|
23.2.2010 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 46/12 |
BESLUIT 2010/108/GBVB VAN DE RAAD
van 22 februari 2010
houdende verlenging van het mandaat van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie in de Republiek Moldavië
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 28, artikel 31, lid 2, en artikel 33,
Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Raad heeft op 15 februari 2007 Gemeenschappelijk Optreden 2007/107/GBVB (1) houdende benoeming van de heer Kálmán MIZSEI tot speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie (SVEU) in de Republiek Moldavië vastgesteld. |
|
(2) |
Op 16 februari 2009 heeft de Raad Gemeenschappelijk Optreden 2009/132/GBVB (2) vastgesteld houdende verlenging van het mandaat van de SVEU tot en met 28 februari 2010. |
|
(3) |
Het mandaat van de SVEU moet worden verlengd tot en met 31 augustus 2010. Het mandaat van de SVEU kan evenwel eerder worden beëindigd, indien de Raad daartoe besluit ingevolge een aanbeveling van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (HV) naar aanleiding van de inwerkingtreding van het besluit betreffende de oprichting van de Europese Dienst voor extern optreden. |
|
(4) |
De SVEU zal zijn mandaat uitvoeren in een mogelijk verslechterende situatie die de doelstellingen van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, uiteengezet in artikel 21 van het Verdrag, kan schaden, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie
Het mandaat van de heer Kálmán MIZSEI als speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie (SVEU) in de Republiek Moldavië wordt verlengd tot en met 31 augustus 2010. Het mandaat van de SVEU kan eerder worden beëindigd, indien de Raad daartoe besluit ingevolge een aanbeveling van de HV naar aanleiding van de inwerkingtreding van het besluit betreffende de oprichting van de Europese Dienst voor extern optreden.
Artikel 2
Beleidsdoelstellingen
1. Het mandaat van de SVEU is gebaseerd op de beleidsdoelstellingen van de Europese Unie (EU) in de Republiek Moldavië. Deze doelstellingen zijn onder meer:
|
a) |
bijdragen tot een vreedzame regeling van het conflict over Transnistrië en tot de uitvoering ervan op basis van een levensvatbare oplossing, waarbij de soevereiniteit en de territoriale integriteit van de Republiek Moldavië binnen haar internationaal erkende grenzen worden geëerbiedigd; |
|
b) |
bijdragen tot de versterking van de democratie, de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden voor alle burgers van de Republiek Moldavië; |
|
c) |
goede en nauwe betrekkingen tussen de Republiek Moldavië en de Unie bevorderen, op basis van gemeenschappelijke waarden en belangen, en overeenkomstig het actieplan in het kader van het Europees Nabuurschapsbeleid (ENB); |
|
d) |
assistentie verlenen bij de bestrijding van mensensmokkel en smokkel van wapens en andere goederen uit en via de Republiek Moldavië; |
|
e) |
bijdragen tot een versterking van de stabiliteit en de samenwerking in de regio; |
|
f) |
de doeltreffendheid en de zichtbaarheid van het optreden van de Unie in de Republiek Moldavië en in de regio vergroten; |
|
g) |
de doeltreffendheid van de grens- en douanecontrole en de grensbewaking aan de gemeenschappelijke grens van de Republiek Moldavië en Oekraïne vergroten, met bijzondere nadruk op het Transnistrische gedeelte, met name via een grensmissie van de Unie. |
2. De SVEU steunt de werkzaamheden van de HV in de Republiek Moldavië en in de regio.
Artikel 3
Mandaat
1. Ter verwezenlijking van de beleidsdoelstellingen van de Unie krijgt de SVEU het mandaat om:
|
a) |
de Unie een grotere rol te laten spelen bij de oplossing van het conflict over Transnistrië volgens de overeengekomen beleidsdoelstellingen van de Unie en in nauwe samenwerking met de OVSE, door de Unie via de juiste kanalen en in onderling overeengekomen fora te vertegenwoordigen en door nauwe contacten met alle betrokken actoren te ontwikkelen en in stand te houden; |
|
b) |
waar nodig, mee te werken aan de voorbereiding van bijdragen van de Unie aan de uitvoering van de uiteindelijke regeling voor het conflict; |
|
c) |
de politieke ontwikkelingen in de Republiek Moldavië, de regio Transnistrië inbegrepen, op de voet te volgen, door nauwe contacten met de regering van de Republiek Moldavië en met andere binnenlandse actoren te ontwikkelen en in stand te houden, en in voorkomende gevallen het advies en de steun van de Unie aan te bieden; |
|
d) |
de verdere ontwikkeling van het beleid van de Unie ten aanzien van de Republiek Moldavië en de regio, met name op het gebied van preventie en oplossing van conflicten, te begeleiden; |
|
e) |
via een ondersteuningsteam, geleid door een hoge politiek adviseur van de SVEU:
|
|
f) |
bij te dragen tot de uitvoering van het EU-mensenrechtenbeleid en de richtsnoeren voor de mensenrechten van de EU, met name ten aanzien van vrouwen en kinderen in door conflicten getroffen gebieden, voornamelijk door de ontwikkelingen op dit gebied te volgen en te sturen. |
2. Ten behoeve van zijn mandaat houdt de SVEU een overzicht over alle werkzaamheden van de Unie, in het bijzonder wat de ter zake dienende aspecten van het ENB-actieplan betreft.
Artikel 4
Uitvoering van het mandaat
1. De SVEU is onder het gezag van de HV verantwoordelijk voor de uitvoering van het mandaat.
2. Het Politiek en Veiligheidscomité (PVC) onderhoudt een bevoorrechte relatie met de SVEU en vormt het eerste contactpunt van de SVEU met de Raad. Onverminderd de bevoegdheden van de HV zorgt het PVC binnen het kader van het mandaat voor strategische aansturing en politieke leiding ten behoeve van de SVEU.
Artikel 5
Financiering
1. Het financiële referentiebedrag ter dekking van de kosten in verband met het mandaat van de SVEU voor de periode van 1 maart 2010 tot en met 31 augustus 2010 bedraagt 1 025 000 EUR.
2. Uitgaven die uit het in lid 1 genoemde bedrag worden gefinancierd, komen voor financiering in aanmerking vanaf 1 maart 2010. De uitgaven worden beheerd met inachtneming van de procedures en voorschriften van toepassing op de algemene begroting van de Unie.
3. Voor het uitgavenbeheer wordt een overeenkomst gesloten tussen de SVEU en de Commissie. De SVEU legt van alle uitgaven verantwoording af aan de Commissie.
Artikel 6
Vorming en samenstelling van het team
1. Binnen de grenzen van zijn mandaat en de daartoe vrijgemaakte financiële middelen is de SVEU verantwoordelijk voor de samenstelling van zijn team. In het team dient de door het mandaat vereiste deskundigheid inzake specifieke beleidsvraagstukken aanwezig te zijn. De SVEU houdt de Raad en de Commissie voortdurend op de hoogte van de samenstelling van zijn team.
2. De lidstaten en de instellingen van de Unie kunnen voorstellen personeel te detacheren bij de SVEU. De bezoldiging van het personeel dat door een lidstaat of een instelling van de Unie bij de SVEU wordt gedetacheerd, komt ten laste van de betrokken lidstaat of instelling van de Unie. Deskundigen die door de lidstaten bij het secretariaat-generaal van de Raad zijn gedetacheerd, kunnen eveneens aan de SVEU worden toegewezen. Internationaal aangeworven personeel dient de nationaliteit van een lidstaat te hebben.
3. Al het gedetacheerde personeel blijft onder het administratieve gezag van de detacherende lidstaat of EU-instelling en voert zijn taken uit en handelt in het belang van het mandaat van de SVEU.
Artikel 7
Voorrechten en immuniteiten van de SVEU en zijn medewerkers
De voorrechten, immuniteiten en andere garanties die noodzakelijk zijn voor de uitvoering en het goede verloop van de missie van de SVEU en zijn medewerkers, worden met de ontvangende partij(en) naargelang het geval overeengekomen. De lidstaten en de Commissie verlenen daartoe alle nodige steun.
Artikel 8
Beveiliging van gerubriceerde EU-gegevens
De SVEU en de leden van zijn team leven de beveiligingsbeginselen en -minimumnormen na die zijn vastgelegd in Besluit 2001/264/EG van de Raad van 19 maart 2001 tot vaststelling van beveiligingsvoorschriften van de Raad (3), met name wanneer zij gerubriceerde EU-gegevens behandelen.
Artikel 9
Toegang tot informatie en logistieke steun
1. De lidstaten, de Commissie en het secretariaat-generaal van de Raad zorgen ervoor dat de SVEU toegang krijgt tot alle relevante informatie.
2. De delegatie van de Unie en/of de lidstaten, naargelang van het geval, verlenen logistieke steun in de regio.
Artikel 10
Veiligheid
Overeenkomstig het beleid van de Unie inzake de veiligheid van personeel dat op grond van titel V van het Verdrag wordt ingezet in operaties buiten de Unie, neemt de SVEU alle redelijkerwijs haalbare maatregelen voor de beveiliging van het personeel dat rechtstreeks onder zijn gezag staat, in overeenstemming met zijn mandaat en de veiligheidssituatie in het gebied waarvoor hij verantwoordelijk is:
|
a) |
hij stelt op basis van de richtsnoeren van het secretariaat-generaal van de Raad een missiespecifiek veiligheidsplan op, dat onder meer missiespecifieke fysieke, organisatorische en procedurele beveiligingsmaatregelen voor het beheer van veilige personeelsbewegingen naar en binnen het missiegebied, alsmede het beheer van veiligheidsincidenten met inbegrip van een nood- en evacuatieplan voor de missie behelst; |
|
b) |
hij zorgt ervoor dat alle buiten de Unie ingezette personeelsleden gedekt zijn door een op de omstandigheden in het missiegebied afgestemde verzekering voor grote risico’s; |
|
c) |
hij zorgt ervoor dat alle buiten de Unie ingezette leden van zijn team, ook het ter plaatse aangeworven personeel, voor of bij aankomst in het missiegebied een passende beveiligingsopleiding hebben genoten waarvan de inhoud is bepaald op basis van de risicoklasse waarin het secretariaat-generaal van de Raad het missiegebied heeft ingedeeld; |
|
d) |
hij zorgt ervoor dat alle naar aanleiding van geregelde beveiligingsbeoordelingen overeengekomen aanbevelingen worden opgevolgd, en hij brengt aan de HV, de Raad en de Commissie schriftelijk verslag uit over de uitvoering ervan en over andere veiligheidskwesties, in het kader van zijn tussentijdse verslag en zijn verslag over de uitvoering van het mandaat. |
Artikel 11
Rapportage
De SVEU brengt geregeld mondeling en schriftelijk verslag uit aan de HV en aan het PVC. De SVEU brengt zo nodig tevens verslag uit aan de groepen van de Raad. De geregelde schriftelijke verslagen worden verspreid via het COREU-netwerk. Op aanbeveling van de HV of het PVC kan de SVEU ook verslag uitbrengen aan de Raad Buitenlandse Zaken.
Artikel 12
Coördinatie
1. De SVEU bevordert de algehele politieke coördinatie door de Unie. Hij helpt ervoor te zorgen dat alle EU-instrumenten ter plaatse op coherente wijze worden ingezet om de beleidsdoelstellingen van de Unie te verwezenlijken. De activiteiten van de SVEU worden gecoördineerd met die van het voorzitterschap en de Commissie, en in voorkomend geval met die van de andere SVEU's die actief zijn in de regio. De SVEU brengt regelmatig verslag uit aan de missies van de lidstaten en aan de delegaties van de Unie.
2. Ter plaatse worden nauwe contacten onderhouden met het hoofd van de delegatie van de Unie en de hoofden van de missies van de lidstaten, die alles doen wat in hun vermogen ligt om de SVEU bij te staan in de uitvoering van zijn mandaat. De SVEU onderhoudt tevens contacten met andere internationale en regionale actoren ter plaatse.
Artikel 13
Evaluatie
De uitvoering van dit besluit en de samenhang ervan met andere bijdragen van de Unie in de regio worden op gezette tijden geëvalueerd. De SVEU legt de HV, de Raad en de Commissie aan het einde van zijn mandaat een verslag over de uitvoering van het mandaat voor.
Artikel 14
Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt aangenomen.
Het is van toepassing met ingang van 1 maart 2010.
Artikel 15
Bekendmaking
Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 22 februari 2010.
Voor de Raad
De voorzitster
C. ASHTON
(1) PB L 46 van 16.2.2007, blz. 59.