European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2024/2380

10.10.2024

RESOLUTIE (EU) 2024/2380 VAN HET EUROPEES PARLEMENT

van 11 april 2024

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing voor het begrotingsjaar 2022

HET EUROPEES PARLEMENT,

—

gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing voor het begrotingsjaar 2022,

—

gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,

—

gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0095/2024),

A.

overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing (hierna de “Gemeenschappelijke Onderneming”), gevestigd te Luxemburg, in oktober 2018 werd opgericht voor de periode tot en met 31 december 2026 (1);

B.

overwegende dat de Raad in juli 2021 een nieuwe oprichtingsverordening vaststelde waarmee de looptijd en het mandaat van de Gemeenschappelijke Onderneming in het kader van het meerjarig financieel kader (MFK) 2021-2027 werden verlengd voor de periode die eindigt op 31 december 2033 (2);

C.

overwegende dat de raad van bestuur van de Gemeenschappelijke Onderneming pas in december 2021 het nieuwe werkprogramma voor 2021 en 2022, waaronder nieuwe activiteiten en financiering zoals bepaald in de nieuwe oprichtingsverordening, heeft vastgesteld en dat de uitvoering van activiteiten, de ontwikkeling van interne controles en de aanwerving daardoor vertraging hebben opgelopen;

D.

overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming een publiek-privaat partnerschap is dat de bundeling van middelen van de Unie, deelnemende staten en particuliere leden mogelijk maakt voor de ontwikkeling en invoering van high-performance computing in Europa;

E.

overwegende dat de leden van de Gemeenschappelijke Onderneming bestaan uit de Unie, vertegenwoordigd door de Commissie, de deelnemende staten, en drie particuliere leden, vertegenwoordigd door het Europees Technologieplatform voor High Performance Computing, de Big Data Value Association en het European Quantum Industry Consortium;

F.

overwegende dat de deelnemende staten en particuliere leden overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1488 pas vanaf 2024 verplicht waren bij te dragen in de administratieve kosten; overwegende dat deze verordening is ingetrokken bij de nieuwe Verordening (EU) 2021/1173 en dat de administratieve kosten sinds augustus 2021 worden gedekt door de financiële bijdragen van de Commissie namens de Unie (in het kader van Horizon 2020 en Connecting Europe Facility 1);

G.

overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming in het kader van het MFK 2021-2027 aanzienlijk meer middelen ontvangt uit de programma’s Horizon Europa, Digitaal Europa en Connecting Europe Facility, ter ondersteuning van de aankoop en ontwikkeling van high-performance computing en kwantumcomputers en de modernisering en exploitatie van de infrastructuur voor supercomputers;

H.

overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming, om de transparantie te vergroten, in haar jaarrekeningen relevante informatie moet opnemen over de bijdragen op programmaniveau van de leden; overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming, voor elk programma in het kader waarvan ze actief is, per categorie leden tot het einde van het jaar alle relevante informatie moet presenteren die door de leden beschikbaar zijn gesteld, met inbegrip van de wettelijke streefdoelen voor de bijdragen die voor het respectieve programma zijn vastgesteld, de omvang van de ontvangen bijdragen en het aantal juridische verbintenissen; overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming moet blijven werken aan vergroting van de transparantie;

Algemeen

1.

stelt vast dat, volgens het verslag van de Rekenkamer, de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het op 31 december 2022 afgesloten begrotingsjaar op alle materiële punten een getrouw beeld geeft van de financiële situatie van de Gemeenschappelijke Onderneming per 31 december 2022, van de resultaten van haar verrichtingen en kasstromen en van de veranderingen van haar nettoactiva in het op die datum afgesloten begrotingsjaar, overeenkomstig haar financieel reglement en de door de rekenplichtige van de Commissie vastgestelde boekhoudregels; maakt voorts uit het verslag van de Rekenkamer op dat de onderliggende verrichtingen bij de rekening op alle materiële punten wettig en regelmatig zijn;

2.

is ingenomen met de doelstelling en rol van de Gemeenschappelijke Onderneming bij de ontwikkeling van een supercomputing-ecosysteem in Europa;

3.

stelt echter vast dat de Rekenkamer het risico voor de wettigheid en regelmatigheid van aanwervingsprocedures voor de Gemeenschappelijke Onderneming als gemiddeld heeft beoordeeld, omdat zij snel een groot aantal personeelsleden moest aanwerven om haar uitgebreide mandaat en activiteiten in het kader van het MFK 2021-2027 uit te voeren;

4.

stelt voorts vast dat de Rekenkamer het risico met betrekking tot de operationele contractuitgaven van de Gemeenschappelijke Onderneming als middelhoog heeft beoordeeld wegens de complexe aanbestedingsprocedures voor contracten met een hoge waarde;

Begrotings- en financieel beheer

5.

stelt vast dat voor 2022 (3) de beschikbare begroting voor betalingen 629,9 miljoen EUR bedroeg (348,2 miljoen EUR in 2021) en de beschikbare begroting voor vastleggingen 1 374,5 miljoen EUR (753,4 miljoen EUR in 2021); neemt er kennis van dat de beschikbare begroting niet-gebruikte kredieten van voorgaande jaren omvat die de Gemeenschappelijke Onderneming opnieuw heeft opgenomen in de begroting van het huidige jaar, alsook bestemmingsontvangsten en herschikkingen naar het volgende jaar;

6.

stelt vast dat de Rekenkamer het risico voor begrotingsbeheer als middelhoog heeft gecategoriseerd vanwege het complexe en langdurige aankoopproces voor supercomputers;

7.

neemt er kennis van dat vanwege de tijd die nodig was voor de aanschaf van supercomputers, de uitvoeringsgraad in 2022 van zowel de operationele begroting (respectievelijk 79 % voor de vastleggingskredieten en 24 % voor de betalingskredieten tegenover 2 % en 47 % in 2021) (4) als de administratieve begroting (45 % voor vastleggingskredieten en 37 % voor betalingskredieten) laag was;

8.

neemt kennis van de risico’s in verband met de uitvoering van het programma vanwege de mogelijkheid dat de Gemeenschappelijke Onderneming de minimumstreefdoelen inzake bijdragen voor haar particuliere leden aan het einde van het Horizon 2020-programma niet verwezenlijkt; begrijpt dat de lagere uitvoeringspercentages volgens de Gemeenschappelijke Onderneming worden verklaard door de betrokkenheid van deelnemende staten;

9.

stelt vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming in 2022 slechts 45 % van haar administratieve vastleggingskredieten en 37 % van haar administratieve betalingskredieten besteedde, deels als gevolg van het feit dat ze haar aanwervingsplan voor 2022 slechts gedeeltelijk kon verwezenlijken en dat ze bij de planning van haar begroting 2022 geen aanzienlijke bedragen aan ongebruikte betalingskredieten van voorgaande jaren herschikte; begrijpt dat door de late goedkeuring van de nieuwe oprichtingsverordening van de Gemeenschappelijke Onderneming het onmogelijk was om het ambitieuze aanwervingsplan te verwezenlijken;

10.

is het met de Rekenkamer eens dat de Gemeenschappelijke Onderneming een actieplan met tijdschema moet opstellen voor de voltooiing van de uitvoering van projecten die in het kader van eerdere MFK’s zijn goedgekeurd;

11.

is bezorgd over het feit dat de Rekenkamer de informatie over de bijdragen van de leden op programmaniveau onvoldoende acht;

12.

stelt vast dat in de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming voor 2022 de bedragen van de bijdragen per categorie leden (Unieleden en particuliere leden) aanzienlijk van elkaar verschillen, doordat de bijdragen in contanten van de Unie worden gevalideerd en vermeld wanneer zij aan het begin van de uitvoering van het project aan de Gemeenschappelijke Onderneming worden betaald, terwijl de bijdragen in natura van de leden pas worden opgenomen na validering van de gemaakte en gedeclareerde kosten voor de uitvoering van het project; is bezorgd over het feit dat de kloof tussen het opgenomen bedrag van de bijdragen in contanten enerzijds en de bijdragen in natura anderzijds niet voldoende werd aangepakt in de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming voor 2022, en denkt dat hierin de komende jaren verbetering kan worden aangebracht door, wanneer die beschikbaar is, informatie te verstrekken over de juridische verbintenissen van de leden van de Gemeenschappelijke Onderneming aan het einde van het jaar, in termen van ondertekende subsidieovereenkomsten en andere overeenkomsten; is ingenomen met de toezegging van de Gemeenschappelijke Onderneming om dit probleem in de jaarrekening van volgend jaar volledig aan te pakken;

13.

roept de Gemeenschappelijke Onderneming op belangrijke informatie te verstrekken over de bijdragen van de leden op programmaniveau, die relevant is voor de volledige communicatie over de resultaten van de Gemeenschappelijke Onderneming aan het eind van het jaar; stelt met name vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming de bijdragen die tot het einde van het jaar in het kader van elk programma van elke categorie leden zijn ontvangen, niet vergeleek met de wettelijke streefdoelen voor de bijdragen die voor het respectieve programma zijn vastgesteld;

14.

maakt zich zorgen over de bevinding van de Rekenkamer dat particuliere leden hun minimumstreefdoel inzake bijdragen niet zullen verwezenlijken aan het eind van de uitvoering van het programma (5);

15.

juicht het toe dat de Gemeenschappelijke Onderneming eind 2022 de maximale operationele Uniebijdrage van 526 miljoen EUR volledig had vastgelegd voor ondertekende subsidieovereenkomsten en contracten in het kader van de programma’s Horizon 2020 en Connecting Europe Facility (CEF 1); stelt met bezorgdheid vast dat hiervan in de komende jaren nog ongeveer 266,3 miljoen EUR (of 50,6 %) moet worden betaald voor projecten die nog moeten worden afgerond;

16.

neemt er kennis van dat de deelnemende staten eind 2022 contractuele vastleggingen ondertekenden voor een bedrag van 447,3 miljoen EUR voor de Horizon 2020- en CEF 1-activiteiten van de Gemeenschappelijke Onderneming; stelt vast dat zij met betrekking tot deze vastleggingen financiële bijdragen van 124,8 miljoen EUR aan de Gemeenschappelijke Onderneming declareerden voor pre-exaschaalsupercomputers (6) die door de Gemeenschappelijke Onderneming zelf waren aangeschaft, en 38 miljoen EUR aan bijdragen in natura in verband met de exploitatiekosten van de gastentiteiten; stelt bovendien vast dat de deelnemende staten 48,2 miljoen EUR rechtstreeks betaalden aan de contractanten van de petaschaalsupercomputers die gezamenlijk zijn aangeschaft door de Gemeenschappelijke Onderneming en de deelnemende staten; neemt er kennis van dat het resterende verschil tussen vastleggingen en gedeclareerde bijdragen het gevolg is van het feit dat de deelnemende staten hun kosten pas erkennen en rapporteren aan de Gemeenschappelijke Onderneming wanneer de Horizon 2020-projecten die zij ondersteunen zijn afgerond;

17.

stelt echter vast dat de particuliere leden van de Gemeenschappelijke Onderneming eind 2022 slechts 11 miljoen EUR (ofwel 2,6 %) aan bijdragen in natura voor Horizon 2020-projecten hadden vastgelegd en gerapporteerd, een bedrag dat aanzienlijk lager is dan het minimumstreefdoel van 420 miljoen EUR (7) dat de particuliere leden tegen het einde van het Horizon 2020-programma moeten bereiken; neemt er kennis van dat de Rekenkamer constateerde dat de huidige financieringsregelingen van de Gemeenschappelijke Onderneming voor Horizon 2020-subsidieacties particuliere leden slechts toestaan bijdragen in natura te leveren voor één soort project (innovatieprojecten, met een maximale bijdrage van 30 % van de projectkosten); stelt vast dat de financieringsregelingen van de Gemeenschappelijke Onderneming bijgevolg geen hefboomwerking konden uitoefenen op de bijdragen in natura van de particuliere leden op het niveau van het streefdoel dat in de oprichtingsverordening van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het Horizon 2020-programma was vastgesteld;

18.

vreest dat de aanzienlijke vermindering van de bijdragen in natura van particuliere leden aan de operationele activiteiten van de Gemeenschappelijke Onderneming een risico vormt voor de algemene verwezenlijking van haar onderdelen van het onderzoeks- en innovatieprogramma Horizon 2020;

19.

is het met de Rekenkamer eens dat de Gemeenschappelijke Onderneming, om ervoor te zorgen dat de streefdoelen inzake bijdragen van haar particuliere leden voor het MFK 2021-2027 worden gehaald, op basis van een strategisch plan voor programma-uitvoering jaarlijks de prestaties van de individuele bijdragen van de particuliere leden moet monitoren;

20.

wijst erop dat volgens Verordening (EU) 2021/1173 van de Raad (8) de Gemeenschappelijke Onderneming projecten ten belope van 7 miljard EUR moet uitvoeren, waarvan 3 miljard EUR moet worden gefinancierd door de deelnemende staten en 900 miljoen EUR door particuliere leden in de vorm van bijdragen in contanten en in natura; is verheugd over deze aanzienlijke stijging met ongeveer 1,4 miljard EUR ten opzichte van het vorige MFK; betreurt echter dat aangezien de financieringsregelingen van de Gemeenschappelijke Onderneming dezelfde blijven voor het MFK 2021-2027, er een groot risico bestaat dat de Gemeenschappelijke Onderneming de streefdoelen inzake bijdragen van de particuliere leden in het kader van de nieuwe oprichtingsverordening niet zal halen; verzoekt de Commissie de haalbaarheid van de huidige bijdragedoelstellingen van de particuliere leden in de nieuwe oprichtingsverordening opnieuw te beoordelen;

Aanbestedingen en personeel

21.

is bezorgd over het feit dat de langdurige procedure van de Gemeenschappelijke Onderneming voor de aankoop van supercomputers, die in overeenstemming moet zijn met het Financieel Reglement van de EU, aanzienlijke gevolgen had voor de uitvoering van de operationele begroting voor 2022. Vertragingen door gastentiteiten en leveringsproblemen voor essentiële componenten droegen ook bij tot het lage uitvoeringspercentage;

22.

stelt vast dat het lagere uitvoeringspercentage voor de begroting voor operationele vastleggingen het gevolg was van het feit dat de Gemeenschappelijke Onderneming geen belangrijke globale vastlegging kon doen in verband met een overeenkomst voor exaschaal-computerhosting, als gevolg van vertragingen in het onderhandelingsproces met de deelnemende staat en het gastconsortium;

23.

stelt bovendien vast dat het lage uitvoeringspercentage van de operationele begroting voor betalingen vooral toe te schrijven was aan i) vertragingen bij de voltooiing van de pre-exaschaalsupercomputers, die tussentijdse betalingen in verband met de exploitatiesubsidies van de Gemeenschappelijke Onderneming verhinderden; ii) vertragingen bij de aanbesteding van supercomputers, waardoor de bijbehorende voorfinancieringsbetalingen niet konden worden gedaan; iii) uitstel van de CEF 2-oproep voor hyperconnectiviteit tot 2023 vanwege de noodzaak van een voorstudie, en iv) vertragingen bij kostendeclaraties van begunstigden voor lopende onderzoeksactiviteiten;

24.

verneemt uit het verslag van de Rekenkamer dat de dienst Interne Audit (IAS) van de Commissie in 2022 een beperkte evaluatie van het personeelsbeheer van de Gemeenschappelijke Onderneming verrichtte; stelt dat, wat de aanwervingsplanning betreft, uit de evaluatie bleek dat de Gemeenschappelijke Onderneming geen gedocumenteerde analyse van de behoeften aan middelen had, op basis van een robuuste beoordeling vooraf van de werkdruk om de geplande aanwervingen beter te prioriteren;

25.

stelt vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming, als reactie daarop, in december 2022 een actieplan heeft ontwikkeld, dat door de IAS als adequaat werd beschouwd;

26.

neemt er kennis van dat de personeelsbezetting voor Gemeenschappelijke Onderneming in het kader van het MFK 2021-2027 is vastgesteld in de financiële memoranda die zijn opgenomen in het voorstel van de Commissie voor een nieuwe oprichtingsverordening (9); neemt er bovendien kennis van dat de Gemeenschappelijke Onderneming, om ongeveer 7 miljard EUR aan middelen in het kader van het MFK 2021-2027 te besteden, 39 extra personeelsleden ontving die tegen 2023 moesten worden aangeworven;

27.

stelt met bezorgdheid vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming eind 2022 slechts acht en medio 2023 slechts 20 personeelsleden had aangeworven en bijgevolg haar aanwervingsdoelstelling voor 2022 niet heeft gehaald (10); stelt vast dat de Rekenkamer van oordeel is dat deze situatie negatieve gevolgen heeft gehad voor de uitvoering van de administratieve begroting voor 2022; is echter ingenomen met de verhouding tussen mannen en vrouwen bij het personeel van de Gemeenschappelijke Onderneming in 2022;

28.

stelt vast dat het aandeel arbeidscontractanten met 70 % aan het einde van 2022 hoog bleef;

29.

benadrukt dat het ontbreken van personeel op sleutelfuncties negatieve gevolgen kan hebben voor de bedrijfscontinuïteit van de Gemeenschappelijke Onderneming en de verwezenlijking van haar doelstellingen, met name gezien de zeer technische aard van haar projecten en het vereiste van hooggekwalificeerd personeel met zeer specifieke kennis;

Beheers- en controlesystemen

30.

stelt vast dat de gemeenschappelijke auditdienst van DG RTD van de Commissie verantwoordelijk is voor de controles achteraf van de gecofinancierde uitgaven in het kader van Horizon 2020 en Horizon Europa; neemt er kennis van dat de Gemeenschappelijke Onderneming voor gecofinancierde Horizon 2020-uitgaven (verrekeningen en saldobetalingen) een representatief foutenpercentage van 2,3 % en een restfoutenpercentage van 1,9 % heeft gerapporteerd (11);

31.

verzoekt de Gemeenschappelijke Onderneming in haar internecontrolesysteem specifieke controles achteraf voor door de CEF gecofinancierde uitgaven voor de aankoop van supercomputers op te nemen; stelt bovendien vast dat voor het programma Horizon Europa nog controles achteraf moeten worden uitgevoerd, aangezien de eerste tussentijdse betalingen pas in 2024 worden verwacht;

32.

maakt uit het verslag van de Rekenkamer op dat de Gemeenschappelijke Onderneming op ad-hocbasis risicogebaseerde controles vooraf van risicovolle projecten heeft uitgevoerd en dat zij eind 2022 nog geen gestructureerde risicogebaseerde benadering van controles vooraf had ingevoerd; stelt met name vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming de controles vooraf niet had afgestemd op de factoren met een hoog risico die waren vastgesteld in gerichte risicobeoordelingen; neemt er bovendien kennis van dat zij geen interne praktische richtsnoeren had ontwikkeld voor de uitvoering van risicogebaseerde monitoring, met inbegrip van instructies over hoe personeel de in COMPASS beschikbare module voor risicobeheer moest gebruiken (12);

33.

is het met de Rekenkamer eens dat de Gemeenschappelijke Onderneming een gestructureerde risicogebaseerde aanpak van controles vooraf moet invoeren die relevante project- en aan begunstigden gerelateerde risico’s omvat; beaamt bovendien dat de Gemeenschappelijke Onderneming interne praktische richtsnoeren moet ontwikkelen voor de uitvoering van risicogebaseerde monitoring op het niveau van projecten en begunstigden, alsook instructies over hoe personeel de in COMPASS beschikbare module voor risicobeheer moet gebruiken;

34.

stelt met bezorgdheid vast dat een door de Rekenkamer uitgevoerde gedetailleerde analyse van een steekproef van gevallen van versterkte monitoring door de Gemeenschappelijke Onderneming verschillende tekortkomingen aan het licht bracht die een doeltreffende en efficiënte monitoring in de weg stonden; stelt bovendien vast dat bij de Gemeenschappelijke Onderneming specifieke controleacties met betrekking tot de vastgestelde risico’s niet werden gedefinieerd of dat de uiterste datum voor de uitvoering ervan niet werd vastgesteld;

35.

onderschrijft de beoordeling door de Rekenkamer dat de Gemeenschappelijke Onderneming ervoor moet zorgen dat alle versterkte monitoringacties vergezeld gaan van specifieke controleacties die gericht zijn op de vastgestelde risico’s en dat er binnen een vooraf bepaalde termijn follow-up aan wordt gegeven;

36.

vestigt de aandacht op het feit dat de begunstigden- en/of projectstructuur van de Gemeenschappelijke Onderneming aanzienlijk verandert onder het programma Horizon Europa, zoals het toegenomen aantal kmo’s, nieuwkomers en grotere consortia, evenals het vereiste om voor activiteiten in het kader van Horizon Europa alleen open oproepen te gebruiken; onderstreept dat als gevolg daarvan de risicofactoren die in eerdere programma’s zijn geïdentificeerd, mogelijk niet meer relevant zijn en/of er nieuwe risicofactoren kunnen ontstaan;

Follow-up van de opmerkingen van voorgaande jaren

37.

stelt vast dat de “opmerkingen” in de specifieke jaarverslagen over de gemeenschappelijke ondernemingen in feite “niet-tijdgebonden aanbevelingen” van de Rekenkamer zijn; merkt op dat de Rekenkamer jaarlijks gevolg geeft aan deze opmerkingen door hun status als “openstaand” of “afgesloten” te beoordelen;

38.

merkt op dat van de negen opmerkingen die de Rekenkamer in 2020 en 2021 heeft gemaakt, er slechts twee (van 2021) zijn afgesloten;

39.

stelt vast dat de overige opmerkingen onder meer betrekking hebben op i) validering en certificering van bijdragen in natura, ii) aanwerving van personeel, iii) lage bijdragen van particuliere leden, en iv) lage uitvoeringspercentages;

40.

neemt er kennis van dat de Gemeenschappelijke Onderneming in haar antwoord de opmerkingen van de Rekenkamer erkent en deze kwesties in haar jaarrekening van volgend jaar (2023) aan de orde zal stellen.

(1)  Verordening (EU) 2018/1488 van de Raad van 28 september 2018 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing (PB L 252 van 8.10.2018, blz. 1).

(2)  Verordening (EU) 2021/1173 van de Raad van 13 juli 2021 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing en tot intrekking van Verordening (EU) 2018/1488 (PB L 256 van 19.7.2021, blz. 3).

(3)  De totale begroting omvat de operationele begroting (gebruikt voor de financiering van geselecteerde projecten) en de administratieve begroting (gebruikt voor de financiering van activiteiten van het programmabureau) — Geconsolideerd jaarlijks activiteitenverslag 2022.

(4)  Het zeer lage uitvoeringspercentage voor vastleggingskredieten van de operationele begroting 2021 was grotendeels te wijten aan de vertraagde start van de Gemeenschappelijke Onderneming in het kader van het MFK 2021-2027 en de overdracht van 700 miljoen EUR aan middelen door de Commissie en de deelnemende staten aan de Gemeenschappelijke Onderneming in december 2021.

(5)  Om een volledig beeld te krijgen van de resultaten van de Gemeenschappelijke Onderneming voor de programma’s Horizon 2020 en CEF 1 moet ook rekening worden gehouden met het huidige niveau van de operationele verplichtingen van de leden van de Gemeenschappelijke Onderneming met betrekking tot ondertekende subsidieovereenkomsten en -contracten.

(6)  Exaschaalcomputing: computersystemen die ten minste 1018 bewerkingen (vermenigvuldigingen en/of optellingen) van standaard IEEE 754 met dubbele precisie (64 bit) per seconde kunnen berekenen. Dit is een maat voor de prestaties van supercomputers.

(7)  Minimumstreefdoel dat is vastgesteld in Verordening (EU) 2021/1173.

(8)  Bij de nieuwe oprichtingsverordening is de verplichting voor deelnemende staten en particuliere leden om bij te dragen aan de administratieve kosten ingetrokken.

(9)  COM(2020)0569.

(10)  Volgens het geconsolideerd jaarlijks activiteitenverslag 2022: 24 voltijdse werknemers, met inbegrip van de uitvoerend directeur, per 31 december 2022.

(11)  Door het ontbreken van relevante uitgaven, het lage risico van de uitgevoerde verrichtingen en het ontbreken van resultaten van controles achteraf voor subsidies, werd in 2021 voor Horizon Europa en het programma Digitaal Europa geen ontdekt foutenpercentage gerapporteerd.

(12)  Het systeem van de Commissie voor elektronische subsidies.


ELI: http://data.europa.eu/eli/res/2024/2380/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)