.

3.De adviesgroep bestaat uit nationale deskundigen, twee projectmanagers van Frontex, twee projectmanagers van eu-LISA en één lid van de Commissie. Zij wordt voorgezeten door Frontex.

Artikel 36

Contactpunt

Elke lidstaat wijst voor de uitvoering van deze verordening een autoriteit als contactpunt aan. Elke lidstaat deelt de naam van die autoriteit mee aan de Commissie. Indien een lidstaat van aangewezen autoriteit verandert, stelt hij de Commissie hiervan in kennis.

Artikel 37

Monitoring en evaluatie

1.Frontex legt aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming een jaarverslag voor over de ontwikkeling en de activiteiten van het Recamas van Frontex, de nationale Recamas, het iRCMS en het RIAT, met inbegrip van de technische werking en beveiliging ervan. Het jaarverslag bevat informatie over het operationele beheer, met inbegrip van incidenten op het gebied van gegevensbescherming en beveiliging, en over de prestaties van deze systemen aan de hand van vooraf vastgestelde kwantitatieve indicatoren voor de doelstellingen met betrekking tot output, kosteneffectiviteit en kwaliteit van de dienstverlening.

2.eu-LISA legt aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming een jaarverslag voor over de ontwikkeling en activiteiten van het communicatieportaal, met inbegrip van de technische werking en beveiliging ervan. Het jaarverslag bevat informatie over het beheer en de resultaten van dit systeem, in het licht van vooraf vastgestelde kwantitatieve indicatoren voor de doelstellingen op het gebied van resultaten, kosteneffectiviteit en kwaliteit van de dienstverlening.

3.Vijf jaar na de ingebruikneming van alle nationale Recamas, het iRCMS, het RIAT en het communicatieportaal, en vervolgens om de vijf jaar, zal de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een evaluatieverslag indienen over de uitvoering van de verordening. Daartoe heeft de Commissie permanente toegang tot het Recamas van Frontex, het iRCMS, het RIAT en het communicatieportaal, zonder de mogelijkheid om toegang te krijgen tot persoonsgegevens.

4.De lidstaten verstrekken Frontex, eu-LISA en de Commissie de informatie die noodzakelijk is voor het opstellen van de jaarverslagen en de evaluatie als bedoeld in dit artikel.

5.Evaluaties kunnen worden uitgevoerd overeenkomstig Verordening (EU) 2022/922 van de Raad 40 (29).

Artikel 38

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement    Voor de Raad

De voorzitter    De voorzitter

[...]    [...]

FINANCIEEL EN DIGITAAL MEMORANDUM

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF3

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief3

1.2.Betrokken beleidsterreinen3

1.3.Doelstellingen3

1.3.1.Algemene doelstellingen3

1.3.2.Specifieke doelstellingen3

1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen3

1.3.4.Prestatie-indicatoren4

1.4.Het voorstel/initiatief betreft:4

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief5

1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief5

1.5.2.Meerwaarde van het optreden van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “meerwaarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.5

1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan6

1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten7

1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking7

1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief8

1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting8

2.BEHEERSMAATREGELEN10

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen10

2.2.Beheers- en controlesystemen10

2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie10

2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken11

2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting).11

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden12

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF13

3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven13

3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten15

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten15

3.2.1,1.Kredieten uit goedgekeurde begroting15

3.2.2.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten20

3.2.2.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting20

3.2.3.Geraamde personeelsbehoeften20

3.2.3.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting20

3.2.4.Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen22

3.2.5.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader22

3.2.6.Bijdragen van derden23

3.2.7.Geraamde personeelsbehoeften en vereiste administratieve kredieten in een gedecentraliseerd agentschap23

3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten26

4.Digitale dimensies27

4.1.Voorschriften met digitale relevantie27

4.2.Gegevens30

4.3.Digitale oplossingen33

4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling41

4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering45

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief

Voorstel betreffende de digitalisering van het casemanagement op het gebied van terugkeer, overname en re-integratie, en tot wijziging van Verordeningen (EU) 2018/1726, (EU) 2018/1860, (EU) 2019/817 en (EU) 2019/818 van het Europees Parlement en de Raad

1.2.Betrokken beleidsterrein 

Binnenlandse Zaken

1.3.Doelstellingen

1.3.1.Algemene doelstellingen

Ondersteunen van de uitvoering van de regels betreffende terugkeer, overname en re-integratie zoals vastgelegd in de terugkeerverordening, en bijdragen aan de uitvoering van het migratie- en asielpact. Deze twee doelstellingen zullen bijdragen tot de goede werking van het Schengengebied en tot de duurzaamheid van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel.

1.3.2.Specifieke doelstellingen

Specifieke doelstelling nr. 1: zorgen voor meer gegevensuitwisseling tussen bevoegde autoriteiten binnen dezelfde lidstaat, tussen de lidstaten onderling en tussen de lidstaten en Frontex, en tussen de lidstaten of Frontex en derde landen, met inachtneming van de regels inzake gegevensbescherming, om ervoor te zorgen dat de informatie die nodig is om terugkeer-, overname- en re-integratieprocessen uit te voeren en te monitoren, beschikbaar is.

Specifieke doelstelling nr. 2: de digitalisering van de processen voor terugkeer, overname en re-integratie bevorderen en de beperkte functies van bestaande IT-systemen verhelpen, teneinde ervoor te zorgen dat de processen en rapportagevereisten in grotere mate worden gedigitaliseerd, gebruiksvriendelijker worden en automatisch worden toegepast, en de administratieve lasten en de werklast van de nationale autoriteiten aanzienlijk verminderen.

Specifieke doelstelling nr. 3: de automatische opstelling van nauwkeurigere en betrouwbaardere statistieken mogelijk maken en de doorlooptijd voor gegevensverzameling verkorten, teneinde feitelijk onderbouwde beleids- en besluitvorming beter te ondersteunen.

1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen

De lidstaten zullen hun nationale casemanagementsystemen voor terugkeer (nationale Recamas) ontwikkelen, onderhouden en exploiteren.

Frontex zal het Recamas-model onderhouden en bijwerken en zal, in samenwerking met eu-LISA, het Recamas van Frontex ontwikkelen, dat door lidstaten die daartoe bereid zijn, kan worden overgenomen en aangepast. Frontex zal tevens ad-hoc-, kant-en-klare IT-oplossingen ontwikkelen (bv. RECAP, een applicatie die communicatie tussen onderdanen van derde landen en migratieautoriteiten mogelijk maakt) die in nationale Recamas kunnen worden geïntegreerd. Frontex zal, in samenwerking met eu-LISA, een geïntegreerd EU-casemanagementsysteem voor overname (iRCMS) en voor re-integratie (RIAT) ontwikkelen en onderhouden, dat in de nationale Recamas zal worden geïntegreerd.

eu-LISA zal een communicatieportaal ontwikkelen waarmee terugkeerautoriteiten informatie kunnen delen die niet via bestaande of toekomstige EU-informatiesystemen kan worden gedeeld.

Door digitalisering van het casemanagement van processen voor terugkeer, overname en re-integratie zal dit initiatief de processen versnellen, vereenvoudigen en stroomlijnen, de transparantie ervan vergroten en de werklast voor de bevoegde nationale autoriteiten en Frontex verminderen.

1.3.4.Prestatie-indicatoren

Specifieke doelstelling nr. 1

–Aantal gegevensverzamelingen betreffende dossiers inzake terugkeer, overname en re-integratie die door lidstaten zijn opgevraagd en aan andere lidstaten ter beschikking zijn gesteld binnen de geldende termijnen zoals vastgelegd in de terugkeerverordening.

–Aantal overnameverzoeken dat via iRCMS is verwerkt.

Specifieke doelstelling nr. 2

–Aantal bestaande nationale Recamas.

–Aantal lidstaten dat gebruikmaakt van het Recamas van Frontex, of van onderdelen daarvan.

–Aantal nationale Recamas die het iRCMS en het RIAT hebben geïntegreerd.

–Aantal nationale Recamas verbonden met ESP, CRRS en SIS.

–Aantal nationale Recamas verbonden met het communicatieportaal.

–Aantal gestroomlijnde of geautomatiseerde subprocessen.

–Gemiddelde duur van de verwerkingstijd per terugkeer-, overname- en re-integratiedossier.

–Aantal personeelsleden opgeleid in nieuwe procedures en IT-systemen.

Specifieke doelstelling nr. 3

–Aantal automatisch aangemaakte statistische gegevensverzamelingen (overeenkomstig de terugkeerverordening).

–Aantal statistische gegevensverzamelingen (zoals bedoeld in de terugkeerverordening) die binnen de in de terugkeerverordening vastgestelde termijnen zijn verstrekt.

1.4.Het voorstel/initiatief betreft: 

☑ een nieuwe actie 

¨ een nieuwe actie na een proefproject/voorbereidende actie 41  

¨ de verlenging van een bestaande actie 

¨ de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief 

1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief

Alle systemen (nationale Recamas, het Recamas van Frontex, het iRCMS, het RIAT en het communicatieportaal) moeten binnen vier jaar na de inwerkingtreding van de verordening worden ontwikkeld, overeenkomstig het volgende indicatieve tijdschema:

-    3e kwartaal 2028: inwerkingtreding van de verordening.

-    3e/4e kwartaal 2028: totstandkoming van het governancekader voor de ontwikkeling van de IT-systemen.

-    3e kwartaal 2028-1e kwartaal 2030: de opstartfase, met inbegrip van werving.

-    1e kwartaal 2030-2e kwartaal 2030: aanbestedingsfase.

-    2e kwartaal 2030-1e kwartaal 2032: ontwikkelingsfase.

-    1e kwartaal 2032-2e kwartaal 2032: testfase.

-    2e kwartaal 2032-3e kwartaal 2032: geleidelijke onboardingfase en geleidelijke ingebruikneming.

1.5.2.Meerwaarde van het optreden van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “meerwaarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.

Redenen voor optreden op EU-niveau (ex ante)

De gesignaleerde problemen kunnen op nationaal niveau niet doeltreffend worden opgelost. Gezien de omvang van de versnippering van het huidige digitale landschap zullen de lidstaten, zonder coördinatie op EU-niveau en zonder een passend EU-rechtskader, doorgaan met het ontwikkelen van geïsoleerde systemen, wat zal leiden tot inefficiëntie, ongelijke digitalisering en hogere kosten. Een inefficiënt digitaal beheer van processen voor terugkeer, overname en re-integratie zal de toekomstige uitvoering van gemeenschappelijke regels inzake terugkeer belemmeren, wat zal leiden tot een suboptimaal aantal terugkeergevallen. Dit zou ook gevolgen hebben voor de goede werking van de regels van het migratie- en asielpact en van invloed zijn op het Schengengebied.

Maatregelen op EU-niveau zijn van essentieel belang om de onderlinge verbinding van relevante IT-systemen tussen de lidstaten te waarborgen, onder meer door gebruik te maken van EU-informatiesystemen, een consistente gegevensuitwisseling en operationele efficiëntie tussen de lidstaten. Alleen een gecoördineerde aanpak op EU-niveau kan op een coherente wijze een oplossing bieden voor de grensoverschrijdende complexiteiten waarmee de lidstaten momenteel te maken hebben, bv wat betreft de ontoereikende gegevensuitwisseling tussen de lidstaten.

Verwachte meerwaarde EU (ex-post)

Het initiatief zal een meerwaarde van de EU opleveren, aangezien een EU-initiatief kan zorgen voor een gemeenschappelijk kader op EU-niveau dat naar verwachting de gegevensuitwisseling zal bevorderen, procedures zal versnellen, de administratieve lasten zal verminderen en de opstelling van meer gedetailleerde statistieken mogelijk zal maken. Dit kan niet op dezelfde wijze tot stand worden gebracht door lidstaten die afzonderlijk optreden. Een geharmoniseerde, gedigitaliseerde aanpak van processen voor terugkeer, overname en re-integratie op EU-niveau zal de algehele doeltreffendheid van het terugkeersysteem verbeteren en aansluiten bij de bredere doelstellingen van het migratie- en asielpact. Uiteindelijk zullen coherente inspanningen op het gebied van digitalisering bijdragen aan de goede werking van het Schengengebied en de duurzaamheid van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel.

Een uniform digitaal kader zal de positie van de EU bij onderhandelingen en contacten met derde landen versterken en de uitvoering verbeteren van de 24 EU-overname-instrumenten waarin uniforme procedures zijn vastgelegd. Dit zou bijdragen tot een gestroomlijnde aanpak en coherente verwachtingen in derde landen en zou alle lidstaten ten goede komen.

Inspanningen op EU-niveau zullen schaalvoordelen opleveren door de gemiddelde kosten te verlagen en door dubbel werk als gevolg van geïsoleerde systeemontwikkeling te voorkomen; tevens zullen ze feitelijk onderbouwde beleidsvorming ondersteunen, onder meer door de betrouwbaarheid van gegevens en statistieken te vergroten. Door middelen en expertise te bundelen kan de EU robuustere en beter schaalbare oplossingen bieden dan lidstaten die afzonderlijk optreden.

1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

Op het gebied van terugkeer heeft Frontex, om de lidstaten te helpen bij het verbeteren van hun casemanagementsystemen voor terugkeer en om een minimumniveau van efficiëntie te waarborgen, in overeenstemming met zijn mandaat (ook wel de “EGKW-verordening” genoemd) een casemanagementsysteem voor terugkeer (“Recamas-model”) ontwikkeld. Het Recamas-model is een model (d.w.z. een document en geen IT-systeem) dat de lidstaten een basis biedt om op vergelijkbare wijze hun eigen casemanagementsystemen op te zetten en in te richten, waardoor een betere samenwerking tussen de betrokken autoriteiten van de lidstaten mogelijk wordt en de gegevensverzameling wordt verbeterd. In het kader van de operationele strategie van de EU-terugkeercoördinator en het gemeenschappelijk uitvoeringsplan voor het migratie- en asielpact zouden alle lidstaten in 2024-2025 moeten zijn begonnen met de ontwikkeling en uitvoering van een nationaal systeem op basis van het Recamas-model. Tot nu toe beschikken 26 EU-lidstaten over een casemanagementsysteem voor terugkeer dat in zekere mate is afgestemd op het Recamas-model, maar slechts twaalf van hen hanteren een systeem dat volledig op het Recamas-model is gebaseerd.

Wat overname betreft, heeft de Commissie, om lidstaten en derde landen in staat te stellen overnameprocedures op een efficiënte, digitale en gestandaardiseerde wijze af te wikkelen, steun verleend aan de ontwikkeling en het beheer van casemanagementsystemen voor overname, zij het zonder dat er op EU-niveau specifieke regels zijn vastgesteld die het gebruik van deze systemen regelen. De systemen bevinden zich fysiek in derde landen, zijn eigendom van derde landen en brengen doorlopende onderhoudskosten met zich mee. Momenteel zijn er slechts zes casemanagementsystemen voor overname (RCMS) in gebruik, namelijk in Armenië, Bangladesh, Georgië, Pakistan, Sri Lanka en Oekraïne. De zes RCMS maken het mogelijk om verzoeken tot overname in te dienen bij het derde land, en om de werkstromen te monitoren die verband houden met de verificatie en bevestiging van nationaliteit, de afgifte van reisdocumenten en terugkeeroperaties. Het betreft afzonderlijke systemen, waarvoor telkens een andere inlogprocedure vereist is, en die het niet mogelijk maken om gegevens rechtstreeks vanuit de systemen van de lidstaten en de EU te uploaden. De Commissie speelt een leidende rol bij het faciliteren van de verbinding van lidstaten die daartoe bereid zijn met het bestaande RCMS en levert een financiële bijdrage aan het deugdelijke technische onderhoud en de exploitatie daarvan.

Wat re-integratie betreft, heeft de Commissie het instrument voor re-integratiebijstand (“RIAT”) ontwikkeld om de communicatie over re-integratiedossiers tussen terugkeeradviseurs in de lidstaten en de uitvoerende partners op het gebied van re-integratiebijstand in derde landen te waarborgen. RIAT maakt deel uit van het informatie-uitwisselingssysteem van het Europees migratienetwerk (“EMN IES”), dat in 2008 is opgericht. Naast communicatie wordt het RIAT gebruikt voor de financiële en administratieve afhandeling van dossiers in het kader van diverse re-integratieprogramma’s, waaronder het eigen EU-re-integratieprogramma van Frontex, en voor het verzamelen van gegevens. Momenteel zijn alle EU-lidstaten, Zwitserland, Noorwegen en IJsland, evenals enkele re-integratiepartners, verbonden met het RIAT.

De beschikbaarheid, het gebruik en de functies van bestaande IT-systemen lopen sterk uiteen tussen de lidstaten. De bestaande IT-systemen voor terugkeer, overname en re-integratie zijn afzonderlijk en door verschillende actoren ontwikkeld, zowel op EU- als op nationaal niveau. Binnen de huidige wettelijke kaders en operationele structuur zijn de mogelijkheden voor verdere ontwikkeling en gegevensuitwisseling beperkt. Dit leidt tot een versnipperd en inefficiënt digitaal landschap.

1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten

Digitalisering wordt in het asiel- en migratiepact uitdrukkelijk aangemerkt als een factor die snelle en efficiënte migratieprocedures mogelijk maakt. Digitale systemen zijn van essentieel belang om de operationele samenwerking te verbeteren, betrouwbare gegevensverzameling te waarborgen, de administratieve lasten te verminderen en de monitoring en handhaving van de EU-migratieregels te versterken. Deze doelstelling sluit aan bij de bredere politieke ambitie van de EU om Europese digitale oplossingen te ontwikkelen die de procedures vereenvoudigen en tegelijkertijd de grondrechten en gegevensbescherming waarborgen.

De noodzaak van digitalisering van het casemanagement op het gebied van terugkeer, overname en re-integratie is benadrukt in de politieke beleidslijnen van voorzitter Von der Leyen (2024-2029), de werkprogramma’s van de Commissie voor 2025 en 2026, waarin uitdrukkelijk wordt gesteld dat het initiatief een sterke vereenvoudigingsdimensie heeft3, en de Europese strategie voor asiel- en migratiebeheer4. De terugkeerverordening voorziet in een gemeenschappelijk EU-terugkeersysteem dat een betere uitwisseling en overdracht van gegevens mogelijk maakt, met inachtneming van de regels inzake gegevensbescherming.

De benodigde investeringen op EU- en lidstaatniveau kunnen binnen de bedragen vallen die zijn overeengekomen voor het MFK 2028-2034.

1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking

Het initiatief voorziet in de ontwikkeling van nieuwe IT-systemen, die aan Frontex en eu-LISA zal worden toevertrouwd.

Frontex zal een IT-referentie-implementatie ontwikkelen en onderhouden voor casemanagement op het gebied van terugkeer (Recamas van Frontex), het geïntegreerde EU-casemanagementsysteem voor overname (iRCMS) en het EU-casemanagementsysteem voor re-integratie (RIAT).

eu-LISA zal een communicatiekanaal tussen migratieautoriteiten (communicatieportaal) ontwerpen, ontwikkelen en onderhouden.

Om deze doelstellingen te verwezenlijken, moet het mandaat van Frontex en eu-LISA worden uitgebreid, aangezien deze nieuwe taken niet onder de bestaande taken vallen. Er zijn derhalve nieuwe financiële middelen en personeel nodig om beide agentschappen in staat te stellen hun nieuwe taken te vervullen.

Een programmabestuursraad en een adviesgroep zullen de ontwikkeling en verdere ontwikkeling van de nieuwe IT-systemen ondersteunen. DG HOME zal deel uitmaken van deze twee structuren. Er zullen regelmatig vergaderingen plaatsvinden, en wel ten minste zes keer per jaar tijdens de ontwikkelingsfase. Meer in het algemeen zal DG HOME de ontwikkeling, uitvoering en algehele naleving van de toekomstige verordening moeten monitoren. Daarom is er nieuw personeel nodig om de Commissie in staat te stellen haar nieuwe taken te vervullen.

1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief

¨ beperkte geldigheidsduur

–¨    van kracht van [DD/MM]YYYY tot en met [DD/MM]YYYY

–¨    financiële gevolgen vanaf YYYY tot en met YYYY voor vastleggingskredieten en vanaf YYYY tot en met YYYY voor betalingskredieten.

☑ onbeperkte geldigheidsduur

–uitvoering met een opstartperiode vanaf 2028 tot en met 2034,

–gevolgd door een volledige uitvoering.

1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting 42   

¨ Direct beheer door de Commissie

–¨ door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie;

–¨    door de uitvoerende agentschappen

¨ Gedeeld beheer met de lidstaten

☑ Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken toe te vertrouwen aan:

–¨ derde landen of de door hen aangewezen organen

–¨ internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke)

–¨ de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds

–☑ de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen

–¨ publiekrechtelijke organen

–¨ privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij zijn voorzien van voldoende financiële garanties

–¨ privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die zijn voorzien van voldoende financiële garanties

–¨ organen waaraan of personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid in het kader van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling

–¨ in een lidstaat gevestigde organen die onder het privaatrecht van een lidstaat of onder het Unierecht vallen en die in aanmerking komen om overeenkomstig sectorspecifieke regelgeving te worden belast met de uitvoering van middelen van de Unie of begrotingsgaranties, voor zover dergelijke organen onder zeggenschap staan van publiekrechtelijke organen of privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, en beschikken over voldoende financiële garanties in de vorm van hoofdelijke aansprakelijkheid van de controlerende organen of gelijkwaardige financiële garanties, die voor elke actie beperkt kunnen blijven tot het maximumbedrag van de steun van de Unie.

Opmerkingen

Voor indirect beheer – uitvoering via twee gedecentraliseerde agentschappen (Frontex, eu-LISA)

2.BEHEERSMAATREGELEN

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen 

De Commissie zal ervoor zorgen dat de nodige regelingen worden getroffen om de werking van de voorgestelde maatregelen te monitoren en deze aan de belangrijkste beleidsdoelstellingen te toetsen. Vijf jaar na de ingebruikneming van alle nationale Recamas, het iRCMS, het RIAT en het communicatieportaal, en vervolgens om de vijf jaar, zal de Commissie een evaluatieverslag indienen bij het Europees Parlement en de Raad waarin de uitvoering van de verordening en de meerwaarde ervan worden beoordeeld. In het verslag zal ook melding worden gemaakt van eventuele directe of indirecte gevolgen voor de betrokken grondrechten. In het verslag zullen de behaalde resultaten worden getoetst aan de doelstellingen en zal worden nagegaan of de uitgangspunten nog steeds geldig zijn en of er conclusies voor toekomstige opties moeten worden getrokken.

Frontex zal aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming een jaarverslag voorleggen over de ontwikkeling en de activiteiten van het Recamas van Frontex, de nationale Recamas, het iRCMS en het RIAT, met inbegrip van de technische werking en beveiliging ervan.

eu-LISA zal aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming een jaarverslag voorleggen over de ontwikkeling en activiteiten van het communicatieportaal, met inbegrip van de technische werking en de beveiliging ervan.

2.2.Beheers- en controlesystemen 

2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie

Een deel van dit voorstel zal worden uitgevoerd via de begrotingen van het Europees Grens- en kustwachtagentschap en eu-LISA, door middel van indirect beheer.

Op grond van het beginsel van goed financieel beheer wordt op de uitvoering van de begroting van respectievelijk het Europees Grens- en kustwachtagentschap en eu-LISA een effectieve en doeltreffende interne controle uitgeoefend. Het Europees Grens- en kustwachtagentschap en eu-LISA zijn derhalve verplicht een passende controlestrategie uit te voeren, in coördinatie met de relevante actoren die bij de controleketen betrokken zijn. Wat de controles achteraf betreft, zijn het Europees Grens- en kustwachtagentschap en eu-LISA, als gedecentraliseerde agentschappen, met name onderworpen aan:

–interne controles door de dienst Interne Audit van de Commissie;

–jaarverslagen door de Europese Rekenkamer, die een verklaring aflegt waarin de betrouwbaarheid van de jaarrekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd;

–een jaarlijkse kwijting verleend door het Europees Parlement;

–mogelijke onderzoeken door OLAF om er met name voor te zorgen dat de aan de agentschappen toegewezen middelen naar behoren worden gebruikt.

Als partner-DG van het Europees Grens- en kustwachtagentschap en eu-LISA zal DG HOME zijn controlestrategie voor gedecentraliseerde agentschappen uitvoeren om te zorgen voor betrouwbare verslaglegging in het kader van zijn jaarlijks activiteitenverslag. De gedecentraliseerde agentschappen zijn weliswaar volledig verantwoordelijk voor de uitvoering van hun begroting, maar DG HOME is verantwoordelijk voor de regelmatige betaling van de jaarlijkse bijdragen die door de begrotingsautoriteit worden vastgesteld.

Tot slot biedt de Europese Ombudsman een extra niveau van controle en verantwoordingsplicht.

2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken

Voor de door het Europees Grens- en kustwachtagentschap en eu-LISA uitgevoerde begroting is een specifiek internecontrolekader vereist dat gebaseerd is op dat van de Europese Commissie. Het enkelvoudig programmeringsdocument moet informatie verschaffen over de internecontrolesystemen, terwijl het geconsolideerd jaarlijks activiteitenverslag informatie moet bevatten over de doeltreffendheid en efficiëntie van de internecontrolesystemen, ook wat risicobeoordelingen betreft.

Bovendien houden de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en de functionaris voor gegevensbescherming (DPO) van Frontex en eu-LISA toezicht op de verwerking van persoonsgegevens door Frontex en eu-LISA.

Tot slot zorgt DG HOME als partner-DG van het Europees Grens- en kustwachtagentschap en eu-LISA jaarlijks voor een risicobeheerexercitie om potentiële grote risico’s in verband met de activiteiten van de agentschappen in kaart te brengen en te beoordelen. Over als kritiek beschouwde risico’s wordt jaarlijks gerapporteerd in het beheersplan van DG HOME, en in een actieplan zijn risicobeperkende maatregelen opgenomen.

Op operationeel niveau is het belangrijkste vastgestelde risico het gebrek aan voldoende financiële en personele middelen om de tijdige ontwikkeling van de nieuwe IT-systemen mogelijk te maken.

2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting). 

Wat het Europees Grens- en kustwachtagentschap en eu-LISA betreft, brengt de Commissie verslag uit over de verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen. Volgens het jaarlijkse activiteitenverslag 2024 van DG HOME bedroeg die verhouding 0,11 % voor entiteiten belast met indirect beheer en gedecentraliseerde agentschappen, waaronder het Europees Grens- en kustwachtagentschap.

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden 

DG HOME zal zijn fraudebestrijdingsstrategie blijven toepassen in aansluiting op de fraudebestrijdingsstrategie van de Commissie, zodat zijn interne controles tegen fraude volledig in overeenstemming zijn met de fraudebestrijdingsstrategie van de Commissie en zijn aanpak op het gebied van frauderisicobeheer erop gericht is frauderisico’s te onderkennen en er passend op te reageren.

Wat indirect beheer betreft, worden de maatregelen tegen fraude, corruptie en andere illegale activiteiten beschreven in specifieke bepalingen voor de bestrijding van fraude in de oprichtingsverordeningen van het Europees Grens- en kustwachtagentschap en eu-LISA. Zij vereisen onder meer dat de twee gedecentraliseerde agentschappen een fraudebestrijdingsstrategie vaststellen.

DG HOME heeft daarnaast als partner-DG zijn eigen fraudebestrijdingsstrategie ontwikkeld en uitgevoerd op basis van de door OLAF verstrekte methodologie. Gedecentraliseerde agentschappen, waaronder het Europees Grens- en kustwachtagentschap, vallen binnen het toepassingsgebied van de strategie.

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 

De geraamde gevolgen voor de uitgaven en het personeelsbestand voor 2028 en daarna worden louter ter illustratie verstrekt en lopen niet vooruit op het volgende meerjarig financieel kader. De financieringsbron en de omvang van de financiële vastlegging van de Unie voor de periode na 2027 blijven afhankelijk van het resultaat van de interinstitutionele onderhandelingen over het MFK 2028-2034 en zullen daarna worden vastgesteld via de jaarlijkse begrotingsprocedure. Alle kredieten en personeelstoewijzingen vanaf 2028 zijn indicatief.

3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven 

·Bestaande begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort uitgave

Bijdrage

Nummer  

GK/NGK 43 .

van EVA-landen 44

van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten 45

van andere derde landen 46

andere bestemmingsontvangsten

1

[XX.YY.YY.YY]

(Frontex)

NGK

NEE

NEE

JA

JA

1

[XX.YY.YY.YY]

(eu-LISA)

GK

NEE

NEE

JA

JA

·Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarigfinancieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort uitgave

Bijdrage

Nummer  

GK/NGK

van EVA-landen

van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten

van andere derde landen

andere bestemmingsontvangsten

[XX.YY.YY.YY]

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

[XX.YY.YY.YY]

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

[XX.YY.YY.YY]

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten 

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten 

–¨    Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig

–☑    Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven

3.2.1,1.Kredieten uit goedgekeurde begroting

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Rubriek van het meerjarigfinancieel kader

1

Economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw, platteland en maritieme zaken, welvaart en veiligheid

EU-bijdrage aan een gedecentraliseerd agentschap

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Frontex

Jaar 2028

Jaar 2029

Jaar 2030

Jaar 2031

Jaar 2032

Jaar 2033

Jaar 2034

TOTAAL MFK 2028-2034

Begrotingsonderdeel: <….> / Bijdrage van de EU-begroting aan het agentschap

44,130

18,023

18,134

18,244

18,768

19,309

19,447

156,054

Het bedrag aan kredieten dat in het volgende MFK aan het Agentschap moet worden toegewezen, is indicatief en afhankelijk van het akkoord over het MFK. Het moet worden geïntegreerd in de subsidie aan het Agentschap vanwege het permanente karakter van de in dit voorstel toegewezen taken en zal in voorkomend geval worden gecompenseerd door een gelijkwaardige verlaging van een relevant programmabudget binnen dezelfde MFK-rubriek. Indien een compenserende verlaging nodig is, moeten de aan het Agentschap toegewezen middelen mogelijk ook worden herzien in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure.

eu-LISA

Jaar 2028

Jaar 2029

Jaar 2030

Jaar 2031

Jaar 2032

Jaar 2033

Jaar 2034

TOTAAL MFK 2028-2034

Begrotingsonderdeel: <….> / Bijdrage van de EU-begroting aan het agentschap

14,120

8,113

8,196

8,280

8,615

8,960

9,059

65,343

Het bedrag aan kredieten dat in het volgende MFK aan het Agentschap moet worden toegewezen, is indicatief en afhankelijk van het akkoord over het MFK. Het moet worden geïntegreerd in de subsidie aan het Agentschap vanwege het permanente karakter van de in dit voorstel toegewezen taken en zal in voorkomend geval worden gecompenseerd door een gelijkwaardige verlaging van een relevant programmabudget binnen dezelfde MFK-rubriek. Indien een compenserende verlaging nodig is, moeten de aan het Agentschap toegewezen middelen mogelijk ook worden herzien in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure.

 

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 
2028-2034

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

TOTAAL beleidskredieten  
(inclusief bijdrage aan gedecentraliseerd agentschap)

Vastleggingen

(4)

58,250

26,136

26,330

26,524

27,382

28,269

28,506

221,397

Betalingen

(5)

58,250

26,136

26,330

26,524

27,382

28,269

28,506

221,397

TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten

(6)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten 
onder RUBRIEK 1

Vastleggingen

=4+6

58,250

26,136

26,330

26,524

27,382

28,269

28,506

221,397

van het meerjarig financieel kader

Betalingen

=5+6

58,250

26,136

26,330

26,524

27,382

28,269

28,506

221,397

 

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 
2028-2034

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

TOTAAL beleidskredieten (alle beleidsrubrieken)

Vastleggingen

(4)

58,250

26,136

26,330

26,524

27,382

28,269

28,506

221,397

Betalingen

(5)

58,250

26,136

26,330

26,524

27,382

28,269

28,506

221,397

TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten (alle beleidsrubrieken)

(6)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten 
onder de rubrieken 1 t/m 3

Vastleggingen

=4+6

58,250

26,136

26,330

26,524

27,382

28,269

28,506

221,397

van het meerjarig financieel kader 
(referentiebedrag)

Betalingen

=5+6

58,250

26,136

26,330

26,524

27,382

28,269

28,506

221,397




Rubriek van het meerjarigfinancieel kader

4

“Administratieve uitgaven” 47

DG HOME

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2028-2034

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

Ÿ Personele middelen

0,388

0,388

0,388

0,388

0,388

0,388

0,388

2,716

Ÿ Andere administratieve uitgaven

0,048

0,048

0,048

0,048

0,048

0,048

0,048

0,336

TOTAAL voor DG HOME

Kredieten

0,436

0,436

0,436

0,436

0,436

0,436

0,436

3,052

TOTAAL kredieten voor RUBRIEK 4 van het meerjarig financieel kader

(totaal vastleggingen = totaal betalingen)

0,436

0,436

0,436

0,436

0,436

0,436

0,436

3,052

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

 

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2028-2034

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

TOTAAL kredieten onder de rubrieken 1 tot en met 4

Vastleggingen

58,686

26,572

26,766

26,960

27,818

28,705

28,942

224,449

van het meerjarig financieel kader 

Betalingen

58,686

26,572

26,766

26,960

27,818

28,705

28,942

224,449

De geraamde gevolgen voor de uitgaven en het personeelsbestand voor 2028 en daarna worden louter ter illustratie verstrekt en lopen niet vooruit op het volgende meerjarig financieel kader. De financieringsbron en de omvang van de financiële vastlegging van de Unie voor de periode na 2027 blijven afhankelijk van het resultaat van de interinstitutionele onderhandelingen over het MFK 2028-2034 en zullen daarna worden vastgesteld via de jaarlijkse begrotingsprocedure. Alle kredieten en personeelstoewijzingen vanaf 2028 zijn indicatief.

3.2.2.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten 

–¨    Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig

–☑    Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven

3.2.2.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting

GOEDGEKEURDE KREDIETEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL 2028 - 2034

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

RUBRIEK 4

Personele middelen

0,388

0,388

0,388

0,388

0,388

0,388

0,388

2,716

Andere administratieve uitgaven

0,048

0,048

0,048

0,048

0,048

0,048

0,048

0,336

Subtotaal RUBRIEK 4

0,436

0,436

0,436

0,436

0,436

0,436

0,436

3,052

Buiten RUBRIEK 4

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal buiten RUBRIEK 4

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL

0,436

0,436

0,436

0,436

0,436

0,436

0,436

3,052

De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

De geraamde gevolgen voor de uitgaven en het personeelsbestand voor 2028 en daarna worden louter ter illustratie verstrekt en lopen niet vooruit op het volgende meerjarig financieel kader. De financieringsbron en de omvang van de financiële vastlegging van de Unie voor de periode na 2027 blijven afhankelijk van het resultaat van de interinstitutionele onderhandelingen over het MFK 2028-2034 en zullen daarna worden vastgesteld via de jaarlijkse begrotingsprocedure. Alle kredieten en personeelstoewijzingen vanaf 2028 zijn indicatief.

3.2.3.Geraamde personeelsbehoeften 

–¨    Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig

–☑    Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven

3.2.3.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting 

Raming in voltijdequivalenten (vte’s) 48

GOEDGEKEURDE KREDIETEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

Ÿ Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

20 01 02 01 (centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)

2

2

2

2

2

2

2

20 01 02 03 (EU-delegaties)

0

0

0

0

0

0

0

 (Onderzoek onder contract)

0

0

0

0

0

0

0

(Eigen onderzoek)

0

0

0

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)

0

0

0

0

0

0

0

• Extern personeel (in vte’s)

20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)

0

0

0

0

0

0

0

20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)

0

0

0

0

0

0

0

Admin. ondersteuning

- centrale diensten

0

0

0

0

0

0

0

[XX.01.YY.YY]

- EU-delegaties

0

0

0

0

0

0

0

 (AC, END – onderzoek onder contract)

0

0

0

0

0

0

0

(AC, END – eigen onderzoek)

0

0

0

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – rubriek 4

0

0

0

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – buiten rubriek 4

0

0

0

0

0

0

0

TOTAAL

2

2

2

2

2

2

2

De geraamde gevolgen voor de uitgaven en het personeelsbestand voor 2028 en daarna worden louter ter illustratie verstrekt en lopen niet vooruit op het volgende meerjarig financieel kader. De financieringsbron en de omvang van de financiële vastlegging van de Unie voor de periode na 2027 blijven afhankelijk van het resultaat van de interinstitutionele onderhandelingen over het MFK 2028-2034 en zullen daarna worden vastgesteld via de jaarlijkse begrotingsprocedure. Alle kredieten en personeelstoewijzingen vanaf 2028 zijn indicatief.

Gezien de algemene gespannen situatie in rubriek 4, zowel wat het personeelsbestand als het niveau van de kredieten betreft, zullen de benodigde personele middelen worden gedekt door personeel van het DG dat reeds voor het beheer van de actie is toegewezen en/of binnen het DG of andere diensten van de Commissie is herverdeeld.

Aantal personeelsleden dat nodig is voor de uitvoering van het voorstel (in vte’s):

Uit te voeren door bestaand personeel van de diensten van de Commissie

Uitzonderlijk aanvullend personeel*

Te financieren uit rubriek 4 of onderzoek

Te financieren uit BA-onderdeel

Te financieren uit vergoedingen

Personeelsformatieposten

2 AD-posten

n.v.t.

Extern personeel (AC, END, INT)

Beschrijving van de uit te voeren taken door:

Ambtenaren en tijdelijk personeel

De Commissie krijgt nieuwe taken toebedeeld:

·monitoren van de ontwikkeling, uitvoering en algehele naleving van de toekomstige regelgeving.

·voorbereiden van en deelnemen aan de programmabestuursraad en de adviesgroep, die de ontwikkeling en verdere ontwikkeling van de nieuwe IT-systemen zullen ondersteunen. Er zullen regelmatig vergaderingen plaatsvinden, en wel ten minste zes keer per jaar tijdens de ontwikkelingsfase, die meerdere jaren zal duren.

Extern personeel

n.v.t.

3.2.4.Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen 

NIET VAN TOEPASSING

Verplicht: in onderstaande tabel moet de beste schatting worden gegeven van de met digitale technologie samenhangende investeringen die uit het voorstel/initiatief voortvloeien.

De kredieten onder rubriek 4 moeten in uitzonderlijke gevallen in het desbetreffende onderdeel worden opgenomen, indien vereist voor de uitvoering van het voorstel/initiatief.

De kredieten onder de rubrieken 1 t/m 3 moeten worden weergegeven als “IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s”. Deze uitgaven betreffen het operationele budget dat gebruikt moet worden voor hergebruik, koop of ontwikkeling van IT-platforms of tools die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van het initiatief, alsook daarmee verband houdende investeringen (bv. licenties, studies, gegevensopslag). De in deze tabel vermelde informatie moet in overeenstemming zijn met de gegevens in deel 4, “Digitale dimensies”.

TOTAAL Digitale en IT-kredieten

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2028-2034

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

RUBRIEK 4

IT-uitgaven (algemeen) 

0

0

0

0

0

0

0

0

Subtotaal RUBRIEK 4

0

0

0

0

0

0

0

0

Buiten RUBRIEK 4

IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s

0

0

0

0

0

0

0

0

Subtotaal buiten RUBRIEK 4

0

0

0

0

0

0

0

0

 

TOTAAL

0

0

0

0

0

0

0

0

3.2.5.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader

Het voorstel/initiatief:

–☑    kan volledig worden gefinancierd door middel van herschikking binnen de relevante rubriek van het meerjarig financieel kader (MFK)

Frontex, eu-LISA – de financieringsbron en de omvang van de financiële vastlegging van de Unie voor de periode na 2027 blijven afhankelijk van het resultaat van de interinstitutionele onderhandelingen over het MFK 2028-2034 en zullen daarna worden vastgesteld via de jaarlijkse begrotingsprocedure.

Administratieve onderdelen – extra begrotingsmiddelen aangevraagd

–¨    vereist een beroep op de niet-toegewezen marge in de desbetreffende rubriek van het MFK en/of op de speciale instrumenten zoals gedefinieerd in de MFK-verordening

–¨    vereist een herziening van het MFK

3.2.6.Bijdragen van derden

Het voorstel/initiatief:

–☑    voorziet niet in medefinanciering door derden

–¨    voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:

Kredieten in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

 

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Totaal

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

Medefinancieringsbron 

 

 

 

 

 

 

 

 

TOTAAL medegefinancierde kredieten

 

 

 

 

 

 

 

 

3.2.7.Geraamde personeelsbehoeften en vereiste administratieve kredieten in een gedecentraliseerd agentschap 

Personeelsbehoeften (voltijdequivalenten):

Agentschap: Frontex

Jaar 2028

Jaar 2029

Jaar 2030

Jaar 2031

Jaar 2032

Jaar 2033

Jaar 2034

Tijdelijke functionarissen

(AD-rangen)

28

28

28

28

32

32

32

Tijdelijke functionarissen

(AST‑rangen)

Subtotaal tijdelijke functionarissen (AD + AST)

28

28

28

28

32

32

32

Arbeidscontractanten

9

9

9

9

10

10

10

Gedetacheerde nationale deskundigen

Subtotaal arbeidscontractanten en gedetacheerde nationale deskundigen

9

9

9

9

10

10

10

TOTAAL personeel

37

37

37

37

42

42

42



Agentschap: eu-LISA

Jaar 2028

Jaar 2029

Jaar 2030

Jaar 2031

Jaar 2032

Jaar 2033

Jaar 2034

Tijdelijke functionarissen

(AD-rangen)

15

15

15

15

17

17

17

Tijdelijke functionarissen

(AST‑rangen)

Subtotaal tijdelijke functionarissen (AD + AST)

15

15

15

15

17

17

17

Arbeidscontractanten

5

5

5

5

5

5

5

Gedetacheerde nationale deskundigen

Subtotaal arbeidscontractanten en gedetacheerde nationale deskundigen

5

5

5

5

5

5

5

TOTAAL personeel

20

20

20

20

22

22

22

Kredieten gedekt door bijdragen uit de EU-begroting in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Agentschap: Frontex

Jaar 2028

Jaar 2029

Jaar 2030

Jaar 2031

Jaar 2032

Jaar 2033

Jaar 2034

TOTAAL 2028 - 2034

Titel 1: Personeelskosten

2,730

5,570

5,681

5,795

6,319

6,861

6,999

39,954

Titel 2: Infrastructuuruitgaven en huishoudelijke uitgaven

3,320

1,029

1,029

1,028

1,028

1,028

1,028

9,490

Titel 3: Operationele uitgaven

38,080

11,424

11,424

11,421

11,421

11,420

11,420

106,610

TOTAAL kredieten gedekt door EU-begroting

44,130

18,023

18,134

18,244

18,768

19,309

19,447

156,054

Voor 2028 wordt ervan uitgegaan dat de werving in juli plaatsvindt; derhalve wordt slechts 50 % van de gemiddelde kosten in aanmerking genomen. In 2032 wordt dezelfde aanpak toegepast op het extra personeel. De personeelskosten worden aangepast met de huidige correctiecoëfficiënt voor Polen van 82,3 % (Frontex) en 113,60 % voor Straatsburg (eu-LISA).

Kredieten in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Agentschap: eu-LISA

Jaar 2028

Jaar 2029

Jaar 2030

Jaar 2031

Jaar 2032

Jaar 2033

Jaar 2034

TOTAAL 2028 - 2034

Titel 1: Personeelskosten

2,030

4,141

4,224

4,308

4,643

4,989

5,088

29,423

Titel 2: Infrastructuuruitgaven en huishoudelijke uitgaven

3,000

0,922

0,922

0,922

0,922

0,921

0,921

8,530

Titel 3: Operationele uitgaven

9,090

3,050

3,050

3,050

3,050

3,050

3,050

27,390

TOTAAL kredieten gedekt door EU-begroting

14,120

8,113

8,196

8,280

8,615

8,960

9,059

65,343

Overzicht/samenvatting van personeel en kredieten (in miljoenen euro’s) die voor het voorstel/initiatief nodig zijn in een gedecentraliseerd agentschap

Agentschap: Frontex

Jaar 2028

Jaar 2029

Jaar 2030

Jaar 2031

Jaar 2032

Jaar 2033

Jaar 2034

TOTAAL 2028 - 2034

Tijdelijke functionarissen (AD + AST)

28

28

28

28

32

32

32

-

Arbeidscontractanten

9

9

9

9

10

10

10

-

Gedetacheerde nationale deskundigen

0

0

0

0

0

0

0

-

Totaal personeel

37

37

37

37

42

42

42

-

Kredieten gedekt door EU-begroting

44,130

18,023

18,134

18,244

18,768

19,309

19,447

156,054

Kredieten gedekt door vergoedingen

(indien van toepassing)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Medegefinancierde kredieten

(indien van toepassing)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten

44,130

18,023

18,134

18,244

18,768

19,309

19,447

156,054

Agentschap: eu-LISA

Jaar 2028

Jaar 2029

Jaar 2030

Jaar 2031

Jaar 2032

Jaar 2033

Jaar 2034

TOTAAL 2028 - 2034

Tijdelijke functionarissen (AD + AST)

15

15

15

15

17

17

17

-

Arbeidscontractanten

5

5

5

5

5

5

5

-

Gedetacheerde nationale deskundigen

0

0

0

0

0

0

0

-

Totaal personeel

20

20

20

20

22

22

22

-

Kredieten gedekt door EU-begroting

14,120

8,113

8,196

8,280

8,615

8,960

9,059

65,343

Kredieten gedekt door vergoedingen

(indien van toepassing)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Medegefinancierde kredieten

(indien van toepassing)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten

14,120

8,113

8,196

8,280

8,615

8,960

9,059

65,343

3.3.    Geraamde gevolgen voor de ontvangsten 

–☑    Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten.

–¨    Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

–¨    voor de eigen middelen

–¨    voor overige ontvangsten

–¨    geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:

Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten

Gevolgen van het voorstel/initiatief 49

Jaar 2028

Jaar 2029

Jaar 2030

Jaar 2031

Jaar 2032

Jaar 2033

Jaar 2034

Artikel ….

Vermeld voor de toegewezen ontvangsten de betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven.

n.v.t.

Andere opmerkingen (bv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).

n.v.t.


4.Digitale dimensies

4.1.Voorschriften met digitale relevantie

Verwijzing naar voorschrift

Korte beschrijving van de vereiste

Belanghebbenden waarop de vereiste van toepassing is

Processen

op hoog niveau

Categorieën

Artikel 3, artikel 27 (Technische architectuur)

Het opzetten van drie digitale casemanagementsystemen voor terugkeer (“nationaal Recamas”), overname (“iRCMS”) en re-integratie (“RIAT”) van onderdanen van derde landen die illegaal in de Unie verblijven, met inbegrip van een communicatiekanaal dat deze systemen met elkaar verbindt (“communicatieportaal”)

Bevoegde autoriteiten van de lidstaten

EU-agentschappen (Frontex, eu-LISA)

De bevoegde autoriteiten van derde landen (voor het iRCMS)

Derden die bevoegd zijn voor re-integratiebijstand (voor het RIAT)

Opzetten van digitale systemen

Digitale oplossing

Digitale overheidsdienst

Artikel 5 (EU-informatiesystemen)

Bevoegde autoriteiten die de nationale Recamas, het iRCMS en het RIAT gebruiken, maken gebruik van het ESP om toegang te krijgen tot EU-informatiesystemen.

Bevoegde autoriteiten van de lidstaten

Gegevensverwerking

Digitale oplossing

Digitale overheidsdienst

Artikel 6 (Verbinding met andere relevante nationale IT-systemen)

Elk nationaal Recamas zorgt voor de verbinding met andere relevante nationale IT-systemen

Bevoegde autoriteiten van de lidstaten

Gegevensverwerking

Digitale oplossing

Digitale overheidsdienst

Artikelen 7-9 (Casemanagementsystemen)

Artikel 7: Opslag van gegevens in de nationale Recamas, het iRCMS en het RIAT

Artikel 8: Raadpleging van opgeslagen gegevens

Artikel 9: Rectificatie en verwijdering van opgeslagen gegevens

Bevoegde autoriteiten van de lidstaten

Frontex

Gegevensverwerking

Digitale oplossing

Gegevens

Digitale overheidsdienst

Artikelen 10-14 (Casemanagementsystemen)

Essentiële functies:

i) gemeenschappelijk aan nationale Recamas, het iRCMS en het RIAT (artikel 10)

ii) van de nationale Recamas (artikel 11)

iii) van het iRCMS (artikel 12)

iv) van het RIAT (artikel 13)

v) en van het communicatieportaal (artikel 14)

Bevoegde autoriteiten van de lidstaten

EU-agentschappen (Frontex, eu-LISA)

Gegevensverwerking

Digitale oplossing

Digitale overheidsdienst

Artikelen 15-17 (Ontwikkeling, beheer en verantwoordelijkheden)

Organisatorische maatregelen met betrekking tot:

Ontwikkeling en technische evolutie (artikel 15)

Programmabestuursraad (artikel 16)

Operationeel beheer (artikel 17)

Bevoegde autoriteiten van de lidstaten

EU-agentschappen (Frontex, eu-LISA)

Commissie

Opzetten van digitale systemen

Digitale overheidsdienst

Artikel 18 (gegevensbeveiliging), artikel 19 (bijhouden van logbestanden), artikel 20 (bewaringstermijn voor gegevensopslag)

Maatregelen om de beveiliging van het iRCMS, het RIAT en de nationale Recamas te waarborgen

Maatregelen met betrekking tot de registratie van alle gegevensverwerkingsactiviteiten en de bewaartermijn voor opgeslagen gegevens

Bevoegde autoriteiten van de lidstaten

EU-agentschappen (Frontex, eu-LISA)

Opzetten van digitale systemen

Digitale oplossing

Digitale overheidsdienst

Artikel 22 (Statistieken), artikelen 29 en 30 (Wijzigingen van Verordeningen (EU) 2019/817 en 2019/818 )

Automatisering van statistieken met betrekking tot terugkeer, overname en re-integratie

Bevoegde autoriteiten van de lidstaten

eu-LISA

Gegevensverwerking

Gegevens

Digitale overheidsdienst

Artikel 28 (Wijzigingen van Verordening (EU) 2018/1860)

De mogelijkheid creëren om gegevens die relevant zijn voor terugkeer, overname en re-integratie uit het Schengeninformatiesysteem op te slaan in nationale systemen

Bevoegde autoriteiten van de lidstaten

eu-LISA

Gegevensverwerking

Gegevens

Digitale oplossing

Digitale overheidsdienst

Artikel 32 (Kennisgevingen)

Gegevensstromen met betrekking tot kennisgevingen

Bevoegde autoriteiten van de lidstaten

EU-agentschappen (Frontex, eu-LISA)

Commissie

Gegevensverwerking

Gegevens

Artikel 33 (Ingebruikneming)

Organisatorische maatregelen met betrekking tot de ingebruikneming van nationale Recamas, het iRCMS, het RIAT en het communicatieportaal

Bevoegde autoriteiten van de lidstaten

EU-agentschappen (Frontex, eu-LISA)

Commissie

Opzetten van digitale systemen

Digitale overheidsdienst

Artikel 36 (Contactpunt)

De lidstaten delen de naam van de aangewezen autoriteit (of eventuele wijzigingen in die aanwijzing) mee aan de Commissie

Bevoegde autoriteiten van de lidstaten

Commissie

Gegevensverwerking

Gegevens

Artikel 37 (Monitoring en evaluatie)

Gegevensstromen in het kader van de monitoring en evaluatie van de ontwikkeling en activiteiten van het Recamas van Frontex, nationale Recamas, het iRCMS, het RIAT en het communicatieportaal

Bevoegde autoriteiten van de lidstaten

EU-agentschappen (Frontex, eu-LISA)

Commissie

Gegevensverwerking

Gegevens

4.2.Data

Soort data

Verwijzing naar voorschrift(en)

Standaard en/of specificatie (indien van toepassing)

Gegevens die nodig zijn voor het beheer van dossiers inzake terugkeer, overname en re-integratie

Artikel 7, lid 1, waarin wordt verwezen naar artikel 36, lid 6, van de terugkeerverordening

n.v.t.

Statistische gegevens op het gebied van terugkeer, overname en re-integratie

Artikel 22

n.v.t.

Gegevens uit het Schengeninformatiesysteem die relevant zijn voor terugkeer, overname en re-integratie

Artikel 28

n.v.t.

Gegevensstromen met betrekking tot kennisgevingen

Artikel 32

n.v.t.

De lidstaten delen de naam van de aangewezen autoriteit (of eventuele wijzigingen in die aanwijzing) mee aan de Commissie

Artikel 36

n.v.t.

Gegevensstromen in het kader van de monitoring en evaluatie van de ontwikkeling en activiteiten van het Recamas van Frontex, nationale Recamas, het iRCMS, het RIAT en het communicatieportaal

Artikel 37

n.v.t.

Afstemming op Europese datastrategie

Gezien het soort verwerkte gegevens en het feit dat dergelijke gegevens voor zeer specifieke doeleinden in verband met terugkeer, overname en re-integratie zullen worden verwerkt, is het voorgestelde initiatief slechts in zeer beperkte mate relevant voor de onderliggende doelstelling van de Europese datastrategie, namelijk de totstandbrenging van een echte eengemaakte markt voor gegevens.

Afstemming op eenmaligheidsbeginsel

Ten eerste zal de voorgestelde IT-architectuur steunen op het gebruik van EU-informatiesystemen (bv. het Schengeninformatiesysteem, Eurodac en EES), die systematisch zullen worden geraadpleegd via het Europees zoekportaal. Dankzij deze EU-informatiesystemen en het interoperabiliteitskader worden de gegevens slechts één keer opgeslagen en hebben de bevoegde nationale autoriteiten er onmiddellijk toegang toe.

Ten tweede zal voor de gegevens die mogelijk niet in de EU-informatiesystemen beschikbaar zijn, gebruik worden gemaakt van het communicatieportaal, waardoor een nuttig en noodzakelijk aanvullend technisch middel voor gegevensuitwisseling wordt geboden, zonder dat dit leidt tot overlappingen met de EU-informatiesystemen.

Ten derde zal een van de essentiële functies die moeten worden vervuld, bestaan uit de automatische gegevensuitwisseling tussen de drie casemanagementsystemen, d.w.z. nationale Recamas (voor terugkeer), het iRCMS (voor overname) en het RIAT (voor re-integratie). Dit zorgt ervoor dat bevoegde autoriteiten dezelfde gegevens slechts één keer hoeven te verstrekken, in overeenstemming met het eenmaligheidsbeginsel.

Datastromen

Soort data

Verwijzing naar voorschrift

Belanghebbende die de gegevens verstrekt

Belanghebbende die de gegevens ontvangt

Aanleiding voor uitwisseling van data

Frequentie (indien van toepassing)

Gegevens die nodig zijn voor het beheer van dossiers inzake terugkeer, overname en re-integratie

Artikel 7, lid 1, waarin wordt verwezen naar artikel 36, lid 6, van de terugkeerverordening

bevoegde autoriteiten van de lidstaten

Frontex (bij de verwerking van een dossier op verzoek van een bevoegde autoriteit)

De bevoegde autoriteiten van derde landen (voor een deel van de overnameprocedure).

Derden die bevoegd zijn voor re-integratiebijstand (voor een deel van de re-integratieprocedure)

Bevoegde instanties van de lidstaten

Frontex (bij de verwerking van een dossier op verzoek van een bevoegde autoriteit)

De bevoegde autoriteiten van derde landen (voor een deel van de overnameprocedure).

Derden die bevoegd zijn voor re-integratiebijstand (voor een deel van de re-integratieprocedure)

De noodzaak om dossiers met betrekking tot terugkeer, overname en re-integratie te beheren

n.v.t.

Statistische gegevens op het gebied van terugkeer, overname en re-integratie

Artikel 22

Bevoegde autoriteiten van de lidstaten (om de gegevens aan het CRRS te verstrekken)

eu-LISA (die de statistieken via het CRRS opstellen)

bevoegde autoriteiten van de lidstaten

Frontex

eu-LISA

Commissie

Verplichting tot naleving van de rapportageverplichtingen

Jaarlijks overeenkomstig artikel 46 van de terugkeerverordening en driemaandelijks op grond van artikel 7 van Verordening (EG) nr. 862/2007

Gegevens uit het Schengeninformatiesysteem die relevant zijn voor terugkeer, overname en re-integratie

Artikel 28

Bevoegde instanties van de lidstaten

Bevoegde instanties van de lidstaten

De noodzaak om dossiers met betrekking tot terugkeer, overname en re-integratie te beheren

n.v.t.

4.3.Digitale oplossingen

Digitale oplossing

Verwijzing naar voorschrift

Belangrijkste vereiste functies

Bevoegde instantie

Hoe wordt gezorgd voor toegankelijkheid?

Hoe wordt herbruikbaarheid in aanmerking genomen?

Gebruik van AI-technologie (indien van toepassing)

Nationaal Recamas

Artikel 3 (Technische architectuur)

Artikel 6 (Verbinding met andere relevante nationale IT-systemen)

Artikel 7 (Opslag van gegevens in nationale Recamas, in het iRCMS en in het RIAT)

Artikel 8 (Raadpleging van in nationale Recamas, in het iRCMS en in het RIAT opgeslagen gegevens)

Artikel 9 (Rectificatie en verwijdering van in nationale Recamas, in het iRCMS en in het RIAT opgeslagen gegevens)

Artikel 10 (Essentiële functies die gemeenschappelijk zijn aan nationale Recamas, het iRCMS en het RIAT)

Artikel 11

(Essentiële functies van de nationale Recamas)

Moet gebaseerd zijn op het Recamas-model, het Recamas van Frontex of een combinatie van beide.

Elk nationaal Recamas maakt de verbinding van andere relevante nationale IT-systemen en de snelle, veilige en doeltreffende overdracht van gegevens van en naar die systemen mogelijk.

Bevoegde autoriteiten (met instemming van een bevoegde autoriteit, Frontex) in staat stellen gegevens te registreren

Elke bevoegde autoriteit van oorsprong moet de door haar opgeslagen gegevens kunnen raadplegen. Frontex in staat stellen om, met instemming van de bevoegde autoriteit van oorsprong, de gegevens te raadplegen

Elke bevoegde autoriteit van oorsprong en Frontex toestaan en machtigen om de gegevens te corrigeren of te wissen

Het vaststellen van essentiële functies waaraan de drie casemanagementsystemen moeten voldoen (bv. de toekenning van een uniek identificatienummer aan elke onderdaan van een derde land voor wie een dossier wordt geopend met betrekking tot terugkeer, overname en, in voorkomend geval, re-integratie)

Het vaststellen van essentiële functies die alle nationale Recamas moeten vervullen (bv. ondersteuning bij het opstellen, uitvaardigen en kennisgeven van terugkeerbesluiten)

Lidstaten

n.v.t.

Het Europees zoekportaal biedt toegang tot de informatie die is opgeslagen in de EU-informatiesystemen.

Het systeem moet zorgen voor de    automatische opvraging van de benodigde gegevens tussen nationale Recamas, het iRCMS en het RIAT

Waar van toepassing moeten de functies van het systeem gebruikmaken van artificiële-intelligentiesystemen, in overeenstemming met Verordening (EU) 2024/1689.

iRCMS

Artikel 3 (Technische architectuur)

Artikel 10 (Essentiële functies die gemeenschappelijk zijn aan nationale Recamas, het iRCMS en het RIAT)

Artikel 12 (Essentiële functies van het iRCMS)

Geïntegreerd EU-casemanagementsysteem voor overname

Het vaststellen van essentiële functies waaraan de drie casemanagementsystemen moeten voldoen (bv. de toekenning van een uniek identificatienummer aan elke onderdaan van een derde land voor wie een dossier wordt geopend met betrekking tot terugkeer, overname en, in voorkomend geval, re-integratie)

Het vaststellen van essentiële functies die het iRCMS moet vervullen (bv. de mogelijkheid om de start van een overnameprocedure te automatiseren na de uitvaardiging van een uitvoerbaar terugkeerbesluit)

Frontex

n.v.t.

Het Europees zoekportaal biedt toegang tot de informatie die is opgeslagen in de EU-informatiesystemen.

Het systeem moet zorgen voor de    automatische opvraging van de benodigde gegevens tussen nationale Recamas, het iRCMS en het RIAT

Waar van toepassing moeten de functies van het systeem gebruikmaken van artificiële-intelligentiesystemen, in overeenstemming met Verordening (EU) 2024/1689.

RIAT

Artikel 3 (Technische architectuur)

Artikel 10 (Essentiële functies die gemeenschappelijk zijn aan nationale Recamas, het iRCMS en het RIAT)

Artikel 13

(Essentiële functies van het RIAT)

EU-casemanagementsysteem voor re-integratie

De essentiële functies vaststellen waaraan de drie casemanagementsystemen moeten voldoen (bv. de toekenning van een uniek identificatienummer aan elke onderdaan van een derde land voor wie een dossier wordt geopend met betrekking tot terugkeer, overname en, in voorkomend geval, re-integratie)

De essentiële functies vaststellen die het RIAT moet vervullen (de mogelijkheid voor een bevoegde autoriteit om voor in individuele dossiers te communiceren met derden die bevoegd zijn voor re-integratiebijstand)

Frontex

n.v.t.

Het Europees zoekportaal biedt toegang tot de informatie die is opgeslagen in de EU-informatiesystemen.

Het systeem moet zorgen voor de    automatische opvraging van de benodigde gegevens tussen nationale Recamas, het iRCMS en het RIAT

Waar van toepassing moeten de functies van het systeem gebruikmaken van artificiële-intelligentiesystemen, in overeenstemming met Verordening (EU) 2024/1689.

Recamas van Frontex

Artikel 3 (Technische architectuur)

Artikel 10 (Essentiële functies die gemeenschappelijk zijn aan nationale Recamas, het iRCMS en het RIAT)

Artikel 11

(Essentiële functies van de nationale Recamas)

Referentie-implementatie van een casemanagementsystemen voor terugkeer

De essentiële functies vaststellen waaraan de drie casemanagementsystemen moeten voldoen (bv. de toekenning van een uniek identificatienummer aan elke onderdaan van een derde land voor wie een dossier wordt geopend met betrekking tot terugkeer, overname en, in voorkomend geval, re-integratie)

De essentiële functies vaststellen waaraan alle nationale Recamas moeten voldoen en die de referentie-implementatie van het Recamas van Frontex moet omvatten

Frontex

n.v.t.

Dit systeem is een referentie-implementatie en bevat daarom geen gegevens

Waar van toepassing moeten de functies van het systeem gebruikmaken van artificiële-intelligentiesystemen, in overeenstemming met Verordening (EU) 2024/1689.

Communicatieportaal

Artikel 3 (Technische architectuur)

Artikel 14

(communicatieportaal)

Communicatiekanaal tussen bevoegde autoriteiten

De essentiële functies vaststellen waaraan het communicatieportaal moet voldoen, en het centrale contactpunt op te richten om de uitwisseling van gegevens via het communicatieportaal te coördineren en te vergemakkelijken;

eu-LISA

n.v.t.

Dit systeem is een communicatiekanaal en slaat derhalve geen gegevens op

Waar van toepassing moeten de functies van het systeem gebruikmaken van artificiële-intelligentiesystemen, overeenkomstig Verordening (EU) 2024/1689

CRRS

Artikel 3 (Technische architectuur)

Artikel 22

(Statistieken)

Centraal register voor rapportage en statistieken, voor het genereren van statistieken op basis van nationale Recamas, het iRCMS en het RIAT

De verplichting vaststellen om geanonimiseerde gegevens over terugkeer, overname en re-integratie van de nationale Recamas, het iRCMS en het RIAT automatisch in het CRRS te registreren om statistieken te genereren, en de bevoegde autoriteiten, Frontex, eu-LISA en de Commissie toegang verlenen tot de gegenereerde statistieken

eu-LISA

n.v.t.

Dit systeem zorgt ervoor dat er statistieken worden gegenereerd op basis van de in nationale Recamas, het iRCMS en het RIAT opgeslagen gegevens

Waar van toepassing moeten de functies van het systeem gebruikmaken van artificiële-intelligentiesystemen, overeenkomstig Verordening (EU) 2024/1689

Digitale systemen voor het management van terugkeer, overname en re-integratie van onderdanen van derde landen, d.w.z. de nationale Recamas, het Recamas van Frontex, het RIAT, het iRCMS en het communicatieportaal.

Digitale en/of sectorale beleidsmaatregelen (indien van toepassing)

Zo is gezorgd voor afstemming

AI-verordening

Waar van toepassing moeten de functies van het systeem gebruikmaken van artificiële-intelligentiesystemen, in overeenstemming met Verordening (EU) 2024/1689. Indien AI-systemen met een hoog risico moeten worden gebruikt, zijn de overeenkomstige voorschriften van de AI-verordening van toepassing.

EU-kader voor cyberbeveiliging

De systemen zullen voldoen aan het EU-kader voor cyberbeveiliging

Verordening Europese digitale identiteit

Waar van toepassing zullen de systemen gebruikmaken van de mogelijkheden die de verordening Europese digitale identiteit biedt op het gebied van veilige elektronische identificatie, authenticatie en vertrouwensdiensten in de hele EU

Eén digitale toegangspoort en IMI

n.v.t.

Andere

n.v.t.

4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling

Digitale overheidsdienst of categorie digitale overheidsdiensten

Beschrijving en gevolgen voor de interoperabiliteit

Verwijzing naar voorschrift(en)

Interoperabel Europa-oplossing(en)

Andere interoperabiliteitsoplossing(en)

Digitalisering van het migratiebeheer

Het opzetten van drie digitale casemanagementsystemen voor terugkeer (“nationaal Recamas”), overname (“iRCMS”) en re-integratie (“RIAT”) van onderdanen van derde landen die illegaal in de Unie verblijven, met inbegrip van een communicatiekanaal dat deze systemen met elkaar verbindt (“communicatieportaal”)

 

Artikel 3 (Technische architectuur);

Artikel 5 (EU-informatiesystemen);

Artikel 6 (Verbinding met andere relevante nationale IT-systemen);

Artikelen 7-9 (Casemanagementsystemen);

Artikelen 10-14 (Casemanagementsystemen);

Artikelen 15-17 (Ontwikkeling, beheer en verantwoordelijkheden);

Artikel 20 (Bewaringstermijn van opgeslagen gegevens);

Artikel 28 (Wijzigingen van Verordening (EU) 2018/1860)

Mogelijk; dit zal in de ontwikkelingsfase van de systemen worden vastgesteld.

In de verordening is bepaald: “Bij technische ontwikkelingen wordt rekening gehouden met alle relevante Interoperabel Europa-oplossingen, zoals bedoeld in artikel 7 van Verordening (EU) 2024/903.”

Ja. De systemen zullen gebruikmaken van het interoperabiliteitskader dat is vastgesteld bij Verordening (EU) 2019/817 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de EU-informatiesystemen op het gebied van grenzen en visa en Verordening (EU) 2019/818 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de EU-informatiesystemen op het gebied van politiële en justitiële samenwerking, asiel en migratie

Statistieken inzake migratiebeheer

Automatisering van statistieken met betrekking tot terugkeer, overname en re-integratie

Artikel 22 (Statistieken), artikelen 29 en 30 (Wijzigingen van Verordeningen (EU) 2019/817 en 2019/818)

Aantal

Ja. De systemen zullen gebruikmaken van het centraal register voor rapportage en statistieken (CRRS) dat is ingesteld bij Verordeningen (EU) 2019/817 en (EU) 2019/818

Digitalisering van het migratiebeheer

Beoordeling

Maatregel(en)

Mogelijke resterende belemmeringen (indien van toepassing)

Afstemming op bestaand digitaal en sectoraal beleid

Vermeld het toepasselijke digitale en sectorale beleid dat is vastgesteld.

De drie casemanagementsystemen (de nationale Recamas, het iRCMS en het RIAT) zullen ten volle gebruikmaken van de EU-informatiesystemen (zoals het SIS of het EES, overeenkomstig Verordeningen (EU) 2018/1860 en 2018/1861 en Verordening (EU) 2017/2226), met name door het gebruik van het Europees zoekportaal (ESP) dat is opgericht bij Verordeningen (EU) 2019/817 en (EU) 2019/818, en dat toegang zal bieden tot de relevante gegevens die zijn opgeslagen in de EU-informatiesystemen.

Indien in de drie casemanagementsystemen (de nationale Recamas, het iRCMS en het RIAT) en/of in het communicatieportaal AI-functies worden geïntegreerd, moet Verordening (EU) 2024/1689 worden nageleefd, ook wat betreft de mogelijke invoering van AI-systemen met een hoog risico.

Verbindingen met relevante nationale IT-systemen en bijbehorende verwerkingsactiviteiten die moeten worden uitgevoerd volgens de regels inzake gegevensbescherming en de in het nationale recht vastgestelde voorwaarden (artikel 6)

n.v.t.

Organisatorische maatregelen voor een vlotte grensoverschrijdende verlening van digitale overheidsdiensten

Vermeld de geplande governancemaatregelen.

Toegangsrechten:

-Artikel 7: de bevoegde autoriteiten, en (na goedkeuring door de bevoegde autoriteiten) Frontex, mogen gegevens in nationale Recamas, het iRCMS en het RIAT opslaan. Zij zijn verantwoordelijk voor het waarborgen van de juistheid en actualiteit van de gegevens.

-Artikel 8: bevat gedetailleerde regels voor de raadpleging van gegevens door elke bevoegde autoriteit en Frontex.

-Artikel 9: de bevoegde autoriteit van oorsprong en Frontex zijn verantwoordelijk voor het rectificeren en verwijderen van feitelijk onjuiste gegevens. Indien de bevoegde autoriteiten of Frontex over informatie beschikken waaruit blijkt dat gegevens feitelijk onjuist zijn, stellen zij de bevoegde autoriteit van oorsprong (en Frontex) hiervan in kennis.

-Artikel 14: Bij elke bevoegde autoriteit heeft een centraal contactpunt toegang tot het communicatieportaal.

Ontwikkeling en beheer:

-Artikel 15: Frontex is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het Recamas-model, het Recamas van Frontex, het iRCMS en het RIAT.

-Artikel 15: de lidstaten zijn verantwoordelijk voor de ontwikkeling van nationale Recamas en voor de integratie van het iRCMS, het RIAT en het communicatieportaal in hun nationale Recamas.

-Artikel 15: eu-LISA is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het communicatieportaal.

-Artikel 16: er zal een programmabestuursraad worden opgericht.

-Artikel 17: Frontex is verantwoordelijk voor het operationele beheer van het iRCMS en het RIAT.

-Artikel 17: voor de selectie van derde landen die met het iRCMS worden verbonden, is voorafgaande toestemming van de Commissie vereist.

-Artikel 17: de lidstaten zijn verantwoordelijk voor het operationele beheer van nationale Recamas.

-Artikel 17: eu-LISA is verantwoordelijk voor het operationele beheer van het communicatieportaal.

-Artikel 20: regels en verantwoordelijkheden met betrekking tot de bewaringstermijn van opgeslagen gegevens. 

n.v.t.

Maatregelen om te zorgen voor een gedeeld begrip van de data

Geef een lijst met dergelijke maatregelen.

Artikel 7: Gegevens die in de nationale Recamas, het iRCMS en het RIAT moeten worden geregistreerd om de in artikel 36, lid 6, van Verordening (EU) 2026/2280 bedoelde gegevens op te nemen.

Artikel 28: maakt het mogelijk om relevante gegevens uit het Schengeninformatiesysteem in nationale Recamas op te nemen. De bestaande interoperabiliteit zal worden verbeterd, aangezien de lidstaten de mogelijkheid zullen hebben om de relevante informatie uit het Schengeninformatiesysteem op te nemen in hun nationale Recamas.

n.v.t.

Gebruik van gezamenlijk overeengekomen open technische specificaties en standaarden

Geef een lijst met dergelijke maatregelen.

De interoperabiliteit is gewaarborgd, aangezien de drie casemanagementsystemen (nationale Recamas, het iRCMS en het RIAT) via het Europees zoekportaal toegang zullen krijgen tot de EU-informatiesystemen. Daarnaast zal zullen nationale Recamas (waarin het iRCMS en het RIAT zullen worden geïntegreerd) worden verbonden met het communicatieportaal.

Voor zowel de nationale Recamas, het iRCMS als het RIAT:

-Artikel 5: elke bevoegde autoriteit die deze systemen gebruikt, maakt gebruik van het ESP om toegang te krijgen tot de EU-informatiesystemen.

-Artikel 10: het communicatieportaal zal de mogelijkheid bieden om op veilige wijze gegevens uit te wisselen tussen bevoegde autoriteiten onderling en tussen bevoegde autoriteiten en Frontex.

-Artikel 10: uitvoeringshandelingen tot vaststelling van de technische en operationele vereisten die noodzakelijk zijn voor de uniforme toepassing van de essentiële functies en om onvoorziene technische of operationele lacunes aan te pakken.

-Artikel 14: het communicatieportaal wordt geïntegreerd in elk nationaal Recamas, het iRCMS en het RIAT, alsook in het geïntegreerde platform voor terugkeerbeheer (IRMA). Uitvoeringshandelingen tot vaststelling van de technische vereisten voor de oprichting van en verbinding met het communicatieportaal.

-Artikel 15: bij de technische ontwikkeling wordt rekening gehouden met alle relevante Interoperabel Europa-oplossingen.

Nationaal Recamas:

-Artikel 3: de lidstaten baseren hun nationale Recamas op: het door Frontex ontwikkelde modeldocument en de specificaties (het Recamas-model) de door Frontex ontwikkelde IT-referentie-implementatie die is gebaseerd op het Recamas-model (Recamas van Frontex), of een combinatie van het Recamas-model en specifieke digitale modules van het Recamas van Frontex.

-Artikel 6: maakt het mogelijk om andere relevante nationale IT-systemen te verbinden voor gegevensuitwisseling met die systemen.

-Artikel 11: uitvoeringshandelingen tot nadere omschrijving of aanvulling van de functies van de nationale Recamas.

iRCMS:

-Artikel 12: uitvoeringshandelingen tot nadere omschrijving of aanvulling van de functies van het iRCMS.

RIAT:

-Artikel 13: uitvoeringshandelingen tot nadere omschrijving of aanvulling van de functies van het RIAT.

n.v.t.

Statistieken inzake migratiebeheer

Beoordeling

Maatregelen

Mogelijke resterende belemmeringen (indien van toepassing)

Afstemming op bestaand digitaal en sectoraal beleid

Vermeld het toepasselijke digitale en sectorale beleid dat is vastgesteld.

Verordeningen (EU) 2019/817 en (EU) 2019/818 tot instelling van het centraal register voor rapportage en statistieken (CRRS)

Verordening (EG) nr. 862/2007 betreffende communautaire statistieken over migratie en internationale bescherming

Verordening (EU) 2026/2280 (terugkeerverordening)

n.v.t.

Organisatorische maatregelen voor een vlotte grensoverschrijdende verlening van digitale overheidsdiensten

Vermeld de geplande governancemaatregelen.

De governance van het CRRS wordt niet gewijzigd en blijft geregeld door de Verordeningen (EU) 2019/817 en (EU) 2019/818 

Artikel 22: De door het CRRS gegenereerde statistieken moeten toegankelijk zijn voor de bevoegde autoriteiten, Frontex, eu-LISA en de Commissie.

n.v.t.

Maatregelen om te zorgen voor een gedeeld begrip van de data

Geef een lijst met dergelijke maatregelen.

Artikel 22: De in artikel 46 van Verordening (EU) 2026/2280 en in artikel 7 van Verordening (EG) nr. 862/2007 bedoelde geanonimiseerde gegevens, alsmede geanonimiseerde gegevens over de status van dossiers, worden van de nationale Recamas, het iRCMS en het RIAT op geautomatiseerde wijze in het CRRS geregistreerd.

n.v.t.

Gebruik van gezamenlijk overeengekomen open technische specificaties en standaarden

Geef een lijst met dergelijke maatregelen.

De interoperabiliteit is gewaarborgd, aangezien de drie casemanagementsystemen (nationale Recamas, iRCMS en RIAT) gebruik zullen maken van het CRRS

n.v.t.

4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering

Beschrijving van de maatregel

Verwijzing naar voorschrift

De rol van de Commissie bij de uitvoering van de maatregel

Te betrekken belanghebbenden

Verwacht tijdschema

Het opzetten van drie digitale casemanagementsystemen voor terugkeer (“nationaal Recamas”), overname (iRCMS) en re-integratie (RIAT) van onderdanen van derde landen die illegaal in de Unie verblijven, met inbegrip van een communicatiekanaal dat deze systemen met elkaar verbindt (“communicatieportaal”)

Artikel 3 (technische architectuur), artikel 7 tot en met artikel 14 (casemanagementsystemen), artikel 18 (gegevensbeveiliging), artikel 19 (bijhouden van logbestanden), artikel 20 (bewaartermijn voor gegevensopslag)

De Commissie zal deel uitmaken van de programmabestuursraad en de adviesgroep, die de voortdurende ontwikkeling van de systemen zullen ondersteunen

Lidstaten, Frontex, eu-LISA, Commissie

Ingebruikneming tegen 2034

Automatisering van statistieken met betrekking tot terugkeer, overname en re-integratie

Artikel 22 (Statistieken), artikelen 29 en 30 (Wijzigingen van Verordeningen (EU) 2019/817 en 2019/818 )

De Commissie maakt deel uit van de programmabestuursraad en de adviesgroep, die de voortdurende ontwikkeling van de interoperabiliteitscomponenten ondersteunen

Lidstaten, Frontex, eu-LISA, Commissie

Ingebruikneming tegen 2034

De mogelijkheid creëren om gegevens die relevant zijn voor terugkeer, overname en re-integratie uit het Schengeninformatiesysteem op te slaan in nationale systemen

Artikel 28 (Wijzigingen van Verordening (EU) 2018/1860)

De Commissie maakt deel uit van de SIS-adviesgroep, die de voortdurende ontwikkeling en aanpassing van het SIS monitort en ondersteunt.

Lidstaten, Frontex, eu-LISA, Europol, Eurojust, de Commissie

Ingebruikneming tegen 2034

(1) (1)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad: Europese strategie voor asiel- en migratiebeheer, COM(2026) 45 final, 26 januari 2026.
(2) (2)    Verordening (EU) 2026/2280 van het Europees Parlement en de Raad van 7 oktober 2026 tot vaststelling van een gemeenschappelijk systeem voor de terugkeer van illegaal in de Unie verblijvende onderdanen van derde landen en tot intrekking van Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijn 2001/40/EG van de Raad en Beschikking 2004/191/EG van de Raad, PB L, 2026/2280, 15.10.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2026/2280/oj.
(3) (3)    Ursula von der Leyen, Politieke beleidslijnen voor de volgende Europese Commissie 2024-2029, Straatsburg, 18 juli 2024.
(4) (4)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad: De EU-strategie inzake vrijwillige terugkeer en re-integratie, COM(2021) 120 final, 27 april 2021.
(5) (5)    Beleidsdocument van de Europese Commissie: Naar een operationele strategie voor doeltreffender terugkeer, COM(2023) 45 final, 24 januari 2023.
(6) (6)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s: Werkprogramma van de Commissie 2025 Samen vooruit: Een doortastendere, eenvoudigere, snellere Unie, COM(2025) 45 final, 11.2.2025.
(7) (7)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s: Werkprogramma van de Commissie voor 2026 Het onafhankelijkheidsmoment van Europa, COM(2025) 870 final, 21.10.2025.
(8) (8)    Artikel 40, lid 1, punt c), van de terugkeerverordening.
(9) (9)    Verordening (EU) 2024/1689 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot vaststelling van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 300/2008, (EU) nr. 167/2013, (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1139 en (EU) 2019/2144, en de Richtlijnen 2014/90/EU, (EU) 2016/797 en (EU) 2020/1828 (verordening artificiële intelligentie) (Voor de EER relevante tekst) (PB L, 2024/1689, 12.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj.
(10) (10)    Verordening (EU) 2019/817 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de Unie-informatiesystemen op het gebied van grenzen en visa en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 767/2008, (EU) 2016/399, (EU) 2017/2226, (EU) 2018/1240, (EU) 2018/1726 en (EU) 2018/1861 van het Europees Parlement en de Raad, Beschikking 2004/512/EG van de Raad en Besluit 2008/633/JBZ van de Raad (PB L 135 van 22.5.2019, blz. 27, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/817/oj).
(11) (11)    Voorstel van de Commissie voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de steun van de Unie voor asiel, migratie en integratie voor de periode 2028-2034, COM(2025) 540 final.
(12) (1)    PB C [...] van [...], blz. [...].
(13) (2)    PB C [...] van [...], blz. [...].
(14) (3)    Verordening (EU) 2026/2280 van het Europees Parlement en de Raad van 7 oktober 2026 tot vaststelling van een gemeenschappelijk systeem voor de terugkeer van illegaal in de Unie verblijvende onderdanen van derde landen en tot intrekking van Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijn 2001/40/EG van de Raad en Beschikking 2004/191/EG van de Raad, PB L, 2026/2280, 15.10.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2026/2280/oj.
(15) (4)    Verordening (EU) 2018/1726 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA), tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1987/2006 en Besluit 2007/533/JBZ van de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1077/2011 (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 99, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1726/oj).
(16) (5)    Verordening (EU) 2019/1896 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2019 betreffende de Europese grens- en kustwacht en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1052/2013 en Verordening (EU) 2016/1624 (PB L 295 van 14.11.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/1896/oj).
(17) (6)    Verordening (EU) 2021/2303 van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2021 inzake het Asielagentschap van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 439/2010, PB L 468, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2303/oj).
(18) (7)    Verordening (EU) 2019/817 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de Unie-informatiesystemen op het gebied van grenzen en visa en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 767/2008, (EU) 2016/399, (EU) 2017/2226, (EU) 2018/1240, (EU) 2018/1726 en (EU) 2018/1861 van het Europees Parlement en de Raad, Beschikking 2004/512/EG van de Raad en Besluit 2008/633/JBZ van de Raad (PB L 135 van 22.5.2019, blz. 27, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/817/oj).
(19) (8)    Verordening (EU) 2019/818 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de Unie-informatiesystemen op het gebied van politiële en justitiële samenwerking, asiel en migratie en tot wijziging van Verordeningen (EU) 2018/1726, (EU) 2018/1862 en (EU) 2019/816 (PB L 135 van 22.5.2019, blz. 85, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/818/oj).
(20) (9)    Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).
(21) (10)    Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).
(22) (11)    Verordening (EU) 2024/1689 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot vaststelling van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 300/2008, (EU) nr. 167/2013, (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1139 en (EU) 2019/2144, en de Richtlijnen 2014/90/EU, (EU) 2016/797 en (EU) 2020/1828 (verordening artificiële intelligentie) (Voor de EER relevante tekst) (PB L, 2024/1689, 12.7.2024).
(23) (12)    Verordening (EU) 2018/1860 van het Europees Parlement en de Raad van 28 november 2018 betreffende het gebruik van het Schengeninformatiesysteem voor de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen (PB L 312 van 7.12.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1860/oj).
(24) (13)    Verordening (EU) 2018/1240 van het Europees Parlement en de Raad van 12 september 2018 tot oprichting van een Europees reisinformatie- en -autorisatiesysteem (Etias) en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1077/2011, (EU) nr. 515/2014, (EU) 2016/399, (EU) 2016/1624 en (EU) 2017/2226 (PB L 236 van 19.9.2018, blz. 1).
(25) (14)    Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2011/182/oj).
(26) (15)     Besluit 1999/437/EG van de Raad van 17 mei 1999 inzake bepaalde toepassingsbepalingen van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/1999/437/oj).
(27) (16)     Besluit 2008/146/EG van de Raad van 28 januari 2008 betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 53 van 27.2.2008, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2008/146/oj).
(28) (17)    Besluit 2011/350/EU van de Raad van 7 maart 2011 betreffende de sluiting namens de Europese Unie van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis betreffende de afschaffing van controles aan de binnengrenzen en het verkeer van personen (PB L 160 van 18.6.2011, blz. 19, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2011/350/oj).
(29) (18)    Verordening (EU) 2024/1349 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 tot vaststelling van een terugkeergrensprocedure en tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1148 (PB L, 2024/1349, 22.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1349/oj).
(30) (19)    Verordening (EU) 2024/1358 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 betreffende de instelling van “Eurodac” voor de vergelijking van biometrische gegevens om de Verordeningen (EU) 2024/1351 en (EU) 2024/1350 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2001/55/EG van de Raad doeltreffend toe te passen en om illegaal verblijvende onderdanen van derde landen en staatlozen te identificeren en betreffende verzoeken van rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en Europol om vergelijkingen van Eurodac-gegevens ten behoeve van rechtshandhaving, tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2018/1240 en (EU) 2019/818 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 603/2013 van het Europees Parlement en de Raad (PB L, 2024/1358, 22.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1358/oj).
(31) (20)    Verordening (EG) nr. 862/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende communautaire statistieken over migratie en internationale bescherming en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 311/76 van de Raad betreffende de opstelling van statistieken over buitenlandse werknemers (Voor de EER relevante tekst) (PB L 199 van 31.7.2007, blz. 23, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2007/862/oj).
(32) (21)    Verordening (EU) 2017/2226 van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2017 tot instelling van een inreis-uitreissysteem (EES) voor de registratie van inreis- en uitreisgegevens en van gegevens over weigering van toegang ten aanzien van onderdanen van derde landen die de buitengrenzen overschrijden en tot vaststelling van de voorwaarden voor toegang tot het EES voor rechtshandhavingsdoeleinden en tot wijziging van de overeenkomst ter uitvoering van het te Schengen gesloten akkoord en Verordeningen (EG) nr. 767/2008 en (EU) nr. 1077/2011 (PB L 327 van 9.12.2017, blz. 20, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2017/2226/oj).
(33) (22)    Verordening (EU) 2024/903 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2024 tot vaststelling van maatregelen voor een hoog niveau van interoperabiliteit van de overheidssector in de Unie (verordening Interoperabel Europa) (PB L, 2024/903, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/903/oj).
(34) (23)    Verordening (EU) …/… van het Europees Parlement en de Raad [volledige titel van de verordening].
(35) (24)    Verordening (EU) …/… van het Europees Parlement en de Raad [volledige titel van de verordening].
(36) (25)    Verordening (EU) …/… van het Europees Parlement en de Raad [volledige titel van de verordening].
(37) (26)    Verordening (EU) 2024/982 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2024 betreffende de geautomatiseerde gegevensbevraging en -uitwisseling ten behoeve van politiële samenwerking en tot wijziging van de Besluiten 2008/615/JBZ en 2008/616/JBZ van de Raad en de Verordeningen (EU) 2018/1726, (EU) 2019/817 en (EU) 2019/818 van het Europees Parlement en de Raad (de Prüm II-verordening) (PB L, 2024/982, 5.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/982/oj).
(38) (27)    Verordening (EU) 2025/13 van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 2024 betreffende de verzameling en de doorgifte van advance passenger information met het oog op het voorkomen, opsporen, onderzoeken en vervolgen van terroristische misdrijven en ernstige criminaliteit, en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/818 (PB L, 2025/13, 8.1.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/13/oj).
(39) (28)    Verordening (EU) …/… van het Europees Parlement en de Raad [volledige titel van de verordening].
(40) (29)    Verordening (EU) 2022/922 van de Raad van 9 juni 2022 betreffende de instelling en de werking van een evaluatie- en toezichtmechanisme voor de controle op de toepassing van het Schengenacquis, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1053/2013 (PB L 160 van 15.6.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/922/oj).
(41)    In de zin van artikel 58, lid 2, punt a) of b), van het Financieel Reglement.
(42)    Nadere gegevens over de wijzen van uitvoering van de begroting en verwijzingen naar het Financieel Reglement zijn beschikbaar op BUDGpedia: https://myintracomm.ec.europa.eu/corp/budget/financial-rules/budget-implementation/Pages/implementation-methods.aspx .
(43)    GK = gesplitste kredieten/NGK = niet-gesplitste kredieten.
(44)    EVA: Europese Vrijhandelsassociatie.
(45)    Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan.
(46)    Frontex en eu-LISA ontvangen bijdragen van de landen die bij het Schengenakkoord zijn betrokken (NO, IS, CH, LI).
(47)     De benodigde kredieten moeten worden vastgesteld aan de hand van de jaarlijkse gemiddelde kosten die beschikbaar zijn op de betreffende BUDGpedia-webpagina.
(48)    Specificeer onder de tabel hoeveel vte’s binnen het aangegeven aantal reeds zijn toegewezen voor het beheer van de actie en/of binnen uw DG kunnen worden herverdeeld en wat uw nettobehoeften zijn.
(49)    Voor traditionele eigen middelen (douanerechten en suikerheffingen) moeten nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van 20 % aan inningskosten.