Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD over het door de Europese Unie in te nemen standpunt in de Stabilisatie- en associatieraad die is opgericht bij de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Montenegro, anderzijds, wat betreft de vervanging van protocol 3 bij deze overeenkomst betreffende de definitie van het begrip "producten van oorsprong" en regelingen voor administratieve samenwerking, door een nieuw protocol waarin, wat de oorsprongsregels betreft, naar de Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels wordt verwezen /* COM/2014/0270 final - 2014/0143 (NLE) */
TOELICHTING 1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL De Regionale Conventie betreffende de
pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels[1] (hierna "de
conventie" genoemd) bevat bepalingen over de oorsprong van goederen die op
grond van de desbetreffende overeenkomsten tussen de partijen worden
verhandeld. Zowel de EU als Montenegro hebben de conventie op 15 juni 2011
ondertekend. De EU en Montenegro hebben hun akte van
aanvaarding respectievelijk op 26 maart 2012 en 2 juli 2012
bij de depositaris van de conventie neergelegd. Als gevolg daarvan is op grond
van artikel 10, lid 3, de conventie voor de EU en Montenegro op
respectievelijk 1 mei 2012 en 1 september 2012 in werking
getreden. In artikel 6 van de conventie is bepaald
dat elke partij de nodige maatregelen neemt om ervoor te zorgen dat de
conventie daadwerkelijk wordt toegepast. Daartoe dient de Stabilisatie- en
associatieraad, opgericht bij de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen
de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek
Montenegro, anderzijds[2],
een besluit te nemen om protocol 3 betreffende de definitie van het begrip
"producten van oorsprong" en regelingen voor administratieve
samenwerking te vervangen door een nieuw protocol waarin, wat de
oorsprongsregels betreft, naar de conventie wordt verwezen. Het door de EU in
de Stabilisatie- en associatieraad in te nemen standpunt moet door de Raad
worden vastgesteld. 2. RESULTATEN VAN DE
RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING De EU-lidstaten werden op 13 mei 2013
geraadpleegd over het ontwerpbesluit van de Raad in het Comité douanewetboek –
afdeling oorsprong. De partijen bij de conventie werden tijdens de vergadering
van de pan-Euro-med-werkgroep op 14 en 15 mei 2013
geraadpleegd. Er behoefde geen beroep te worden gedaan op
externe deskundigheid. Er behoefde bovendien geen effectbeoordeling te worden
verricht omdat de voorgestelde wijzigingen louter technisch van aard zijn en
het thans geldende protocol inzake de oorsprong inhoudelijk ongemoeid laten. 3. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET
VOORSTEL De rechtsgrondslag voor het besluit van de
Raad is artikel 207, lid 4, eerste alinea, in samenhang met
artikel 218, lid 9, van het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie. Het voorstel betreft een gebied dat onder de
exclusieve bevoegdheid van de Unie valt. Het subsidiariteitsbeginsel is
derhalve niet van toepassing. Voorgesteld instrument: besluit van de Raad. 2014/0143 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD over het door de Europese Unie in te nemen
standpunt in de Stabilisatie- en associatieraad die is opgericht bij de
Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en
hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Montenegro, anderzijds, wat betreft
de vervanging van protocol 3 bij deze overeenkomst betreffende de
definitie van het begrip "producten van oorsprong" en regelingen voor
administratieve samenwerking, door een nieuw protocol waarin, wat de
oorsprongsregels betreft, naar de Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane
preferentiële oorsprongsregels wordt verwezen DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 4, eerste alinea,
in samenhang met artikel 218, lid 9, Gezien het voorstel van de Europese Commissie, Overwegende hetgeen volgt: (1) Protocol 3 bij de
Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en
hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Montenegro, anderzijds[3], hierna "de
overeenkomst" genoemd, betreft de definitie van het begrip "producten
van oorsprong" en methoden van administratieve samenwerking, hierna
"protocol 3" genoemd. (2) De Regionale Conventie
betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels[4] (hierna "de
conventie" genoemd) bevat bepalingen over de oorsprong van goederen die op
grond van de desbetreffende overeenkomsten tussen de partijen worden
verhandeld. Montenegro en andere deelnemers uit de Westelijke Balkan aan het
stabilisatie- en associatieproces zijn in de door de Europese Raad in
juni 2003 vastgestelde "agenda van Thessaloniki" uitgenodigd
deel te nemen aan het pan-Europese systeem van diagonale cumulatie van
oorsprong. Zij zijn bij besluit van de Euro-mediterrane ministeriële
conferentie van oktober 2007 uitgenodigd partij te worden bij de conventie. (3) De EU en Montenegro hebben de
conventie op 15 juni 2011 ondertekend. (4) De EU en Montenegro hebben
hun akte van aanvaarding respectievelijk op 26 maart 2012 en 2 juli 2012
bij de depositaris van de conventie neergelegd. Als gevolg daarvan is op grond
van artikel 10, lid 3, de conventie voor de EU en Montenegro op
respectievelijk 1 mei 2012 en 1 september 2012 in werking
getreden. (5) In artikel 6 van de
conventie is bepaald dat elke partij de nodige maatregelen neemt om ervoor te
zorgen dat de conventie daadwerkelijk wordt toegepast. Daartoe dient de bij de
overeenkomst opgerichte Stabilisatie- en associatieraad een besluit te nemen om
protocol 3 te vervangen door een nieuw protocol waarin, wat de oorsprongsregels
betreft, naar de conventie wordt verwezen. (6) De Europese Unie moet daarom
in de Stabilisatie- en associatieraad het standpunt innemen dat in bijgaand
ontwerpbesluit is opgenomen, HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1 Het door de Europese Unie in te nemen
standpunt in de Stabilisatie- en associatieraad die is opgericht bij de
Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en
hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Montenegro, anderzijds, wat betreft
de vervanging van protocol 3 bij deze overeenkomst betreffende de
definitie van het begrip "producten van oorsprong" en de regelingen
voor administratieve samenwerking, door een nieuw protocol waarin, wat de
oorsprongsregels betreft, naar de Regionale Conventie betreffende de
pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels wordt verwezen, is
opgenomen in bijgaand ontwerpbesluit van de Stabilisatie- en associatieraad. Minder belangrijke wijzigingen van het
ontwerpbesluit kunnen door de vertegenwoordigers van de Unie in de
Stabilisatie- en associatieraad worden goedgekeurd zonder dat daarvoor een
nieuw besluit van de Raad vereist is. Artikel 2 Het besluit van de Stabilisatie- en
associatieraad wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. Artikel 3 Dit besluit treedt in werking op de dag waarop
het wordt vastgesteld. Gedaan te Brussel, Voor
de Raad De
voorzitter [1] PB L 54 van 26.2.2013, blz. 4. [2] PB L 108 van 29.4.2010, blz. 3. [3] PB L 108 van 29.4.2010, blz. 3. [4] PB L 54 van 26.2.2013, blz. 4. BIJLAGE Ontwerp
BESLUIT VAN DE STABILISATIE- EN ASSOCIATIERAAD EU-MONTENEGRO Nr. [...] van […] tot wijziging van
protocol 3 bij de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de
Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Montenegro,
anderzijds, betreffende de definitie van het begrip "producten van
oorsprong" en regelingen voor administratieve samenwerking De Stabilisatie- en associatieraad, Gezien de Stabilisatie- en
associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten,
enerzijds, en de Republiek Montenegro, anderzijds, (ondertekend in Luxemburg op
15 oktober 2007), hierna "de overeenkomst" genoemd[1], en met name artikel
44, Gezien protocol 3 bij de overeenkomst
betreffende de definitie van het begrip "producten van oorsprong" en
regelingen voor administratieve samenwerking, hierna
"protocol 3" genoemd, Overwegende hetgeen volgt: (1)
In artikel 44 van de overeenkomst wordt
verwezen naar protocol 3 dat de oorsprongsregels bevat en voorziet in de
cumulatie van oorsprong tussen de EU, de Republiek Montenegro, Turkije en elk
land of gebied dat deelneemt aan het stabilisatie- en associatieproces van de
Europese Unie. (2)
Krachtens artikel 39 van protocol 3 kan de
bij artikel 119 van de overeenkomst opgerichte Stabilisatie- en
associatieraad besluiten de bepalingen van dit protocol te wijzigen. (3)
De Regionale Conventie betreffende de
pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels[2], hierna "de
conventie" genoemd, is opgesteld om de protocollen inzake de
oorsprongsregels die momenteel van kracht zijn tussen de landen van het
pan-Euro-mediterrane gebied door één rechtshandeling te vervangen. Montenegro
en andere deelnemers uit de Westelijke Balkan aan het stabilisatie- en
associatieproces zijn in de door de Europese Raad in juni 2003
vastgestelde "agenda van Thessaloniki" uitgenodigd deel te nemen aan
het pan-Europese systeem van diagonale cumulatie van oorsprong. Zij zijn bij
besluit van de Euro-mediterrane ministeriële conferentie van oktober 2007 uitgenodigd
partij te worden bij de conventie. (4)
De EU en Montenegro hebben de conventie op
15 juni 2011 ondertekend. (5)
De EU en Montenegro hebben hun akte van aanvaarding
respectievelijk op 26 maart 2012 en 2 juli 2012 bij de
depositaris van de conventie neergelegd. Als gevolg daarvan is op grond van
artikel 10, lid 3, de conventie voor de EU en Montenegro op
respectievelijk 1 mei 2012 en 1 september 2012 in werking
getreden. (6)
Indien de overgang naar de conventie niet
gelijktijdig is voor alle partijen binnen het cumulatiegebied, mag dit niet
leiden tot een minder gunstige situatie dan de eerdere situatie op grond van
het protocol. (7)
Protocol 3 van de overeenkomst moet daarom
worden aangepast om naar de conventie te verwijzen, BESLUIT: Artikel 1 Protocol 3 bij de overeenkomst betreffende
de definitie van het begrip "producten van oorsprong" en regelingen
voor administratieve samenwerking wordt vervangen door de tekst in de bijlage
bij dit besluit. Artikel 2 Dit besluit treedt in werking op de dag waarop
het wordt vastgesteld. Het is van toepassing met ingang van
[1 september 2014]. Gedaan te …, Voor
de Stabilisatie- en associatieraad De
voorzitter Bijlage Protocol 3 betreffende
de definitie van het begrip "producten van oorsprong" en methoden van
administratieve samenwerking Artikel 1 Toepasselijke
regels van oorsprong Voor de toepassing van deze overeenkomst zijn
aanhangsel I en de relevante bepalingen van aanhangsel II bij de
Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële
oorsprongsregels[3],
hierna "de conventie" genoemd, van toepassing. Alle verwijzingen naar de "desbetreffende
overeenkomst" in aanhangsel I en in de desbetreffende bepalingen van
aanhangsel II bij de Regionale Conventie betreffende de
pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels gelden als verwijzingen
naar deze overeenkomst. Artikel 2 Geschillenregeling Indien er een geschil ontstaat in verband met
de controleprocedures in artikel 32 van aanhangsel I bij de conventie
dat niet kan worden opgelost door de douaneautoriteit die de controle heeft
aangevraagd en de douaneautoriteit die de controle moet uitvoeren, wordt het
aan de Stabilisatie- en associatieraad voorgelegd. In alle gevallen is de wetgeving van het land
van invoer van toepassing op de regeling van geschillen tussen een importeur en
de douaneautoriteiten van het land van invoer. Artikel 3 Wijzigingen
van het protocol De Stabilisatie- en associatieraad kan
besluiten bepalingen van dit protocol te wijzigen. Artikel 4 Opzegging
van de conventie 1. Indien ofwel de EU ofwel Montenegro de depositaris
van de conventie schriftelijk te kennen geeft de conventie op grond van
artikel 9 te willen opzeggen, onderhandelen de EU en Montenegro
onmiddellijk over oorsprongsregels voor de toepassing van deze overeenkomst. 2. Tot de inwerkingtreding van deze nieuw
overeengekomen oorsprongsregels, blijven op deze overeenkomst de op het moment
van opzegging geldende oorsprongsregels in aanhangsel I en, in voorkomend
geval, de relevante bepalingen van aanhangsel II bij de conventie van
toepassing. Vanaf de opzegging worden de oorsprongsregels in aanhangsel I
en, in voorkomend geval, de relevante bepalingen van aanhangsel II bij de
conventie echter zo uitgelegd dat zij uitsluitend bilaterale cumulatie tussen
de EU en Montenegro toestaan. Artikel 5 Overgangsbepalingen
— cumulatie 1. Niettegenstaande artikel 3 van
aanhangsel I bij de conventie blijven de in de artikelen 3 en 4 van
protocol 3 bij de overeenkomst vastgestelde regels betreffende cumulatie,
zoals goedgekeurd door de partijen bij het sluiten van de overeenkomst[4], van toepassing tussen
de EU en Montenegro tot de conventie met betrekking tot alle in de
artikelen 3 en 4 genoemde partijen in werking is getreden. 2. Niettegenstaande
artikel 16, lid 5, en artikel 21, lid 3, van
aanhangsel I bij de conventie mag het bewijs van oorsprong een
certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of een oorsprongsverklaring zijn indien
bij de cumulatie alleen EVA-landen, de Faeröer, de EU, Turkije en de deelnemers
aan het stabilisatie- en associatieproces zijn betrokken. [1] PB L 108 van 29.4.2010, blz. 3. [2] PB L 54 van 26.2.2013, blz. 4. [3] PB L 54 van 26.2.2013, blz. 4. [4] PB L 108 van 29.4.2010, blz. 3.